16-03-13

Percy MacKaye, Patrice de la Tour du Pin, Haldun Taner, Jakob Haringer, Ethel Anderson

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Percy MacKaye werd geboren op 16 maart 1876 in New York. Zie ook alle tags voor Percy MacKaye op dit blog.

 

 

Hymn Of The New World

 

A star a star in the west!
Out of the wave it rose:
And it led us forth on a world-far quest;
Where the mesas scorched and the moorlands froze.
It lured us without rest:
With yearning, yearning—ah!
It sang (as it beckoned us)
A music vast, adventurous-
America!

A star a star in the night!
Out of our hearts it dawned !
And it poured within its wonderful light;
Where our hovels gloomed and our hunger spawned
It healed our passionate blight:
And burning, burning—ah!
It clanged (as it kindled us)
Of a freedom proud and perilous-
America!

A star—a star in the dawn!
Bright from God s brow it gleams!
Like a morning star in ages gone
With hallowed song its holy beams
Urge us forever on:
For chanting, chanting—ah!
It builds (as it blesses us)
A union strong, harmonious-
America !

 

 

Percy MacKaye (16 maart 1875 – 31 augustus 1956)

Lees meer...

15-03-13

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

 

Stilte, hier werkt een dichter

 

Stilte, hier werkt een dichter

wie is hooggeacht wie is hooggeleerd

de winnaar van een nobelprijs zou je zo zeggen

maar een arbeider zoals jij en ik, moegetobd

opgenomen in een ziekenhuis

aan zijn sterven overgelaten

en denkend plots aan leven en dood

het antwoord weet

de laatste woorden niet meer uitspreken kan

is hij niet de nobelprijs?

 

wordt ooit de ware dichter door overheden

met haat in hun hart

met misprijzen om zijn werk

op waarde gebrandschat

geprijsd en onder lof vermoord?

in de volksbuurten leest men hem

hij tokkelt op de snaar van hun hart

zijn eigen smart om het onrecht

en een volksvrouw denkt:

jij mijn geliefde dichter

 

dooft men het oor van de dichter

brengt men het geweten tot zwijgen

legt men zijn tong lam

door een prijs van misprijzende lof

vergeet hij allen de eenvoudigen

zij die hem voortbrachten

in een krot van armoe en opstand

 

op het hek van de dichter blijft het bord

waarschuwend voor de eerzuchtige groten:

opgepast, gevaarlijke hond

 

 

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

14-03-13

Horton Foote, Olivier Delorme, Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayres, Theodore de Banville

 

De Amerikaanse schrijver en draaiboekauteur Horton Foote werd geboren op 14 maart 1916 in Wharton, Texas. Zie ook alle tags voor Horton Foote op dit blog.

 

Uit: Blind Date

 

“SARAH NANCY. Anyway, they are all stupid.

DOLORES. Who, honey?

SARAH NANCY. Boys.

DOLORES. Precious, darling.

SARAH NANCY. Dumb and stupid. (she starts away)

DOLORES. Sarah Nancy, where in the world are you going?

SARAH NANCY. I’m going to bed.

DOLORES. Sarah Nancy, what is possessing you to say a thing like that? You’re just trying to tease me.

SARAH NANCY. Oh no I’m not. (She starts away)

DOLORES. Sarah Nancy, you can’t go to bed. You have a young man coming to call on you at any moment. You have to be gracious …

SARAH NANCY. I don’t feel like being gracious. I’m sleepy. I’m going to bed.

DOLORES. Sarah Nancy, you can’t. Do you want to put me in my grave? The son of one of your mother’s dearest friends will be here at any moment to call on you, and you cannot be so rude as to go to bed and refuse to receive him. Sarah Nancy, I beg you. I implore you.

SARAH NANCY. Oh, all right. (She sits down) Ask me some questions.

DOLORES. No, dear. You ask me some questions.

SARAH NANCY. What church do you attend?

DOLORES. That’s lovely. That’s a lovely question to begin wtih. Now I’ll answer as Felix will. Methodist.

SARAH NANCY. That’s a dumb church.

DOLORES. Sarah Nancy.

SARAH NANCY. I think it’s a dumb church. It’s got no style. We used to be Methodist but we left for Episcopal. They don’t rant and rave in the Episcopal church.”

 

 

Horton Foote (14 maart 1916 – 4 maart 2009)

Evan Jonigkeit en Hallie Foote in ‘Blind Date,’ New York, 2012

Lees meer...

13-03-13

Zonnelied van Franciscus (Bij de keuze van paus Franciscus I)

 

Bij de keuze van paus Franciscus I

 


Sint Franciscus in extase, Caravaggio, 1596

 

 

Zonnelied van Franciscus

 

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig uw naam te noemen.

 

Wees geprezen, mijn Heer met al Uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind

en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.

 

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

 

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

 

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

 

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid.

 

 

 

Paus Franciscus I (Buenos Aires, 17 december 1936)

20:41 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franciscus, assisi, paus, romenu |  Facebook |

Mahmoud Darwish, Yuri Andrukhovych, Vladimir Makanin, Didier Decoin, Melih Cevdet Anday

 

De Palestijnse dichter Mahmoud Darwish werd geboren in Al-Birwa, Palestina, op 13 maart 1941. Zie ook alle tags voor Mahmoud Darwish op dit blog.

 

 

Psalm Three

 

On the day when my words
were earth...
I was a friend to stalks of wheat.

On the day when my words
were wrath
I was a friend to chains.

On the day when my words
were stones
I was a friend to streams.

On the day when my words
were a rebellion
I was a friend to earthquakes.

On the day when my words
were bitter apples
I was a friend to the optimist.

But when my words became
honey...
flies covered
my lips!...



Vertaald door Ben Bennani

 

 

 


A Lover from Palestine

 

Her eyes are Palestinian
Her name is Palestinian
Her dress and sorrow Palestinian
Her kerchief, her feet and body Palestinian
Her words and silence Palestinian
Her voice Palestinian
Her birth and her death Palestinian

 

 

 

Vertaald door Marjolijn De Jager

 

 

 

Mahmoud Darwish (13 maart 1941 - 9 augustus 2008)

Lees meer...

12-03-13

Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee

 

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

 

Uit: Zeitoun

 

“And when Abdulrahman first witnessed the sardines circling in the black he could not believe the sight, the beauty of the undulating silver orb below the white and gold lantern light. He said nothing, and the other fishermen were careful to be quiet, too, paddling without motors, lest they scare away the catch. They would whisper over the sea, telling jokes and talking about women and girls as they watched the fish rise and spin beneath them. A few hours later, once the sardines were ready, tens of thousands of them glistening in the refracted light, the fishermen would cinch the net and haul them in.
They would motor back to the shore and bring the sardines to the fish broker in the market before dawn. He would pay the men and boys, and would then sell the fish all over western Syria - Lattakia, Baniyas, Damascus. The fishermen would split the money, with Abdulrahman and Ahmad bringing their share home. Their father had passed away the year before and their mother was of fragile health and mind, so all funds they earned fishing went toward the welfare of the house they shared with ten siblings.
Abdulrahman and Ahmad didn't care much about the money, though. They would have done it for free.
Thirty-four years later and thousands of miles west, Abdulrahman Zeitoun was in bed on a Friday morning, slowly leaving the moonless Jableh night, a tattered memory of it caught in a morning dream. He was in his home in New Orleans and beside him he could hear his wife Kathy breathing, her exhalations not unlike the shushing of water against the hull of a wooden boat. Otherwise the house was silent. He knew it was near six o'clock, and the peace would not last. The morning light usually woke the kids once it reached their second-story windows. One of the four would open his or her eyes, and from there the movements were brisk, the house quickly growing loud. With one child awake, it was impossible to keep the other three in bed.”

 

 

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

Lees meer...

11-03-13

Karl Krolow, Leena Lehtolainen, Georg Maurer, Josef Martin Bauer, Ernst Wichert, Torquato Tasso

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

 

Liebesgedicht

 

Mit halber Stimme rede ich zu dir:
Wirst du mich hören hinter dem bitteren Kräutergesicht
Des Mondes, der zerfällt?
Unter der himmlischen Schönheit der Luft,
Wenn es Tag wird,
Die Frühe ein rötlicher Fisch mit bebender Flosse?

Du bist schön.
Ich sage es den Feldern voll grüner Pastinaken.
Kühl und trocken ist deine Haut. Ich sage es
Zwischen den Häuserwürfeln dieser Stadt, in der ich lebe.
Dein Blick - sanft und sicher wie der eines Vogels.
Ich sage es dem schwingenden Wind.
Dein Nacken - hörst du - ist aus Luft,
Die wie eine Taube durch die Maschen des blauen Laubes schlüpft.

Du hebst dein Gesicht.
An der Ziegelmauer erscheint es noch einmal als Schatten.
Schön bist du. Du bist schön.
Wasserkühl war mein Schlaf an deiner Seite.
Mit halber Stimme rede ich zu dir.
Und die Nacht zerbricht wie Soda, schwarz und blau.

 

 

 

 

Sieh dir das an

 

Sieh dir das an, das könnte
einer sein, der einfach weg geht
aus seinem weltlichen Leben,
nachdem er sich mit einem Rest
Saint Emilion den Mund gespült hatte,
der höflich verschwindet, ohne Panik
seinen Abgang voraussah, als er sich
zum erstenmal fragte, was er hier solle
unter anderen, die das alles
ganz selbstverständlich hinkriegen.
Niemand gab ihm Feuer fürs Weiterleben,
und die sinnliche Revolution
verschaffte keine Erleichterung.
Von diesem Augenblick an
fiel es ihm nicht mehr schwer,
sich zu sagen, daß es
ziemlich gleichgültig sein müsse,
in welche Richtung man sich
entferne.

 

 

 

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

Lees meer...

Willem Claassen


Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982.Hij groeide op als boerenzoon in een melkveehouderij in Beuningen. Claassen studeerde geschiedenis en journalistiek en publiceerde korte verhalen in onder andere Tirade en Passionate Magazine. Ook publiceerde hij in onder andere NRC Next, Op Ruwe Planken, ANS en op zijn eigen blog Modder en Lijm. Willem Claassen debuteerde in 2012 met zijn roman Park bij uitgeverij De Bezige Bij.

Uit: Vriend

“Het was niet zozeer dat ik vrienden met hem wilde worden omdat hij aardig was. Hij was vooral interessant, denk ik. Of beter gezegd: ik vond hem interessant.
Het was in groep zes van de basisschool. Hij was nieuw in de klas en meteen populair. Ik weet niet wat het is, maar die heb je er bij. Altijd stonden er kinderen om hem heen. Hij was een leiderstype. Hij bepaalde wat leuk was en wat niet, en scheen daar ogenschijnlijk weinig moeite voor hoeven te doen. Hoe minder hij zei, hoe meer gewicht zijn woorden kregen.
Net als velen probeerde ik in zijn gunst te komen. Ik maakte grapjes, speelde de malloot, vaak ten koste van mezelf, in de hoop dat hij er om zou lachen. Ik wilde dat hij me als een gelijke zag, als een vriend. Maar hoe meer ik mijn best deed, hoe verder ik van mijn doel afdreef. Ik zag het gebeuren, hoe hij kort grinnikte om mijn grappen, schamper bijna, alsof de manier waarop ik het deed de grap was, en dan zichtbaar verveeld over iets anders begon. Ik kon er weinig aan doen. Ik had geen alternatieven. Het was de malloot of het was niets, zwijgen, onzichtbaar zijn.
Ik greep in. Een soort van laatste, wanhopige poging. We stonden in de gang voor het handvaardigheidslokaal. We moesten wachten tot de deur openging. Ik weet niet waarom we daar stonden te wachten, we hadden nog buiten kunnen spelen, maar we stonden daar. Er waren twee andere jongens bij en uit het niets sprak ik hem aan.
‘Zullen we vrienden worden?’
Hij keek me aan. Het was even stil. De jongens keken naar mij, toen naar hem en toen weer naar mij. Ik had vrolijk geklonken, alsof er een grap ging komen, maar ik meende het. En dat moest toch te horen zijn geweest. Of misschien te zien, een vragend gezicht verraadt veel.”

 

 
 Willem Claassen (Beuningen, 1982)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem claassen, romenu |  Facebook |

10-03-13

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren

 

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

 

Uit: Coming of the Night

 

“He was usually alone. By choice. Sure he had friends, lots of them, lots of invitations to parties, but that often put him in a bad situation. Guys he was not attracted to were attracted to him. Those he did have sex with wanted to get together again, and he preferred variety.

There was another reason for his choice to be a loner. He didn't want guys he went with to know more about him than they needed to know, and that was that he was hot. All he required of his sex partners was that they be lusty-he liked that word-and want what he wanted.

Existing only as you appeared to be-that was another great thing possible in the gay world of cruising. You didn't have to waste time talking, except to make arrangements about getting together. He loved being a terrific fantasy figure. So why mix things up with identities that didn't matter? Yes, he'd figured life out-gay life, there was no other.

Jesse welcomed the perspiration that had moistened his shorts and outlined his cock-and especially, he knew as he stood, his buttocks, indenting the crack. He touched himself there and closed his eyes-imagining.

He forced himself not to think now about tonight. He didn't want to ruin his plan by getting too aroused alone. That would be a waste. Ugh.

What had triggered this huge desire?

It wasn't unusual for him to feel horny, especially on weekends. Had his plan originated last weekend when he met two hunky guys and went home with them? He had been fucked by both, several times. They took turns entering him, assuming a wonderful rhythm, a couple of thrusts, and then it was the other's turn for a few more thrusts. There had been hardly a moment that he didn't have a cock in him, and the brief seconds without added even more sensation when they ended. The two guys had lain back, prone, face up, legs spread, butt against butt, cocks pressed together to form one doubled erection, and he'd lowered himself over it, tantalizing the two guys into believing he would attempt to take them both into him-and he thought about it-but he just remained there, two straining cock-heads quivering at his ass, titillating the downy hairs there. He pushed himself into one of the cocks and then immediately into the other and both guys came in him-wow!-but when he left their house, he felt lustier-and went with another guy and kept wishing for two.”

 

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

Lees meer...

Chloé Delaume, Karel van de Woestijne, Boris Vian, Manolis Anagnostakis, Joaquin Miller

 

De Franse schrijfster en performance artieste Chloé Delaume werd geboren als Nathalie Dalain op 10 maart 1973 in Parijs. Zie ook alle tags voor Cloé Delaume op dit blog

 

Uit: Le Cri du sablier

 

“Le jeu du Mémory l'enfant le détestait car plus elle excellait à regrouper les paires plus elle savait sourdine que s'imprimerait en elle à jamais le regard terrible du géniteur. Aussi. Elle détestait la mère de s'acharner toujours à lui rendre mémoire perfectible et sans fond. Un jour elle serait grande jamais elle n'oublierait jamais elle ne pourrait javelliser souvenirs détacher à grande eau combien même lacrymale la rage et la fureur du père si trop puissant. Quand elle laissait hasard ses petits doigts courirsur les carrés dos bleu et que se découvraient les complices à la pioche que la mère disait oui et parfois même très bien, l'enfant sentait la presse encre tiède jus épais rouler son cervelas fines tranches à la boucherie. Papa fixé en elle papa fixé en moi à la tendre amnésie se dérober chaque jour application véreuse du dressage maternel. Combien même bien plus tard incantations si vaines scotomise ma chérie suppliait-elle alors refermant paumes rougies genoux d'adolescente. Combien même bien plus tard. L’icône resplendira résistante sous l'éponge impossible à passer. Le père est minéral trauma sédimentaire le sable dans les souliers se cache à la semelle c'est un fait bien connu des enfants du limon.”

 

 

Chloé Delaume (Parijs, 10 maart 1973)

Lees meer...

Peter McArthur, Samuel Ferguson, Georges Dor, Pedro Antonio de Alarcón, Otto Heinrich Kühner

 

De Canadese dichter Peter McArthur werd geboren op 10 maart 1866 in Ekfrid, in Middlesex County, Upper Canada (nu Ontario). Zie ook alle tags voor Peter McArthur op dit blog.

 

 

A Confession

 

Dear little boy, with wondering eyes
That for the light of knowledge yearn,
Who have such faith that I am wise
And know the things that you would learn.
Though oft I shake my head and smile
To hear your childish questions flow,
I must not meet your faith with guile;
I cannot tell, I do not know.

Dear little boy with eager heart,
Forever on the quest of truth,
Your riddles oft are past my art
To answer to your tender youth.
But some day you will understand
The things that now I cannot say,
When life shall take you by the hand
And lead you on its wondrous way.

Dear little boy with hand in mine,
Together through the world we fare,
Where much that I would fain divine
I have not yet the strength to bear.
Like you with riddling words I ask,
Like you I hold another hand,
And haply when I do my task,
I, too, shall understand

 

 

 

Peter McArthur (10 maart 1866 - 10 oktober 1924)

Lees meer...

09-03-13

Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West

 

Eens in de zoveel tijd houdt een computer ermee op. Vanwege deze recente computercrash slechts een beperkt blog vandaag.

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook mijn blog van 89 maart 2011 en ook mijn blog van 9 maart 2012.

 

Uit: Een uur en achttien minuten

 

“Ik rij langs de basisschool waar ik vroeger op zat. Dezelfde stoeltjes, met de gekromde houten leuningen, staan in een cirkel in het kleuterlokaal, klaar voor het maandagochtendgesprek. Er zullen morgen kinderen in die kring zitten die weten wat er is gebeurd. Misschien legt de juffrouw ze uit waarom sommige mensen zoiets doen.
Er is een lachende walvis op het raam getekend.
Bij het politiebureau is het rustig. Er staat één auto voor de deur, achter de ramen zie ik geen beweging. Ik lijk me erover te verbazen dat het hele korps niet in rep en roer is. Dat niet elke straathoek van het dorp is afgezet met rood-wit lint.
De brandweerkazerne met de grote ramen staat ernaast. Er past precies één brandweerauto in, alsof het levensgroot speelgoed is, een autootje achter plastic.
Op het plein achter het politiebureau en de brandweerkazerne speelden we vroeger balletjetrap tegen de muur. Met z’n vijven.
Ik neem de bocht naar rechts.
Op de hoek van het kleine winkelcentrum zit de bibliotheek. Vroeger ging die dicht tussen de middag. Dan stonden de mensen rond één uur met boodschappentassen in de hand te wachten tot hij weer openging. Ik kan de kranten van gisteren zien liggen op de leestafel in het midden. Kranten waar het nieuws nog niet in staat.
Misschien morgen.
Naar links. Het laatste stukje fietspad. Hier heb ik altijd wind tegen.
Thuis, bij mijn ouders thuis, zit ik op de bank. Ik ben hier nu vijf weken niet geweest en het is al een jaar mijn huis niet meer. Mijn moeder gaat tegenover me zitten, op de houten salontafel. Ik kijk haar aan. Het is alsof ik het nieuws opnieuw hoor, maar nu via de bezorgde blik van mijn moeder. Ze weet niet goed wat ze moet zeggen, dus verbergt ze mijn hoofd in haar nek. Ik snik. Hier heb ik tijdens de treinreis al tientallen keren naar vooruitgespoeld. Mijn vader staat achter de bank en aait door mijn haar. ‘Ach, jongen toch,’ zegt hij.
De hond zit kwispelend aan mijn voeten. In de keuken zoemt de broodbakmachine. De radio brengt een gesprek over Barack Obama.
En Joey is dood.”

 

 

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

Lees meer...

08-03-13

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenide. A. Marja

 

Eens in de zoveel tijd houdt een computer ermee op. Vanwege deze recente computercrash slechts een beperkt blog vandaag.

 

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

 

Uit: Paravion (Vertaald door Ira Wilhelm)

 

"Ach, haltet doch alle den Mund! Ein Golf GTI, das wär s. Halla! Und bei einem Ford Escort oder Transit würde ich auch nicht nein sagen!"
Sie fielen sich schreiend ins Wort, brummten wie die Motoren der genannten Autos, und träumten mit Augen, die bisher nur Simcas und Peugeots 205 erblickt hatten. Der Fischer war der einzige, der einen echten Mercedes hatte, denn er verdiente viel Geld mit dem Handel von Mutterkorn und Cannabis, die er bei Cheira und Heira ertauschte. Seit kurzem jedoch waren die Lieferanten verschwunden; vermutlich gestorben. Jetzt hatte er keine Ware mehr und mußte sich etwas einfallen lassen, vielleicht könnte er den Mercedes an einen der Brüder verkaufen. Sein Ansehen stand auf dem Spiel. In seinem Rausch nickte er und trank lächelnd seinen Tee.
Auf der Vorderseite des Hauses hing ein Schild: FÜR FRAUEN VERBOTEN! Das Gebäude war viereckig, die Schatten in seinem Innern waren rotbraun, die Theke bestand aus einem Brett, das auf zwei Fässern ruhte; dahinter diente ein kleiner blau-weiß gekachelter Alkoven als Küche; dort stand ein Gasherd, auf dem Tee gekocht wurde, aber auch Suppen und Eintöpfe aus Hühnerfleisch, Kartoffeln und Oliven. In Mauernischen standen Öllampen - das sparte Strom. Das Teehaus müßte eigentlich dringend vergrößert werden, denn die Zahl der Gäste stieg ständig. Es befand sich am Haupteingang von Paravion und fungierte, wie bereits erwähnt, gewissermaßen als Empfangshalle für Neuankömmlinge. Davor stand in geplättelter Erde der Baum mit den glasierten Äpfeln. Der Boden hier war feucht und fruchtbar. In den Grünanlagen um das Teehaus herum blühten Rosen, häufig besucht von glücklichen Bienen.
Ein Teil des Gebäudes war eingerüstet, und die Bauarbeiter tranken noch vor Arbeitsbeginn Tee und aßen Gebäck. Doch gingen sie während ihrer Brotzeit so im Betrachten der Passanten (- /w) auf, daß die Zeit bis zum Anbruch der Siesta rasch verging und es danach zum Arbeiten natürlich zu heiß war. Ein Mittagsschläfchen aber würde sie gewiß erfrischen. Wie sie bei alledem zu den Farbspritzern auf Kleidern und Händen und zu den schwarzen Rändern unter den Nägeln kamen, war ein Geheimnis des Lebens. Sie schlürften, schmatzten und rülpsten.

 

 

Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

Lees meer...

Walter Jens

 

De Duitse schrijver,  classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Jens, die vanwege een ernstige astma-aandoening afgekeurd werd voor de militaire dienstplicht, studeerde klassieke filologie en Duits in Freiburg en promoveerde in 1944 op een proefschrift over Sophocles. Als jonge schrijver trok hij de aandacht met verhalen en romans Zijn roman "Nein. Die Welt der Angeklagten" vond ook in Frankrijk veel weerklank. In de loop der jarer ontwikkelde Jens zich steeds meer tot criticus - in de FAZ, en als lid van de "Gruppe 47". Sommigen noemden hem met een verwijzing naar de militante geest in Frankrijk in de 18e Eeuw de "kleine Voltaire van de Bondsrepubliek." Als literair criticus, werd hij bijna net zo bekend als Marcel Reich-Ranicki in de jaren tachtig. Velen zagen in Jens een "morele autoriteit" en een toegewijde democraat. Samen met collega-schrijvers als Heinrich Böll demonstreerde hij in 1984 tegen de plaatsing van Pershing raketten. Aan zijn universiteit in Tübingen, bleef hij verbonden als hoogleraar klassieke filologie. In 1963 creërde men voor hem een leerstoel algemene retoriek.

 

Uit: Frau Thomas Mann

 

Wer war Frau Thomas Mann? Wer war Katharina Pringsheim? Die Antwort auf die Fragen scheint einfach: Katia, wer denn sonst? Katia, die so bekannt ist wie Heinrich oder Golo, Erika oder Klaus. Eine Figur im Reich des Zauberers, seine engste Vertraute. «K.», die in Thomas Manns Tagebüchern als Mutter seiner Kinder, als seine Begleiterin und Ratgeberin, aber auch als Managerin eines ebenso erfolgreichen wie bedrohten Betriebs erscheint.

Katia, Ehefrau und Mutter – von Mann und Kindern aus gegebenem Anlass in Essays, Reden und brieflichen Huldigungen in ihrer Widersprüchlichkeit beschrieben. «Sie war eine «starke und naive Persönlichkeit», meinte Golo, ihrem Mann an «logisch-juristischer Intelligenz» überlegen und ge- legentlich aufbrausend: «sie hatte den Jähzorn ihres Vaters geerbt».

 

 

Cover

 

 

Katia, die Spiegelfigur, eine von außen betrachtete Gestalt: Wer war sie wirklich? Das «Zubehör» des Zauberers, der ohne seine Frau nicht arbeiten konnte? Gewiss. Aber Katia Mann war mehr: Zentrum einer  amazing family und Partner für Menschen, die Trost brauchten. Niemand kannte die Seelenlage ihres Mannes, Treue und Verlässlichkeit eines androgyn veranlagten Künstlers, so genau wie sie; niemand  wusste so viel von den Geheimnissen der Kinder; niemand beherrschte das Reglement der Diplomatie, von dessen strikter Befolgung das Wohl des  pater familias abhing, mit gleicher Perfektion wie Katharina, geb. Pringsheim, die schon als junges Mädchen von ihrer Mutter gelernt hatte, dass sich Strenge und Liberalität, Ordnung und Leidenschaft sehr wohl vereinen ließen . . . vorausgesetzt, man war intelligent. Und das traf für Katia Mann zu. (Der Zauberer wurde zornig, wenn er in Situationen geriet, in denen seine Frau ihm intellektuell überlegen war.)

Woher wir das wissen? Aus Katias Briefen, Hunderten von bisher unbekannten Schriftstücken, auf denen, als strukturierenden Elementen, unsere Biographie beruht.“

 

 

 

 

Walter Jens (Hamburg, 8 maart 1923)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: walter jens, thomas mann, katia mann, romenu |  Facebook |