01-07-17

Alun Lewis

 

De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zijn vader en moeder werkten allebei in het onderwijs en hij had een jongere zus, Mair en twee broers. Tegen de tijd dat hij een beurs won voor de Cowbridge Grammar School, was hij al geïnteresseerd in schrijven. Hij ging verder studeren aan de Aberystwyth University en de University of Manchester. Hoewel hij in Zuid-Wales werd geboren, schreef hij alleen in het Engels. Lewis was niet succesvol als journalist en verdiende in plaats daarvan zijn brood als vervangend leraar. Hij ontmoette de dichter Lynette Roberts (wiens gedicht "Llanybri" een uitnodiging voor hem vormde om haar thuis te bezoeken), maar ze was getrouwd met een andere dichter, Keidrych Rhys. In 1939 ontmoette Lewis Gweno Ellis, een lerares, met wie hij op 5 juli 1941 trouwde. Na het uitbreken van WO II trad Lewis eerst toe tot de Royal Engineers van het Britse leger, omdat hij een pacifist was die de nederlaag van het fascisme wilde helpen bevorderen en vocht desondanks later in een infanteriebataljon. In 1941 werkte hij samen met de kunstenaars John Petts en Brenda Chamberlain aan de "Caseg broadsheets". Zijn eerste gepubliceerde boek was de poëziebundel “Raider's Dawn and other poems” (1942) , gevolgd door een bundel korte verhalen “The Last Inspection” (1942). In 1942 werd hij met de South Wales Borderers.naar Indiagezonden. Lewis stierf op 5 maart 1944 in Birma, waar gestreden werd tegen de Japanners. Hij werd in zijn hoofd geschoten, na het scheren en wassen, bij de latrines van de officieren, met zijn revolver in zijn hand, en stierf zes uur later aan de wond. Ondanks dat het een geval van zelfmoord was, concludeerde het leger na een onderzoek dat hij was gestruikeld en dat het een ongeluk was. Lewis’ tweede gedichtenbundel “Ha!Ha! among the trumpets. Poems in transit” werd gepubliceerd in 1945, en zijn “Letters from India” in 1946.

 

All day it has rained

All day it has rained, and we on the edge of the moors
Have sprawled in our bell-tents, moody and dull as boors,
Groundsheets and blankets spread on the muddy ground
And from the first grey wakening we have found

No refuge from the skirmishing fine rain
And the wind that made the canvas heave and flap
And the taut wet guy-ropes ravel out and snap,
All day the rain has glided, wave and mist and dream,
Drenching the gorse and heather, a gossamer stream
Too light to stir the acorns that suddenly
Snatched from their cups by the wild south-westerly
Pattered against the tent and our upturned dreaming faces.
And we stretched out, unbuttoning our braces,
Smoking a Woodbine, darning dirty socks,
Reading the Sunday papers – I saw a fox
And mentioned it in the note I scribbled home;

And we talked of girls and dropping bombs on Rome,
And thought of the quiet dead and the loud celebrities
Exhorting us to slaughter, and the herded refugees;
-Yet thought softly, morosely of them, and as indifferently
As of ourselves or those whom we
For years have loved, and will again
Tomorrow maybe love; but now it is the rain
Possesses us entirely, the twilight and the rain.

And I can remember nothing dearer or more to my heart
Than the children I watched in the woods on Saturday
Shaking down burning chestnuts for the schoolyard’s merry play
Or the shaggy patient dog who followed me
By Sheet and Steep and up the wooded scree
To the Shoulder o’ Mutton where Edward Thomas brooded long
On death and beauty – till a bullet stopped his song.

 

 
Alun Lewis (1 juli 1915 - 5 maart 1944)

10:36 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alun lewis, romenu |  Facebook |

30-06-17

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

29-06-17

Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Dit alles brengt ons weer terug in de kleine kamer van het Parijse Hôtel d'Alsace op 30 november 1900. Robert Ross en Reggie Turner hadden de nacht in een andere kamer van het hotel doorgebracht, waar zij tot tweemaal toe door de wachthoudende ziekenbroeder werden gewaarschuwd dat het afgelopen was. Dat bleek beide keren nog niet het geval, maar om half zes 's ochtends begon het reutelen van de stervende, dat Robert Ross in een uitgebreide brief van twee weken later (14 december aan Wildes vriend More Adey) vergelijkt met ‘het afgrijselijke ronddraaien van een ijzeren slinger’. In zijn verslag van die dag laat Robert Ross trouwens geen onappetijtelijk detail van het sterfbed onvermeld. Reggie Turner heeft altijd een veel vrediger versie van Oscar Wildes stervensuren staande gehouden, die hij bovendien pas veel later en niet dan met kiesheid aan het papier toevertrouwde.
Een onverifieerbare maar hardnekkig anekdote wil dat de stervende dichter op 28 november nog klagend tegen het intens lelijke bloemetjesbehang had gegrapt: ‘Dit behang kost me mijn leven. Een van ons beiden moet vertrekken.’ Nu, twee dagen later, was onafwendbaar duidelijk dat het inderdaad de schrijver was die het onderspit zou delven. De Britse ambassade-arts Maurice à Court Tucker, die Wilde in de voorafgaande acht weken maar liefst 68 keer had bezocht en die op 10 oktober nog een ooroperatie bij hem had laten verrichten, had zijn patiënt reeds enkele dagen tevoren opgegeven. Zelfs het toedienen van opium en morfine was intussen gestaakt en ook aan de consumptie van champagne - blijkens de rekeningen van het Hotel d'Alsace: 54 flessen Pommery Extra Sec en één fles Moët et Chandon in de laatste twee maanden - was een eind gekomen. Ross en Turner doodden de tijd met het verscheuren van brieven. Er was geen directe familie te waarschuwen. Wildes echtgenote Constance was hem op 7 april 1898 reeds in de dood voorgegaan; in het voorjaar van 1899 had hij haar graf op de Genuese begraafplaats Staglieno nog bezocht. Zijn vader en moeder waren respectievelijk reeds in 1876 en in 1896 overleden, terwijl zijn broer Willie in 1899 was gestorven. Met de beide zonen van Oscar bestond geen contact, en lord Alfred Douglas was de vorige dag al telegrafisch op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Tussen 12.00 en 12.30 uur op die dertigste november lieten de beide vrienden hun wacht even beurtelings aan elkaar over om iets te eten te halen. Daarna zaten zij opnieuw gezamenlijk aan het sterfbed, in afwachting van het einde.”

 

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Lees meer...

28-06-17

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode, Juan José Saer

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit: Climax (Vertaald door William Rodarmor)

„In this story, Sofia was a little like Poland.
Nicolas knew he would be the big loser in such an expansion. He already found it hard enough to make one woman come; the idea of having twice as much work, in the face of fierce competition, seemed more than he could handle. Unless, speaking purely technically, a transfer of competence occurred, which was something he absolutely didn’t want. Besides, how could he admit to his desire for another woman, right in front of Pauline? Let’s call this impulse erotic sovereignism, which would be the logical opposite of erotic federalism.
Erotic sovereignism might be thought infantile, and with good reason. Men, at least most of the time, are big children. Here’s proof: exhausted by all these considerations, which he suddenly found completely futile, Nicolas drank his coffee and went back to bed.
The architects of Europe thought that two things were essential for the people of the continent to feel European: a flag and an anthem. The matter of the flag was settled in 1955, and presented no particular difficulty. But that wasn’t the case with the anthem. People hoped a new world would emerge after the horror of the war, and a number of composers wanted to be part of that. They included a composer from Lyons named Jehane-Louis Gaudet. In 1949 he sent his Chant de la paix to the president of the Council of Europe and crossed his fingers. After all, wasn’t it a golden opportunity for an unknown artist to become famous?
After the Chant de la paix was presented to the Council, the president telephoned the composer to personally thank him for his contribution. Unfortunately, he said, it would be very difficult to adopt this magnificent composition as the European anthem.
“Why?” asked Gaudet in surprise.
“Because we are required to be unanimous.”
It turns out that on the day the council met, a little man with a mustache, a Dutchman from Rotterdam, had felt that the Chant de la paix was too…. The Council president had forgotten the word that had been used.
“Too what?” asked the composer. He felt a little annoyed, but was prepared to rewrite a few bars to satisfy the gentleman from Rotterdam if necessary”

 


Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

Lees meer...

27-06-17

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Teju Cole, Frank O'Hara, Paul Laurence Dunbar, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, João Guimarães Rosa

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Shapeshifter Poems

1
the legend is whispered
in the women's tent
how the moon when she rises
full
follows some men into themselves
and changes them there
the season is short
but dreadful shapeshifters
they wear strange hands
they walk through the houses
at night their daughters
do not know them


2
who is there to protect her
from the hands of the father
not the windows which see and
say nothing not the moon
that awful eye not the woman
she will become with her
scarred tongue who who who the owl
laments into the evening who
will protect her this prettylittlegirl

 

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

Lees meer...

26-06-17

Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Stefan Andres, Martin Andersen-Nexø, Branwell Brontë

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

It is Myself, Terror, It is Myself

Stranded dried up dreams flush with the muzzles of rivers create
formidable piles of mute bones
the too swift hopes crawl scrupulously
like tamed snakes
one does not leave one never leaves
as for me I have halted, faithful, on the island
standing like Prester John slightly sideways to the sea
and sculptured at snout level by waves and bird droppings
things things it is to you that I give
my crazed violent face ripped open in the whirlpool’s depths
my face tender with fragile coves where lymphs are warming
it is myself terror it is myself
the brother of this volcano which certain without saying a word
ruminates an indefinable something that is sure
and passage as well for birds of the wind
which often stop to sleep for a season
it is thyself sweetness it is thyself
run through by the eternal sword
and the entire day advancing
branded with the red-hot iron of foundered things
and of recollected sun

 

. . . On the State of the Union

I imagine this message in Congress on the state of the Union:
situation tragic,

left underground only 75 years of iron
50 years of cobalt
but 55 years worth of sulfur and 20 of bauxite
in the heart what?
     Nothing, zero,
          mine without ore,
          cavern in which nothing prowls,
          of blood not a drop left.

 

Vertaald door Clayton Eshleman en Annette Smith

 

 
 Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)

Lees meer...

Annie Salomons

 

De Nederlandse schrijfster, dichteres en vertaalster Annie Salomons (eigenlijk Anna Maria Francisca van Wageningen-Salomons) werd geboren in Rotterdam op 26 juni 1885. Annie Salomons haalde haar HBS-diploma in 1901. Als extraneus aan het Erasmiaans Gymnasium behaalde zij in 1905 het diploma gymnasium-alfa, waarna zij Nederlandse letteren studeerde, eerst in Leiden (1905-1907), later in Utrecht. Zij beëindigde in 1910 de studie voortijdig. Daarna woonde zij bij haar ouders tot aan haar huwelijk op 27 november 1924 met de jurist Henri (Han) van Wageningen. Van 1924 tot 1927 verbleven zij in Medan op Sumatra, in Nederlands-Indië. Han van Wageningen kon een goede carrière maken bij de Rechterlijke Macht, maar Annie Salomons verdroeg de hitte slecht. Na drie jaar keerden zij terug naar Nederland om zich in Den Haag te vestigen, waar Van Wageningen tot rechter was benoemd. Salomons werkte al vroeg mee aan tal van tijdschriften. Onder invloed van de Tachtigers en aangemoedigd door Johan de Meester sr. was zij aanvankelijk dichteres. Later maakte zij echter vooral naam door haar romans. Salomons heeft de vele groten van de generatie na Tachtig persoonlijk gekend: Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden, Louis Couperus, J.H. Leopold, P.C. Boutens, Nico van Suchtelen, Carel Gerretson (Geerten Gossaert), Slauerhoff, J.C. Bloem en Adriaan Roland Holst. Van de schrijfsters kende zij vooral Top Naeff, Ina Boudier-Bakker, Carry van Bruggen en Margo Scharten-Antink. Verder de Vlamingen August Van Cauwelaert, Felix Timmermans, Karel van de Woestijne en Herman Teirlinck. Al deze ontmoetingen maakten indruk op Salomons en velen werden door haar bewonderd. In “Herinneringen uit de oude tijd aan schrijvers, die ik persoonlijk heb gekend” vertelt zij over deze kleurrijke mensen die haar leven en werken hebben beïnvloed en gevormd.

 

Zigeunerweisen van Sarasate

De klanken klagen door den zwaren nacht
Hun zoelen zang van ongetroost verlangen....

Ik bid je, leg je hand niet aan mijn wangen,
Ook ik heb jarenlang vergeefs gewacht,
En bij de eentonig-uitgehuilde klacht
Voel ik mijn ziel door ouden waan bevangen.

De klanken stijgen tot een sterken stroom,
Die zich een bres breekt door het steil berusten.
Ik wéét niet meer, met welken verren droom
Ik vroeger steeds mijn heet verlangen suste....
De stroom is niet te stuiten; - liefde kóóm',
En néém mijn mond, die hunkert naar haar lusten.

 

 

Wreede liefde

III
Wij, die elkaar in droomen minden,
Buiten den dwang van ruimte en tijd,
Hoe zullen wij bevreed'ging vinden
In deze arme werklijkheid?

Uw hoofd, in mijnen arm gedoken,
Lijkt als een vrucht zoo broos en klein;
Gij houdt uw oogen vroom geloken;
Kan daar mijn hééle wereld zijn?

Er ligt een trots van troostend weten
In uwer handen vasten druk.
Maanden van hunkring, fel verbeten,
Heeft rustloos mij de drang bezeten
Naar dit onmogelijk geluk.

Maar, bang en blij tot u gekomen,
Zooals een kind naar 't eerste feest,
Lijkt liefde's liefste mij ontnomen:
Gij maakt een eind aan al mijn droomen....
Ik ben nog nooit zóó arm geweest.

 

 
Annie Salomons (26 juni 1885 – 16 januari 1980)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annie salomons, romenu |  Facebook |

25-06-17

George Orwell, Yann Martel, Rob van Essen, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky

 

De Britse schrijver George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) werd op 25 juni 1903 geboren in Motihari, India. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor George Orwell op dit blog.

Uit: 1984

“On occasion he had even been entrusted with the rectification of The Times leading articles, which were written entirely in Newspeak. He unrolled the message that he had set aside earlier. It ran:
times 3.12.83 reporting bb dayorder doubleplusungood refs unpersons rewrite fullwise upsub antefiling
In Oldspeak (or standard English) this might be rendered:
The reporting of Big Brother's Order for the Day in The Times of December 3rd 1983 is extremely unsatisfactory and makes references to non-existent persons. Rewrite it in full and submit your draft to higher authority before filing.
Winston read through the offending article. Big Brother's Order for the Day, it seemed, had been chiefly devoted to praising the work of an organization known as FFCC, which supplied cigarettes and other comforts to the sailors in the Floating Fortresses. A certain Comrade Withers, a prominent member of the Inner Party, had been singled out for special mention and awarded a decoration, the Order of Conspicuous Merit, Second Class.
Three months later FFCC had suddenly been dissolved with no reasons given. One could assume that Withers and his associates were now in disgrace, but there had been no report of the matter in the Press or on the telescreen. That was to be expected, since it was unusual for political offenders to be put on trial or even publicly denounced. The great purges involving thousands of people, with public trials of traitors and thought-criminals who made abject confession of their crimes and were afterwards executed, were special show-pieces not occurring oftener than once in a couple of years. More commonly, people who had incurred the displeasure of the Party simply disappeared and were never heard of again. One never had the smallest clue as to what had happened to them. In some cases they might not even be dead. Perhaps thirty people personally known to Winston, not counting his parents, had disappeared at one time or another.”

 

 
George Orwell (25 juni 1903 – 21 januari 1950)
Cover

Lees meer...

Larry Kramer, Claude Seignolle, Ariel Gore, Heinrich Seidel, Hans Marchwitza, Georges Courteline, Friederike Kempner

 

De Amerikaanse schrijver, columnist en homoactivist  Larry Kramer werd geboren in Bridgeport, Connecticut op 25 juni 1935. Zie ook alle tags voor Larry Kramer op dit blog.

Uit: Faggots

“Winnie, or more correctly, Dunnie, as he was then called, didn't know what a fairy was, such being the insularity of Main Line education even then. So calmly, that same night, with that quest for curiosity, that vigor for knowledge which deserted him at some point between Hill and U. Va., he asked one of his classmates, a cute Jewish scholarship student from Shreveport named Sammy Rosen, whom Dunnie had been spending a lot of time with because Sammy was well-versed and hence helpful in time of test and trial, and as luck would have it, Sammy knew, as Dunnie knew he would. Sammy also shivered as he dispensed the knowledge, so both of them realized, at precisely this moment in time, that they were about to learn even more comprehensively what a fairy was. "Want to come to my room and have some of my Mama's brownies?" Sammy began haltingly. It was as simple as that. "What will you do when you finish college?" Sammy asked, trying to keep the conversation light, even though he'd been wet dreaming for several months about such an opportunity as was obviously now creeping up on both of them, as they sat on his bed munching away at Mrs. Rosen's brown squares and waiting for whatever was going to happen to happen. "I think I'm very handsome," Dunnie said quite matter-offactly, in response to the question. Was this not a Future Great Model in embryo even then? "Don't you?" "... Yes ...," Sammy replied, wondering what one thing had to do with another. "I wish to do something that will allow the world to appreciate my handsomeness." "Oh. Like be a movie star?" "Heavens, no. I don't want to have to talk. I just want to be seen." And to illustrate his point, he cast a long look at himself in Sammy's bureau mirror, which was tilted just his way. "And, of course, to be talked about. And worshipped and adored." "Oh." "I guess that means I have to be a famous model, though even that's less than perfect. I really don't want to be associated with any product. But I guess that can't be helped. But I'll see to it that my picture is large and no one will pay any attention to whatever it is I'm selling." This news hung in the air for moments as the two boys—like cute animals in Walt Disney cartoons, which, when confronted with anything intractable, simply engorge it whole—stuffed huge brownies into their mouths. Dunnie was pleased that his future was clear and Sammy was impressed with such direction. Then Dunnie prophesied again: "I'll tell you something else. I don't want to get married. Ever." "How do you know that?" "I know it. My parents are married, so I just know it." "I ... I know it, too."

 

 
Larry Kramer (Bridgeport, 25 juni 1935)
Cover

Lees meer...

Leendert Witvliet

 

De Nederlandse dichter en schrijver Leendert Witvliet werd geboren in Werkendam op 25 juni 1936. Witvliet begon op zijn zeventiende met het schrijven van cabaret-teksten en gedichten.¹ Hij bezocht de Rijkskweekschool en studeerde M.O-A en M.O-B Nederlands aan de Fryske Akademie te Groningen. Vanaf 1961, na zijn militaire dienstplicht, was hij tot zijn 56ste in het openbaar onderwijs werkzaam. Aan de HAVO en het VWO van het Heymanscollege te Groningen het langst, als conrector en leraar Nederlands. Witvliet werkte regelmatig mee aan de jeugdbijlage van Vrij Nederland, 'De Blauw Geruite Kiel', waar hij zowel verhalen als gedichten voor schreef. Voor het Nieuwsblad van het Noorden was hij enige jaren criticus voor de jeugdliteratuur. Ook publiceerde hij werk voor de middelbare school en schreef een boekje voor leraren Nederlands over poëzie in de klas. Witvliet was medewerker aan o.a. De Gids, NVT, Raster, Maatstaf, de Poëziekrant en Rottend Staal.

 

Klaproos

Even maar in bloei
langs de spoorlijn
de klaproos
met het kleine behaarde blad
de bloem
vuurrood en donker middenin.

Hoog boven het gras
wuift ze
naar wie langs haar komt.

 

December

Een middag met een laag zonnetje
met een vijver in december met alles
sneeuw, eenden, vastgevroren
en pas bij elkaar.
Je gezicht met een laag vermoeidheid.

Hoe alles om je heen
deed denken aan ziek,
je achtergebleven lieve zieke
in je en nog geen herinnering.

Hoe we zeggen hoe we zwijgen.

 

 
Leendert Witvliet (Werkendam, 25 juni 1936)

10:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: leendert witvliet, romenu |  Facebook |

24-06-17

Wilfred Smit, Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn

 

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

Brief

Het grotestadskind schrijvend
aan haar grootvader, zegt niet:

men noemt mij mager,
een klein kreng waar straks
madelieven in een kring
omheen zullen staan -, maar:

't is erger met mijn pop
sinds u daarbuiten woont.

ach, nu is zij moegeschreven
aan grootvader - de enveloppe
omsluit haar liefderijk,
een pop onder een lila deken.

 

 

Rococo

Gracielijk en licht sterven,
een kleine zucht in de paniers
en 't is niet meer.

dien avond heeft men ons
gekleed te bed gelegd,
als in een rose medaillon
voor iedereen te kijk -

en o bepoederde horreur,
het clavecimbel speelt door.

 

 
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)
Soerabaja, Rode Brug

Lees meer...

Madelon Székely-Lulofs, Johannes van het Kruis, Kurt Kusenberg, Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, Josse Kok

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Rubber

“De chauffeur kroop weer achter het stuur. Het Fordje begon te reutelen en te puffen en langzaam reed de wagen de pont op.
Het water stond laag in de rivier; het had zes weken niet geregend. Er was haast geen stroom en de pont ging bijna onmerkbaar over. De veerman staarde in het water.... Wat kon het hém schelen of het lang duurde! Hij had immers toch niets te doen! En wat maakte het uit.... of je nu in een half uur over was of in tien minuten!
Uit verveling begon John een praatje met Pâ Karmo, die op de leuning van de pont zat.
‘Weinig water, Pâ Karmo.’
Pâ Karmo keek even over de rivier alsof hij haar vandaag nog niet gezien had. Dan knikte hij.
‘Weinig water, toewan.’
Een paar naakte inlandsche jongetjes baadden aan den oever.
‘Hoe staat het met de krokodillen.... zijn er véél?’
Pâ Karmo keek weer even over de rivier en knikte weer.
‘Veel krokodillen, toewan.... Als het zulk laag water is, zijn er altijd veel.’
‘En zijn die kinderen niet bang?’
Pâ Karmo hief zijn hoofd, keek even naar de badende jongens.
‘Nee, ze zijn niet bang,’ zei hij toen. En na een korte pauze liet hij er op volgen:
‘Ze zijn het al gewend om daar te baden.’
‘En gebeurt er nooit een ongeluk?’
‘Saja, toewan.... eergister is Si Pintjang van kampong Baroe meegetrokken door en krokodil.’
John ging wat rechter op zitten. Hij kende Si Pintjang.... een kleine, kreupel geboren maleische jongen, die wel eens water voor hem haalde om den motor bij te vullen.
‘En.... is hij dóód?’

 

 
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Cover Tsjechische vertaling

Lees meer...

23-06-17

David Leavitt, Jo Govaerts, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit:While England Sleeps

“To start with, at that time I'd gone to bed with probably three dozen boys, all of them either German or English; never with a woman. Nonetheless -- and incredible thought it may seem -- I still assumed that a day would come when I would fall in love with some lovely, intelligent girl, whom I would marry and who would bear me children. And what of my attraction to men? To tell the truth, I didn't worry much about it. I pretended my homosexuality was a function of my youth, that when I "grew up" it would fall away, like baby teeth, to be replaced by something more mature and permanent. I, after all, was no pansy; the boy in Croydon who hanged himself after his father caught him in makeup and garters, he was a pansy, as was Oscar Wilde, my first-form Latin tutor, Channing's friend Peter Lovesey's brother. Pansies farted differently, and went to pubs where the barstools didn't have seats, and had very little in common with my crowd, by which I meant Higel and Horst and our other homosexual friends, all of whom were aggressively, unreservedly masculine, reveled in all things male, and held no truck with sissies and fairies, the overrefined Rupert Halliwells of the world. To the untrained eye nothing distinguished us from "normal" men.
Though I must confess that by 1936 the majority of my friends had stopped deluding themselves into believing their homosexuality was merely a phase. They claimed, rather, to have sworn off women, by choice. For them, homosexuality was an act of rebellion, a way of flouting the rigid mores of Edwardian England, but they were also fundamentally misogynists who would have much preferred living in a world devoid of things feminine, where men bred parthenogenically. Women, according to these friends, were the “class enemy” in a sexual revolution. Infuriated by our indifference to them (and to the natural order), they schemed to trap and convert us*, thus foiling the challenge we presented to the invincible heterosexual bond.
Such thinking excited me - anything smacking of rebellion did - but it also frightened me. It seemed to me then that my friends’ misogyny blinded them to the fact that heterosexual men, not women, had been up until now, and would probably always be, their most relentless enemies. My friends didn’t like women, however, and therefore couldn’t acknowledge that women might be truer comrades to us than the John Northrops whose approval we so desperately craved. So I refused to make the same choice they did, although, crucially, I still believed it was a choice.”

 

 
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Cover

Lees meer...

22-06-17

Sommer (Ilse Kleberger), Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben

 

Dolce far niente

 

 
Phoenix Summer Heat door Joan Therien, 2010

 

 

Sommer

Weißt du, wie der Sommer riecht?
Nach Birnen und nach Nelken,
nach Äpfeln und Vergißmeinnicht,
die in der Sonne welken,
nach heißem Sand und kühler See
und nassen Badehosen,
nach Wasserball und Sonnenkrem,
nach Straßenstaub und Rosen.

Weißt du, wie der Sommer schmeckt?
Nach gelben Aprikosen
und Walderdbeeren, halb versteckt
zwischen Gras und Moosen,
nach Himbeereis, Vanilleeis
und Eis aus Schokolade,
nach Sauerklee vom Wiesenrand
und Brauselimonade.

Weißt du, wie der Sommer klingt?
Nach einer Flötenweise,
die durch die Mittagsstille dringt:
Ein Vogel zwitschert leise,
dumpf fällt ein Apfel in das Gras,
der Wind rauscht in den Bäumen.
Ein Kind lacht hell, dann schweigt es schnell
und möchte lieber träumen.

 

 
Ilse Kleberger (22 maart 1921 - 2 januari 2012)
Potsdam, Brandenburger Tor en Luisenplatz. Ilse Kleberger werd in Potsdam geboren.

Lees meer...