15-04-13

Patrick Bernauw

 

De Vlaamse schrijver, cenarist, acteur en regisseur Patrick Bernauw werd geboren op 15 april 1962 in Aalst en woont in Erembodegem. Tot zijn bekendste proza-werken behoren de docudetective Mysteries van het Lam Gods (1991) en, in samenwerking met Guy Didelez, de historische jeugdroman In het Teken van de Ram (1996) die in eigen land werd onderscheiden met de Prijs Knokke-Heist voor de Beste Jeugdroman en in Duitsland met de Eule des Monats. Zijn proza-werk voor de jeugd werd voorts nog twee maal bekroond met de John Flandersprijs voor Vlaamse Filmpjes, en het werd vertaald in het Frans, het Duits, het Noors, het Italiaans, het Spaans en het Pools. Zijn meest recente werken zijn doorgaans historische thrillers voor volwassenen, zoals Het Bloed van het Lam (2006), Nostradamus in Orval (2007), Het Illuminati Complot (2008 - De "illuminati" zijn een complotgroep die de wereld wil overheersen.), "De Paus van Satan" (2011) en "De Zaak Louis XVII" (2012). In 1994 ontving hij voor zijn luisterspel La Comédie Française de Provinciale Paul de Mont Prijs voor toneel. In 1998 richtte Patrick samen met zijn broer Fernand het muziektheatergezelschap Compagnie de Ballade op, dat zowel voor een volwassenen publiek als voor jongeren speelt. Patrick Bernauw schrijft niet alleen de teksten waarvoor zijn broer Fernand de muziek componeert, maar regisseert de stukken ook en acteert/zingt erin mee. Met De Sterke Verhalen Blues trok hij meer dan tien jaar door het hele Vlaamse land. Bernauw is sinds 1985 voltijds auteur en staat sinds 1987 aan het roer van zijn eigen productiehuis het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap ORAGE cvba, destijds opgericht om luisterspelen en radiodocumentaires te maken voor de vrije radio's. In 1999 stopte ORAGE definitief met het produceren van audiodrama en vormde zich om tot productiehuis voor theater- en multimedia-projecten.

Uit: Het Bloed van het Lam

“‘Pseudologia phantastica,’ luidde de diagnose van Mennaert. Het is in de ogen van Maarten een kwal van een vent, maar dit betekent niet noodzakelijk dat Mennaert ongelijk heeft.
‘Het dorpskerkje van Rennes-le-Château verkeerde in een ver gevorderde staat van ontbinding,’ gaat Lena verder alsof Maarten haar nooit heeft onderbroken. ‘En in 1891…’ Ze spreekt het jaartal heel nadrukkelijk uit en ze kijkt hem nu ook zo aan… als om te achterhalen of hij nog bij de les is.
‘Het jaar waarin Là-bas verscheen,’ knikt hij.
‘In 1891 dus verwijderde hij de altaarsteen die rustte op twee oude Visigotische zuilen, de restanten van een bouwwerk uit de zesde eeuw waarop de kerk aan het eind van de elfde eeuw was opgetrokken.’
Eén van de zuilen bleek hol te zijn. In de holle ruimte ontdekte Saunière vier perkamenten, gevat in verzegelde houten foedralen. Twee ervan bevatten stambomen; de eerste ging terug tot 1244, de tweede tot 1644. De overige documenten leken van de hand van een laat achttiende eeuwse voorganger van Saunière, Antoine Bigou. Oppervlakkig bekeken, kon men de teksten beschouwen als vrome fragmenten uit het Nieuwe Testament, gesteld in het Latijn. Maar hier en daar waren er woorden aan elkaar blijven kleven, liepen er lijnen door hele zinnen, werden er overbodige letters toegevoegd of boven de rest van de letters geplaatst.
‘Saunière is er vermoedelijk niet in geslaagd de code te breken waarin de boodschap gesteld was. Niettemin realiseerde hij zich op iets belangrijks gestoten te zijn. Hij trok met zijn ontdekking naar de bisschop van Carcassone, die hem op staande voet doorstuurde naar Parijs. Daar maakte hij kennis met de linguïst en cryptografisch expert Emile Hoffet, die zich ondanks zijn priesterroeping ten zeerste interesseerde voor allerlei esoterische onderwerpen en contacten onderhield met diverse secten en geheime genootschappen. Hoffet introduceerde de plattelandspriester in kringen die gefrequenteerd werden door letterkundigen als Mallarmé en Maeterlinck, de componist Debussy, Emma Calvé… Emma was een geval apart… Ze moet zo een beetje de Maria Callas van haar tijd geweest zijn, en ze was de hogepriesteres van een esoterische secte en de maîtresse van verscheidene invloedrijke occultisten. Al gauw deden er ook geruchten de ronde over een amoureuze affaire tussen Saunière en Calvé.”

 

 
Patrick Bernauw (Aalst, 15 april 1962)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: patrick bernauw, romenu |  Facebook |

14-04-13

Alexandre Jardin, Roman Graf, Tjitse Hofman, Péter Esterházy, Landolf Scherzer, Gabriele Stötzer

 

De Franse schrijver Alexandre Jardin werd geboren in Neuilly op 14 april 1965. Zie ook alle tags voor Alexandre Jardin op dit blog.

 

Uit: Bille en tête

 

“Mon père continuait à habiller de noir son existence. Son deuil interminable m'accablait chaque fois davantage. Alors, quand la coupe était pleine, je courais retrouver Clara. Sa maison riante m'accueillait à lit ouvert. Ses caresses me rassasiaient. Nous faisions l'amour à en perdre la tête pour oublier la mort de ma mère.
Chez Clara, c'était mieux qu'une auberge espagnole. On y trouvait plus que ce qu'on y apportait. J'apportais mes seize ans, et j'y trouvais l'amour, le vrai.

(...)

 

“Sur le chemin du retour, bercé par les cahots ferroviaires, je pensais à toi, l'Arquebuse. Ta mort ferait de moi un riche héritier en rillettes et autres cochonnailles ; mais tu me laisserais longtemps le regret de tes sourires. Pour la première fois, tu m'apparus égoïste; car enfin, tes retrouvailles avec le bon Dieu étaient bien jolies, mais qu'allais-je faire de mes pleurs? Tu ne serais plus là pour les sécher. Grand-mère irresponsable, tu n'avais pas songé qu'en mourant tu me léguerais aussi de la tristesse. Voilà ce que c'est que les vieux. Et, chose plus cruelle encore, tu me forçais à étouffer mes larmes ; car pleurer aurait été te trahir. Pourtant, le jour de ta mort, je te ferais cette infidélité. L'espace de quelques sanglots, je me laisserais chialer, tu m'entends, oui chialer comme un enfant. Mais rassure-toi, ce sera très bref. Je te promets d'être heureux et de rire aux éclats à la sortie de ton enterrement. Sitôt la grille du cimetière franchie, je m'engage même à basculer une fille dans une meule de foin. On fera l'amour à ta santé ; ça ne sera pas triste ; je le jure sur ta tête.”

 

 

 

Alexandre Jardin (Neuilly, 14 april 1965)

Lees meer...

Charles Lewinsky, Helene Hübener, Roberto Schopflocher, Martin Kessel, Gerhard Rohlfs

 

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

 

Uit: Johannistag

 

“Wenn man sich der Dorfmitte nähert, rücken die Häuser näher zusammen, sie haben sich auf städtisch herausgeputzt und ihre Gärten hinter sich versteckt, als ob sie sich der Tomatenstauden schämten und der wuchernden Gurken. Wer zu den Beeten will, muss zuerst durch die Garage, die früher mal eine Scheune war, und bevor er wieder auf die Straße hinausgeht, wechselt er die Schuhe. Die Grundstücke sind durch immer neue Erbteilungen verwinkelt und verzahnt; man kennt seine Nachbarn, wenn man hier wohnt, hat ihnen seit Generationen in die Fenster gesehen und in die Geschichten.

Man hat mir zum Beispiel (das wird Dir gefallen) von einem Mann erzählt, der konnte sich zwischen zwei Schwestern nicht entscheiden, heiratete schließlich die eine und nahm die andere mit ins Haus, und immer, wenn die ledige schwanger war, musste sich die verheiratete den Bauch ausstopfen, um das Kind später als ihr eigenes ausgeben zu können. Ich habe die Geschichte gehört, als ob sie sich gestern ereignet hätte oder vorgestern, aber als ich Genaueres wissen wollte, stellte sich heraus, dass sie im letzten Jahrhundert spielt. Wie der Mann geheißen hat und seine zwei Frauen, das wusste man nicht mehr zu sagen, aber das Haus, in dem die beiden immer abwechselnd ihre Kinder geboren haben, das konnte man mir noch zeigen.

Die Leute in diesen Häusern sind anders als die am Rande des Dorfes, obwohl es nur ein paar Schritte dahin sind, bürgerlicher, sie haben Jobs irgendwo in der Umgebung, oder sie ziehen sich

zumindest an, als ob sie Arbeit haben würden, wenn sich nur welche finden ließe. Am Morgen fahren sie mit ihren Autos weg, lassen die grün lackierten Scheunentore offen stehen, so dass man die Stapel mit den Mineralwasser kisten sehen kann und die sauber aufgeräumte Werkbank, am Abend kommen sie wieder zurück, aus ihren Küchen riecht es nach Zwiebeln und Knoblauch, und wenn man später noch einmal vorbeigeht, flackern die Fernsehschirme hinter den Fenstern.”

 

 

 

Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

Lees meer...

13-04-13

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

Huis bij de rivier

 

Kinderen mogen van hem spelen
op de begraafplaats naast zijn huis

of mogen daar stil zijn
en bloemen neerleggen op de graven

en mogen de volgende dag op school zeggen: 'Luister,
gisteren legde ik bloemen neer op het graf van je oma.'

Huis bij de rivier.
Vissen in de rivier.

 

 

 

Wat ik hoor

 

Dat is wat ik gehoord heb,
het is mij verteld,
maar niet als iets
wat ik niet moet vergeten.

Iets horen
van lang geleden,
alsof voor alles geldt
dat het altijd nog kan komen.

Wat begint met
een langzame golf,
een deur die opengaat,
wil iemand naar binnen?

Wat ik mij herinner
is wat mij verteld is,
langzaam overeind komen
en golven komen door de schemering, van wat?

 

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

Lees meer...

Seamus Heaney, Stephan Hermlin, Orhan Veli, Tim Krabbé

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

The Harvest Bow

 

As you plaited the harvest bow
You implicated the mellowed silence in you
In wheat that does not rust
But brightens as it tightens twist by twist
Into a knowable corona,
A throwaway love-knot of straw.

Hands that aged round ashplants and cane sticks
And lapped the spurs on a lifetime of game cocks
Harked to their gift and worked with fine intent
Until your fingers moved somnambulant:
I tell and finger it like braille,
Gleaning the unsaid off the palpable,

And if I spy into its golden loops
I see us walk between the railway slopes
Into an evening of long grass and midges,
Blue smoke straight up, old beds and ploughs in hedges,
An auction notice on an outhouse wall—
You with a harvest bow in your lapel,

Me with the fishing rod, already homesick
For the big lift of these evenings, as your stick
Whacking the tips off weeds and bushes
Beats out of time, and beats, but flushes
Nothing: that original townland
Still tongue-tied in the straw tied by your hand.

The end of art is peace
Could be the motto of this frail device
That I have pinned up on our deal dresser—
Like a drawn snare
Slipped lately by the spirit of the corn
Yet burnished by its passage, and still warm.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open.

 

 

 

 

Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

Lees meer...

12-04-13

Antje Rávic Strubel, Scott Turow, Tom Clancy, Alan Ayckbourn, Agnes Sapper

 

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

 

Uit: Gebrauchsanweisung Schweden

 

“Ich hatte eine Villa in Schweden, am Ufer des Fryken in Värmland. Vom Fenster und von der Veranda war der See zu sehen, der in der Sonne hell aufschien. Vogelbeerbäume säumten eine Schneise im Wald. Solange der Nachbar die Schneise nicht zuwuchern ließ, wurde sie von Rehen genutzt, um in der Dämmerung zum Trinken ans Ufer zu ziehen.

Wenn die Tannen nachts in der Spur des MondesSchatten auf die Kiesel warfen und das Gras am Schuppen grau und verwittert aussah, wenn nach einer stürmischen Nacht Kastanienhülsen, Birkenzweige und die Blätter der Akazie über die Holzplanken der Veranda trieben und das Haus im blauen Licht wirkte wie der letzte, verlassene Ort, oder wenn an einem Frühsommermorgen der Tau die verrosteten Seile des Fahnenmastes im Garten versilberte und die Luft so klar war, dass sie schmerzend scharfe Bilder aus der Landschaft trieb, war es, als hätte bis zu diesem Moment jemand anderes mein Leben gelebt. Ich aber wäre die ganze Zeit hier gewesen.

Ich war in meine Villa so verliebt wie Tania Blixen in ihre Farm in Afrika, und genauso blauäugig hatte ich sie auch gekauft. Die Abenteuer schienen mir, die ich nie in Kenia gewesen bin, vergleichbar groß. Unerschrocken unternahm ich Tagesmärsche in den nächsten Ort, um Proviant für die kommenden Wochen zu kaufen, verhandelte mit Einheimischen über die Reparatur meines Brunnens und hielt Elche für mindestens so gefährlich wie Löwen, weshalb ich wahrscheinlich nie einen sah. Glücklicherweise war ich am Ende nicht ganz so pleite wie die dänische Schriftstellerin, aber ich war am Anfang auch nicht annähernd so reich gewesen.”

 

 

 

Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

Lees meer...

11-04-13

Leonard Nolens, Mark Strand, Walid Soliman, Attila József

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

 

Geduld

 

Hou me vast, geduld, ook nu we samengaan
Als gaan en hurken, strelen en kapotte handen.
Als je kunt zal ik mij ook vanavond kuilen
Voor de nacht, en dromen, dromen dat ik slaap,
En dat ik slaap door alles heen en iedereen.

Als je me wekt zal ik me morgenochtend buigen,
En buigen opnieuw, over mijn bord, een vrouw, het lot
Dat mij aan tafel roept met zijn afwezige stem.
Ik zal er eten van haar brood, haar vlees, en eten
Tot ik niet meer kan, en weggegeten ben.

 

 

 

Jij bent schatrijk geboren

 

Jij en ik, dat is twee
Plus dit. Dat is drie. Dat is vragen
Om ruzie, men komt er niet uit.
Wij zitten perplex in elkaar.
Wij maken hetzelfde misbaar.
Jij en ik dat is een.

Jij bent schatrijk geboren
En kocht mij met gemak.
Dat zet ik je betaald
Op deze rekening.
Ik ben geen slapend geld
Vandaag, ik handel in ons.

Ik werk mij in het zweet
Van jou, ik bid en vloek mij
Uit de naad van ons,
Ik maak je winst op de markt.
Jij bent wat ik hier tel,
Mijn tol, mijn kapitaal.

Ik viel jou in de schoot
Van goud, ik woeker met wissels
Van ons en koop je terug
Nu ik ons doorverkoop
Aan vreemden, de truc is gelukt.
Wij staan op hetzelfde biljet.

 

 

 

Ritueel

 

Zij hebben ons hart ingepikt,
Onze groei, onze poppen genekt,
Onze tuin op de trein gezet,
Ons verblind met hun lichtende as.

Zij hebben de zwarte zak
Van hun afwezigheid strak
Over ons heengetrokken
En toen onze oren verpest
Met de ruis van hun hemelse spraak.

Dus waar ik vandaan kom, daar
Moet je die opgebaarde
Nog lichtjes blozende doden
Lang en bedachtzaam slaan.

 

 

 

 

Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

Lees meer...

10-04-13

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

 

Twee Partijen

 

Er zijn twee hachelijke
partijen: één strevende
naar het belachelijke,
dat is die der levenden;

en één van gezag,
dat is die der doden;
en als het aan mij lag
waren beide verboden.

Lag het aan mij
dan stichtte ik graag,
en liefst nog vandaag,
een derde partij.

De 'Waar Alleen Zij
Die Nergens Toe Horen,
Toe Horen Partij'
zij hierbij geboren.

Ik nodig degenen
die zich klimdrab
of zitsteen menen
tot lidmaatschap,

en maak bekend
dat dit gedicht
zich tot hen richt
als president;

want evenals
gesprek en spook
heeft het geen leven
en geen dood ook.

 

 

 

Echt gisteravond gebeurd

 

Wij zaten gewoon naast elkaar
en keken als altijd naar de tv
toen ik plotseling merkte: Nee,
dat is allemaal niet waar,

ik ben op een vreemde planeet
waar mijn vrienden mij achterlieten
en voor zover ik weet
zit ik eenzaam op visite.

Tegenover mij stond een lijst
waar een landschap in werd gereisd,
en waaruit tot overmaat
raar werd gepraat.

En ineens was dat weer niet waar
en we zaten opnieuw naast elkaar.

Wel blijft mij een bepaald
gevoel van onzekerheid:
wordt het niet langzaamaan tijd
dat ik word opgehaald?

 

 

 

Sluiting

 

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 

 

 

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

Lees meer...

In Memoriam José Luis Sampedro

 

In Memoriam José Luis Sampedro

 

 

De Spaanse schrijver José Luis Sampedro is maandagochtend, 8 april, op 96-jarige leeftijd in zijn woning in Madrid overleden. Dat heeft zijn echtgenote na zijn crematie dinsdag laten weten. Sampedro kreeg bekendheid met zijn roman La sonrisa etrusca, die als De Etruskische glimlach in het Nederlands is vertaald. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

 

Uit: De Etruskische glimlach (Vertaald door Eugenie Schoolderman)

 

“Verscholen spotjes zetten de figuren vol in het licht; door het spel van licht en schaduw is het bijna alsof ze tot leven komen. De roerloze oude man in het halfdonker daarentegen lijkt in de ogen van de suppoost wel een beeld.

‘Als betoverd,’ denkt hij onwillekeurig en om zichzelf gerust te stellen praat hij zich in dat er niets aan de hand is.

‘Die oude man is gewoon moe en omdat hij toch entree heeft betaald, wil hij ook wel even zitten. Zo zijn mensen van het platteland nou eenmaal.’ Omdat er niets gebeurt, loopt de zaalwachter na een poosje weer verder.

Nu hij weg is, lijkt de lucht rond om de drie gedaanten in de crypte, de oude man en het echtpaar, zich nog meer te verdichten. De tijd verstrijkt.

Ineens wordt de betovering verbroken door een jongeman, die zegt:

‘Eindelijk, vader! Kom, we gaan. Het spijt me dat ik u zo heb laten wachten, maar de directeur...’

De oude Roncone kijkt naar hem. ‘Arme kerel,’ denkt hij, ‘altijd maar gehaast en zich verontschuldigend... En dat moet dan mijn zoon zijn?’

‘Wacht even. Wat is dat?’

‘Dat daar? Het heet De echtgenoten. Een Etruskische sarcofaag.’

‘Een sarcofaag? Een kist voor doden?’

‘Ja... Maar nu moeten we gaan.’

‘Zijn ze echt in dat ding begraven? Het lijkt wel een divan.’

‘Een triclinium. De Etrusken aten liggend, net als in Rome. En ze werden ook niet echt begraven. De sarcofagen werden in een gesloten crypte gezet, die vanbinnen werd beschilderd als een huis.’

‘Precies, ja. Maar Andrea kan het u vast beter uitleggen. Ik ben geen archeoloog.’

‘Je vrouw? Goed, ik zal het haar vragen.’

Verbaasd kijkt zijn zoon hem aan. ‘Is hij er zo in geïnteresseerd?’ Hij kijkt opnieuw op zijn horloge.

‘Milaan is nog een heel eind, vader... Toe.’

Langzaam komt de oude Roncone overeind van de bank, met zijn ogen nog steeds strak op het paar gericht.

‘Ze werden begraven terwijl ze aten!’ mompelt hij verwonderd en met tegenzin gaat hij met zijn zoon mee.”

 

 

 

José Luis Sampredo (1 februari 1917 - 8 april 2013)

09-04-13

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski

 

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

 

Au lecteur

 

La sottise, l'erreur, le péché, la lésine,
Occupent nos esprits et travaillent nos corps,
Et nous alimentons nos aimables remords,
Comme les mendiants nourrissent leur vermine.

Nos péchés sont têtus, nos repentirs sont lâches ;
Nous nous faisons payer grassement nos aveux,
Et nous rentrons gaiement dans le chemin bourbeux,
Croyant par de vils pleurs laver toutes nos taches.

Sur l'oreiller du mal c'est Satan Trismégiste
Qui berce longuement notre esprit enchanté,
Et le riche métal de notre volonté
Est tout vaporisé par ce savant chimiste.

C'est le Diable qui tient les fils qui nous remuent !
Aux objets répugnants nous trouvons des appas ;
Chaque jour vers l'Enfer nous descendons d'un pas,
Sans horreur, à travers des ténèbres qui puent.

Ainsi qu'un débauché pauvre qui baise et mange
Le sein martyrisé d'une antique catin,
Nous volons au passage un plaisir clandestin
Que nous pressons bien fort comme une vieille orange.

Serré, fourmillant, comme un million d'helminthes,
Dans nos cerveaux ribote un peuple de Démons,
Et, quand nous respirons, la Mort dans nos poumons
Descend, fleuve invisible, avec de sourdes plaintes.

Si le viol, le poison, le poignard, l'incendie,
N'ont pas encor brodé de leurs plaisants dessins
Le canevas banal de nos piteux destins,
C'est que notre âme, hélas ! n'est pas assez hardie.

Mais parmi les chacals, les panthères, les lices,
Les singes, les scorpions, les vautours, les serpents,
Les monstres glapissants, hurlants, grognants, rampants,
Dans la ménagerie infâme de nos vices,

Il en est un plus laid, plus méchant, plus immonde !
Quoiqu'il ne pousse ni grands gestes ni grands cris,
Il ferait volontiers de la terre un débris
Et dans un bâillement avalerait le monde ;

C'est l'Ennui ! - l'oeil chargé d'un pleur involontaire,
Il rêve d'échafauds en fumant son houka.
Tu le connais, lecteur, ce monstre délicat,
- Hypocrite lecteur, - mon semblable, - mon frère !

 

 

 

Wees altijd dronken


Wees altijd dronken. Daar gaat het om: dat is het enige. Om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen die je schouders verbrijzelt en je naar de aarde toe drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken.

 

Maar waar aan? Aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten. Maar bedrink je.

 

En als je, een enkele keer, op de traptreden van een paleis, op het groene gras van een greppel, in desombere eenzaamheid van je kamer, wakker wordt, en de dronkenschap is al verminderd of verdwenen, vraag dan aan de wind, aan de golf, aan de ster, aan de vogel, aan de klok, aan alles wat vliedt, aan alles wat zucht, aan alles wat voortrolt, aan alles wat zingt, aan alles wat spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golf,de ster, de vogel, de klok, zullen je antwoorden: 'Het is tijd om je te bedrinken! Om niet de gemartelde slaven van de Tijd te zijn, bedrink je, bedrink je voortdurend! Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten.

 

 

Vertaald door Thérèse Fisscher en Kees Diekstra

 

 

 

 

Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

In 1855, foto door Nadar

Lees meer...

08-04-13

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver, John Fante, Hégésippe Moreau

 

 

Herinnering aan Gerard Reve

 

 

Vandaag is het precies 7 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

Hymne voor M.

 

Gij, Die alles weet en alles begrijpt,
ook waar Uw Zoon geen tijd voor heeft en geen geduld,
tot U, lieve Moeder, zing ik dit lied:
van U gekomen, keer ik tot U terug.
Moge het niet te lang duren voordat ik weer bij U ben.

 

 

 

 

Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)

In 1969

Lees meer...

Judith Koelemeijer

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Judith Koelemeijer werd geboren in Zaandam op 8 april 1967. Koelemeijer studeerde Nederlands en Culturele Studies, volgde een cursus aan de postdoctorale opleiding Journalistiek en werd daarna werkzaam bij de Volkskrant. In 2000 nam ze ontslag bij die krant om zich volledig te kunnen wijden aan het schrijven van haar debuutroman “Het zwijgen van Maria Zachea”, die in 2001 verscheen. Van deze familiegeschiedenis werden meer dan 250.000 exemplaren verkocht en het boek werd bekroond met de NS publieksprijs in 2002, het Gouden Ezelsoor in 2003 en de Zaanse Cultuurprijs. In 2008 verscheen de biografie “Anna Boom”, die ook vertaald werd naar het Duits en daar verscheen onder de titel “Das Leben der Anna Boom - die Geschichte einer mutigen Frau”. Het boek stond in 2008 op de achtste plaats in de Nederlandse top tien van bestverkochte non-fictie boeken. In juni 2009 verscheen “Mijn vader, de familie en ik” in de reeks Literaire Juweeltjes. Koelemeijer schrijft vanaf oktober 2009 samen met haar zus Rosa een interviewreeks voor het tijdschrift esta. In 2013 verscheen “Hemelvaart”. Het is haar eerste autobiografische boek en het gaat over het noodlottige einde van een vakantie op het Griekse Paros in 1985.

Uit: Anna Boom

“Er werd hard op de deur gebonkt. Wel een paar keer.Ze wist zeker dat het de Russen waren.
De Russen stonden voor haar huis en kwamen haar halen. Ze lag in bed. Ze kon geen kant op.
Ze moest haar revolver hebben. Waar was haar revolver? Ze moest hem hebben, nu meteen, voor het te laat was, ze moest opspringen en...
Iemand schudde aan haar arm. 'Wat heb jij nou?' vroeg Jan.
'Ik droomde,' zei ze, nog slaperig. 'Een nachtmerrie denk ik.'
'Je schreeuwde. Je riep: "Waar is mijn revolver?!"
En toen nog een keer. "Waar is mijnrevolver!"'
'Wil je een glas water halen?'
Het was vier uur 's nachts. In hun slaapkamer was het warm. Buiten hoorde ze de honden blaffen. Hun nieuwe buren in Cascais hadden veel honden, die liefst 's nachts veel lawaai maakten.
Terwijl ze haar glas leegdronk, keek Jan haar nog steeds verwonderd aan. 'Wat moet jij nu met een revolver?' vroeg hij.
'Het was maar een droom. Laten we gaan slapen.'
Jan deed het licht uit en ging dicht naast haar liggen. Terwijl ze naar zijn ademhaling luisterde, dacht ze aan de jonge Rus die ze al die jaren had willen vergeten - maar die zich nu niet langer liet wegstoppen in het donker.
'Wat was er vannacht?' vroeg Jan toen ze de volgende dag zoals gewoonlijk samen een borrel dronken; hij een pilsje met een jenever ernaast en zij een wodka met ijs.
'Ik droomde over de oorlog,' zei ze. 'Over de Russen. Er is iets gebeurd toen... Ik bedoel: er is zoveel gebeurd in Boedapest...”

 

 
Judith Koelemeijer (Zaandam, 8 april 1967)

11:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: judith koelemeijer, romenu |  Facebook |

07-04-13

William Wordsworth, Victoria Ocampo, Gabriela Mistral, Donald Barthelme, Johannes Mario Simmel

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

 

Daffodils

 

I wandered lonely as a cloud
That floats on high o'er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine
And twinkle on the milky way,
They stretched in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,
In such a jocund company:
I gazed--and gazed--but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

 

 

 

A Night Thought

 

Lo! where the Moon along the sky
Sails with her happy destiny;
Oft is she hid from mortal eye
Or dimly seen,
But when the clouds asunder fly
How bright her mien!

Far different we--a froward race,
Thousands though rich in Fortune's grace
With cherished sullenness of pace
Their way pursue,
Ingrates who wear a smileless face
The whole year through.

If kindred humours e'er would make
My spirit droop for drooping's sake,
From Fancy following in thy wake,
Bright ship of heaven!
A counter impulse let me take
And be forgiven.

 

 

 

 

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)

Lees meer...

Jens Peter Jacobsen, Gustav Landauer, Hervé Bazin, Roger Lemelin, Flora Tristan

 

De Deense dichter en schrijver Jens Peter Jacobsen werd geboren op 7 april 1847 in Thisted. Zie ook alle tags voor Jens Peter Jacobsen op dit blog.

 

 

Landschaft

 

Die weite Heide mit moosigem Fels,

Sanft schimmernder See in der Ferne,

Ein roter Streif, wo die Sonne versank,

Und einige flimmernde Sterne.

 

Und seltsam sausender, nächtlicher Wind

In schwerem und seufzendem Schlummer,

Als bangte bewegt eine Seele in ihm

Für irdische Schmerzen und Kummer.

 

Bei steigender Sonne wohl mancher Wunsch

Strich vorwärts auf mutigen Schwingen;

Wer weiß es, wird nicht der seufzende Wind

Die Wunden und Müden uns bringen?

 

Wer weiß, ob sie nicht versammeln sich hier

Wie Vögel zum herbstlichen Zuge

Und prüfen: haben die Flügel noch Kraft,

Versagen sie immer im Fluge?

 

Und viele fühlen, wie sie schon längst

Hinab den Todesstrom gleiten,

Die andern heben sich, Schar folgt auf Schar,

Geheilt in des Traumreiches Weiten.

 

 

 

Reime

 

I

Schneidet, schneidet Hafer,
Jedes Hälmchen klein!
Wer wird Hafer binden,
Wer wird oben sein?
Wer nimmt mich,
Und wer nimmt dich,
Wer wird uns verschmähen?
Gott nimmt seins, und Satan seins,
Niemand bleibt hier stehen.

 

 

Vertaald door Robert Franz Arnold

 

 

 

Jens Peter Jacobsen (7 april 1847 – 30 april 1885)

Lees meer...