14-10-13

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

 

In The Rain-

 

in the rain-
darkness,     the sunset
being sheathed i sit and
think of you

the holy
city which is your face
your little cheeks the streets
of smiles

your eyes half-
thrush
half-angel and your drowsy
lips where float flowers of kiss

and
there is the sweet shy pirouette
your hair
and then

your dancesong
soul.     rarely-beloved
a single star is
uttered,and i

think
       of you

 

 

 

 

I Like My Body When It Is With Your

 

i like my body when it is with your
body. It is so quite new a thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body.  i like what it does,
i like its hows.  i like to feel the spine
of your body and its bones,and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,
i like, slowly stroking the,shocking fuzz
of your electric furr,and what-is-it comes
over parting flesh….And eyes big love-crumbs,

and possibly i like the thrill

of under me you so quite new

 

 

 

 

It Is Funny, You Will Be Dead Some Day

 

it is funny, you will be dead some day.
By you the mouth hair eyes,and i mean
the unique and nervously obscene

need;it’s funny.  They will all be dead

knead of lustfulhunched deeplytoplay
lips and stare the gross fuzzy-pash
—dead—and the dark gold delicately smash….
grass,and the stars,of my shoulder in stead.

It is a funny,thing.  And you will be

and i and all the days and nights that matter
knocked by sun moon jabbed jerked with ecstasy
….tremble (not knowing how much better

than me will you like the rain’s face and

the rich improbable hands of the Wind)

 

 

 

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)

Zelfportret, 1958

Lees meer...

Maarten van der Graaff

 

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Hij studeerde religiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht en publiceerde poëzie en proza in onder andere De Revisor, nY, De Brakke Hond, DWB en Het Liegend Konijn. Van der Graaff staat op verschillende podia in Nederland en België en is redacteur en medeoprichter van het online literair tijdschrift “Samplekanon”. Hij debuteerde met de bundel “Vluchtautogedichten” bij uitgeverij Atlas Contact.

 

Kanaal

Deze zacht
toegeschroeide kras
is een kanaal.

De wil tot vooruitgang een
Hunebed, bestand tegen de terreur
van smeekbedes.

Uit het landgraf aan het kanaal
klauteren kinderen die moeten worden
beschreven.

Zo staat de wind.

Niets is eenvoudiger dan inzicht
in dit geval te verkrijgen.

Niets gemakkelijker dan met alle
nagels in de zwerfstenen wil
geslagen te wachten,
reikhalzend,

op de volle tiet
van de slaap.

 

 

 
Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maarten van der graaff, romenu |  Facebook |

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels voor Svetlana Alexievich

 

Aan de Wit-Russische schrijfster en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexandrovna Alexievich  werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Zie ook alle tags voor Svetlana Alexievich op dit blog.

 

Uit: Zinky Boys: Soviet Voices from the Afghanistan War

 

“I never want to write another word about the war, I told myself. Long after I'd finished "War is not a Woman", a book about World War II, I could still be upset by the sight of a child with a nosebleed.

Out in the country I couldn't bear to watch the fishermen cheerfully throwing their catch on to the sandy riverbank. Those fish, dragged up from the depts of God knows where, with their glassy, bulging eyes, made me want to vomit. I dare say we all have our pain threshold - physical as well as psychological. Well, I'd reached mine. The screech of a cat run over by a car, eventhe sight of a squa

shed worm, could make me feel I was going mad. I felt that animals, birds, fish, every living thing had a right to a life of its own. And then all of a sudden, if you can call it suddenfor the war had been going on for seven years...

One day we gave a lift to a young girl. She'd been to Minsk todo some food shopping for her mother. She had a big bag with chicken heads sticking out, I remember, and a shopping-net full of bread, which we put in the boot.

Her mother was waiting for her in the village. Or rather, standing at her garden gate, wailing.

'Mama!' The little girl ran up to her.

'Oh, my baby. We've had a letter. Our Andrey in Afghanistan.

Ohhh... They're sending him home, like they did Ivan Fedorinov. A little child needs a little grave, isn't that what they say? But my Andrei was as big as an oak and over six foot. "Be proud of me Mum, I'm in the Paras now," he wrote to us. Oh, why? .

Why? Can anyone tell me? Why? ''Each substance of agrief hath twenty shadoms.' (Richard II) Then, last year, something else happened.

I was in the half-empty waitingroom of a bus station. An officer was sitting there with a suitcase, and next to him there was as kinny boy who you could tell from his shaved head was a soldier.

The young soldier was digging in a plant pot (a dryold ficus, Iremember it was) with an ordinary kitchen fork. A couple of simple country women went and sat next to them and, out ofsheer curiosity, asked where they were going, and why, who were they? It turned out the officer was escorting the soldier home.“

 


Svetlana Alexievich(Stanyslaviv, 31 mei 1948)

13-10-13

Herman Franke, Colin Channer, Migjeni, Arna Wendell Bontemps, Conrad Richter, Edwina Currie

 

De Nederlandse schrijver Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Franke op dit blog.

 

Uit: Wolfstonen

 

“Hij betwijfelde of die oude huizen het zouden pikken. Anders dan de overbuurvrouw geloofde hij wel in bezielde materie en hij dacht aan een harem vol oude wijven met verdorde schaamlippen waar een jong, stralend meisje werd binnengebracht; haar billen glommen als goud, op haar borsten schitterden zilverkleurige sieraden, tussen haar benen gloorde een vochtige hemel en haar liefdeszuchten klonken als engelengezang. De oude vrouwen maakten krabbend, schoppend en bijtend een wrak van haar. Maar zo fantasierijk en poëtisch waren de anderen niet. Zij herinnerden zich het gat dat tientallen jaren lang in de huizenrij gegaapt had en de vlakte met puinresten en uitbundig opschietend onkruid maar al te goed. Het gat werd rechts en links begrensd door de bontgekleurde tussenmuren van de belendende percelen, die buitenmuren waren geworden op de dag van de sloop. Je kon nog zien waar de vloeren en trappen hadden gezeten. De witte uitsparing in een geel geschilderde kamerwand verried waar een rechthoekige kast had gestaan. Je zag de betegelde wanden van doucheruimtes. This wall is now available in paperback, was er met een spuitbus op de rechtermuur geschreven, die opbolde en gestut werd door boomstammen. Er liepen altijd katten op het door een gazen hekwerk afgezette terrein, dat in feite de enige groenvoorziening in de wijk was maar als zodanig werd de plek niet gewaardeerd. Integendeel, het gat was iedereen een doorn in het oog. Er werd huisvuil en andere rotzooi gedumpt dat ging rotten en stinken en ongedierte aantrok. Ouders verboden hun kinderen het terrein te betreden maar via kleine openingen in het hek kropen zij stiekem toch naar binnen. Kort daarna kregen ze last van huiduitslag en misselijkheid. Er zouden giftige planten groeien. Er zou illegaal gif zijn gestort. Er zou ontucht bedreven worden door homo’s en kinderlokkers.”

 

 

 

Herman Franke (13 oktober 1946 – 14 augustus 2010)

Lees meer...

12-10-13

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald

 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

 

Geboorte van de kleuren

 

Het grijs hield vol dat alles wit was
wat niet zwart was, dat alles dag was
wat niet nacht was. De vele kleuren
verbleven clandestien in het zonlicht
dat hen nog niet kon velen.

Wat wij nu rood vinden was wijnwit.
Oranje? Volle-melkwit.
Geel was een heel oud wit.
Groen, een grijzend wit.
Het blauw was nog zo bleu.
Indigo bleef maar bleken.
Violet werd olievet.

En verder was er zwart. Elke nacht
waren de tijden zwart. Elke zee
was zwart, elk woud, elk werelddeel.
De kunst was zwart, zo zwart als
de wereldziel. De inkt was Oost-Indisch
kleurendoof.

Moest er nog daglicht wezen?
vroeg de ochtend soms, of liever
vroeg de regen ('t regende pijpen-
stelen). De zon scheen daardoorhen
en kleurde als een boei,
werd een oranjeappel,
verschoot van vroeg goud
tot geel en groen,
zag dan weer blauw,
waste met indigo
een bloembed, violet.

De eerste regenboog
sprong in het eerste oog.

 

 

 

Motief op reis

 

Het motief was het moe
maar een patroon te zijn
in het vloerkleed. 't Wou
de wijde wereld in, en ging
als een klimoprank in het
ijle. 't Rekte zich, op zoek
naar een verband, dat er niet
was dan in het kleed. Dapper
steigerde het motief tegen
de hemel, helmboswuivend.
Omweef nu, hand, met wand,
met warme kleur en klank,
die wandelende tak.

 

 



Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Lees meer...

Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Paul Engle werd geboren op 12 oktober 1908 in Cedar Rapids. Zie ook alle tags voor Paul Engle op dit blog en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Uit: A Lucky American Childhood

 

The name Paul Engle trembles on his tongue.
Should it be bellowed, sneered, whined, bleated, sung?
Look at his broken (football) crooked nose,
His shifty way of letting his eyes close
When they look into your own eyes.
Too grim.
How could you buy an old used car from him?

 

Yet as a father what he gave was love.
Yet as a husband what he gave was love.

 

He likes his liquor, but his hands don’t’ shake.
He talks too much, merely for talking’s sake.
He seldom bores you, but he makes you mad.
He is not really evil, only bad.
He likes all animals, dog, cat and woman
(For whom his love is human—all-too-human).
Some think him worse, now, than he really is.
Some think him better than he really is.
His hands still calloused from his working youth,
His brain is calloused bending too much truth.

 

Eyeball to eyeball, he and his memory stare
As glittering mirrors into mirrors’ glare.

 

Let it be said of Engle in his praise:
He loved his life-crammed, people-crowded days,
The rough of rock, the autumn’s hovering haze,
Skin rubbed on skin, the loving, living blaze,
Bird wing far brighter than the air it beats,
Cabbageworm greener than the leaf it eats,
The high hysteria that lies behind
The howling horror of the manic mind.

 

Let it be stated clearly—he was cruel,
But only to the cruel and to the fool.

He liked to laugh, and yet he laughed too loud.
He loathed the selfish, greedy, and proud

And told them so in language of too much lip.
Each day his eyes run the fast razor’s track,
But see the radiant mirror sneering back.

 

 

 

 

Paul Engle (12 oktober 1908 – 25 maart 1991)

In 1961

Lees meer...

11-10-13

Conrad Ferdinand Meyer, Han Resink, Gertrud von Le Fort, François Mauriac

 

De Zwitserse dichter en schrijver Conrad Ferdinand Meyer werd geboren in Zürich op 11 oktober 1825. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Ferdinand Meyer op dit blog.

 

 

Das Heiligtum

 

Waldnacht. Urmächtge Eichen, unter die

Des Blitzes greller Strahl geleuchtet nie!

Dämmernde Wölbung, Ast in Ast verwebt

Von keines Vogels Lustgeschrei belebt!

Ein brütend Schweigen, nie vom Sturm gestört,

Ein heilig Dunkel, das dem Gott gehört

Darin, umblinkt von Schädel und Gebein

Sich ungewiss erhebt ein Opferstein ...

Es rauscht. Es raschelt. Schritte durch den Wald!

Das kurze römische Kommando schallt.

Geleucht von Helmen! Eine Kriegerschar!

Vorauf ein Gallier und ein Legionar:

"Die Stämme können dienen. Beil in Schwung!

Cäsar braucht Widder zur Belagerung!"

Erbleichend spricht der Gallier ein Gebet

Den Römer selbst ergreift die Majestät

Des Orts, doch hebt gehorchend er die Axt -

Der Gallier flüstert: "Weisst du, was du wagst?

Die Stämme - diese Riesen - sind gefeit,

Hier wohnt ein mächtger Gott seit alter Zeit

In dessen Nähe nur der Priester tritt,

Ein totenblasses Opfer schleppt er mit.

Versehrtest nur ein Blatt du freventlich

Stracks kehrte sich die Waffe wider dich!" ...

Die heilgen Eichen drohen Baum an Baum

Die Römer lauschen bang und atmen kaum,

Schwer, schwerer wird der Hand des Beiles Wucht

Und ihr entsinkts. Sie stürzen auf die Flucht.

"Steht!" und sie stehn. Denn es ist Cäsars Ruf

Der ihre Seelen sich zu Willen schuf!

Er ist bei seiner Schar. Er deutet hin

Auf eine Eiche. Sie umschlingen ihn,

Sie decken ihn wie im Gedräng der Schlacht,

Sie flehn. Er ringt. Er hat sich losgemacht,

Er schreitet vor. Sie folgen. Er ergreift

Ein Beil, hebts, führt den Schlag, der saust und pfeift ...

Sank er verwundet von dem frevlen Beil? Er

lächelt: "Schauet Kinder, ich bin heil.

Erstaunen! Jubel! Hohngelächter! Spott!

Soldatenwitz: "Verendet hat der Gott!"

Die Rinde fliegt! Des Stammes Stärke kracht!

Vom Laub zu dunklerm Laube flieht die Nacht.

Die Beile tun ihr Werk. Die Wölbung bricht,

Und Riesentrümmer überströmt das Licht.

 

 

 

Die Felswand

 

Feindselig, wildzerrissen steigt die Felswand.

Das Auge schrickt zurück. Dann irrt es unstät

Daran herum. Bang sucht es, wo es hafte.

Dort! über einem Abgrund schwebt ein Brücklein

Wie Spinnweb. Höher um die scharfe Kante

Sind Stapfen eingehaun, ein Wegesbruchstück!

Fast oben ragt ein Tor mit blauer Füllung:

Dort klimmt ein Wanderer zu Licht und Höhe!

Das Aug verbindet Stiege, Stapfen, Stufen.

Es sucht. Es hat den ganzen Pfad gefunden,

Und gastlich, siehe, wird die steile Felswand.

 

 

 

Conrad Ferdinand Meyer(11 oktober 1825 - 28 november 1898)
Het Conrad Ferdinand Meyer huis in Kilchberg

Lees meer...

Daniel Falb

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Falb deed in 1977 eindeamen gymnasium in Kassel en studeerde daarna in Berlijn onder meer filosofie, politieke wetenschappen en natuurkunde. Vervolgens deed hij vervangende dienstplicht aan het universitaire ziekenhuis in Marburg / Lahn (Psychiatrie). In 1998 werd hij voor het eerst actief in de literatuur en hij nam langdurig deel aan het schrijversforum "lauter niemand", hield lezingen in en buiten Berlijn en publiceerde in tijdschriften en bloemlezingen. Daarnaast werkte met daklozen, als portier en als een telefonist. In 2003 debuteerde hij met “die räumung dieser parks”, gevolgd door BANCOR in 2009.

 

bei sonnenaufgang

fühlte ich mich schon wie ein wirt
                      und war vom paketdienst. auf dem weg zum empfänger
kein laufband auslassen, keine spuren, nur infekte, nur verschleiß.
                  mein tourette-syndrom hatte immer für mich kommuniziert,
 aber jetzt hielten die zeremonien.
                             der witz mit der bananenschale wurde substanziell,
 und um die form zu wahren, wiederholte ich ihn noch mal.
        ich fand den briefkasten nicht, oder vielmehr nur den briefkasten.
 diese büros waren leer, aber verwanzt, das waren stallungen,
                      die viren meiner nutztiere wie erspartes noch in der luft.

 

 

die messbare tiefe der organisation

die messbare tiefe der organisation, die uns animierte. den urmeter
prüfen. die häuser bestehen aus kuchen.

montagne sainte-victoire´s twenty four expiring versions per time
unit. beachte das frischedatum der umgebenden dinge.

die natur produziert fertiggerichte. durch öffentliche ämter mithin
geht das geerntete, geht das körpergewicht bekleidet hindurch.

wir lagen übereinander, in der generationszeit. auf mir befand sich
ein präsident und die endlose reihe seiner lebendigsten darsteller. 

sagt eine erbse zur andren. die nachschublinien sind über und über
mit wohngebieten bedeckt. rasen von bürgerbüros.

wenn strukturen auf die straße gehen, was ist dann die straße. und
das obst, am strauch sekundenlang optimal konserviert.

ich zahlte in der lebensmittelabteilung und bekam das geld am automaten zurück, das an den bäumen wächst. 

 

 

 
Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

21:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: daniel falb, romenu |  Facebook |

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

De Canadese schrijfster Alice Munro krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. Alice Munro werd geboren op 10 juli 1931 in Wingham, Ontario. Zie ook alle tags voor Alice Munro op dit blog.

 

Uit: Differently

 

“It was true. Maya had a lot of servants, for a modern woman, though they came at different times and did separate things and were nothing like an old-fashioned household staff. Even the food at her dinner parties, which seemed to show her own indifferent touch, had been prepared by someone else.
Usually, Maya was busy in the evenings. Georgia was just as glad, because she didn’t really want Maya coming into the store, asking for crazy titles that she had made up, making Georgia’s employment there a kind of joke. Georgia took the store seriously. She had a serious, secret liking for it that she could not explain. It was a long, narrow store with an old-fashioned funnelled entryway between two angled display windows. From her stool behind the desk Georgia was able to see the reflections in one window reflected in the other. This street was not one of those decked out to receive tourists. It was a wide east-west street filled in the early evening with a faintly yellow light, a light reflected off pale stucco buildings that were not very high, plain storefronts, nearly empty sidewalks. Georgia found this plainness liberating after the winding shady streets, the flowery yards and vine-framed windows of Oak Bay. Here the books could come into their own, as they never could in a more artful and enticing suburban bookshop. Straight long rows of paperbacks. (Most of the Penguins then still had their orange-and-white or blue-and-white covers, with no designs or pictures, just the unadorned, unexplained titles.) The store was a straight avenue of bounty, of plausible promises. Certain books that Georgia had never read, and probably never would read, were important to her, because of the stateliness or mystery of their titles.
In Praise of Folly. The Roots of Coincidence. The Flowering of New England. Ideas and Integrities.

Sometimes she got up and put the books in stricter order. The fiction was shelved alphabetically, by author, which was sensible but not very interesting. The history books, however, and the philosophy and psychology and other science books were arranged according to certain intricate and delightful rules — having to do with chronology and content — that Georgia grasped immediately and even elaborated on. She did not need to read much of a book to know about it. She got a sense of it easily, almost at once, as if by smell.”

 

 

 

Alice Munro (Wingham, 10 juli 1931)

08:50 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nobelprijs, alice munro, romenu |  Facebook |

10-10-13

Menno Wigman, Ferdinand Bordewijk, Jonathan Littell, Harold Pinter, Boeli van Leeuwen

 

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

 

Kamer 421

 

Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels                 
en geen daarvan die zijn verwekker kent.     
                               
Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.  
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.

Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.

Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.

 

 

 

 

Promesse de bonheur

 

Ik in haar bed en zij die net de douche uit stapt.
Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.

Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.

Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,

naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.

 

 

 

 

Levensloop

 

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,

het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.

Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had

onder de wielen van de tijd wegstoof.

 

 

 

 

Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

Lees meer...

09-10-13

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

The Story of Old Women

 

I like old women
ugly women
mean women

 

they are the salt of the earth

 

they are not disgusted by
human waste

 

they know the flipside
of the coin
of love
of faith

 

dictators clown around
come and go
hands stained
with human blood

 

old women get up at dawn
buy meat fruit bread
clean cook
stand on the street
arms folded silent

 

old women
are immortal

 

Hamlet flails in a snare
Faust plays a base and comic role
Raskolnikov strikes with an axe

 

old women
are indestructible
they smile knowingly

 

god dies
old women get up as usual
at dawn they buy bread wine fish
civilization dies
old women get up at dawn
open the windows
cart away waste
man dies
old women
wash the corpse
bury the dead
plant flowers
on graves

 

I like old women
ugly women
mean women

 

they believe in eternal life
they are the salt of the earth
the bark of a tree
the timid eyes of animals

 

cowardice and bravery
greatness and smallness
they see in their proper proportions
commensurate with the demands
of everyday life
their sons discover America
perish at Thermopylae
die on the cross

 

conquer the cosmos

 

old women leave at dawn
for the city to buy milk bread meat
season the soup
open the windows

 

only fools laugh
at old women
ugly women
mean women

 

because these beautiful women
kind women
old women
are like an ovum
a mystery devoid of mystery
a sphere that rolls on

 

old women
are mummies
of sacred cats

 

they’re either small
withered
dry springs
dried fruit
or fat
round buddhas

 

and when they die
a tear rolls down
a cheek
and joins
a smile on the face
of a young woman

 

 

 

Vertaald door Joanna Trzeciak

 

 

 

 

Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

Lees meer...

Marína Tsvetájeva, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Holger Drachmann

 

De Russische dichteres en schrijfster Marina Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook alle tags voor Marína Tsvetájeva op dit blog en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

 

Why such tenderness?

 

Why such tenderness?

Not the first – these curls

I stroke, I’ve known, yes,

Lips much darker than yours.

 

As stars fade and rise,

– Why such tenderness?

Eyes have risen

And faded to my eyes.

 

Yet with no such song

Have I heard night darker

Crowned – O tenderness –

In the breast of the singer.

 

Why such tenderness,

And what to do with it, singer

So young, simply passing by?

And could eyelashes – be longer?

 

 

 

 

Dying, I’ll not say: ‘I was’.

 

Dying, I’ll not say: ‘I was’.

No regrets, I’ll not cast blame.

There are greater things in this world

Than love’s storm, and passion’s game.

 

But you – wing-beat against my chest,

Fresh, guilty cause of my inspiration –

You I command to: – Be!

My obedience – knows no evasion.

 

 

 

 

When I watch the flight of leaves,

 

When I watch the flight of leaves,

To the cobblestones at my feet,

Swept up – as if by an artist,

Whose picture’s at last complete,

 

I think how (already no one likes

My figure, face deep in thought)

A strongly yellow, decidedly rusty,

Leaf, there at the crown’s – forgot.

 

 

 

Vertaald door A. S. Kline

 

 

 

Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

Portret door George G. Sjisjkin

Lees meer...

08-10-13

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

 

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

 

De bergtoppen van de geest

 

Uitgenodigd door hemzelf om voor te komen lezen
in Watou, zat ik plots aan tafel met de echte Komrij,
een ouderwetse grote geest, laten we wel wezen,
bereid mij alles te onthullen over kunst en poëzij.

 

Met de Nederlandse poëzij had hij niet veel,
zei hij. Dat ging meteen al goed. Ik hoorde eng’len zingen,
was betoverd, en door Sint Bernardus zag ik alles scheel,
maar trachtte dieper in ‘t mysterie door te dringen.

 

‘Er is veel ongezien leed,’ zei hij en keek mij in de ogen.
Het werd duisterder om ons heen, ik was een naaktslak
die een haas naliep, een bergpad op. Ergens in den hoge,

 

ver boven de aarde ging een lichtend landschap open
en ik wist niet of ik ‘s mans mysterie aangeraakt had,
of een soort verliefd was, of eenvoudig straalbezopen.

 

 

 

 

Berceuse

 

Zie mij aan met zachte ogen.
Bewaar voor later het doffe staren,
de kalme taxatie, de gêne
die wegkijkt en afglijdt.
Kom, leg je oog op mijn oog.

 

Open de zwarte poort en laat mij
dwalen in het donker, een rondgang
langs de ramen en de muren van je hart.
Dan zal ik zachtjes voor je zingen,
een liedje van de wint en het wezen
van de dingen.

 

En ik zal je aanzien met zachte ogen.
Daal af in mijn zwarte domein.
Je zult daar veilig zijn.

 

 

 

 

Fotografisch geleugen


Ik heb iets tegen snelportretten
de kiekjes van een zoutpilaar
genomen met een direct-klaar.
Te vaak, te vlug, te korte metten

wordt zicht in korrels afgebroken
om te vergelen, eindloos stranden
uit aangedane snuisterlanden
te pasfoto, -getrouwd, -ontloken.

Spontaan door prentenier bestolen
van tere wenken evenwicht
aan welk het eeuwig licht beloofd.

Wie alles klakkeloos gelooft
wordt standaard lachend opgelicht.
Het vogeltje klikt beetgenomen.

 

 

 

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Lees meer...

07-10-13

100 Jaar Simon Carmiggelt, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally

 

100 Jaar Simon Carmiggelt

 

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

Uit: Dagboek van een lezer

 

“Jammer dat noodweer en overstromingen ons verhinderden met vakantie naar Zwitserland te gaan. Want ik had zo graag in Zürich een das willen kopen.

Ik wilde het doen in de winkel ‘London House’ in de Bahnhofstrasse. Niet omdat er dassen worden verkocht die je nergens anders kopen kunt. Maar om, met een geldig alibi, het decor te zien van een kleine, veelbetekenende gebeurtenis die zich daar aan het eind van de jaren dertig heeft afgespeeld. Op een boven-etage van het ‘London House’ stond de schrijver Thomas Mann een pak te passen. De chef verkoper kwam naar hem toe en zei: ‘Weet u wie er beneden is? Gerhart Hauptmann. Wilt u hem spreken?’

‘Och,’ antwoordde Thomas Mann, ‘we kunnen beter andere tijden afwachten.’ Waarop de verkoper sprak:

‘Dat zei meneer Hauptmann ook al.’

Deze anecdote staat in ‘Meine ungeschriebenen Memoiren’, die Katia, de weduwe van Thomas Mann op hoge leeftijd publiceerde.

In het Nederlands verscheen dit (alleraardigste) boek onder de titel ‘Herinneringen aan de tovenaar’. Waarom kwam de tovenaar van ‘De Toverberg’ en ‘Buddenbrooks’ niet naar beneden om de andere tovenaar, die ééns het opstandige toneelstuk ‘De wevers’ had geschreven, de hand te schudden? Ze kenden elkaar toch zo goed van vroeger. Maar in het ‘London House’ te Zürich versperde Hitler de trap tussen de etages. Thomas Mann had verkozen buiten het nationaal-socialistische Duitsland te leven. Hauptmann was er gebleven en had zelfs - volgens Alfred Kerr - op het kasteel dat hij bewoonde de hakenkruisvlag gehesen. Daarom ging Thomas de trap niet af en Gerhart de trap niet op.”

 

 


Zürich, Bahnhofstrasse, op een oude ansichtkaart

 

 

Uit: Brieven aan Gerard Reve

 

“15 juni 1971

(…) Je omgang met mijn onderkoning Alkohol vond ik hoogst aangenaam. Dat je, in deze, handelt onder de geruisloze en tactvolle regie van de jongens, lijkt me meer dan verstandig. Alle lust wil eeuwigheid. Maar de eeuwigheid is zo lang en moeilijk in flessen uit te drukken. Als je mensen die je dierbaar zijn toestaat je eeuwigheid te splijten in wat de Sterreclame voor hondevoer zo treffend ‘hapklare brokken’ noemt, zit je eigenlijk op fluweel. Maar je hebt gelijk: drink nooit in gezelschap van lieden, die je zó weerzinwekkend of alleen maar stomvervelend vindt, dat ze je doen verdwijnen in de damp uit je glas. Als ik, lang geleden, op de Kring kwam, waren een paar daar zittende smoelen, in staat me binnen twee minuten bezinningloos beschonken te maken, voordat ik één slok genomen had. De lucht die er hing maakte me al wankel ter been. Drank is een geheimzinnige vloeistof. Er bestaat niet zoiets als te veel drinken. Wel: ten ongepaste tijde, onder noodlottige omstandigheden en in verkeerd gezelschap drinken.

Je tijdens ons gesprek gedane mededeling dat je heftige woedeaan-vallen gewoon voortkomen uit een gebrek aan enige milligrammen vitamine b werkte, toen ik er over nadacht, op mij tegelijk opluchtend en ontluisterend. Dus geen edele verontwaardiging, doch gewoon een tekortschieten van de apotheek. Het lichaam manipuleert de geest. Ik herinner me ook eens een artikel te hebben gelezen van een medicus, waarin stond dat Marcellus Emants, die altijd over koude voeten klaagde, waarschijnlijk leed aan een ernstige stoornis in de bloedsomloop, die de bodemloze somberheid van zijn oeuvre verklaarde. Van een andere medicus heb ik, in mijn jeugd, eens gelezen dat het hele Marxisme voortkwam uit de maagzweer van Marx. Had hij alleen maar zweetvoeten gehad, dan zat vadertje Czaar dus nog waardig op zijn troon, zoals dat behoort.”

 

 

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Simon Carmiggelt en Gerard Reve, cover Hollands Diep

Lees meer...