20-02-13

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos, William Carleton

 

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

 

In de mist

 

De zon wordt onverbeeldbaar schoon
Boven de mist die houdt omhangen
Der wereld windestille woon
In dit vertederd dagenlang verlangen.

Weer blankt de boskamp, een besloten zaal,
Een witte kamer die de bruid verwacht,
In smetteloze glanzeloze praal
Op uit de zwarte nacht.

't Berijpte hout van alle kanten
In gaasgeplooide wand verscholen
Reikt diepe tuilen van chrysanten,
Asters en gladiolen.

Daar daalt langs wolkentreê uit hoge toren
Van naakte voetjes luideloze tred:
Leden omsluierd overgloren
Het sneeuwen statiebed.

 

 

 

In de manteling bij Domburg

 

In de spanne luwe stilte
In de wieg van ’t glooiend mos
Lig ik: boven vaart de zilte
Zeewind over ’t neigend bos.

Al de toppen wuiveblinken
In der zonne gouden lust,
Wijl de dorre bladers zinken
Om mij heen tot rosse rust.

IJle vogelvluchten rissen
Achter weemlend twijgenweb:
’t Zijn de meeuwen die gaan vissen
Met de wederkeer der eb...

Ieder jaar wordt sneller ouder,
Vroeger avondt elke dag,–
Maar mijn hoofd ligt aan uw schouder
En ik hoor uw harteslag.

Boven drijft het leven over,
En geen schijn of schaûw ontgaat:
Elke siddering in ’t lover
Spiegelt over uw gelaat.

Als een god die zou beluistren
Aards gerucht uit hemels vreê,
Hoor ik uwe adem fluistren
Door de stem van wind en zee.

 

 

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Vijfde strofe

 

Traag tot beminnen werd ik... Niet tot deze rijke wonden,

de scherpe weeën van dit staâg zichzelf herbarend leven,

die trouw in schemerwindselen van eenzaamheid genezen

tot zoeter wondbaarheid... Een andere rondomme deernis

houdt elken aandrift tegen in dees strakke onuitgesproken

beslotenheid, een onverdringbaar voorgevoel, een dreigend weten

dat nooit de bleeke geestdrift dezer onvolgroeide kindren

meêkomen kan door de verrukkingen van liefdes wegen,

en 't hard besef van 't lot van hen die achter zijn gebleven,

zoo droeven voordood en zoo wreed bewuste ballingschappen

in vaders nauwe huizing waar hun moeheid wel moet keeren,

maar nooit meer uitslaapt tot verlangens nieuwe morgenonrust...

Traag tot beminnen werd ik...

 

 

 

Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Lees meer...

19-02-13

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

 

Uit: Living, Thinking, Looking

 

“DESIRE APPEARS AS A FEELING, a flicker or a bomb in the body, but it’s always a hunger for something, and it always propels us somewhere else, toward the thing that is missing. Even when this motion takes place on the inner terrain of fantasy, it has a quickening effect on the daydreamer. The object of desire—whether it’s a good meal, a beautiful dress or car, another person, or something abstract, such as fame, learning, or happiness—exists outside of us and at a distance. Whatever it is, we don’t have it now. Although they often overlap, desires and needs are semantically distinct. I need to eat, but I may not have much desire for what is placed in front of me. While a need is urgent for bodily comfort or even survival, a desire exists at another level of experience. It may be sensible or irrational, healthy or dangerous, fleeting or obsessive, weak or strong, but it isn’t essential to life and limb. The difference between need and desire may be behind the fact that I’ve never heard anyone talk of a rat’s “desire”—instincts, drives, behaviors, yes, but never desires. The word seems to imply an imaginative subject, someone who thinks and speaks. In Webster’s, the second definition for the noun desire is: “an expressed wish, a request.” One could argue about whether animals have “desires.” They certainly have preferences. Dogs bark to signal they wish to go outside, ravenously consume one food but leave another untouched, and make it known that the vet’s door is anathema. Monkeys express their wishes in forms sophisticated enough to rival those of their cousins, the Homo sapiens. Nevertheless, human desire is shaped and articulated in symbolic terms not available to animals.
When my sister Asti was three years old, her heart’s desire, repeatedly expressed, was a Mickey Mouse telephone, a Christmas wish that sent my parents on a multi-city search for a toy that had sold out everywhere.”

 

 

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Lees meer...

Björn Kuhligk, Amy Tan, Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Während des Freitagsgebetes

                                                            (für Katja Krauß)

 

 

WÄHREND DES FREITAGSGEBETES

die kopftuchgebückten Frauen

auf den Feldern, von den Minaretten

fallen die Worte wie Ringe um die Häuser, abends

stellen sich Sprenger an, die zerfallenen

Gewächshäuser, eine Ansammlung

Zelte, vor denen zwei Kinder am Feuer

bei Nacht der Swimmingpool, pauschal-beleuchtet

bis ins Hellblau, das Anschlagen der Zikaden 

in den Dörfern stehen Häuser leer, auf den Dächern

rostende Wassertonnen, LADIES

AND GENTLEMEN: MR. GERMANY, dann

der Clubtanz, Hände hoch und rechts und links

und Beine breit, IHR NAME AUF EINEM REISKORN

die Sonne seilt sich, das kennt man hier, wie jeden Abend

hinter den Bergen ab, SIE WERDEN ES NICHT VERGESSEN

die Fotoserie, in der ein Pärchen am Meer

und freundlich auf das Wasser blickt

über den nackten Oberkörpern am Morgen

drei Kampfjets Richtung Osten

dann der Clubtanz, Hände hoch und rechts

und links, irgendjemand macht das Foto

 

 

 

Horizontbetrachter

 

Hier ist ein Wald

da sind die Bäume

darin sind die Ringe

darin schläft die Angst

 

du schlägst zu mit der Axt

und trinkst den Harzstein mit

 

und das Lieblingstier

das ist der Affe im Zoo

den kannst du besuchen

und er dich nicht

 

 


Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

Lees meer...

Helene Hegemann


De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Hegemann groeide bij haar gescheiden moeder in Bochum op, die echter overleed toen Helene veertien jaar oud was. Daarop trok ze bij haar vader in, regisseur Carl Hegemann in Berlijn. Hegemanns theaterstuk Ariel 15 ging in december 2007 in het Ballhaus Ost in première en werd in 2008 door de Deutschlandradio tot luisterspel bewerkt. Het draaiboek voor de film Torpedo, dat ze reeds als veertienjarige geschreven had, werd in 2008 met ondersteuning van de Kulturstiftung des Bundes verfilmd en leverde haar in 2008 de Max Ophüls-prijs op. Als actrice trad Hegemann op in de film Deutschland 09, in de bijdrage Die Unvollendete van Nicolette Krebitz. In 2010 bereikte Helene Hegemann nationale bekendheid met haar roman “Axolotl Roadkill”, verschenen bij de Ullstein Verlag. Begin februari 2010 merkte een blogger op dat de roman sterke gelijkenissen met het boek Strobo van de blogger Airen uit 2009 vertoonde, evenwel zonder dat de roman enige bronvermelding bezat. Hegemann gaf toe dat ze tekstpassages uit dit werk gekopieerd had en Airen niet gecontacteerd. Hegemann verklaarde dat deze vorm van sampling een corollarium van de hedendaagse mediacultuur is, waarin de herkomst van materiaal onduidelijk wordt. Dit ontlokte een verregaand debat in de media omtrent intertekstualiteit en het auteursrecht. Uitgeverij Ullstein voegde in de tweede editie van het werk verschillende bronnen toe, die in de vierde nog gedetailleerd werden uitgebreid. Zo bevat Axolotl Roadkill onder andere fragmenten van Kathy Acker, David Foster Wallace, Rainald Goetz en Valérie Valère. Het Thalia Theater uit Hamburg heeft in 2010 een theaterversie op de planken gebracht en beklemtoonde dat de keuze voor Axolotl Roadkill alreeds vóór de plagiaataffaire gemaakt was.

Uit: Axolotl Roadkill

 „Wenn ich lüge, dann neurotisch und zwanghaft. Meine Lügen ergeben sich aus einer Abhängigkeit von metaphysischen Begebenheiten. Wenn Annika lügt, sollen ihre Lügen dem Wohl der Belogenen dienen oder der Harmonie der Gruppe oder zumindest ihrer Leistungsmotivation. Davon ist sie fest überzeugt.
Lars: „Ja, das tut mir jetzt natürlich auch total leid dass wir euch stören hier, aber das ist echt scheiße ohne Playstation an so einem Scheißtag.“
Mifti (wirft mit einer lässigen Geste die Haare zurück): „Kein Ding, Lars! Ich bin aber auch nicht durchgekommen durch dieses Spiel da, ich weiß nicht, zuerst habe ich dann sechshundert Zombies pro Minute abgeballert, aber das Schlimme war dann später, dass da irgendwann dieses Seeungeheuer kam mit dem Ding im Rücken, und ich habe das mit dem Anker nicht getroffen.“
Lars: „Das ist kein Anker, sondern eine Harpune!“
Mifti: „Ich glaube, das ist ein Anker, weil der Typ ja spontan war und gerade keine Harpune zur Hand hatte auf dem Ruderboot und dann diesen Anker in die zu Flossen umgestalteten Vorderextremitäten des großen Fisches rammen sollte, aber das hab ich dann halt nicht hingekriegt.“
Lars: „Wahrscheinlich, weil man da am Anfang den Hund befreien musste aus dieser Bärenfalle und du das nicht gemacht hast. Mir ist der Hund bei der Geschichte mit dem großen Raubfisch später zu Hilfe gekommen, weil ich ihn da im ersten Level gerettet habe.“
Mifti: „Dieser Scheißhund? Scheiße!“
Lars: „Ja, scheiße.“
Mifti: „Wie scheiße. Was für eine Scheiße das ist, oder? Dass man da mit gedrückter B-Taste Menschen abknallt, und sich im Endeffekt alles nur noch um einen weißen Bernhardiner-Grönlandhund-Mischling dreht.“
Annika: „Was führt ihr hier gerade für einen außerirdischen Dialog, Kinder?“

 


Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

19:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: helene hegemann, romenu |  Facebook |

18-02-13

Nick McDonell, Toni Morrison, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Gaston Burssens

 

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

 

Uit: Twelve

 

“The city is a mess this time of year, this year especially. Madison Avenue is all chewed up with construction, and there are more bums on Lexington than White Mike remembers. It is crowded on the sidewalks, and the more snow, the worse it gets, and there has been plenty of snow. On some streets when the snowdrifts pile up there is only a salted corridor of frozen dog shit and concrete. It’s been cold since Thanksgiving, very cold, coldest winter in decades says the TV, but White Mike doesn’t mind the cold.

When White Mike first started dealing, it was summer and hot, and he tried to go as long as he could without sleep as a kind of experiment. White Mike already looked pale and scary to the kids he sold to, and then by the third day his jeans and white T-shirt were grimed out and he looked like some refugee James Dean, and the last hours were just a blur and the cars on the street flew past so close to him that people who saw flinched, but he had the cadences of the city down so tight that he was fine.

At Lexington and Eighty-sixth, his friend Hunter saw him and said, Mike, are you feeling okay, and White Mike turned to him and there was a smear of dirt on his face and his eyes were glowing in the neon light from the Papaya King juice/hot dog place. White Mike smiled at him and said watch this and took off running, just running so fucking fast up the block toward Park Avenue. There were a bunch of private school kids walking the same direction, and when they saw White Mike running past them, one of them said, loud enough for White Mike to hear, Madman running. And White Mike turned and walked back to them saying, Madman, madman, madman, madman, and the kids got scared, and then White Mike ran full into them, and they scattered, and they didn’t think it was funny at all, and then White Mike started barking at them, howling, and they all ran.”

 

 

Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

Lees meer...

Robbert Welagen

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Hij volgde de kunstacademie in Den Bosch en studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht. Welagen publiceerde verhalen in onder andere Hollands Maandblad, Bunker Hill en HP/De Tijd. Zijn eerste roman “Lipari“(2006) werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs. In 2008 verscheen zijn tweede boek “Philippes middagen” en in datzelfde jaar ontving hij het Charlotte Köhler Stipendium, een prijs voor veelbelovend schrijftalent. In 2009 verscheen Welagens derde roman “Verre vrienden” die voor de BNG Literatuurprijs werd genomineerd, gevolgd door “Porta Romana in 2011”. Voor De Groene Amsterdammer schreef hij over beeldende kunst en interviewde hij Françoise Hardy.

Uit: Porta Romana

“In zijn hotelkamer markeerde Emilio met een pen op de stadsplattegrond de twee routes die hij als kind zeker moest hebben afgelegd. De ene route ging van het huis naar zijn lagere school. De andere route ging van het huis naar de kerk San Miniato al Monte. Allebei de routes bleven onder de Arno. Zijn jeugd moest zich vooral ten zuiden van de rivier hebben afgespeeld.
Halverwege de tweede route lag zijn middelbare school, maar daar was hij minder nieuwsgierig naar. Hij wilde verder terug in de tijd.
Emilio besloot deze dag te beginnen met het afleggen van de eerste route. Een taxi zette hem weer af voor Viale Torricelli 3. Zijn lagere school was vanuit het hotel dichterbij en de taxi had hem daar kunnen afzetten, maar hij wilde de route bovenop de heuvel beginnen, in de ochtend, zoals hij dat als kind ook gedaan had.
Vijf keer per week, twee keer per dag wandelde hij de Viale del Poggio Imperiale af en op. Nu hing er een milde geur van rook. Iemand was bladeren aan het verbranden achter een tuinmuur. De door boomwortels omhoog geduwde trottoirstenen. Voor zijn voeten schoot een hagedisje weg.
Hij bereikte de rotonde voor de Porta Romana en stak de weg over via het zebrapad. Het wit was bijna niet meer zichtbaar. De laan, geflankeerd door een stenen leeuw en een wolf, liet Emilio rechts liggen. Een pleintje vol met geparkeerde auto’s. De Porta Romana onderdoor, langs mensen die bij de bushalte stonden te wachten. Zij bezetten het trottoir, dus hij liep een stukje over de straat.
Het zonlicht werd in de Via Romana tegengehouden door de huizen. De gevels waren vuil. Het trottoir smal. Auto’s reden rakelings voorbij. Tussen deze grauwheid viel zijn oog op een lange muur waarachter een tuin schuilging. De takken van de bomen in die tuin hingen ver over de straat. Droge bladeren lagen opgehoopt tegen de ruitenwissers van de auto’s die eronder geparkeerd stonden.

 

 
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

21:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: robbert welagen, romenu |  Facebook |

17-02-13

Dolce far niente (Lazy, James Weldon Johnson)

 

Dolce far niente

 

 

 

"Wake Up You Lazy Boy" door Florence A. Saltmer, 1907

 

 

 

 

Lazy

 

Some men enjoy the constant strife
Of days with work and worry rife,
But that is not my dream of life:
I think such men are crazy.
For me, a life with worries few,
A job of nothing much to do,
Just pelf enough to see me through:
I fear that I am lazy.

 

On winter mornings cold and drear,
When six o'clock alarms I hear,
'Tis then I love to shift my ear,
And hug my downy pillows.
When in the shade it's ninety-three,
No job in town looks good to me,
I'd rather loaf down by the sea,
And watch the foaming billows.

 

Some people think the world's a school,
Where labor is the only rule;
But I'll not make myself a mule,
And don't you ever doubt it.
I know that work may have its use,
But still I feel that's no excuse
For turning it into abuse;
What do you think about it?

 

Let others fume and sweat and boil,
And scratch and dig for golden spoil,
And live the life of work and toil,
Their lives to labor giving.
But what is gold when life is sped,
And life is short, as has been said,
And we are such a long time dead,
I'll spend my life in living.

 

 

 

James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

16-02-13

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Iris Kammerer, Alfred Kolleritsch

 

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook alle tags voor Elisabeth Eybers op dit blog.

 

 

Vriesweer

 

Net by die krom brug bly die water swart

maar verder sloot af flikker alles hard.

 

Die mooi bont eende buig en duik en trap

binne die skuiling van die brug se kap.

 

'n Wye seemeeu, misties wit en grys,

dryf nader, aarsel, land dan op die ys

 

en word 'n uitverkore voël wat droog,

steltpotig afkyk uit sy ronde oog.

 

Terwyl sy maters saam eerbiedig kakel

oor aanbreek van 'n tydvak van mirakel

 

verlaat 'n Petrus-eend die donker boog

en krabbel, voor hy terugplons, lomp omhoog.

 

 

 

 

Voetjie vir voetjie

 

Voetjie vir voetjie word mens immigrant...
Toevallig uit, toevallig tuis, gestrand
op hierdie teennatuurlike terras
sonder om ooit onloenbaar aan te land.

 

 

 

Ter sake

 

Die eerste (ná ontswagtling)

wat Lasarus nodig het

 

om die wonderkuur te keur

is 'n nuwe alfabet

 

Half-tuis nog in die grotland

waaruit ek tastend keer

 

moet ek van jou 'n huistaal

vir hierdie lewe leer.

 

Jy sal die dinge opnoem,

die pasmuntname sê

 

en wat op die punt van jou tong is

my tussen die lippe lê.

 

 

 

 

Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

Lees meer...

Aharon Appelfeld, Annie van Gansewinkel, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Wiebke Lorenz, Vyacheslav Ivanov

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Aharon Appelfeld op dit blog.

 

Uit: Until the Dawn's Light

 

“After a week of displacements, Otto stopped pestering her. He slept and barely poked his head out of his coat. Blanca was upset: perhaps his dreams were showing him what she wanted to keep from his sight. She thought that despite her efforts he had figured something out, and that the dream would turn his guess into a certainty—­the thought disturbed her. She buried her face in her hands, the way her mother had done when headaches assailed her.
Otto sank ever deeper into sleep, and his face was relaxed. What she would do, and where the trains would lead them, Blanca still didn’t know. The summer light was full. The sky was blue, and the fields were yellow and spread out over the low hills. The bright view brought to mind the long vacations she had taken with her parents. They were so far away now, it was as if those vacations had never taken place.
When Otto woke from his sleep he was pale, and he immediately started vomiting. In his infancy he used to vomit, but since then he hadn’t complained about stomachaches or vomited. Now he shuddered in her arms as if fleeing from a nightmare.
“We’ll get off here,” said Blanca, and they got off right away.
It was a small village, with wooden houses scattered amid ­greenery.
“This is it,” she said, as if they had reached a safe haven.”


Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

Lees meer...

Marie Noël, Octave Mirbeau, Joseph von Scheffel, Luigi Meneghello, Nikolaj Leskov, Hubert van Herreweghen

 

De Franse dichteres en schrijfster Marie Noël werd geboren op 16 februari 1883 in Auxerre. Zie ook alle tags voor Marie Noël op dit blog.

 

 

A mâtines (Fragment)

 

Vêts-moi, Père ! Je n'ai ni chaussures, ni bourse.

Donne-moi ce qu'il faut pour reprendre ma course.

 

Baigne mon âme en l'innocence du matin,

Dans le bruit de la source et dans l'odeur du thym ;

 

Fais couler sur mes mains le ciel rose et l'arôme

Tendre du jeune jour pour que mon oeuvre embaume ;

 

Donne à ma voix le son transparent des ruisseaux ;

Donne à mon coeur l'essor ingénu des oiseaux ;

 

Verse le calme ailé des brises sur ma face,

En mes yeux la candeur immense de l'espace ;

 

A mes pieds nus parmi les herbes en émoi

Prête un pas large et pur pour m'en aller vers Toi.

 

Et par les prés flottants voilés de mousselines,

Par le recueillement limpide des collines,

 

Mène-moi dans le haut et lumineux versant,

Aux cimes d'où l'eau vive éternelle descend.

 

Conduis-moi lentement seul à travers les choses

Le long des heures tour à tour brunes et roses,

 

Seul avec Toi, du ciel aspirant tout l'espoir,

De la paix du matin jusqu'à la paix du soir.

 

 

 


Marie Noël (16 februari 1883 – 23 december 1967)

Lees meer...

15-02-13

Richard Blanco, Elke Heidenreich, Chrystine Brouillet, Hans Kruppa, Douglas Hofstadter

 

De Amerikaanse dichter Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Richard Blanco was uitgenodigd om een gedicht voor te dragen tijdens de inaugurele rede van Barack Obama op 21 januari jongstleden. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

 

MAYBE

for Craig

 

Maybe it was the billboards promising
paradise, maybe those fifty-nine miles
with your hand in mine, maybe my sexy
roadster, the top down, maybe the wind
fingering your hair, sun on your thighs
and bare chest, maybe it was just the ride
over the sea split in two by the highway
to Key Largo, or the idea of Key Largo.
Maybe I was finally in the right place
at the right time with the right person.
Maybe there'd finally be a house, a dog
named Chu, a lawn to mow, neighbors,
dinner parties, and you forever obsessed
with crossword puzzles and Carl Young,
reading in the dark by the moonlight,
at my bedside every night. Maybe. Maybe
it was the clouds paused at the horizon,
the blinding fields of golden sawgrass,
the mangrove islands tangled, inseparable
as we might be. Maybe I should've said
something, promised you something,
asked you to stay a while, maybe.

 

 

 

 

SOMEWHERE TO PARIS

The sole cause of a man's unhappiness
is that he does not know how to stay quietly in his room.

--Pascal, Pensées

 

The vias of Italy turn to memory with each turn
and clack of the train's wheels, with every stitch
of track we leave behind, the duomos return again
to my imagination, already imagining Paris--
a fantasy of lights and marble that may end
when the train stops at Gare de l'Est and I step
into the daylight. In this space between cities,
between the dreamed and the dreaming, there is
no map--no legend, no ancient street names
or arrows to follow, no red dot assuring me:
you are here--and no place else. If I don't know
where I am, then I am only these heartbeats,
my breaths, the mountains rising and falling
like a wave scrolling across the train's window.
I am alone with the moon on its path, staring
like a blank page, shear and white as the snow
on the peaks echoing back its light. I am this
solitude, never more beautiful, the arc of space
I travel through for a few hours, touching
nothing and keeping nothing, with nothing
to deny the night, the dark pines pointing
to the stars, this life, always moving and still.

 

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

Lees meer...

14-02-13

Hanna Bervoets

 

De Nederlandse schrijfster, journaliste en columniste Hanna Marleen Bervoets werd geboren ion Amsterdam op 14 februari 1984. Bervoets behaalde in 2002 haar diploma aan het Barlaeus Gymnasium. Daarna volgde zij een bacheloropleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, met als specialisatie Televisie en Populaire Cultuur. In 2008 voltooide zij daarnaast een duale Master Journalistiek en Research, eveneens aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Tijdens haar studie schreef Hanna Bervoets filmrecensies en korte columns over het Amsterdamse uitgaansleven voor stadsmagazine NL20. Daarnaast was zij werkzaam als freelance journaliste voor verschillende kranten en tijdschriften, waaronder Marie Claire, Elsevier Thema, Nrc.next, CJP Magazine en Volkskrant Magazine. Sinds 2009 heeft ze een vaste column in Volkskrant Magazine en sinds 2011 een wekelijkse duo-column in "Viva", samen met Anna Drijver. In 2011 werd een bundel van haar columns in Volkskrant Magazine uitgegeven onder de titel Leuk zeg doei. In 2009 verscheen Bervoets debuutroman “Of Hoe Waarom”, waarvoor ze in datzelfde jaar de ScriptPlus HvA Debutant van het Jaar-prijs won. In 2010 schreef Hanna Bervoets in opdracht van de Haagse toneelgroep Firma MES haar eerste toneelstuk: Roes. In 2011 publiceerde Bervoets haar tweede roman “Lieve Céline.” Daarmee won ze de Opzij Literatuurprijs 2012. Ook schreef zij het scenario voor de televisiefilm “Bowy is binnen”. Haar nieuwe roman “Alles Wat Er Was verscheen januari 2013”.

 

Uit: Lieve Céline

 

“Schiphol, 11:03 uur

Lieve Céline,

Dit is niet mijn 1e brief. Ik heb je al 3 dingen geschreven. Maar ik heb nog geen antwoord van jou. Misschien is het niet goed aangekomen of iets? De eerste 2 brieven stuurde ik naar het adres van op je site.

Maar op de valentijnskaart voor jou en René het adres van je agent. Had ik van een meisje van het forum. KateGirl heet zij. Van Kate Winslet. Dus eigenlijk is ze geen echte fan.

Ze is van NA Titanic: van na My Heart Will Go On zeg maar. KateGirl zei dat jouw agent haar post aan jou had gegeven. En dat jij haar toen een foto had gestuurd met handtekening. Kan zijn dat ze liegt. Ja echt wel dat ze liegt. Anders had ik toch ook allang iets van je gekregen?

Dus ga ik je deze brief zelf geven. Want ik kom naar je toeCéline!

Eindelijk. Ik zou al eerder naar je show. Ik had genoeg gespaard met mijn baan. Er kwam alleen iets tussen. Maar dat is nu opgelost.

Morgen zijn we samen. Dan zie ik voor het eerst je show! Of nou ja: ik heb em natuurlijk al HEEL vaak gezien. Allebei de dvds heb ik en de filmpjes van YouTube ken ik uit mn hoofd. Ik weet al wat mijn

lievelingsstukje is. Niet die met vuur en elfen. Dat vind ik echt wel heel goed maar dat vindt iedereen. I Surrender is mijn lievelingsstukje.

Omdat het begint met een donkere zaal: even zie je niets. Dan gaat er een groene laser aan. Rook over het podium en op een blok staat een man. Je ziet alleen zijn rug maar hij danst: gooit zijn armen

omhoog en een been in de lucht. Pas als de man zich omdraait zie je dat hij een masker op heeft. Natuurlijk best raar. Maar ik vind het dus mooi Céline. Dat je zn gezicht niet ziet.

Oh ik heb zo een ZIN! Ik heb al 3 jaar zoooon zin.”

 

 

Hanna Bervoets(Amsterdam, 14 februari 1984)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hanna bervoets, romenu |  Facebook |

Ich liebe dich...(Friedrich Rückert), Ischa Meijer, Alexander Kluge, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frank Harris

 

Bij Valentijnsdag

 

 

Sint Valentijn van Terni trouwt Sabino en Serapia

Glas-in-lood raam, Basilica di San Valentino, Terni

 

 


Ich liebe dich ...

 

Ich liebe dich, weil ich dich lieben muss ...
Ich liebe dich, weil ich nicht anders kann;
Ich liebe dich nach einem Himmelsschluss;
Ich liebe dich durch einen Zauberbann.

 

Dich liebe ich, wie die Rose ihren Strauch;
Dich liebe ich, wie die Sonne ihren Schein;
Dich liebe ich, weil du bist mein Lebenshauch;
Dich liebe ich, weil dich lieben ist mein Sein.

 

 

 

Friedrich Rückert (16 mei 1788 – 31 januari 1866)

Rückert monument in Schweinfurt

Lees meer...

13-02-13

Am Aschermittwoch (Annette von Droste-Hülshoff), Karol Wojtyla

 

 

Bij Aswoensdag

 

 

Aswoensdag door Franz Everhard Bourel, 1839

 

 

 

Am Aschermittwoch

 

Auf meiner Stirn dies Kreuz
Von Asche grau:
O schnöder Lebensreiz,
Wie bist du schlau
Uns zu betrügen!
Mit Farben hell und bunt,
Mit Weiß und Rot
Deckst du des Moders Grund;
Dann kömmt der Tod
Und straft dich Lügen.

Und wer es nicht bedacht
Und wohl gewußt,
Sein Leben hingelacht
In eitler Lust,
Der muß dann weinen;
Er achtet nicht was lieb;
Und was ihm wert,
Das flieht ihn wie ein Dieb,
Fällt ab zu Erd'
Und zu Gebeinen.

Was schmückt sich denn so hold
In bunter Seid'?
Was tritt einher in Gold
Und Perlgeschmeid'?
O Herr! ich hasche
Nach Allem, was nicht gut,
Nach Wahn und Traum,
Und hänge Erd' und Blut
Und Meeresschaum
Um bunte Asche.

Was wird so heiß geliebt?
Was legt in Band,
Ob's gleich nur Schmerzen gibt,
Sinn und Verstand?
O Herr, verzeihe!
Die Seele minnt man nicht,
Die edle Braut,
Und wagt um ein Gesicht,
Aus Staub gebaut,
Die ew'ge Reue!

Stellt ein Geripp' sich dar
Vor meinem Blick,
So sträubt sich mir das Haar;
Ich fahr' zurück
Vor dem, was ich einst bleibe,
Und werd' es selber noch,
Und weiß es schon,
Und trag' es selber doch
Zu bitterm Hohn
Im eignen Leibe!

Fühl' ich des Pulses Schlag
In meiner Hand,
Worüber sinn ich nach?
O leerer Tand:
Ob ich gesunde!
Und denke nicht betört,
Daß für und für
Ein jeder Pulsschlag zehrt
Am Leben mir,
Schlägt Todeswunde!

Du schnöder Körper, der
Mich oft verführt,
Mit Welt und Sünde schwer
Mein Herz gerührt,
Noch hast du Leben!
Bald liegst du starr wie Eis,
Der Würmer Spott,
Den Elementen preis;
O möge Gott
Die Seele heben!

 

 

 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Meersburg: Fürstenhäusle met Droste-Museum

Lees meer...