02-11-13

Bilal Xhaferri, Augusta Peaux, Jules Barbey d'Aurevilly, Leo Perutz, Daniil Andreyev

 

De Albanese dichter en schrijver Bilal Xhaferri werd geboren op 2 november 1935 in Ninat bij KonispolZie ook alle tags voor Bilal Xhaferri op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

Janina in the Fall

 

Watery vale – the lake of Janina
Slouches in the morning mist,
Curved like tumuli, gull wings skit o’er the islet,
The wind bedecks the lanes and alleys with broad leaves,
Exotic mosques, neglected daughters of the Orient,
Pose sadly before Western tourists.
Come from beyond barb-wired border, the sons of Pyrrhos
Pace the port, heads bowed, under the lofty planes.

 

Autumn as bare as mini-skirted maidens
Rubs against the bearded, mossy walls,
There, where Frosina once fled from Ali Pasha
And plunged into the lake’s frigid waters.
Janina, too, timeworn and abandoned,
Sinks slowly into the lake
In its former, now forgotten glory,
To the muffled beat of war drums.
It subsides, as will new Joannina with its neon lights,
Under streams of cars careening down the asphalt streets,
Under its fresh hotels, the Xenia, Paladion,
To the ringing of bells and the chanting of psalms.

 

Watery vale - the lake of Janina,
Sways softly in the morning haze.
Come from beyond barb-wired border, the sons of Pyrrhos
Pace, heads bowed, in the plane-treed alleys,
Pensive their thoughts, seething their sorrow.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 

Bilal Xhaferri (2 november 1935 – 14 oktober 1986)
Detail van een momument

Lees meer...

Charlotte Mutsaers

 

De Nederlandse schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942 als dochter van de kunsthistoricus Barend Mutsaers, die werkzaam was aan de Universiteit Utrecht. Na haar gymnasiumopleiding ging ze eerst Nederlands studeren in Amsterdam, waarna ze docente Nederlands werd aan het Hoger beroepsonderwijs. Ondertussen doorliep ze de avondopleiding tekenen en schilderen aan de Gerrit Rietveld Academie, eveneens in Amsterdam. Kort na haar eindexamen in schilderen en vrije grafiek werd ze vrijwel onmiddellijk als docente schilderen aan deze academie benoemd. Ze heeft er meer dan tien jaar les gegeven. Behalve schilderijen en grafiek heeft Mutsaers ook postzegels ontworpen, illustraties gemaakt voor de Boekenbijlage van Vrij Nederland en talloze boeken van een omslag voorzien.

Haar schilderijen werden onder meer geëxposeerd bij Piet Clement, in het Frans Hals Museum te Haarlem, het Gemeentemuseum van Arnhem, de Nieuwe Kerk te Amsterdam en Museum de Beyerd te Breda. In 2008 kreeg zij een grote overzichtstentoonstelling in de Venetiaanse Galerijen van Oostende. Op de tentoonstelling Paraat met pen en penseel in het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag in 2010 werd Mutsaers' dubbeltalent belicht. Rond haar veertigste begon Mutsaers met schrijven. In 1983 was ze te gast bij de eerste uitzending van Hier is... Adriaan van Dis. Op 7 juni 1992 trad zij op in het VPRO-programma Zomergasten. Op 2 april 2010 heeft de NPS de documentaire De wereld van Charlotte Mutsaers uitgezonden, een film van Suzanne Raes. In mei 2010 kreeg Mutsaers voor haar literaire verdiensten de P.C. Hooftprijs uitgereikt.

 

Uit: Koetsier Herfst

 

“De dag na mijn vijftigste verjaardag droomde ik dat ik gewurgd werd. Ik wou de wurgende handen losmaken van mijn nek maar dat ging niet, het waren de handen van mijzelf. Toen heb ik gedacht: ik leef verkeerd. Als ik zo doorga, verknal ik gegarandeerd mijn hele toekomst.
Nog geen uur later ben ik mijn geluk gaan zoeken in het Vondelpark. En blijkbaar was ik erg gemotiveerd want ik had het in no time gevonden.
Ach, als geluk toch eens iets blijvends was. Maar wacht, laat ik me eerst even voorstellen.
Gegroet lezer. Ik draag geen pacemaker, ik voel overal nattigheid, ik draag altijd pyjama’s in bed, mijn zwarte haar wordt nog nauwelijks grijs, ik zwem in oud geld en ontbeer dus diplomatie en handelsgeest, ik voel me van geen enkel dier de meerdere, ik ben van mening dat Jorma Ollila een van de grootste denkers is van deze tijd, ik heb een vrouw bemind die wegliep met Bin Laden, mijn heftigste angst is bij mijn dood door niemand omringd te zijn, mijn beroep is schrijver en ik heet Maurice Maillot. Aangenaam.
Mijn ouders behoorden tot de eerste prisoners of compassion. Ik hield zielsveel van ze maar heb ze helaas niet anders gekend dan in het gevang. Ze hadden levenslang omdat ze in de zomer van 1953 het Duitse circus Kalthoff hadden opgeblazen. Het ging om een nijlpaard. Zijn naam was Benkali. De circusdirectie wou van hem af omdat hij vanwege zijn vergevorderde leeftijd geen kunstjes meer kon vertonen, en had zijn bassin opgewarmd tot meer dan honderd graden. Zo werd Benkali levend gekookt en kon Kalthoff een forse poet van de verzekering incasseren.
Bij deze aanslag kwamen eenenzestigmensen om. Spijt hebben mijn ouders nooit betuigd. Al hun medeleven is naar het nijlpaard uitgegaan.
Ik was nog maar net geboren. Mijn familie wou toen niets meer van me weten en transporteerde me met wieg en al naar Ruud en Agaath van Zanten-Kolf, een kinderloos patriciërsechtpaar in de Amsterdamse Lomanstraat.
Voor het leven getekend maar wel met een bankrekening”.

 

 

 

Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

14:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: charlotte mutsaers, romenu |  Facebook |

01-11-13

Am Allerheiligentage (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Allerheilgen

 

 

 

Allerheiligen door Albrecht Dürer,1511

Altaarstuk in Landau

 

 

 

Am Allerheiligentage

 

"Selig sind die Armen im Geiste"

Selig sind im Geist die Armen,
Die zu ihres Nächsten Füßen
Gern an seinem Licht erwarmen
Und mit Dienerwort ihn grüßen,
Fremden Fehles sich erbarmen,
Fremden Glückes überfließen:
Ja, zu ihres Nächsten Füßen
Selig, selig sind die Armen.

Selig sind der Sanftmut Kinder,
Denen Zürnen wird zum Lächeln
Und der Milde Saat nicht minder
Sprießt aus Dorn und scharfen Hecheln,
Deren letztes Wort ein linder
Liebeshauch durch Todesröcheln,
Wenn das Zucken wird zum Lächeln:
Selig sind der Sanftmut Kinder.

Selig sind, die Trauer tragen
Und ihr Brot mit Tränen tränken,
Über eigne Sünde klagen
Und der fremden nicht gedenken,
An den eignen Busen schlagen,
Fremder Schuld die Blicke senken:
Die ihr Brot mit Tränen tränken,
Selig sind, die Trauer tragen.

Selig, wen der Durst ergriffen
Nach dem Rechten, nach dem Guten
Mutig, ob auf morschen Schiffen,
Mutig steuernd nach den Fluten,
Sollte unter Strand und Riffen
Auch das Leben sich verbluten:
Nach dem Rechten, nach dem Guten,
Selig, wen der Durst ergriffen.

Die Barmherzigen sind selig,
So nur auf die Wunde sehen,
Nicht erpressend kalt und wählig
Wie der Schaden mocht' entstehen,
Leise schonend und allmählich
Lassen drin den Balsam gehen:
So nur nach der Wunde sehen,
Die Barmherzigen sind selig.

Überselig reine Herzen,
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Denen Kindeslust das Scherzen,
Denen Himmelshauch das Minnen,
Die wie an Altares Kerzen
Zündeten ihr klar Beginnen:
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Überselig reine Herzen.

Und des Friedens fromme Wächter
Selig, an den Schranken waltend
Und der Einigkeit Verfechter
Hoch die weiße Fahne haltend,
Mild und fest gen den Verächter,
Wie der Daun die Klinge spaltend:
Selig, an den Schranken waltend,
Selig sind des Friedens Wächter.

Die um dich Verfolgung leiden,
Höchster Feldherr, deine Scharen,
Selig, wenn sie Alles meiden,
Um dein Banner sich zu wahren!
Mag es nie von ihnen scheiden,
Nicht in Lust noch in Gefahren!
Selig, selig deine Scharen,
Selig, die Verfolgung leiden!

Und so muß ich selig nennen
Alle, denen fremd mein Treiben,
Muß, indess die Wunden brennen,
Fremden Glückes Herold bleiben.
Wird denn nichts von dir mich trennen,
Wildes, saftlos, morsches Treiben?
Muß ich selber mich zerreiben,
Wird mich Keiner selig nennen?

 

 

 

 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn vorige blog van vandaag.

80 Jaar Huub Oosterhuis, Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Ilse Aichinger

 

80 Jaar Huub Oosterhuis

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Huub Oosterhuis viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook alle tags voor Huub Oosterhuis op dit blog en  ook mijn blog van 1 november 2010

 

 

Tijd van leven

 

Tijd van vloek en tijd van zegen

tijd van droogte tijd van regen

dag van oogsten tijd van nood

tijd van stenen tijd van brood.

Tijd van liefde, nacht van waken

Uur der waarheid dag der dagen

Uur de waarheid dag der dagen

Toekomst die gekomen is

woord dat vol van stilte is.

 

Tijd van troosten tijd van tranen

tijd van mooi zijn tijd van schamen

tijd van jagen nu of nooit

van hopen dat nog ooit.

Tijd van zwijgen zin vergeten

van nergens blijven niemand weten

tijd van kruipen angst en spijt

zee van tijd en eenzaamheid.

 

Wie aan dit bestaan verloren

nieuw begin heeft afgezworen

wie het houdt bij wat hij heeft

sterven zal hij ongeleefd.

Tijd van leven om met velen

Brood en ademtocht te delen

wie niet geeft om zelfbehoud

leven vindt hij honderdvoud.

 

 

 

Lied aan het licht

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan.

koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig zijn

niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.

 

Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen en elk z´n naam in vrede draagt.

 

Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren licht, laatste woord van Hem die leeft.

 

 

 

Zijn onvergankelijk testament

 

Zijn onvergankelijk testament:
Dat Hij ons in de dood nog kent
de dagen van ons leven
ten dode opgeschreven
ten eeuwig leven omgewend.

 

 

 

Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)

Lees meer...

Jean-Simon DesRochers

 

De Canadese schrijver Jean-Simon DesRochers werd geboren op 1 november 1976 in Montréal, Québec, Canada. Zie ook alle tags voor Jean-Simon DesRochers op dit blog.

 

Uit: La canicule des pauvres

 

6 h 2 – Humidex : 31 °C

Il reste sept minutes avant la seconde sonnerie. Monique est consciente. Elle sait à quel point la sonnerie du radioréveil de Christian est stridente. Christian à côté qui dort encore, bouche ouverte. Monique reste étendue, les yeux plongés dans la pénombre du minable appartement. Il fait chaud. Tant au-dessus du drap qu’en dessous. Plus que six minutes.

Comme tous les premiers du mois, Monique passera la journée à la réception. Une journée à écouter les excuses des uns, à recevoir les chèques des autres, sauf si les locataires décident de régler avec leur petite monnaie accumulée, roulée en tubes, comme le Marsouin depuis trois mois. Comment il fait pour ramasser autant de pièces sans les boire ? Monique imagine ce boiteux en train de rouler des dollars accumulés au fond d’un contenant d’eau de dix litres. Elle le voit entasser ses piles avec une certaine fierté, s’assurer de rouler l’argent avec les faces placées du même côté. Trois cent cinquante dollars pendant trois mois… mille cinquante pièces dorées roulées en paquets de vingt-cinq… Plus qu’une minute avant la sonnerie. Il n’en a plus pour longtemps avec ce qu’il boit, le Marsouin… comment peut-on arriver à rouler des dollars et se soûler avec de l’alcool à friction… au moins, il paie son loyer… de l’alcool à friction, franchement… ça doit lui brûler l’intérieur, il y a de quoi crever

Monique tourne les yeux. Voilà un moment que l’heure est bloquée à 6 h 8. Dès qu’elle passera à 6 h 9, Monique pressera le bouton snooze, se lèvera, grattera sa cicatrice sous le sein gauche. Elle tentera de ne pas regarder l’état de l’appartement.

Autrement, l’envie de dévisager Christian deviendra insurmontable. Son médecin lui a déconseillé les expressions qui sollicitent trop de muscles faciaux pour la prochaine semaine. Elle doit sourire légèrement, garder les coins de bouche et les sourcils relevés, les narines détendues. Sinon, la douleur pourrait causer de nouvelles migraines. Pas une option pour un premier du mois, surtout avec cette maudite chaleur…”

 

 

Jean-Simon DesRochers (Montréal,1 november 1976)

15:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jean-simon desrochers, romenu |  Facebook |

31-10-13

Joseph Boyden, Bruce Bawer, John Keats, Nick Stone, Carlos Drummond de Andrade

 

De Canadese schrijver Joseph Boyden werd geboren op 31 oktober 1966 in Willowdale, Ontario. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Boyden op dit blog.

 

Uit: The Orenda

 

“I awake. A few minutes, maybe, of troubled sleep. My teeth chatter so violently I can taste I’ve bitten my swollen tongue. Spitting red into the snow, I try to rise but my body’s seized. The oldest Huron, their leader, who kept us walking all night around the big lake rather than across it because of some ridiculous dream, stands above me with a thorn club. The weight these men give their dreams will be the end of them.

Although I still know little of their language, I understand the words he whispers and force myself to roll over when the club swings toward me. The thorns bite into my back and the bile of curses that pour from my mouth make the Hurons convulse with laughter. I am sorry, Lord, to use Your name in vain.

They’d all be screaming with glee, pointing and holding their bellies, if we weren’t being hunted. With a low sun rising and the air so cold, noise travels. They are clearly fed up with the young Iroquois girl who never stopped whimpering the entire night. Her face is swollen and, when I see her lying in the snow, I fear they killed her while I slept.

Not long ago, just before first light, we’d all paused to rest, the leader and his handful of hunters stopping as if they’d planned this in advance, the pack of them collapsing against one another for the heat. They whispered among themselves, and a couple glanced over at me. Although I couldn’t decipher their rushed speech, I sensed they talked of leaving me here, probably with the girl, who at that moment sat with her back to a birch, staring as if in a dream.Or maybe they talked of killing us. We had slowed them down all night, and despite trying to walk quietly I’d stumbled in the dark through the thick brush and tripped over fallen trees buried in the snow. At one point I removed my snowshoes because they were so clumsy, but then sank up to my hips in the next steps, and one of the hunters had to pull me out, biting me hard on the face once he’d accomplished the deed.”

 

 

 

Joseph Boyden (Willowdale, 31 oktober 1966)

Lees meer...

30-10-13

Jan Van Loy, Fjodor Dostojevski, Ezra Pound, Paul Valéry, Georg Heym

 

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

 

Uit: Bankvlees

 

‘Er is te weinig vlees om het in brokken te snijden. In de ene beker zou een brok terechtkomen, in sommige bekers twee brokken, en in andere dan weer geen enkele.’
‘Dus we geloven in de goedheid van de mens,’ zeg ik, ‘maar ook in zijn onvermijdelijke jaloezie als hij denkt dat een ander een brokje meer in zijn soep heeft.’
Erik kijkt mij aan. Zijn mond is een beetje vertrokken, bijna een glimlach. ‘Die kleine stukjes geven een betere distributie,’ zegt hij.
Tot elke prijs zal vermeden worden dat de een meer geluk heeft dan een ander. Moedeloos word ik van dat soort egalitarisme, want zelf zou ik graag meer geluk hebben dan een ander.
‘Daklozen hebben hun portie pech al gehad,’ zegt de coördinator, zelf nooit dakloos geweest.
‘Het kan ook hun eigen schuld zijn,’ zeg ik, evenmin ooit dakloos geweest.
‘Maar dat is niet onze instelling,’ zegt de glimlachende coördinator, en hij laat me zowaar zijn wijsvingertje zien, terwijl ik en niet hij sta te tranen boven de uien.
Toen ik Anja zag, had ik er geen spijt van dat ik me hier had opgegeven als vrijwilliger.
‘Waarom heb je je hier als vrijwilliger opgegeven?’ was een van haar eerste vragen.
‘Om iets te doen te hebben.”

 

 

 

Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

Lees meer...

Constantijn Huygensprijs 2013 voor Tom Lanoye

 

De Vlaamse dichter en schrijver Tom Lanoye krijgt in januari volgend jaar de Constantijn Huygensprijs 2013 voor zijn gehele oeuvre uitgereikt. Dat heeft de voorzitter van de Jan Campert-stichting, die de prijs toekent, vandaag bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Gelukkige slaven

 

“We vinden Tony Hanssen terug tijdens de hondsdagen van een verstikkende, walmende, besmettelijke zomer. Niet in het uiteenvallende continent waar hij meer dan veertig jaar geleden zijn levenslicht zag. Daar is het winter nu, daar regent het vuile sneeuw op straat en onheilsberichten in alle parlementen en beursgebouwen. We treffen hem aan elfduizend kilometer verderop, in de schaamspleet onder de tropisch gezwollen buik van Brazilië, de open wond genaamd Rio de la Plata, Rivier van Zilver. Ze is breed als een zee, ze ruikt naar petroleum en ingewanden en ze is het voorgeborchte van de Atlantische Oceaan — een deinend, koningsblauw universum vol verborgen gasvelden, scheepswrakken en walviskadavers.
Op de beide oevers van de Rio de la Plata ligt een hoofdstad. In het noorden Montevideo. In het zuiden Buenos Aires, een stad zo groot als een staat. Daar, in San Telmo, een van de oudste wijken, nog gesticht door gevluchte Italianen en ontsnapte negerslaven, de latere bakermat van de tango, de wapensmokkel en de voetbalgekte, treffen wij Tony Hanssen aan. Hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting. Boven hun hoofden wiekt een gammele ventilator, de charmant antieke airco steunt en rammelt luider dan het bed.
Toch zweet Tony zich kapot. En hij is niet de enige, te voelen aan de huid waar hij tegenaan stoot. Hij walgt van zichzelf en heeft medelijden met mevrouw Bo Xiang. Maar stoppen met haar te bevredigen doet hij niet. Ze zou het kunnen begrijpen als een afwijzing. Hoed u voor de wraak van een gekrenkte vrouw op leeftijd. Tony staat voor een fortuin in het krijt bij haar echtgenoot. Dus stoot hij voort. Het is nog geen twee uur in de middag. De lantaarnpalen buiten werpen amper schaduw.”

 

 

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

Ook drie andere schrijvers zijn bekroond. Micha Hamel mag voor zijn bundel “Bewegend Doel” de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. Oek de Jong krijgt voor zijn roman “Pier en Oceaan” de F. Bordewijk-prijs. Jan Paul Schutten ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur voor “Het Raadsel van Alles Wat Leeft”. Aan al deze prijzen zijn bedragen van vijfduizend euro verbonden. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

29-10-13

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Claire Goll

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

 

Uit: Lieber Niels

 

„1.1.04

Dein Fontane-Neujahrs-Gedicht ist schön, ja – ich habe es erst gelesen, nachdem ich meins schon losgeschickt hatte (lustig, wie einfach wir werden in unseren Vorlieben) –, und Deine virtuelle Skyline mit Silvesterknallern ist ein Märchen. Kein Internettand, sondern Kunst. Ich wollte sie kopieren und weiterschicken, das schaffte ich nicht. Es soll auch so bleiben: ein Unikat für mich. Danke.

Gestern Abend war ich eingeladen zu einem veritablen Silvesteressen mit Herren und Damen in Anzügen. Etwa 25 Leute, davon mindestens zehn Psychoanalytiker. Die Gastgeber, ein Analytikerpaar, sind mit dem Maler Manfred Schling befreundet, über den ich sie kennengelernt habe. Sie residieren in einer zweihundertvierzig Quadratmeter großen Wohnung im Bayrischen Viertel, sehr schön. Der Abend verlief überraschend heiter und unverkrampft. Obwohl ich viel getrunken habe, stand ich heute mit klarem Kopf auf und beginne das neue Jahr einigermaßen nüchtern.

Die Gastgeber besitzen die Köhlmeier-CDs. Ich habe sie nun gesehen: Es sind drei Kassetten à 5 CDs, Titel Die Sagen des klassischen Altertums, produziert vom ORF. Meinst Du, es gibt eine Möglichkeit, die irgendwo im Internet antiquarisch aufzutreiben? Ich hoffe, auch Du bist gut gerutscht und startest zuversichtlich. Es soll einmal mehr unser Jahr werden!

2.1.04

Michael Johannes Maria Köhlmeier heißt er … Ob die Aufnahme wohl wirklich so gut ist, dass keiner, der sie hat, sie loswerden will? So werde ich diese entfernt Bekannten bitten müssen, sie mir zu brennen … Nein, das bringe ich nicht über mich. Werde halt auf K. verzichten und weiterhin nichts vom griechischen Altertum wissen. Ist ja kein Unglück.”

 

 

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

Lees meer...

Mano Bouzamour

 

Onafhankelijk van geboortedata


De Nederlandse schrijver
Mano Bouzamour werd in 1991 geboren in Amsterdam. Hij bezocht daar het Hervormd Lyceum Zuid. Als verhalenverteller won Bouzamour in 2010 het Rozentuinfestival. Zijn debuut, de schelmenroman De belofte van Pisa is gebaseerd op zijn eigen leven..

 

Uit: De belofte van Pisa

 

“Toen was ik aan de beurt. Ik stond op en zei: ´Hallo, ik ben Samir. Iedereen noemt me Sam. Ik woon in de Pijp, je weet toch daarzo bij de Albert Cuyp. En o ja, ik ben moslim.´ De wimpers van mijn klasgenoten gingen op en neer. Moslim zijn, dat was niet hip. Niemand had ergens een moslim tante of moslim oma. In plaats daarvan vroeg Céline: ´Die slachten toch schapen op het toilet?´

(…)

 

‘Daarna vatte al het verkeer ineens moed en begon het kriskras door mekaar te karren. Het pioniersgedrag dat mijn broer en Soesi vertoonden wond mij op, het was imponerend en aanstekelijk en verleende ze glans. Mijn broer en Soesi vielen uit de toon alsof een speciaal levenslicht ze bescheen.’

 

 



Mano Bouzamour (Amsterdam, 1991)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mano bouzamour, romenu |  Facebook |

AKO Literatuurprijs 2013 voor Joke van Leeuwen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster,illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen ontving gisteravond in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen de AKO Literatuurprijs 2013 voor haar roman “Feest van het begin”. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Uit: Feest van het begin

 

“Op een oktobermaandag in het eerste jaar van de nieuwe vrijheid stort de regen nietsontziend op de hoofdstad. Hij slaat een menigte putjes in het water van de rivier die er als een kromme ruggengraat doorheen loopt en tekent slingerbeekjes in de modder van nog ongeplaveide straten. De open goten kunnen de toevloed niet meer verstouwen en uit de regenpijpen, die maar tot halverwege de gevels reiken, spuit het water op de rillende flanken van de paarden en de dunne daken van de koetsen. Voorbijgangers proberen de plenzen te ontwijken die door de wielen worden opgegooid, met vuil erin en restjes salpeterzuur die een gat kunnen branden in hun kleren. En de mussen en de katten vinden een schuilplaats die te klein is voor een mens.
De regen gutst langs de strenge gevels van een hospice voor wezen in een van de faubourgs, waar al vijftien jaar tussen andere kinderen met verloren ouders een vondelinge woont die op haar handen kan staan. Ze heeft van de nonnen die haar te kleden en te bidden geven twee namen gekregen van heilige vrouwen.
Die middag kijkt ze door een van de weinige ramen waar geen ribbelend glas in lood in zit dat de buitenwereld vervormt en een andere kleur geeft. Ze weet van horen zeggen wat er gaande is en ziet de stille straat waaraan het hospice grenst. Hoe weinig ze ook ziet, ze mag niet blijven kijken, want er moet worden schoongemaakt en er moeten nieuwe woorden worden geleerd in een dode taal die moet blijven leven.
Het water trommelt op het beschadigde huis van een behangfabrikant, waarin alles kort en klein is geslagen door arbeiders die hun recht kwamen halen en en passant ook de uitstekende wijnen uit de kelder. In halfdonkere zolderwoningen zetten vrouw en kinderen van leerlooiersknechten en waterdragers emmers en pannen neer om de druppels op te vangen die naar binnen lekken.”

 

 

 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

28-10-13

Evelyn Waugh, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp

 

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

 

Uit: Brideshead Revisited

 

“... The whole argument from Significant Form stands or falls by volume. If you allow Cézanne to represent a third dimension on his two-dimensional canvas, then you must allow Landseer his gleam of loyalty in the spaniel’s eye”—but it was not until Sebastian, idly turning the page of Clive Bell’s Art, read: “‘Does anyone feel the same kind of emotion for a butterfly or a flower that he feels for a cathedral or a picture?’ Yes. I do,” that my eyes were opened.

I knew Sebastian by sight long before I met him. That was unavoidable for, from his first week, he was the most conspicuous man of his year by reason of his beauty, which was arresting, and his eccentricities of behaviour which seemed to know no bounds. My first sight of him was as we passed in the door of Germer’s, and, on that occasion, I was struck less by his looks than by the fact that he was carrying a large Teddy-bear.

“That,” said the barber, as I took his chair, “was Lord Sebastian Flyte. A most amusing young gentleman.”

 

 

 

Jeremy Irons en Anthony Andrews als Charles en Sebastian

In de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

 

“Apparently,” I said coldly.

“The Marquis of Marchmain’s second boy. His brother, the Earl of Brideshead, went down last term. Now he was very different, a very quiet gentleman, quite like an old man. What do you suppose Lord Sebastian wanted? A hair brush for his Teddy-bear; it had to have very stiff bristles, not, Lord Sebastian said, to brush him with, but to threaten him with a spanking when he was sulky. He bought a very nice one with an ivory back and he’s having ‘Aloysius’ engraved on it—that’s the bear’s name.” The man, who, in his time, had had ample chance to tire of undergraduate fantasy, was plainly captivated by him. I, however, remained censorious and subsequent glimpses of Sebastian, driving in a hansom cab and dining at the George in false whiskers, did not soften me, although Collins, who was reading Freud, had a number of technical terms to cover everything.

Nor, when at last we met, were the circumstances propitious. It was shortly before midnight in early March; I had been entertaining the college intellectuals to mulled claret; the fire was roaring, the air of my room heavy with smoke and spice, and my mind weary with metaphysics.

 

 

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

Lees meer...

Jan Weiler

De Duitse schrijver en journalist Jan Weiler werd geboren op 28 oktober 1967 in Düsseldorf. Hij groeide op in Meerbusch Jan Weiler en werkte tijdens zijn schooltijd als freelancer voor de Westdeutsche Zeitung. Na de middelbare school en vervangende diensplicht werkte hij als copywriter voor een reclamebureau. Vervolgens studeerde hij aan de School voor Journalistiek in München. Weiler was vanaf 1994 redacteur, toen van 2000 tot 2005 samen met Dominik Wichmann hoofdredacteur van het SZ magazine. Als zodanig schreef hij in 2002 voor een speciale uitgave over Italië een artikel over zijn schoonvader, die ooit als Italiaanse gastarbeiderr naar Duitsland was gekomen. De respons was onverwacht positief. Daarna ging hij in 2003 met zijn schoonvader Antonio naar Italië om zich daar diens levensverhaal te laten vertellen. Dat leidde tot het boek “Maria, ihm schmeckt’s nicht!”, dat volgens Weiler niet autobiografisch, maar als fictie opgevat dient te worden. Het boek combineert op humoristische wijze fictieve elementen met de verhalen van schoonvader "Antonio" en de ervaring van Weiler met zijn Italiaanse familie. In 2005 verscheen de opvolger “Antonio im Wunderland.” Sinds 2004 trekt Weiler rond als voorlezer van zijn werken. Het reisdagboek dat daarbij ontstond verwerkte hij in 2006 tot literatuur in zijn boek “In meinem kleinen Land”. Vanaf 2007 schrijft Jan Weiler wekelijks zijn column “Mein Leben als Mensch”, die sinds augustus 2009 verschijnt in “Welt am Sonntag”. In 2009 kwam de verfilming van “Maria, ihm schmeckt’s nicht”, waarvoor hij ook het scenario schreef, in de bioscoop. Hij heeft daar zelf een glimpoptreden als ambtenaar van de burgerlijke stand.

Uit: In meinem kleinen Land

Willkommen zu diesem Buch. Ich darf Sie gleich darauf auf­merksam machen, dass Sie sich keinen Reiseführer gekauft haben. Wenn dies Ihre Absicht war, findet die Produktenttäu­schung wenigstens ganz am Anfang statt. Was Sie in Händen halten, ist ein Reisetagebuch. Und das ist etwas ganz anderes. Es stehen keine Handreichungen für Ausflüge zu Sehenswür­digkeiten drin. Ebenso fehlen Listen mit günstigen Hotels, in denen man ein gutes Frühstück bekommt. Auch Reiserouten für Schnäppchenjäger sind nicht enthalten. Aber was sonst? Eindrücke, Geschichten, Gespräche über und in unserem er­staunlichen kleinen Land.
Ich habe es von September 2005 bis Juni 2006 während einer Lesereise kennengelernt und darüber Buch geführt, indem ich jeden Tag notierte, was passiert war. Dieses Prinzip führt natürlich zu Ungerechtigkeiten, denn man kann fast keinem Ort gerecht werden, indem man dort nur einen Tag verbringt. Das Procedere war täglich gleich: mit dem Zug anreisen, per Taxi oder zu Fuß ins Hotel. Dann spazieren gehen. Etwas essen. Menschen in Theatern, Buchhandlungen oder Kulturzentren vorlesen. Schlafen. Frühstücken. Schreiben. Mit dem Zug wie­der abreisen. Auf diese Weise bleibt einem Ort nur eine kurze Zeit, um sich einzuprägen. Es entgeht dem Besucher natürlich so manches. Man übersieht die Schönheit Dortmunds, und lei­der war ich nicht im Sommer in Speyer, sondern am kältesten Wintertag. Mein Urteil über Itzehoe fällt wahrscheinlich un­gerecht aus, jenes über Dresden ist womöglich gemein. Manch­mal bekommt man falsche Eindrücke, sieht nicht richtig hin. Ich bitte dafür um Entschuldigung. Andererseits macht gerade das die Reise interessant. Was bleibt beim flüchtigen Kennenlernen einer Stadt hängen? Wo sieht man hin, was will man wissen? Und kann man sich in eine Stadt verlieben? Aber ja! Orte sind wie Menschen. Sie haben Charakter, Charme, Aus­strahlung. Oder auch nicht. Sie sind hässlich oder zu klein. Sie sehen grau aus oder alt oder freundlich. Sie grüßen über­schwänglich oder gar nicht. Sie wollen dich einladen oder ver­scheuchen. Davon - und von den Menschen in diesen Orten - handelt dieses Buch.

 


Jan Weiler (Düsseldorf, 28 oktober 1967)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan weiler, romenu |  Facebook |

27-10-13

Dylan Thomas, Sylvia Plath, Albrecht Rodenbach

 

De Engelse dichter Dylan Thomas werd geboren op 27 oktober 1914 in Swansea in Wales. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dylan Thomas op dit blog.

 

 

A Grief Ago

 

A grief ago,
She who was who I hold, the fats and the flower,
Or, water-lammed, from the scythe-sided thorn,
Hell wind and sea,
A stem cementing, wrestled up the tower,
Rose maid and male,
Or, master venus, through the paddler's bowl
Sailed up the sun;

Who is my grief,
A chrysalis unwrinkling on the iron,
Wrenched by my fingerman, the leaden bud
Shot through the leaf,
Was who was folded on the rod the aaron
Road east to plague,
The horn and ball of water on the frog
Housed in the side.

And she who lies,
Like exodus a chapter from the garden,
Brand of the lily's anger on her ring,
Tugged through the days
Her ropes of heritage, the wars of pardon,
On field and sand
The twelve triangles of the cherub wind
Engraving going.

Who then is she,
She holding me? The people's sea drives on her,
Drives out the father from the caesared camp;
The dens of shape
Shape all her whelps with the long voice of water,
That she I have,
The country-handed grave boxed into love,
Rise before dark.

The night is near,
A nitric shape that leaps her, time and acid;
I tell her this: before the suncock cast
Her bone to fire,
Let her inhale her dead, through seed and solid
Draw in their seas,
So cross her hand with their grave gipsy eyes,
And close her fist.

 

 

 

Grief Thief Of Time

 

Grief thief of time crawls off,
The moon-drawn grave, with the seafaring years,
The knave of pain steals off
The sea-halved faith that blew time to his knees,
The old forget the cries,
Lean time on tide and times the wind stood rough,
Call back the castaways
Riding the sea light on a sunken path,
The old forget the grief,
Hack of the cough, the hanging albatross,
Cast back the bone of youth
And salt-eyed stumble bedward where she lies
Who tossed the high tide in a time of stories
And timelessly lies loving with the thief.

Now Jack my fathers let the time-faced crook,
Death flashing from his sleeve,
With swag of bubbles in a seedy sack
Sneak down the stallion grave,
Bull's-eye the outlaw through a eunuch crack
And free the twin-boxed grief,
No silver whistles chase him down the weeks'
Dayed peaks to day to death,
These stolen bubbles have the bites of snakes
And the undead eye-teeth,
No third eye probe into a rainbow's sex
That bridged the human halves,
All shall remain and on the graveward gulf
Shape with my fathers' thieves.

 

 

 

 

Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

Lees meer...