16-08-14

Ferenc Juhász

 

De Hongaarse dichter Ferenc Juhász werd geboren op 16 augustus 1928 in Biatorbágy, een dorp in de buurt van Boedapest. Ferenc Juhász publiceerde zijn eerste gedicht in 1946. In 1949 werd zijn eerste bundel, Het Gevleugelde Veulen, gepubliceerd. Verdere bundels verschenen in 1954, 1955 en 1956. Juhász's reputatie als een grote 20e eeuwse dichter rust op de bundel “Harc a fehér báránnyal” (Engels:Struggle with The White Lamb) uit 1964, met daarin het lange gedicht “The Boy Changed into a Stag Cries Out at the Gates of Morning”. WH Auden, een heel ander soort dichter, noemde dit een van de grote gedichten van onze tijd. Selecties van Juhász werk werden bijna gelijktijdig in 1970 gepubliceerd in het Engels door Penguin en Oxford University Press. De grote ambitie van Juhász is om een moderne epische dichter te zijn, om boeken van het universum te schrijven. Hij heeft verschillende Hongaarse en internationale prijzen ontvangen, waaronder de Kossuth-prijs.

Uit: The boy changed into a stag clamors at the gate of secrets

The mother called to her own son,
cried from far away,
the mother called to her own son,
cried from far away,
went to the front of the house: from there she cried,
unwound her heavy knot of hair
dusk wove to a shimmering bride’s veil
that flowed down to her ankles
a flag, tassled, black, for the wind
the firedamp dust that smelled of blood.
She knotted her fingers to tendrils of stars,
the moon-froth covered her face,
and like this she cried to her child—
stood in front of the house and spoke to the wind
spoke to the song-birds
to the love-cries of the wild geese
shouted across to the wind-fingered reeds
to the luminous sprawled potato-flowers
to the stocky, cluster-balled bulls
to the sumach tree, shade of the well,
she called to the jumping fish
to the welding rings of water—
Hush! you birds and branches
hush, because I’m calling
be still, fishes and flowers
be still, I want to speak
be quiet, breath of the soil
fin-quiver, leafy parasols
be still, deep humming of sap
rumors that seep from the atoms’ depths
bronze-chaste virgins, wool-breasted flock
be quiet, because I’m calling,
I’m crying out to my own son!

 

Vertaald door David Wevill

 

 

 
Ferenc Juhász (Biatorbágy, 16 augustus 1928)

12:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ferenc juhász, romenu |  Facebook |

15-08-14

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert, Wanda Schmid

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Hazekamps-Hendrik

Hazekamps-Hendrik hield het Boek
in zeer hoge ere. Na den eten
's avonds werd het hem aangegeven
en hij las voor. Hij deed het
op een verhoogde toon
zoals een Grieks priester zou doen,
met een stem die duidelijk maakte
hoezeer wij naar adem snakken
en de adem dat is de Geest.
Wie het Woord Gods hardop leest
komt altijd adem te kort
zodat leven hijgen wordt.
Het is als een rivier
die langs nauwe dijken schuurt,
de kinderen verstaan het niet
maar dat hindert ook niet:
het woord van de hemel is daar
als brood op een altaar,
als een huis in het land gelegd,
men ziet wat God zegt
en de duif koert in de keel
van een koe op de deel.
Alle dingen staan zo omhoog op toon,
niets dat bewoog bij het lezen,
behalve misschien een voet
van de jongste zoon,
maar goed,
laat dat zo wezen.

 

 

Genesis twee

De handen van haar mond heeft zij gevouwen,
de lippen van haar armen in vertrouwen
open gedaan en 't hart van haar gezicht
heeft zij herkennend op mijn hart gericht.

Haar ogen die mij openlijk genegen
zijn, zeggen wat haar lichaam nog verzweeg en
haar stem die mij bij mijn geboorte noemt
heeft mij voortaan tot horigheid gedoemd.

Zij zegt mijn naam en ik herhaal de hare,
wij zullen elkaar voor elkaar bewaren,
maar zij vooral houdt mij voor mij gereed
omdat zij mijn geheim van buiten weet.

 

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

14-08-14

Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Julia Mann - da Silva-Bruhns, Stefanie de Velasco, Verena Güntner

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Liebesgedicht auf meine Geburt

Ich bin gekommen, Mama –
von innen, aber auch ein bißchen
von unten, wie in der Liebe auch.
Ich lag dann, naß und verschwitzt,
nicht wahr, Mama?, auf deinem Bauch.
Wir waren beide naß und verschwitzt,
und hatten, wie in der Liebe auch,
ein Leben vor uns.

 

 

Gedicht

Aus dem einen oder andern
mach einen Menschen.
Doch davon kein Wort.
Kein Wort über Vergangenes,
womit auch der gestrige Tag gemeint ist.
Nicke noch eine Weile ihm zu
bei Gewohnheiten, die dich stören.
Er wird sie aufgeben. Darüber,
siehst du, lacht er schon jetzt.
Zum ersten Mal in seinem Leben
wird er etwas erfinden, das er
dir zeigt. Laß ihm Zeit, noch einmal
hinauszulaufen ins Leben.
Erspare ihm alle Lügen der Liebe.
Komplimente, bitte, nützen nichts.
Auch die Kugel, die ins Herz trifft,
sucht Wärme.

 

 

Schluß damit!

Schluß damit,
daß ich Dir nie
begegnet bin.
Schluß mit den Männergeschichten
zwischen Mann und Frau.
Schluß damit!
Diese kleine, klägliche Angst,
die Ihr Liebe nennt,
Schluß damit!
Für eine große Liebe
braucht es zwei Einzelgänger
und ein Gebet.
Sei meines,
wenn die Liebenden schlafen
und in den Häusern die Stille steht.
Dann komm, dann geh!
Tu beides mit der Heftigkeit
eines Sommergewitters.

 

 
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

Lees meer...

13-08-14

antoine de kom, Amélie Nothomb, Jens Bisky, Nikolaus Lenau, Tom Perrotta, Rudolf G. Binding

 

De Nederlandse schrijver en dichter antoine de kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor antoine de kom op dit blog.

 

hun lichamen een landschap

hun lichamen een landschap
verlieten wij het tanteland.
er waren sigarenpeuken en
er was sprake van bloedarmoede
die niet te verklaren was. we
plozen de kinderboeken erop na.
we keken onder elke struik.
al wat we vonden was een kleine
dode hagedis met witte strepen
op het lijf. verder een gele vis
en een schelp. dit alles moest
begraven worden en snel.
toen was er iemand die de tuin deed: ik maak
de regen en hij zegende. ik verlos jullie van
je jeugd en je kleur.
vanaf die dag liepen we door
het bos van haren waar we
jaren later nóg verdwenen
in de steentijd van het
onbewaakte ogenblik.

 

 

eerst waren er kinderen

eerst waren er kinderen later
kwamen de soldaten en die schoten in het zand.
er vielen stoelen om.
je blanco vellen waren weg.
je sprak hoewel het schieten alweer opgehouden was.
je sprak tot de soldaten in de taal des lands.
de kinderen staan zwijgend aan de kant.
dan is er weer de regen
zijn er weer bladeren waar je uit tevoorschijn stapt.
je denkt waarschijnlijk weer aan alles
als je uit het brandpunt zuchtend heel dicht
naast me komt
dan fluister je een grapje
dat jij toverfee en ik kabouter was.
een nogal dwaze
kabouter met een dikke buik en met een kleine
witte baard en bijna bloot op één ding na:
dit lint van witte vellen zwevend van mijn linker
naar mijn rechterhand.

 

 
antoine de kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

Lees meer...

12-08-14

Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel, Anthony Swofford, Stefano Benni, Marcellus Emants

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Der kleine Herr Friedemann

„Die Amme hatte die Schuld. – Was half es, dass, als der erste Verdacht entstand, Frau Konsul Friedemann ihr ernstlich zuredete, solches Laster zu unterdrücken? Was half es, dass sie ihr ausser dem nahrhaften Bier ein Glas Rotwein täglich verabreichte? Es stellte sich plötzlich heraus, dass dieses Mädchen sich herbeiließ, auch noch den Spiritus zu trinken, der für den Kochapparat verwendet werden sollte, und ehe Ersatz für sie eingetroffen war, ehe man sie hatte fortschicken können, war das Unglück geschehen. Als die Mutter und ihre drei halbwüchsigen Töchter eines Tages von einem Ausgange zurückkehrten, lag der kleine, etwa einen Monat alte Johannes, vom Wickeltische gestürzt, mit einem entsetzlich leisen Wimmern am Boden, während die Amme stumpfsinnig daneben stand.
Der Arzt, der mit einer behutsamen Festigkeit die Glieder des gekrümmten und zuckenden kleinen Wesens prüfte, machte ein sehr, sehr ernstes Gesicht, die drei Töchter standen schluchzend in einem Winkel, und Frau Friedemann in ihrer Herzensangst betete laut.

 

 
Kamer in het Buddenbrookhaus in Lübeck

 

Die arme Frau hatte es noch vor der Geburt des Kindes erleben müssen, dass ihr Gatte, der niederländische Konsul, von einer ebenso plötzlichen wie heftigen Krankheit dahingerafft wurde, und sie war noch zu gebrochen, um überhaupt der Hoffnung fähig zu sein, der kleine Johannes möchte ihr erhalten bleiben. Allein nach zwei Tagen erklärte ihr der Arzt mit einem ermutigenden Händedruck, eine unmittelbare Gefahr sei schlechterdings nicht mehr vorhanden, die leichte Gehirnaffektion, vor allem, sei gänzlich gehoben, was man schon an dem Blicke sehen könne, der durchaus nicht mehr den stieren Ausdruck zeige wie anfangs ... Freilich müsse man abwarten, wie im übrigen sich die Sache entwickeln werde – und das Beste hoffen, wie gesagt, das Beste hoffen ...“
Das graue Giebelhaus, in dem Johannes Friedemann aufwuchs, lag am nördlichen Thore der alten, kaum mittelgrossen Handelsstadt. Durch die Hausthür betrat man eine geräumige, mit Steinfliesen versehene Diele, von der eine Treppe mit weissgemaltem Holzgeländer in die Etagen hinaufführte. Die Tapeten des Wohnzimmers im ersten Stock zeigten verblichene Landschaften, und um den schweren Mahagoni-Tisch mit der dunkelroten Plüschdecke standen steiflehnige Möbel.

 

 
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

Lees meer...

11-08-14

Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus

 

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook alle tags voor Ernst Stadler op dit blog.

 

Sommer

Mein Herz steht bis zum Hals in gelbem Erntelicht wie unter Sommerhimmeln schnittbereites Land.
Bald läutet durch die Ebenen Sichelsang: mein Blut lauscht tief mit Glück gesättigtin den Mittagsbrand.
Kornkammern meines Lebens, lang verödet, alle eure Tore sollen nun wie Schleusenflügeloffen stehn,
Über euern Grund wird wie Meer die goldne Flut der Garben gehn.

 

Die Rosen im Garten

Die Rosen im Garten blühn zum zweiten Mal. Täglich schießen sie in dicken Bündeln
In die Sonne. Aber die schwelgerische Zartheit ist dahin,
Mit der ihr erstes Blühen sich im Hof des weiß und roten Sternenfeuers wiegte.
Sie springen gieriger, wie aus aufgerissenen Adern strömend,
Über das heftig aufgeschwellte Fleisch der Blätter.
Ihr wildes Blühen ist wie Todesröcheln,
Das der vergehende Sommer in das ungewisse Licht des Herbstes trägt.

 

Weinlese

Die Stöcke hängen vollgepackt mit Frucht. Geruch von Reben
Ist über Hügelwege ausgeschüttet. Bütten stauen sich auf Wagen.
Man sieht die Erntenden, wie sie, die Tücher vor der braunen
Spätjahrsonne übern Kopf geschlagen,
Sich niederbücken und die Körbe an die strotzendgoldnen Euter heben.

Das Städtchen unten ist geschäftig. Scharen reihenweis gestellter,
Beteerter Fässer harren schon, die neue Last zu fassen.
Bald klingt Gestampfe festlich über alle Gassen,
Bald trieft und schwillt von gelbem Safte jede Kelter.

 

 
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

Lees meer...

10-08-14

Kees van Kooten, Alfred Döblin, Moses Isegawa, Mark Doty, Jerzy Pilch

 

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Het groot bescheurboek

"Cadeautje
We zagen het jarenlang aankomen en eindelijk is het nu dan dus gebeurd: al onze vrienden en kennissen hebben alles al. De laatste die nog wat miste was Piet want die had gek genoeg nog geen wekradio maar laat hij nu van Medea voor zijn laatste verjaardag een wekradio krijgen! Medea zelf heeft trouwens nog een tijdjelang geen stoomkrultang gehad tot ze die dus met haar vorige moederdag van Jason bekwam. Toen zei ze het nog: nu heb ik geloof ik wel zo ongeveer alles wat ik hebben wou! Dat maakt het er voor ons als een van hun beste vrienden niet eenvoudiger op, want we kunnen toch lastig met lege handen aanbellen, als we komen. En helemaal niet als je ziet wat Koos en Medea altijd voor een werk van hun avondjes maken.

Soms hebben ze zalm zelfs. En het hele kleed nemen ze op, dat er gedanst kan worden, eventueel!
Nu hebben wij de laatste vier, vijf verjaardagen van allerhande Leuke Oude Dingen gegeven want daar waren ze nogal op zo'n beetje. Maar op een gegeven moment begonnen ze Leuke Oude Dingen dúbbel te krijgen en dan gaat het hard. Zo kregen ze de vorige keer maar liefst zeven oude koekblikken waarvan ze er al vier hadden staan. En de porseleinen diertjes die Medea opgaf als je vroeg wat ze wou hebben (Oh niks. Alleen maar een porseleinen beesje. Ik verzamel namelijk zo'n beetje porseleinen beesjes) waren uitgegroeid tot een kudde van over de honderd honden, poezen, hertjes, varkens en aapjes met een enkel mannetje of herderinnetje ertussen van vrienden die in de gauwigheid zo vlug geen beesje hadden kunnen vinden. En dat zijn dan alleen Koos en Medea nog maar! Jan en Popje, Henk en Lise-Lore, Bob en Daphne en noem de hele keng maar op: stuk voor stel zitten ze vol. Alles hebben ze al, alles. En nog wat.
Affijn: 11 maart bij Nees en Carla kwamen we met ons allen hardop tot de conclusie dat iedereen alles al had. Bij die gelegenheid kreeg Carla zesmaal Elite Hotel van Emmylou Harris en drie keer De Uitvaart van Mama Grande van Gabriel Garcia Marquez. Toen hebben we dus min of meer afgesproken dat het geen zin meer had en dat we een punt achter de Cadeaux gingen zetten."

 

 
Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

Lees meer...

Robin Pilcher, Jorge Amado, René Crevel, Blanca Varela, Barbara Erskine

 

De Britse schrijver Robin Pilcher werd geboren op 10 augustus 1950 in Dundee. Zie alle tags voor Robin Pilcher op dit blog en ook mijn blog van 10 augustus 2010

Uit: Starburst

“That had been enough for Tess. The thought of "other places" had cut any notion of romantic frivolity from her mind.
Seated on the edge of the bed, Tess pulled on her brown leather calf-length boots, wrestled the legs of her jeans over them, and then got up and walked over to open the wooden shutters on one of the room's tall sash-framed windows. Her spirits, which had been flying at Learjet height since the wedding, sank a little when she looked out onto another grey day in the Scottish capital. She could tell by the movement of the leafless trees just visible up by Heriot Row and by the way the pedestrians on the pavement below walked up Dundas Street clutching their coats closed at the neck, that the wind was coming from the north, sweeping cold and unguarded across the Firth of Forth. Spring is a season that's lost its reason, she thought to herself. The beginning of May and it could as well be February. An icy draught sought out a space at the side of the ancient window frame, surrounding her with a chill that made her shiver and clasp her hands under her armpits. It was about the one thing, being married, that she regretted, having to leave her cosy little tenement block flat in West College Street and move here to Allan's great barn of a place, situated in the infinitely smarter New Town.
Tess picked up her mobile from the bedside table and thumbed a couple of buttons. She held it to her ear as she pulled on her woollen jacket and shouldered the strap of her laptop case. When Allan eventually answered, his greeting was unintelligible through a mouthful of food.
"It's me," Tess said, picking up her keys from the table in the hallway.
She heard Allan swallow. "I know. Your name came up. Sex Maniac."
"It does not say that!"
"No, you're right. It says Mrs. Goodwin."

 

 
Robin Pilcher (Dundee, 10 augustus 1950)

Lees meer...

Piet Bakker, Michail Zosjtsjenko, Philipp Nicolai, Joseph Bialot

 

De Nederlandse journalist en schrijver Piet Bakker werd geboren in Rotterdam op 10 augustus 1897. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook alle tags voor Piet Bakker op dit blog.

Uit: Ciske de Rat

‘De volgende dag gaf ik Aardrijkskunde en wij kregen het natuurlijk over de sluizen en pieren van IJmuiden. Wij schoolmeesters moeten de kinderen nou eenmaal altijd wat leren. Een soort aanwensel. Stel je voor, dat de jongens en meisjes alleen maar gingen pootjebaaien en ranja met een rietje drinken en hun kousen en schoenen vol zand halen. En dat ze eens niets leerden. Ik weet uit ervaring, dat er op zo'n dag zelf niets van terecht komt. Dan kun je kletsen over sluizen en vuurtorens en vissershavens wat je wil, maar je kunt het voor hetzelfde geld in het Sanskriet zeggen. Ze hebben alleen maar aandacht voor zure balletjes, hun natte onderbroek en voor een ijsco, die met zijn belletje de leergierigheid belaagt. Om mijn schoolmeestersgeweten niet in opstand te brengen heb ik de theorie maar vooruit gegeven en zelfs nu vielen er douwen, omdat ze er de kop niet bij hadden. Ik kan mij dat eigenlijk zo goed voorstellen. De gewone lessen aanvaarden de kinderen, zoals ze mazelen en natte voeten krijgen. 't Hoort er nou eenmaal bij, al weet je niet waar dat allemaal goed voor is. Maar om de lol door het leren te bederven, dat vinden ze in wezen ongepast. Pret moet pret blijven en je gaat niet naar IJmuiden om nou eens precies te weten hoe een pier in elkaar zit’.

 

 
Piet Bakker (10 augustus 1897 - 1 april 1960)
Scene uit de film met Danny de Munk, 1984

Lees meer...

09-08-14

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

Moedermuseum

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht,
suppoost vooruitbetaald om over haar te waken.
Zij zat voortdurend aan zichzelf te knagen
tot enkel kraakbeen van haar overbleef.

Er kwam een firma langs om haar te stutten,
om lichaamsdeel na lichaamsdeel te restaureren
tot zij weer sexy presentabel voor de wereld was.
Onder woonachtigheid ging zij gebukt,

onder herinnering waaraan zij vast bleef kleven
en onder wijdverspreide wankelmoedigheid,
die grotendeels uit zwangerzucht bestaat.

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht
waar zij door tallozen zo mateloos bewonderd wordt
dat zij haar soms met zoutzuur naar het leven staan.

 

 

Trappen

Er zijn er naar beneden en naar boven.
Ze lijken zo verdomd goed op elkaar
dat men ze meestal met elkaar verwart.
Wel gaat het altijd sneller naar beneden.

Tussen muffe kelders en fier firmament
is waar ik woon, waar het hedendaagse
ondermaanse mij meedogenloos voorbijziet
of mij - trap op, trap af - juist breeduit salueert,

misschien zelfs rakelings langs een Vermeer
of langs licht loensende, zeegroene ogen.
'Er heerst hier veel te veel beneden,' mokt de een.

'O, al dat loze boven,' zucht een ander. En ook: 'Waar
gaat toch alles wat verdwijnen moet naartoe? Naar boven?
Naar beneden? En zijn daar dan voldoende trappen voor?

 

 

Het Winkeltje

Ik heb nog een antiquariaatje
van geel verkleurde dromen
op de oever van groot failliet.
Veel komen er niet, maar die er komen,
kopen met tweedehands verdriet.

 

 

 
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

Lees meer...

P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

 

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook alle tags voor P. L. Travers op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit: Mary Poppins

“The watching children heard a terrific bang, and as she landed the whole house ­shook.
“How funny! I’ve never seen that happen before,” said ­Michael.
“Let’s go and see who it is!” said Jane, and taking Michael’s arm she drew him away from the window, through the Nursery and out on to the landing. From there they always had a good view of anything that happened in the front ­hall.
Presently they saw their Mother coming out of the drawing­-­room with a visitor following her. Jane and Michael could see that the newcomer had shiny black hair—“Rather like a wooden Dutch doll,” whispered Jane. And that she was thin, with large feet and hands, and small, rather peering blue ­eyes.
“You’ll find that they are very nice children,” Mrs. Banks was ­saying.
Michael’s elbow gave a sharp dig at Jane’s ­ribs.
“And that they give no trouble at all,” continued Mrs. Banks uncertainly, as if she herself didn’t really believe what she was saying. They heard the visitor sniff as though she didn’t ­either.
“Now, about reference—” Mrs. Banks went ­on.
“Oh, I make it a rule never to give references,” said the other firmly. Mrs. Banks ­stared.
“But I thought it was usual,” she said. “I mean—I understood people always ­did.”
“A very old­-­fashioned idea, to my mind,” Jane and Michael heard the stern voice say. “Very old­-­fashioned. Quite out of date, as you might ­say.”
Now, if there was one thing Mrs. Banks did not like, it was to be thought old­-­fashioned. She just couldn’t bear it. So she said ­quickly:
“Very well, then. We won’t bother about them. I only asked, of course, in case you—er—required it. The nursery is upstairs—”

 

 
P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)
Julie Andrews als Mary Poppins in de film uit 1964

Lees meer...

08-08-14

Jostein Gaarder, Klaus Ebner, Birgit Vanderbeke, Gernot Wolfram, Sara Teasdale, Hieronymus van Alphen

 

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook alle tags voor Jostein Gaarder op dit blog.

Uit: Der Geschichtenverkäufer(Vertaald door Gabriele Haefs)

„Auf dem Weg durch Aurlandsdalen kam mir ein Gedanke. Er war mir ganz neu und hing damit zusammen, daß ich kurz zuvor im Club 7 einen jungen Autor kennengelernt hatte. Er war nur vier oder fünf Jahre älter als ich. Ich hatte ihn zu einer Flasche Wein eingeladen, und wir hatten uns einen ganzen Abend lang unterhalten. Er trug zwar eine fetzige John-Lennon-Brille, die richtige Menge Haare und Bart und einen korrekt verschlissenen Cordanzug, aber er war noch mindestens ebenso kindlich wie meine Altersgenossen, die Abiturienten. Ich zog eine Notiz hervor, die ich mir früher an diesem Tag gemacht hatte, es handelte sich um drei oder vier dicht beschriebene Seiten mit einem raffinierten Romansujet. Ich ließ ihn meinen Text überfliegen, und er war begeistert. Er musterte mich neidisch, dann überschüttete er meinen Entwurf mit wildem Lob. Was mich nicht überraschte: Ich wußte, daß die Romanidee großartig war. Trotzdem machte es mir keine Freude, gelobt zu werden, schon gar nicht von einem so jungen und unerfahrenen Autor; deshalb hatte ich ihm meine Notizen nicht gezeigt. Wenn du den Wein bezahlst, kannst du die Idee haben, sagte ich. Er glotzte mich an. Ich verspreche dir, niemandem zu erzählen, woher du sie hast, aber das kostet dich den Wein und fünfzig Kronen. Er gab mir das Geld zurück, das ich bereits für den Wein bezahlt hatte, und legte noch einen Hunderter dazu. Im Club 7 mußte der Wein bezahlt werden, bevor die Flasche geöffnet wurde. Als ich das Geld einsteckte, entdeckte ich Meter. Er stolzierte wütend zwischen den Tischen einher, fuhr vor unserem Tisch herum und drohte mir mit dem Stock.
Heute ist der junge Mann mit der John-Lennon-Brille einer der führenden Autoren des Landes, vor nicht allzu langer Zeit wurde sein fünfzigster Geburtstag gefeiert. Ich bin ihm später noch viele Male begegnet, inzwischen fließen mir zehn Prozent der Honorare aus seinen Buchverkäufen zu. Aber das wissen nur er und ich.
In Aurlandsdalen blieb ich lange vor einem großen Hexenkessel stehen, der Vetlahelvete genannt wird, Kleine Hölle; hier ging mir zum ersten Mal auf, daß ich mir mit meinen vielen Ideen vielleicht doch meinen Lebensunterhalt verdienen könnte. Mit ihnen besaß ich etwas, das vielen anderen nicht gerade zuflog. Ich war nicht eitel und wollte auch nicht berühmt werden, aber ich brauchte Geld und hatte nicht vor, mir einen Sommerjob zu suchen. Nach dem 15. September würde ich zudem über keinerlei Einkommen mehr verfügen, das hatte mein Vater absolut klargestellt. Ich würde sicher studieren, hatte er gesagt, und alle Studenten hätten Anspruch auf ein Studiendarlehen. Vater wußte nicht, daß ich von einem Studiendarlehen niemals würde leben können, schon die Kosten für die Mädchenbesuche sprengten den Rahmen dessen, was ich von der staatlichen Darlehenskasse erwarten konnte. Wenn ich kein Geld hätte, könnte ich mich außerdem nicht mehr frei bewegen. Diese Vorstellung sagte mir überhaupt nicht zu.”

 

 
Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

Lees meer...

Donald Davidson

 

De Amerikaanse dichter, essayist en literair criticus Donald Davidson werd geboren 8 augustus 1893 in Campbellsville, Giles County, Tennessee. Na de middelbare school studeerde Davidson aan de Vanderbilt University in Nashville waar hij in 1917 afstudeerde met een Bachelor of Arts (BA). Vervolgens ging hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in militaire dienst in het Amerikaanse leger waar hij werd bevorderd tot luitenant. Na de oorlog volgde hij een postdoctorale studie aan de Vanderbilt University, waar hij in 1922 een Master of Arts (MA) behaalde. Van 1923 tot 1930 was hij literatuurcriticus voor het dagblad The Nashville Tennessean. In 1924 verscheen met de bloemlezing “An Outlawed Piper” zijn debuutbundel. In 1927 werd deze gevolgd door “The Tall Men” en in 1938 door “Lee in the Mountains, and Other Poems”. Daarmee beïnvloedde hij de Southern Agrariërs, een groep dichters uit het Zuiden. Davidson, die ook werkte als hoogleraar aan de Vanderbilt University, publiceerde ook non-fictie: “The Attack on Leviathan: Regionalism and Nationalism in the United States” (1938) en “Why the Modern South Has a Great Literature” (1951), evenals “The Tennessee” (1946 tot 1948), een geschiedenis van de Tennessee River in 2 delen. Na een verzameling van essays getiteld “Still Rebels, Still Yankees, and Other Essays” (1957) verschenen met “The Long Street” (1961) en “Collected Poems: 1922-1961 (1966) nog twee dichtbundels. Zijn enige roman, “The Big Ballad Jamboree” werd postuum in 1996 gepubliceerd.

 

Prie-Dieu

Of what sins have you made confession here,
Ardent Cecile? Not passion’s intimacy,
Or tangles of desire that mutineer
A bold way through your maiden ecstasy.
Those are not blamed...the penance not severe!

Pray rather, with cool-lidded conscious eyes
For warm juvescence of those ichored limbs,
For laughter checked by no repentant cries,
For lips unstained by pattering of hymns.
Men’s glances have embraced you. They are wise.

They have seen you, cumbent by the ruddy fire,
Lending your curves to cushioned wantonness,
Or leaping to the stroke of an earthy lyre
Twanged in the joy of throbbing noon’s excess
And cried no pause for love. You, they require.

Of what sins have you made confession here,
Ardent Cecile? The wood receives your knees;
The organ stirs your prayer. Now you revere
The God that made you beautiful among these,
The gnarled and ugly. Your book receives no tear.

 

 

Teach Me

Teach me, old World, your passion of slow change,
    Your calm of stars, watching the turn of earth,
Patient of man, and never thinking strange
    The mad red crash of each new system’s birth.

Teach me, for I would know your beauty’s way
    That waits and changes with each changing sun,
No dawn so fair but promises a day
    Of other perfectness than men have won.

Teach me, old World, not as vain men have taught,
    —Unpatient song, nor words of hollow brass,
Nor men’s dismay whose powerfullest thought
    Is woe that they and worlds alike must pass.

Nothing I learn by any mortal rule;
Teach me, old World, I would not be man’s fool.

 

 

 
Donald Davidson (8 augustus 1893 - 25 april 1968)

15:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: donald davidson, romenu |  Facebook |

07-08-14

John Birmingham, Vladimir Sorokin, Michael Roes, Cees Buddingh’, Joachim Ringelnatz

 

De Australische schrijver John Birmingham werd geboren op 7 augustus 1964 in Liverpool, Engeland. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor John Birmingham op dit blog.

Uit:Without Warning

„They were her mission. And her name wasn’t Cathy. It was Caitlin.
The women were dressed in cheap clothing, layered for warmth. Falling back into the pillows, recovering from an uncontrolled moment of vertigo into which she had fallen, Caitlin Monroe composed herself. She was in a hospital bed, and in spite of the apparent poverty of her “friends,” the private room was expensively fitted out. The youngest of the women wore a brown suede jacket, frayed at the cuffs and elbows and festooned with colorful protest buttons.
A stylized white bird. A rainbow. A collection of slogans: Halliburton Watch. Who Would Jesus Bomb? And Resistance Is Fertile.
Caitlin took a sip of water from a squeeze bottle by the bed.
“I’m sorry,” she croaked. “What happened to me?”
She received a pat on the leg from an older, red-haired woman wearing a white T-shirt over some sort of lumpy handmade sweater. Celia. “Auntie” Celia, although she wasn’t related to anyone in the room. Auntie Celia had very obviously chosen the strange ensemble to show off the writing on her shirt, which read If you are not outraged you are not paying attention.
“Doctor!” cried the other older woman, who had just moved to the doorway.
Maggie. An American, like Caitlin. And there the similarity ended. Maggie the American was short and barrel-chested and pushing fifty, where Caitlin was tall, athletic, and young.
She felt around under her blanket and came up with a plastic control stick for the bed.
“Try this,” she offered, passing the controller to the young girl she knew as Monique, a pretty, raven-haired Frenchwoman. “See, the red call button. That’ll bring ’em.” Then, gently touching the bandages that swaddled her head, she asked, “Where am I?”
“You’re in a private room, at the Pitié-Salpêtrière Hospital in Paris,” explained Monique. “Paris, France,” she added self-consciously.
Caitlin smiled weakly. “’Okay. I remember that Paris is in France.” She paused. “And now I am, too, I guess. How did I get here? I don’t remember much after coming out of the Chunnel on the bus.”


 

 
John Birmingham (Liverpool, 7 augustus 1964)

Lees meer...