06-09-13

Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Alice Sebold, Julien Green, Jessica Durlacher

 

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

 

Uit: Bedlam

 

This is not the end of the world, Ross told himself.

He closed his eyes as a low hum began to sound around him, heralding the commencement of the scan. The effect was more white-out than black-out, the reflective tiles filling the room with greater light than the fine membranes of his eyelids could possibly block.

He should look upon all of it as a new start; several new starts, in fact. Yes: multiple, simultaneous, unforeseen, unwanted and utterly unappealing new beginnings. Welcome to your future.

As he lay on the slab he conducted a quick audit of all the things that had gone wrong in the couple of hours since he’d stepped off his morning bus into a squall of Scottish rain and a lungful of diesel fumes on his way to work. He concluded that it wasn’t a brain scan he needed: it was a brain transplant. Nonetheless, as the scan-heads zipped and buzzed above him, for the briefest moment he enjoyed a sense of his mind being completely empty, an awareness of a fleeting disconnection from his thoughts, as though they were a vinyl record from which the needle had been temporarily raised.

‘Hey Solderburn, are we clear?’ he asked, keeping his eyes closed just in case.

There was no reply. Then he recalled the capricious ruler of the Research and Development Lab telling him to bang on the door if there was a problem, so he deduced there was no internal monitoring.

He opened his eyes and sat up. It was only a moment after he had done so that he realised the tracks and scan-heads were no longer there. He did a double-take, wondering if the whole framework had been automatically withdrawn into some hidden wall-recess: it was the kind of pointless feature Solderburn was known to spend weeks implementing, even though it was of no intrinsic value.”

 

 

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

Lees meer...

Grote Prins Claus Prijs voor Ahmed Fouad Negm

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm ontvangt dit jaar de Grote Prins Claus Prijs. Prins Constantijn zal de prijs op 11 december in het Koninklijk Paleis in Amsterdam aan hem uitreiken. Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

 

What’s wrong with our president?


I never fret, and will always say
A word, for which, I am responsible
That the president is a compassionate man
Constantly, busy working for his people
Busy, gathering their money
Outside, in Switzerland, saving it for us
In secret bank accounts
Poor guy, looking out for our future
Can’t you see his kindly heart?
In faith and good conscience
He only starves you; so you’d lose the weight
O what a people! In need of a diet
O the ignorance! You talk of “unemployment”
And how condition have become dysfunctional
The man just wants to see you rested
Since when was rest such a burden?
And this talk of the resorts
Why do they call them political prisons?
Why do you have to be so suspicious?
He just wants you to have some fun
With regards to “The Chair]”
It is without a doubt
All our fault!!
Couldn’t we buy him a Taflon Chair?
I swear, you mistreated the poor man
He wasted his life away, and for what?
Even your food, he eats it for you!
Devouring all that’s in his way
After all this, what’s wrong with our president?

 

 

 

Vertaald door Walaa Quisay

 

 



Ahmed Fouad Negm (Ash Sharqiyah, 22 mei 1929)

05-09-13

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: Louteringsberg.

 

“Becky was vijf toen we hier kwamen wonen. Het liep tegen het einde van de jaren tachtig en hoewel onze verhuizing naar een afgelegen huis op een heuvel te midden van uitgestrekte bossen het begin van iets nieuws betekende, was het tegelijkertijd een afsluiting.
Het huis had bijna tien jaar leeggestaan. Tijdens de bezichtiging had de makelaar, een kettingrokende vvd’er in blazer en grijze flanellen pantalon, ons druipend van scepsis rondgeleid in wat een halve ruïne leek. Op het dak lagen zeilen tegen het inregenen, er waren deuren weg, de trap was een wrak en overal hing de gronderige geur van schimmel en nat hout. We volgden de makelaar door de vertrekken, helemaal naar boven, waar het middengedeelte van de kap op de vloer van de zolder was gestort en de lichtblauwe lentelucht door de kieren van de dekzeilen zichtbaar was.
‘Van wie is het?’ vroeg ik, toen we weer beneden waren, in wat ooit een salon moest zijn geweest, maar door de laatste eigenaar blijkbaar als bibliotheek was gebruikt.
‘Een Amerikaan,’ zei de makelaar met tegenzin.
Ik keek hem vragend aan, maar hij leek er niet veel voor te voelen om het onderwerp diepgaander te behandelen.
‘En hij is...?’
‘...terug naar Amerika.’
We liepen naar buiten, waar onze auto’s tegen de bosrand stonden te wachten, zijn groene Jaguar en mijn oude rode Volvo station.
‘De vraagprijs is te hoog,’ zei ik. ‘Ik zal een bod uitbrengen.’ De makelaar meesmuilde.
‘Luister eens,’ zei ik. ‘Voor iemand die hier een aardige courtage aan over kan houden ben je niet erg enthousiast.’

 

 

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

04-09-13

Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright

 

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

 

Uit: De Indische kamer

 

“Zo kregen de dingen een bestaan dat veel langer duurde dan in werkelijkheid en kreeg mijn eigen minieme tropenverleden er hier in Holland nog eens zevenenveertig jaren bij. In de vorm van verhalen vol vuur en duisternis, over dingen die gisteren gebeurd hadden kunnen zijn, als ze al ooit gebeurden.
Aan wat er gisteren en vandaag feitelijk geschiedde, leende mijn moeder haar oor liever niet. Nu en Heden waren er slechts om te verduren. Vroeger en Toen! Toen had men echt geleefd. Ik luisterde er de eerste jaren naar zoals ik als klein kind had geluisterd naar de sprookjes van Andersen en Moeder de Gans.
Mijn moeder begin met: ‘Ik herinner mij’, in plaats van met: ‘Er was eens’, maar verder was er geen verschil, alle verhalen of herinneringen hadden een eigen toon, een kleur, een stemming. Er waren opgetogen en sombere verhalen bij, dramatische en grappige, rooskleurige en zwarte en bittere, zure en giftige ook.
Misschien is het wel jammer dat de foto’s er op een gegeven ogenblik bij zijn gehaald.”

 

 

 

Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)

Lees meer...

03-09-13

Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Lino Wirag

 

De Uruguayaanse schrijver, essayist en journalist Eduardo Hughes Galeano werd geboren op 3 september 1940 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduardo Galeano op dit blog.

 

Uit: Voices Of Time (Vertaald door Mark Fried)

 

Time Tells

“We are made of time.

We are its feet and its voice.

The feet of time walk in our shoes.

Sooner or later, we all know, the winds of time will erase the tracks.

Passage of nothing, steps of no one? The voices of time tell of the voyage.

 

The Voyage

Oriol Vall, who works with newborns at a hospital in Barcelona, says that the first human gesture is the embrace. After coming into the world, at the beginning of their days, babies wave their arms as if seeking someone.

Other doctors, who work with people who have already lived their lives, say that the aged, at the end of their days, die trying to raise their arms.

And that’s it, that’s all, no matter how hard we strive or how many words we pile on. Everything comes down to this: between two flutterings, with no more explanation, the voyage occurs.

 

Footprints

A couple was walking across the savannah in East Africa at the beginning of the rainy season. The woman and the man still looked a lot like apes, truth be told, although they were standing upright and had no tails.

A nearby volcano, now called Sadiman, was belching ash. The rain of ash preserved the couple’s footprints, from that moment through time. Beneath their gray blanket, the tracks remained intact. Those footprints show that this Eve and that Adam had been walking side by side; at a certain point she stopped, turned away, and took a few steps on her own. Then she returned to the path they shared.

The world’s oldest human footprints left traces of doubt. A few years have gone by. The doubt remains.”

 

 

 

Eduardo Galeano (Montevideo, 3 september 1940)

Lees meer...

Jacq Firmin Vogelaar


De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar, pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Hij studeerde vanaf 1962 Nederlands en filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en vestigde zich in 1965 in Amsterdam waar hij zijn studie voortzette. Vogelaar was in de periode van 1971-1975 werkzaam als docent op achtereenvolgens de afdeling bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft, het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam en de kunstacademie te Arnhem. Als recensent was hij verbonden aan Het Parool en De Volkskrant. Vogelaar was bovendien intensief betrokken bij het politiek-cultureel tijdschrift Te Elfder Ure. Hij was ruim veertig jaar redacteur van Raster en literatuurcriticus bij De Groene Amsterdammer. Vogelaar debuteerde als dichter in 1965. Sindsdien schreef hij romans, verhalen, essays en een kinderboek. Veel aandacht trok "Alle vlees" (1980), een historische roman in fragmenten waarin het probleem van de uitbuiting van het menselijk lichaam vanuit allerlei gezichtspunten wordt behandeld. In 1986 schreef hij het kinderboek "Het geheim van de bolhoeden". "Terugschrijven" (1987) is een essaybundel over onder andere Gustave Flaubert, James Joyce, Franz Kafka en Virginia Woolf. Behalve schrijver en criticus was Jacq Vogelaar vertaler. In 2010 verscheen bij de Arbeiderspers zijn vertaling van "De apotheker van Auschwitz" van Dieter Schlesak.

Uit: Alle vlees

“(…)ik vermoed, na dertig jaar oefenen en afleren, dat hij bedoelde te zeggen ‘korte dunne zinnen’, dat wil zeggen: zinnen die je mond uitspatten, je oor inspringen, in je hersenen prikken als ’t kan en buiten begrip kunnen, ja en amen bedoelde hij ons te leren zeggen, met die komputertaal konden wij volstaan, bescheidenheid was het wachtwoord, je plaats weten en met twee woorden spreken, en als ik nu naar het woord in kwestie kijk moet ik deken aan andere punten die minder met punktuatie en verkeerstekens te maken hebben, en het liefst zou ik een punt zetten, zo mogelik zonder al te veel omhaal van woorden, maar graag ongestoord, niet door frikken op de vingers gekeken, zo lang als je zin hebt – dat wens ik mijn zin toe, om haar in konditie te houden, want ook als het niet naar mijn zin is moet ik bekennen dat ik niet buiten haar kan) moeten we dat proberen te vergeten, nu we rijp en rot genoeg zijn om bestand te zijn tegen de schok van het inzicht dat veel van wat ons in de desbetreffende jeugd met een Neurenbergertrechter is ingegoten, niet alleen tegen onze verlangens maar ook tegen onze belangen en dus verkeerd was, of verkeerd begrepen door degenen die onderricht gaven, of misschien een beetje ranzig, het bederf een gevolg van de persoonlike behoeften van onderwijzers die, achteraf gezien, ook mensen waren en als zodanig de neiging hadden iets van zichzelf in hun werk te leggen, in ons dus, en soms is dat niet zo erg fris meer, dat iets van henzelf, en dan bedoel ik niet de zweetlucht of het kleffe handje, en zelfs als ze meenden dat ze ‘kennis’ aan het overdragen waren, zoals de wet op het onderwijs verordonneert, hadden ze beseft kunnen hebben dat hun diktaat vol gaten zat die niet te dichten waren met bloedstelpende watten noch met stopwoorden”

 


Jacq Firmin Vogelaar (Tilburg, 3 september 1944)
Cover

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jacq firmin vogelaar, romenu |  Facebook |

Ernst Meister

De Duitse dichter en schrijver Ernst Meister werd geboren op 3 september 1911 in Haspe. Meister bezocht de stedelijke middelbare school in zijn geboorteplaats en deed eindexamen in 1930. In Marburg begon Master in 1930 op de wens van zijn vader aan een studie theologie, maar uiteindelijk koos hij Duitse literatuur, filosofie en kunstgeschiedenis en studeerde vanaf eind 1931 in Berlijn. Hier publiceerde hij in 1932 zijn eerste dichtbundel “Ausstellung“. Na de machtsovername door de nationaal-socialisten ging zijn leermeester Karl Löwith in ballingschap, zodat Meister zijn proefschrift niet kon afmaken. Ook als schrijver kon Meister niet meer publiceren, afgezien van drie kleine publicaties in de Frankfurter Zeitung. Meister nam als soldaat deel aan WO II. Zijn ervaringen verwerkte hij in lyrische bijdragen, in korte verhalen, hoorspelen en toneelstukken. Maar het was pas in de vroege jaren 1950 dat hij weer teksten publiceerde. Toen verschenen de bundels „Unterm schwarzen Schafspelz“ (1953), „Dem Spiegelkabinett gegenüber“ (1954), „Der Südwind sagte zu mir“ (1955) en „Fermate“ (1957). Deze werden gevolgd door „Zahlen und Figuren“ (1958), „Die Formel und die Stätte“ (1960), „Flut und Stein“ (1962) en „Zeichen um Zeichen“ (1968). Het late werk, tevens het hoogtepunt zijn werk, omvat „Es kam die Nachricht“ (1970), „Sage vom Ganzen den Satz“ (1972), „Im Zeitspalt“ (1976) en „Wandloser Raum“ (1979). Voor de dichter en schrijver Nicolas Born speelde de in Hagen teruggetrokken levende dichter als mentor vanaf de late jaren vijftig een cruciale rol. Born droeg er aan bij als lid van de jury van de Petrarca-Preis midden jaren zeventig dat Meisters hermetische, bijna vergeten poëzie werd herontdekt. Andere recente auteurs, die Meisters belang erkenden en zich met zijn werk bezig hielden waren Hans Bender, Peter Handke, Michael Krüger, Christoph Meckel, Oskar Pastior en Paul Wühr . In de literatuurwetenschap wordt Meister tegenwoordig niet zelden beschouwd alseen van de drie of vier belangrijkste Duitse dichters na 1945 . Voor zijn werk werd Meister in 1957 bekroond met de Annette-von-Droste-Hülshoff-PreisDaarna volgden in 1963 de Große Kunstpreis von Nordrhein-Westfalen, in 1976 de Petrarca-Preis, in 1978 de Rainer-Maria-Rilke-Preis für Lyrik en in 1979, reeds postuum, de Georg-Büchner-Preis Om hem te eren werd aan zijn oude school in Hagen-Haspe in 1980 de naam Ernst-Meister-Gymnasium gegeven.

 

Lang und kurz ist die Zeit...

Lang und kurz ist die Zeit,
und das Wahre,
das sich ereignen wird,
heißt Sterben.

Danach bist du
gleichsinnig mit
der Erde, dem Himmel,
die sich nicht wissen.
(Aber wer bist du noch?)

Was eigentlich hieß denn das:
geboren, Zeit zu gebären
im Unterfangen des Bewußtseins
wozu "ich"?

 

 

Geist zu sein...

Geist zu sein
oder Staub, es ist
dasselbe im All.

Nichts ist, um
an den Rand zu reichen
der Leere.

Überhaupt
gibt es ihn nicht.
Was ist, ist

und ist aufgehoben
im wandlosen Gefäß
des Raums

 

 

Es schlug einer

Es schlug einer,
ein Lehrer,
mit dem Stock auf den Tisch:
Zu sterben, das ist
Grammatik!
Ich lachte.
Nimm den Leib
wörtlich, das Wort
Ich lachte.
Ich starb.

 

 

 
Ernst Meister (3 september 1911 - 15 juni 1979)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ernst meister, romenu |  Facebook |

02-09-13

Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

 

Ik kus uw lippen

 

Ik kus uw lippen en uw ogen,
Ik kus uw haren en uw mond,
Ik kus mij moede en gezond;
Kussende ben ik rondgetogen.

Gij glimlacht en gij wilt gedogen
Dat ik uw hand kus en uw voet.
Ik eet uw vlees en drink uw bloed
Ik kus uw lippen en uw ogen.

Ik kus u in de vroege morgen,
Ik kus u 's avonds en des nachts.
Ik kus u stil en onverwachts,
Ik kus u heftig en verborgen.

Uw liefde is zo wijd en vrij,
Zo vol van deernis en ontferming,
Dat ik nooit buiten uw bescherming
Verdwalen kan; ik kus u blij.

 

 

 

 

O dit ontroeren om een klein gezicht

 

O dit ontroeren om een klein gezicht,
vredig en goed, onder donkre haren,
bruin met goudglans, die de zware
streling der handen doet trillen in ‘t licht.

Het zoel aandringen van dit gevoelen
drijft tot het staamlen van huiverblode
woorden, die ‘t snelle stromen van node
hebben, en vrezen hun eigen bedoelen,

en stokken… en er is enkel een kijken
in blauwe verten, oneindig wijde;
wegvloeien van denken en een blijde
duizeling doet het hart bezwijken.

Maar altijd dit weten: in smal gelaat
twee grote blauwe ogen naar mij geheven;
een glanzend bloeien van een jong leven,
waardoor mijn moeheid schoon omstrengeld staat.

 

 

 

 

In de moskee

 

Hij wandelt daaglijks tussen de pilaren
En de klimrozen en de ruisfontein.
Hij kent: de groene vanen en het plein
Waar vreemden naar de goudspiralen staren;
De Koraanspreuken boven ’t deurgordijn;
De egale zon; der schaduwen slagorden,
Die zwart opdoemen, en verwijderd worden;
De stilte, de gebedsroep, en de schijn
Der maan, die als een man met een lantaren
De laatste rondgang doet, en met zijn licht
Het donker oproept en de dood, het dicht-
worden van alles, het naar binnenstaren
Der dingen… en zijn hart was als een knaap,
Vallende biddend om geluk in slaap.

 

 

 

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Lees meer...

01-09-13

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

 

 

Nachtmerrie van een polemist

 

Toen ik de ene man met goed gevolg
Aan een gezwel in de hals had geopereerd
Met mijn zakmes,
Werd ik overmoedig en opereerde de andere man
Aan het hart.

Ik had het ongeluk een ader open te snijden
Zij hing uit zijn borstkas als een dunne rubberslang
Zoals gebruikt wordt in aquaria.

Haastig heb ik, zonder verder te opereren, de wond toegenaaid.
De ader hing eruit.
Gelukkig, er kwam geen bloed uit.

Radeloos ben ik naar mijn huisdokter gegaan
En ik bekende hem al mijn zonden:
Hoe ik de ene man had geholpen,
Hoe ik de andere misschien had vermoord,
Hoe ik hem haast je rep je had verbonden
Dat ik de twee einden van de ader
Niet meer op elkaar aan kon sluiten.
Hoe moest nu die man zijn bloedsomloop gebruiken ?

De dokter vroeg: Bloed ? Wat zegt u, bloed ?
Is dat er dan niet allang allemaal uitgelopen ?
Is hij niet dood ?

Ik ontkende, ik zei: er kwam geen bloed uit.
De ader hangt uit zijn huid
Als een tuit.

 

 

 

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Lees meer...

Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor Edgar Rice Burroughs op dit blog.

 

Uit: Tarzan of the Apes

 

“A month later they arrived at Freetown where they chartered a small sailing vessel, the Fuwalda, which was to bear them to their final destination.
And here John, Lord Greystoke, and Lady Alice, his wife, vanished from the eyes and from the knowledge of men.
Two months after they weighed anchor and cleared from the port of Freetown a half dozen British war vessels were scouring the south Atlantic for trace of them or their little vessel, and it was almost immediately that the wreckage was found upon the shores of St. Helena which convinced the world that the Fuwalda had gone down with all on board, and hence the search was stopped ere it had scarce begun; though hope lingered in longing hearts for many years.
The Fuwalda, a barkentine of about one hundred tons, was a vessel of the type often seen in coastwise trade in the far southern Atlantic, their crews composed of the offscourings of the sea—unhanged murderers and cutthroats of every race and every nation.
The Fuwalda was no exception to the rule. Her officers were swarthy bullies, hating and hated by their crew. The captain, while a competent seaman, was a brute in his treatment of his men. He knew, or at least he used, but two arguments in his dealings with them— a belaying pin and a revolver—nor is it likely that the motley aggregation he signed would have understood aught else.
So it was that from the second day out from Freetown John Clayton and his young wife witnessed scenes upon the deck of the Fuwalda such as they had believed were never enacted outside the covers of printed stories of the sea.”

 

 


Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)

Miles O'Keeffe als Tarzan, in de film Tarzan,The Ape Man uit 1981

Lees meer...

31-08-13

William Saroyan, Wolfgang Hilbig, Raymond P. Hammond, Elizabeth von Arnim, Théophile Gautier

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Saroyan werd geboren op 31 augustus 1908 in Fresno, Californië. Zie ook mijn blog van 31 augustus 2010 en eveneens alle tags voor William Saroyan op dit blog.

 

Uit: The Human Comedy

 

“Dear Homer: First of all. everything of mine at home is yours – to give to Ulysses when you no longer want them : my books, my phonogram, my records, my clothes when you’re ready to fit into them, my bycicle, my microscope, my fishing tackle, my collection of rocks from Piedra, and all the other things of mine at home. They’re yours because you are now the man of the Macauley family of Ithaca. The money I made last year at the packing house I have given to Ma of course, to help out. It is not nearly enough, though. I don’t know how you are going to be able to keep our family together and go to high school at the same time, But I believe you will find a way. My army pay goes to Ma, except for a few dollars that I must have, but this money is not enough either. It isn’t easy for me to hope for so much from you, when I myself did not begin to work until I was 19, but somehow I believe that you will be able to do what I didn’t do.

I miss you of course and I think of you all the time. I am OK and even though I have never believed in wars – and know them foolish even when they are necessary – I am proud that I am involved, since so many others are and this is what’s happening. I do not recognize any enemy which is human, for no human being can be my enemy. Whoever he is, he is my friend. My quarrel is not with him, but with that unfortunate part of him which I seek to destroy in myself first.

I do not feel like a hero. I have no talent for such feelings. I hate no one. I do not feel patriotic either, for I have always loved my country, its people, its towns, my home, and my family. I would rather I were not in the Army. I would rather there were no War. I have no idea what is ahead, but whatever it is I am resigned and ready for it.

I’m terribly afraid – I must tell you this – but I believe that when the time comes I shall do what is right for me. I shall obey no command other than the command of my own heart.”

 

 

 

William Saroyan (31 augustus 1908 – 18 mei 1981)

Standbeeld in Jerevan

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

30-08-13

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney is vrijdag op 74-jarige leeftijd overleden. Dat hebben Ierse media gemeld. Heaney kreeg in 1995 de Nobelprijs voor Literatuur. Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

Death Of A Naturalist

 

All year the flax-dam festered in the heart
Of the townland; green and heavy headed
Flax had rotted there, weighted down by huge sods.
Daily it sweltered in the punishing sun.
Bubbles gargled delicately, bluebottles
Wove a strong gauze of sound around the smell.
There were dragon-flies, spotted butterflies,
But best of all was the warm thick slobber
Of frogspawn that grew like clotted water
In the shade of the banks. Here, every spring
I would fill jampotfuls of the jellied
Specks to range on window-sills at home,
On shelves at school, and wait and watch until
The fattening dots burst into nimble-
Swimming tadpoles. Miss Walls would tell us how
The daddy frog was called a bullfrog
And how he croaked and how the mammy frog
Laid hundreds of little eggs and this was
Frogspawn. You could tell the weather by frogs too
For they were yellow in the sun and brown
In rain.
Then one hot day when fields were rank
With cowdung in the grass the angry frogs
Invaded the flax-dam; I ducked through hedges
To a coarse croaking that I had not heard
Before. The air was thick with a bass chorus.
Right down the dam gross-bellied frogs were cocked
On sods; their loose necks pulsed like sails. Some hopped:
The slap and plop were obscene threats. Some sat
Poised like mud grenades, their blunt heads farting.
I sickened, turned, and ran. The great slime kings
Were gathered there for vengeance and I knew
That if I dipped my hand the spawn would clutch it.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open

 

 

 

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

Charles Reznikoff, François Cheng, Jiři Orten, Libuše Moníková

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2010.en alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

 

Night-Piece

 

I saw within the shadows of the yard the shed

and saw the snow upon its roof—

an oblong glowing in the moonlit night.

 

I could not rest or close my eyes,

although I knew that I must rise

early next morning and begin my work again,

and begin my work again.

 

That day was lost—that month as well;

and year and year for all that I can tell.

 

 

 

 

Jerusalem the Golden

 

 

II: The Shield of David

 

Then spoke the prophets: Our God is not of clay,

to be carried in our saddle-bags;

nor to be molten of silver or fine gold,

a calf to stand in our houses with unseeing eyes, unbending

        knees;

 

Who is the King of Glory?

He is from everlasting to everlasting;

we go down to the darkness of the grave,

but all the lights of heaven are His.

 

The smoke of your sacrifices is hateful, says the Lord,

I hate your festivals, your feasts, and your fasts;

worship Me in righteousness;

worship Me in kindness to the poor and weak,

in justice to the orphan, the widow, the stranger among you,

and in justice to him who takes his hire from your hand;

for I am the God of Justice, I am the God of Righteousness.

 

 

 

III: Spinoza

 

He is the stars,

multitudinous as the drops of rain,

and the worm at our feet,

leaving only a blot on the stone;

except God there is nothing.

 

God neither hates nor loves, has neither pleasure nor pain;

were God to hate or love, He would not be God;

He is not a hero to fight our enemies,

nor like a king to be angry or pleased at us,

nor even a father to give us our daily bread, forgive us our

       trespasses;

nothing is but as He wishes,

nothing was but as He willed it;

as He wills it, so it will be.

 

 

 

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

Bewaren

Lees meer...

29-08-13

Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Hermann Löns

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

 

Knipoog

 

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt 'Bezoek onze grotten!'
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

 

 

 

Hitte – 1

 

Mei:

lauw strijkijzer over een gebloemde beddesprei.

Neem nu de maat van je voetzolen

die kleine lichamelijke plek, waarop je gebouwd bent

en voel hoe los van de grond...

longen grijpen in de lucht

je handen moeten gevuld om je gewicht te beseffen

als je naakt over het satijn van het bed schuift

denkend aan een groot onaangedaan vossegezicht

slechts één keer aangeraakt

zijn lynxse ogen -

Met kracht stroomt het bloed

terug naar je voeten.

Duikelaar

altijd kom je weer recht!

Hoe dan plotseling

'Het is heel goed mogelijk!' afspringt van

'Zou het kunnen?' en

hoe 'Het kan!'

begint te bloemen

vanaf de beddesprei en die aarzelende knop

door zachte meiwind bestreken, uitgroeit tot de kelk:

'Het zal gebeuren, het is zo!'

en wachtend op dat moment, dat moment alleen

niets anders doen dan tevreden kijken

hoe geduldig de planten naar het zonlicht buigen

hoe beloftevol de was te drogen hangt.

 

 

 

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

Lees meer...