18-07-13

Karl Vannieuwkerke, Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis

 

Bij de Tour de France

 

 

 

 

Marcel Kittel

 

 

Uit: Marcel Kittel (Column uit 2012)

 

“Er zijn een aantal talen waar ik mijn plan in trek, maar mijn Duits is maar net iets beter dan dat van Jean-Marie. Op 28 maart van dit jaar had ik weer eens prijs. Marcel Kittel won in Koksijde de massaspurt aan het eind van de tweede rit in de Driedaagse van De Panne. Ik had Kittel nog nooit geïnterviewd en wist niet waaraan me te verwachten. Dat viel goed mee. Een standaardvraag volstond. Voor me zat op een kleine kruk een frisse, intelligente jongeman die me meer gaf dan ik vroeg. Kittel is een persoonlijkheid. Dat hij van zich doet spreken in de nasleep van de Armstrongstorm verbaast me geenszins.

“Het maakt me ziek als ik lees dat renners als Alberto Contador, Samuel Sanchez en Miguel Indurain Armstrong blijven steunen”, twitterde de 24-jarige Duitse sprinter eergisteren. Een volger suggereerde dat het misschien verstandiger zou zijn als Kittel zijn mond zou houden. “Omdat de geschiedenis leert dat het wielrennen mensen als jij uiteindelijk altijd de rug toekeert”. “Nu niet meer. Ik waag het erop”, antwoordde Kittel. De nieuwe generatie wielrenners heeft ballen en pikt het niet dat de perceptie zich keert tegen iedereen die op een fiets zit. Thomas De Gendt en Tim Declercq komen met open brieven, Marcel Kittel maakt zich boos op Twitter. We juichen het toe. Ze moeten Armstrong afvallen, niet alleen om wille van zijn dopinggebruik maar ook om het manipulatieve karakter van het systeem dat erachter zat. Voor de rest staan er op erelijsten tientallen namen die door een x kunnen worden vervangen, zowel in de klassiekers als in de grote ronden. En ja, ook van landgenoten! Alleen zijn die nog niet onder ede verhoord.”

 

 

 

 

Karl Vannieuwkerke (Ieper, 19 januari 1971)

Lees meer...

17-07-13

Edwin Winkels, Eelke de Jong, Alie Smeding, James Purdy, Martin R. Dean, Roger Garaudy, Clara Viebig

 

Bij de Tour de France

 

 


 

Rini Wagtmans tijdens een afdaling in de Tour de France van 1959

 

 

 

Uit: Dieselmotoren die hijgen in je nek

 

“De camera trilt nogal, met elastiekjes vastgebonden op het stuur, bij zo’n 50 kilometer per uur. Het zijn maar een paar van de, ongeveer, 105 bochten van de Costas del Garraf, op mijn bijna dagelijkse tocht (nou ja, twee, drie keer per week) van huis naar het werk. Afdalingen zijn momenten van een beetje bijkomen van het klimmetje ervoor, maar ook van opperste concentratie op een weg die, dat wel, een stuk veiliger is geworden. Vangrails over de volle 15 kilometer (meestal van beton, in plaats van wat houten hekjes vroeger) en één lange doortrokken streep; inhalen is, in tegenstelling tot vroeger, de hele route lang verboden, ook op de korte rechte stukjes waar je vroeger een soort Russische roulette met de mogelijke plots opdoemende tegenliggers speelde. Trouwens, vanaf de fiets zie je pas goed hoe diep het aan de andere kant van de vangrail is…

De andere grote plaag is gebleven, de steengroeve’s die niet alleen een diep litteken in het landschap achterlaten, maar ook deze smalle weg laten vollopen met vrachtwagens vol stenen, cementmolens en vooral veel ongeduld. Voordeel is wel dat je op de fiets in de afdalingen iets sneller dan die mastodonten gaat, maar de grote dieselmotoren in je nek horen hijgen blijft een onplezierige ervaring.”

 


Edwin Winkels (Utrecht, 1962)

Lees meer...

16-07-13

Peter Winnen, Reinaldo Arenas, Tony Kushner, Georges Rodenbach, Anita Brookner, Jörg Fauser

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Jan Ullrich en Udo Bölts, Tour de France, 1997

 


Uit: Het snot voor ogen

 

“De drie waarheden, we kunnen gerust spreken van een heilige drievuldigheid, werden al in de beginjaren van de Tour de France neergelegd in een code die even schaamteloos als oprecht is: De basis (de god) van de Tour is de commercie. Het woord, het journalistieke woord, dient om de waarheid van een gloed te voorzien. De wielrenner, de slaaf van het avontuur, de zoon van het volk, de dwaas, de onwetende, de dwangarbeider van de weg, de verlorene, verkrijgt opeens maatschappelijk nut door het hogere doel van de commercie te dienen. Ook hij is gered.

De eerste Tour was een complot. Bijna zouden we spreken van de perfecte misdaad. In elk geval was voor de krant L’Auto de onderneming voor herhaling vatbaar.

Ik mag graag lezen uit de verslaggeving van de prehistorie van de Tour. Renners die weggevaagd worden door modderstromen in de bergen, renners die te lang in herbergen achterblijven en een syfilis oplopen, renners die worden neergeknuppeld door een boer omdat ze een paar pruimen hebben geplukt, renners die vergiftigd worden door supporters van de concurrenten, renners die in plaats van te fietsen de trein nemen, renners die onderweg als oppeppertje een cocktail nemen bestaande uit heroïne, cocaïne, en rattenvergif, en dat overleven. Ik zal niet tornen aan het waarheidsgehalte. Al was het maar uit de romantische verzuchting: mijn god, ik ben te laat geboren!

Het concept van de seculiere drievuldigheid is een bijzonder levensvatbaar concept gebleken. Tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef de wielrenner een maatschappelijk nuttige paria, die mits hij goed zijn best deed, toch een paar knaken kon verdienen aan heldenmoed betoond op de Franse wegen. En als hij heel erg goed zijn best deed dan werd hij: iemand.”

 

 

 

Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

Cover 

Lees meer...

15-07-13

Bert Wagendorp, Iris Murdoch, Richard Russo, Jean Christophe Grangé, Driss Chraïbi, Kunikida Doppo

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Tom Simpson, Mont Ventoux, 1967

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

 

Uit: Ventoux: op de trainer, op de fiets (Column)

 

“22 JULI Ik word wakker in Avignon. Vandaag is de dag.

Ik ken ‘m als mijn broekzak, de Reus van de Provence: 1.909 meter hoog, 21 kilometer onafgebroken klimmen, eerst door een donker bos en dan door een maanlandschap. ‘Mythisch’, heet dat in het wielrennen.

15 MAART Ik heb het voorwiel van mijn racefiets eruit gehaald en de fiets met het achterwiel vastgezet in een beugel van de Tacx Trainer.
Het achterwiel draait tegen een rol aan, die wordt aangedreven met een elektromotor. Op mijn laptop zie ik de gefilmde route. Naarmate de klim steiler wordt, neemt de rolweerstand toe.

22 JULI Half negen. We rijden Avignon uit, op weg naar Mazan. Vandaar eerst een paar kilometer vlak om warm te rijden. ‘Het is maar een bergje hoor’, zeg ik tegen mijn vrienden Job en Wilfried, als we hem in de verte zien. ‘Er zijn nog veel hogere bergen.’

Allemachtig, moet ik daar tegenop?

15 MAART Het gaat goed! Ik pak mijn mobiel om Wilfried te bellen en hem te vertellen dat ik bij nader inzien helemaal niet zo’n zwakke klimmer ben. Ik hijg geeneens!

22 JULI We zetten de auto op het plein in Mazan. Ik ben veel zenuwachtiger dan op de Tacx.

De Ventoux is een killer, mannen met een midlifecrisis vallen er bij bosjes dood van hun fiets! Hoeveel bar moet er in de bandjes?

15 MAART Ik heb de Tacx ingesteld op 75 kilo. Dat moet ik op 22 juli wegen. Liefst nog 3 kilo minder. Elke kilo zeul je 1.600 meter omhoog, dat is 1.600 kilo 1 meter omhoog.

22 JULI We fietsen Bédoin uit. Het is een mooie ochtend. Niet te warm.
Van de Tacx weet ik dat de eerste 5 kilometer te doen zijn, nergens boven de 5 procent. Nog voor de scherpe bocht bij St. Estève, waar de klim echt begint, laat ik de anderen gaan. Was niet de bedoeling, maar eigen tempo is essentieel, zei Joop Zoetemelk al.

Ik ben de grootste slappeling ter wereld dat ik mijn streefgewicht van
72 kilo niet heb gehaald. En maar doorvreten. Nu zeul ik 6 kilo extra omhoog, helemaal alleen.”

 

 

 

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

Lees meer...

14-07-13

Marche des bicyclistes (Aristide Bruant)

 

Bij de Tour de France

 

 

 

 

Luis Ocaña, Eddy Merckx en Raymond Poulidor in de Tour van 1972

 

 

 

Marche des bicyclistes

 

On a soupé des chants naturalistes,

Depuis cinq ans on en mettait partout ;

J’vais, pour changer, chanter les bicyclistes,

Afin d’prouver qu’on peut faire un peu d’tout.

 

Les bicyclistes

Sont des artistes

Trempés du tendon,

Cambrés sur l’guidon,

Courbant l’échine

Sur leur machine.

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

V’là qu’on n’les voit plus guère,

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

On n’les voit déjà plus !

 

Quand le coureur emballe sur la piste,

Sur sa Whitworth il va comme le vent,

La main le pousse et rien ne lui résiste,

Il est toujours le premier... en avant !

 

Les bicyclistes

Sont des artistes

Trempés du tendon,

Cambrés sur l’guidon,

Courbant l’échine

Sur leur machine.

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

V’là qu’on n’les voit plus guère,

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

On n’les voit déjà plus !

 

Le bicycliste est le roi de la route,

Sur sa bécane il fuit comme l’éclair,

Comme l’oiseau qui, sous l’immense voûte,

S’élance au large et disparaît dans l’air.

 

Les bicyclistes

Sont des artistes

Trempés du tendon,

Cambrés sur l’guidon,

Courbant l’échine

Sur leur machine.

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

V’là qu’on n’les voit plus guère,

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

On n’les voit déjà plus !

 

Le bicycliste a le cerveau tranquille,

Bon estomac, excellent appétit,

Loin des tracas et du monde imbécile,

Il est toujours frais de corps et d’esprit.

 

Les bicyclistes

Sont des artistes

Trempés du tendon,

Cambrés sur l’guidon,

Courbant l’échine

Sur leur machine.

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

V’là qu’on n’les voit plus guère,

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

On n’les voit déjà plus !

 

Pédalons donc tous autant que nous sommes,

Tournons, virons, courons dur et longtemps,

La bicyclette améliore les hommes,

Et l’on vivra bientôt jusqu’à cent ans.

 

Les bicyclistes

Sont des artistes

Trempés du tendon,

Cambrés sur l’guidon,

Courbant l’échine

Sur leur machine.

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

V’là qu’on n’les voit plus guère,

Les v’là là-bas qui fil’nt dessus,

On n’les voit déjà plus

 

 

 

 

Aristide Bruant (6 mei 1851 - 10 februari 1925)

Foto door Nadar 

 

 

 


Zie voor de schrijvers van de 14e juli ook
mijn twee vorige blogs van vandaag.

12:18 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aristide bruant, tour de france, romenu |  Facebook |

Irving Stone, Volker Kaminski, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle, Gavrila Derzjavin

 

De Amerikaanse schrijver Irving Stone werd geboren op 14 juli 1903 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Irving Stone op dit blog.

 

Uit: Lust for Life

 

“First, we think all truth is beautiful, no matter how hideous its face may seem. We accept all of nature, without any repudiation. We believe there is more beauty in a harsh truth than in a pretty lie, more poetry in earthiness than in all the salons of Paris. We think pain is good because it is the most profound of all human feelings. We think sex is beautiful even when portrayed by a harlot and a pimp. We put character above ugliness, pain above prettiness and hard, crude reality above all the wealth in France. We accept life in its entirety without making moral judgments. We think the prostitute is as good as the countess, the concierge as good as the general, the peasant as good as the cabinet minister, for they all fit into the pattern of nature and are woven into the design of life!”

(…)

 

“I cannot draw a human figure if I don't know the order of his bones, muscles or tendons. Same is that I cannot draw a human face if I don't know what's going on his mind and heart. In order to paint life one must understand not only anatomy, but what people feel and think about the world they live in. The painter who knows his own craft and nothing else will turn out to be a very superficial artist.”

(…)

 

“The paintings that laughed at him merrily from the walls were like nothing he had ever seen or dreamed of. Gone were the flat, thin surfaces. Gone was the sentimental sobriety. Gone was the brown gravy in which Europe had been bathing its pictures for centuries. Here were pictures riotously mad with the sun. With light and air and throbbing vivacity. Paintings of ballet girls backstage, done in primitive reds, greens, and blues thrown next to each other irreverantly. He looked at the signature. Degas.”

 

 

 

Irving Stone (14 juli 1903 – 26 augustus 1989)

Cover 

Bewaren

Lees meer...

Arthur Laurents, Owen Wister, Béatrix Beck, Willard Motley

 

De Amerikaanse schrijver, scenarioschrijver en regisseur Arthur Laurents is geboren in New York op 14 Juli 1918. Zie ook alle tags voor Arthur Laurents op dit blog.

 

Uit: West Side Story

 

A-RAB: Great Daddy-O!

RIFF: so everybody dress up sweet and sharp and  meet Tony and me at ten.

ALL:

Oh, when the Jets fall in at the cornball dance

We'll be the sweetest dressin' gang in pants!

And when the chicks dig us in our Jet black ties,

They're gonna flip, gonna flop, gonna drop like  flies!

(They dance together a little wild )

RIFF: Hey, Cool! Easy. Sweet. See ya. And walk tall!

(He runs off)

A-RAB: We always walk tall!

BABY JOHN: We're Jets!

ACTION: The greatest!

ACTION and BABY JOHN:

When you're a Jet

You're the top cat in town

You're the gold-medal kid

With the heavyweight crown!

A-RAB, ACTION and BIG DEAL:

When you're a Jet

You're the swingingest thing

Little boy, you're a man

Little man, you're a king

 

 

 

 

Arthur Laurents (14 juli 1918 - 5 mei 2011)

Scene uit de film West Side Story” uit 1961

Lees meer...

13-07-13

Isaak Babel, Wole Soyinka, Rebecca Salentin, Scott Symons, Claire Beyer, Adam Scharrer

 

De Russische schrijver Isaak Emmanuïlovitsj Babel werd geboren in Odessa op 13 juli 1894. Zie ook mijn blog van 13 juli 2010 en eveneens alle tags voor Isaak Babel op dit blog..

 

Uit: Old Shloyme

 

“And thus he lived in his corner—he ate and slept, and in the summer he also lay baking in the sun. It seemed that he had long ago lost all ability to comprehend anything. Neither his son's business nor household matters interested him. He looked blankly at everything that took place around him, and the only fear that would flutter up in him was that his grandson might catch on that he had hidden a dried-up piece of honey cake under his pillow. Nobody ever spoke to Shloyme, asked his advice about anything, or asked him for help. And Shloyme was quite happy, until one day his son came over to him after dinner and shouted loudly into his ear, "Papa, they're going to evict us from here! Are you listening? Evict us, kick us out!" His son's voice was shaking, his face twisted as if he were in pain. Shloyme slowly raised his faded eyes, looked around, vaguely comprehending something, wrapped himself tighter in his greasy frock coat, didn't say a word, and shuffled off to sleep.

    From that day on Shloyme began noticing that something strange was going on in the house. His son was crestfallen, wasn't taking care of his business, and at times would burst into tears and look furtively at his chewing father. His grandson stopped going to high school. His daughter-in-law yelled shrilly, wrung her hands, pressed her son close to her, and cried bitterly and profusely.

Shloyme now had an occupation, he watched and tried to comprehend. Muffled thoughts stirred in his long-torpid brain. "They're being kicked out of here!" Shloyme knew why they were being kicked out. "But Shloyme can't leave! He's eighty-six years old! He wants to stay warm! It's cold outside, damp .... No! Shloyme isn't going anywhere!

 

 

 

Isaak Babel (13 juli 1894 – 27 januari 1940)

Lees meer...

Gustav Freytag, Wilhelm Wackenroder, John Clare, Julius Caesar, Silvio Pfeuffer

 

De Duitse schrijver en journalist Gustav Freytag werd geboren op 13 juli 1816 in Kreuzburg. Zie ook alle tags voor Gustav Freytag op dit blog.

 

Uit: Erinnerungen aus meinem Leben

 

„Der Name »Freytag« ist ein altdeutscher Männername wie Hildebrand, Wilhelm. Die erste Silbe ist Name der germanischen Göttin Frija, die zweite unser Wort Tag, welchem in alter Zeit die Nebenbedeutung: Licht, Glanz anhing. Der Name Freytag ist aus dem frühen Mittelalter nicht bei allen deutschen Stämmen nachzuweisen, er erscheint selten in Oberdeutschland, wo eine andere Zusammensetzung: Fridutag überliefert ist. Dagegen ist er in Thüringen altheimisch. In Schlesien führt ihn 1382 ein Bürger der Neustadt Breslau.

Meine Vorfahren aber, an deren Sippe sich das Wort als Familienname befestigte, waren deutsche Landleute unweit der polnischen Grenze.

Zwischen Schlesien und Polen, da, wo der kleine Bach Prosna die Länder scheidet, ragte im frühen Mittelalter ein unwegsamer Grenzwald. Er war mit seinem Sumpfgrund und den Verhauen, die darin angelegt wurden, der Landesschutz gegen feindliche Einfälle. Solche Grenzbefestigungen bestanden im Osten Deutschlands, wenn nicht ein breites Wasser von den Nachbarn schied, wohl überall, wo einst Germanen gewohnt hatten; und in den Kämpfen der Sachsenkaiser gegen die Slawen, wie in den Kriegsreisen des deutschen Ordens gegen Preußen und Litauer, ist der Zug durch Baumverschanzungen, die Unterhaltung des Heeres in der Wildnis, das Lichten mit der Axt, die Abwehr plötzlicher Angriffe, und die Wahrung der Schutzsperren, welche am Eingange und Ausgange der Waldwege errichtet wurden, bis ans Ende des Mittelalters fast die schwierigste Aufgabe der Heerfahrten, ähnlich wie zur Zeit des Cäsar und Tacitus an der deutschen Westgrenze.

Als im 13. Jahrhundert Schlesien unter den Piasten mit deutschen Ansiedlern besetzt wurde, entstand am Binnenrande des großen Waldes, da wo ein Reiseweg von Burg Namslau nach Polen führte, die deutsche Stadt Konstadt.“

 

 

 

Gustav Freytag (13 juli 1816 - 30 april 1895)

Oude ansichkaart met Freytags geboortehuis in Kreuzburg

Lees meer...

12-07-13

Pablo Neruda, Carla Bogaards, Stefan George, Driek van Wissen, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

Uit: Honderd liefdessonnetten

 

XI

Ik honger naar je mond, je stem, je haren
En vasten en stom loop ik door de straten,
Het brood voedt me niet, de ochtend ontwricht me,
Ik zoek je voetgeklater in de dagen.

Ik honger naar je losgeslagen lach,
Je handen, als het razend graan gekleurd,
Ik honger naar je bleke stenen nagels
En wil je huid, gave amandel, eten.

Ik wil eten de straal door je schoonheid verbrand,
Je neus, de vorstin van je trotse gezicht,
Ik wil eten de vluchtige schaduw van je wimpers

En hongerig besnuffel ik de schemer
Jou zoekend, zoekend naar je bloedwarm hart
Als poema in 't verlaten Quitratùe.

 

 

 

Vertaald door Catharina Blaauwendraad

 

 

 

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

 

Bijvoorbeeld schrijven: ‘De nacht ligt aan stukken,

en blauw huiveren de sterren, in de verte.’

 

De nachtwind roert zich zingend in de hemel.

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

Ik hield van haar en soms hield zij ook van mij.

 

In nachten als deze hield ik haar in mijn armen.

Zo vaak heb ik haar onder het eindeloze firmament gekust.

 

Zij hield van mij, soms hield ik ook van haar.

Hoe zou ik niet gehouden hebben van haar grote, stille ogen.

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

Bedenken dat ik haar niet meer heb. Betreuren dat ik haar verloor.

 

Luisteren naar de onmetelijke nacht, onmetelijker zonder haar.

En het vers valt in de ziel als op het weiland dauw.

 

Wat geeft het dat mijn liefde haar niet kon behouden.

De nacht ligt aan stukken, en zij is niet bij mij.

 

Dat is alles. In de verte zingt een mens. In de verte.

Mijn ziel heeft met het verlies van haar geen vrede.

 

Alsof hij naar toe wil, zoekt mijn blik.

Mijn hart zoekt haar, maar zij is niet bij mij.

 

Dezelfde nacht maakt wit dezelfde bomen.

Wij, die van toen, zijn niet dezelfden meer.

 

Ik houd niet langer van haar, nee, maar wat hield ik van haar.

Mijn stem zocht naar de wind om aan haar oor te komen.

 

Een ander. Een ander zal ze toebehoren. Zoals ooit mijn lippen.

Haar stem, haar duidelijke lichaam. Haar oneindige blik.

 

Ik houd niet langer van haar, nee, maar misschien houd ik van haar.

De liefde duurt zo kort en zo lang duurt vergetelheid.

 

Omdat in nachten zoals deze ik haar in mijn armen hield,

heeft mijn ziel met het verlies van haar geen vrede.

 

Al is dit de laatste pijn die zij mij doet,

en al zijn dit de laatste verzen die ik voor haar schrijf.

 

 

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

 

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

Lees meer...

11-07-13

Jean Nelissen, Jan Siebelink, Pai Hsien-yung, Herman de Man

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Luis Ocaña, na een val in de Tour van 1971

 

 

 

Uit: De Bijbel Van De Tour De France (door Jean Nelissen)

 

“Een ronde waarin sommige renners tot idolen worden verheven, wier faam zelfs hun dood overleeft. Zoals Fausto Coppi, die op een bergtop in het gehucht Castellania ligt begraven, omringd door aarde van de beruchte col Izoard. Een Tour waarvan de geschiedenis is doordrenkt met dramatiek van de relatief talrijke winnaars die vermoord werden of zelfde dood zochten, zoals René Pottier, Ottavio Bottecchia, Henri Palissier, Hugo Koblet en Luis Ocana. Van oorsprong eenvoudige mannen met een aanvankelijk bescheiden verwachtingspatroon, die echter door hun sportieve successen in een andere wereld werden gekatapulteerd en er hun geestelijk evenwicht verloren. Dat is een van de gevaren van deelname aan de Tour. De verleiding om een sportheld te worden, de massa te ontstijgen, roem en rijkdom te vergaren, zal echter altijd sterker blijven.”

 

 

 

Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)

 

 

 

Uit: Pijn is genot (door Jan Siebelink)

 

Jean Nelissen. Le vélo, c’est la vie.

 

“Grote hitte. De renner pakt zijn bidon. Drinkt. In die situatie zal Jean Nelissen als een literair motief altijd dezelfde woorden uitspreken: “Wie bij deze temperaturen niet drinkt, beste mensen…. Een lichaam kan niet zonder water…Weet je nog Mart, het was op 12 juli 1978, op het heetste van de dag, en Bernard Thévenet, die dat jaar de Tour zou winnen, stapte af bij een bergwand waarlangs water droop. Mensen, hij likte het op metr zij tong. Hij wilde het water er wel uitwringen. Zonder water begint een levend organisme niets…”

Het tere blauw van de ochtend, het waas over de Maasvallei, de van dauw doordrenkte velden, het wisselende spel van de wolken daarboven. Ik glimlachte in mijzelf, was al bezig met de pittoreske details waarom wielercommentator Jean Nelissen zo vermaard is, de wereld om mij heen te beschrijven. Ik was op weg naar zijn woonplaats Maastricht, en verkeerde in een lichte koortsachtige stemming. Er ligt voor mij altijd grote bekoring aan te komen op een onbekende plek. Nu kwam daar nog bij dat ik naar een man ging wiens stem mij zo vertrouwd voorkwam dat ik die uit duizenden zou herkennen, maar hoe zag die man eruit die bij die stem hoorde?

Die vraag had ik mij nooit eerder gesteld. Je kende zijn gezicht niet, in tegenstelling tot dat van zijn kompaan Smeets. Je wilde het ook niet weten. Zijn rustige, innemende, licht meridionale stem was voldoende. In die zijn heeft hij voor mij altijd tot het radiotijdperk gehoord.”

 

 

 

 

Jan Siebelink (Velp, 13 februari 1938)

Lees meer...

10-07-13

Marcel Proust, Salvador Espriu, Hermann Burger, Gerhard L. Durlacher, Alice Munro

 

De Franse schrijver Marcel Proust werd geboren in Auteuil op 10 juli 1871. Zie ook mijn blog van 10 juli 2010 en eveneens alle tags voor Marcel Proust op dit blog.

 

Uit: Op zoek naar de verloren tijd, Sodom en Gomorra I (Vertaald door Marjan Hof)

 

“Een ras van vervloekten, die moeten leven in leugen en bedrog, omdat ze weten dat hun verlangen, datgene wat voor ieder schepsel de grootste levensvreugde is, strafbaar en beschamend, schandelijk wordt geacht; die hun God moeten verloochenen, omdat ze, wanneer ze als beklaagden voor de rechter verschijnen, hoe christelijk ze ook mogen zijn, ten overstaan van Christus en in zijn naam als vuige laster moeten ontkennen wat hun hele leven is; zonen zonder moeder, tegen wie ze zelfs nog moeten liegen op het moment dat ze haar de ogen sluiten; vrienden zonder vriendschap, ondanks alle vriendschap waar hun veelal goede hart vatbaar voor is en die ze anderen inboezemen met hun vaak erkende charme; maar kun je nog spreken van vriendschap bij het soort betrekkingen dat slechts vegeteert bij de gratie van een leugen, en waaruit ze vol afkeer zouden worden verstoten bij de eerste opwelling van vertrouwen en eerlijkheid waartoe ze zich zouden laten verleiden, tenzij ze te maken hadden met een onpartijdige of zelfs welgezinde geest, die dan echter, misleid door een stereotiepe psychologie, uit de opgebiechte ondeugd de affectie zal afleiden die er het allervreemdst aan is, precies zoals sommige rechters eerder geneigd zijn geïnverteerden van moord en joden van verraad te verdenken en vrij te pleiten, om redenen die voortvloeien uit de erfzonde en uit het noodlot van het ras? Minnaars, ten slotte – althans volgens mijn eerste, schetsmatige theorie van toen, die we later zullen zien veranderen, en waarin dit hen meer zou hebben gestoord dan al het andere, ware die tegenstrijdigheid niet aan het zicht onttrokken door dezelfde illusie die maakte dat ze konden zien en leven – die vrijwel zeker nooit de liefde zullen kennen waarop ze hopen en die hun de kracht geeft om zoveel risico’s en eenzaamheid te verdragen, omdat ze juist verliefd zijn op een man die niets van een vrouw heeft, een man die geen geïnverteerde is en bijgevolg niet van hen kan houden; zodat hun begeerte voor altijd onstilbaar zou zijn als ze met geld geen echte mannen konden krijgen, en als ze de geïnverteerden aan wie ze zich hebben vergooid uiteindelijk in hun verbeelding niet voor echte mannen zouden aanzien.”

 

 

 

Marcel Proust (10 juli 1871 – 18 november 1922)

Proust (zittend), Robert de Flers (links) and Prousts geliefde Lucien Daudet (rechts), ca. 1894.

Lees meer...

Erik Jan Harmens

 

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk en groeide op in Alphen aan den Rijn. In 1987 publiceerde hij in eigen beheer de bundel “Dood doet leven.” Harmens studeerde van 1989 tot 1994 Culturele en Maatschappelijke Vorming aan de Karthuizer Academie in Amsterdam. Hij werkte vervolgens in de hoofdstad bij Soyo Productions en was mede-oprichter van Stichting Vonk, organisatie voor literaire manistaties en tournees in onder meer De Melkweg, de Amsterdamse Stadsschouwburg en Paradiso. Vervolgens werkte hij als productieleider bij diverse culturele organisaties. In 2001 was hij de winnaar van de Poëzieslag finale in café Festina Lente te Amsterdam en in 2002 van de Poetry Slam finale in Nijmegen. In 2003 verscheen zijn debuutbundel “In menigten”, in 2005 gevolgd door “Underperformer”. Op 26 augustus 2008 verscheen Harmens' eerste roman: “Kleine doorschijnende man”. In 2009 verscheen een door Harmens samengestelde bloemlezing van dichters die debuteerden in de afgelopen tien jaar, getiteld: “Ik ben een bijl”. Met Robert Jan Stips schreef hij de liedjes voor de in 2010 verschenen documentaire-musical “De leugen” van regisseur Robert Oey. Ook schreef Harmens poëzierecensies voor Trouw, De Groene Amsterdammer en Het Parool. Hij was gast-redacteur bij het literair-satirische weekblad Propria Cures en voor het VPRO-radioprogramma De Avonden interviewde Harmens wekelijks dichters. In 2011 verschenen zowel de poëziebundel “Echte mannen scheiden niet” (samen met Rick de Leeuw) als de roman “De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde”. Najaar 2013 verscheen zijn nieuwe poëziebundel “Open mond”. Harmens is Chief Corporate Storytelling bij Citigate First Financial en adviseur van de Nederlandse Vereniging voor Autisme.

 

Warmepanpsalm


o heer spuit uw oren uit en hoor mij aan
ik ga nu even van de warme pan
ik zet mijn huis te koop en lap de ramen
er komt niemand kijken maar ik blijf lappen
er zijn geen ramen maar ik blijf lappen

ik laat me een pak aanmeten en smijt het in een hoek
weeg de ene lege vuilniszak tegen de ander af
laat een mijnenveld verdorren keer de kazen laat
voel spieren waarvan ik niet wist dat ik ze had

vandaag is geen geile dag om haar te bellen
maar ik heb mijn vingers al in mijn hand
hoest een nummer op en toets
dronken ridder en ik peer 'm

laffe goelagdag
ik slaap in en zie het gezicht dat ik had moeten zien toen ik wakkerlag

 

 

Melijer

Soms vermoedde ik dat er iemand in mijn huis was als ik sliep.
Hij verplaatste de meubels niet,

maar blies op mijn wang waarop ie een traan dacht te zien.
Zag al voelde ik ‘m niet.

Ik was niet hier. Ik ronkte tot ik wakker schrok en mijn hart zag bonken,
dwars door mijn borst als een op hol geslagen implantaat.

Woest werd ik. Jogde door het bos en sloeg alle melijers die ik tegenkwam.
Nog luchtte het niet op, alsof je een hele broccoli inslikt. De roosjes. En de stronk.

 

 

 
Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

19:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: erik jan harmens, romenu |  Facebook |

09-07-13

Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Wout Poels

 

 

Uit: Hé Woutje (Column)

 

“Ergens ben je het kleine broertje van het hele peloton. Zo'n klein, fragiel, bleu jochie met een zachte g. Toen ik je voor het eerst zag fietsen dacht ik: ach gut. En ik was niet de enige.

Ik weet nog die ene wedstrijd in Spanje, toen je na de finish ruzie kreeg met een doorgesnoven Portugees die je te lijf ging met zijn achterwiel. Voordat die vent zijn wiel op je hoofd had kunnen timmeren stonden we er met tien man tussen. Kom niet aan mijn kleine broertje.

Maar nu lig je in een ziekenhuisbed met een gescheurde nier, een gescheurde milt, gebroken ribben en gekneusde longen. Je bent een ruimteschip van Lego waaraan je maanden hebt gewerkt - en dat je 's morgens in duizend stukjes op de grond naast je nachtkastje vindt. Zo kapot. Zo oneerlijk kapot.

Dit was jouw Tour, Woutje. De ene waarin je een rit zou winnen, en de bolletjestrui. Het kon zomaar, want dit was de Tour van de Nederlanders. We zouden in totaal achtenvijftig etappes winnen en minstens elf man bij de eerste tien van het klassement wurmen.

Dit was onze Tour. Die waar we al jaren op wachten. Die waarvan we al jaren zeggen dat ie er volgend jaar aan komt. Tien jaar geleden beloofden we elkaar dat we volgend jaar heel goed zouden zijn, vijf jaar geleden deden we hetzelfde; drie jaar geleden, twee jaar geleden en vorig jaar wisten we ook zeker dat het volgend jaar allemaal goed zou komen. Maar hoe zeker we het ook wisten en hoe hard we het ook hoopten, het lukte niet.”

 

 

 

Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

Lees meer...