20-04-13

Herman Bang, Henry Tuckerman, Aloysius Bertrand, Pietro Aretino, Dinah Craik

 

De Deense schrijver Herman Bang werd geboren op 20 april 1857 in Asserballe. Zie ook alle tags voor Herman Bang op dit blog.

 

Uit: Katinka (Vertaald door Tiina Nunnally)

 

“She stepped out of the train car, down onto the platform, and she allowed herself to be kissed by Bai, and Marie took her things, and she had only one thought: to get inside the house - inside.
      It seemed to her that Huus had to be inside, waiting.
      And she went on ahead and opened the door to the parlor whicb was waiting, clean and nice; to the bedroom; to the kitchen where everything shone; clean and - empty.
     "My God, how thin the mistress has become," began Marie, who was lugging the bags.
      And then she really got started, while Katinka, pale and tired, collapsed into a chair - about the whole area. About  what had been happening and what was being said. Over at the inn thev had had summer guests who came with bedsteads and everything, and at the parsonage there were visitors right up to the rafters.
      And Huus, who had left ... all of a sudden…
      "Well, I thought so ... Because he was down here on that last evening and it seemed to me just like he was going around saying goodbye to everything - he sat in the parlor alone - and out in the garden ... and out here on the steps with the doves.''
      "When did he leave?" asked Katinka.
      "It must be about two weeks ago."
      "Two weeks ...
      Katinka carmly got up and went out into the garden. She walked along the pathway, over to the roses, down to the elder tree. He had been here to say goodbye to her - at every spot, in every place. She had no tears. She felt almost a quiet solemnity.
      There was a happy shout out on the road. She heard Agnes's voice in the midst of a great chorus. She practically jumped up. She didn't want to see them there just now, Agnes rushed at her like a big dog to welcome her, so that she almost fell over; and the entire party from the parsonage came in for hot chocolate, and a table was set in the garden beneath the elder, and they all stayed untill the 8 o'clock train.
      The train reared off, and they were gone again - you could hear them talking noisily along the road. Peter, the station hand, had taken the milk cans away, and Katinka was sitting alone on the platform.”

 

 

 

Herman Bang (20 april 1857 – 19 januari 1912)

Lees meer...

19-04-13

Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Werner Rohner

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

 

English Sonnet No. 1

 

When death close my blank eyes --
Hard from so much vain torment,
What thoughts will fill your young bosom
Of all my sad moments?

I see you now distracted and distant:
More than distant - withdrawn. And I predict,
already now I predict, the exact moment
When your desire will no longer turn to another man

For you will have nothing, but your loneliness,
Left, abandoned! One day I shall leave
I shall sleep the ultimate sleep.
On that day you will cry… What matters? Cry.

Then I will feel much closer
To me, your uncertain heart.

 

 

 

Vertaald door Mariza G Goes

 

 

 

Naked

 

When you are dressed,
Nobody imagines
The worlds hidden
Under your clothes.

(Thus, in the day light,
We do not have notion
Of the stars that shine
In the deep sky.

But naked is the night
And naked in the night,
Vibrate your worlds
And the worlds of the night.

Your knees shine.
Your navel shines,
Shines all your
Abdominal lyre.

Your exiguous bosoms
- As two small fruits
in the firmness
Of your firm torso

- Your bosom shines)
Ah! Your hard nipples!
Your back!
Your flanks!
Ah, your shoulders!

When naked, your eyes
Become naked also:
Your gaze lingers longer,
Slower, more liquid.

Then, within those eyes,
I float, swim, jump,
Lower in a perpendicular
Diving!

I dive to the depths
Of your being, there where
Your soul smiles at me,
Naked, naked, naked.

 

 

 

 

Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Lees meer...

Marjoleine de Vos

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957 De Vos is redacteur kunst bij NRC Handelsblad (anno 2008). Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in “Nu en altijd: bespiegelingen” (2000) en “Het is zo vandaag als altijd” (2011). Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel “Zeehond graag”, in 2003 gevolgd door “Kat van sneeuw”. “Zeehond graag” werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel “Het waait.”

 

Kinderspel

Zou je liever doof of blind of niet
meer voelen, zonder reuk of snoep?
Viel ooit de neus, is dat nu jammer.
Hij ruikt zo lekker soep en hoe vergeeld papier
hij weet de wierookgeur van Griekenland
snuift liefde, kerstboom, haring.
Dus nee hij niet, liever het oog dan
dat alle rimpels kent in het gezicht
de kleur van zalm en winteravondlucht?
Te erg dit spel voor wie met volle hand
het ongemengde deeg in duikt, vervuld
van botergeur en eierstruif en Bachs
verliefde alt: Bist du bei mir, gaan we
nog niet naar het einde maar vrolijk verder
kreeften eten en van elkaar het zachte vel.
Geen pink kan hier gemist, geen oogopslag.
Elk zintuig kent ons tot de puntjes
baant ons een weg de wereld in
en leidt ons tot verslaving.

 

 

Vluchteling

Vertel ik mijzelf steeds weer mijn leven
een verhaal verreisd door mijn woorden
ik hoorde nooit ergens, ik sprak mijn geen thuistaal
kijk lege portretten, ik ken geen verlangen
dan zijn in het heden volmaakt als een merel

zijn lijfje een peertje, niet groter
met veren
en zingen om niet.

 

 

 
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marjoleine de vos, romenu |  Facebook |

18-04-13

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

 

Saturnus

 

het ruisen van de ringweg, je hoort
het niet meer. pas als het verstilt
en zelfs dan is het water op handen:
je voelt het niet verdampen.

vergeet niet hoe mijn liefde ruist.
de tuin is de tuin zonder liefde niet,
ik doe de afwas niet om borden schoon
te krijgen; wees in alle rust zwanger.

niets is zo'n vervuiling als gewenning,
iedere afslag voert naar nieuwbouw.
ik dompel mijn akkers in tact,
ik houd me vruchtbaar.

vruchtbaar is me soms te vruchtbaar.
toch houd ik me groot in babywinkels,
een vreedzame Saturnus, ik houd me vol,
leid alle gruis in een boog

om me heen. Ik knijp het oog van de orkaan
dicht. ik hoor alleen wat ruisen
en dat is houden van.
ik hoef nergens naar te luisteren.

 

 

 

Uit: Hout

 

een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

mijn ziel, waar ben je gebleven?
ik zwerf langs de stammen van de slaap
en kom je nergens tegen,
word wakker als een aap.

 

een bos is een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

de ziel is een droom
en nog een droom
en nog een en nog een en nog een.

 

 

 

Sonnet 76

 

Waarom is mijn gedicht verstoken van modes?
Zo zonder wending of plotselinge spurten?
Waarom kan ik in deze tijd niet flirten
Met vreemde elementen en nieuwe methodes?
Waarom ik telkens één en hetzelfde beraam,
En mijn ideeën hul in bekende patronen,
Zodat elk woord haast ritselt van mijn naam,
Om zo zijn oorsprong en zijn lot te tonen?
O lieve schat, het gaat mij steeds om jou,
En jij en liefde zijn mijn onderwerp.
Met al mijn talent pas ik een nieuwe mouw
Aan oude taal, en werp wat men verwerpt.
    De zon is elke dag zo oud, zo jong;
    Steeds zingt mijn liefde wat al eerder zong.


(William Shakespeare, vertaald door Bas Belleman.)

 

 

 

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

17-04-13

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Thornton Wilder

 

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

 

Uit: Dorp aan de rivier

 

“Daar had hij lange jaren zijn geweldige hoogmoed over gehad, maar eens, toen het wekenlang regende en het water geweldig waste, toen er ook binnendijks huizen aan moesten geloven, ja, toen was Janus de Mert ook overstroomd geweest. Toen zat hij grif afgesloten, er waren koeien en varkens van hem verdronken, hij zat in de grote opkamer van angst te klagen, sindsdien had hij een noodklok op de nok van zijn zwaar rieten dak. Hij dacht, als het weer gebeurt, dan zal ik die noodklok luiden, dan kannen ze mij komen redden. Want Janus de Mert, dat mocht nou voor zijn doen in deze omgeving een flinke boer zijn, hij mocht zijn grootspraak hebben, hij had een hazenhart, hij was schrikkelijk laf en bang als het om zijn lijf en leden ging. Daar heeft hij later nog angst en ellende genoeg over gehad, toen was hij te zwak geworden om de noodklok te luiden. Ge hadt hier ook Cis de Dove, die woonde in een klein arkje op de Maas, dat had hij een beetje buiten het dorp achter het veer liggen. Hij had het zelf blinkend groen geverfd, en de spijlen van de ruitjes had hij blinkend wit geschilderd. Daar had hij pleizier in, in die heldere dingen. Hij had gordijnen van bloemen, zozeer als hij geraniums, foksia's en floxen voor het raam had staan, omdat hij daar zo'n pleizier in had. In het warm, klein, planken inwendige van zijn drijvende huis, hoe was het daar gesteld. Tegen de planken zoldering hingen honderden hazenstrikken bijeengekluwd. Cis zat daaronder dicht bij zijn dubbelloops jachtgeweer, en zijn petroleum-

[p. 10]

stel, dat gaf als het brandde 's avonds voor de koffie, die Cis ging zetten, nog op zekere zin gezelligheid. En Cis zijn onsterfelijke witte, bruingevlekte hondje, dat kefte als ge binnenkwaamt en het sprong voor geweld, om Cis, die zo doof was als een hout, te waarschuwen.”

 
 

Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

Lees meer...

Vincent Corjanus

 

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Toen hij nog maar 8 jaar oud was probeerde hij al woorden te vangen op papier. Zijn grote inspiratiebron is Frank Boeijen. Zijn eerste bundel “Woorden wonen in huizen” verscheen in 2012. In 2013 verscheen de tweede bundel “De Zichtbare Ziel.” Corjanus nam deel aan diverse evenementen als Dichters op het Erf in Den Andel en Poetry Musica in Amsterdam

 

Liefde online

Een foto van liefde
op de achtergrond van je telefoon.
Een tweet op mijn timeline,
een kus in een discotheek.
#lovehim #love.

Op facebook je ‘’vrienden’’
overtuigen dat het allemaal zo mooi en gezellig was.

Liefde online.
De liefdesbrieven zijn digitaal.
Een pot inkt gesmeten naar je beeldscherm.

Een slecht toneelstuk
in een afgebrand theater.
Romeo en Julia door de slechtste acteurs, geacteerd.
Liefde ingeblikt
in het internet.

 

 
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vincent corjanus, romenu |  Facebook |

16-04-13

Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Sarah Kirsch, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Jan Luyken

 

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook alle tags voor Kingsley Amis op dit blog.

 

Uit: Lucky Jim

 

“He and Welch might well be talking about history, and in the way history might be talked about in Oxford and Cambridge quadrangles. At moments like this Dixon came near to wishing that they really were. He held on to this thought until animation abruptly gathered again and burst in the older man, so that he began speaking almost in a shout, with a tremolo imparted by unshared laughter:

'There was the most marvellous mix-up in the piece they did just before the interval. The young fellow playing the viola had the misfortune to turn over two pages at once, and the resulting confusion ... my word ...'

Quickly deciding on his own word, Dixon said it to himself and then tried to flail his features into some sort of response to humour. Mentally, however, he was making a different face and promising himself he'd make it actually when next alone. He'd draw his lower lip in under his top teeth and by degrees retract his chin as far as possible, all this while dilating his eyes and nostrils. By these means he would, he was confident, cause a deep dangerous flush to suffuse his face.

Welch was talking yet again about his concert. How had he become Professor of History, even at a place like this? By published work? No. By extra good teaching? No in italics. Then how? As usual, Dixon shelved this question, telling him­self that what mattered was that this man had decisive power over his future, at any rate until the next four or five weeks were up. Until then he must try to make Welch like him, and one way of doing that was, he supposed, to be present and conscious while Welch talked about concerts. But did Welch notice who else was there while he talked, and if he noticed did he remember, and if he remembered would it affect such thoughts as he had already? Then, abruptly, with no warning, the second of Dixon's two predicaments flapped up into consciousness. Shuddering in his efforts to repress a yawn of nervousness, he asked in his flat northern voice: 'How's Margaret these days ?'

 

 

 

Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

Kingsley en zijn zoon Martin Amis in 1992

Lees meer...

15-04-13

Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

 

The Indoors is Endless

 

It’s spring in 1827, Beethoven
hoists his death-mask and sails off.

The grindstones are turning in Europe’s windmills.
The wild geese are flying northwards.

Here is the north, here is Stockholm
swimming palaces and hovels.

The logs in the royal fireplace
collapse from Attention to At Ease.

Peace prevails, vaccine and potatoes,
but the city wells breathe heavily.

Privy barrels in sedan chairs like paschas
are carried by night over the North Bridge.

The cobblestones make them stagger
mamselles loafers gentlemen.

Implacably still, the sign-board
with the smoking blackamoor.

So many islands, so much rowing
with invisible oars against the current!

The channels open up, April May
and sweet honey dribbling June.

The heat reaches islands far out.
The village doors are open, except one.

The snake-clock’s pointer licks the silence.
The rock slopes glow with geology’s patience.

It happened like this, or almost.
It is an obscure family tale

about Erik, done down by a curse
disabled by a bullet through the soul.

He went to town, met an enemy
and sailed home sick and grey.

Keeps to his bed all that summer.
The tools on the wall are in mourning.

He lies awake, hears the woolly flutter
of night moths, his moonlight comrades.

His strength ebbs out, he pushes in vain
against the iron-bound tomorrow.

And the God of the depths cries out of the depths
‘Deliver me! Deliver yourself!’

All the surface action turns inwards.
He’s taken apart, put together.

The wind rises and the wild rose bushes
catch on the fleeing light.

The future opens, he looks into
the self-rotating kaleidoscope

sees indistinct fluttering faces
family faces not yet born.

By mistake his gaze strikes me
as I walk around here in Washington

among grandiose houses where only
every second column bears weight.

White buildings in crematorium style
where the dream of the poor turns to ash.

The gentle downward slope gets steeper
and imperceptibly becomes an abyss.

 

 

 

Vertaald door Robin Fulton

 

 

 

 

Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

In 1965

Lees meer...

Patrick Bernauw

 

De Vlaamse schrijver, cenarist, acteur en regisseur Patrick Bernauw werd geboren op 15 april 1962 in Aalst en woont in Erembodegem. Tot zijn bekendste proza-werken behoren de docudetective Mysteries van het Lam Gods (1991) en, in samenwerking met Guy Didelez, de historische jeugdroman In het Teken van de Ram (1996) die in eigen land werd onderscheiden met de Prijs Knokke-Heist voor de Beste Jeugdroman en in Duitsland met de Eule des Monats. Zijn proza-werk voor de jeugd werd voorts nog twee maal bekroond met de John Flandersprijs voor Vlaamse Filmpjes, en het werd vertaald in het Frans, het Duits, het Noors, het Italiaans, het Spaans en het Pools. Zijn meest recente werken zijn doorgaans historische thrillers voor volwassenen, zoals Het Bloed van het Lam (2006), Nostradamus in Orval (2007), Het Illuminati Complot (2008 - De "illuminati" zijn een complotgroep die de wereld wil overheersen.), "De Paus van Satan" (2011) en "De Zaak Louis XVII" (2012). In 1994 ontving hij voor zijn luisterspel La Comédie Française de Provinciale Paul de Mont Prijs voor toneel. In 1998 richtte Patrick samen met zijn broer Fernand het muziektheatergezelschap Compagnie de Ballade op, dat zowel voor een volwassenen publiek als voor jongeren speelt. Patrick Bernauw schrijft niet alleen de teksten waarvoor zijn broer Fernand de muziek componeert, maar regisseert de stukken ook en acteert/zingt erin mee. Met De Sterke Verhalen Blues trok hij meer dan tien jaar door het hele Vlaamse land. Bernauw is sinds 1985 voltijds auteur en staat sinds 1987 aan het roer van zijn eigen productiehuis het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap ORAGE cvba, destijds opgericht om luisterspelen en radiodocumentaires te maken voor de vrije radio's. In 1999 stopte ORAGE definitief met het produceren van audiodrama en vormde zich om tot productiehuis voor theater- en multimedia-projecten.

Uit: Het Bloed van het Lam

“‘Pseudologia phantastica,’ luidde de diagnose van Mennaert. Het is in de ogen van Maarten een kwal van een vent, maar dit betekent niet noodzakelijk dat Mennaert ongelijk heeft.
‘Het dorpskerkje van Rennes-le-Château verkeerde in een ver gevorderde staat van ontbinding,’ gaat Lena verder alsof Maarten haar nooit heeft onderbroken. ‘En in 1891…’ Ze spreekt het jaartal heel nadrukkelijk uit en ze kijkt hem nu ook zo aan… als om te achterhalen of hij nog bij de les is.
‘Het jaar waarin Là-bas verscheen,’ knikt hij.
‘In 1891 dus verwijderde hij de altaarsteen die rustte op twee oude Visigotische zuilen, de restanten van een bouwwerk uit de zesde eeuw waarop de kerk aan het eind van de elfde eeuw was opgetrokken.’
Eén van de zuilen bleek hol te zijn. In de holle ruimte ontdekte Saunière vier perkamenten, gevat in verzegelde houten foedralen. Twee ervan bevatten stambomen; de eerste ging terug tot 1244, de tweede tot 1644. De overige documenten leken van de hand van een laat achttiende eeuwse voorganger van Saunière, Antoine Bigou. Oppervlakkig bekeken, kon men de teksten beschouwen als vrome fragmenten uit het Nieuwe Testament, gesteld in het Latijn. Maar hier en daar waren er woorden aan elkaar blijven kleven, liepen er lijnen door hele zinnen, werden er overbodige letters toegevoegd of boven de rest van de letters geplaatst.
‘Saunière is er vermoedelijk niet in geslaagd de code te breken waarin de boodschap gesteld was. Niettemin realiseerde hij zich op iets belangrijks gestoten te zijn. Hij trok met zijn ontdekking naar de bisschop van Carcassone, die hem op staande voet doorstuurde naar Parijs. Daar maakte hij kennis met de linguïst en cryptografisch expert Emile Hoffet, die zich ondanks zijn priesterroeping ten zeerste interesseerde voor allerlei esoterische onderwerpen en contacten onderhield met diverse secten en geheime genootschappen. Hoffet introduceerde de plattelandspriester in kringen die gefrequenteerd werden door letterkundigen als Mallarmé en Maeterlinck, de componist Debussy, Emma Calvé… Emma was een geval apart… Ze moet zo een beetje de Maria Callas van haar tijd geweest zijn, en ze was de hogepriesteres van een esoterische secte en de maîtresse van verscheidene invloedrijke occultisten. Al gauw deden er ook geruchten de ronde over een amoureuze affaire tussen Saunière en Calvé.”

 

 
Patrick Bernauw (Aalst, 15 april 1962)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: patrick bernauw, romenu |  Facebook |

14-04-13

Alexandre Jardin, Roman Graf, Tjitse Hofman, Péter Esterházy, Landolf Scherzer, Gabriele Stötzer

 

De Franse schrijver Alexandre Jardin werd geboren in Neuilly op 14 april 1965. Zie ook alle tags voor Alexandre Jardin op dit blog.

 

Uit: Bille en tête

 

“Mon père continuait à habiller de noir son existence. Son deuil interminable m'accablait chaque fois davantage. Alors, quand la coupe était pleine, je courais retrouver Clara. Sa maison riante m'accueillait à lit ouvert. Ses caresses me rassasiaient. Nous faisions l'amour à en perdre la tête pour oublier la mort de ma mère.
Chez Clara, c'était mieux qu'une auberge espagnole. On y trouvait plus que ce qu'on y apportait. J'apportais mes seize ans, et j'y trouvais l'amour, le vrai.

(...)

 

“Sur le chemin du retour, bercé par les cahots ferroviaires, je pensais à toi, l'Arquebuse. Ta mort ferait de moi un riche héritier en rillettes et autres cochonnailles ; mais tu me laisserais longtemps le regret de tes sourires. Pour la première fois, tu m'apparus égoïste; car enfin, tes retrouvailles avec le bon Dieu étaient bien jolies, mais qu'allais-je faire de mes pleurs? Tu ne serais plus là pour les sécher. Grand-mère irresponsable, tu n'avais pas songé qu'en mourant tu me léguerais aussi de la tristesse. Voilà ce que c'est que les vieux. Et, chose plus cruelle encore, tu me forçais à étouffer mes larmes ; car pleurer aurait été te trahir. Pourtant, le jour de ta mort, je te ferais cette infidélité. L'espace de quelques sanglots, je me laisserais chialer, tu m'entends, oui chialer comme un enfant. Mais rassure-toi, ce sera très bref. Je te promets d'être heureux et de rire aux éclats à la sortie de ton enterrement. Sitôt la grille du cimetière franchie, je m'engage même à basculer une fille dans une meule de foin. On fera l'amour à ta santé ; ça ne sera pas triste ; je le jure sur ta tête.”

 

 

 

Alexandre Jardin (Neuilly, 14 april 1965)

Lees meer...

Charles Lewinsky, Helene Hübener, Roberto Schopflocher, Martin Kessel, Gerhard Rohlfs

 

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

 

Uit: Johannistag

 

“Wenn man sich der Dorfmitte nähert, rücken die Häuser näher zusammen, sie haben sich auf städtisch herausgeputzt und ihre Gärten hinter sich versteckt, als ob sie sich der Tomatenstauden schämten und der wuchernden Gurken. Wer zu den Beeten will, muss zuerst durch die Garage, die früher mal eine Scheune war, und bevor er wieder auf die Straße hinausgeht, wechselt er die Schuhe. Die Grundstücke sind durch immer neue Erbteilungen verwinkelt und verzahnt; man kennt seine Nachbarn, wenn man hier wohnt, hat ihnen seit Generationen in die Fenster gesehen und in die Geschichten.

Man hat mir zum Beispiel (das wird Dir gefallen) von einem Mann erzählt, der konnte sich zwischen zwei Schwestern nicht entscheiden, heiratete schließlich die eine und nahm die andere mit ins Haus, und immer, wenn die ledige schwanger war, musste sich die verheiratete den Bauch ausstopfen, um das Kind später als ihr eigenes ausgeben zu können. Ich habe die Geschichte gehört, als ob sie sich gestern ereignet hätte oder vorgestern, aber als ich Genaueres wissen wollte, stellte sich heraus, dass sie im letzten Jahrhundert spielt. Wie der Mann geheißen hat und seine zwei Frauen, das wusste man nicht mehr zu sagen, aber das Haus, in dem die beiden immer abwechselnd ihre Kinder geboren haben, das konnte man mir noch zeigen.

Die Leute in diesen Häusern sind anders als die am Rande des Dorfes, obwohl es nur ein paar Schritte dahin sind, bürgerlicher, sie haben Jobs irgendwo in der Umgebung, oder sie ziehen sich

zumindest an, als ob sie Arbeit haben würden, wenn sich nur welche finden ließe. Am Morgen fahren sie mit ihren Autos weg, lassen die grün lackierten Scheunentore offen stehen, so dass man die Stapel mit den Mineralwasser kisten sehen kann und die sauber aufgeräumte Werkbank, am Abend kommen sie wieder zurück, aus ihren Küchen riecht es nach Zwiebeln und Knoblauch, und wenn man später noch einmal vorbeigeht, flackern die Fernsehschirme hinter den Fenstern.”

 

 

 

Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

Lees meer...

13-04-13

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

Huis bij de rivier

 

Kinderen mogen van hem spelen
op de begraafplaats naast zijn huis

of mogen daar stil zijn
en bloemen neerleggen op de graven

en mogen de volgende dag op school zeggen: 'Luister,
gisteren legde ik bloemen neer op het graf van je oma.'

Huis bij de rivier.
Vissen in de rivier.

 

 

 

Wat ik hoor

 

Dat is wat ik gehoord heb,
het is mij verteld,
maar niet als iets
wat ik niet moet vergeten.

Iets horen
van lang geleden,
alsof voor alles geldt
dat het altijd nog kan komen.

Wat begint met
een langzame golf,
een deur die opengaat,
wil iemand naar binnen?

Wat ik mij herinner
is wat mij verteld is,
langzaam overeind komen
en golven komen door de schemering, van wat?

 

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

Lees meer...

Seamus Heaney, Stephan Hermlin, Orhan Veli, Tim Krabbé

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

The Harvest Bow

 

As you plaited the harvest bow
You implicated the mellowed silence in you
In wheat that does not rust
But brightens as it tightens twist by twist
Into a knowable corona,
A throwaway love-knot of straw.

Hands that aged round ashplants and cane sticks
And lapped the spurs on a lifetime of game cocks
Harked to their gift and worked with fine intent
Until your fingers moved somnambulant:
I tell and finger it like braille,
Gleaning the unsaid off the palpable,

And if I spy into its golden loops
I see us walk between the railway slopes
Into an evening of long grass and midges,
Blue smoke straight up, old beds and ploughs in hedges,
An auction notice on an outhouse wall—
You with a harvest bow in your lapel,

Me with the fishing rod, already homesick
For the big lift of these evenings, as your stick
Whacking the tips off weeds and bushes
Beats out of time, and beats, but flushes
Nothing: that original townland
Still tongue-tied in the straw tied by your hand.

The end of art is peace
Could be the motto of this frail device
That I have pinned up on our deal dresser—
Like a drawn snare
Slipped lately by the spirit of the corn
Yet burnished by its passage, and still warm.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open.

 

 

 

 

Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

Lees meer...

12-04-13

Antje Rávic Strubel, Scott Turow, Tom Clancy, Alan Ayckbourn, Agnes Sapper

 

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

 

Uit: Gebrauchsanweisung Schweden

 

“Ich hatte eine Villa in Schweden, am Ufer des Fryken in Värmland. Vom Fenster und von der Veranda war der See zu sehen, der in der Sonne hell aufschien. Vogelbeerbäume säumten eine Schneise im Wald. Solange der Nachbar die Schneise nicht zuwuchern ließ, wurde sie von Rehen genutzt, um in der Dämmerung zum Trinken ans Ufer zu ziehen.

Wenn die Tannen nachts in der Spur des MondesSchatten auf die Kiesel warfen und das Gras am Schuppen grau und verwittert aussah, wenn nach einer stürmischen Nacht Kastanienhülsen, Birkenzweige und die Blätter der Akazie über die Holzplanken der Veranda trieben und das Haus im blauen Licht wirkte wie der letzte, verlassene Ort, oder wenn an einem Frühsommermorgen der Tau die verrosteten Seile des Fahnenmastes im Garten versilberte und die Luft so klar war, dass sie schmerzend scharfe Bilder aus der Landschaft trieb, war es, als hätte bis zu diesem Moment jemand anderes mein Leben gelebt. Ich aber wäre die ganze Zeit hier gewesen.

Ich war in meine Villa so verliebt wie Tania Blixen in ihre Farm in Afrika, und genauso blauäugig hatte ich sie auch gekauft. Die Abenteuer schienen mir, die ich nie in Kenia gewesen bin, vergleichbar groß. Unerschrocken unternahm ich Tagesmärsche in den nächsten Ort, um Proviant für die kommenden Wochen zu kaufen, verhandelte mit Einheimischen über die Reparatur meines Brunnens und hielt Elche für mindestens so gefährlich wie Löwen, weshalb ich wahrscheinlich nie einen sah. Glücklicherweise war ich am Ende nicht ganz so pleite wie die dänische Schriftstellerin, aber ich war am Anfang auch nicht annähernd so reich gewesen.”

 

 

 

Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

Lees meer...