14-05-13

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Kweeperen in cognac

 

Weemoed van kweeperen in cognac
zomers boudoir achter
lichtschuw inmaakglas
waar ik naar tracht
als naar een haardvuur
in een huis met
geblinde ramen.

 

Stroomafwaarts
in lopende plooien
van mijn huid
is de herfst geboren
als in een zwijgend laken
of in een handpalm
bespannen met opalen vlies
van witte eierschalen.

 

De boomgaard met blaren
wisselt feestelijk van vacht
naast de kweeperelaar
op het vloerkleed gras .

 

 

 

Zwijgen

Zwijgen
is
dieper graven

vlinder die de nacht bevoelt
met vingertoppen duisternis
-ik ben het blauw van Raveel verloren-

vaak heb ik de vroegste morgen
uit je wuivende vleugels geperst
je wieg was me meer
dan een wijngaard stilte
en op je rug
heb ik mezelf vertekend

ik huil om zinloosheid
van opgesteven woorden
om weemoed die de traan
niet kent.

 

 

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

13-05-13

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

 

Licht onder de hersenpan

 

Het stapeltje bladeren waar ik me voor had gezet is alweer
tot nul herleid. Nul: niets, problematisch oorsprong van alles.

Zie ik nu ijskoude staaltjes werkelijkheid?

Verklaren oogbewegingen in het donker welke beelden
zich vormen onder de hersenpan? Ik bedoel,
werpen ze er een licht op?

Of juist niet?

Blijf ik gedoemd snappshots te schieten met waar ik
veel kegeltjes heb op mijn netvlies.

Van dit landschap zie ik wat bloesem op een tak
van een - alles bij elkaar genomen -
verbluffende kersenboom.

Van je gezicht zie ik de komma, rechts,
vlak naast je mondhoek.

 

 

 

 

Gedicht/Niet-gedicht deel 2

Bij Rainer Maria Rilkes 'Lied vom Meer'

Oeroud waaien van meer, zeewind bij nacht
Jou ontgaat geen die wacht of zien zal hoe
Oeroud waaien van meer, zeewind des nachts
Jij zult weerstaan! Oeroud waaien van meer
Jou ontgaat wachten niet, noch verwijzen
Verstenigd weze van ruimte rijzen
Jij zult weerstaan! Aldoor waaien van meer
Zo gevoel je varen, diep in maanschijn
Verstrengeld wezen van ruimte rijze
Zo gevoel je varen, in maanschijn diep

 

 

 

Tijger

 

In een wereld

van goud,

 

dit askleurige

vloeiend

water,

 

daarvan

drinken,

 

(natuurlijk!)

 

een tijger.

 

 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

12-05-13

P. C. Boutens, Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

 

Bij Moederdag

 

 

 

Mother and Child Reading door Frederick Warren Freer, 1896

Montgomery Museum of Fine Arts

 

 

 

Kind der aarde

 

Nu kom ik elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Geen afstand in de avond scheidt mij van uw liefdelichte huis.

 

Voorgoed uit al Gods sterren ken ik de eigen moeder mijn:
Daar is niets in de wijde heemlen als uw ogenschijn.

 

Hoe vindt de schaamte mijner ogen, Moeder, u onveranderd schoon;
Hoe bleef gij trouw en goed, Moeder, voor de ontrouwe zoon!

 

Ik slaap zoals een ongeboren kind zou slapen in uw schoot,
En drink uw koele donkre kracht in nachtelijke dood,

 

En elke nieuwe morgen in het nieuwe licht
Rijs ik op sterker vleuglen, Moeder, weg uit uw gezicht:

 

Als ziel en vogel die zijn moeheid dichtst aan uw hart verslaat,
Die stijgt en zingt het naast bij God met iedren dageraad...

 

Zo laat mij elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Mij kan geen afstand scheiden, Moeder, van uw liefdelichte huis!

 

 

 

 

P. C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Lees meer...

Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Werner Bräunig, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

 

idaho

ich mache ein paar fliegen
in der kopiermaschine alle
und nenne den ausdruck
impression eines sommers
in schwarzweiß schwimmt
mein eingemachtes herz
in dosen gegen den stromausfall
deiner haut habe ich tausend
volt in meinen küssen und
lege feuerwerke frei in
deinem keller erinnert sich
ein fenster an mein gesicht.

 

 

 

kleine welt
(für meinen Vater)

 

das kind der umwege
das mit dem gewicht des hauses ging
brach sich in fremden sprachen das genick
tanzte mit halben hunden um den reim
& alles
war eine antwort auf liebe,
verbliebene lücken im raum.

 

 

 

 

Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

Lees meer...

Nicolaas Anslijn, Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Nicolaas Anslijn op dit blog.

 

Uit: De brave Hendrik

 

“Ik ben laatst bij Hendrik aan huis geweest, maar gij moest eens zien, hoe gehoorzaam hij zijnen ouders is.

Als zij hem zeggen, dat hij iets doen moet, dan doet hij het ook terstond.

Hij wacht nooit tot zij het hem tweemaal zeggen.

Hij zegt ook nooit: laat mijn broer of mijne zuster het doen; maar hij is altijd blijde, als hij iets voor zijne lieve ouders doen kan.

Als zij hem iets verbieden, dan laat hij het ook dadelijk.

Hij vraagt nooit: waarom moet ik dat laten?

Hij ziet ook nooit knorrig, als zijne ouders hem iets verbieden.

Ik prees Hendrik om zijne gehoorzaamheid, maar hij wilde niets daarvan hooren.

Wat denkt gij, dat hij mij antwoordde?

Mijne ouders weten zeer wel, waarom zij mij iets gebieden of verbieden.

Zij weten wel, wat mij nuttig of schadelijk is.

Foei! zou ik ongehoorzaam wezen? Zou ik mijne ouders bedroeven?

Toen ik laatst eens ongehoorzaam was, stonden mijne moeder de tranen in de oogen; maar ik zal wel zorg dragen, dat het niet weder gebeurt.

Ik antwoordde niets: maar ik nam het besluit om in het vervolg ook zoo gehoorzaam te zijn als Hendrik.”

 

 

 

Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)

Lees meer...

11-05-13

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

De lucht was als een perzik

 

De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.

Over de donzen heuvels
lokte een ver verschiet;
wij wilden zwervend worden,
zwervend en anders niet.

De voeten gingen samen,
de hand lag in de hand,
de harten opgedragen;
aarde, waar is uw band?

In dreven en valleien
geklommen en gedaald
in schaduwen geloken
in open licht bestraald

En onze zielen togen
naar nieuwe zaligheid
in het voorbij voorbije
wankelend ingeleid

Waar lillend lichtaanbreken
en ochtendhelderte is
met parelende vreugde
en met ontsteltenis...

 

 

 

 

De dauw hangt parelen

 

De dauw hangt parelen aan takken en aan blaren
in kettingen en snoeren;
de kusmond van de wind, als hij ze aan wil roeren,
doet ze ontstellen, sidderen zonder bedaren
en stort ze allen neer, de wankelbaren.

 

 

 

 

God heeft een huis gebouwd en dak

 

God heeft een huis gebouwd en dak
en zoldering bespannen strak
met kommer, druk en droefenis,
weedom er de bevloering is
en alle wanden zijn bekleed
met zorgen en met harteleed
en in betreuren ingehuld;
Hij heeft de goeden er in weggeloken
en toegesproken:
de sleutel van uw deur is het geduld.

 

 

 

 

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Leopold op reis met leerlingen, 1890

Lees meer...

Rachel Billington, Rose Ausländer, Carl Hauptmann, Ethel Lilian Voynich, Latīf Nāzemī, Leopoldo de Luis

 

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009.

 

Uit: Emma & Knightley

 

“Emma Knightley, handsome, clever and rich, with a husband whose affection for her was only equalled by her affection for him, had passed upward of a year of marriage in what may be described as perfect happiness; certainly this is how she described it to herself as she sat at her writing desk from which she had an excellent view of her father, Mr Woodhouse, taking a turn round the shrubbery on the arm of her beloved Mr Knightley.
Emma smiled as she watched them, smiled and repressed a sigh as she saw the tender way in which Mr Knightley – she would never bring herself to call him George – put his upright, manly self between the cool autumnal breeze and the frail figure of her father. Since she, herself, usually performed this daily office for her father – Mr Knightley often being occu¬pied in the mornings when her father felt the air most conducive to good health – seldom did she have the opportunity of seeing her parent as he appeared at a distance to the objective eye.
His walking was tentative, it could not be denied, but then he had never been quick, or never since she could remember him. It was possible – Emma considered the idea from the heights of her still new stature as a wife – that his sense of himself as an invalid had stemmed from the early death of Mrs Woodhouse, causing him to distrust health. If that were the cause – and, by his affectionate accounts of his wife, she had possessed all the vivacity, intellectual vigour and good health that any woman could wish for – then it was understandable that her adoring husband's tempera¬ment should receive a severe shock at her unexpected death; that he would never be the same, but always fearful, not just for himself, but for his daughters (Emma had an elder sister, Isabella), their husbands, Isabella's five children (soon to be six), his friends, acquaintances and, in short, the whole world, small as it was, that he inhabited.”

 

 

 

Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

Lees meer...

10-05-13

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Roberto Cotroneo, Petra Hammesfahr,

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Dichterschap

Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten,
voor de rechtvaardiging van een bestaaan
In ‘t slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen broode allengs verdaan?

En hierom zijn der op een doel gerichten
bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
in ‘t zicht van ‘t eind der onherkeerbre baan.

van al de dingen die ‘k droomen zocht
Erger: van alle, die ik wel vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.

 

 

 

Het kerkhof aan het meer

 

Een klein rond perk, met weinge witte stenen;
Hier zijgt de tijd, een vege zwaan,terneer.
Erachter dampt,door grijze zon beschenen,
Een gelukzalig lentemeer.

Daar rusten,na het enkelvuldig leven
Van eeuwoud werk in weide en stal en schuit,
De eertijds ontslapenen in deze dreven
Van hun gelijke daden uit.

En als de voorjaarswind de lege kruinen
Doet beven van de' onheuchelijken nood
Tot bloeien boven woekerende puinen,
Suizelt de onsterfelijke dood.

 

 

Voorjaar

 

De zon brak door de barre voorjaarslucht.
Plotseling kantelde er een vogelvlucht.
Op de aarde smolt de dungezaaide sneeuw.
Hart, gij zijt vrij; gij waart om niets beducht.

 


J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

Lees meer...

09-05-13

Jacques Perk, Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 

 

The Ascension door Benjamin West, 1801

 

 

 

Hemelvaart

Est deus in nobis

 

De ronde ruimte blauwt in zonnegloed

En wijkt ver in de verte en hoog naar boven:

Mijn ziel wiekt als een leeuwriklied naar boven

Tot boven ‘t licht haar lichter licht gemoet.

 

”Zij baadt zich in den lauwen aethervloed,

En hoort met hosiannaas ‘t leven loven;

Het floers is wèg van de eeuwigheid geschoven

En goddlijk leven gloeit in mijn gemoed.

 

De hemel is mijn hart en met den voet

Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard’,

En, nederblikkend, is mijn glimlach zoet.

 

Ik zie daar onverstand en zielevoosheid…

Genoegen lacht… ik lach… en met een vaart

Stoot ik de wereld weg in de eindeloosheid.-

 

 

 

 

JacquesPerk (10 juni 1859 – 1 november 1881)

Lees meer...

08-05-13

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

 

Uit: Against the Day

 

July Fourth started hot and grew hotter, early light on the peaks descending, occupying, the few clouds bright and shapely and unpromising of rain, nitro beginning to ooze out of dynamite sticks well before the sun had cleared the ridge. Among stockmen and rodeo riders, today was known as "Cowboy's Christmas," but to Webb Traverse it was more like Dynamite's National Holiday, though you found many of the Catholic faith liked to argue that that ought to be the Fourth of December, feast of St Barbara, patron saint of artillerymen, gunsmiths, and by not that big of a stretch, dynamiters too.

Everybody today, drovers and barkeeps, office clerks and hardcases, gentle elderly folks and openmouth reckless youth, would be seized sooner or later by the dynamitic mania prevailing. They would take little fractions of a stick, attach cap and fuse, light them up and throw them at each other, drop it in reservoirs and have all-day fish fries, blast picturesque patterns in the landscape that'd be all but gone next day, put it lit into empty beer barrels to be rolled down mountainsides, and take bets on how close to town before it all blew to bits - a perfect day all round for some of that good Propaganda of the Deed stuff, which would just blend right in with all the other percussion.

Webb staggered up out of his bedroll after one of those nights when he did not so much sleep as become intermittently conscious of time. Already warm-up blasts could be heard up and down the valley. Today's would be a fairly routine job, and Webb was looking forward to a little saloon time at the end of it. Zarzuela was out by the fence waiting, having known Webb long enough to have an idea that whatever the day held in store, it would include explosion, which the colt was used to and even looked forward to.”

 

 

 

Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

Cover 

Lees meer...

07-05-13

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

 

 

De Klacht van den Oude

 

Ik word aan 't oud zijn niet gewend.

De lichtelaaie die 'k heb gekend

zit nog te diep in mijne knoken

en blijft mij dag en nacht bestoken.

 

Mij beetren heb ik steeds gewild,

en menig, menig uur verspild

aan op te zien naar ginder boven,

aan bidden leeren en gelooven.

 

Helaas, ik schaam mij en beken

dat ik wel diep verdorven ben.

Want God en Ziel en andere dingen

waarvoor de menschen psalmen zingen,

 

Geweten, Vaderland in nood,

de Sterrenhemel en de Dood,

het wil, het wil tot mij niet spreken,

wat ik ook tracht het ijs te breken.

 

Maar waar ik wèl toe ben bereid,

dat is voor elke jonge meid

zooals er honderdduizend loopen,

de kleeren van mijn lijf verkoopen

           

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.

Ik zou het doen, en geen berouw

zou in mijn oogen staan te lezen,

en 't zou nochtans een misdaad wezen.

 

Wanneer ik langs de huizen trek

loert men mij na, als ware ik gek,

alsof mijn plannen en mijn zonden

op mijnen rug te lezen stonden.

 

Ik ben een schurk, ik ben een hond,

geen rustplaats waard in heil'gen grond,

en 'k wil een hoog rantsoen betalen

voor elken bundel zonnestralen:

 

Maar laat mij doen met eigen vuur

wat ik verkies, zoolang ik duur.

En plaag ons niet: mij arme stakker,

en Satanlief, mijn laatste makker.

 

 

 

De zee

 

Wat een machtig en woelerig deinen
van baar op baar,
bruisend opstaand en bruisend verdwijnend
over elkaar.

De stemklank der mensen die zingen
maakt mij zo wrang;
van verouderde krachtloze dingen
spreekt mij hun zang.

Doe uw geesten mij bouwen een woning
diep in uw schoot,
waar ik zingen zal als barenkoning
tot mijne dood.

Want geen keel die aan wal uwe zangen
ooit navertelt,
en geen mensenbrein ooit zal vervangen
uw effen geweld.

 

 

 

 

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Standbeeld in Antwerpen 

Lees meer...

Libris Literatuurprijs 2013 voor Tommy Wieringa

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa heeft de Libris Literatuur Prijs 2013 gewonnen voor zijn roman "Dit zijn de namen". De winnaar werd maandagavond in het Amstel Hotel in Amsterdam bekendgemaakt door Clairy Polak, voorzitter van de jury. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

 

Uit: Dit zijn de namen

 

“Allemaal waren ze  alleen op weg gegaan, toeval had ze bij elkaar gebracht, niemand was verantwoordelijk voor een ander. Zo lang je kon lopen, behoorde je tot de groep, zolang je kon lopen, maakte je haar sterker. Als de groep voor haar afzonderlijke leden moest gaan zorgen, verzwakte ze. Altruïsme betekende haar einde. Strikt eigenbelang vergrootte de kans op overlevering.

(…)

 

Hij weet dat ze vooruitgeschoven posten zijn van hun familie, hun dorp, hun gemeenschap. In hun voetspoor reist een onzichtbaar gezelschap van vaders, moeders, broers, zusters, ooms en tantes en neven en nichten mee. Op hen is alle hoop gevestigd. Zij zijn het pioniersgewas - alles kun je ze aandoen, honger, dorst, hitte en kou, ze zullen alles overleven.'

(…)

De kandelaar wees hem zijn plaats in het verleden. Hij herinnerde hem aan het kind dat hij was, dat door de slaapkamer van zijn ouders sloop en de voorwerpen in het hoekkastje in zich opnam, en vertelde hem dat hij geboren was uit een joodse vrouw, die haar afkomst verborgen had gehouden- zoals ze ook de menora onder de voile had weggemoffeld. Hij twijfelde niet meer- hij zou een jood zijn- nee, hij was er een. Dat was zijn plaats in de wereld, deel van een volk, van een gemeenschap. Een op één na uitgestorven gemeenschap. Dat hij ergens bij hoorde, dat was de ontroering.

(…)

De rabbijn had gezegd dat  elke Jood, waar en wanneer hij ook ter wereld was, zichzelf moest beschouwen als een vluchteling uit Egypte, een zwerver in de woestijn, zo belangrijk waren de vlucht en de veertig zwerfjaren voor het volk van Israël. Elke voetstap van een Jood herinnerde aan de uittocht en voerde hem terug tot de geboorte van een volk in de woestijn.”

 

 

 

Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

06-05-13

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Zelf-verandering

 

Ik ben te veel een mens geweest,
Een mens, die gilde en klaagde en schreide,
Die dronk zijn glas en vierde feest
En diep-gevoelde dingen zeide.

Nú ben ‘k een delicaat artiest,
Verliefde van zijn fantasieën,
Maar die zich ’t allerliefst verliest
In zijn kokette melancholieën…

Melancholie-om wie? om wat?…
Ik weet niets meer, kan niets meer voelen
Dan zoet gespeel met dit en dat
Van rijmen, zachte, klare, koele.

 

 

 

 

Geen tranen zullen op mijn graf-stee vallen

 

Geen tranen zullen op mijn graf-stee vallen,
Maar lachen onderdrukt-half, of zacht-luid,
En vele mensen zullen vuisten ballen
Tegen dit mens, dat dan niets meer beduidt.

Zij zullen elkaar aanstoten in zacht mallen
Om mij, arm mens, die sprak zó hooglijk-luid
In 't Leven Mijn, die leefde van geluid
Alleen, en van veel opstaan na veel vallen.

O 't Leven is één Melancholie
Van veel verlangen en veel krijgen, om weer
Te grijpen naar het aller-onverkrijgbaarst,

Hoog in de wolken zwemend, onbereikbaarst
Geluk. Geluk? O Mens, wat zijt gij dom weer:
Heel 't Leven is Eén reine Melodie.

 

 

 

 

Infernale impressies

 

De gekken zitten in hun kerkgebouw
Als stomme mummiën: met stenen ogen
Staren ze onwendbaar langs de lage bogen
En horen van Geloof en Liefde en Trouw

Uit 's herders mond, die kalmpjes staat en nauw
Iets hoorbaars voor een oirbaar mens kan pogen
Te geven aan de onzaal'gen, die bedrogen
Om 's werelds eêlste goed, zien lauw en flauw.

Dan kerend zaal-waarts naar mijn vreemde voêr,
Denk ik gedwee: 'k ben een verloren worm maar,
En ga dan stil wat schrijven of wat lezen.

Maar mèt begint het hortende rumoer,
Lawaaiend langs de wanden of 't een storm waar...
Mensen, aanschouw: ik word als een van dezen.

 

 

 

 

Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Lees meer...

Gouden Boekenuil 2013 voor Oek de Jong

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong heeft de Gouden Boekenuil 2013 gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Pier en oceaan. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Pier en oceaan

 

“Aan het eind van de middag liep Abel met zijn polsstok het weiland in, gevolgd door zijn broertje.
Het was of er iets in de lucht hing vanaf de dag dat de verhuizing was aangekondigd. Abel had zichzelf van een stok voorzien en met een oud aardappelmes tekens in de bast gesneden, geïnspireerd door een oudere jongen in de buurt die zo’n stok bezat. Zijn moeder had het griezelig gevonden zoals hij tekens kerfde in de bast van die stok en hem er van boven tot onder mee bedekte. Hij nam zijn stok mee naar bed en betastte in het donker de tekens. De stok leek hem te beschermen. Maar op deze laatste dag had hij ervan afgezien om het ding bij zich te hebben.
Abel liep het weiland in. Hij droeg zijn polsstok niet op zijn schouder, maar sleepte hem achter zich aan door het gras, zodat hij vanaf de weg niet te zien zou zijn. Naast hem liep Otto, die een hompje klei kneedde. Hij zou er een paard van maken. Al dagen was hij bezig om paarden van klei te maken.
Ze liepen, waadden soms haast, door het gras, dat tot hun heupen reikte, rood en geel van zuring en boterbloem. De zon daalde, maar brandde nog steeds op hun gezicht. Hoog boven hen hing een leeuwerik in de lucht. Hij zong onophoudelijk, een hartstochtelijk en stralend gekweel, nu eens dichtbij, dan weer wat verderaf. Abel hoorde de wind, het gras dat langs zijn laarzen en de polsstok ritste en de vogel hoog in de lucht. Een vage angst greep hem aan. Hij keek om naar de huizen, maar hij kon al niet meer terug.

Ze liepen naar de sloot die er ‘altijd was geweest’. In zijn kleine universum was dit een van de meest geheimzinnige plekken. Bijna alle sloten liepen recht door het land, maar deze kronkelde. Hij was niet door mensen gegraven. Een van de oudere jongens had gezegd dat hij er ‘altijd was geweest’. Het was een oude geul uit de tijd dat de zee door een netwerk van geulen nog diep doordrong in het land. Het was de kronkeling die dit water voor de jongen op een onzegbare manier geheimzinnig maakte. Het weiland liep er wat omhoog – ook dat was anders. En het water was breder en dieper. Toen Abel ervoor stilstond en een windvlaag over het water zag strijken, werd hij nog banger. Het was of hij hier niet hoorde.”

 

 

 

Oek de Jong (Breda, oktober 1952)

17:40 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gouden uil, oek de jong, romenu |  Facebook |