06-07-14

Lucas Hirsch

 

De Nederlandse dichter Lucas Hirsch werd geboren op 6 juli 1975 in Hilversum. Hirsch studeerde in 2002 af bij de vakgroep Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam op een vergelijkende studie tussen The Beats en De Vijftigers. Initiatiefnemer van het Amsterdamse dichtcollectief De Residentie (2003-2004). Met Jessica Kroskinski richtte hij de literaire stichting Stichting Kleine Revolutie Producties op, die in Haarlem literaire evenementen en sinds 2009 het jaarlijkse poëziefestival Elswout organiseert. In 2012 tourde Hirsch met Pieter Boskma, Hélène Gelèns, Erik Jan Harmens, John Schoorl en Joost Zwagerman door de Verenigde Staten. Werk van Hirsch verscheen o.a. in Poolse, Finse en Engelse vertaling. Hij is medewerker aan diverse literaire tijdschriften.

 

Nr. 1.

Vorm aan je leven geven een cirkelredenering? 
Een onbehouwen vuist, het tijdsgewricht? 
De genatuurde natuur, insomnia 

Er schampte zojuist een pijl mijn kin 
Had ik vier poten, dan ging ik op een draf 

Zwaaien gaat niet meer. Er hangen volle tassen 
aan mijn strakgespannen armen. Er vliegen vogels op 

de vlucht, het zoveelwekenplan voor elke afstand 
Wanneer wordt dit gesmeed? 

De tips, het schema, de rekensom 
We tellen af. Het land in rep en roer 

Ik verloor alle schaamte, ik verloor ieder antwoord 

Ik kom handen te kort en geen angst zo groot als 
dat je droomt dat we in slaap worden gesust 
wat je tilt uit handen valt

 

 

Nr. 20.

1.
Een Amsterdamse investment banker verklaarde tegen de pers
dat hij er niet over piekerde zijn zuurverdiende bonus in te leveren

Volgens zijn dokter was hij allergisch voor de echte wereld
en kon hij doodgaan als hij daarin zou moeten leven

Zo vindt hij stervende negertjes in Afrika vies

2.
De in kantoortuinen huilende mens
dient rap de uitgang van het pand
gewezen te worden want de koersen
koersen af op dramatisch dikke cijfers
in de min dus in gepaste draf de trappen af

De CEO meldt dat de ontslagen niet
van invloed zullen zijn op de relatie
met de cliënten

 

 

 
Lucas Hirsch (Hilversum, 6 juli 1975)

14:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lucas hirsch, romenu |  Facebook |

05-07-14

Dolce far niente (Bert Wagendorp, Jean Cocteau, Felix Timmermans)

 

Dolce far niente - Bij de start van de Tour de France

 

 
Mark Cavendish, gevallen in de Tour van 2012

 

 

Uit: De Proloog

"Ik ben de specialist, ik moet de proloog winnen, ik heb de proloog gewonnen in de Ronde van de Middellandse Zee, in de Ronde van Spanje en in de Midi Libre. Dus morgen, in de Ronde van Frankrijk, moet ik hem ook winnen. Dat is het verschrikkelijke van winnen, opeens mag je niet meer verliezen. Ik moet morgen winnen, maar naast me ligt Van Sprundel te slapen en jankt er een mug om mijn hoofd, op de gang zoemt een cola-automaat en de lift gaat op en neer. Telkens wanneer hij op onze verdieping stopt, gaat er een belletje. Zes liter zuurstof zuigt zich met een hoge pieptoon Van Sprundels longen binnen, even later komt het er met een lage gier weer uit, gek word ik er van. Geluiden van een Franse dorpskermis, goed geregeld jongens, de belangrijkste nacht van het jaar, voor de belangrijkste zes kilometer van het jaar, kermis voor je deur."

 

 
Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

 

De Franse dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker Jean Cocteau werd op 5 juli 1889 in Maisons Lafitte geboren. Zie ook alle tags voor Jean Cocteau op dit blog.

 

Au bord du chemin

Si je m’assois sur le bord du chemin
et que je regarde en arrière
je vois combien j’ai fait peu de chemin
bien qu’il m’en reste peu à faire.

Mais si vivre est déjà d’entrer chez vous
sans bruit, sur la pointe des pieds,
c’est avec joie qu’on fléchit le genou
devant votre gloire obstinée.

 

 

Le désordre

Avec ce peu de temps qui m'est alloué
peu me soucie le désordre que crée
l'ordre de branle-bas. Perdue d'avance
chaque bataille. Admirez la malchance,
la gare éteinte et les trains déraillés,
les ponts pendus sur les astres noyés.
La nue s'effondre où se perchaient les dieux.
Notre avenir est bien plus ancien qu'eux.

 

 

La palissade

Le jour se lève au fond de l’abreuvoir,
les peupliers dans la fraîcheur frémissent,
les iris ont hissé leurs étendards
et j’entends par-dessus la palissade
des voix d’enfants inventer l’aujourd’hui.
Je suis très loin des autrefois, tant pis,
mais peut-être encor loin de l’avenir
comme une orée l’est des forêts profondes.

 

 
Jean Cocteau (5 juli 1889 – 11 oktober 1963)

 

 

 

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans werd op 5 juli 1886 geboren te Lier. Zie ook alle tags voor Felix Timmermans op dit blog.

Uit: Pallieter 

“En in die stille, nieuwe heerlijkheid, waarin de dauw zoel neerzeeg, speelde omhoog het perelende lied van een jongen nachtegaal. Pallieter rilde. En hij dacht aan de zon, die nu nog ver achter de wereld zat, ievers bij de Moorkens en de Chineezen. Morgen zou ze opnieuw het zoete Netheland beschijnen en ze zou de boomen en planten van geweld doen spreken en klappen, de bloemen doen breken van reuken, de bosschen doen denderen van 't danig vogelengefluit en hemzelf, Pallieter, een voet doen grooter worden. En hij sloeg van veel te groote blijdschap zijn beenen naar omhoog dat de lakens van het bed vlogen. Hij dekte zich weer onder en sliep met een lach op zijn mond.
Als er in het Oosten een klaarte bibberde en er een haan had gekraaid, wipte Pallieter uit zijn bed, trok zijn hemd uit en liep in zijnen blooten flikker naar de Neeth. Over den grond en tusschen de hooge boomen hing een grijze smoor. Het was heel stil, het gers woog zwaar van den koelen dauw en van de boomen vielen groote lekken.
Pallieter liep en sprong zoo maar rats het hooge water in, duikelde naar onder en kwam weer blinkend van water en geluk, naar asem scheppend, in het midden boven. De waterkoelte deed het bloed in zijn lijf opspringen, het deed hem deugd, en hij lachte.
Hij zwom tegen tij in, liet zich op zijn rug terugdrijven, duikelde, zwom op zijn hondekes, draaide en spertelde en stampte met armen en beenen, dat het water sloeg en klotste en 't lisch en 't jonge riet deed buigen en wiegen.
Allengskensaan met het vergrooten van het licht waren de nevels dikker en witter gegroeid en hadden ze onvoorziens heel het land ingewikkeld. Fijn vogelengefluit regende nu uit de onzichtbare boomen, en de nieuwgemaakte bloemenreuken dreven met heelder kladden door den mist.”

 

 
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Beeld van Pallieter door Jan Alfons Keustermans in Lier

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2013 ook mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

04-07-14

Neil Simon, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Sébastien Japrisot, Robert Desnos, Christine Lavant

 

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd in New York op 4 juli 1927 geboren. Zie ook alle tags voor Neil Simon op dit blog.

Uit: The Play Goes On, A Memoir

“The thought uppermost in my mind was to distract the girls from dealing with the past, and to get them busy with getting on with life, making some small attempt at normalcy. I am always amazed at the resiliency of the young. They looked at me, waiting to hear what my plans were, ready and eager to comply. Neither girl had intended to be home that summer, both having made plans, not fully realizing the graveness of Joan's condition. Nancy was summoned back from camp when Joan passed away sooner than I ever imagined, and Ellen had canceled a student trip to Europe to be with her mother for her last few months. I suggested getting away from New York, as far away as possible, distancing ourselves from loss and sorrow. The summer house in Pound Ridge, New York, that I had bought expressly as a gift to Joan, where I hoped she would recover from her illness, was just a marginal choice to revisit. I offered to take them both to Europe, reasoning that traveling and being together would be, if not a fun-filled vacation, at least a chance to heal ourselves in new surroundings, in a place with fewer memories. Nancy surprised me when she opted to return to camp. It also gave me a sense of relief to know that this ten-year-old knew what was best for her. Ellen and I left together for Europe a week later.
I made the mistake of returning to all the same hotels that Joan and I had stayed in, something that proved harder for me to deal with than for Ellen. But slowly, day by day, I began to see a change in Ellen, a maturing, perhaps growing up faster than she normally would have if Joan were still alive. She started to point out things in shops in London and in Paris that might go nicely in our house.”

 

 
Neil Simon (New York, 4 juli 1927)

Lees meer...

03-07-14

Franz Kafka, Tom Stoppard, Joanne Harris, Andreas Burnier, Gerard den Brabander, David Barry, Edward Young

 

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit Das Schloss:

»Landvermesser?« hörte er noch hinter seinem Rücken zögernd fragen, dann war allgemeine Stille. Aber der junge Mann faßte sich bald und sagte zum Wirt in einem Ton, der genug gedämpft war, um als Rücksichtnahme auf K.s Schlaf zu gelten, und laut genug, um ihm verständlich zu sein: »Ich werde telefonisch anfragen.« Wie, auch ein Telefon war in diesem Dorfwirtshaus? Man war vorzüglich eingerichtet. Im einzelnen überraschte es K., im ganzen hatte er es freilich erwartet. Es zeigte sich, daß das Telefon fast über seinem Kopf angebracht war, in seiner Verschlafenheit hatte er es übersehen. Wenn nun der junge Mann telefonieren mußte, dann konnte er beim besten Willen K.s Schlaf nicht schonen, es handelte sich nur darum, ob K. ihn telefonieren lassen sollte, er beschloß, es zuzulassen. Dann hatte es aber freilich auch keinen Sinn, den Schlafenden zu spielen, und er kehrte deshalb in die Rückenlage zurück. Er sah die Bauern scheu zusammenrücken und sich besprechen, die Ankunft eines Landvermessers war nichts Geringes. Die Tür der Küche hatte sich geöffnet, türfüllend stand dort die mächtige Gestalt der Wirtin, auf den Fußspitzen näherte sich ihr der Wirt, um ihr zu berichten. Und nun begann das Telefongespräch. Der Kastellan schlief, aber ein Unterkastellan, einer der Unterkastellane, ein Herr Fritz, war da. Der junge Mann, der sich als Schwarzer vorstellte, erzählte, wie er K. gefunden, einen Mann in den Dreißigern, recht zerlumpt, auf einem Strohsack ruhig schlafend, mit einem winzigen Rucksack als Kopfkissen, einen Knotenstock in Reichweite. Nun sei er ihm natürlich verdächtig gewesen, und da der Wirt offenbar seine Pflicht vernachlässigt hatte, sei es seine, Schwarzers, Pflicht gewesen, der Sache auf den Grund zu gehen. Das Gewecktwerden, das Verhör, die pflichtgemäße Androhung der Verweisung aus der Grafschaft habe K. sehr ungnädig aufgenommen, wie es sich schließlich gezeigt habe, vielleicht mit Recht, denn er behaupte, ein vom Herrn Grafen bestellter Landvermesser zu sein. Natürlich sei es zumindest formale Pflicht, die Behauptung nachzuprüfen, und Schwarzer bitte deshalb Herrn Fritz, sich in der Zentralkanzlei zu erkundigen, ob ein Landvermesser dieser Art wirklich erwartet werde, und die Antwort gleich zu telefonieren.“

 

 
Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

Lees meer...

02-07-14

Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock, Johannes Immerzeel

 

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Demian

„Um meine Geschichte zu erzählen, muß ich weit vorn anfangen. Ich müßte, wäre es mir möglich, noch viel weiter zurückgehen, bis in die allerersten Jahre meiner Kindheit und noch über sie hinaus in die Ferne meiner Herkunft zurück.
Die Dichter, wenn sie Romane schreiben, pflegen so zu tun, als seien sie Gott und könnten irgendeine Menschengeschichte ganz und gar überblicken und begreifen und sie so darstellen, wie wenn Gott sie sich selber erzählte, ohne alle Schleier, überall wesentlich. Das kann ich nicht, so wenig wie die Dichter es können. Meine Geschichte aber ist mir wichtiger als irgendeinem Dichter die seinige; denn sie ist meine eigene, und sie ist die Geschichte eines Menschen – nicht eines erfundenen, eines möglichen, eines idealen oder sonstwie nicht vorhandenen, sondern eines wirklichen, einmaligen, lebenden Menschen. Was das ist, ein wirklich lebender Mensch, das weiß man heute allerdings weniger als jemals, und man schießt denn auch die Menschen, deren jeder ein kostbarer, einmaliger Versuch der Natur ist, zu Mengen tot. Wären wir nicht noch mehr als einmalige Menschen könnte man jeden von uns wirklich mit einer Flintenkugel ganz und gar aus der Welt schaffen, so hätte es keinen Sinn mehr, Geschichten zu erzählen. Jeder Mensch aber ist nicht nur er selber, er ist auch der einmalige, ganz besondere, in jedem Fall wichtige und merkwürdige Punkt, wo die Erscheinungen der Welt sich kreuzen, nur einmal so und nie wieder. Darum ist jedes Menschen Geschichte wichtig, ewig, göttlich, darum ist jeder Mensch, solange er irgend lebt und den Willen der Natur erfüllt, wunderbar und jeder Aufmerksamkeit würdig. In jedem ist der Geist Gestalt geworden, in jedem leidet die Kreatur, in jedem wird ein Erlöser gekreuzigt.
Wenige wissen heute, was der Mensch ist. Viele fühlen es und sterben darum leichter, wie ich leichter sterben werde, wenn ich diese Geschichte fertiggeschrieben habe.“

 

 
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Standbeeld in Gaienhofen

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

01-07-14

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Denis Johnson , J. J. Voskuil, Carry Slee, Hans Bender

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Droom

Ik droomde van een kinderlokdoos
een grote blauwe doos met het plaatje
van een schattig kind er op.
Je hoeft het gaatje maar open te prikken
en de kinderen komen één voor één
naar binnen, aangetrokken door
de heerlijke geur. In de doos
geeft een rode schemerlamp
prachtig licht, als je genoeg
gezien hebt, plak je eenvoudig
het gaatje weer dicht.

 

 

Hoe je je dochter moet laten gaan

Houd het jonge meisje zachtjes
tegen bij de keel en kijk zowel
bezorgd, vertederd als
argwanend. Wil je weg?

Zijn je ogen open of gesloten?
Blijf, zeg je, je mag niet weg.
Ik houd van je. Buiten
is de duisternis.

Goed, ik zal je laten gaan
maar luister naar wat
ik je vertel over het leven
ach nee, over wat ik heb gezien.

En kijk, het meisje wacht tot ze los
gelaten wordt, vriendelijk
maar vastbesloten te gaan.
Haar voeten zijn al op weg.

 


Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Lees meer...

30-06-14

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Thomas Lovell Beddoes

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Over het gebed

Je vraagt me hoe je kunt bidden tot iemand die niet bestaat.
Ik weet alleen dat het gebed een brug van fluweel bouwt
waarover we lopen en als van een trampoline opstijgen
boven landschappen met een kleur van rijp goud,
omgetoverd door de magische stand van de zon.
Die brug leidt naar de oever van Ommekeer
waar alles andersom is en het woord 'is'
een betekenis onthult die wij nauwelijks voorvoelen.
Let wel, ik zeg 'wij'. Daar voelt ieder afzonderlijk
medelijden met anderen, verstrikt in een lichaam,
en weet dat wij ook als er geen overkant zou zijn,
evengoed die brug boven de aarde zouden opgaan.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Gift

A day so happy.
Fog lifted early. I worked in the garden.
Hummingbirds were stopping over the honeysuckle flowers.
There was no thing on earth I wanted to possess.
I knew no one worth my envying him.
Whatever evil I had suffered, I forgot.
To think that once I was the same man did not embarrass me.
In my body I felt no pain.
When straightening up, I saw blue sea and sails.

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

Wie viele herrliche Vorsätze

Wie viele herrliche Vorsätze, Spiele und Listen gab es,
Als uns, meine Freunde,
Die Wolken, die waldesrühmlichen Statuen
Und über der schmalen Straße die Johannisadler-Engel
aaaaabeschützten.
Ihr solltet verlieren und wußtet es nicht.
Ihr solltet verlieren und ich habe es gewußt,
Ohne die Mitwisserschaft, die vergebliche, euch oder mir zu
aaaaabekennen.
Nun ist es vollbracht. Der Wind spielt mit Schatten von Namen,
Bis die Schneestille folgt auf die Dynastie.
Wer Verstand besaß, wählte Doktrinen,
In denen der teuflische Moder, flimmernd, geleuchtet hatte.
Wer Herz besaß, ließ sich zur Nächstenliebe verführen.
Wer Schönheit wollte, diente dem Stein auf dem Stein.
So zahlte unser Jahrhundert heim
Denen, die seiner Verzweiflung und seiner Hoffnung vertrauten.
Und was hat Gewinn bedeutet? Mitten im Wort zu verstummen,
Den Schrei zu vernehmen, der Lüge zu huldigen, weil die Wahrheit gefallen war,
Kumpanei zu heucheln, an Gräbern vorbei,
Und sich zu den Auserwählten zählend,
Mit ganzem Körper die Scham
Zu empfinden.

 

Vertaald door Doreen Daume e.a.

 

 
 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

János Csokits

 

De Hongaarse dichter en vertaler János Csokits werd geboren in Boedapest op 30 juni 1928. Csokits verliet Hongarije in 1949. Hij woonde eerst in Londen, daarna in Parijs en München, waar hij werkte voor Radio Free Europe. Tenslotte keerde hij weer terug naar Londen om te werken voor de Hongaarse afdeling van de BBC. Zijn gedichten en essays werden gepubliceerd in verschillende Engelstalige literaire tijdschriften buiten Hongarije. In 1989 keerde Csokits terug naar zijn geboorteland, waar hij woonde tot zijn dood op 4 augustus 2011. János Csokits speelde een grote rol in de campagne om de Engelssprekende wereld te laten kennismaken met de poëzie van met János Pilinszky. Omdat hij geloofde dat alleen een groot dichter poëzie kan vertalen haalde hij Ted Hughes over om Pilinszky te vertalen. Zelf leverde hij slechts de eerste ruwe versies. Het resultaat van de samenwerking, Pilinszky’s “Selected Poems” verscheen in 1976.

 

Passion of Ravensbrück
 
He steps out from the others.
He stands in the square silence.
The prison garb, the convict’s skull
blink like projection.

He is horribly alone.
His pores are visible.
Everything about him is so gigantic,
everything is so tiny.

And this is all.
The rest–––
the rest was simply
that he forgot to cry out
before he collapsed.

 

Janos Pilinsky
Vertaald door Janos Csokits en Ted Hughes

 

 

 
János Csokits (30 juni 1928 - 4 augustus 2011)
Ted Hughes, János Csokits en János Pilinszky in 1977.

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jános csokits, romenu |  Facebook |

29-06-14

Dolce far niente (Aaro Hellaakoski)

 

Dolce far niente

 

 

 
Boar Lane, Leeds, door John Atkinson Grimshaw, 1881

 

 

Dolce far niente

9 o'clock
evening-lively street
with shining stones
like a colorful tale
your way home under the row of lamps
                                               delightful hurry
   when                                   
                                               sonorous rumble
       you get back                   
                                               silly smile
              from work                 
                                               of the mannequins
                                               misted smile
     g l e a m i n g s h o p w i n d o w s
     t h o u s a n d s o f   s t r a n g e rs w a l k i n g
                        car
                 paws
         claw
   the street
eyes fill
with light whirling toward your head
              white glove
                    STOP
white glove on an outstretched hand
hrr-rr-rh
walk safely, weary man
evening     eveningwayway
windows windows are shining
thoughts are already tasting sleep
sweet sweet weariness
ardent beauty of the evening
                                          dolce far niente

 

Vertaald door Keith Bosley

 

 

 
Aaro Hellaakoski (22 juni 1893 – 23 november 1952)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

28-06-14

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit:Climax (Vertaald door William Rodarmor)

“He breathed calmly, seeking a thought, a subject, an object that could neutralize the sight of these two entwined women. Miraculously, his gaze fell on a book that happened to be lying on the night table: Letters of Abélard and Héloïse. Pauline had given it to him a few weeks earlier, saying she thought it was the most beautiful account in all of romantic literature. He tried to remember the last passage he had read. In fact, wasn’t it the moment when Abelard was castrated?
Right then, his objective was less to take pleasure than to hold it off as long as possible. Nicolas was considerate and polite, but every man has his weaknesses. The combined effect of Pauline and Sophia’s tongues soon broke his concentration. He raised himself on his elbows. “What’s the matter?” asked Sofia in surprise.
How could you claim that nature is well designed, he was tempted to answer her, when an excess of pleasure precipitates the very end of that pleasure? He just muttered vaguely, “Easy, girls…” Sofia, who wasn’t very obedient, continued stroking his penis while Pauline took off her panties so as to move on to serious matters.
So of course what had to happen, did.
“What, already?” exclaimed Sofia, looking at him little ironically.
Let’s immediately put Nicolas’s disappointing performance in perspective. The English novelist Adam Thirwell once came across notes of a conversation between several eminent members of the Surrealist group, and this is the conversation that comes to mind. It took place on 3 March 1928, and its theme was the male orgasm. Each of the participants was to talk as honestly as possible about what they did in bed. Raymond Queneau asked the first question: “How long before you ejaculate, from the moment you are alone with the woman?” André Breton closed his eyes, trying to remember, wanting to be accurate. Before answering, he distinguished between two periods: all that preceded the act (which for him lasted more than half an hour) and the act itself (twenty seconds, maximum).»

 

 
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

Lees meer...

Juan José Saer, Anton van Wilderode, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Eric Ambler, Jürg Federspiel

 

De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937. Zie ook alle tags voor Juan José Saer op dit blog.

Uit: Ermittlungen (Vertaald door Hanna Grzimek)

„Auch wenn die Nacht sie verschluckt, kommen sie, wie ich schon sagte, am Tag wieder hervor, und jene, die nicht von Hoffnungslosigkeit, Elend, verlorenen Illusionen oder Trauer verzehrt wurden, blühen am Vormittag auf mit ihren aus der Mode gekommenen Hütchen, ihren strengen Mänteln und ihren zurückhaltenden Pinselstrichen Schminke und tippeln im Gleichschritt neben ihren Hündchen einher, steigen fünf oder sechs Treppen hinab, um Katzen- oder Kanarienfutter zu kaufen oder eine Wochenzeitschrift mit dem kompletten Fernsehprogramm, oder vielleicht, und warum auch nicht, in ein Restaurant zu gehen, das sie dann am frühen Nachmittag wieder verlassen, um einen Bekannten im Krankenhaus zu besuchen, oder, was noch wahrscheinlicher ist, zum Friedhof zu gehen und das Grab eines Verwandten zu pflegen – dabei sind sie selbst schon fast nicht mehr Materie, sondern zu einer Art Symbol, Idee, Metapher oder Prinzip geworden.
Ganz gewiß sind sie eine Eigenheit dieser Stadt, ein Bestandteil des Lokalkolorits wie das Louvremuseum und der Triumphbogen oder die Malvengewächse auf den Fensterbänken, zu deren Erhalt sie, zugegeben, mit ihren Plastikgießkännchen und morgendlichen Wasserkrügen in jedem Fall mehr beitragen als jeder andere. Vielleicht ist es ja zur Belohnung für die Mühe, in ihrem so begehrten Unterkörper Mensch und Welt nicht nur zu bewahren, sondern sogar zu vermehren, oder rein zufällig, aufgrund einer aleatorischen Anordnung von Gewebe, Blut und Knorpel, sehr vielen von ihnen gegeben, ein bißchen länger als alle übrigen am Rande der Zeit fortzubestehen, den ruhigen Stellen in Flüssen gleich, an denen das Wasser bewegungslos und glatt scheint dank einer unsichtbaren Kraft, welche die Strömung horizontal aufhält, jedoch unerbittlich und vertikal zum Grund zieht.“

 


Juan José Saer (28 juni 1937 - 11 juni 2005)

Lees meer...

27-06-14

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

the lost baby poem

the time i dropped your almost body down
down to meet the waters under the city
and run one with the sewage to the sea
what did i know about waters rushing back
what did i know about drowning
or being drowned

you would have been born in winter
in the year of the disconnected gas
and no car
we would have made the thin walk
over the genecy hill into the canada winds
to let you slip into a stranger's hands
if you were here i could tell you
these and some other things

and if i am ever less than a mountain
for your definite brothers and sisters
let the rivers wash over my head
let the sea take me for a spiller of seas
let black men call me stranger always
for your never named sake

 

 

won't you celebrate with me

won't you celebrate with me
what i have shaped into
a kind of life? i had no model.
born in babylon
both nonwhite and woman
what did i see to be except myself?
i made it up
here on this bridge between
starshine and clay,
my one hand holding tight
my one hand; come celebrate
with me that everyday
something has tried to kill me
and has failed.

 

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)
Hier met collega dichteres  Rita Dove (rechts)

Lees meer...

26-06-14

Jacqueline van der Waals, Aimé Césaire, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Branwell Brontë

 

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

Herfst

Vreemd, dat boom en tak zo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.

Dat het zonlicht zo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel eed'ler maakt van stof,

Dat het windje in de twijgen
Zo behoedzaam gaat te werk
En alleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of de goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

Of te roeren aan de vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al de weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in de mist.

 

 

Moeder

Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zoo straks ontvangen
Na den langen scheidingstijd?

Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als 'k ontwaken zal uit mijnen dood?
Zal ik nederknielen mogen voor Uw voeten
Met mijn hoofd in uwen schoot……

Maar wat dan? Wat zult gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude grijze haar?

 

 
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
Cover bloemlezing

Lees meer...

25-06-14

Yann Martel, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky, George Orwell, Claude Seignolle

 

De Canadese schrijver Yann Martel werd op 25 juni 1963 geboren in Salamanca. Zie ook alle tags voor Yann Martel op dit blog.

Uit:Life of Pi

„I still smart a little at the slight. When you’ve suffered a great deal in life, each additional pain is both unbearable and trifling. My life is like a memento mori painting from European art: there is always a grinning skull at my side to remind me of the folly of human ambition. I mock this skull. I look at it and I say, “You’ve got the wrong fellow. You may not believe in life, but I don’t believe in death. Move on!” The skull snickers and moves ever closer, but that doesn’t surprise me. The reason death sticks so closely to life isn’t biological necessity—it’s envy. Life is so beautiful that death has fallen in love with it, a jealous, possessive love that grabs at what it can. But life leaps over oblivion lightly, losing only a thing or two of no importance, and gloom is but the passing shadow of a cloud. The pink boy also got the nod from the Rhodes Scholarship committee. I love him and I hope his time at Oxford was a rich experience. If Lakshmi, goddess of wealth, one day favours me bountifully, Oxford is fifth on the list of cities I would like to visit before I pass on, after Mecca, Varanasi, Jerusalem and Paris.

 

 
Scene uit de film “Life of Pi” uit 2012

 

I have nothing to say of my working life, only that a tie is a noose, and inverted though it is, it will hang a man nonetheless if he’s not careful.
I love Canada. I miss the heat of India, the food, the house lizards on the walls, the musicals on the silver screen, the cows wandering the streets, the crows cawing, even the talk of cricket matches, but I love Canada. It is a great country much too cold for good sense, inhabited by compassionate, intelligent people with bad hairdos. Anyway, I have nothing to go home to in Pondicherry.
Richard Parker has stayed with me. I’ve never forgotten him. Dare I say I miss him? I do. I miss him. I still see him in my dreams. They are nightmares mostly, but nightmares tinged with love. Such is the strangeness of the human heart. I still cannot understand how he could abandon me so unceremoniously, without any sort of goodbye, without looking back even once. That pain is like an axe that chops at my heart.”

 

 
Yann Martel (Salamanca, 25 juni 1963)

Lees meer...