16-06-13

Torgny Lindgren, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook alle tags voor Torgny Lindgren op dit blog.

 

Uit: Bathsheba  (Vertaald door Tom Geddes)

“And Abishag from Shunem went to the King’s bed. She crept in beneath the pile of sheepskins, and those who stood nearest said they heard her whisper Tamar’s name. When her fingers brushed against a fig cake that had been laid on one of the festering sores on the King’s neck, there sprang forth from the cake a fig branch with magnificent leaves.
She remained there for twenty-eigth days, the length of time she was clean.
But not once did he have carnal knowledge of her. No , when he felt her with his withered hands he could not even distinguish the parts of her body one from another. He no longer knew for sure what was breast and stomach and pudenda, and he no longer remembered how the various parts of the body were to be used – the frost had turned his fingers blinds.
And when Abishag the Shunammite rose from the bed on the twenty-eighth day, King David had still not ceased shaking with cold. But the skin on the side of Abishag’s body that had lain against the King had become wrinkeld and dried up.
Then Bathsheba commanded them all to leave the King’s room. And she took off her cloak and slipped into his bed.
Quite soon his trembling abated, the terrible iciness retreated from his body. She lay at his left side, and he pressed himself against her like a new-born lamb against a ewe: he nestled into her warmth as if he were a little babe.
As if this warmth were the one truly godly experience of his entire life.
She could feel how shrivelled he was: his knees and pelvic bones and elbows cut into her flesh as if they were deer antlers. She lifted his head carefullly on to her arm, and she felt his breath on the lobe of her ear.
And for the first time in a very long while she heard his voice.”

 

 

 

Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

Lees meer...

Joël Dicker

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève als zoon van een boekhandelaar en een lerares Frans. Hij is zowel van Franse als avn Russische afkomst. Tijdens zijn jeugd speelde hij drums en richtte hij op de leeftijd van tien jaar met “La Gazette des animaux’ een eigen magazine op dat gedurende zeven jaar bleef verschijnen. Voor zijn inzet voor het milieu ontving hij de Prix Cunéo pour la protection de la nature. In Genève volgde hij het ​​Collège Madame de Staël . Op zijn 18e verhuisde hij naar Parijs, waar hij een jaar lang een toneelopleiding volgde aan de Cours Florent. Na zijn terugkeer begon hij rechten te studeren aan de Universiteit van Genève. In 2010 rondde hij deze studie succesvol af. De novelle “Le Tigre”werd in 2005 Dickers literaire debuut. In 2012 verscheen zijn tweede roman “La Vérité sur l'affaire Harry Quebert“. Het verhaal gaat over een Amerikaanse schrijver die zijn oude professor bezoekt vanwege een writer's block en vervolgens een moord oplost. De roman werd bekroond met de Prix Goncourt des lycéens, de Grand Prix du Roman en de Prix litteraire de la Vocation. Met de verkoop van de rechten in 32 talen werd het boek gepubliceerd in 45 landen.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“Begin 2008, dat wil dus zeggen ongeveer anderhalf jaar nadat ik met mijn eerste roman de nieuwe publiekslieveling van de Amerikaanse letteren was geworden, kreeg ik last van een heel zware aanval van writer’s block, een syndroom dat wel vaker schijnt voor te komen bij schrijvers die in één klap overweldigend succesvol zijn. De ziekte sloeg niet in één keer toe, maar kreeg langzaam vat op me. Alsof mijn hersenen besmet waren geraakt en langzaam maar zeker versteenden. Toen de eerste symptomen zich aandienden, wilde ik er geen aandacht aan besteden. Ik zei tegen mezelf dat de inspiratie vanzelf wel terug zou komen: morgen, overmorgen of de dag daarna. Maar de dagen, weken en maanden verstreken en de inspiratie bleef weg.
Mijn afdaling naar de hel verliep in drie fases. De eerste is essentieel voor iedere val van grote hoogte, namelijk een bliksemsnelle opgang: van mijn eerste roman waren twee miljoen exemplaren verkocht, en daarmee was ik op achtentwintigjarige leeftijd al een bestsellerauteur. Dat was in de herfst van 2006, toen mijn naam in een paar weken tijd een begrip werd. Ik was overal te vinden: op televisie, in de krant, op tijdschriftcovers… In metrostations hingen enorme reclameborden waarop mijn gezicht stond afgebeeld. Zelfs de meest kritische recensenten van de grote dagbladen van de Oostkust waren het met elkaar eens dat de jonge Marcus Goldman een heel groot schrijver zou worden.
Eén boek. Een enkel boek en ik zag de deuren naar een nieuw leven voor me opengaan: ik werd een jonge, rijke ster. Ik verliet mijn ouderlijk huis in Montclair, New Jersey, en betrok een luxueus appartement in de Village; ik ruilde mijn derdehands Ford in voor een gloednieuwe zwarte Range Rover met getint glas, ik at in chique restaurants en ik verzekerde me van de diensten van een literair agent die mijn agenda beheerde en baseball met me keek op het reusachtige televisiescherm in mijn nieuwe optrekje. Ik huurde een kantoor vlak bij Central Park waar een secretaresse genaamd Denise die een beetje verliefd op me was mijn post sorteerde, koffiezette en mijn papieren ordende.”

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

16:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joël dicker, romenu |  Facebook |

Frank Norbert Rieter

 

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Hij begon na zijn middelbare school aan een studie Algemene Literatuurwetenschap, maar voltooide deze niet omdat hij liever wilde schrijven dan studeren. Zijn debuutroman ´Het lichte hart van de mastodont´ gaf hij in 2013 uit bij zijn eigen uitgeverij ´Leviathan´. Daarnaast publiceerde hij een non-fictie reisverhaal en een verkiezingsnovelle “De tweede man”. Rieter schreef ook een tiental theaterstukken voor diverse gezelschappen en opleidingen. Naast zijn schrijfactiviteiten werkte hij twaalf jaar in het bedrijfsleven.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Er werd lang en nadrukkelijk aangebeld en het lukte Gordon niet om daar doorheen te slapen. Even vreesde hij dat de buurman weer bozig voor de deur zou staan omdat de over spannen keffer van oma zijn ochtendrust verstoorde. Maar dat kon niet, want het beest had Gordon vannacht gebeten en in een reflex had hij het over de balkonrand gegooid. Zes hoog, weg ermee.
De tanden van het ondier hadden in zijn hand minuscule gaatjes achtergelaten waar een eindeloze hoeveelheid bloed uit had gestroomd. Gordon had de wondjes direct met wodka uitgewassen en met een schone theedoek verbonden.
Na het verbinden was er tijd geweest voor schrik en wroeging. Het restje wodka dat in de fles overschoot was net genoeg geweest om zichzelf mee in slaap te grienen. Stom onnozel beest. Het had nadat oma was verhuisd zijn zindelijkheid verloren en schier onophoudelijk gekeft. Het was een tragisch stukje leven, zeker omdat aan Gordon geen groot hondenfluisteraar verloren was gegaan. Het dier leefde op het balkon en kreeg dagelijks water en brokken. Gordon had zich afgevraagd wie zich hulpelozer voelde bij de situatie: het keffende beest of hijzelf. Maar dat was nu voorbij: exit Fifi.
Terwijl Gordon overeind kwam bonkte zijn hoofd. Hij had gisteravond wederom een poging gedaan zijn volwassen leven op liederlijke wijze in te luiden. Hij bekeek zijn gehavende hand: de wondjes waren inmiddels dicht. De theedoek was in zijn slaap losgeraakt. Vele donkere vegen en vlekken op zijn slaapshirt getuigden ervan dat het bloeden maar langzaam was gestelpt.
Opnieuw werd er lang en nadrukkelijk aangebeld. Gordon zocht met toegeknepen ogen zijn weg door de hal van het appartement en nam de hoorn van de intercom. ‘Wat?’ vroeg hij met een gebroken basstem.”

 

 
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

16:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank norbert rieter, romenu |  Facebook |

15-06-13

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

“‘Het witte Steentje uit de ‘mooie la’, haar kindje aan de hand; drie jonge mannen naast elkaar, Beertje, Domingoes, de Portugese matroos; het aardige kleine kind Sofie met de groene bètèt die zij haar gegeven had, haar kindermeisje dat zelf een kind was achter haar aan; een jonge Javaanse jongen tekende een prauw in de golven en hij heette Radèn Mas Soeprapto; een allerslankste Javaanse vrouw in een koetsiersjas met drie capes boven elkaar keek er naar, ‘Je hebt weer de ballast vergeten,’ zei zij – wie was zij? mevrouw van Kleyntjes kende haar niet, en waarom zij zij dat? – het Binongko-meisje van de bloemen zoog op haar bloedende lip en luisterde; op de Portugese werf aan de overkant werd aldoor getimmerd; de drie kleine meisjes, de echte, stonden op een rij, zij hadden de Slangesteen in de hand waarop de Heer Jezus stond, het mes van de matroos, en Marregie hield het ‘posthoorentje’ klaar om op te blazen; gekleurd koraal, vissen, krabben, de drie jonge zeeschilpadden; de Voordanseres met de Schelp, de witte ‘Doeckhuyve’ hoog omhoog in het maanlicht, vogels, vlinders.
De ooievaar, de vogel Lakh-Lakh met zijn lange snavel en vuurrode poten was er, en de briezende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai – de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van - ?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?”

 

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

In 1958

Lees meer...

Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

 

Now, as Never...

Now, as never, you fill me with love and sorrow;
if any tear is left me, I quicken it
to wash our two obscurities.

Now, as never, I need your presiding peace;
yet already your throat is but a whiteness
of suffering, suffocating, coughing, coughing,
and our whole being but a screed of dying strokes
overflowing with dramatic farewells.

Now, as never, your essence is venerable
and frail your body's vase, and you can give
me only the exquisite affliction of
a clock of agonies, ticking for us towards
the key minute when the feet we love
must tread the ice of the funereal boat.

From the bank I watch you embark; the silent
river sweeps you away, and you distil
within my soul the climate of those evenings
of wind and dust when only the church-bells chime.

My spirit is a cloth of souls, a cloth
of souls of an eternally needy church,
it is a cloth of souls bedabbled with wac,
trample and torn by the ignoble herd.

 

I am by a penurious parish nave,
a nave where endless obsequies are held,
because persistent rain prevents the coffin
from being bought out on the country roads.

The rain without me and within the hollow
clamour of a psalmist, louder and louder;
my conscience, by the water sprinkler aspersed,
is a cypress sorrowing in a convent garden.

Now my rain is flood, and I shall not see
the sunshine on my ark, because my hear
on the fortieth night must break for good;
my eyes preserve not even a faint gleam
of the solar fire that burned my corn;
my life is nothing but continuance
of exequies under baleful cataracts.

 

Vertaald door Samuel Beckett

 

 

 

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

Portret door  Rastasaurio

Lees meer...

14-06-13

Lieve Joris, Laurence Yep, Peter O. Chotjewitz, Allard Schröder, Thomas Graftdijk

 

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook alle tags voor Lieve Joris op dit blog.

 

Uit: Afrika en Azië: Het verhaal van een ontmoeting

 

“Ik schreef mijn tweede boek over Congo in een huis aan het water, net buiten Kisangani. Het was eind jaren negentig, de stad was in handen van Congolese rebellen en hun Rwandese en Oegandese bondgenoten; kindsoldaten struinden langs de verweerde gebouwen waartussen het gras hoog opschoot. Het huis lag achter een textielfabriek die betere tijden had gekend. Kort daarvoor had het in de frontlinie gelegen. In de tuin liepen sporen van rupsbanden en bij de waterkant was de aarde omgewoeld: daar hadden Oegandese soldaten tijdens de gevechten twee collega´s begraven, wier lichamen intussen gerepatrieerd waren.
Elf maanden heb ik daar zitten schrijven. Een parelhoen broedde haar eieren uit in een lege munitiekist, de tuinman ontdekte onder een struik een rubberlaars en stuitte, op zoek naar de tweede, op het vizier van een mitrailleur. De plek waar de gesneuvelde soldaten hadden gelegen, raakte overwoekerd door onkruid.
In die oorlogsstad doken twee jonge Indiase broers op. Ze kwamen uit Dubai en openden een winkel in het stoffige centrum – een eenvoudige nering waar het, tussen de rijst, suiker, melkpoeder en lucifers, rook naar goedkope zeep. Sachin en Vishal hadden niets van de trage, morose Indiër uit Naipauls Een bocht in de rivier, die in Kisangani aanspoelt en er hopeloos verstrikt raakt in lokale intriges.

Energieke dertigers waren ze, hun winkel een uitkijkpost, een plaats van waaruit ze de markt bestudeerden. Ze hadden een grote sociale mobiliteit, kenden de lokale diamanthandelaars en raakten bevriend met de Indiërs van de VN-Vredesmissie MONUC. Soms vertrok een van hen naar Dubai, waar hun gezinnen woonden; de ander paste dan op de winkel.”

 

 

 

Lieve Joris (Neerpelt, 14 juni 1953)

Lees meer...

Alex Boogers

 

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Hij woont en werkt in Vlaardingen. Hij studeerde kort tijd Nederlands recht en filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waarna hij enige tijd Nederlandse taal en letterkunde en Indonesische talen, culturen en Oceanië studeerde in Leiden. In goed overleg met zijn partner stortte Boogers zich op het schrijven, hetgeen resulteerde in bijdragen in Renaissance, Passionate en Esquire. Niet veel later debuteerde hij onder het pseudoniem M.L. Lee met Het Boek “Estee” (1999). Drie jaar later verscheen zijn 'echte' debuut, onder zijn eigen naam. In zijn roman “Lijn 56” speelt het verhaal zich af tegen de achtergrond van de stad Vlaardingen, die Boogers steevast Het Naamloze Gat noemt. Zijn volgende roman "Het sterkste meisje van de wereld" verscheen in 2007. Boogers leverde naast zijn romanwerk creatieve bijdragen aan de documentaire 'Draak onder water', die in 1997 werd uitgezonden bij NCRV's Dokument, en 'Eat your enemy', die in 2005 in 29 theaters in Nederland heeft gedraaid en in december van hetzelfde jaar werd uitgezonden op televisie.

Uit: Het waanzinnige van sneeuw

“Een tijd geleden bezocht ik regelmatig een dokter met wie ik over mijn zus, Estee praatte. Hij moedigde me aan mijn herinneringen aan haar op te schrijven, omdat dat helend zou werken. Maar wat ik had geschreven was niks dan aanstellerij. En wie zit daar nou op te wachten? De dokter wist uit mijn verhaal op te maken dat ik veel van haar heb gehouden; dat ik haar bewonderde, dus om wie ze was en wat ze allemaal tegen me had gezegd toen ze nog leefde. Hij was een genie.
‘Nee, ik haat de trut,’ zei ik. ‘Iets op tegen? Ik haat haar meer dan mijn ergste vijand.’
Toen begon die dokter te zeuren over mijn opgekropte woede en of ik echt vijanden had en wie dat dan waren.
‘Misschien doe je er goed aan om aan sport te gaan doen,’ zei hij na een stuk of veertig sessies. Wat een vondst. ‘Welke sport heeft je interesse?’ vroeg hij.
Ik had geen idee. Ik moest natuurlijk goed nadenken en me vooral niet haasten. Ik had weinig interesse in sport. Oké, een beetje voetballen, verplicht gymles - ik muntte uit in hardlopen, maar alleen omdat ik wist dat het weer voorbij was als ik eenmaal de finish had bereikt - en heel af en toe een partijtje honkbal als een aantal jongens uit de buurt vroeg of ik zin had om mee te doen. Dan stond ik in het veld een eeuwigheid opeen bal te wachten. Ja, dat waren zo ongeveer de sporten die ik af en toe beoefende.
‘Ik zou willen leren vechten,’ zei ik ten slotte. Ik wist niet eens waarom ik het zei, het was niet dat ik er altijd al aan dacht, zo was het niet, maar toen ik het uitsprak meende ik het. Ik wilde leren vechten.”

 

 
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

20:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alex boogers, romenu |  Facebook |

13-06-13

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss

 

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

 

Listen, Daisy, When I Die, Although
                        On an Orient-bound ship
                                      December 1913
                            (as Álvaro de Campos)

Listen, Daisy. When I die, although
You may not feel a thing, you must
Tell all my friends in London how much
My loss makes you suffer. Then go

To York, where you claim you were born
(But I don't believe a thing you claim),
To tell that poor boy who gave me
So many hours of joy (but of course

You don't know about that) that I'm dead.
Even he, whom I thought I sincerely
Loved, won't care.... Then go and break

The news to that strange girl Cecily,
Who believed that one day I'd be great....
To hell with life and everyone in it!

 

 

 

 

I don't Know if the Love You Give is Love You Have
                                                            (as Ricardo Reis)

I don't know if the love you give is love you have
Or love you feign. You give it to me. Let that suffice.
        I can't be young by years,
        So why not by illusion?
The Gods give us little, and the little they give is false.
But if they give it, however false it be, the giving
        Is true. I accept it, and resign
        Myself to believing you.

 

 

 

 

Vertaald door Richard Zenith

 

 

 

 

Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

Lees meer...

12-06-13

Anne Frank, Christoph Meckel, Renan Demirkan, Djuna Barnes

 

De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

Uit: The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

 

“Wednesday, 5 April 1944
My dearest Kitty,

For a long time now I didn’t know why I was bothering to do any schoolwork. The end of the war still seemed so far away, so unreal, like a fairy tale. If the war isn’t over by September, I won’t go back to school, since I don’t want to be two years behind…

I finally realized that I must do my schoolwork to keep from being ignorant, to get on in life, to become a journalist, because that’s what I want! I know I can write. A few of my stories are good, my descriptions of the Secret Annexe* are humorous, much of my diary is vivid and alive, but…it remains to be seen whether I really have talent…

Unless you write yourself, you can’t know how wonderful it is; I always used to bemoan the fact that I couldn’t draw, but now I’m overjoyed that at least I can write. And if I don’t have the talent to write books or newspaper articles, I can always write for myself. But I want to achieve more than that. I can’t imagine having to live like Mother, Mrs Van Daan* and all the women who go about their work and are then forgotten. I need to have something besides a husband and children to devote myself to! I don’t want to have lived in vain like most people. I want to be useful or bring enjoyment to all people, even those I’ve never met. I want to go on living even after my death! And that’s why I’m so grateful to God for having given me this gift, which I can use to develop myself and to express all that’s inside me!

When I write I can shake off all my cares. My sorrow disappears, my spirits are revived! But, and that’s a big question, will I ever be able to write something great, will I ever become a journalist or a writer?

I hope so, oh, I hope so very much, because writing allows me to record everything, all my thoughts, ideals and fantasies…

So onwards and upwards, with renewed spirits. It’ll all work out, because I’m determined to write!

Yours, Anne M. Frank”

 

 

 

Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)

Ellie McKendrick als Anne Frank in de BBC serie „The Diary of Anne Frank”, 2009

Lees meer...

Wolfgang Herrndorf

 

De  Duitse schrijver, schilder en illustrator Wolfgang Herrndorf  werd geboren op 12 juni 1965 in Hamburg. Herrndorf  studeerde schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten in Neurenberg. Hij werkte als illustrator en schrijver, onder andere voor het fanzine Luke &Trooke, uitgeverij Haffmans en het satirische blad Titanic. In 2002 werd zijn eerste roman gepubliceerd “In Plüschgewittern”, die volgens de schrijver (ondanks de bijna 30-jarige hoofdpersoon) een "adolescentieroman" is. In 2007 publiceerde hij onder de titel “Diesseits des Van-Allen Gürtels” een reeks van samenhangende korte verhalen, in hetzelfde jaar verscheen in uitgeverij SuKuLTuR een door Herrndorf verzonnen interview met een (niet geheel betrouwbare) kosmonaut, dat science fiction-elementen bevat. De onbetrouwbare verteller is een terugkerend element in Herrndorfs proza. Zijn grote literaire succes begon met het verschijnen van “Tschick”  in 2010, een andere ontwikkelingsroman, wiens protagonisten ongeveer 14 jaar oud zijn. Het boek stond ongeveer een jaar op de Duitse bestsellerlijst. In november 2011 volgde de roman “Sand”, die kenmerken van de detective roman, de sociale roman en de historische roman verenigd. Nadat Tschick in  2011 al was genomineerd voor de Prijs van de Leipziger Buchmesse, werd de prijs in 2012 daadwerkelijk toegekend voor “Sand”. In hetzelfde jaar kwam “Sand” op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis. De Berlijner Herrndorf schreef regelmatig op het internet forum “Wir höflichen Paparazzi” en op het Blog Riesenmaschine. Ook speelde hij in het nationale voetbalalftal van schrijvers “Autonama”. Nadat bij hem in maart 2010 een kwaadaardige hersentumor (glioblastoma) werd gevonden begon Herrndorf vanaf september 2010 een digitaal dagboek, dat waarschijnlijk ook in boekvorm zal verschijnen.

 

Uit: Tschick

 

“Als Erstes ist da der Geruch von Blut und Kaffee. Die Kaffeemaschine steht drüben auf dem Tisch, und das Blut ist in meinen Schuhen. Um ehrlich zu sein, es ist nicht nur Blut. Als der Ältere « vierzehn » gesagt hat, hab ich mir in die Hose gepisst.

Ich hab die ganze Zeit schräg auf dem Hocker gehangen und mich nicht gerührt. Mir war schwindlig. Ich hab versucht auszusehen, wie ich gedacht hab, dass Tschick wahrscheinlich aussieht, wenn einer « vierzehn » zu ihm sagt, und dann hab ich mir vor Angst in die Hose gepisst.

Maik Klingenberg, der Held. Dabei weiß ich gar nicht, war um jetzt die Aufregung. War doch die ganze Zeit klar, dass es so endet. Tschick hat sich mit Sicherheit nicht in die Hose gepisst.

Wo ist Tschick überhaupt ? Auf der Autobahn hab ich ihn noch gesehen, wie er auf einem Bein ins Gebüsch gehüpft ist, aber ich schätze mal, sie haben ihn auch gekriegt. Mit einem Bein kommt man nicht weit. Fragen kann ich die Polizisten natürlich nicht. Weil , wenn sie ihn nicht gesehen haben, ist es logisch besser, gar nicht damit anzufangen. Vielleicht haben sie ihn ja nicht gesehen. Und von mir erfahren sie’s mit Sicherheit nicht. Da können sie mich foltern. Obwohl die deutsche Polizei, glaube ich, niemanden foltern darf. Das dürfen die nur im Fernsehen und in der Türkei.

Aber vollgeschifft und blutig auf der Station  der Autobahnpolizei sitzen und Fragen nach  den Eltern beantworten ist auch nicht gerade der  ganz große Bringer. Vielleicht wäre Foltern sogar  ganz angenehm, dann hätte ich wenigstens einen  Grund für meine Aufregung.

Das Beste ist Klappe halten, hat Tschick gesagt.  Und das seh ich genauso. Jetzt, wo eh alles egal  ist. Und mir ist alles egal. Na ja, fast alles. Tatjana Cosic zum Beispiel ist mir natürlich nicht  egal. Obwohl ich jetzt schon ziemlich lange nicht  mehr an sie gedacht habe. Aber wo ich auf diesem Hocker hier sitze und draußen die Autobahn vorbeirauscht und der ältere Polizist steht seit fünf Minuten an der Kaffee maschine dahinten und füllt Wasser ein und kippt es wieder aus, drückt auf den Schalter und schaut das Gerät von unten an, während jeder Depp sehen kann, dass der Stecker vom Verlängerungskabel nicht drin ist, da muss ich wieder an Tatjana denken. Denn genau genommen wäre ich nicht hier, wenn es Tatjana nicht gäbe. “

 

 

 

Wolfgang Herrndorf (Hamburg, 12 juni 1965)

18:22 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wolfgang herrndorf, romenu |  Facebook |

11-06-13

William Styron, Renée Vivien, Jean-Pierre Chabrol, Sophie van der Stap

 

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

 

Uit: Sophie's Choice

 

In those days cheap apartments were almost impossible to find in Manhattan, so I had to move to Brooklyn. This was in 1947, and one of the pleasant features of that summer which I so vividly remember was the weather, which was sunny and mild, flower-fragrant, almost as if the days had been arrested in a seemingly perpetual springtime. I was grateful for that if for nothing else, since my youth, I felt, was at its lowest ebb. At twenty-two, struggling to become some kind of writer, I found that the creative heat which at eighteen had nearly consumed me with its gorgeous, relentless flame had flickered out to a dim pilot light registering little more than a token glow in my breast, or wherever my hungriest aspirations once resided. It was not that I no longer wanted to write, I still yearned passionately to produce the novel which had been for so long captive in my brain. It was only that, having written down the first few fine paragraphs, I could not produce any others, or-to approximate Gertrude Stein's remark about a lesser writer of the Lost Generation-I had the syrup but it wouldn't pour. To make matters worse, I was out of a job and had very little money and was self-exiled to Flatbush-like others of my countrymen, another lean and lonesome young Southerner wandering amid the Kingdom of the Jews. Call me Stingo, which was the nickname I was known by in those days, if I was called anything at all. The name derives from my prep-school days down in my native state of Virginia. This school was a pleasant institution to which I was sent at fourteen by my distraught father, who found me difficult to handle after my mother died.”

 

 

 

William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

Lees meer...

10-06-13

150 jaar Louis Couperus, Jacques Perk, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken

 

150 jaar Louis Couperus

 

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

 

Uit: De stille kracht

 

« Maar al mijmerde hij niet, de stemming was onafweerbaar, als een druk op zijn breede borst, als een ziekte van teederheid, een malaise van sentimentaliteit in zijn anders heel praktisch gemoed van hoofdambtenaar, die hield van zijn werkkring, van zijn gewest; die hart had voor de belangen er van, en wien het bijna onafhankelijk gezag van zijn betrekking geheel in harmonie was met zijne heerschersnatuur; die met zijn krachtige longen zijn atmosfeer van wijden werkkring en ruim veld van zoo verscheiden arbeid, met even veel genot gewoon was te ademen, als hij nu ademde, den wijden wind van de zee. De begeerte, het verlangen, een heimwee, waren dien avond vooral, vol in hem. Hij voelde zich eenzaam, niet alléen om het izolement, dat een hoofd van gewestelijk bestuur altijd min of meer omringt, wien men òf nadert conventioneel glimlachend-eerbiedig, om conversatie, òf kort, zakelijk-eerbiedig, om zaken. Hij voelde zich eenzaam, hoewel hij vader was van een huisgezin. Hij dacht aan zijn groote huis, hij dacht aan zijn vrouw en zijn kinderen. En hij voelde zich eenzaam, en alleen gedragen door het belang, dat hij stelde in zijn werk. Het was hem alles in zijn leven. Het vulde al zijne uren. Er over denkende sliep hij in, zijn eerste gedachte was voor het een of ander gewestelijk belang.

In dit oogenblik, moê van het cijferen, opademende in den wind, ademde hij tegelijk met de frischheid van de zee den weemoed van de zee in, den geheimzinnigen weemoed der Indische zeeën, den opspokenden weemoed der zeeën van Java; de weemoed, die aanruischt van verre als op suizende wieken van geheimzinnigheid. Maar zijn natuur was niet om zich over te geven aan mysterie. Hij ontkende het mysterie. Het was er niet: er was alleen de zee en de wind, die frisch was. Er was alleen de walm van die zee, als iets van visch en van bloemen en zeewier; walm, die de frissche wind uitwoei. Er was alleen het oogenblik van herademing, en wat hij, onafweerbaar, voor geheimzinnigen weemoed voelde toch sluipen in zijn, dien avond, wat weeke gemoed, dacht hij te zijn om zijn huislijken kring, dien hij liever wat nauwer gevoeld had, dichter sluitende om wat in hem was vader en echtman. Was er van weemoed noch iets, dan was het dàt. Uit de zee kwam het niet; uit de lucht aan, van verre, niet. Hij gaf zich niet over aan een allereerste sensatie van wonderlijkheid... En hij plantte zich steviger, welfde zijn borst, richtte-op zijn flinken, militairen kop en snoof, en snoof den walm in en den wind...

De hoofdoppasser, neêrgehurkt, met zijn gloei-vuurtouw in de hand, gluurde aandachtig op naar zijn heer, als dacht hij: wat doet hij hier zoo vreemd te staan bij den vuurtoren... Zoo vreemd, die Hollanders... Wat denkt hij nu... Waarom doet hij zoo... Juist op dit uur op deze plek... De zeegeesten waren nu om... Er zijn kaaimannen onder het water, en iedere kaaiman is een geest... Zie, daar heeft men aan ze geofferd, pisang en rijst en dèng-dèng en een hard ei op een vlotje van bamboe; onderaan bij het voetstuk van den vuurtoren... Wat doet de Kandjeng Toean nu hier... Het is hier niet goed, het is hier niet goed... tjelaka, tjelaka... En zijn spiedende oogen gleden op en neêr langs den breeden rug van zijn heer, die maar stond en uitzag... Waar zag hij naar toe...? Wat zag hij aanwaaien in den wind...? Zoo vreemd, die Hollanders, vreemd... »

 

 

 

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)

Met zijn vrouw (rechts) op Sumatra, 1921 

Lees meer...

In Memoriam Walter Jens

 

In Memoriam Walter Jens

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens is gisteren op 90-jarige leeftijd overleden. Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

 

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

 

„Es war mit Sicherheit eine der interessantesten – man könnte auch sagen: kuriosesten – Familien der preußischen Metropole, in die Hedwig Pringsheim am 13. Juli 1855 hineingeboren wurde. Ihr Vater, Ernst Dohm, Spross einer armen jüdischen Familie, war bereits als Kind getauft und von einer frommen Mutter sowie einer pietistischen Gönnerin zum Theologen bestimmt worden. Nach erfolgreich absolvierten Examenspredigten hatte er jedoch Talar und Beffchen an den Nagel gehängt und sich als Hauslehrer und Übersetzer durchgeschlagen, ehe er 1848 mit der Gründung der politisch-satirischen Zeitschrift  Kladderadatsch endgültig ins literarisch-journalistische Genre wechselte. Sein profundes Wissen, sein ebenso stil- wie treffsicherer Witz und seine unterhaltlichen Fähigkeiten sowie eine offenbar beachtliche poetische Begabung verhalfen ihm schnell zu Ansehen und Beliebtheit.

Auch Hedwigs Mutter, deren Vornamen das Neugeborene erhielt, hatte in ihrer Ehe begonnen, sich als Schriftstellerin zu profilieren. Sie schrieb Novellen, Dramen und Gedichte, später auch Romane. Vor allem aber zog sie in öffentlichen Stellungnahmen und Essays gegen die These von der angeblich naturgegebenen Ungleichheit von Männern und Frauen zu Felde und wurde in den späten sechziger und siebziger Jahren, nachdem sie vier Kinder großgezogen hatte, zu einer der bekanntesten Kämpferinnen für die Zulassung der Frau zu allen berufsqualifizierenden Bildungs- und Ausbildungsmöglichkeiten.

«Kämpferin»? Zumindest Hedwig, die älteste ihrer vier Töchter, sah die Mutter anders: «Schön war sie und reizend; klein und zierlich von Gestalt, mit großen, grünlich-braunen Augen und schwarzen Haaren, die sie auf Jugendbildnissen noch in schlichten Scheiteln aufgesteckt trug, später aber abgeschnitten hatte, und die dann halblang und gewellt ihr wunderbares Gesicht umrahmten.Zart war sie, schüchtern, empfindsam, ängstlich. Wer sie nur aus ihren Kampfschriften kannte und ein Mannweib zu finden erwartete, wollte seinen Augen nicht trauen, wenn ihm das holde, liebliche und zaghafte kleine Wesen entgegentrat. Aber ein Gott hat ihr gegeben, zu sagen, was sie gelitten, was sie in Zukunft ihren Geschlechts-Schwestern ersparen wollte.»

 

 

 

Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)

In Memoriam Iain Banks

 

In Memoriam Iain Banks

 

De Schotse schrijver Iain Banks is op 59-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de BBC gisteren gemeld.  Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook alle tags voor Ian Banks op dit blog.

 

Uit: The Wasp Factory

 

But I am educated. While he wasn't able to resist indulging his rather immature sense of humour by selling me a few dummies, my father couldn't abide a son of his not being a credit to him in some way; my body was a forlorn hope for any improvement, so only my mind was left. Hence all my lessons. My father is an educated man, and he passed a lot of what he already knew on to me, as well as doing a fair bit of study himself into areas he didn't know all that much about just so that he could teach me. My father is a doctor of chemistry, or perhaps biochemistry -- I'm not sure. He seems to have known enough about ordinary medicine -- and perhaps still have had the contacts within the profession -- to make sure that I got my inoculations and injections at the correct times in my life, despite my official non-existence as far as the National Health Service is concerned.

I think my father used to work in a university for a few years after he graduated, and he might have invented something; he occasionally hints that he gets some sort of royalty from a patent or something, but I suspect the old hippy survives on whatever family wealth the Cauldhames still have secreted away.

The family has been in this part of Scotland for about two hundred years or more, from what I can gather, and we used to own a lot of the land around here. Now all we have is the island, and that's pretty small, and hardly even an island at low tide. The only other remnant of our glorious past is the name of Porteneil's hot-spot, a grubby old pub called the Cauldhame Arms where I go sometimes now, though still under age of course, and watch some of the local youths trying to be punk bands. That was where I met and still meet the only person I'd call a friend; Jamie the dwarf, whom I let sit on my shoulders so he can see the bands.

'Well, I don't think he'll get this far. They'll pick him up,' my father said again, after a long and brooding silence. He got up to rinse his glass. I hummed to myself, something I always used to do when I wanted to smile or laugh, but thought the better of it. My father looked at me. 'I'm going to the study. Don't forget to lock up, all right?'

'Okey-doke,' I said, nodding.

'Goodnight.'

My father left the kitchen. I sat and looked at my trowel, Stoutstroke. Little grains of dry sand stuck to it, so I brushed them off. The study. One of my few remaining unsatisfied ambitions is to get into the old man's study. The cellar I have at least seen, and been in occasionally; I know all the rooms on the ground floor and the second; the loft is my domain entirely and home of the Wasp Factory, no less; but that one room on the first floor I don't know, I have never even seen inside.”

 

 

 

Iain Banks (16 februari 1954 – 9 juni 2013)