20-08-14

Anneke Brassinga

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Van 1967 tot 1972 volgde zij de opleiding Literair vertaler aan de Universiteit van Amsterdam. Ze maakte daarna naam als vertaalster van onder anderen Oscar Wilde, Jules Verne en Sylvia Plath. In 1978 werd haar voor de vertaling van Vladimir Nabokovs “The Gift” de Martinus Nijhoff-prijs toegekend. Ze weigerde die in ontvangst te nemen. Zij vond dat, door de boycot van een groot aantal vertalers, de jury slechts kon kiezen uit een kleine groep kandidaten. In november 2008 ontving zij de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre, volgens de jury "een uniek universum van taal, waarin ze voortdurend zoekt naar een balans tussen de wereld van woorden en de echte, die van gras, vlees, botten, liefde." Al in 1974 publiceerde Brassinga proza en poëzie in het literaire tijdschrift De Revisor onder het pseudoniem A. Tuinman. Haar eerste niet-bibliofiele dichtbundel verscheen in 1987. In 1993 kwam haar eerste prozabundel op de markt.

 

Ballade in F mineur – Chopin

Gehavend had zij willen liggen onder de vleugel
waar hij zijn ballade uit de toetsen wrong -
schroomvallige opsnijder de liezen aan flarden

haar binnenste rodelippen rillend, zoete pijn.
Wat omsloten ligt schuilt tussen vleugels
van de Kleine Paarlemoervlinder, fladderende

door de eindeloos lange gang naar het warme zwart
waar niemand meer ter wereld is. Een oogwenk
zal zij het liefste merrieveulen zijn, zal hij

zal zij verdwijnen in haar wond van eenzaamheid.
O schenkelen gespannen, schamelte gestut -
een rasp, om zich tot bloedens toe te schaven.

 

 

Hartklap I

Ik schonk mijn oma hartklapkoffie bij het langzaam
verbloeden van haar stoppelschedelige antimakassarman:
zijn bolknak paste niet in haar rimpelinge pruimemond.
Het Beste las hij bij een bruine schemerlamp.
Morele Herbewapening, roestsmaak van maagbloed, dood:
mijn schouderklap van binnenuit een daalder waard,
dat bakje troost uit rode kraantjeskan met gouden sterren.

Ze zei hartlap noch suikerbout, bietje, hartputje,
kokkel, hondje of zelfs maar afgelikte boterham,
noch snoep, aardig diefje, troeteling of liefje.
Ze viel van al haar stokken tegelijk, lag voor gehakt
in de pan. De kraantjeskan kreeg mijn broertje Jan.

 

 

Ruïnes

Ze keren langzaam terug naar onbehouwen staat
en in verwering brengt zich iets ontzaglijkers
aan het licht, dat ook in het gezicht van doden

over een verleden leven triomfeert. Grondstof
door nietsziende kracht bewoond, als van goden,
in de grootste tempels en in broze geest vereerd.

 

 

 
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)

18:47 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anneke brassinga, romenu |  Facebook |

Clemens Meyer

 

De Duitse schrijver Clemens Meyer werd geboren op 20 augustus 1977 in Halle an der Saale. Meyer groeide op in de volksbuurt van Leipzig Oost. Hij is een kleinzoon van de kunstenaar Otto en Gertraud Möhwald. De zoon van een verpleegkundige en een gezondheidsvoorlichtster kwam door de uitgebreide bibliotheek van zijn vader in aanraking met literatuur. Na het eindexamen gymnasium werkte Meyer o.a. als bouwvakker. 1998-2003 studeerde hij aan het Duitse Literatuur Instituut in Leipzig, onderbroken door een verblijf in de jeugdgevangenis Zeithain. Hij financierde zijn studies als bewaker, verhuizer en vrachtwagenchauffeur, een beurs stelde hem in staat om te werken aan zijn eerste roman. Tijdens het zoeken naar een uitgever leefde hij ook een tijd van de bijstand. Intussen kan van zijn boeken en lezingen leven. Parttime is hij docent aan het Leipziger Literaturinstitut en columnist bij de MDR. Een toneelbewerking van zijn verhalenbundel “Die Nacht, die Lichter” ging in 2010 aan het Leipziger Centraltheater in première. Ook in 2010 verscheen Meyers derde boek „Gewalten“. Een dagboek. In 2013 verscheen de roman “Im Stein” met diepgaande en gedifferentieerd studies van het hedendaagse Red Light milieu. In 2012 draaide de Leipziger filmmaker Thomas Stuber “Von Hunden und Pferden”, met als uitgangspunt een kort verhaal van Meyer. De korte film werd bekroond met een Zilveren Oscar voor studenten (Student Academy Award) voor de beste buitenlandse korte film. Samen met Stuber schreef Clemens Meyer het scenario voor de film “Herbert”, die werd genomineerd voor de Duitse Draaiboekprijs. In 2015 Meyer kreeg samen met Stuber de Duitse Draaiboekprijs voor de film “In den Gängen”. Meyer’s debuutroman “Als wir träumten” werd verfilmd door regisseur Andreas Dresen en ging op het 65e Internationale Filmfestival van Berlijn in première. Samen met Uwe-Karsten Günther werkt Meyer werkt onder het pseudoniem Günther Meyer als beeldend kunstenaar.

Uit: Als wir träumten

„Ich kenne einen Kinderreim. Ich summe ihn vor mich hin, wenn alles anfängt in meinem Kopf verrückt zuspielen. Ich glaube, wir haben ihn gesungen, wenn wir auf Kreidevierecken herumsprangen, aber vielleicht habe ich ihn mir selbst ausgedacht oder nur geträumt.
Manchmal bewege ich die Lippen und spreche ihn stumm, manchmal fange ich einfach an zu summen und merke es nicht mal, weil die Erinnerungen in meinem Kopf tanzen, nein, nicht irgendwelche, die an die Zeit nach der groûen Wende, die Jahre, in denen wir - Kontakt aufnahmen?
Kontakt zu den bunten Autos und zu Holsten Pilsener und Jägermeister. Wir waren um die fünfzehn damals, und Holsten Pilsener war zu herb, und so soffen wir meistens nationalbewusst. Leipziger Premium Pils. Das war auch preiswerter, denn wir bezogen es direkt vom Hof der Brauerei. Meistens nachts. Die Leipziger Premium Pilsner Brauerei war der Mittelpunkt unseres Viertels und unseres Lebens. Der Ursprung durchsoffener Nächte auf dem Vorstadtfriedhof, endloser Zerstörungsorgien und Tänze auf Autodächern während der Bockbiersaison.
Die Original Leipziger Brauereiabfüllung war eine Art blonder Flaschengeist für uns, der uns sanft an den Haaren packte und über Mauern hob, Autos in Flugmaschinen verwandelte, uns seinen Teppich lieh, auf dem wir davonflogen und den Bullen auf die Köpfe spuckten.
Doch meistens endeten diese seltsam traumartigen Flugnächte mit einer Landung in der Ausnüchterungszelle oder auf dem Flur des Polizeireviers Südost, mit Handschellen an die Heizung gekettet.
Als wir Kinder waren (ist man mit fünfzehn auch noch Kind? Vielleicht waren wir es nicht mehr, als wir das erste Mal vorm Richter standen, der meistens eine Frauwar, oder als sie uns das erste Mal nachts nach Hause brachten und wir am nächsten Tag zur Schule gingen, oder auch nicht, und die Abdrücke der verfluchten 8 noch an unseren dünnen Handgelenken hatten), als wir liebe Kinder waren, war der Mittelpunkt des Viertels für uns der groûe »Volkseigene Betrieb Duroplastspielwaren und Stempelsortimente«, aus dem uns ein ansonsten unbedeutender Klassenkamerad, über seine Stempelkissen herstellende Mutter, Stempel und kleine Autos besorgte, weshalb er von uns keine Dresche und manchmal ein paar Groschen bekam.“

 

 
Clemens Meyer (Halle an der Saale, 20 augustus 1977)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: clemens meyer, romenu |  Facebook |

19-08-14

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

Vogels

Zeevaarders wilden altijd vogels
Sumeriërs brachten naar de kaden
van Ur de pauwen van de Indus.

Zeevaarders willen altijd vogels;
dodo's groter dan pingewijnen,
de bonte vogels, pootloos vliegend,
die men nooit zien zal voor hun doodval,
en papegaaien, papegaaien,
het vlagvertoon van verre landen.

Al stelden vogels soms teleur;
de vogels van Virginia,
de whippoorwills en de kalkoenen,

liefst zou men thuisgevaren zijn
met rijen vogels op de raas,
geen alken, meeuwen, albatrossen;
de wachters van het eigen graf,
maar warme vogels van de wal.

 

 

Een gracht, waar eend en waterhoen

Een gracht, waar eend en waterhoen
voortdurend watertrappen
om voort te gaan, niet om te drijven
zoals de watervreemde mens.

Als zij vooruitgaan
maken zij een dubbelspoor
van kleine kolken,
en boegwater als de verticale
doorsnee van een pannendak,
negentig graden omgeklapt.

 

 

 
Louis Th. Lehmann (19 augustus 1920 – 23 december 2012)
Portret door Paul Citroen, 1949

Lees meer...

18-08-14

Ulrich Woelk, Marc Degens, Jami, Luciano de Crescenzo, Alain Robbe-Grillet, Brian Aldiss

 

De Duitse schrijver Ulrich Woelk werd geboren op 18 augustus 1960 in Beuel bij Bonn. Zie ook alle tags voor Ulrich Woelk op dit blog.

Uit: Freigang

“Ich habe meinen Vater umgebracht. Die Idee kam im Suff. (Ich schwöre es.)
Schreiben als Funktion des Gedächtnisses: Ich schreibe, um Nina noch einmal zu erleben.
Seit meiner Einlieferung werde ich nicht müde zu gestehen. Ich gestehe den Ärzten, insbesondere Doktor Früger, den Pflegerinnen und Pflegern, insbesondere Schwester Leonie.
Seit der Nacht: Neonlicht, die Glastür, die Friedenstaube, die Treppen, Nina in der Dunkelheit.
Seit der Nacht gestehe ich, hartnäckig, verlange ein ordentliches Verfahren.
Was schreckt die Gerichte ab, sich für meinen Fall zu interessieren? Warum überlassen sie mich bereitwillig Doktor Früger?
Allein die Umstände meines Geständnisses: Nina, die vor mir zurückweicht, unbekleidet; allein die Umstände müßten für eine Strafverfolgung ausreichen.
Mein Geständnis: Alle zeigen sich interessiert, doch die Art, mit der sie darüber hinweggehen, befremdet mich, macht mich von Zeit zu Zeit mutlos.
Früger mit seinem weißen Kittel. Die Hornbrille, mit der er nicht spielt, während er redet: er nimmt sie nicht ab, zeigt nicht mit ihr auf imaginäre Punkte, betrachtet sie nicht nachdenklich oder putzt sie gar, um einer belanglosen Rede Bedeutung zu verleihen. Hat er mich begrüßt, versenkt er die Hände meist in den Taschen des weißen Kittels, nimmt sie nur heraus, sich gelegentlich zu kratzen.
Was erwartet man von mir? Was kann man mehr von mir verlangen, als daß ich geständig bin?
Nina trifft keine Schuld.
Einmal zu Früger: Die Justiz ist hochmütig geworden. Sie fühlt sich durch ein Geständnis beleidigt, empfindet es als Zweifel an ihrer Fähigkeit, einen Fall auch ohne die bereitwillige Mithilfe des Angeklagten zu klären. Nur in einem Indizienprozeß können Staatsanwalt und Verteidiger glänzen. Und die Richter? Sie fühlen sich durch ein Geständnis zur Nutzlosigkeit verdammt: ein Richter, der nichts zu richten hat.“

 

 
Ulrich Woelk (Beuel, 18 augustus 1960)

Lees meer...

17-08-14

V. S. Naipaul, Jonathan Franzen, Ted Hughes, Theodor Däubler, Herta Müller, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte

 

De Britse schrijver Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul werd geboren op 17 augustus 1932 in Chaguanas, Trinidad en Tobago. Zie ook alle tags voor V. S. Naipaul op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: A Bend In the River

“At certain times in some civilizations great leaders can bring out the manhood in the people they lead.  It is different with slaves.  Don’t blame the leaders.  It is just part of the dreadfulness of the situation.  It is better to withdraw from the whole business, if you can.  And I could.  You may say -- and I know, Salim, that you have thought it -- that I have turned my back on my community and sold out.  I day: ‘Sold out to what and from what? What do you have to offer me? What is your own contribution?  And can you give me back my manhood?’ Anyway, that was what I decided that morning, beside the river of London, between the dolphins and the camels, the work of some dead artist who had been adding to the beauty of their city.
“That was five years ago.  I often wonder what would have happened to me if I hadn’t made that decision.  I suppose I would have sunk.  I suppose I would have found some kind of hole and tried to hide or pass.  After all, we make ourselves according to the ideas we have of our possibilities.  I would have hidden in my hole and been crippled by my sentimentality, doing what I doing, and doing it well, but always looking for the wailing wall.  And I would never have seen the world as the rich place that it is.  You wouldn’t have seen me here in Africa , doing what I do.  I wouldn’t have wanted to do it, and no one would have wanted me to do it.  I would have said: ‘It’s all over for me, so why should I let myself be used by anybody? The Americans want to win the world.  It’s their fight, not mine.’ And that would have been stupid.  It is stupid to talk of the Americans.  They are not a tribe, as you might think from the outside.  They’re all individuals fighting to make their way, trying as hard as you or me not to sink.
“It wasn’t easy after I left the university.  I still had to get a job, and the only thing I knew now was what I didn’t want to do.  I didn’t want to exchange one prison for another.  People like me have to make their own jobs.  It isn’t something that’s going to come to you in a brown envelope. The job is there, waiting.  But it doesn’t exist for you or anyone else until you discover it, and you discover it because it’s for you and you alone.”

 

 
V. S. Naipaul (Chaganuas, 17 augustus 1932)

Lees meer...

Nicola Kraus, Oliver St. John Gogarty, Robert Sabatier, Anton Delvig, Jozef Wittlin, Fredrika Bremer

 

De Amerikaanse schrijfster Nicola Kraus werd geboren op 17 augustus 1974 in New York. Zie ook alle tags voor Nicola Kraus op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: Over you Samen met Emma McLaughlin)

“Bridget drops her head to Max’s shoulder.
“Fifteen?”
Bridget nods.
“Okay, now let’s start with a shower. You’ll feel better.”
But beyond the shower is dressed, beyond dressed is breakfast, beyond breakfast is leaving and that’s when Taylor won’t be waiting downstairs for his morning kiss and Poptart before he heads south to his school and she heads north to hers. Bridget buries her face in her raised knees, the idea of taking a single step unbearable. “I won’t.”
Max pats her sweaty back. “But I will.” She stands and claps her hands. “Okay! You have homeroom at eight-twenty and we have a ton of ground to cover. Being late today of all days is OUT of the question—in fact, for the next month I don’t care if you get wombat flu—you will be at school every day looking awesome because that will get back to him and that will be the first chink in his ego. Okay, time to wash off the last twelve hours! Here we go! The rest of your spectacular life awaits!”
Bridget stares at Max, salty tear-crusts in the corner of her eyes and mouth. “Sorry. So you’re Shannon’s friend? I’m just not really following how you—”
“We’ll get to that. Take the coffee in with you. Right in under the water. Here.” She pulls Bridget to her feet, hands her the lid and holds the edge of the floral comforter as Bridget walks right out from under it. It trails off her shoulders like a queen’s cape as she shuffles to the bathroom.
While Bridget showers Max does an informed sweep of the room, removing the sweatshirt, stuffed duck and dangly earrings Zach’s electronic espionage revealed were gifts from Taylor. She then returns the hacked laptop to Bridget’s desk. Lastly Max whips out her sterling tape measure, another flea market score, and sizes up the windows.”

 

 
Nicola Kraus (New York, 17 augustus 1974)
Emma McLaughlin en Nicola Kraus (rechts)

Lees meer...

Hendrik de Vries

 

De Nederlandse dichter en schilder Hendrik de Vries werd geboren in Groningen op 17 augustus 1896. De gedichten van Hendrik de Vries werden in het literaire tijdschrift Het Getij gepubliceerd. Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Hij was antiburgerlijk ingesteld en predikte vitaliteit. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Veel van zijn inspiratie vond De Vries in de Spaanse wereld. Hij was zo in die Spaanse cultuur verdiept geraakt, dat hij heel wat gedichten (met name copla's) in het Spaans heeft geschreven. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag werd door de gemeente Groningen de Hendrik de Vriesprijs ingesteld, en in 1986 het Hendrik de Vriesstipendium. De Vries was de eerste die de prijs in ontvangst mocht nemen. De Vries' gedicht “Een schatrijke tuin” werd in 2000 (en in een nieuwe versie in 2006) op een muur in de Aloëlaan in Leiden aangebracht als één van de meer dan honderd muurgedichten in Leiden.

 

Gevangenisliederen van het Spaansche Volk

In de woning van mijn beminde
Hebben ze 's nachts mij gevonden,
En, tot nog meerder ellende,
Mij met kaar zakdoek gebonden.
 
De koning in zijn paleis
Weet niet wat gevangenen lijden,
Anders ging hij vandaag nog op reis,
Ons een voor een te bevrijden.
 
Bewaakster, bewaakster, kom,
Red mij van dit somber graf -
Ik doe je de goudring om
Die mijn geliefde mij gaf.
 
Wat kon ik, heel het jaar
Dat ik heb vastgezeten?
Ik telde en telde maar:
De schakels van mijn keten.

 

  

Copla

De dokter, bij mijn geboorte,
Voelde mijn pols en besloot:
'Zolang dit kind maar blijft leven,
Gaat het in geen geval dood.'

 

 

Mijn broer

Mijn broer, gij leed
Een einde, waar geen mens van weet.
Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik
Begrijp het slecht, en tast en schrik.

De weg met iepen liep gij langs.
De vogels riepen laat. Iets bangs
Vervolgde ons beiden. Toch wou gij
Alleen gaan door de woestenij.

Wij sliepen deze nacht weer saam.
Uw hart sloeg naast mij. 'k Sprak uw naam
En vroeg, waarheen gij ging.
Het antwoord was:

'Te vreselijk om zich in te verdiepen.
Zie: 't gras
Ligt weder dicht met iepen
Omkringd.'

 

 
Hendrik de Vries (17 augustus 1896 – 18 november 1989)
In 1923

21:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hendrik de vries, romenu |  Facebook |

16-08-14

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Alice Nahon

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Friends Within The Darkness

I can remember starving in a
small room in a strange city
shades pulled down, listening to
classical music
I was young I was so young it hurt like a knife
inside
because there was no alternative except to hide as long
as possible--
not in self-pity but with dismay at my limited chance:
trying to connect.

the old composers -- Mozart, Bach, Beethoven,
Brahms were the only ones who spoke to me and
they were dead.

finally, starved and beaten, I had to go into
the streets to be interviewed for low-paying and
monotonous
jobs
by strange men behind desks
men without eyes men without faces
who would take away my hours
break them
piss on them.

now I work for the editors the readers the
critics

but still hang around and drink with
Mozart, Bach, Brahms and the
Bee
some buddies
some men
sometimes all we need to be able to continue alone
are the dead
rattling the walls
that close us in.

 

 

Hooray Say The Roses

hooray say the roses, today is blamesday
and we are red as blood.

hooray say the roses, today is Wednesday
and we bloom wher soldiers fell
and lovers too,
and the snake at the word.

hooray say the roses, darkness comes
all at once, like lights gone out,
the sun leaves dark continents
and rows of stone.

hooray say the roses, cannons and spires,
birds, bees, bombers, today is Friday
the hand holding a medal out the window,
a moth going by, half a mile an hour,
hooray hooray
hooray say the roses
we have empires on our stems,
the sun moves the mouth:
hooray hooray hooray
and that is why you like us.

 

 
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

Lees meer...

Jules Laforgue, T. E. Lawrence, Pierre Henri Ritter jr., Max Schuchart

 

De Franse dichter Jules Laforgue werd geboren in Montevideo op 16 augustus 1860. Zie ook alle tags voor Jules Laforgue op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Dimanches (I)

Le ciel pleut sans but, sans que rien l'émeuve,
Il pleut, il pleut, bergère ! sur le fleuve...

Le fleuve a son repos dominical ;
Pas un chaland, en amont, en aval.

Les Vêpres carillonnent sur la ville,
Les berges sont désertes, sans idylles.

Passe un pensionnat (ô pauvres chairs ! )
Plusieurs ont déjà leurs manchons d'hiver

Une qui n'a ni manchon, ni fourrures
Fait, tout en gris, une pauvre figure.

Et la voilà qui s'échappe des rangs,
Et court ! Ô mon Dieu, qu'est-ce qu'il lui prend

Et elle va se jeter dans le fleuve.
Pas un batelier, pas un chien Terr' Neuve.

Le crépuscule vient ; le petit port
Allume ses feux. (Ah ! connu, l'décor ! )

La pluie continue à mouiller le fleuve,
Le ciel pleut sans but, sans que rien l'émeuve.

 

 

Locutions des Pierrots, I

Les mares de vos yeux aux joncs de cils,
Ô vaillante oisive femme,
Quand donc me renverront-ils
La Lune-levante de ma belle âme ?

Voilà tantôt une heure qu'en langueur
Mon coeur si simple s'abreuve
De vos vilaines rigueurs,
Avec le regard bon d'un terre-neuve.

Ah ! madame, ce n'est vraiment pas bien,
Quand on n'est pas la Joconde,
D'en adopter le maintien
Pour induire en spleens tout bleus le pauv' monde !

 

 
Jules Laforgue (16 augustus 1860 - 20 augustus 1887)
Foto uit 1885

Lees meer...

Ferenc Juhász

 

De Hongaarse dichter Ferenc Juhász werd geboren op 16 augustus 1928 in Biatorbágy, een dorp in de buurt van Boedapest. Ferenc Juhász publiceerde zijn eerste gedicht in 1946. In 1949 werd zijn eerste bundel, Het Gevleugelde Veulen, gepubliceerd. Verdere bundels verschenen in 1954, 1955 en 1956. Juhász's reputatie als een grote 20e eeuwse dichter rust op de bundel “Harc a fehér báránnyal” (Engels:Struggle with The White Lamb) uit 1964, met daarin het lange gedicht “The Boy Changed into a Stag Cries Out at the Gates of Morning”. WH Auden, een heel ander soort dichter, noemde dit een van de grote gedichten van onze tijd. Selecties van Juhász werk werden bijna gelijktijdig in 1970 gepubliceerd in het Engels door Penguin en Oxford University Press. De grote ambitie van Juhász is om een moderne epische dichter te zijn, om boeken van het universum te schrijven. Hij heeft verschillende Hongaarse en internationale prijzen ontvangen, waaronder de Kossuth-prijs.

Uit: The boy changed into a stag clamors at the gate of secrets

The mother called to her own son,
cried from far away,
the mother called to her own son,
cried from far away,
went to the front of the house: from there she cried,
unwound her heavy knot of hair
dusk wove to a shimmering bride’s veil
that flowed down to her ankles
a flag, tassled, black, for the wind
the firedamp dust that smelled of blood.
She knotted her fingers to tendrils of stars,
the moon-froth covered her face,
and like this she cried to her child—
stood in front of the house and spoke to the wind
spoke to the song-birds
to the love-cries of the wild geese
shouted across to the wind-fingered reeds
to the luminous sprawled potato-flowers
to the stocky, cluster-balled bulls
to the sumach tree, shade of the well,
she called to the jumping fish
to the welding rings of water—
Hush! you birds and branches
hush, because I’m calling
be still, fishes and flowers
be still, I want to speak
be quiet, breath of the soil
fin-quiver, leafy parasols
be still, deep humming of sap
rumors that seep from the atoms’ depths
bronze-chaste virgins, wool-breasted flock
be quiet, because I’m calling,
I’m crying out to my own son!

 

Vertaald door David Wevill

 

 

 
Ferenc Juhász (Biatorbágy, 16 augustus 1928)

12:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ferenc juhász, romenu |  Facebook |

15-08-14

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert, Wanda Schmid

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Hazekamps-Hendrik

Hazekamps-Hendrik hield het Boek
in zeer hoge ere. Na den eten
's avonds werd het hem aangegeven
en hij las voor. Hij deed het
op een verhoogde toon
zoals een Grieks priester zou doen,
met een stem die duidelijk maakte
hoezeer wij naar adem snakken
en de adem dat is de Geest.
Wie het Woord Gods hardop leest
komt altijd adem te kort
zodat leven hijgen wordt.
Het is als een rivier
die langs nauwe dijken schuurt,
de kinderen verstaan het niet
maar dat hindert ook niet:
het woord van de hemel is daar
als brood op een altaar,
als een huis in het land gelegd,
men ziet wat God zegt
en de duif koert in de keel
van een koe op de deel.
Alle dingen staan zo omhoog op toon,
niets dat bewoog bij het lezen,
behalve misschien een voet
van de jongste zoon,
maar goed,
laat dat zo wezen.

 

 

Genesis twee

De handen van haar mond heeft zij gevouwen,
de lippen van haar armen in vertrouwen
open gedaan en 't hart van haar gezicht
heeft zij herkennend op mijn hart gericht.

Haar ogen die mij openlijk genegen
zijn, zeggen wat haar lichaam nog verzweeg en
haar stem die mij bij mijn geboorte noemt
heeft mij voortaan tot horigheid gedoemd.

Zij zegt mijn naam en ik herhaal de hare,
wij zullen elkaar voor elkaar bewaren,
maar zij vooral houdt mij voor mij gereed
omdat zij mijn geheim van buiten weet.

 

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

14-08-14

Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Julia Mann - da Silva-Bruhns, Stefanie de Velasco, Verena Güntner

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Liebesgedicht auf meine Geburt

Ich bin gekommen, Mama –
von innen, aber auch ein bißchen
von unten, wie in der Liebe auch.
Ich lag dann, naß und verschwitzt,
nicht wahr, Mama?, auf deinem Bauch.
Wir waren beide naß und verschwitzt,
und hatten, wie in der Liebe auch,
ein Leben vor uns.

 

 

Gedicht

Aus dem einen oder andern
mach einen Menschen.
Doch davon kein Wort.
Kein Wort über Vergangenes,
womit auch der gestrige Tag gemeint ist.
Nicke noch eine Weile ihm zu
bei Gewohnheiten, die dich stören.
Er wird sie aufgeben. Darüber,
siehst du, lacht er schon jetzt.
Zum ersten Mal in seinem Leben
wird er etwas erfinden, das er
dir zeigt. Laß ihm Zeit, noch einmal
hinauszulaufen ins Leben.
Erspare ihm alle Lügen der Liebe.
Komplimente, bitte, nützen nichts.
Auch die Kugel, die ins Herz trifft,
sucht Wärme.

 

 

Schluß damit!

Schluß damit,
daß ich Dir nie
begegnet bin.
Schluß mit den Männergeschichten
zwischen Mann und Frau.
Schluß damit!
Diese kleine, klägliche Angst,
die Ihr Liebe nennt,
Schluß damit!
Für eine große Liebe
braucht es zwei Einzelgänger
und ein Gebet.
Sei meines,
wenn die Liebenden schlafen
und in den Häusern die Stille steht.
Dann komm, dann geh!
Tu beides mit der Heftigkeit
eines Sommergewitters.

 

 
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

Lees meer...

13-08-14

antoine de kom, Amélie Nothomb, Jens Bisky, Nikolaus Lenau, Tom Perrotta, Rudolf G. Binding

 

De Nederlandse schrijver en dichter antoine de kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor antoine de kom op dit blog.

 

hun lichamen een landschap

hun lichamen een landschap
verlieten wij het tanteland.
er waren sigarenpeuken en
er was sprake van bloedarmoede
die niet te verklaren was. we
plozen de kinderboeken erop na.
we keken onder elke struik.
al wat we vonden was een kleine
dode hagedis met witte strepen
op het lijf. verder een gele vis
en een schelp. dit alles moest
begraven worden en snel.
toen was er iemand die de tuin deed: ik maak
de regen en hij zegende. ik verlos jullie van
je jeugd en je kleur.
vanaf die dag liepen we door
het bos van haren waar we
jaren later nóg verdwenen
in de steentijd van het
onbewaakte ogenblik.

 

 

eerst waren er kinderen

eerst waren er kinderen later
kwamen de soldaten en die schoten in het zand.
er vielen stoelen om.
je blanco vellen waren weg.
je sprak hoewel het schieten alweer opgehouden was.
je sprak tot de soldaten in de taal des lands.
de kinderen staan zwijgend aan de kant.
dan is er weer de regen
zijn er weer bladeren waar je uit tevoorschijn stapt.
je denkt waarschijnlijk weer aan alles
als je uit het brandpunt zuchtend heel dicht
naast me komt
dan fluister je een grapje
dat jij toverfee en ik kabouter was.
een nogal dwaze
kabouter met een dikke buik en met een kleine
witte baard en bijna bloot op één ding na:
dit lint van witte vellen zwevend van mijn linker
naar mijn rechterhand.

 

 
antoine de kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

Lees meer...

12-08-14

Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel, Anthony Swofford, Stefano Benni, Marcellus Emants

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Der kleine Herr Friedemann

„Die Amme hatte die Schuld. – Was half es, dass, als der erste Verdacht entstand, Frau Konsul Friedemann ihr ernstlich zuredete, solches Laster zu unterdrücken? Was half es, dass sie ihr ausser dem nahrhaften Bier ein Glas Rotwein täglich verabreichte? Es stellte sich plötzlich heraus, dass dieses Mädchen sich herbeiließ, auch noch den Spiritus zu trinken, der für den Kochapparat verwendet werden sollte, und ehe Ersatz für sie eingetroffen war, ehe man sie hatte fortschicken können, war das Unglück geschehen. Als die Mutter und ihre drei halbwüchsigen Töchter eines Tages von einem Ausgange zurückkehrten, lag der kleine, etwa einen Monat alte Johannes, vom Wickeltische gestürzt, mit einem entsetzlich leisen Wimmern am Boden, während die Amme stumpfsinnig daneben stand.
Der Arzt, der mit einer behutsamen Festigkeit die Glieder des gekrümmten und zuckenden kleinen Wesens prüfte, machte ein sehr, sehr ernstes Gesicht, die drei Töchter standen schluchzend in einem Winkel, und Frau Friedemann in ihrer Herzensangst betete laut.

 

 
Kamer in het Buddenbrookhaus in Lübeck

 

Die arme Frau hatte es noch vor der Geburt des Kindes erleben müssen, dass ihr Gatte, der niederländische Konsul, von einer ebenso plötzlichen wie heftigen Krankheit dahingerafft wurde, und sie war noch zu gebrochen, um überhaupt der Hoffnung fähig zu sein, der kleine Johannes möchte ihr erhalten bleiben. Allein nach zwei Tagen erklärte ihr der Arzt mit einem ermutigenden Händedruck, eine unmittelbare Gefahr sei schlechterdings nicht mehr vorhanden, die leichte Gehirnaffektion, vor allem, sei gänzlich gehoben, was man schon an dem Blicke sehen könne, der durchaus nicht mehr den stieren Ausdruck zeige wie anfangs ... Freilich müsse man abwarten, wie im übrigen sich die Sache entwickeln werde – und das Beste hoffen, wie gesagt, das Beste hoffen ...“
Das graue Giebelhaus, in dem Johannes Friedemann aufwuchs, lag am nördlichen Thore der alten, kaum mittelgrossen Handelsstadt. Durch die Hausthür betrat man eine geräumige, mit Steinfliesen versehene Diele, von der eine Treppe mit weissgemaltem Holzgeländer in die Etagen hinaufführte. Die Tapeten des Wohnzimmers im ersten Stock zeigten verblichene Landschaften, und um den schweren Mahagoni-Tisch mit der dunkelroten Plüschdecke standen steiflehnige Möbel.

 

 
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

Lees meer...