08-07-13

Micha Hamel

 

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Hamel studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (1988-1994); daarnaast heeft hij ook een jaar filosofie gestudeerd in Amsterdam. Hij volgde een compositiecursus in het Tanglewood Music Center, in de Verenigde Staten. Zijn composities schreef hij vooral in opdracht van de Slagwerkgroep Den Haag, het Ives Ensemble, het Schönberg Ensemble en het Nieuw Ensemble. Tevens heeft hij een aantal stukken geschreven in opdracht van een aantal Engelse dansgroepen. Als dirigent heeft Hamel carrière gemaakt bij het Nederlands Balletorkest, het Radio Symfonie Orkest en bij de Slagwerkgroep Den Haag. In 1997 kreeg hij de Bernard Haitink Beurs voor een assistent-dirigentschap van het Radio Filharmonisch Orkest. Hamel was chef-dirigent van het Noordhollands Philharmonisch Orkest van september 2000 tot aan de opheffing in 2002. In 2004 debuteerde hij bij het orkest van de RAI in Turijn. Naast zijn werk in de muziek heeft Hamel in 2004 zijn eerste dichtbundel uitgebracht, “Alle enen opgeteld”. Hiervoor ontving hij in 2005 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2006 heeft hij zijn tweede bundel uitgegeven, “Luchtwortels” en in 2010 de derde, “Nu je het vraagt”.

 

 

Vader en zoon

 

Ik vertel hem niet dat het leven leuk is,
opdat hij later niet in verslaving vlucht.

 

Mijn kind, het meeste zeg ik niet. Hoe mytisch
het vaderlijk zwijgen ook worden mag, ik verkies
de aalmoes van het bestaan woordeloos te delen.

 

Op een speeltoestel een vrouw
in meisjeskleren met haar kind
als kortgerokte verleidster verkleed.

 

Ook als kleuter had ik het niet zo op kleuters.
Schreeuwerig volk, ongecoördineerd, onmachtig
zich behoorlijk te uiten of mij te verstaan.

 

Hierom vermijd ik nu volwassenen liefst.
Wij keren ons af van de wipkippen
en trappen een blikje voor ons uit.

 

Heerlijk grijpt de leegte om zich heen,
het regent knikkerputjes in het zand.
Belangrijker is de hand, een hand die leidt, die je
op het hoofd kunt voelen als een zegen levenslang.

 

Mijn vader, die het niet tot Sinterklaas, God of opa schopte,
had handen van gele eelt, van zalmkleur zijn mijn zoons.
Ze omklemmen de beddenspijlen, ik
voel de kriebelbaard op mijn wang.

 

In de zandbak graaf ik naarstig
mijn weg naar hem terug, en vind plots
de laatste spuit die hem werd toegediend.

 

Geen steek brengt mij terug naar
de dag dat mijn ik herboren werd,
en gretig beleven we samen de schrik die
griezeldoods vriendschap versmaadt.

 

 

 

 

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: micha hamel, romenu |  Facebook |

07-07-13

Tim Krabbé, Lion Feuchtwanger, Ivo Victoria, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Mark Casvandish en Chris Froome in de Tour van 2012




Uit: Das Rennen (Vertaald door Susanne George)

 

„Nach rechts. Anstieg über 5 Kilometer zum Causse Méjean. Ich habe mich ein Stück nach hinten fallen lassen; ich bin in der Mitte des Feldes.
Durcheinander. Ein Fahrer schaltet, trifft daneben, fliegt fast über seinen Lenker, flucht. Zwanzig Fahrer vor mir, eine ganze Straße voll. Ich erkenne Lebusque, ein Segelflugzeug zwischen den Staren.
Bei Anstiegen reißen sofort die schlimmsten Löcher auf, ich muss hindurch. Schwankend halte ich nach Durchlässen Ausschau. Panik, dass sie mich allein lassen, noch spüre ich meine Pedale nicht. Ich tippe ein Hinterrad an, ich schlingere, ein anderer stößt sich von mir ab, ich lande im Straßengraben, kein platter Reifen. Flitz flitz. Zwei Fahrer weg. Mit einigen wenigen Tritten fahren sie aus meinem Rennen davon. Reilhan und Guillaumet. Die echten Klassefahrer - zwischen den Rennen mache ich mir nur selbst etwas vor. Sie sind sofort gut weggekommen. Am Berg zu attackieren ist äußerst effektiv, aber auch das Schwerste, was es gibt. Bahamontes, Fuente konnten das zwanzigmal hintereinander, wie rammelnde Kaninchen. Alle Kletterer guten Durchschnitts warnen einander vor dieser Sorte von Männern. Nicht dranhängen. Doch dranhängen? Dann ziehen sie noch mal an, sie lassen dich am Gummiband krepieren. Doch währenddessen werde ich namenlos Zehnter. Ich muss mich damit abfinden. Ich kann nur tun, was ich tue, und so weitermachen.
Ich bin nun vorne in unserem halb ausgerissenen Feld gelandet. Dritte Position. Dort bleibe ich; die beiden vor mir fahren schnell genug. Nach einer Weile wird mir klar, wer sie sind: Lebusque und Kléber, nebeneinander. Lebusque auf den Pedalen stehend mit einer riesigen Übersetzung, aber trotzdem gleichmäßig. Kléber sitzend. Halb neben mir stampfend, ächzend, aber überraschend, Barthélemy.
Allmählich finde ich einen Rhythmus. Klettern ist ein Rhythmus, ein Rausch, man muss die Proteste seiner Organe beschwichtigen.“

 

 

Tim Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943)

Lees meer...

Jeff VanderMeer, Reinhard Baumgart, Kuno Bärenbold, János Székely

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Scott VanderMeer werd geboren op 7 juli 1968 in Belfont, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Jeff VanderMeer op dit blog.

 

Uit: Finch

 

“The Partial turned and saw Finch’s gaze. “Nothing in that room, Finch. It’s all in here.” He gestured through the doorway. Light shone out, caught the dark glitter of the Partial’s skin where tiny fruiting bodies had taken hold. Uncanny left eye. Of course.
“And you are?” Finch asked.
The Partial frowned. “I’m—”
Finch brushed by him without listening, got pleasure out of the push of his shoulder into the Partial’s side. The Partial smelled like sweetly rotting meat, walked in behind him, stood there.
Everything was golden, calm, unknowable for a second. Then Finch’s eyes adjusted to the light from the large window and he saw: living room, kitchen. A sofa. Two wooden chairs. A small table, an empty vase with a rose design. And two bodies lying on the pull rug next to the sofa. One human, male, one gray cap without legs.
His boss Heretic stood there, framed by the window. Wearing his familiar gray robes and gray hat. Finch had never learned the gray cap’s real name. The series of clicks and whistles sounded like “heclereticalic” so Finch called him “Heretic.”
“Hello, Finch,” Heretic said, in the moist glottal attempt at human speech used by all of its kind. “Just in time.”

 

 

Jeff VanderMeer (Belfont, 7 juli 1968)

Lees meer...

Miroslav Krleza, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler, Hasan Abidi

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

 

Uit: The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

 

“But who are we who live while our Blitva has not perished? I, Nielsen, and that Blitvinian they've arrested and whom they're leading in chains across the empty square, under the monument of the Blitvinian genius. In a rubber raincoat that poor bugger passed by, pale and upright, defiant, surrounded by a patrol of cuirassiers, and from under his left shoulder blade, as though drawn in bright red lipstick (almost cadmium), over the muddy and drenched rubber flowed perpendicularly an intensely red stream of fresh human blood. It was morning. A gray, dark, guttering, slimy, antipathetic, muddy Blitvinian morning, and in the distance, from around the corner, where stood the frowning scaffolding of a new five-story building, from the new Blitvinian corso came the sound of "Tango-Milango" from the Hotel Blitvania. That the Hotel Blitvania, as Barutanski's headquarters, had served as a central torture chamber during the years '17, '18, and '19 and that in the cellars of that accursed hotel several hundred people had been slaughtered was known to all in the city and over the whole of Blitva, and for years people made a detour around it in silence and with bowed heads, but today, on that very same place of execution, they were dancing the Tango-Milango.

In the newspapers of that mythical period, when Barutanski ruled from that accursed hotel as the first Protector, one might read in some texts consisting of cleverly infiltrated lines, between two or three words, timidly and cautiously, hints that once again someone had been massacred in the Hotel Blitvania, that someone had given evidence in court from a stretcher, that someone had been blinded, that someone had had needles stuck under his nails, and another with broken joints, but today it was all forgotten, today the Hotel Blitvania had been renovated as a first-class hotel.”


 

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

Lees meer...

06-07-13

Hilary Mantel, Bodo Kirchhoff, William Wall, Bernhard Schlink, Marius Hulpe

 

De Engelse schrijfster, critica en advocate Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

 

Uit:Bring Up the Bodies

 

“His children are falling from the sky. He watches from horse-back, acres of England stretching behind him; they drop, gilt-winged, each with a blood-filled gaze. Grace Cromwell hovers in thin air. She is silent when she takes her prey, silent as she glides to his fist. But the sounds she makes then, the rustle of feathers and the creak, the sigh and riffle of pinion, the small cluck-cluck from her throat, these are sounds of recognition, intimate, daughterly, almost disapproving. Her breast is gore-streaked and flesh clings to her claws.

Later, Henry will say, 'Your girls flew well today'. The hawk Anne Cromwell bounces on the glove of Rafe Sadler, who rides by the king in easy conversation. They are tired; the sun is declining, and they ride back to Wolf Hall with the reins slack on the necks of their mounts. Tomorrow his wife and two sisters will go out. These dead women, their bones long sunk in London clay, are now transmigrated. Weightless, they glide on the upper currents of the air. They pity no one. They answer to no one.

Their lives are simple. When they look down they see nothing but their prey, and the borrowed plumes of the hunters: they see a flittering, flinching universe, a universe filled with their dinner. All summer has been like this, a riot of dismemberment, fur and feather flying; the beating off and the whipping in of hounds, coddling of tired horses, the nursing, by the gentlemen, of contusions, sprains and blisters. And for a few days at least, the sun has shone on Henry. Sometime before noon, clouds scudded in from the west and rain fell in big scented drops; but the sun re-emerged with a scorching heat, and now the sky is so clear you can see into Heaven and spy on what the saints are doing”.

 

 

 

Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

Lees meer...

Peter Hedges, Wadih Saadeh, Fabrice Colin, Tobias Sommer

 

De Amerikaanse schrijver, draaiboekauteur en regisseur Peter Hedges werd geboren in West Des Moines, Iowa, op 6 juli 1962. Zie ook alle tags voor Peter Hedges op dit blog.

 

Uit: What's Eating Gilbert Grape

“My oldest sister, Amy, has fixed us a picnic feast. In a thermos was a quart of black cherry Kool-Aid, all of which Arnie drank in such a hurry that above his top lip is a purplish mustache. One of the first things you should know about Arnie is that he always has traces of some food on his face -- Kool-Aid or ketchup or toast crumbs. His face is a kind of bulletin board for the four major food groups.

Arnie is the gentlest guy, but he can surprise this brother. In the summertime, he catches grasshoppers and sticks them in this metal tab on the mailbox, holding them there, and then he brings down the metal flag, chopping off the grasshopper heads. He always giggles hysterically when he does this, having the time of his life. But last night, when we were sitting on the porch eating ice cream, a countless sea of grasshopper bodies from summers past must have appeared to him, because he started weeping and sobbing like the world had ended. He kept saying, "I killed 'em, I killed 'em." And me and Amy, we held him close, patted his back and told him it was okay.

Arnie cried for hours, cried himself to sleep. Makes this brother wonder what kind of a world it would be if all the surviving Nazis had such remorse. I wonder if it ever occurs to them what they did, and if it ever sinks in to a point that their bodies ache from the horrible mess they made. Or are they so smart that they can lie to us and to themselves? The beautiful thing about Arnie is that he's too stupid to lie. Or too smart.

I'm standing with binoculars, looking down Highway 13; there is no sign of our annual carnival. The kid is on his knees, his hands rummaging around in the picnic basket. Having already eaten both bags of potato chips, both peanut-butter-and-jelly sandwiches and both chocolate donuts, he locates a green apple and bites into it.

By trying to ignore Arnie's lip-smacking noises, I am attempting the impossible. You see, he chews as if he's just found his mouth and the sounds are that of good, sloppy sex. My brother's slurps and gulps make me want to procreate with an assortment of Endora's finest women.

It's the twenty-first of June, the first day of summer, the longest day of the year. It isn't even 7:00 a.m. yet and here I stand, little brother in tow. Somewhere some smart person still sleeps.”

 

 

 

Peter Hedges (West Des Moines, 6 juli 1962)

Lees meer...

Eino Leino, Serge Pey, Walter Flex, Paul Keller

 

De Finse dichter en schrijver Eino Leino (eig. Armas Eino Leopold Lönnbohm) werd geboren op 6 juli 1878 in Paltamo. Zie ook alle tags voor Eino Leino op dit blog.

 

 

Summer in Lapland (Fragment)

 

Blooming in Lapland goes by fast and quickly.
Grass, birch and barley, soon the green has gone.
That makes me ponder on the people badly,
when looking back to nation how it’s done.

Why all the beauty we have turns to rotten,
anything high we have gives way to mean.
Why do we have so many crazy madmen,
why only few who play their music clean?

Why do the men all over fall down ceasing,
give up, turn down, when the hopes are high?
The men of function, idea, men of dreaming,
all lose their sentiment and dreams will die.

Else where the old are filled with urge and fire,
the silver hairs have heart off brave and gold.
Here are the boys, the children; growing tired
the newborn baby is already old.

And how about me, why do all this thinking?
It is a sign of early aging old.
Why don’t I go for living with joy making,
but cry the past and regret what has gone.

 

 

 

Vertaald door Matti Naskali

 

 

 

Eino Leino (6 juli 1878 – 10 januari 1926)

Lees meer...

05-07-13

Jean Cocteau, Felix Timmermans, Michael Blake, Jacqueline Harpman, Jean Raspail, Tin Ujević

 

De Franse dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker Jean Cocteau werd op 5 juli 1889 in Maisons Lafitte geboren. Zie ook alle tags voor Jean Cocteau op dit blog.

 

 

Le tour du monde

 

Le tour du monde était un bien pauvre voyage
À côté du voyage où je pars avec toi
Chaque jour je t’adore et mieux et davantage
Où tu vis c’est mon toit.

 

 

 

Cent ans

 

Cent ans j’avais dormi. Vint le prince charmant
Il était gai, naïf, infaillible, énergique,
Mais il m’a réveillé de ce sommeil magique
Je ne peux pas dire comment.

 

 

 

Les cheveux gris ...

 

Les cheveux gris, quand jeunesse les porte,
Font doux les yeux et le teint éclatant ;
Je trouve un plaisir de la même sorte
A vous voir, beaux oliviers du printemps.

La mer de sa fraiche et lente salive
Imprégna le sol du rivage grec,
Pour que votre fruit ambigu, l'olive,
Contienne Vénus et Cybèle avec.

Tout de votre adolescence chenue
Me plaît, moi qui suis le soleil d'hiver,
Et qui, comme vous, sur la rose nue,
Penche un jeune front de cendres couvert.

 

 

 

 

Jean Cocteau (5 juli 1889 – 11 oktober 1963)

Lees meer...

04-07-13

Willie Verhegghe, Neil Simon, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Sébastien Japrisot, Robert Desnos

 

Bij de Tour de France

 

 

 

Mark Cavendish

 

 

 

Gevonden: Snelle benen

 

Voor één keer knalden de champagnekurken al
bij de start in Epernay -noblesse oblige-,
een sprankelend startschot waarop de spuit-Pierrot
van Spa alleen maar jaloers kan zijn.

 

Daarna de helse tocht door kokende zonnebloemvelden
met hoog Celcius-gehalte, het zweetzout zet zich gul af
en trekt grillige lijnen op de donkere shirts en broeken,
ik krijg zowaar medelijden met het brandend nageslacht
dat nog uit al die geknelde kloten groeien moet,
hier is elke vorm van deugddoende afkoeling ver weg,
het synthetisch zeemvel is ongenadig hard en
wekt met gele grijns claustrofobische jeuk op.
Ik spreek zowaar uit ondervinding !

 

Ten dele geteisterd door hitte in de hersenen
maar vooral begaan met de dwangarbeiders van de weg
denk ik aan Amets Txurruka die deze middag
niet meer aan de start verscheen en nu ergens
met rood geweende ogen zijn sleutelbeenwonden likt.
Amets zou in het Baskisch ‘droom’ betekenen,
in dit geval voorwaar een wel zeer boze.

 

En at last doet Cavendish wat van hem wordt gevraagd:
na vallen en opstaan vindt hij zijn snelle benen weer.
Snelle benen zijn altijd lekker meegenomen.
Als je ze vindt tenminste.
Ik heb de mijne al lang uit het trage oog verloren
en zoek niet langer meer: verstand komt met de jaren.

 

 

 

 

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

Lees meer...

03-07-13

Franz Kafka, Tom Stoppard, Joanne Harris, Andreas Burnier, Gerard den Brabander, David Barry, Edward Young

 

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

 

Uit: Tagebücher 1910 - 1923

 

„Sonntag, den 19. Juli 1910, geschlafen, aufgewacht, geschlafen, aufgewacht, elendes Leben.

Variante
Oft überlege ich es und lasse den Gedanken ihren Lauf, ohne mich einzumischen, und immer, wie ich es auch wende, komme ich zum Schluß, daß mir in manchem meine Erziehung schrecklich geschadet hat. In dieser Erkenntnis steckt ein Vorwurf, der gegen eine Menge Leute geht. Da sind die Eltern mit den Verwandten, eine ganz bestimmte Köchin, die Lehrer, einige Schriftsteller – die Liebe, mit der sie mir geschadet haben, macht ihre Schuld noch größer, denn wie sehr hätten sie mir mit Liebe ..., einige der Familie befreundete Familien, ein Schwimmeister, Eingeborene der Sommerfrischen, einige Damen im Stadtpark, denen man es gar nicht ansehn würde, ein Friseur, eine Bettlerin, ein Steuermann, der Hausarzt und noch viele andere, und es wären noch mehr, wenn ich sie alle mit Namen bezeichnen wollte und könnte, kurz, es sind so viele, daß man achtgeben muß, damit man nicht im Haufen einen zweimal nennt. Nun könnte man meinen, schon durch diese große Anzahl verliere ein Vorwurf an Festigkeit und müsse einfach an Festigkeit verlieren, denn ein Vorwurf sei kein Feldherr, er gehe nur geradeaus und wisse sich nicht zu verteilen. Gar in diesem Falle, wenn er sich gegen vergangene Personen richtet. Die Personen mögen mit einer vergessenen Energie in der Erinnerung festgehalten werden, einen Fußboden werden sie kaum mehr unter sich haben, und selbst ihre Beine werden schon Rauch sein. Und Leuten in solchem Zustand soll man nun mit irgendeinem Nutzen Fehler vorwerfen, die sie in früheren Zeiten einmal bei der Erziehung eines Jungen gemacht haben, der ihnen jetzt so unbegreiflich ist wie sie uns. Aber man bringt sie ja nicht einmal dazu, sich an jene Zeiten zu erinnern, kein Mensch kann sie dazu zwingen, aber offenbar kann man gar nicht von Zwingen reden, sie können sich an nichts erinnern, und dringt man auf sie ein, schieben sie einen stumm beiseite, denn höchstwahrscheinlich hören sie gar nicht die Worte.“

 

 

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

Lees meer...

02-07-13

Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Alekos Panagoulis, Friedrich Klopstock

 

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

 

 

Der Schmetterling

Mir war ein Weh geschehen,
Und da ich durch die Felder ging,
Da sah ich einen Schmetterling,
Der war so weiß und dunkelrot,
Im blauen Winde wehen.

Oh du! In Kinderzeiten,
Da noch die Welt so morgenklar
Und noch so nah der Himmel war,
Da sah ich dich zum letztenmal
Die schönen Flügel breiten.

Du farbig weiches Wehen,
Das mir vom Paradiese kam,
Wie fremd muß ich und voller Scham
Vor deinem tiefen Gottesglanz
Mit spröden Augen stehen!

Feldeinwärts ward getrieben
Der weiß' und rote Schmetterling,
Und da ich träumend weiterging,
War mir vom Paradiese her
Ein stiller Glanz geblieben.

 

 

 

Einem Freunde

Wie kommt es, daß du mich verstehst,
Wenn ich die Sprache meiner Heimat rede,
Die doch so weit jenseits der Meere liegt?
Und wenn ich still zu meinen Göttern bete,
Daß du unsichtbar bei mir stehst
Und deine Freundeshand in meiner liegt?
Auch fühl ich oft mit weichem Strich
Beim Geigen deine Hand mich rühren,
Und wenn ich krank bin, ängstet´s mich,
Du möchtest meine Leiden spüren.

 

 

 

Bekenntnis

Holder Schein, an deine Spiele
Sieh mich willig hingegeben;
Andre haben Zwecke, Ziele,
Mir genügt es schon, zu leben.

Gleichnis will mir alles scheinen,
Was mir je die Sinne rührte,
Des Unendlichen und Einen,
Das ich stets lebendig spürte.

Solche Bilderschrift zu lesen,
Wird mir stets das Leben lohnen,
Denn das Ewige, das Wesen,
Weiß ich in mir selber wohnen.

 

 

 

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

In 1929

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

De Nederlandse zanger, liedschrijver en theatermaker Maarten van Roozendaal is gisteren op 51-jarige leeftijd overleden. Maarten van Roozendaal werd geboren in Heilo op 3 mei 1962.

 

 

Lied

 

Straks schrijf ik voor het eerst een lied

Waarvan ik weet, dat jij het nooit zult horen

Geen nood, er gaat niet veel verloren

Ik maak het expres zo mooi maar niet

 

Dit wezenloos waarom en hoe

Er valt niet zoveel te vertellen

Wanneer de dingen echt gaan tellen

Waar ligt de zin, wat is de clou

 

Maar als ik iets moois proberen zou

Vroeg ik je eerst of alle woorden kloppen

En pas als jij ja zegt, zou ik stoppen

En zing ik het alleen voor jou...

 

 

 

Ritueel

 

Ik houdt het kleine ritueel in ere, opdat jij elk moment terug kunt keren

Iedere dag, wanneer het avond wordt, maak ik de tafel klaar

Een extra bord, bestek, je eigen stoel

Een kaars een glas alsof je enkel opgehouden was

 

Ik hoor, hoe kon ik denken dat hetgene

Waardoor ik ben voor altijd was verdwenen

Ik hoor alsof de woning nog bestond

Het grind, de klink het aanslaan van de hond

En jij komt binnen op het ogenblik

Dat ik de lamp ontsteek de bloemen schik

 

Ik hoop alleen dat ik dan rustig blijf

En haast niet opschiet van mijn stil bedrijf

De woorden vind als was het vanzelfsprekend

Schuif aan, tast toe, er is op je gerekend...

 

 

 

 

 

Maarten van Roozendaal (3 mei 1962 - 1 juli 2013)

01-07-13

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Denis Johnson , J. J. Voskuil

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

 

Kunst

 

Er liep een meisje
met een dooie hond
aan een riem door
het museum, zij sleepte

hem de trap af
langs de schilderijen
over zijn wollen poten
tilde hem soms op

streelde zijn oren.
Haar meedravende zus
besteedde niet de minste
aandacht aan de hond.

 

 

 

 

Hoe je verder moet

 

Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit

over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.

Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.

Zo kom je verder
weg van wat is geweest.

 

 

 

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Lees meer...

Carry Slee

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Slee volgde een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht. Na het behalen van het diploma werkte ze als dramadocent op een school in Utrecht. Samen met haar leerlingen verzon ze verhaaltjes. Daar ging ze thuis zelf mee door. Op een bepaald moment begon ze die verhaaltjes op te schrijven. Ze debuteerde in 1988 in Bobo en in 1989 verscheen haar eerste boek "Rik en Roosje.” Ze gaf haar baan in het onderwijs op en ging alleen nog maar schrijven. In twintig jaar tijd heeft ze bijna honderd boeken geschreven. Ze ontving van de Kinder- en Jonge Jury 14 prijzen; dat is een record. In 1999 en 2001 ontving ze zelfs de prijzen in alle drie de categorieën. Op 1 oktober 2010 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, omdat ze toen twintig jaar kinderboeken schreef.

 

Uit: Afblijven

 

‘Ik heb de ambulance moeten bellen,’ zegt een man. ‘Alweer?’ vraagt de portier. ‘Dat is de derde keer vanavond.’ Nu komt er nog iemand bij. Het is duidelijk dat hij de leiding heeft. Hij valt uit tegen de portier. ‘Zit jij hier te maffen of zo?’ ‘Het hoeft er maar een te zijn,’ zegt de portier. ‘Ik kan toch niet iedereen fouilleren.’ ‘Ze zeggen dat er iemand met een handeltje uit Oost-Europa binnen is,’ zegt weer een ander. De mannen schrikken. ‘Dat gif!’ Jordi wil horen wat de mannen nog meer te zeggen hebben, maar het geluid van een sirene overstemt hen. De portier wijst in het donker. ‘Daar zal je hem hebben.’ Met zwaailicht giert de ambulance de hoek om. Hij stopt vlak voor hen. Twee ziekenbroeders springen eruit. Ze rennen naar de achterkant van de auto, tillen een brancard naar buiten en lopen haastig langs de portier naar binnen. ‘Opzij allemaal!’ De portier duwt een aantal jongens en meisjes naar achteren. ‘Zo meteen kunnen ze er niet door’ Iedereen praat erover. ‘Misschien valt het wel mee,’ zegt een meisje. ‘Denk dat maar niet,’ horen ze een jongen zeggen. ‘Ik kom er net vandaan. Ze hebben haar in de WC gevonden, helemaal bewusteloos. Er was geen leven in te krijgen. Ze hebben het zelfs met emmers water geprobeerd.’ Als de deur open gaat, gluurt Jordi naar binnen of hij Melissa ziet. ‘Aan de kant!’ wordt er geroepen. De broeders komen er weer aan. Jordi en Fleur draaien hun hoofd weg, maar als de brancard vlak langs hem komt, kijkt Jordi toch. ‘Opgepast,’ zegt de broeder die voorop loopt. Jordi ziet eerst alleen een wit laken. Maar als de achterste broeder naast hem is, ziet hij een spierwit gezicht boven het laken.Tegelijkertijd geeft hij een gil. ‘Melissa!’ schreeuwt hij. ‘Het Melissa!’

 

 

 

Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: carry slee, romenu |  Facebook |