04-08-13

Rainer Maria Rilke, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Witold Gombrowicz

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Claude Monet, Le jardin d'artiste à Argenteuil 1873

 

 

 

 

Die Sonnenuhr

 

Selten reicht ein Schauer feuchter Fäule

aus dem Gartenschatten, wo einander

Tropfen fallen hören und ein Wander-

vogel lautet, zu der Säule,

die in Majoran und Koriander

steht und Sommerstunden zeigt;

 

Nur sobald die Dame (der ein Diener

nachfolgt) in dem hellen Florentiner

über ihren Rand sich neigt,

Wird sie schattig und verschweigt.

 

Oder wenn ein sommerlicher Regen

aufkommt aus dem wogenden Bewegen

hoher Kronen, hat sie eine Pause;

Denn sie weiß die Zeit nicht auszudrücken,

Die dann in den Frucht- und Blumenstücken

Plötzlich glüht im weißen Gartenhause.

 

 

 

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Lees meer...

Liao Yiwu


De Chinese schrijver , journalist , musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958, het jaar van de Grote Sprong Voorwaarts, in Sichuan In 1966 werd zijn vader gebrandmerkt als contrarevolutionair tijdens de Chinese Culturele Revolutie . Liao 's ouders vroegen een scheiding aan om de kinderen te beschermen. Na de middelbare school reisde Liao door het hele land. In zijn vrije tijd las hij verboden westerse dichters als John Keats en Charles Baudelaire . Hij begon ook zijn eigen gedichten te schrijven en deze werden gepubliceerd in literaire tijdschriften . Hij kwam echter niet door de universitaire toelatingsexamens en begon te werken voor een krant . Toen zijn poëzie werd opgemerkt gaf het Chinese ministerie van Cultuur hem een betaalde positie als staatsschrijver . In het voorjaar van 1989 maakten twee uitgeverijen gebruik van de ontspannen politiek en publiceerden twee lange gedichten "De Gele Stad” en "Idool ". In de gedichten bekritiseerde Liao het ​​systeem. De gedichten werden als anticommunist beschouwd en Liao werd ondervraagd en vastgehouden en zijn huis werd doorzocht. In juni 1989 hoorde hij over de protesten op het Tiananmen Plein en schreef hij een lang gedicht met de titel "Bloedbad”.Wetende dat het nooit zou worden gepubliceerd maakte hij een audiotape en reciteerde het gedicht, gebruik makend van Chinese ritueel zingen en huilen, om de geesten van de doden op te roepen. Hij werd gearresteerd in februari 1990. Zes vrienden en zijn zwangere vrouw werden afzonderlijk gearresteerd . Liao kreeg een gevangenisstraf van vier jaar. Hij werd door de overheid permanent op de zwarte lijst geplaatst . Toen hij werd vrijgelaten uit de gevangenis verlieten zijn vrouw en dochter hem en zijn vroegere literaire vrienden hielden afstand. Hij woonde een tijdje als een dakloze straatmuzikant in Chengdu , en verzamelde verhalen. Liao werkte in de gevangenis aan zijn boek Testimonials In 2001 verscheen een boek met interviews met mensen in de marge van de Chinese samenleving. In 2008 ondertekende hij het ​​Handvest 08 van zijn vriend Liu Xiaobo , hoewel hij van zichzelf zegt dat hij niet echt geïnteresseerd is in de politiek, maar alleen in zijn verhalen. Nadat hem toestemming om het land te verlaten vele malen was geweigerd schreef hij in 2010 een open brief aan de bondskanselier van Duitsland Angela Merkel. Later dat jaar mocht hij het ​​land voor het eerst verlaten.

 

Massacre

Leap! Howl! Fly! Run!
Freedom feels so good!
Snuffing out freedom feels so good!
Power will be triumphant forever.
Will be passed down from generation to generation forever.
Freedom will also come back from the dead.
It will come back to life in generation after generation.
Like that dim light just before the dawn.
No. There's no light.
At Utopia's core there can never be light.
Our hearts are pitch black.
Black and scalding.
Like a corpse incinerator.
A trace of the phantoms of the burned dead.
We will exist.
The government that dominates us will exist.
Daylight comes quickly.
It feels so good.
The butchers are still ranting!
Children. Children, your bodies all cold.
Children, your hands grasping stones.
Let's go home.
Brothers and sisters, your shattered bodies littering the earth.
Let's go home.
We walk noiselessly.
Walk three feet above the ground.
All the time forward, there must be a place to rest.
There must be a place where sounds of gunfire and explosions cannot
be heard.
We so wish to hide within a stalk of grass.
A leaf.
Uncle. Auntie. Grandpa. Granny. Daddy. Mummy.
How much farther till we're home?
We have no home.
Everyone knows.
Chinese people have no home.
Home is a comforting desire.
Let us die in this desire.
OPEN FIRE, BLAST AWAY, FIRE!
Let us die in freedom.
Righteousness. Equality. Universal love.
Peace, in these vague desires.
Stand on the horizon.
Attract more of the living to death!
It rains.
Don't know if it is rain or transparent ashes.
Run quickly, Mummy!
Run quickly, son!
Run quickly, elder brother!
Run quickly, little brother!
The butchers will not let up.
An even more terrifying day is approaching.
OPEN FIRE! BLAST AWAY! FIRE! IT FEELS GOOD! FEELS SO
GOOD! . . .
Cry cry cry crycrycrycrycrycrycry

We stand in the midst of brilliance but all people are blind.
We stand on a great road but no one is able to walk.
We stand in the midst of a cacophony but all are mute.
We stand in the midst of heat and thirst but all refuse to drink.

In this historically unprecedented massacre only the spawn of dogs
can survive.

 

 

 
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

21:34 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liao yiwu, romenu |  Facebook |

03-08-13

Driek van Wissen, Rupert Brooke, Radek Knapp, Marica Bodrozic, Mirko Wenig

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Gay Pride, Amsterdam

 

 

 

Gay Pride

 

Een bonte stoet van boten vaart voorbij,
Bemand door halfontklede manspersonen
Die zonder gêne hun geaardheid tonen,
Maar kijk, een onderzeeër sluit de rij.

Daar zitten homo’s in uit de Antillen
Die niet graag op de televisie willen.

 

 

 

 

 

Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

Lees meer...

02-08-13

Dolce far niente (Sommer, Detlev von Liliencron

 

Dolce far niente

 

 

 

 

 

Sommer, Hans Thoma, 1872

 

 

 

Sommer
    
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes,  seliges Verstecken
Einen Sommer lang. 
    
Wenn wir uns von ferne sehen,
Zögert sie den Schritt,  levrai.de
Rupft ein Hälmchen sich im Gehen,
Nimmt ein Blättchen mit.   
    
Hat mit Ähren sich das Mieder
Unschuldig geschmückt,
Sich den Hut verlegen nieder
In die Stirn gedrückt.   
    
Finster kommt sie langsam näher,
Färbt sich rot wie Mohn;
Doch ich bin ein feiner Späher,
Kenn die Schelmin schon.    
    
Noch ein Blick in Weg und Weite,
Ruhig liegt die Welt,
Und es hat an ihre Seite
Mich der Sturm gestellt.    
  
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommerlang. 

 

 

 

 

Detlev von Liliencron (3 juni 1875 – 22 juli 1909)

Portret door  Arthur Illies, 1913

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

 

01-08-13

Far-niente (Théophile Gautier), Gerrit Krol, Edward van de Vendel, 80 Jaar Frans Pointl, Jim Carroll

 

Dolce far niente

 

 

 

Baignade à la Grenouillère, Claude Monet, 1869

 

 

 

Far-niente

 

Quand je n’ai rien à faire, et qu’à peine un nuage

Dans les champs bleus du ciel, flocon de laine, nage,

J’aime à m’écouter vivre, et, libre de soucis,

Loin des chemins poudreux, à demeurer assis

Sur un moelleux tapis de fougère et de mousse,

Au bord des bois touffus où la chaleur s’émousse.

Là, pour tuer le temps, j’observe la fourmi

Qui, pensant au retour de l’hiver ennemi,

Pour son grenier dérobe un grain d’orge à la gerbe,

Le puceron qui grimpe et se pende au brin d’herbe,

La chenille traînant ses anneaux veloutés,

La limace baveuse aux sillons argentés,

Et le frais papillon qui de fleurs en fleurs vole.

Ensuite je regarde, amusement frivole,

La lumière brisant dans chacun de mes cils,

Palissade opposée à ses rayons subtils,

Les sept couleurs du prisme, ou le duvet qui flotte

En l’air, comme sur l’onde un vaisseau sans pilote ;

Et lorsque je suis las je me laisse endormir,

Au murmure de l’eau qu’un caillou fait gémir,

Ou j’écoute chanter près de moi la fauvette,

Et là-haut dans l’azur gazouiller l’alouette.

Fuit brusquement dans la nuit lente.

 

 

 

 

Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)

Zelfportret, 1839

Lees meer...

31-07-13

Israël Querido , 80 Jaar Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling

 

Dolce far niente

 

 

 


De Jordaan, Lijnbaansgracht, richting Tichelstraat

 

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

 

“Ze zworen bij hun buurt, hun markten en winkels, hun halletjes, hun venters en herbergen, hun straten en walm, hun dobbel-gangen en krotten. - De vischvrouwen konkelden met de koffiebazen. De koffiebazen met de groente-sjachers; de fabrieks-meiden met de pelsters, baksters, en die allen weer met den grutter, melkman, loodgieter, stoelenmaker en zoo den heelen Jordaan rond. Eén geweldige menschenklis van duizenden en duizenden gezinnen bijééngeperst, boven, achter, voor, tegenover elkaar, omwemeld van kinderen en weer kinderen. - De gezinnen van een-twee-en driehoog-vóór, en de gezinnen van een-twee-en driehoog-áchter, kenden elkaars leven, handel en wandel tot in de kleinste kleinigheid. In de vuile en nauwe stank-gangetjes der verdiepingen, waar man en vrouw openlijk hun gevoeg loosden in stilletjes en emmers, bestond geen schaamte meer voor elkaars gedoe. In beestelijke onverschilligheid leefden ze hun instincten rauw en hittig uit, ongedekt voor een ieder die hen waar wou nemen. Op hitsige dagen barstten er eerst bommen los, gooiden ze elkaar de gruwelijkste en gemeenste beschuldigingen naar den kop. Dan vunsde er een boek open over zondige hoererij, schanddaden en verwrongen laagheden. O! ze kenden allen zoo van nabij, den donkeren gloed van het bloed, de koude flikkering van het mes, den fonkel van den borrel. - De walmende straat, met haar gootvuil en stinkende keien, de open vrije straat met haar kelders en krotten, haar gewoel, kindergeschreeuw en honden-geblaf, met haar kleurige stalletjes, haar riekende, uitdampende eetwaren, haar kar-geratel, haar buitenzittende en hurkende vrouwen en kerels, - die open straat was hun gerecht, daár leefde eerst wijd-uit in rondwortelende woeling, het groote, krioelende menschen-gezin: de Jordaan. Daar verslonden ze elkaars hevigste hartstochten en begeerten; elkaars kleinzieligste, grilligste buitensporigheden en nietigste amusementen. Huiselijk leven van gezinnetje op gezinnetje, met afgesloten muurtjes, waar de nieuwsgierige en dierlijke leefdriftigheid van de hunkerende massa geen bres doorheen kon schieten, verlangden ze niet. Ze hadden hun tooneels en bals, voordrachts-kroegen en zang-café's, hun bioscopen, ‘bibberfotegrefies,’ en gramophoon-muziek; ze hadden de dans-holen en kelders van Zeedijk, Ridderstraat tot Haarlemmerdijk; hun orgels op Maandag, alle straten door, den heelen dag achterna-geslenterd. Ze hadden in het liederlijke en in het klein-burger-fatsoenlijke, het wellustigste en het betamelijkste genot. In elkaars bijzijn konden ze eerst ademen, dollen, bluffen, om elkaars woorden en daden vechten, bij elkander zuipen en sjacheren; onder elkaar bruiloften en hoereeren.”

 

 

 

 

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

Bewaren

Lees meer...

Wouter Godijn

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. In 1997 verscheen zijn romandebuut “Witte tongen” en in 2000 zijn eerste dichtbundel: “Alle kinderen zijn van glas”. Zijn dichtwerk wordt gekenmerkt door de tegenstelling tussen het alledaagse en het verhevene. Zijn tweede dichtbundel “Langzame nederlaag” werd als allereerste clubkeuze van de Poëzieclub gekozen door het panel Gerrit Komrij en Neeltje Maria Min. Zijn derde bundel “De karpers en de krab” werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Het werk van Wouter Godijn verscheen tot 2012 bij Uitgeverij Contact. Sinds Contact in 2012 is gefuseerd met uitgeverij Atlas wordt het werk van Godijn uitgegeven bij Atlas-Contact.

 

 

Hoe alles verder zou moeten

 

Je moet je leven leeg leven.
Tenslotte moeten lege flessen niet meer op het strand gevonden worden,
maar in de glasbak worden gedaan.
Als er schot in de zaak komt
- wat je kunt voelen zonder iets te voelen, net als het naderen van de herfst -
wordt alles prettig overzichtelijk.
Geen bergen. Heuvels.
Niet winnen, niet verliezen.
Niet vriezen, niet dooien.
Bedaard glooien. Gloeien
vermijden. Vrouwelijke heuvels,
appels en ballen rimpelig laten worden in de herfstzon.
Niet aankomen,
je alleen nog een beetje laten aaien door het bestaan.
Mijn dochter heeft Assepoester op fido gezien.
Nu wil ze met me trouwen als ik groot ben.

 

 

 

Bijna

 

Haast mag niet meer - niet hier. Hazenogen

zie je niet, maar voel je kijken. Alles

staat stil. Volbrandende zon,

hard landschap. Niets of niemand

 

weet van wijken. Dan begint de hooiberg te groeien, hoger en

hoger, tot hij de hemel afsluit

als een broeierige gele deur. Groen gras

rookt. Iets komt

 

aan de kook. Iemand duikt weg.

Ik niet - ik ben er niet

Ik ontkom in een punt,

achtervolgd door luide stemmen van grandioze, torenhoge hazen:

‘Je was zó dichtbij! Dom rund!’

 

 

 

Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wouter godijn, romenu |  Facebook |

30-07-13

Piet Paaltjens, Patrick Modiano, Emily Brontë, Pauline van der Lans

 

Dolce far niente

 

 

 

Nieuwe Rijn, Leiden

 

 

 

Immortelle IX

 

Op `t hoekje van de Hooigracht

En van den Nieuwen Rijn,

Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang

Mijn boezemvriend zou zijn.

 

En halverwegen tusschen

De Vink en de Haagsche Schouw,

Daar brak hij, zes weken later zoowat,

Den eed van vriendentrouw.

 

 

 

 

Hogewoerd, Leiden

 

 

 

Des zangers min (Fragment)

 

De morgendamp hangt over 't veld,

En kleurt den herfstdraad wit.

Voor 't venster op de Hoogewoerd

Een minnedichter zit.

 

Een dichter, die gewoon is, om

Na d' afloop van 't ontbijt,

Een lied te tokklen op de harp,

Zijn liefje toegewijd.

 

Niet, dat hij echt een liefje heeft;

Hij stelt het zich maar voor.

Dat doen minnedichters meer;

Daar zijn ze dichters voor.

 

 

 

 

 

Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

Standbeeld in Leiden door Auke Hettema, 1960

Lees meer...

29-07-13

Rainer Maria Rilke, Paul Verlaine, Harry Mulisch, Chang-Rae, Marja Brouwers

 

Dolce far niente

 

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

und keine Heimat haben in der Zeit.

Und das sind Wünsche: Leise Dialoge

täglicher Stunden mit der Ewigkeit.

 

Und das ist Leben. Bis aus einem Gestern

die Einsamste von allen Stunden steigt,

die, anders lächelnd als die andern Schwestern,

dem Ewigen entgegenschweigt.

 

 

 


Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Herensteeg, Leiden

 

 

 

 

Chanson d'automne

 

Les sanglots longs

Des violons

De l'automne

Blessent mon coeur

D'une langueur

Monotone.

 

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure;

 

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà

Pareil à la

Feuille morte.

 

 

 


Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Pieterskerkhof, Leiden

Lees meer...

Guillermo Martínez


De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Hij behaalde zijna PhD in mathematische logica aan de Universiteit van Buenos Aires. Hierna werkte hij voor twee jaar als postdoc aan het Mathematical Institute van de Universiteit van Oxford. Zijn eerste boek was de korte verhalenbundel “La jungla sin bestias”. In 1989 kreeg hij voor zijn verhalenbundel “Infierno Grande” de Argentijnse Roberto Arlt prijs. Zijn meest succesvolle roman is “Crímenes imperceptibles”, geschreven in 2003. In datzelfde jaar werd hem daarvoor de Planeta Prijs toegekend. Het boek is vertaald in 35 talen, en is ook verfilmd, The Oxford Murders, in 2008, door Álex de la Iglesia. Veel essays van zijn hand (in het Spaans) zijn te vinden op zijn webpagina.

Uit:The Oxford Murders (Vertaald door Sonia Soto)

“Now that the years have passed and everything's been forgotten, and now that I've received a terse e-mail from Scotland with the sad news of Seldom's death, I feel I can break my silence (which he never asked for anyway) and tell the truth about events that reached the British papers in the summer of '93 with macabre and sensationalist headlines, but to which Seldom and I always referred -- perhaps due to the mathematical connotation -- simply as the series, or the Oxford Series. Indeed, the deaths all occurred in Oxfordshire, at the beginning of my stay in England, and I had the dubious
privilege of seeing the first at close range.
I was twenty-two, an age at which almost anything can still be excused. I'd just graduated from the University of Buenos Aires with a thesis in algebraic topology and was travelling to Oxford on a year's scholarship, secretly intending to move over to logic, or at least attend the famous seminars run by Angus MacIntyre. My supervisor, Dr Emily Bronson, had made all the preparations for my arrival with meticulous care. She was a professor and fellow of St Anne's, but in the e-mails we exchanged before my trip she suggested that, instead of staying in the rather uncomfortable college accommodation, I might prefer -- grant money allowing -- to rent a room with its own bathroom, kitchen and entrance in the house of a Mrs. Eagleton, a delightful and discreet lady, she said, the widow of her former professor. I did my sums, as always a little optimistically, and sent off a cheque for advance payment of the first month's rent, the landlady's only requirement.
A fortnight later I was flying over the Atlantic in the incredulous state which overcomes me when I travel: it always seems much more likely, and more economical as a hypothesis -- Ockham's Razor, Seldom would have said -- that a last-minute accident will send me back to where I started, or to the bottom of the sea, than that an entire country and the immense machinery involved in starting a new life will appear eventually like an outstretched hand down below.“

 

 
Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

21:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: guillermo martínez, romenu |  Facebook |

28-07-13

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

 

zilver praten

 

zilver praten in parken
de gele knapenzon
toont zijn gespannen lijf aan
de meisjes op de kiezelpaden
zij draaien hun zinnen
als parasollen om en om

 

 

 

 

Jongeling

 

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest

naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
- een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat -
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed

vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet

naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.

 

 

 

 

KOUD

 

Winter nadert.
Ik voel het aan de lucht
En aan de woorden die ik schrijf.
Alles wordt klaarder: de straat
Is tot aan zijn eind te zien. De woorden
Hebben geen eind.

Ik ben dichter
Bij de waarheid in december
Dan in juli. Ik ben dichter
Bij de gratie van de kalender, lijkt het
Soms wel. Toch, de woorden niet, de steden
Nemen hun eind.

Als er ergens
Zomer en winter, maar een ster
Brandde die een fel wit licht gaf.
Ik zeg een ster, maar het
Mag alles zijn. Als het maar brandt en
Woorden warmte geeft.

Maar ik geloof
Niet, 's winters nog minder, aan
Zo'n ster. In woorden moet ik geloven.
Maar wie kan dat? Ik ben
Een stem, stervend en koud, vol
Winterse woorden.

 

 

 


Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Borstbeeld door Patrick Mezas

Lees meer...

27-07-13

Dolce far niente (Leidseplein, Paul Gellings)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Leidseplein, Amsterdam

 

 

 

 

Leidseplein

           

Fonteinen zo zilver dat

de avond zwart-wit wordt

als een foto van licht en

van leven waarop de stad

begint te bewegen

 

mijn ouders weer jong

gearmd onderweg naar

restaurant Bali, een tafel

aan het raam, kaarsverlichte

pupillen, vlechtwerk van

vingers en ringen

 

treed ik dieper in deze foto

dan tref ik na dwalen naar

Zuid misschien ons oude huis

waar een tante waakt over mij

over het kind dat ik was

– of  logeer ik bij opa's en oma's?

 

ik staar in de gloed van het

overgordijn en kan niet zien

of ik thuis ben – ik ben hier

jaren later in een bloedrode

bar met zicht op een plein

verzilverd door water

 

foto zwart-wit en bewogen

ouders nog jong en verliefd

avond in de stad zoals hun kind

ver weg in Zuid ervan droomt

 

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

18:58 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, paul gellings, romenu |  Facebook |

Graeme C. Simsion

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 

De Nieuw-Zeelandse schrijver Graeme C. Simsion werd geboren in in Auckland in 1956. Australië. Voorafgaand aan het schrijven van fictie was hij consultant informatie- systemen en schreef hij twee boeken en een aantal artikelen over datamodellering. Hij begon in 1982 met een consultatiebedrijf in en verkocht het in 1999. Op dat moment had Simsion Bowles and Associates meer dan zeventig medewerkers. Simsion was mede -oprichter van een wijn distributiebedrijf, Pinot Nu, sammen met Steven Naughton. In de periode 2002-2006 was hij als promovendus verbonden aan de Universiteit van Melbourne. Hij won in 2012 de Victorian Premier's Unpublished Manuscript Award met zijn boek “The Rosie Project”.

 

Uit: The Rosie Project


“It seems right now that all I’ve ever done in my life is making my way here to you.’
I could see that Rosie could not place the line from The Bridges of Madison County that had produced such a powerful emotional reaction on the plane. She looked confused.
‘Don, what are you…what have you done to yourself?’
‘I’ve made some changes.’
‘Big changes.’
‘Whatever behavioural modifications you require from me are a trivial price to pay for having you as my partner.’
Rosie made a downwards movement with her hand, which I could not interpret. Then she looked around the room and I followed her eyes. Everyone was watching. Nick had stopped partway to our table. I realised that in my intensity I had raised my voice. I didn’t care.
‘You are the world’s most perfect woman. All other women are irrelevant. Permanently. No Botox or implants will be required.
‘I need a minute to think,’ she said.
I automatically started the timer on my watch. Suddenly Rosie started laughing. I looked at her, understandably puzzled at this outburst in the middle of a critical life decision.
‘The watch,’ she said. ‘I say “I need a minute” and you start timing. Don is not dead.

'Don, you don’t feel love, do you?’ said Rosie. ‘You can’t really love me.’
‘Gene diagnosed love.’ I knew now that he had been wrong. I had watched thirteen romantic movies and felt nothing. That was not strictly true. I had felt suspense, curiosity and amusement. But I had not for one moment felt engaged in the love between the protagonists. I had cried no tears for Meg Ryan or Meryl Streep or Deborah Kerr or Vivien Leigh or Julia Roberts.
I could not lie about so important a matter.
‘According to your definition, no.’
Rosie looked extremely unhappy. The evening had turned into a disaster.”

 

 

 

Graeme C. Simsion (Auckland in 1956)

17:34 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: graeme c. simsion, romenu |  Facebook |

26-07-13

Dolce far niente (Wie freu`ich mich der Sommerwonne!, Hoffmann von Fallersleben)

 

Dolce far niente

 

 

 

Zomerlandschap, Pierre-Auguste Renoir, 1873

 

 

 


Wie freu`ich mich der Sommerwonne!

 

Wie freu`ich mich der Sommerwonne,
Des frischen Grüns in Feld und Wald,
Wenn`s lebt und webt im Glanz der Sonne
Und wenn`s von allen Zweigen schallt!

 

Ich möchte jedes Blümchen fragen:
Hast du nicht einen Gruß für mich?
Ich möchte jedem Vogel sagen:
Sing, Vöglein, sing und freue dich!

 

Die Welt ist mein, ich fühl es wieder:
Wer wollte sich nicht ihrer freu`n,
Wenn er durch frohe Frühlingslieder
Sich seine Jugend kann erneu`n?

 

Kein Sehnen zieht mich in die Ferne,
Kein Hoffen lohnet mich mit Schmerz;
Da wo ich bin, da bin ich gerne,
Denn meine Heimat ist mein Herz.

 

 

 

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)

Porträt von Karl Georg Schumacher, 1819

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2011 en eveneens deel 2.