11-03-14

Leena Lehtolainen, Karl Krolow, Douglas Adams, Ernst Wichert, Torquato Tasso, Willem Claassen, Patrick Beck

 

De Finse schrijfster Leena Lehtolainen werd geboren op 11 maart 1964 in Vesanto. Zie ook alle tags voor Leena Lehtolainen op dit blog.

Uit: Tijd om te sterven (Vertaald door Annemarie Raas)

“Nu was Irja dood. Ik haalde nog een cider aan de bar, hoewel ik de eerste al in mijn benen kon voelen. Hoofdinspecteur Mario Kailio had die middag gebeld en gevraagd in hoeverre ik op de hoogte was van het aanhoudende geweld binnen het gezin Ahola. Eén keer had Irja Ahola tegenover haar oudste dochter toegegeven dat de blauwe plekken op haar kaak niet waren ontstaan na een ongelukje met de fiets, maar na een woede-uitbarsting van papa. Pas tijdens het politieverhoor dat na de moord had plaats gevonden was het tot de dochter doorgedrongen dat de verwondingen die haar moeder permanent sierde niet het gevolg waren van mama’s neiging om overal tegenaan te botsen.
(…)

Bij thuiskomst controleerde ik Kalles brievenbus opnieuw. Die was nog verder volgepropt. Er scheen geen licht achter zijn ramen. Onder aan de trap kwam ik de buurvrouw van de verdieping onder de mijne tegen, die me eerst een gelukkig Nieuwjaar wenste en toen begon te roddelen. Iedereen wist dat Kalle was afgevoerd door de politie, maar niemand wist waarom. Ik vermoedde dat ze me wel eens in Kalles gezelschap had gezien en dat ze er nu via mij achter probeerde te komen wat de reden was voor zijn arrestatie. Maar ik zei dat ik geen idee had en sloeg haar aanbod om koffie te komen drinken af.”

 

 
Leena Lehtolainen (Vesanto, 11 maart 1964)

Lees meer...

Daan de Ligt

 

De Nederlandse dichter Daan de Ligt werd geboren op 11 maart 1953 in Den Haag. Zijn eerste bundel 'Vijftig' verscheen in 2003, daarna volgden de bundels 'Ligtvoetig' (2004), 'Den Haag in gedichten en stadsgezichten' (2006), 'Vlammende gedichten' (2007), 'Oude nozem' (2009) en 'Dichten voor de Krant' (2010). Verder zijn er veel gedichten van hem opgenomen in bloemlezingen. Toen Daan de Ligt in 2003, na het verschijnen van zijn eerste bundel 'Vijftig', door de redactie van de toenmalige Haagsche Courant (thans AD Haagsche Courant) benaderd werd om zo'n 25 stadsgedichten voor de krant te gaan schrijven, had hij zijn twijfels of hij dat aantal wel zou kunnen halen. In januari 2010 had hij echter al zijn 250e gedicht voor de krant geschreven. Nadat 250e gedicht besloot hij om te stoppen met het schrijven van stadsgedichten voor de krant.. Zie ook alle tags voor Daan de Ligt op dit blog.

 

57

ik tel de groeven in mijn droef gelaat
vervolgens tel ik ook mijn grijze haren
veroorzaakt door een aantal crisisjaren
mijn lichaam is in haveloze staat

een oud, geheel versleten apparaat
dat zelfs de laatste hoop heeft laten varen
nog even en u mag me doodverklaren
want ook mijn geest is reeds ten einde raad

een oude man, die trage meters strompelt
de afstand van het kastje naar de muur
en op z’n sterfbed pure wartaal mompelt

ik voel al vlammen van het vagevuur

bedekt met spinnenweb, totaal verschrompeld
begeef ik mij terug naar de natuur

 

 

Onmogelijke liefde

je houdt me met een stille blik gevangen
en staart me met bevroren ogen aan
betoverd blijf ik zwijgend voor je staan
in twijfel tussen schaamte en verlangen

het lijkt alsof je heim’lijk om me lacht
plezier beleeft aan een hardvochtig spelen
een minnaar die je nooit zal mogen strelen
en die zo kansloos op een teken wacht

je schepper is een kunstenaar geweest
op zijn palet begon jouw eeuwig leven
zijn hand werd kalm bewogen door de Heer

als meester van z’n artistieke geest
hij heeft je zoveel schoonheid meegegeven
mijn teer beminde meisje van Vermeer

 

 
Daan de Ligt (Den Haag, 11 maart 1953)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: daan de ligt, romenu |  Facebook |

10-03-14

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren, Karel van de Woestijne

 

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Coming of the Night

“There was also this to account for the sexual demand he welcomed. The day itself—the impression from last night had been confirmed—was ready for celebration, heated with those winds that were supposed to arouse tensions, and—he'd heard this—violence, but who wanted that? Whatever the truth, Jesse knew that the Sant'Anas charged the night with sexual fever.
And sex was everywhere!
There were hunky guys on every corner. You didn't even have to go home with a guy, if you didn't want to. There were cruisy places all over where you could make out, right there, all hours—bars, baths, even some streets—and you could move from one person to another, have several at the same time. Not that he wouldn't ever want to go home with one guy again. Sure, that was fine, having sex several times with one person—or two—but there was a time for that, and a time when you needed more.
Music—that's what would start this magical day on its way. He riffled among his collection of albums. Van Halen—which song? "Everybody Wants Some." True, and more than some. "Loss of Control." Yes!
The agitated strum of a guitar, a howl or a siren, laughter—a bomb or a roaring motorcycle. His sweat-stained briefs pasted to his body, he gyrated to the record's opening explosion. Who needed control?
Without altering his fast rhythm, he let the next song play out its funky tune, about—what else?—love, love turning tragic.
Tragic? Who needed tragic.
He stopped the record abruptly. He needed something else to set this special day on its way—the song he'd danced to, and shouted out phrases from, when it first came out last year, the beginning of the eighties, the beginning of his life. The song's words had seemed to announce the vista opening before him—of bars, sex, dancing, sex, great times, sex, partying, sex, great sex, sex— Ugh for straight music, with all those sappy songs. The stuff they played in gay bars said something, really told it, knew what it was all about. He found the album, the song he was looking for, Kool and the Gang and "Celebration." All right!”

 

 
John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)
Eind jaren 1960

Lees meer...

09-03-14

Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West

 

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Een uur en achttien minuten

“Gisteravond, rond kwart over één, stond ik mijn tanden te poetsen in de badkamer. Ik had met studiegenoten gegeten in het centrum van Utrecht en was net thuisgekomen. Mijn telefoon lag, samen met mijn net uitgetrokken jas, op mijn bed. Hij trilde kort en het beeldscherm lichtte op.
Ik liep ernaartoe. De tekst stond meteen in beeld.
Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt. J
Onmiddellijk stokte mijn adem, het voelde alsof mijn maag binnen een seconde een paar graden kouder werd. Ik las het nog eens. Haalde mijn telefoon van de toetsvergrendeling, koos ‘berichten’ in het menu en bekeek de inbox. Bovenaan één nieuw bericht, van Joey.
Jongens, het spijt me. Ik heb...
Ik controleerde of zijn nummer klopte. Las de Sorry nog eens, en de Bedankt. Verstijfd belde ik hem op terwijl ik door mijn kamer liep. Ik kreeg zijn voicemail, een standaard voicemail. Niet Joey’s stem, maar die van een mevrouw die voorlas.
U bent verbonden met de mailbox van. Nul, zes...
Ik hing op en probeerde het opnieuw. Dezelfde stem. Ik las de sms en belde weer. Niets.
Ik keek naar het raam en het leek te trillen in zijn kozijn.
Ik opende mijn mond, zo ver dat ik ermee kon gillen, maar ik maakte geen geluid.
Ik ging op mijn bed zitten, maar kwam erachter dat ik niet kon zitten.
Ik ging staan, maar merkte dat ik niet kon blijven staan.
De machteloosheid greep me bij mijn voeten en trok me onderuit.
En als ik nu terugdenk aan dat moment, vervloek ik alles – álles – dat ik niet direct gebeld heb. Dat ik controleerde, en nog een keer las, en weer controleerde en verdwaasd naar de muren keek en zoveel tijd nodig had om het tot me door te laten dringen.
Ik had, zelfs met de minieme kans dat ik hem dan wel zou hebben bereikt, eerder moeten bellen.
Joe, wat doe je? Waar ben je?
Had ik hem gesproken, dan had hij het niet gedaan. Dat weet ik zeker.
Dat wil ik zeker weten.”

 

 
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

Lees meer...

Taras Sjevtsjenko, Umberto Saba, Agnes Miegel, Keri Hulme, Heleen van Royen, Ota Filip

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

The Reaper

Through the fields the reaper goes
Piling sheaves on sheaves in rows;
Hills, not sheaves, are these.
Where he passes howls the earth,
Howl the echoing seas.

All the night the reaper reaps,
Never stays his hands nor sleeps,
Reaping endlessly;
Whets his blade and passes on...
Hush, and let him be.
Hush, he cares not how men writhe
With naked hands against the scythe.
Wouldst thou hide in field or town?
Where thou art, there he will come;
He will reap thee down.

Serf and landlord,
Great and small;
Friendless wandering singer, - all,
All shall swell the sheaves that grow to mountains;

Even the Tsar shall go.
And me too the scythe shall find
Cowering alone behind
Bars of iron; swift and blind,
Strike, and pass, and leave me, stark
And forgotten in the dark.

 

Vertaald door E. L. Voynich

 

 

It Makes No Difference To Me

It makes no difference to me,
If I shall live or not in Ukraine
Or whether any one shall think
Of me 'mid foreign snow and rain.
It makes no difference to me.

In slavery I grew 'mid strangers,
Unwept by any kin of mine;
In slavery I now will die
And vanish without any sign.
I shall not leave the slightest trace
Upon our glorious Ukraine,
Our land, but not as ours known.
No father will remind his son
Or say to him, "Repeat one prayer,
One prayer for him; for our Ukraine
They tortured him in their foul lair."

It makes no difference to me,
If that son says a prayer or not.
It makes great difference to me
That evil folk and wicked men
Attack our Ukraine, once so free,
And rob and plunder it at will.
That makes great difference to me.

 

Vertaald door Clarence A. Manning

 

 
Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)
Monument in Lviv

Lees meer...

08-03-14

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, Walter Jens, A. Marja, John McPhee, Mouloud Feraoun

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: De voeten van Abdullah

‘Als de Sleep van een Bruid volgden wij Kinderen de Vrouwenmenigte, die door mijn Moeder met Abdullah in haar Handen werd geleid richting Moskee: ik kan de bedwelmende grootsheid van dat moment niet beter uitdrukken dan met een Teutoons gebruik van hoofdletters.’
(…)

“Op de grond, voor de deurdrempel, stond Abdullah: twee voeten, fraai boven de enkels geamputeerd, die uitliepen in wat op salamischijfjes leek. De enkels waren bestoft en de nagels zwart van een lange tocht. De afdruk van sandalen, die waarschijnlijk onderweg waren versleten en afgedankt, was zichtbaar. De paarse aders waren opgezwollen. Onmiskenbaar: het was mijn broer Abdullah.”
(…)

“In de moskee waren de sjeiks bijeengekomen om een vondst van de dorpskinderen te bezichtigen. Het was Abdullahs linkervoet die mij tot wapen had gediend. Ernstig fronsend overlegden ze of de voet al begraven moest worden of dat men moest wachten tot de andere gevonden werd. Omdat het de linkervoet was, besloot men eerst de rechter te zoeken.
Het waren de kinderen die op zoek gingen naar Abdullahs rechtervoet. Wij zagen hen in grote groepen door het dorp rennen, over de heuvel, van olijfboom naar olijfboom, tot grote ergernis van Khadroen. Hun moeite werd echter niet beloond.
Thuis wasten wenende Fatima's de linkervoet met tedere handen, het water tappelde tussen hun vingers, en droogden hem met hun lange haren, dat in de magie van de namiddagzon eksterlijk glom.”

 

 
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

Lees meer...

Juana de Ibarbourou, Harry Thürk, Heinar Kipphardt, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

 

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook alle tags voor Juana de Ibarbourou op dit blog.

 

The four wings of the bee

I've come back from our date with four bee-wings
pressed on my lips. Four bee-wings
gilded and red-hot.

Miracle like that of the beard of Dionysus,
The sweet-voiced god! The beard of Dionysus
that has four bee-wings instead of curls.

Your lips on my lips spill their honey
and the wings burst out. They spill their honey
and you have the sweetness of honeycomb on your skin.

Don't laugh. The four wings of the bee can't be seen
but they are felt on the mouth. The wings can't be seen,
but sometimes - amazing! - they buzz right into my head.

And yet still further inside. The sweet wings hum
right into my heart. The sweet wings hum
and free my soul of all anguish and care.

But if one day they stopped flying and buzzing...
If they turned to ash ... If it ceased, the hum
of wings that made my lips flower...

How sad death is! What lamenting black wings
then will bud forth! What black wings of grief
would replace the transparent wings of the bee!

 


Vertaald doorLiz Henry

 

 
Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

Lees meer...

07-03-14

Bret Easton Ellis, Jürgen Theobaldy, Georges Perec, Abe Kōbō, Jan Frederik Helmers, Reinhard Kaiser

 

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Bret Easton Ellis op dit blog.

Uit: American Psycho

“It was a vision so clear and real and vital to me that in its purity it was almost abstract. This was what I could understand, this was how I lived my life, what I constructed my movement around, how I dealt with the tangible. This was the geography around which my reality revolved: it did not occur to me, ever, that people were good or that a man was capable of change or that the world could be a better place through one's taking pleasure in love or kindness. Nothing was affirmative, the term "generosity of spirit" applied to nothing, was a cliche, was some kind of bad joke. Sex is mathematics. Individuality no longer an issue. What does intelligence signify? Define reason. Desire-meaningless. Intellect is not a cure. Justice is dead. Fear, recrimination, innocence, sympathy, guilt, waste, failure, grief, were things, emotions, that no one really felt anymore. Reflection is useless, the world is senseless. Evil is its only permanence. God is not alive. Love cannot be trusted. Surface, surface, surface was all that anyone found meaning in...this was civilization as I saw it, colossal and jagged...
(...)

“I stare into a thin, web-like crack above the urinal's handle and think to myself that if I were to disappear into that crack, say somehow miniaturize and slip into it, the odds are good that no one would notice I was gone. No... one... would... care. In fact some, if they noticed my absence, might feel an odd, indefinable sense of relief. This is true: the world is better off with some people gone. Our lives are not all interconnected. That theory is crock. Some people truly do not need to be here.”

 

 
Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

Lees meer...

Robert Harris

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Harris studeerde aan Selwyn College, Universiteit van Cambridge, Engels literatuur. Daarna werkte hij als BBC-verslaggever, als politiek redacteur bij de krant The Observer en als columnist voor de Daily Telegraph. Momenteel werkt hij als vaste columnist voor de Sunday Times. Zijn eerste roman “Fatherland” werd gepubliceerd in 1992. “Vaderland” speelt in 1964 in het Berlijn speelt van een nazi-Duitsland, dat, volgens de fictie van de auteur, de Tweede Wereldoorlog niet heeft verloren. Het verscheen reeds in Duitse vertaling bij de Zwitserse Haffmans Verlag in 1992, maar in Duitsland zelf, kon aanvankelijk door de als problematisch ervaren thematiek geen uitgever voor het boek gevonden worden. Pas in 1996 werd de roman in München uitgegeven door de Heyne Verlag.
“Vaderland” was de eerste bestseller van Robert Harris, vertaald in 30 talen en met een oplage van meer dan zes miljoen stuks. Ook in zijn andere romans nam Harris historische gebeurtenissen als basis voor actie en mengde hij fictie en realiteit. Zo gaat het in “Imperium” over het levensverhaal van Cicero. Harris streeft naar zoveel mogelijk feitelijke juistheid. “Ghost”, een roman over de ghost writer van een politicus werd beschouwd als een afrekening met de voormalige Britse premier Tony Blair, waarmee Harris lange tijd bevriend was. De regisseur Roman Polanski verfilmde de roman in 2010 met Ewan McGregor als de ghostwriter en Pierce Brosnan in de rol van de politicus Adam Lang.

Uit: Fatherland

“Thick cloud had pressed down on Berlin all night, and now it was lingering into what passed for the morning. On the city's western outskirts, plumes of rain drifted across the surface of Lake Havel like smoke.
Sky and water merged into a sheet of gray, broken only by the dark line of the opposite bank. Nothing stirred there. No lights showed.
Xavier March, homicide investigator with the Berlin Kriminalpolizei — the Kripo — climbed out of his Volkswagen and tilted his face to the rain. He was a connoisseur of this particular rain. He knew the taste of it, the smell of it. It was Baltic rain from the north, cold and seascented, tangy with salt. For an instant he was back twenty years, in the conning tower of a U-boat, slipping out of Wilhelmshaven, lights doused, into the darkness.
He looked at his watch. It was just after seven in the morning.
Drawn up on the roadside before him were three other cars. The occupants of two were asleep in the drivers' seats. The third was a patrol car of the Ordnungspolizei — the Orpo, as every German called them. It was empty.
Through its open window came the crackle of static, sharp in the damp air, punctuated by jabbering bursts of speech. The revolving light on its roof lit up the forest beside the road: blue-black, blue-black, blue-black.
March looked around for the Orpo patrolmen and saw them sheltering by the lake under a dripping birch tree. Something gleamed pale in the mud at their feet. On a nearby log sat a young man in a black tracksuit, SSinsignia on his breast pocket. He was hunched forward, elbows resting on his knees, hands pressed against the sides of his head — the image of misery.
March took a last draw on his cigarette and flicked it away. It fizzed and died on the wet road.
As he approached, one of the policemen raised his arm.

 

 
Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: robert harris, romenu |  Facebook |

06-03-14

Gabriel García Márquez, Günter Kunert, Clark Accord, Elizabeth Barrett Browning, Stéphane Hoffmann, Michelangelo, Teru Miyamoto

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook alle tags voor Gabriel García Márquez op dit blog.

Uit: Memories of My Melancholy Whores (Vertaald door Edith Grossman)

“The year I turned ninety, I wanted to give myself the gift of a night of wild love with an adolescent virgin. I thought of Rosa Cabarcas, the owner of an illicit house who would inform her good clients when she had a new girl available. I never succumbed to that or to any of her many other lewd temptations, but she did not believe in the purity of my principles. Morality, too, is a question of time, she would say with a malevolent smile, you’ll see. She was a little younger than I, and I hadn’t heard anything about her for so many years that she very well might have died. But after the first ring I recognized the voice on the phone, and with no preambles I fired at her:
“Today’s the day.”
She sighed: Ah, my sad scholar, you disappear for twenty years and come back only to ask for the impossible. She regained mastery of her art at once and offered me half a dozen delectable options, but all of them, to be frank, were used. I said no, insisting the girl had to be a virgin and available that very night. She asked in alarm: What are you trying to prove? Nothing, I replied, wounded to the core, I know very well what I can and cannot do. Unmoved, she said that scholars may know it all, but they don’t know everything: The only Virgos left in the world are people like you who were born in August. Why didn’t you give me more time? Inspiration gives no warnings, I said. But perhaps it can wait, she said, always more knowledgeable than any man, and she asked for just two days to make a thorough investigation of the market.
I replied in all seriousness that in an affair such as this, at my age, each hour is like a year. Then it can’t be done, she said without the slightest doubt, but it doesn’t matter, it’s more exciting this way, what the hell, I’ll call you in an hour.
I don’t have to say it because people can see it from leagues away: I’m ugly, shy, and anachronistic. But by dint of not wanting to be those things I have pretended to be just the opposite. Until today, when I have resolved to tell of my own free will just what I’m like, if only to ease my conscience. I have begun with my unusual call to Rosa Cabarcas because, seen from the vantage point of today, that was the beginning of a new life at an age when most mortals have already died.”

 

 
Gabriel García Márquez (Aracataca, 6 maart 1928)

Lees meer...

Marijke Hanegraaf

 

De Nederlandse dichteres Marijke Hanegraaf werd op 6 maart 1946 geboren in Tilburg, waar zij ook opgegroeide en waar haar vader een houthandel had. Aanvankelijk leerde ze voor analiste, maar uiteindelijk bleek het schrijven haar beter te liggen. Door een gelukkig toeval kwam ze terecht bij het jeugdblad Taptoe. Taptoe was voor haar een fantastische leerschool; schrijven voor kinderen betekent dat je de dingen gewoon moet zeggen, niet kinderachtig maar wel duidelijk. Ze schreef voor Taptoe informatieve artikelen, reportages en ook verhalen. Tegenwoordig is ze freelance bureauredacteur. Pas tegen haar vijftigste legde ze zich toe op poëzie. Dat resulteerde in 2001 in haar debuutbundel “Veerstraat”, uitgegeven bij De Arbeiderspers. De bundel werd in 2002 genomineerd voor de Buddinghprijs. In 2006 kwam haar tweede bundel, “Proefsteen”, uit en in 2010 de derde, “Restruimte”.

 

Stokgooier en lezer

Arm als de grond, met rondom
het zuigend moeras van ziekte
geen grond was zo arm als ziekte

en daarin kwam hij en las.
Gericht in zichzelf bracht hij zich voort
hij vocht om de letter.

Hij was een lezer.
Wie was hij zonder.
Wat was hij geworden.

Hij las bij zwak licht.
Die duistere kamers, dat huis met het ijzige
trapgat en de ijzeren spiegel
de stinkende plee

liever het veld
hij hield van een stok die hij vond
sneed, sloeg, joeg
zie hem zwiepen en klieven.

Kracht! De zijne!
Een stok is een bliksem
droog en donker

geloof in het ongewone.
Dat was het wonder.
Hij was een stokgooier en een lezer.

 

 

Thuis

Als ik dan 's morgens vroeg de deur uitga
en samen met het weer de straat in fiets
waarheen? Ik weet het niet meteen.

Gelukkig weet mijn lichaam beter
voor alles van belang gaat het vanzelf
linksaf, rechts en lang rechtdoor

de vroege ochtend in als niemand nog.
Mijn lijf komt samen met mijn fiets
al jaren wonderlijk op tijd, waarvoor.

Eraan vooraf dronk ik mijn koffie zwart
ontwaakte in de dingen van de ochtend
koos jam alsof ik het nooit eerder koos.

Wat drijft me voort, met deze daden
van vergeefsheid, wat maakt me
denk ik nooit als ik het brood smeer.

 

 
Marijke Hanegraaf (Tilburg, 6 maart 1946)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marijke hanegraaf, romenu |  Facebook |

05-03-14

Aschermittwoch (Clara Müller-Jahnke)

 

Bij Aswoensdag

 

 
Het gevecht tussen Carnaval en Vasten (detail) door Pieter Brueghel de Oude, 1559

 

 

Aschermittwoch

Nun fällt der tollen Narrenwelt
das bunte Kleid in Lumpen, -
und klirrend auf den Estrich schellt
der Freude voller Humpen.
Lautkrachend springt ins Schloß das Tor,
kein Lichtschein mehr am Fenster -
ein grauer Morgen kriecht empor,
der Morgen der Gespenster.

Da ist im tiefen Straßenstaub
ein stolzes Weib gestanden -
von ihrem Odem rauscht das Laub,
des Meeres Wogen branden.
Sie reckt sich in die Frühlingspracht
mit herrischer Gebärde:
mein ist, was blüht und weint und lacht -
mein ist die ganze Erde!

Was bimmelt ihr vom Kirchenturm
und predigt Reu und Buße?
Ihr seid das Sandkorn vor dem Sturm,
der Staub mir unterm Fuße.
Was schiert mich eurer Sünde Scham
und eurer Hölle Flammen?
Ich blas den ganzen Maskenkram
mit einem Hauch zusammen.

Mir gilt die Dirne unterm Tor,
das Hündlein in der Gossen
mehr als der schönste Damenflor
in euren Staatskarossen.
Und Blumen und Konfettischlacht?
Wie jäh verstummt die Harfe,
versprüht der Witz, verblaßt die Pracht,
löst meine Hand die Larve.

Mir gilt des Bettlers hohle Hand
und gramzerfressne Miene
mehr als der Fürstenhöfe Tand
und blutige Hermeline. -
Und tobt im Ost der Schwertertanz,
und saust das Blei, das rasche -
auf aller Kronen Faschingsglanz
streu ich die Handvoll Asche!

Ob Kirchen- oder Festungssturm,
sie wanken beid auf Erden
und werden einst vom Wirbelsturm
zu Staub zerblasen werden.
Und reißt der letzten Narretei
der bunte Rock in Fetzen,
dann soll die Menschheit, nackt und frei,
sich an die Tafel setzen.

 

 
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 - 4 november 1905)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e maart ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn blog van 5 maart 2012 deel 1 en eveneens mijn blog van 5 maart 2011 deel 2.

15:47 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aswoensdag, clara müller-jahnke, romenu |  Facebook |

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Prayer to my mother

It’s so hard to say in a son’s words
what I’m so little like in my heart.

Only you in all the world know what my
heart always held, before any other love.

So, I must tell you something terrible to know:
From within your kindness my anguish grew.

You’re irreplaceable. And because you are,
the life you gave me is condemned to loneliness.

And I don’t want to be alone. I have an infinite
hunger for love, love of bodies without souls.

For the soul is inside you, it is you, but
you’re my mother and your love’s my slavery:

My childhood I lived a slave to this lofty
incurable sense of an immense obligation.

It was the only way to feel life,
the unique form, sole color; now, it’s over.

We survive, in the confusion
of a life reborn outside reason.

I pray you, oh, I pray: Do not hope to die.
I’m here, alone, with you, in a future April…

 

Vertaald door Norman MacAfee

 

 

Späte Einsichten

Ich weiß wohl, ich weiß wohl, daß ich mit einem Bein im Grabe stehe;
daß alles, was ich berühre, bereits von mir berührt worden ist;
daß ich Gefangener eines unanständigen Verlangens bin;
daß jede Rekonvaleszenz einem Rückfall gleicht;
daß die Gewässer stillstehn und daß alles abgestanden schmeckt;
daß auch der Humor nur Teil einer unaufhebbaren Blockade ist;
daß ich nichts anderes tue, als das Neue zum Alten zurückzuführen;
daß ich immer noch nicht die Absicht habe, anzuerkennen, wer ich bin;
daß mir sogar die alte Goldmachergeduld abhandengekommen ist;
daß das Alter, ungeduldig wie es ist, nur die Misere sichtbar macht;
daß ich niemals von hier wegkommen werde, auch wenn ich noch so viel lächle;
daß ich von allen Saiten, die da wären, am Ende immer nur die eine anreiße;
daß ich mich gerne mit Schlamm besudele, denn Schlamm ist Materie, arm, also rein;
daß ich das Licht nur dann liebe, wenn es ohne Hoffnung ist.

 

Vertaald door Theresia Prammer

 

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Lees meer...

04-03-14

Carnaval (Théophile Gautier)

 

Bij Carnaval

 

 
Caranaval in Venetië door Hieronymus Francken (1540-1610)

 

 

Carnaval


Venise pour le bal s'habille.
De paillettes tout étoilé,
Scintille, fourmille et babille
Le carnaval bariolé.

Arlequin, nègre par son masque,
Serpent par ses mille couleurs,
Rosse d'une note fantasque
Cassandre son souffre-douleurs.
Battant de l'aile avec sa manche
Comme un pingouin sur un écueil,
Le blanc Pierrot, par une blanche,
Passe la tête et cligne l'oeil.

Le Docteur bolonais rabâche
Avec la basse aux sons traînés;
Polichinelle, qui se fâche,
Se trouve une croche pour nez.

Heurtant Trivelin qui se mouche
Avec un trille extravagant,
A Colombine Scaramouche
Rend son éventail ou son gant.

Sur une cadence se glisse
Un domino ne laissant voir
Qu'un malin regard en coulisse
Aux paupières de satin noir.

Ah! fine barbe de dentelle,
Que fait voler un souffle pur,
Cet arpège m'a dit : C'est elle !
Malgré tes réseaux, j'en suis sûr,

Et j'ai reconnu, rose et fraîche,
Sous l'affreux profil de carton,
Sa lèvre au fin duvet de pêche,
Et la mouche de son menton.

 

 

 
Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

18:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: carnaval, théophile gautier, romenu |  Facebook |