16-08-13

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog.

 

 


Are You Drinking?

 

washed-up, on shore, the old yellow notebook
out again
I write from the bed
as I did last
year.
will see the doctor,
Monday.
"yes, doctor, weak legs, vertigo, head-
aches and my back
hurts."
"are you drinking?" he will ask.
"are you getting your
exercise, your
vitamins?"
I think that I am just ill
with life, the same stale yet
fluctuating
factors.
even at the track
I watch the horses run by
and it seems
meaningless.
I leave early after buying tickets on the
remaining races.
"taking off?" asks the motel
clerk.
"yes, it's boring,"
I tell him.
"If you think it's boring
out there," he tells me, "you oughta be
back here."
so here I am
propped up against my pillows
again
just an old guy
just an old writer
with a yellow
notebook.
something is
walking across the
floor
toward
me.
oh, it's just
my cat
this
time

 

 

 

As The Sparrow

 

To give life you must take life,
and as our grief falls flat and hollow
upon the billion-blooded sea
I pass upon serious inward-breaking shoals rimmed
with white-legged, white-bellied rotting creatures
lengthily dead and rioting against surrounding scenes.
Dear child, I only did to you what the sparrow
did to you; I am old when it is fashionable to be
young; I cry when it is fashionable to laugh.
I hated you when it would have taken less courage
to love.

 

 

 

Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

Lees meer...

Alice Nahon, Jules Laforgue, T. E. Lawrence, Max Schuchart, Pierre Henri Ritter jr.

 

De Vlaamse dichteres Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896.  Zie ook alle tags voor Alice Nahon op dit blog.

 

 

UCHTENDLIEFDE

 

Zilver zijn de wegen,
Zilver zijn de weiden,
Zilver van de peerlen-dauw,
Die de feeën schreiden.

Zingen doet de stilte...
Zingen psalm-akkoorden...
Zingend naar elkander gaan
Al ons liefdewoorden...

Zoenen doen ons zielen,
Zoenen ongebonden...
Zoenen, als de zonne-vrouw
Zoent de bloemen-monden.

Zalig zijn uw armen...
Zalig zijn uw ogen...
Zaal'ger dan d'oneindigheid
Onder zilver-logen...

 

 

 

Alice Nahon (16 augustus 1896 -  21 mei 1933)

Lees meer...

15-08-13

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

 

Schrijvenderwijs

 

Schrijvenderwijs was ik ingeslapen,
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.

Wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
Ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.

Toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
Ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg.

Maar 's morgens vroeg toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
De zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.

 

 

 

Herfstmiddag

 

Nu het stortregent
en ieder ding verdwijnt,
in ‘t overwegend en onbelijnd
geweld van overvloed,
wordt mij bewuster
wat ik geloven moet:
men kan geruster
zijn als de ramp losbreekt
over het leven,
dan waar de lamp verbleekt
in angst en beven,
want in de overmacht
van ’t reppend oerbegin
zet God weer onverwacht
herscheppend in.

 

 

 

 

Darlington

 

Vijf jaar is Renee. Ze gelooft in kabouters.
Ze stuurt mij een briefkaart omdat ik op reis ben.
Ze ruimde de bladeren in de tuin.

Wanneer de winter voorbij is, de zomer
gekomen als tweemaal twee is vier
wie zal haar verzekeren dat wij leven?

Wij worden niet ouder dan kabouters.
Wij sterven zo ongemerkt als dwergen
aan bomen van kennis, een volk vol ernst.

 

 

 

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Lees meer...

Wanda Schmidt, Marga Kool, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

 

De Zwitserse dichteres en schrijfster Wanda Schmid werd geboren op 15 augustus 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Wanda Schmid op dit blog.

 

 

Gras

Gras grün
Erdhaare kämmen
mit rostigen Zincken

zwei Nächte
sehr dunkel
genügen dem Tastsinn

Honiggras
Margeriten
und Sauerampfer
der Sommer
wird nicht bleiben
können

Schnitt

Möven erklären
den Winter
das Gras liegt
ungekämmt
unter Schnee

 

 

 

 

Wanda Schmid (Zürich, 15 augustus 1947)

Zürich 

Lees meer...

14-08-13

Dolce far niente (Spätsommer, Hermann Hesse)

 

Dolce far niente

 

 

 

George Innes, Summer Days, Cattle Drinking Late Summer, 1857

 

 

 

 

Spätsommer

 

Noch schenkt der späte Sommer

Tag um Tag voll süßer Wärme.

Über Blumendolden schwebt da und dort

mit müden Flügelschlag ein Schmetterling

und funkelt sammetgolden.

 

Die Abende und Morgen atmen feucht

von dünnen Nebeln, deren Naß noch lau.

Vom Maulbeerbaum mit plötzlichem Geleucht

weht gelb und groß ein Blatt ins sanfte Blau.    

 

Eidechse rastet auf besonntem Stein,

Blätterschatten Trauben sich verstecken.

Bezaubert scheint die Welt, gebannt zu sein,

in Schlaf, in Traum, und warnt dich, sie zu wecken.

 

So wiegt sich manchmal viele Takte lang

Musik, zu goldener Ewigkeit erstarrt.

Bis sie erwachend sich dem Bann entrang

zurück zu Werdemut und Gegenwart.

 

Wir Alten stehen erntend am Spalier  

und wärmen uns die sommerbraunen Hände.

Noch lacht der Tag, noch ist er nicht zu Ende.

Noch hält und schmeichelt uns das heut und Hier.

 

 

 

 

 

Hermann Hesse(2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14 augustus ook mijn blog van 14 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Bewaren

19:49 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, hermann hesse, romenu |  Facebook |

Stefanie de Velasco

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Duitse schrijfster Stefanie de Velasco werd geboren in 1978 in Oberhausen. Zij groeide op in het Rijnland . De Velasco studeerde Europese Etnologie en politieke wetenschappen in Bonn, Berlijn en Warschau . Ze woont en werkt in Berlijn. In 2011 kreeg zij voor het begin van haar debuurroman de Literaturpreis Prenzlauer Berg. Momenteel ( 2013 ) ontvangt ze een beurs van de Drehbuchwerkstatt München. Haar debuutroman “Tigermilch” vertelt het verhaal van twee 14-jarige meisjes die er op uitgaan, om zich te laten ontmaagden. Wat begint als een leuke zomervakantie eindigt in een tragedie, waarbij de twee meisjes getuige worden van een eerwraak.

 

Uit: Tigermilch

 

“Ich würde gern aufstehen und gehen, ich will nach Hause, aber zu Hause, ist das bei Rainer und Jessi, bei Mama und ihrem Sofa? Ich weiß nicht, keine Ahnung, wo ich hinwill, ich will auf Amirs Linde und so weit hochklettern, dass mich die grünen Blätter ganz bedecken und mich keiner finden kann, ich will das dünne Ende vom Wollfaden in den Ästen suchen und mich wie ein Äffchen daran festhalten, so lange, bis jemand die Welt unter mir wieder zusammengeklebt hat.” 

(…)

 

“Jameelah liebt es, Buchstaben zu vertauschen, Wörterknacken nennt sie das. Aus Luft macht sie Lust, aus Nacht nackt, Lustballons, Nacktschicht, Lustschutzkeller mit Nacktwärtern. Wir sprechen außerdem O-Sprache, Geld ist Gold, mit Filter drehen gibts nicht mehr, nur mit Folter drohen.”

(…)

 

Ja, schreit Jasna, jetzt weinst du, aber zuerst, zuerst zerrst du mich hierher auf diese Welt und lässt mich einfach allein, und jetzt, jetzt, wo ich sterben will, da weinst du. Ihre Mutter verkriecht sich in Tariks Armen, sie legt die Hände auf seine breiten Schultern und formt sie zu kleinen Fäusten, ich sehe, in der einen Faust hält sie ein Taschentuch. Immer diese Taschentücher, denke ich, wie kleine Stofftiere, nur für Mütter, nur für Sorgen, traurig geknetete Tierchen aus Tränen, jedes mit seiner eigenen Geschichte."

 

 


Stefanie de Velasco (Oberhausen.1978)

19:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stefanie de velasco, romenu |  Facebook |

13-08-13

Dolce far niente (Nijmegen, De herrijzenis van Quack, Victor Vroomkoning)

 

Dolce far niente

 

 

 

Het Quack-monument in Nijmegen

 

 




De herrijzenis van Quack

 

Iedereen wou met De Stijve op de plaat,
trekker van formaat blijkens prentbrief-
kaarten uit zijn glorietijd. Wie niet met
‘m paarde was niet in Nijmegen geweest.
Paarden dronken van zijn spuitend nat.

Stilaan rees wrevel over Bijlards uitleg
van de laatste wil van schenker Quack,
werd de hybride staat van zuilfontein
gelaakt, neergehaald werd hij geruimd.

Een halve eeuw erna kreeg men weer zin
in hem, oog voor zijn art deco. Te midden
van zijn stralend vocht kwam hij met rood-
granieten schacht en kop onveranderd over-
eind, het opgetogen welkom van de oude stad.

 

 

 

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Antoine de Kom

 

De Nederlandse schrijver en dichter Antoine de Kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Antoine de Kom woonde van 1966 tot 1971 in Paramaribo. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en werkte als psychiater aan het Pieter Baan Centrum. Hij debuteerde in 1989 in het tijdschrift De Gids onder het pseudoniem Raymond Sarucco. Daarna publiceerde hij met regelmaat in De Revisor en in Hollands Maandblad. Zijn eerste bundel “Tropen” verscheen in 1991.

Daarna volgden “De kilte in Brasilia” (1995), “Zebrahoeven” (2001), “Chocoladetranen” (2004) en “De lieve geur van zijn of haar” (2008). In 2012 publiceerde hij Het misdadige brein, een bundeling van miniaturen over beruchte verdachten die in Hollands Maandblad verschenen

 

 

in deze kleine gondel vol gedrochten

 

in deze kleine gondel vol gedrochten

boven de omgespitte dierentuin hangen

op zoek naar het vogelbekdier

dat spartelend zijn aquarium ontglipt.

 

je had je eigenlijk een gedicht voorgesteld

met herinneringen aan de bronx

aan de caribische zee aan een creoolse

uit de antillen: aan joséphine of

aan napoleon daardoor - op elba

had je willen naslaan wat er daar al niet

als een gedicht voorstelbaar was geweest.

 

men gondelt door een dierentuin bungelt in persoon

voor koala’s die zich graag op de foto

laten knuffelen met dodelijk gevaar voor eigen ribben.

 

nu de varaan roerloos en aaibaar gaapt

ontbreekt hij niet naast dekstoel & sloep terwijl

uit de deur naar de brug kleine blauwe pinguïns tevoorschijn komen

het schip sonoor trilt de zeewind lauw als de nacht is

en heel vele lichtjes van dobberende vissersboten

voortekens waren die er op wezen dat je al bijna oog

in oog ligt met een kameel naast je opgepropt

die met de kop tegen het zachte linnen van je kooi

op de ganymedes van zijn lange reis door het zand uitrust.

 

 

 

nu ik ontwaak

 

nu ik ontwaak
ter hoogte van dakar
denk ik die twee achter me
(stoel rij vijf of zo dacht ik)
(ze zijn al slaperig)
zomaar in licht bedwelmde staat.
als zware katers soezen
ze met open oren glanzend zwart:
dan draaien ze zich om en zinken
in diepe slaap – roerloze lichamen donzig
ademen de buiken in diepblauwe luchtige dekens gewikkeld. 

 

 

 

Antoine de Kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

16:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: antoine de kom, romenu |  Facebook |

12-08-13

Dolce far niente (Vermeer: Gezicht op Delft, Willem van Toorn), Thomas Mann

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Johannes Vermeer: Gezicht op Delft, 1660-1661

 

 

 

 

 

Vermeer: Gezicht op Delft

 

Ik maak je hierin aanwezig.

Je schaduw kondigt je aan

om een hoek. Boodschappen gedaan

in achterstraatjes. Bevend

 

raakt geschilderd zonlicht je aan

als je verschijnt op de kade.

Gehoede regenten staan

te wachten op dode schepen.

 

Ze kijken je na. Joffer. Zeker

laat ik er één bij je slapen

vannacht, als ik je in leven

houd, driehonderd jaar hiervandaan.      

 

 

 

 


Willem van Toorn
(Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

 

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

 

Uit: Tonio Kröger

 

„Die Wintersonne stand nur als armer Schein, milchig und matt hinter Wolkenschichten über der  engen Stadt. Naß und zugig war’s in den giebeligen  Gassen, und manchmal fiel eine Art von weichem  Hagel, nicht Eis, nicht Schnee.

Die Schule war aus. Über den gepflasterten Hof  und heraus aus der Gatterpforte strömten die Scharen der Befreiten, teilten sich und enteilten nach  rechts und links. Große Schüler hielten mit Würde  ihre Bücherpäckchen hoch gegen die linke Schulter  gedrückt, indem sie mit dem rechten Arm wider den  Wind dem Mittagessen entgegen ruderten; kleines  Volk setzte sich lustig in Trab, daß der Eisbrei um herspritzte und die Siebensachen der Wissenschaft  in den Seehundsränzeln klapperten. Aber hie und da  riß alles mit frommen Augen die Mützen herunter  vor dem Wotanshut und dem Jupiterbart eines gemessen hinschreitenden Oberlehrers ...

»Kommst du endlich, Hans?« sagte Tonio Kröger,  der lange auf dem Fahrdamm gewartet hatte; lächelnd  trat er dem Freunde entgegen, der im Gespräch mit

anderen Kameraden aus der Pforte kam und schon  im Begriffe war, mit ihnen davon zu gehen ... »Wieso?« fragte er und sah Tonio an ... »Ja, das ist wahr!

Nun gehen wir noch ein bißchen.« Tonio verstummte, und seine Augen trübten sich.

Hatte Hans es vergessen, fiel es ihm erst jetzt wieder ein, daß sie heute Mittag ein wenig zusammen  spazieren gehen wollten? Und er selbst hatte sich  seit der Verabredung beinahe unausgesetzt darauf  gefreut!

»Ja, adieu, ihr!« sagte Hans Hansen zu den Kameraden. »Dann gehe ich noch ein bißchen mit Kröger.« – Und die Beiden wandten sich nach links, indes die Anderen nach rechts schlenderten.“

 

 

 

Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

 

11-08-13

Dolce far niente (De Jordaan, Israël Querido)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Noorderkerk, Pieter Schenk, circa 1708

 

 

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

 

“Nu draafde de buurtpraat over een nieuwe roomijs-bedoening van Jans, nicht van Trui, die wel met gedofte duiten aan het werk zou zijn gegaan; over slenter-tochtjes langs de Maandagmarkt van Westerstraat en Noorderbuurt; over het vreeselijke gehaaide wijf uit de Krommert, die met twee broers leefde en haar mooie lijf verspilde aan een paar woeste schooiers. Plots sprongen ze op den rug van Malle Mien, van wie ze wisten dat ze zich drie jaar lang had laten blauw ranselen door haar dronken man, zonder een pink verweer, en die nu hém ram gaf, zonder dat hij een vin vertrilde. Zoo ziedde de buurtpraat rond, zich moeiend in alles, de meest persoonlijke gebeurtenissen tot op den grond omwoelend met een woedenden hartstocht en een snijdende veroordeeling.

Een vriendin van Trien de Soepketel schold op den broeder van het kliniekje in de Willemstraat.

- Sau'n luydborstige proppeschieter.... heí most d'r 'n krèp ofer se lèmpies....

- Dèt sel je loate.... onderbrak Neeltje met drift.... dèt is d'r 'n engel fèn 'n mènnetje.... ik hep er naujt nie sau'n fènt beleifd....

Al de praat-vrouwen vielen Neeltje bij, roemden de goedhartigheid van den broeder. Trien's vriendin werd giftig en de punt van haar spitsen neus krijtbleek. Haár jongen had de vent met een grauw en een snauw wéggebonjourd, vertelde ze.

- Sau'n lefgauser.... sau'n ribbemaus....

Koekjes Na niesde schrikkerig-kort.

 

 

 

Straat in de Jordaan, Jan Korthals (1916 - 1972)

 

 

- Sie je wel dèt 't woar is,.... lachte Trien,.... se niest d'rop.

- Loa jullie die nèfke mit rust.... hitste de blonde deern ertusschen.... omdèt d'r keirel flikt mit de peise hep jullie de pest in....

- Nei, nei.... kaàk-nouerissies.... nei... nei.... kaàk.... nei.... stotterde Rolrug.... Hei.... hei... ùg, hoe heit ie nou tug....

- Wie?.... wèt?

- Ug.... hoe heit ie tug?.... hoe....

- Gauj d'r moar 'n dwèrsstroat uyt.... lolde Trien. Rolrug wou iets heel wijs-bemiddelends er tusschenin dringen, maar ze lieten hem niet verder komen dan zijn ‘kaàkerissies’. Juist zijn gestotter sloeg den toorn weer over in spot en lach. -

- Seg Rolrug,.... je mot leire braàje.... hoonde de vrouw met het zweer-gezicht.

- Achter 't orregel fèn Lànge Jèn.... immes!.... schaterde de sigarenmaakster.... twei steikies feùr 't noadje!....

- Kaàk, 'n fraàje-jonge, mit lang hoar, - wie-doet-je-wèt...., gierde Trien.

Zelfs Lientje de Mosterdbak pruttelde een grapje mee over Jaap Bronk. - Onder het hoonend geschimp voelde de bochel weer sterker zijn onmacht. Zijn dooréén-gekroesde, zwarte brauwen trokken nijdig saâm, hingen laag-dreigend op zijn schelle oogen. - Maar weer zweeg hij. Eerst zou hij nog een krakertje pakken bij Moeke in de Anjelier en dan maar naar de vlet slobberen. -           

 

 

 

 

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e augustus ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

17:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, israël querido, romenu |  Facebook |

10-08-13

Dolce far niente (Zo kijken, Margreet Schouwenaar)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Alkmaar, De Waag

 

 

 


ZO KIJKEN

 

Zeg ik: ik zag
je warrig haar, je stille ogen,
je lippen smal die woorden
sloten. Zeg ik: ik zag, maar niet

wie je was. Zag ik de lijnen
van je rug met het kleine van
de weerstand, de rijp op je ogen?
Niet van wachten op lente,
maar vaak te koud.
Zeg ik: ik zag zonder onderscheid.
Jij was zoveel
in mij. Zien doet bestaan,
woorden maken leven. Nooit lang.
Zeg ik: alles is even en ook niet.
Zag ik je huid vol aarzelend haar?
Ik was daar thuis. Ik hoorde
In je lichte lied, in je schromend spel.
 
Kan een hart zich vergissen, doen
ogen mee? Elke weg ging toch
naar huis waar jij, waar welkom
op jouw warme lippen.
 
Zeg ik: er is veel voorbij, maar niet
dat je was, niet wat ik zag.
Zo zeg ik.





Dit gedicht in de Paternosterstraat in Alkmaar

 

 

 

 

 

Margreet Schouwenaar (Schagen, 16 mei 1955)

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2012 en ook mijn blog van 10 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Juan Gabriel Vásquez

Onafhankelijk van geboortedata:

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá in 1973. Hij studeerde rechten in zijn geboortestad, aan de universiteit van Rosario, en vertrok na zijn afstuderen naar Frankrijk, waar hij tussen 1996 en 19999 in Parijs woonde. Daar, aan de Sorbonne, ontving hij een doctoraat in de Latijns-Amerikaanse literatuur. Later verhuisde hij naar een klein stadje in de Ardennen in België. Na een jaar verhuisde hij naar Barcelona. In 2012 keerde hij terug naar Bogota. Ook al is hij een schatplichtig aan Gabriel García Márquez, hij zier zijn werk als een reactie op het magisch realisme. Vásquez publiceert in diverse tijdschriften en culturele supplementen werkt, schrijft essays en is wekelijks columnist voor de Colombiaanse krant El Espectador. Zijn verhalen zijn verschenen in bloemlezingen in verschillende landen en zijn romans zijn vertaald in verschillende talen. Bovendien heeft hij zelf werken van John Hersey , Victor Hugo , en EM Forster vertaald. In 2011 ontving hij de Premio Alfaguara voor zijn roman "El ruido de las cosas al caer". De romans “Los informantes” (De informanten), “Historia secreta de Costaguana” (De geheime geschiedenis van Costaguana) en “El ruido de las cosas al caer” (Het geluid van vallende dingen) werden in het Nederlands vertaald. Voorlopig verschenen reeds twee verhalen uit de bundel “Los amantes de Todos los Santos” in het Nederlands: “De terugkeer” verscheen in de leesbijlage van Vogue Nederland en het Vlaamse literaire tijdschrift Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift nam “De huisgenoot” op in zijn lentenummer.

Uit: De geheime geschiedenis van Costaguana (Vertaald door Brigitte Coopmans)

“Chronologie is een ontembaar beest; de lezer heeft geen idee wat voor onmenselijke arbeid ik heb moeten verrichten om mijn verhaal een min of meer geordende aanblik te geven (ik sluit niet uit dat die poging mislukt is). Mijn problemen met het beest zijn tot één enkel probleem te herleiden. Want u zult zien, met het verstrijken van de jaren en na veel nadenken over het onderwerp van dit boek, heb ik kunnen constateren wat ongetwijfeld voor niemand een verrassing is: alle verhalen in de wereld, alle verhalen die men kent, vertelt en zich herinnert, al die kleine geschiedenissen die de mens om de een of andere reden belangrijk vindt en die ongemerkt het angstaanjagende fresco van de Grote Geschiedenis vormen, verhouden zich in juxtapositie tot elkaar, raken elkaar, kruisen elkaar; geen enkel verhaal staat op zichzelf. Hoe spring je daarmee om in een lineair verhaal? Dat is onmogelijk, vrees ik. Ziehier een nederige onthulling, de les die ik heb geleerd in de omgang met de gebeurtenissen op aarde: zwijgen is verzinnen, leugens worden opgetrokken uit het onuitgesprokene, en aangezien het mijn bedoeling is om waarheidsgetrouw te vertellen, zal mijn kannibalistische relaas alles moeten omvatten, alle verhalen die het zonder al te veel moeite kan behappen, de grote en de kleine.”
(…)

Het was in die dagen dat Sarah Bernhardt arriveerde. De lezers sperren hun ogen wijd open, uiten reacties van ongeloof, maar toch is het zo. Sarah Bernhardt was daar. (…) In een piepklein en te warm theater, dat inderhaast was ingericht in een zijvleugel van het Grand Hotel, betrad Sarah Bernhardt voor een geheel Frans publiek, op één na, een podium met twee stoelen, waarop ze (…) uit haar hoofd en foutloos alle monologen uit de Phaedra van Racine voordroeg. Een week later zat ze alweer in de trein, maar dan in tegengestelde richting, en keerde terug naar Europa zonder dat ze ook maar één Panamees had gesproken … maar wel een plekje had verworven in mijn verhaal.”

 

 
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1973)

 

20:11 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: juan gabriel vásquez, romenu |  Facebook |

09-08-13

Dolce far niente (Reguliersgracht, Jan Jacob van Geuns)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Brug Reguliersgracht en Prinsengracht, David Schulman,  (1881-1966)

 

 

Reguliersgracht

 

Er ligt in ’t midden van de groote stad
Een stille gracht met boomen aan weerszijden.
Het leven gaat daar-buiten veel te rad:
Hier rust het uit en sluimert tusschenbeide.

 

Een wandelaar die dwalen komt hierheen
En om zich nóg het straatgeluid hoort suizen
Blijft in verwondering staan: hij is alleen:
Het water spiegelt boomen slechts en huizen…

 

Toen ik vanmiddag ging die gracht voorbij
Zag ik er drijven d’afgewaaide blaadren
-D’eerste dit jaar- het was zoo stil om mij
Dat ik meende: de herfst te hooren naadren…

 

 

 

 

Jan Jacob van Geuns (25 februari 1893 - 6 maart 1959)

Hoek Reguliersgracht en Keizersgracht (geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

08-08-13

Dolce far niente (Haarlems gemoed, Nuel Gieles)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Gerrit Adriaensz. Berckheyde, De Grote Markt in Haarlem, 1693

 

 

 

Haarlems gemoed

 

Al jong besefte ik, nog íéts te jong voor woorden:
de Spaarnestad bepaalt m’n klanken en m’n beelden
zuster Mariana wist immers al hoe het in Haarlem hoorde
op de kleuterschool, toentertijd, daar aan de Koningstraat
waar je als peuter al je Haarlems kind-zijn deelde
Het is altijd goed toeven en goed zoeken tussen al die Muggen
botaniseren, desnoods voor ons Noord-Hollands (Stads-)Archief
entomologisch is deze stad mij al decennia zó lief
ik zie De Waag, De Vleeshal, Gravenzaal en bruggen
Hoe Haarlems Haarlem is
kan haast geen Mug je zeggen
zei Nijgh al niet dat Haarlem niet bestaat
laat staan dat hier ter stede in de loop der tijd
een Spaarnestedeling je uit kan leggen
hoe dat nou werkelijk zit
met onze Mugse zijns-mentaliteit
Je zou het Bomans nog eens moeten kunnen vragen
die was zo Haarlems als de hemel en de hel
maar van geboorte eerst een halfjaar Hagenaar, dat wél
wat is er nodig om de geest van Hildebrand uit te dragen
Mulisch, Ferron en Meijsing, Cornelis
van Haarlem, Bronner, Bomans, Beets, Verwey
en Heijboer. En dan ook nog eens die invloed
van Vlaamse jongens als Frans Hals en Lieven de Key
zij maakten Haarlem samen wat het is
ga dan maar eens op zoektocht naar het Haarlemse gemoed?
Wat maakt de stad zo eigensteeds?
dat is dat je elkaar er ziet en groet
in de Schuur, op straat en in de kroeg
op de Grote Markt, waar Loutje staat
maar ook de Zonnevechter
Juist die diversiteit schenkt
Muggen hun karakter
hun krant heet niet voor niets Oprechter
en dat getuigt pas echt van hun mentaliteit.

 

 

 

 

Nuel Gieles (Haarlem, 17 december 1958)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

20:57 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, nuel gieles, romenu |  Facebook |