06-10-14

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulrich, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Horst Bingel, Peter Gosse

 

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Beheer

Hoe ik met het houden
van ouders begon,
toen ik mij kwijt was
in een kind.

Tweemaal ouder werden zij
mijn oudste kinderen.

Zwakker wordend sterkten zij
in mij aan totdat zij ademden
als in hun eerste albums.

Hoe ik hun levens afstof,
restaureer, hun klein museum
conserveer.

Hoe ik verouder tot grijze wees
van onvergankelijke ouders.

Hoe het nooit meer ophoudt
toen te worden.

 

 

Vloedlijn

Nooit moeder zo nabij
als bij Bordeaux. De cel
waaruit ik bel, maakt
nu het vloed is bijna

water. Ik voed de navel
streng van duizend kilo
meter ouderwets met
munten. Cijfers geven aan

hoelang ik nog mag luisteren
naar adem die mij leven gaf.
De haren in mijn oren rijzen
van de dingen die zij fluisterend

kan zeggen nu ik zover weg ben.
Als ik naar vader dreg, bekent
zij mij zijn dood vlakbij.
Ik hoor hem sterven in haar stem.

Tweemaal per week spoelt moeder
aan, ebt vader weg. En ik maar
staren over zee, mijn droge lippen
in de schelp van haar oor.

 

 

Nacht

Laat mij vannacht niet naar mijzelf gaan
liefste, doe me dat niet aan, het licht
is weg,de kans is groot dat ik verdwaal
te midden van de woestenij van je gericht.

Ik ben wellicht een lijfeigene van niets
maar liever die dan als een overspelige
te worden heengezonden om nadien
weer te vergaan in het luchtledige.

Duld me in de plooien van je slaap
ik ducht geen afstand als je wenst
dat we elkaar niet naken

maar wek me morgenochtend met de mond
waarmee je me omzichtig ging verkennen
tot je al mijn lippen had gevonden.

 

 
Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

Lees meer...

Yaşar Kemal

 

De Turkse schrijver Yaşar Kemal werd geboren op 6 oktober 1923 als Kemal Sadik Gökçeli in Hemite Hemite lag toen in de provincie Adana, maar behoort nu met de plaatsnaam Gökçedam tot Osmaniye. Zijn ouders kwamen tijdens WO II als Koerdische immigranten uit het dorp Ernis in de provincie Van naar Çukurova. Zijn vader Sadik verdiende zijn brood als verkoper van sinasappelen en bracht het daarmee tot een relatieve welvaart. Yasar Kemal had een moeilijke jeugd. Bij een ongeval, verloor hij zijn rechter oog. Toen hij vier of vijf jaar oud was moesthij toezien hoe zijn vader werd dood gestoken in een moskee tijdens het gebed. De middelbare school volgde Kemal in Adana en tegelijkertijd verdiende hij zijn brood in een katoenfabriek. Hij werkte later als katoenarbeider en vervangende leraar. In Adana, ontmoette hij de Turkse kunstenaar Abidin Dino, die was verbannen door de overheid te en hij raakte methem bevriend. Op 17-jarige leeftijd werd hij voor het eerst gearresteerd vanwege een gedicht. Yasar Kemal werd tijdens zijn carrière in totaal drie keer gearresteerd. Na zijn militaire dienst kwam hij 1946 trok hij voor de eerste keer in Istanbul. Daar ontmoette hij later ook zijn vrouw Tilda die van joodse komaf was. Zij steunde haar man enorm en heeft zijn werk in het Engels vertaald. Tussen 1951 en 1963 werkte hij als journalist en schreef hij voor de krant Cumhuriyet. Op dit moment begon hij de naam Yasar Kemal gebruiken. Als journalist, reisde hij door het hele land en rapporteerde hij over de situatie van de werknemers en kansarmen. In 1962 sloot Kemal zich aan bij de Arbeiders Partij van Turkije (Arbeiderspartij van Turkije) (tip) en hij bekleedde daarin belangrijke functies. Zijn eerste boek publiceerde Kemal in 1952 onder de titel “Sarı Sıcak”, Daarin schreef hij over Çukurova - een van zijn favoriete onderwerpen. Zijn populairste werk is “Memed mijn valk” (1955). Het is vertaald in meer dan 40 talen en de roman groeide uit tot een legende. In 1984 werd hij door Peter Ustinov met weinig succes verfilmd.Yasar Kemal ontving vele internationale onderscheidingen en in 1972 werd hij voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur. In 1984 werd hij tot Commandeur de la Légion d'Honneur benoemd. In 1985 werd hij bekroond met de Sedat Simavi-prijs voor literatuur in 1986 met de Orhan Kemal Literatuurprijs. 1997 ontving hij de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel en in 2008 de Turkse Culturele Staatsprijs

Uit: The Sea-Crossed Fisherman (Vertaald door Thilda Kemal)

Nobody had ever loved Fisher Selim like this huge three-metre-long  dolphin, not his mother, nor his father, not the comrades by whose  side he had fought in the war, not his brothers, not the fellow-fishermen whose lives he had saved, only one other person,  just one. . . . Just let the dolphin not see Fisher Selim’s boat for a few  days. . . . He would go mad, turning the vast Marmara Sea inside out,
dashing at lightning speed from Yalova to the Bosphorus, from the  Bosphorus to the Gulf of Saros, with all his family at his tail, frantic,  grieving. He would approach every boat in sight, enquiring for his
friend Fisher Selim, searching among the craft along the shore,  tirelessly, ceaselessly. And the fi
shermen would come to Selim and  say: “He was beating about the sea again today, your pet, hey, Fisher  Selim, looking for you!” And Fisher Selim, his heart swelling with  love and pride, would think that there was some beauty, some hope  left in being human.“
(…)

Nobody remembers what year it was, that accursed year when dolphin oil became a precious commod
ity. Foreigners were eager to buy it and one drop was worth a gram of gold. Fishermen flowed into the Marmara from everywhere, the Black Sea, the Aegean, even the Mediterranean, and soon a fierce hunt was on, more like a wholesale massacre. . . . The cries of the dolphins still echo over the Marmara, the shrieking as they were caught—harpooned, dynamited or shot dead. . . . The oil thus obtained was scooped into barrels that were loaded on to foreign freighters anchored off Haydarpaşa or  the Bosphorus. “
(…)

“As the dolphins roamed the Marmara in shoals, leaping and frolicking gaily, boon companions to birds and sailors, they stirred up the fish from the depths and herded them to the shores, so that in those times the catch was bountiful and the people of Istanbul could buy tunny for ten kurush and not, as now, a hundred lira the pair. . . . Doesn’t every fisherman, every skipper, know that the dolphin drives the smaller fish in towards the coast, stirring them out of their nests, making it easy to catch them? Doesn’t he know that with the dolphins gone the seas will dry up? “

 

 
Yaşar Kemal (Hemite, 6 oktober 1923)

19:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: yaşar kemal, romenu |  Facebook |

05-10-14

Roberto Juarroz, Václav Havel, Stig Dagerman, K.L. Poll

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Eleventh. I. 13

The craziness of the world must be changed.
To begin this work,
we could, for example,
take all the proper nouns
and write them again with lower case letters,
beginning with the one you love
of the biggest absence,
without overlooking
the proper noun for death.

By making names progressively smaller,
we will be gradually recovering the emptiness they contain
and perhaps we can find an extra,
the proper name of nothingness.

And to name nothingness
could be precisely
the foundation we lack:
the foundation of a craziness
we won't need to change.

 

Vertaald door Mary Crow

 

 

Uit: Vertical Poetry

The roads leading upward
never get there.
The roads leading downward
always get there.
Then there are the roads in between.
But sooner or later every road
leads up or down.

 

 

Interior deserts,
vague litanies for someone who died
leaving all the doors open.
A gray cloak over another cloak of no color.
Excessive densities.
Even the wind casts a shadow.
Mockery of the landscape.
Nothing left to call to
but a flat dark sun
or an endless rain.
Or wipe out the landscape
with the wind and its shadow.
And there is one further resort:
drive the desert mad
until it turns into water
and drinks itself.
It it better to madden the desert
than to live there.

 

Vertaald door W.S. Merwin

 

 

 
Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

Lees meer...

Flann O’Brien, Denis Diderot, Charlotte Link, José Donoso, Ervin Sinko

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Flann O’Brien op dit blog.

Uit: Drink and Time in Dublin

“If you take one now and take another when you get home, you’ll get a very good sleep but don’t take any more till to-morrow night because that stuff’s very dangerous. So I take one. But I know the doctor doesn’t know how bad I am. I didn’t tell him the whole story, no damn fear. So out with me to the jax where I take another one. Then back for a drink, still as wide-awake as a lark. You’ll have to go home now, the doctor says, we can’t have you passing out here, that stuff acts very quickly. Well, I have one more drink and off with me, in a bus, mind you, to the flat. I’m very surprised on the bus to find meself so wide-awake, looking out at people and reading the signs on shops. Then I begin to get afraid that the stuff is too weak and that I’ll be lying awake for the rest of the evening and all night. To hell with it, I say to meself, we’ll chance two more and let that be the end of it. Down went two more in the bus. I get there and into the flat. I’m still wide-awake and nothing will do me only one more pill for luck. I get into bed. I don’t remember putting the head on the pillow. I wouldn’t go out quicker if you hit me over the head with a crow-bar.
—You probably took a dangerous over-dose.
—Next thing I know I’m awake. It’s dark.
I sit up. There’s matches there and I strike one. I look at the watch. The watch is stopped. I get up and look at the clock. Of course the clock is stopped, hasn’t been wound for days. I don’t know what time it is. I’m a bit upset about this. I turn on the wireless. It takes about a year to heat up and would you believe me I try a dozen stations all over the place and not one of them is telling what the time is. Of course I knew there was no point in trying American stations. I’m very disappointed because I sort of expected a voice to say “It is now seven thirty p.m.” or whatever the time was.”

 

 
Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)
Cover

Lees meer...

04-10-14

Coen Peppelenbos, Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Charles Frazier, Gabriel Loidolt

 

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

Louis Couperus spreekt Gronings

Vriend Jaap voerde mij pepermuntjes
tijdens de rijtoer naar Paterswolde
opdat mijn Hollands-hoge stem
die avond, met affectie,
ritmisch huppelende dactyli zou zingen.

Ja, de boerse noordelingen, inboorlingen
met begrensde spreekstemmen staan versteld
van klankbevleugelde woordreeksen.

In hare drom’n, hare vizioen’n
lat’n zien en doen smacht’n

O vriend Jaap, dank voor de witte rozen,
dat ik nog eens in je tent kom overzomeren
te Terschelling, om de omelet te proeven
die je zo goed weet te bereiden.

 

 

Dijklichamen

De lijken liggen op Deltahoogte.
Het nageslacht trok het land in,
was de golven voor.

De namen op de stenen zijn
bijna verdwenen in zoutbeslag en regen
die familie Toxopeus wist wat sterven was.
Deze botten houden de dijk op orde
kraakbeen en knekelwering.

Ze liggen daar maar open en bloot,
missen de schaduw van de kerk
als schapen in de zomer de bomen.
Pak het zand vast, dijklichamen
en houd de zondvloed tegen.

 

 

 
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

Lees meer...

Roy Alton Blount Jr., Herbert Kranz, Hugh McCrae, Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier

 

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: Alphabet Juice

“Maybe many of them were trying to break away from the alphabet, but I wasn't. To me, letters have always been a robust medium of sublimation. I don't remember what I was like before I learned my ABC's, but for as long as I can remember I have made them with my fingers and felt them in my bones. Where are we, at the moment? We're in the midst of a bunch of letters, and if you're like me, you feel like a pig in mud.
What a great word mud is. And muddle, and muffle, and mumble . . .
You know the expression "Mum's the word." The word mum is a representation of lips pressed together. Since it's not merely a sound, mmmm, but a word, to say it we have to move our lips. For the separator we choose that utterly unintellectual (though it's what we say when trying to think) vowel sound uh, which thrusts at the heart of push and shove and grunt and love.
The great majority of languages start the word for "mother" with an m sound. The word mammal comes from the mammary gland. Which comes from baby talk: mama. To sound like a grownup, we refine mama into mother; the Romans made it mater, from which: matter. And matrix. Our word for the kind of animal we are, and our word for the stuff that everything is made of, and our word for a big cult movie all derive from baby talk.
What are we saying when we say mmmm? We are saying yummy. In the pronunciation of which we move our lips the way nursing babies move theirs. The fact that we can spell something that fundamental, and connect it however tenuously to mellifluous and manna and milk and me (see M), strikes me as marvelous. You know the expression "a magic spell"—
Here the scholar cries, Aha! (See H.)”

 

 
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

Lees meer...

Koos Schuur

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zijn ouders hadden een winkel in naaimachines en fietsen en zijn grootvader had een boekhandel die later werd voortgezet door een oom. Schuur volgde de HBS in Veendam en maakte in de vijfde klas kennis met Theo Mooij, de latere dichter A. Marja. Thuis was er geen geld voor een academische studie en daarom werkte Koos Schuur vanaf 1935 als journalist bij het dagblad De Noord-Ooster in Wildervank. Schuur debuteerde in 1938 als dichter in het onafhankelijk literair tijdschrift Den Gulden Winckel. A. Marja stuurde zonder medeweten van Schuur diens gedicht Spiegelman naar De Gids, waar het werd geplaatst. Ook verscheen een gedicht van Schuur in Criterium. Via Marja leerde Schuur o.a. Max Dendermonde, Eddy Evenhuis, Ferdinand Langen, Ab Visser en Hendrik de Vries kennen. Tijdens WO II maakte Schuur deel uit van een verzetsgroep. In 1942 nam hij ontslag bij De Noord-Ooster. Nadat de verzetsgroep geïnfiltreerd was door een verrader, verhuisde Schuur in augustus 1942 naar Amsterdam, waar hij onderdook om te voorkomen dat hij als dwangarbeider in Duitsland zou moeten werken. In Amsterdam leerde hij onder andere Jan Elburg kennen. Na de oorlog werd Schuur redacteur bij De Bezige Bij en vormde hij samen met Ferdinand Langen de redactie van het tijdschrift Het Woord. Hij trouwde met de actrice Caroline Bigot, met wie hij twee zoons kreeg, Jan en Kees. In 1951 werden enkele gedichten van Schuur opgenomen in de bundel Atonaal. In datzelfde jaar emigreerde het gezin Schuur naar Australië. Over zijn beginperiode daar schreef Schuur brieven die door Jan Elburg en Salvador Hertog werden gebundeld in En de Kookaburra lacht (1953). Nadat zijn huwelijk in Australië op de klippen was gelopen, hertrouwde Schuur. In 1962 keerde hij terug naar Nederland, waar hij aanvankelijk weer bij De Bezige Bij werkte en vanaf 1967 bij de boekenclub ECI. Hij vertaalde werk van onder anderen Günter Grass, Heinrich Heine, Arthur Koestler, Ezra Pound, J.D. Salinger en Dylan Thomas. Pas in 1980 kwam weer een dichtbundel van hem uit: Waar het was. In 1990 volgde de bloemlezing Signalen, een keuze uit zijn werk vanaf 1930. Schuur trouwde in 1968 voor de derde maal. Uit het huwelijk werden nog drie kinderen geboren. De schilder Geert Schreuder maakte in 1998 onder de titel Novemberland een serie van negen schilderijen bij het gelijknamige gedicht van Koos Schuur.

 

Novemberland (Fragment)

Na de roodbruine warmte van september,
na van october 't zwaar en donker goud,
keren de heldre dagen van november
met ijle geur van brandend turf en hout,
van rijpe appels, rottend loof. Reeds koud
worden de morgens in de kale velden
waar raven, met de ondergang vertrouwd,
de heerschappij aanvaarden; sombre helden
die zich met nog somberder roepen melden.
Op het vochtige land strijken zij neer
waar zij op paarden en op honden schelden
en zij voorspellen vorst en winterweer.

Er leiden moddersporen naar de schuren
van boerenhoeven, trage wagens gaan
en knapen branden wìtrokende vuren,
die er als bakens in den schemer staan.
Des avonds komt een opgezwollen maan
ontzaggelijk omhoog uit einderdampen
als vrucht van vreemde plant en meet zijn baan,
terwijl de verontruste paarden stampen
en koeien angstig loeien als in krampen.
Dan neemt de boer een lamp, gaat in de stal
en klopt zijn kalmte in hun bange flanken.
die heel licht siddren als een waterval.

Dit is mijn land: onder pastellen luchten
liggen de akkers eindeloos en triest;
de wind neemt aanloop tot al wijder vluchten
en, spelend rond een eenzaam huis, verliest
hij telkens even aarzlend zich en briest
in een verlaten boom. De blaadren schuilen
en kantlen zich. Maar hij, al wilder, kiest
de zwaksten uit en jaagt over de vuile
akkers hun gele vlekken in de kuilen,
de rook van brandend loof verzamelend.
Des nachts komt hij wild in een schoorsteen huilen
tot hij verveeld verdervlucht, stamelend.

 

 
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)

13:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: koos schuur, romenu |  Facebook |

In Memoriam Ward Ruyslinck

 

In Memoriam Ward Ruyslinck

 

De Belgische schrijver Ward Ruyslinck is gisteren op 85-jarige leeftijd overleden. Ward Ruyslinck (pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser) werd geboren in Berchem op 17 juni 1929. Zie ook alle tags voor Ward Ruyslinck op dit blog.

Uit: Wierook en tranen

“Zij bad, rustig en ingetogen, geheel vervuld van een groot vertrouwen dat ik niet kende. Zij bad tot het witte wolkje, tot het kaarslicht dat in alle kapelletjes en kerken ter wereld eeuwigdurend brandde, tot de verre onbereikbare God van Vera, die beschikte over leven en dood. Ik wist zo bitter weinig van hem af en daarom begreep ik misschien ook niet om welke reden Hij me Vera ontnomen had, waarom Hij dit alles gedoogde, deze oorlog, deze tranen, dit nutteloze leed, dit voortdurend afscheid nemen van wie men liefhad. Of ik het nu begreep of niet, dat deed er niets toe, één ding had ik nu herhaaldelijk kunnen vaststellen: dat Hij een god was die de mensen meer verdriet dan blijdschap gaf. En wanneer de ene mens de andere verdriet gaf, werden ze gewoonlijk elkaars vijanden, maar niemand wilde de vijand van God worden. De mensen waren beducht voor Hem, ze lieten Hem gewoon zijn gang gaan, ze aanvaardden dit bijna als iets vanzelfsprekends en soms waren ze er Hem ook nog dankbaar voor.”
(…)

 
Daan Brouwers (Waldo) en Katelijne Verbeke (Vera) in de film uit 1977

 

“Gaan wij dan naar een klooster?…” “Neen,” antwoordde ze, “maar later, als ik oud genoeg ben, ga ik in het klooster leven, voorgoed, voor altijd. Ik word kloosterzuster. Vind ge dat niet heerlijk, Waldo?” Een schok voer door mij heen en ik bleef stilstaan. Hoe kon ze zoiets zeggen? Was ze dan waarlijk vergeten wat ze me gisteren nog had voorgespiegeld, over het huis in de duinen? Een groot ongenoegen kwam over mij, mijn wimpers begonnen te trillen en op dat ogenblik vergaf ik haar dit niet, deze ontrouw, deze smadelijke verbreking van een plechtige belofte. “Ik dacht,” zei ik ontdaan, “dat we een huis zouden bouwen in de duinen en daar blijven wonen totdat we dood gingen?” Ze knipperde met haar ogen en haar mond viel weer eventjes open, zoals ik haar dat gisteren had zien doen, toen ik haar op het plein ontmoette. “Totdat we doodgaan? Heb ik dat gezegd? Neen, o neen, totdat de oorlog gedaan is. Ge hebt me klaarblijkelijk verkeerd verstaan. Zodra de oorlog gedaan is, word ik kloosterzuster. Waarom kijkt ge zo…zo…? Vindt ge dat niet fijn?” “Neen,” zei ik uit het diepst van mijn hart.’

 

 
Ward Ruyslinck (17 juni 1929 – 3 oktober 2014)

03-10-14

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper

 

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Monte Carlo

“De naam van de man is Jack Preston.
Zijn vader, zachtaardig, gesneuveld voor het vaderland, wou hem Adam noemen, maar zijn moeder vond Adam te deftig, niet passen bij hun soort eenvoudige mensen. Hem Adam noemen, dacht ze, achteroverleunend in de opgeklopte kussens, terwijl haar pasgeboren zoon de lippen om haar zeer gevoelige linkertepel sloot en daarbij een zacht kermen voortbracht, als van een overrompelend geluk na het doorstane leed, een geluk zo groot dat het niet helemaal in zijn lijfje paste, waardoor het overschot met opeenvolgende trillingen van de stembanden afgevoerd moest worden, hem Adam noemen, dacht ze, zou verkeerde verwachtingen scheppen en hem voorbestemmen voor een leven verziekt door ontgoocheling.
Jack. Naar haar doodgeboren broertje dat de voorbije maanden geen seconde uit haar gedachten was geweest en haar de nacht tevoren in een droom had bezocht, haar als een volwassen man de hand had geschud op een manier die in de droom niet de minste twijfel liet bestaan over zijn ware identiteit.
Adam, dacht zijn vader elf jaar later. De gedachte viel samen met het inslaan van een kogel vlak bij zijn gezicht. Nu hij hier op dit vreemde strand lag, getroffen in de borst, de pijn ver voorbij, nu hij geen deel meer nam aan het tumult, ebde zijn angst weg. Het mortiervuur, de schorre kreten, de fluitende kogels, de zee, alles vervaagde. Op het ogenblik dat de inslaande kogel het zand deed opspatten en een kuiltje maakte, precies in zijn blikveld, kwam de naam Adam als een warme herinnering, een onverwacht geschenk, de zoon die zijn zoon ook was. Het stille, exclusieve genoegen van een geheim verbond, besloten in één woord. Adam. Hij fluisterde, hij voelde zijn lippen bewegen, en hij stierf.”

 

 
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

Lees meer...

Niña Weijers

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Niña Weijers werd geboren in Nijmegen in 1987. Zij studeerde literatuurwetenschap in Amsterdam en Dublin. Ze schreef korte verhalen en essays voor diverse tijdschriften en in 2010 won zij de schrijfwedstrijd Write Now! Van 2009-2014 werkte ze als programmamaker bij Academisch-cultureel centrum SPUI25 in Amsterdam. Ze schrijft voor De Groene Amsterdammer (recensies en een online-column), is redacteur bij De Gids en maakt samen met Simone van Saarloos de talkshow Weijers & Van Saarloos. In mei 2014 verscheen haar debuutroman “De consequenties”. Deze werd genomineerd voor de Bronzen Uil en won de Anton Wachterprijs 2014.

Uit: De consequenties

“Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel. Het was 11 februari 2012, de dag was helder en koud, maar niet koud genoeg: al vroeg in de ochtend had ze de warmte van de zon kunnen voelen op de bleke, ruwe huid van haar gezicht. Het was zaterdag.
Dagen achtereen had het stevig gevroren. De sluizen in de binnenstad van Amsterdam waren gesloten en voor het eerst in jaren werd er geschaatst op de grachten. Er werden tochten georganiseerd en afgelast, er werd gespeculeerd over een Elfstedentocht, wel, niet, een winterse cadans die het land in zijn greep hield alsof het koersen betrof en iedereen aandelen bezat. Toen nam de vorst af. De lucht werd grijs en vochtig, en ze leek niet zachter maar harder en leger. Gelige ijsschotsen staken uit de Herengracht, blikjes bier en chipsverpakkingen kwamen bovendrijven en het was alsof iedereen nu pas de kou begon te voelen, en de zwaarte van de winter.
Het menselijk lichaam heeft een merkwaardige kortzichtigheid waar het verliefdheid en weersomstandigheden betreft: het denkt dat de huidige toestand altijd zal blijven voortbestaan en steekt niets, maar dan ook niets op van het verleden, dat misschien wel iets roept, maar dan toch recht tegen de wind in. Toen dus op die zaterdagochtend in februari de zon doorbrak, had niemand meer rekening gehouden met deze mogelijkheid. Duizenden ogen knipperden verbaasd bij het zien van het onwaarschijnlijke, grootse licht dat plotseling over de wereld was neergedaald en alle moleculen in de atmosfeer blauw kleurde. Op zulke dagen is er weinig keuze. Je kunt de gordijnen dichthouden, maar daarbuiten heeft de wereld zich uitgerekt en alle dingen rekken mee, opwaarts en opwaarts richting de zon.”

 

 
Niña Weijers (Nijmegen, 1987)

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: niña weijers, romenu |  Facebook |

02-10-14

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius, Waltraud Anna Mitgutsch

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

De dood viel op een dinsdag

De dood viel op een dinsdag en je was er niet.
In bad zat ik, ik uitte onderwaterwensen tot ik
happend naar jouw adem mijn bespiegeling te boven kwam.
Piano's sloegen hun vlerken uit en wachtten op vingers,
op de gedachte aan je lichaam die hem in de vingers zat.
Aders marmerden mijn armen dieper en dieper dan een glas
was de stem die jou plechtig aan het hoofd bracht
van al mijn onbegonnen doch gezongen brieven.

Zo liet ik mij te water, zo lag ik te baden in dat lied.
Met mijn erectie linea recta naar jouw sterrenbeeld.
Een dinsdag en de dood, zei ik. Je was er niet.

Verliefdheid is ook ruimschoots op voorhand droevig zijn
om een mislukken dat nog niet mogen beginnen is.

 

 

Liefde over duizend jaar

Liefde over duizend jaar
dat zijn jij en ik vandaag
maar dan op betere matrassen

Misschien de mannen
iets of wat langere kalebassen
in retromodieuze kamerjassen.
Misschien de vrouwen
nog meer nachtcrème in hun vouwen
en de stiltes tussen hen
al te danig draaglijk

Men tost of men de cd van de specht
of die van een kwakend beest opzet
als men geniepig gaat vossen
in de plastic bossen
van Barvaux of daaromtrent.

Liefde over duizend jaar;
die helse hemel en evenzeer onzeker
als jij en ik vandaag.

 

 
Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

Nes Tergast

 

De Nederlandse dichter en kunstcriticus Nes Tergast (eigenlijk Albert Ernest Bruno Johannes) werd geboren in Salatiga, Java, op 2 oktober 1896. Na zijn jeugdjaren in Indonesië studeerde hij scheikunde in Delft en bezocht hij de hogere handelsschool in Rotterdam. Uiteindelijk vestigde hij zich als makelaar in Den Haag. Onder het pseudoniem Bruno van Nes werkte hij aanvankelijk met poëzie mee aan Werk (1939). In 1940 verscheen de bundel Glas en schaduw, samengesteld uit de poëzie voor Werk en het tijdschrift Criterium. Pas geruime tijd na WO II verscheen opnieuw poëzie in de bundel Het moederland (1949), waarin zijn geboorteland Indonesië een belangrijke evocatieve rol speelt. Daarna volgden nog twee bundels gedichten: Deliria (1951) en Werelden (1953). De hem voor deze poëzie toegekende Jan Campertprijs 1955 weigerde hij. Tergasts poëzie is in hoge mate modern te noemen, zowel wat betreft vormgeving als inhoud. Hij sluit aan bij Franse en Amerikaanse dichters als René Char, Prévert en Cummings. Behalve poëzie publiceerde Tergast artikelen over kunstpolitiek, moderne kunst en moderne poëzie. Hij schreef een monografie over de schilder Hendrik Chabot (1946). Ook was hij een bekend verzamelaar van moderne kunst.

 

De nacht brak. Bandoeng sliep. Een fluit

De nacht brak. Bandoeng sliep. Een fluit.
De hemel zocht naar zijn glazuren.
de bergen lagen in de rui
Van paars naar blauw, en met de uren
Zagen zij er weer anders uit.
De rode zon, naar Allah’s kuren,
Smolt tot een blank metaal, waaruit
De dag de gladde schubben schuurde
Van sawah’s in het ochtendlicht.
Een glans van oude porceleinen
Betoverde het vergezicht
Nog even.
                  Over fantastische ravijnen
Zwevende cirkelsegmenten, van rug
Naar rug gesponnen als baleinen
Wondren: krijtlijnen aan de lucht,
Waarover klein de treinen schuiven
Met ingehouden razernij.
En watervallen die verstuiven
Tot een witkanten mijmerij
Waarin soms speelse regenbogen
Verrafeld dansen op den wind,
En ‘s nachts de maan met blauwe ogen
Lichtblauwe vlinders slapen vindt.
Een theeplantage hier en daar,
Wat rubbertuinen, een fabriek,
Wat schots en scheve dorpen waar
Halfdomlend en voor drie kwart ziek
De krotten leunen op elkaar.
Dan dalen wij het laagland binnen
Wat doezelig van lijf en zinnen.

 

 
Nes Tergast (2 oktober 1896 – 12 december 1974)
De Toetangsche weg te Salatiga, Midden-Java (Geen portret beschikbaar)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nes tergast, romenu |  Facebook |

01-10-14

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O'Brien

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Pizzamafia

“Zijn vragende ogen vraten mij zowat op. Het is niet eerlijk, dacht ik. Dat hij zo naar me kijkt en dat hij allemaal van die rare dingen zegt. Ik wil tijd hebben om te voetballen, om te pokeren, om met Alice te eten en romantisch naar Texel te gaan. O, wat hadden we het op haar verjaardag toch leuk gehad. Ze was echt trots op die gare rap van me. En ik wil zoveel mogelijk leren, om uiteindelijk op de beurs van Amsterdam te werken.”
(…)

 

 
 Scene uit de film Pizza Maffia uit 2011 

 

Ik pakte een sigaret. ‘Ja,’ zei ik. ‘De situatie is echt klote.’ ‘Ja, de situatie is verdomd klote.’ ‘Ja, de situatie is echt shit.’ ‘Ja, de situatie is echt fokking shit.’ En daar bleef het dan bij: we hadden duidelijk allebei niet echt zin om erover te praten.
Wallah, ik moest toch wat zeggen, dus vroeg ik tussen het snikken door: ‘Het komt toch wel goed, Haas?’ Haas sprong op. ‘Wat doe je, jankerd. Je bent toch geen homo?’
(…)

- “Hij”, snauwde hij. “Hij hier ….deze slaapmuts. Deze schetenkweker. Deze ballenpoetser. Deze kontenkrabber…”. Het was alsof hij het woordenboek voor scheldnamen uit zijn hoofd aan het leren was. Hij ging maar door en door. “Deze tenenkaasvreter had allang in de zaak van zijn vader moeten staan.”

 

 
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

Lees meer...

30-09-14

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

Uit:Een nieuw monument

“Vondel verloor er vijf en dichtte door, of zijn poëzie erdoor gewonnen heeft, is de vraag. Bij het graf van mijn leeftijdgenoten onderga ik schaamteloos een gevoel van triomf dat, wonderlijk genoeg, niet wordt getemperd of bedorven door het vooruitzicht eenmaal zelf tot die doden te zullen behoren, en weerloos als ik dan ben het bezoek te moeten gedogen van onbekenden met eenzelfde morbide nieuwsgierigheid als de mijne.
(…)
Ik gedachten liep ik naar de uitgang waar het hek werd opengehouden door iemand die ik pas op het laatst opmerkte, een nog jonge man, mager als de dood, een hark als een zeis over de schouder. Hij stelde zich na zijn groet voor als degene die met het onderhoud van de begraafplaats was belast. Zijn opgewekte toon en vrijmoedige oogopslag maakten duidelijk dat hij geenszins onder zijn taak gebukt ging, en waarom zou hij ook, nergens was het leven zo’n voorrecht als onder de rook van de doden. Na die welhaast wijsgerige opmerking die mij overigens eerder deed denken aan cremeren dan aan begraven, durfde ik hem wel naar het lot van John Mount in zijn lege graf te vragen.” 

 

 
Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

Lees meer...