26-08-13

Emmy van Lokhorst

 

De Nederlandse schrijfster en literatuurcriticus Emmy van Lokhorst werd geboren in Den Haag op 26 augustus 1891. Van Lokhorst was een dochter van de architect en Rijksbouwkundige Jacobus van Lokhorst. Ze doorliep de hbs in Den Haag en de kweekschool voor onderwijzeressen in Arnhem. Ze werkte kort als lerares in Amsterdam en was au pair in Londen en daarna in Ierland. Van Lokhorst debuteerde in 1917 met de Bildungsroman “Phil's amoureuze perikelen”, die eerder als feuilleton in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift verschenen was. Naast het schrijven werd ze bekend van haar huwelijken en verhoudingen. Van Lokhorst huwde in 1916 de schrijver en journalist Hans van Loon, met wie ze in Frankrijk woonde. Zij studeerde toen Frans aan de Sorbonne. Het paar ging in 1919 uit elkaar, maar huwde opnieuw in 1922. Gedurende haar tweede huwelijk met Van Loon had ze in 1923-25 een verhouding met de dichter Martinus Nijhoff, die ze in 1934 beschreef in de sleutelroman De toren van Babel. In februari 1927 gingen Van Lokhorst en Van Loon definitief uit elkaar en een maand later huwde Van Lokhorst met de componist Willem Pijper, met wie ze in Amsterdam en later in Wassenaar ging wonen. Tijdens dit huwelijk liep de samenwerking tussen Pijper en Nijhoff rond de opera Halewijn uit op ruzie. Nijhoff trok zich terug en Van Lokhorst werkte het libretto van de opera om in samenwerking met H.W.J.M. Keuls. Omdat ze al enige jaren een verhouding had met de literatuurcriticus D.A.M. Binnendijk, gingen zij en Pijper in 1936 uit elkaar. Van Lokhorst vestigde zich in Oegstgeest en huwde daar in 1938 met de psychiater Paul Hugenholtz. Het paar keerde terug naar Amsterdam en raakte daar bevriend met de schrijfster Anna Blaman en de dichteres M. Vasalis. In 1950 werd ook het vierde huwelijk ontbonden, toen Hugenholtz haar verliet voor een patiënte. In de Tweede Wereldoorlog stelden Van Lokhorst en Victor E. van Vriesland het Boekenweekgeschenk 1941 “Novellen en gedichten” samen, dat naar het oordeel van de Duitse bezetters niet "arisch" genoeg was. Ook speelde zij een rol in het protest tegen de door de bezetters ingestelde Nederlandsche Kultuurkamer. Na de oorlog verschoven haar activiteiten van het scheppend schrijven naar redactioneel en organisatorisch werk. Ze was toneelcriticus en zat in de redactie van De Gids en van het VARA-radioprogramma Artistieke staalkaart. Ze was lid van de Raad voor de Kunst en maakte deel uit van literaire jury's, onder meer van de P.C. Hooft-prijs.

Uit: Het vervreemde bezit

“Donkerder werd de middag; in het park daalde paarse schemer tusschen de boomen. Twee vrouwen wandelden door de smalle lanen; zij gingen zwijgend naast elkander voort tot zij bij de bank aan den vijver kwamen. De jongste raakte even den arm van de andere vrouw en met een zucht liet deze zich op de bank zinken.
Over den vijver lag bleekgrijs schijnsel, waarin zwanen dreven. Een zwarte vogel wiekte laag over het water en verdween achter het ronde bruggetje. De wind kwam en ging met zacht geruisch in de boomen boven hun hoofd. De oudste der twee vrouwen begon, zonder haar gezellin aan te zien, plotseling snel te spreken. Zij zat rechtop, haar handen in de grijs glacé handschoenen lagen in elkaar gevouwen op haar schoot. Zij staarde voor zich uit, en af en toe hief zij haar rechterhand op, als om aan te wijzen, wat zij voor zich zag.
‘Nu ik u beter ken, zal ik u vertellen, wat er gebeurd is, zuster. U moet goed naar mij luisteren, want het is een vreemd verhaal, maar u weet, dat ik volkomen normaal ben, al zeggen zij van niet. Ik ben altijd een sterke, gezonde vrouw geweest, ik was nooit ziek, dat moet iedereen toegeven. Maar het verdriet heeft mij eronder gekregen; ik ben nu soms heel moe, zoo moe, dat ik wel nooit meer uitgerust zal raken. Dat komt door het verdriet, en door het huis. Aan dat huis zal ik ten onder gaan.
Ik ben niet zoo heel jong getrouwd, ik was negen en twintig, toen ik mijn man voor het eerst ontmoette. Hij was tien jaar ouder dan ik en ik zag tegen hem op, half met bewondering, half met angst.
De eerste jaren van ons huwelijk leefde ik in een voortdurende spanning; den geheelen dag was ik bezig in huis alles zóó te verzorgen, als mijn echtgenoot het wilde. Ik ging nooit alleen uit, behalve om eenige huishoudelijke inkoopen te doen. Ik had eigenlijk geen vriendin, of eenig familielid, die ik kon bezoeken. Mijn ouders waren jaren voor mijn huwelijk gestorven en ik was hun eenig kind geweest.
Wel kwamen af en toe kennissen bij ons op bezoek, maar dat waren meest veel oudere menschen, met wie ik geen contact had. Mijn man leefde heel eenvoudig. Den geheelen dag was hij op zijn kantoor; 's avonds zat hij met papieren en brieven voor zich zijn pijp te rooken, terwijl ik thee in schonk en wat naaiwerk onder handen had. Een enkele maal gingen wij wel eens naar een concert of naar een schouwburg, maar die uitgangetjes brachten weinig verandering in het eentonige leven, dat wij leidden.”

 

 
Emmy van Lokhorst (26 augustus 1891 – 27 mei 1970)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: emmy van lokhorst, romenu |  Facebook |

25-08-13

Martin Amis, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Thea Astley

 

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

 

Uit: Night Train

 

“I am a police. That may sound like an unusual statement--or an unusual construction. But it's a parlance we have. Among ourselves, we would never say I am a policeman or I am a policewoman or I am a police officer. We would just say I am a police. I am a police. I am a police and my name is Detective Mike Hoolihan. And I am a woman, also.

What I am setting out here is an account of the worst case I have ever handled. The worst case--for me, that is. When you're a police, "worst" is an elastic concept. You can't really get a fix on "worst." The boundaries are pushed out every other day. "Worst?" we'll ask. "There's no such thing as worst." But for Detective Mike Hoolihan this was the worst case.

Downtown, at CID, with its three thousand sworn, there are many departments and subdepartments, sections and units, whose names are always changing: Organized Crime, Major Crimes, Crimes Against Persons, Sex Offenses, Auto Theft, Check and Fraud, Special Investigations, Asset Forfeiture, Intelligence, Narcotics, Kidnapping, Burglary, Robbery--and Homicide. There is a glass door marked Vice. There is no glass door marked Sin. The city is the offense. We are the defense. That's the general idea.

Here is my personal "ten-card." At the age of eighteen I enrolled for a master's in Criminal Justice at Pete Brown. But what I really wanted was the streets. And I couldn't wait. I took tests for state trooper, for border patrol, and even for state corrections officer. I passed them all. I also took the police test, and I passed that, too. I quit Pete and enrolled at the Academy.”

 

 

 

Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

Lees meer...

Brian Moore, Johann Herder, U Tchicaya Tam'si

 

De Ierse schrijver Brian Moore werd geboren in Belfast op 25 augustus 1921. Zie ook alle tags voor Brian Moore op dit blog..

 

Uit: Lies of silence

 

“The time had come. There had been no war in his life. He would never be called up as a soldier and put to the test of bravery in battle. He would never be asked to perform an act of heroism as a member of a resistance group. He had, instead, been put to the test by accident, a test he had every right to refuse. And yet as he unlatched the gate and went up to the front door of the house he knew that the moment the phone rang and he answered it, the moment he told them he was afraid, he would lose forever something precious, something he had always taken for granted, some secret sense of his own worth.
He unlocked the front door and went into the hall. A phone was ringing upstairs. He looked at his watch. It was just after five. He began to run upstairs, pushing past a little red-haired man who was also on his way up.
"Sorry," he said.
"That's all right, guv."
When he unlocked the door of the flat, the phone was still ringing. But as he went into the hall it stopped. Now he would have to wait until he called back. He did not want to wait. He must get it over with now. He went to the phone. Don't let him persuade you. Tell him the truth. You are afraid.
"Sorry, guv. Gas man."
He turned. He had not closed the door. The little red-haired man was in the doorway. "I've come to read the meter, sir."
"Yes, go ahead."
"It's in the back, here," the meter man said, moving past him and opening the kitchen door.
"You're Mr. Dillon?"
"Yes."
The little meter man whistled, as though calling a dog. "Right, then," he said.
Two young men came in at the door. They wore jeans, T-shirts, sneakers.They raised their revolvers. They were not wearing masks. This time, there would be no witnesses.

 

 

 

Brian Moore (25 augustus 1921 – 10 januari 1999)

Lees meer...

24-08-13

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

 

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.

 

 

Peer

 

De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer

De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snij de peer

In weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukje peer

De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer

 

 

 

 

Troostvogel

 

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in 't Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

 




88/1

 

Nu maak ik eens van een getal gewag
'Dat wordt vervelend', zegt u bij uzelf
Of maakt het u misschien wat zenuwachtig?

't Is tweemaal vierenveertig, acht maal elf...
Komaan, u bent de rekenkust toch machtig?
Of kom er een machientje aan te pas?

Het is - jawel, u weet het - achtentachtig
U had al zo'n idee dat dat het was
Zo blijkt weer wat goed onderwijs vermag

Dus achtentachtig is waarom het gaat
Lees door: ik ben nog lang niet uitgepraat.

 

 

 

 

Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

Lees meer...

Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

 

IWANOWO. ODER:

 

Sie trug ihr Kleid, wie alle tausend Rosen des Abends ihre Kleider

auch. Ich weiß,

Der Tag zieht aus, er macht sie nackt und stellt sie in die Vase,

allein, die Dunkelheit verhüllt die Nacht. Nur umgekehrt

Wird nichts daraus. Es klingt prosaisch,

auf dem falben Grund der von Blütenblättern übersäten Seide,

In die ich sie gewickelt sah, begegneten sich unvermittelt

früher Herbst und spätes Frühjahr.

 

Soviel zu Yin und Yang, zu den Problemen der Vielzahl

kinderloser Schwestern, zu Vätern und Söhnen, zum Antagonismus

Zwischen Oben und Unten, Morgen und Gestern

 

 

 

Wir schreiben nicht oft gedichte

 

wir schreiben nicht oft gedichte, die
mit niemandem sprechen. wir
schweigen mitunter ein leben
länger als gut
ist, ein gedicht, ist ein bild
das nichts von sich weiß
wie eine maske aus nektarinen
schalen, fleisch
und blutleeres gemäuer
frontal ins genick, so sahst du mich an.
ich weiß ich seh nichts als eine
demonstration gegen
uns, das wir, ist ein schwarzes schwitzendes
messer schärfer als deine augenbraue gezeichnet.

 

 

 

 

Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Lees meer...

John Green

 

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Green ging op vijftienjarige leeftijd naar een kostschool in Birmingham. Hij studeerde Engels en godsdienstwetenschappen en besloot dat hij priester wilde worden in de Anglicaanse Kerk. Hij werkte enkele maanden als aalmoezenier in een kinderziekenhuis in Ohio, waar hij veel kinderen zag sterven. Daar besloot hij dat hij een boek wilde schrijven over mensen die moeten leren leven met de dood van iemand die ze liefhadden. Green recenseerde voor Booklist en maakte radioprogramma's, voordat hij zich fulltime richtte op het schrijven van boeken. In 2011 heeft hij via het Nederlands Letterenfonds twee maanden in Amsterdam doorgebracht om zijn laatste boek "The Fault In Our Stars" te voltooien. Green ontving in 2006 de Printz Award voor zijn debuutroman “Looking for Alaska”. Green is tevens bekend van een internetproject op YouTube waarin hij met zijn broer Hank Green het gehele jaar 2007 slechts communiceerde in de vorm van Videoblogs. Samen met Hank vormt John de Vlogbrothers. Hun YouTube project, waar zij om beurten al meer dan 1000 video's maakten, bestaat nog. Hun video's werden door inmiddels meer dan twee miljoen mensen bekeken.

Uit: Looking for Alaska

“Before I got here, I thought for a long time that the way out of the labyrinth was to pretend that it did not exist, to build a small, self-sufficient world in a back corner of the endless maze and to pretend that I was not lost, but I was home. But that only led to a lonely life accompanied only by the last words of the already-dead, so I came here looking for a Great Perhaps, for real friends and a more-than-minor life. And then I screwed up and the Colonel screwed up and Takumi screwed up and she slipped through our fingers. And there's no sugar-coating it: she deserved better friends.
When she fucked up, all those years ago, just a little girl terrified into paralysis, she collapsed into the enigma of herself. And I could have done that, but I saw where it led for her. So I still believe in the Great Perhaps, and I can believe in it in spite of having lost her.
Because I will forget her, yes. That which came together will fall apart imperceptibly slowly, and I will forget, but she will forgive my forgetting, just as I forgive her for forgetting me and the Colonel and everyone but herself and her mom in those last moments she spent as a person. I know now that she forgives me for being dumb and scared and doing the dumb and scared thing.
And here's how I know:
I thought at first she was just dead. Just darkness. Just a body being eaten by bugs. I thought about her alot like that, like someone's meal. What was her - green eyes, half a smirk, the soft curves of her legs - would soon be nothing, just the bones I never saw. I thought about the slow process of becoming bone and then fossil and then coal that will, in millions of years, be mined by humans of the future, and how they would heat their homes with her, and then she would be smoke billowing out of a smokestack, coating the atmosphere. I still think that, sometimes, I think that maybe "the afterlife" is just something we made up to ease the pain of loss, to make the time in the labyrinth bearable. Maybe she was just matter, and matter gets recycled.
But ultimately I do not believe that she was just matter. The rest of her must be recycled, too. I believe now that we are greater than the sum of our parts. If you take Alaska's genetic code and you add her life experiences and the relationships she had with people, and then you take the size and shape of her body, you do not get her. There is something else entirely. There is a part of her greater than the sum of her knowable parts. And that part has to go somewhere, because it cannot be destroyed.”

 

 

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

13:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: john green, romenu |  Facebook |

23-08-13

Albert Alberts, Charles Busch, Ilija Trojanow, Willy Russell, Gustav Ernst, Ephraïm Kishon

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Albert Alberts werd op 23 augustus 1911 in Haarlem geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Albert Alberts op dit blog.

 

Uit: De vergaderzaal

 

“Hij ging met een schok rechtop zitten. Ze waren weg. Hij keek naar de overkant. Ze zaten niet tegen de dijk. Hij bleef kijken en hij zag dat hun hoofden langzaam boven de ringdijk kwamen uitsteken. Hij zei zacht: Kom hier. Komen jullie toch alsjeblieft hier.

(…)

 

Ik heb een zaklantaarn bij me, zei de ander. (...) De bundel viel recht op meneer Dalem. Meneer Dalem bleef onbeweeglijk staan. Hij staarde naar de grond en haalde een paar maal diep adem. De man liet het licht voor zich uitschijnen.

(...)

 

Hij liet het licht van zijn zaklantaarn schijnen over de voeten van meneer Dalem, daarna wat hoger langs diens broekspijpen en het onderste deel van zijn jas. Zo bleven ze een ogenblik tegenover elkaar staan. (...) Meneer Dalem zag het licht verdwijnen, het witte schijnsel en het rode achterlichtje. Hij sprong naar voren. Hij riep: Hé! Verdomde loodgieter! Verdomde tuinier! Verdomde kruidenier! Haha, kruidenier, die is goed.”

 

 

 

 

Albert Alberts (23 augustus 1911 – 16 december 1995)

Lees meer...

22-08-13

Annie Proulx, Dorothy Parker, Willem Arondeus, Krijn Peter Hesselink, Jeroen Theunissen, Gorch Fock

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Annie Proulx op dit blog.

 

Uit: Brokeback Mountain

 

“In 1963 when he met Jack Twist, Ennis was engaged to Alma Beers. Both Jack and Ennis claimed to be saving money for a small spread; in Ennis's case that meant a tobacco can with two five-dollar bills inside. That spring, hungry for any job, each had signed up with Farm and Ranch Employment -- they came together on paper as herder and camp tender for the same sheep operation north of Signal. The summer range lay above the tree line on Forest Service land on Brokeback Mountain. It would be Jack Twist's second summer on the mountain, Ennis's first. Neither of them was twenty.
They shook hands in the choky little trailer office in front of a table littered with scribbled papers, a Bakelite ashtray brimming
with stubs. The venetian blinds hung askew and admitted a triangle of white light, the shadow of the foreman's hand moving into it. Joe Aguirre, wavy hair the color of cigarette ash and parted down the middle, gave them his point of view.


Scène uit de film Brokeback Mountain uit 2005

 

 

"Forest Service got designated campsites on the allotments. Them camps can be a couple a miles from where we pasture the sheep. Bad predator loss, nobody near lookin after em at night. What I want, camp tender in the main camp where the Forest Service says, but the HERDER" -- pointing at Jack with a chop of his hand -- "pitch a pup tent on the q.t. with the sheep, out a sight, and he's goin a SLEEP there. Eat supper, breakfast in camp, but SLEEP WITH THE SHEEP, hunderd percent, NO FIRE, don't leave NO SIGN. Roll up that tent every mornin case Forest Service snoops around. Got the dogs, your .30-.30, sleep there. Last summer had goddamn near twenty-five percent loss. I don't want that again. YOU," he said to Ennis, taking in the ragged hair, the big nicked hands, the jeans torn, button-gaping shirt, "Fridays twelve noon be down at the bridge with your next week list and mules. Somebody with supplies'll be there in a pickup." He didn't ask if Ennis had a watch but took a cheap round ticker on a braided cord from a box on a high shelf, wound and set it, tossed it to him as if he weren't worth the reach. "TOMORROW MORNIN we'll truck you up the jump-off." Pair of deuces going nowhere.”

 

 

 

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

Lees meer...

21-08-13

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Lukas Holliger

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

 

Titanic

 

Zij was ooit mijn toverdraad, ik was jong,
een halve meter literatuur verder
ben ik al jarenlang niet meer de herder
van schaap poëzie. Men zegt dat ik echt zong.

Het zingen is mij goed vergaan door niets;
louter dagtaken, scheren, ouder worden.
De blauwe stad hangt als een baard aan iets
dat ik 'ik' noem. Ben half-veertig geworden.

Een blauwe namiddag maakt niet meer een barst
- uit- in mij. De taal is wit en mistig.
Ik ben door bijna niets tot bot geharst.

Zij was ooit mijn dagverdrijf, maar verging
als de Titanic en later de kleurenfilm.
Het is in scheef proza waarin ik zing.

 

 

 

Zonder Twijfel

Eerst vond men het wiel uit en toen het zwaard van Damocles
en de hoed en de appel van het kwaad tot erger, en daarna

drong de punt van het genoemde zwaard naar binnen door
mijn schedeldak: ik trouwde. De wereld is techniek, het trouwen

is belofte, zo had het moeten zijn, maar zo was het niet.
Opstaan, liefhebben, nachtrust, het werd een wiel

dat het oude zwaard liet zakken, dieper, diepst, tot in het hart.
Waarom heb ik je gemaakt? Waarom me niet omgekeerd en weggelopen?

Er zit soms diepte in de wereld van de vlakte, lijnen die elkaar
kruisen op een snijpunt, zwart dat lichter wordt en afneemt

tot wit. Noem het perspectief, of bedrog, een valse
belofte, of techniek. Maar jij bestaat. Jij, zonder twijfel
.

 

 

 

 

Mijn huis is eenvoud

Mijn huis is mijn hoofd,
mijn geslacht en mijn hart.

Nee, mijn huis is een cel
en de jood zonder tafel
of brood, zonder drank, of bed.
Zonder bloed dat ontroert.

Nee, ik lieg. Ik heb zoveel gelogen.
En dit is de waarheid. Tot slot!
Mijn huis is bij jou, in je hoofd!

Ondanks alles bij jou. De laatste
kamer in de natuur, tussen je gelegen
bloemen, je gesloten ogen. Ik zou willen,
de laatste cel in mijn grond.

 

 

 

 

Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

Lees meer...

20-08-13

Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

 

Uit: The Nimrod Flipout: Stories (Vertaald door Miriam Shlesingeren Sondra Silverston)

 

“Surprised? Of course I was surprised. You go out with a girl. First date, second date, a restaurant here, a movie there, always just matinees. You start sleeping together, the sex is mind-blowing, and pretty soon theres feeling too. And then, one day, she shows up in tears, and you hug her and tell her to take it easy, everythings going to be OK, and she says she cant stand it anymore, she has this secret, not just a secret, something really awful, a curse, something shes been wanting to tell you from the beginning but she didnt have the guts. This thing, its been weighing her down, and now shes got to tell you, shes simply got to, but she knows that as soon as she does, youll leave her, and youll be absolutely right to leave her, too. And then she starts crying all over again.

I wont leave you, you tell her. I wont. I love you. You try to look concerned, but youre not. Not really. Or rather, if you are concerned, its about her crying, not about her secret. You know by now that these secrets that always make a woman fall to pieces are usually something along the lines of doing it with an animal, or a Mormon, or with someone who paid her for it. Im a whore, they always wind up saying. And you hug them and say, no youre not. Youre not. And if they dont stop crying all you can do is say shhh. Its something really terrible, she insists, as if shes picked up on how nonchalant you are about it, even though youve tried to hide it. In the pit of your stomach it may sound terrible, you tell her, but thats just acoustics. As soon as you let it out it wont seem anywhere near as bad youll see. And she almost believes you. She hesitates and then she asks: What if I told you that at night I turn into a heavy, hairy man, with no neck, with a gold ring on his pinkie, would you still love me? And you tell her of course you would. What else can you say? That you wouldnt? Shes just trying to test you, to see whether you love her unconditionally and youve always been a winner at tests.”

 

 

 

Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

Lees meer...

Colin MacInnes

 

De Engelse schrijver en journalist Colin MacInnes werd geboren op 20 augustus 1914 in Londen als zoon van zanger James Campbell McInnes en schrijfster Angela Thirkell, die de kleindochter was van de Prerafaëlieten kunstenaar Edward Burne-Jones en ook gerelateerd aan Rudyard Kipling en Stanley Baldwin. Zijn familie verhuisde naar Australië in 1920, maar MacInness keerde in de jaren 1930 terug. Gedurende een groot deel van zijn jeugd stond hij bekend als Colin Thirkell en gebruikte hij deze achternaam van de tweede echtgenoot van zijn moeder; later gebruikte hij de naam van zijn vader McInnes, achteraf veranderd in MacInnes. MacInnes werkte in Brussel van 1930 tot 1935, daarna studeerde hij schilderkunst in Londen aan de Polytechnische school en de School voor Tekenen en Schilderen aan Euston Road. Tijdens WO II was hij actief voor de Britse inlichtingendienst en hij werkte na de Europese wapenstilstand in bezet Duitsland. Dit resulteerde in zijn eerste roman. “To the Victors the Spoils”. Kort na zijn terugkeer in Engeland, werkte hij voor BBC Radio totdat hij met schrijven zijn geld kon verdienen. In de jaren 1950 schreef hij een aantal boeken over de Londense jeugd en de cultuur van zwarte immigranten, zoals “City of Spades” (1957), “Absolute Beginners” (1959) en “Mr Love & Justice” (1960) Veel van zijn boeken speken in de omgeving van Notting Hill in Londen, toen een arme en raciaal gemengde wijk, waar veel nieuwe immigranten woonden. MacInnes was openlijk biseksueel.

Uit: Absolute Beginners

"So I went out of the Dubious to catch the summer evening breeze. The night was glorious, out there. The air was sweet as a cool bath, the stars were peeping noisily beyond the their neons, and the citizens of the Queendom, in their jeans and separates, were floating down the Shaftesbury avenue canals, like gondolas. Everyone had loot to spend, everyone a bath with verbena salts behind them, and nobody had broken hearts, because they all were all ripe for the easy summer evening. The rubber-plants in the espressos had been dusted, and the smooth white lights of the new-style Chinese restaurants - not the old Mah Jongg categories, but the latest thing with broad glass fronts, and dacron curtainings, and a beige carpet over the interiors - were shining a dazzle, like some monster telly screens. Even those horrible old anglo-saxon public-houses - all potato crisps and flat, stale ale, and puddles on the counter bar, and spittle - looked quite alluring, provided you didn't push those two-ton doors that pinch your arse, and wander in. In fact, the capital was a night-horse dream. And I thought, 'My lord, one thing is certain, and that's that they'll make musical sone day about the glamour-studded 1950s'. And I thought, my heaven, one thing is certain too, I'm miserable."
(…)

"And that's what jazz music gives you: a big lift up of the spirits, and a Turkish bath with massage for all your nerves. I know even nice cats (like my Dad, for example) think that jazz is just noise and rock and sound angled at your genitals, not your intelligence, but I want you to believe that isn't so at all, because it really makes you feel good in a very simple, but very basic, sort of way. I can best explain it by saying it just makes you feel happy. When I've been tired and miserable, which has been quite more than often, I've never known some good pure jazz music fail to help me on."

 

 
Colin MacInnes (20 augustus 1914 - 22 april 1976)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: colin macinnes, romenu |  Facebook |

19-08-13

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

 

De zin van het leven en zo

 

Als aan de minimum eis:
onsterfelijkheid, eeuwige jeugd
zonder lichamelijke of geestelijke ongemakken
voldaan is,
zouden we er eens over kunnen praten
of het de moeite waard is
je ergens voor in te spannen.

 

 

 

Small Talk

 

Als verzen nog geen verzen zijn,
maar woorden in mijn hoofd,
dan lijken ze heel even fijn,
net iets dat wat belooft.

Ik word, als soms met een roman,
nieuwsgierig en haast blij.
Maar als ze op papier staan, dan
is dat gevoel voorbij.

En dus vergeet ik ze ook gauw,
kijk ik er nog eens naar,
dan denk ik: Hé schreef ik dat nou?
Wat handig, en wat raar.

 

 

 

 

Louis Th. Lehmann (19 augustus 1920 – 23 december 2012)

Lees meer...

18-08-13

Marc Degens, Ulrich Woelk, Jami, Susanne Fischer, Luciano de Crescenzo

 

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook alle tags voor Marc Degens op dit blog.

 

Uit: Sternenflüchtig

 

“Mein Abitur war das viertbeste, das jemals auf Salem abgelegt wurde. Zwei der Besserbenoteten wurden Politiker, einer davon Ministerpräsident, der dritte starb an einer Überdosis. Mir standen alle Türen offen. Ich hatte ein Stipendium der Studienstiftung in der Tasche, Lynn ebenfalls.
Lynns Mutter hatte uns einen Erholungsurlaub in Neuseeland spendiert, anschließend wollten wir vierzehn Tage mit dem Auto durch Kalifornien reisen. Anfang September sollte unser Studium an der UCLA beginnen, wir hatten Plätze an der Anderson School of Management bekommen, es hat meinen Vater zwei Anrufe gekostet, die zusammen keine zehn Minuten dauerten. Zehn Minuten waren für ihn allerdings eine Ewigkeit.
Lynn war in Paris und kleidete sich neu ein, drei Tage bevor unser Flug nach Christchurch via Dubai gehen sollte. Meine Mutter war mit ihrem neuen Liebhaber auf einer Koksinsel in der Karibik. Ich schickte ihr eine Abschiedsmail, die mit Zitaten aus „Siddharta“ gespickt war, andere Teile hatte ich aus der Kriegsdienstverweigerung eines Mitschülers, dessen Powerbook wir zerlegt hatten, kopiert.
Ich schrieb meiner Mutter, dass ich zunächst den Strand auf Kreta, an dem sich Zeus in einen Adler verwandelte, aufsuchen und anschließend nach Poona ziehen wolle. Ich wusste, dass sie das stolz machen würde, sie glaubte auch fest daran, dass ich der Sohn eines Rolling Stone sei.
Meinen tatsächlichen Aufenthaltsort kannte niemand, nicht einmal mein bester Freund Adrian. Es bereitete mir einen Mordsspaß, mir vorzustellen, wie mein Vater seinen Vertrauten durch alle Hippie-Höhlen dieser Erde scheuchen würde, diesen gottverdammten Leichenwäscher Berger. Dabei hielt ich mich die ganze Zeit nur knapp hundert Kilometer von Berlin auf. Zunächst auf dem Brezelfest in Ringenwalde, dann auf der Boitzenburger Woche in Wichmannsdorf, anschließend auf dem Schützenmarkt in Pinnow und der Warnitzer City-Kirmes.”

 

 

 

Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

Lees meer...

Alain Robbe-Grillet, Hugo Bettauer, Brian Aldiss, Václav Bolemír Nebeský

 

De Franse schrijver en filmmaker Alain Robbe-Grillet werd geboren in Brest op 18 augustus 1922. Zie ook alle tags voor Alain Robbe-Grillet op dit blog. 

 

Uit: La Jalousie

 

“La tache commence par s'élargir, un des côtés se gonflant pour former une protubérance arrondie, plus grosse à elle seule que l'objet initial. Mais, quelques millimètres plus loin, ce ventre est transformé en une série de minces croissants concentriques, qui s'amenuisent pour n'être plus que des lignes, tandis que l'autre bord de la tache se rétracte en laissant derrière soi un appendice pédonculé. Celui-ci grossit à son tour, un instant; puis tout s'efface d'un seul coup.

Il n'y a plus, derrière la vitre, dans l'angle déterminé par le montant central et le petit bois, que la couleur beige-grisâtre de l'empierrement poussiéreux qui constitue le sol de la cour.

Sur le mur d'en face, le mille-pattes est là, à son emplacement marqué, au beau milieu du panneau.

Il s'est arrêté, petit trait obliqué long de dix centimètres, juste à la hauteur du regard, à mi-chemin entre l'arête de la plinthe (au seuil du couloir) et le coin du plafond. La bête est immobile. Seules ses antennes se couchent l'une après l'autre et se relèvent, dans un mouvement alterné, lent mais continu.

A son extrémité postérieure, le développement considérable des pattes — de la dernière paire, surtout, qui dépasse en longueur les antennes — fait reconnaître sans ambiguïté la scutigère, dite «millepattes-araignée», ou encore «millepattes-minute » à cause d'une croyance indigène concernant la rapidité d'action de sa piqûre, prétendue mortelle. Cette espèce est en réalité peu venimeuse ; elle l'est beaucoup moins, en tout cas, que de nombreuses scolopendres fréquentes dans la région.”

 

 

 

Alain Robbe-Grillet (18 augustus 1922 – 18 februari 2008)

Bewaren

Lees meer...