26-09-13

Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

 

haagse schimmen

 

het bestaat nog
het den haag van louis couperus
zijn geboortehuis op de mauritskade
de surinamestraat, het nassauplein
sophialaan, javastraat
het kurhaus, hotel des indes
de scheveningse bosjes
het bleef nagenoeg ongeschonden bewaard

 

zelfs de personages die couperus’
haagse romans bevolken komen voor in de stad
de van lowe’s, de van naghels
de ruyvenaers, de saetzema’s
al dragen zij nu een andere naam

 

toch was ik verrast iemand te ontmoeten
die couperus persoonlijk had gekend
— de mooiste barbierswinkel — zei dolf brouwers
— waar ik ooit werkte was figaro
in de zeestraat
de eigenaar heette kees
daar kwam de chic van den haag
prins hendrik, ministers, jonkheer van repelaer
het was allemaal even prachtig
mijn patroon was homoseksueel
‘s ochtends bevochtigde hij
een stukje crêpepapier uit de etalage
en maakte zo zijn lippen rood

 

 

 

Eend

 

disneyland paris bestaat vijf jaar
er valt confetti uit de wolken

we zitten aan de lunch
in het new york hotel
sebastiaan en ik lopen naar het buffet
ik til het deksel op
van een enorme vleesschotel
- pap - vraagt sebas - is dat kip?
van de damp beslaat mijn bril
- that's duck sir - schiet een ober ons te hulp
het tafelzilver hangt plotseling
op eigen kracht in de lucht
- you mean donald? - vraag ik
wijzend op de eendenborstjes
stilte daalt over de tafels
dan stijgt homerisch gelach op

sebastiaan kijkt niet blij

 




Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

25-09-13

David Benioff, Carlos Ruiz Zafón, Andrzej Stasiuk, William Faulkner, Patricia Lasoen

 

De Amerikaanse schrijver David Benioff (pseudoniem van David Friedman) werd geboren in New York City op 25 september 1970. Zie ook alle tags voor David Benioff op dit blog.

 

Uit: The 25th Hour

 

“They found the black dog sleeping on the shoulder of the West Side Highway, dreaming dog dreams. A crippled castoff, left ear chewed to mince, hide scored with dozens of cigarette burns-a fighting dog abandoned to the mercy of river rats. Traffic rumbled past: vans with padlocked rear doors, white limousines with tinted glass and New Jersey plates, yellow cabs, blue police cruisers.

Monty parked his Corvette on the shoulder and shut off the engine. He stepped from the car and walked over to the dog, followed by Kostya Novotny, who shook his head impatiently. Kostya was a big man. His thick white hands hung from the sleeves of his overcoat. His face had begun to blur with fat; his broad cheeks were red from the cold. He was thirty-five and looked older; Monty was twenty-three and looked younger.

"See?" said Monty. "He's alive."

"This dog, how do you call it?"

"Pit bull. Must have lost somebody some money."

"Ah, pit bull. In Ukraine my stepfather has such dog. Very bad dog, very bad. You have seen dogfights at Uncle Blue's?"

"No."

Flies crawled across the dog's fur, drawn by the scent of blood and shit. "What do we do, Monty, we watch him rot?"

"I was thinking of shooting him."

Awake now, the dog stared impassively into the distance, his face lit by passing headlights. The pavement by his paws was littered with broken glass, scraps of twisted metal, black rubber from blown tires. A concrete barricade behind the dog, separating north- and southbound traffic, bore the tag SANE SMITH in spray-painted letters three feet high.

"Shooting him? Are you sick in the head?"

"They just left him here to die," said Monty. "They threw him out the window and kept driving."

"Come, my friend, it is cold." A ship's horn sounded from the Hudson. "Come, people wait for us."

"They're used to waiting," said Monty. He squatted down beside the dog, inspecting the battered body, trying to determine if the left hip was broken. Monty was pale-skinned in the flickering light, his black hair combed straight back from a pronounced widow's peak. A small silver crucifix hung from a silver chain around his neck; silver rings adorned the fingers of his right hand.”

 

 

 

David Benioff (New York, 25 september 1970)

Lees meer...

24-09-13

Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Hendrik Tollens

 

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Mark Boog op dit blog.

 

 

Het gietijzer van stations...

 

Het gietijzer van stations, het glas, je handen.
Deze schoonheid is breekbaar, is te ontkennen,

maar overtreft ons. Ik ben klein in je nabijheid
als een tor in het hoge gras, dapper ploeterend -

in de verte ben ik groter, spookhuis, het vervormde
beeld in de gekromde spiegel. Spinnenweb, skelet,

gehuil van witte geesten, onecht als alle dagen,
vals als jij. Maar wij schrikken zo snel niet meer,

wij laten ons nog slechts elkaar op het lijf jagen.
We reizen van ons vandaan, elke dag, zo ver

als we durven, met het oog op bestemming. Niets
minder dan dat. Ik zie je van verre komen, gaan.

 

 

 

Atleet

 

Alle ramen zijn open. De geluiden van binnen en buiten
mengen zich; mengen zich met het licht en de gedachten.

Uiterst verwonderlijk is deze lijdzaamheid. Met handen
waarin geen zand en ogen onder leden wachten we lang.

Het zeggen is bijkomstig. In de verste stilste hoeken
is er plaats voor, tussen het gebeuren, naast het wachten.

Er beweegt zich een atleet door de gangen van het huis,
langs de kamers waarin we zitten, er klinkt voorbijgaan.

 

 

 

 

Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

Lees meer...

In Memoriam Hugo Raes

 

In Memoriam Hugo Raes

 

De Belgische schrijver Hugo Raes is maandag op 84-jarige leeftijd overleden. De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

 

Uit: Bankroet van een charmeur

 

“Soms was hij onbetrouwbaar ontdekte ik stilaan. Hij loog soms tergend. Tergend omdat hij mij onderschatte. Uit veel bluf bestond hij wist ik al lang, en had ik ook aanvaard, niemand is volmaakt, maar zijn fundamenten waren ‘shakier’ dan ik dacht. En dat was voor mij een voldoening, en ook een teleurstelling. Ik trachtte de onoverwinnelijke, de charmeur tot de juiste proporties te herleiden.

Later zag ik hem dagenlang niet. Toen dook hij op in onze contactkroeg en deed weer een fantastisch verhaal over een nieuwe vrouw: ‘Ze is in de steek gelaten door haar vent, heeft twee kinderen, is bepaald lelijk, maar totaal vrij en heeft geld en dat kan ik altijd gebruiken. En ze wil zich steeds maar uitkleden. Een uitkledingscomplex zou ik zeggen. In de auto doet ze haar bustehouder uit langs de mouwen, knoopt haar bloese open. Ze wil me altijd meetronen naar haar kamer, begint zich op slag uit te kleden, staat daar te draaien en te smeken: streel me, streel dat lijf van me. Maar z'is te lelijk om te doen.’

Op een dag had hij één van de drie firma's opgezegd. Hij had geen tijd meer, zei hij, maar het was omdat hij steeds maar beloofde die en die bezoeken af te leggen en contacten op te nemen, en het bleef uitstellen, dat ze naar een nieuwe man uitkeken.

Geleidelijk ging hij bergaf, met een sadistisch genoegen bijna, maar werd ook vermoeider. Er waren twee jaar verlopen sinds wij begonnen waren samen op rooftocht uit te gaan. Hij leed aan de maag nu. In 't begin hield hij het voor mij verborgen, maar het duurde niet lang, of hij nam zijn poeders, aanvankelijk met water, dan met bier, in mijn bijzijn.

‘Ik denk dat jij wat meer zou moeten rusten’, raadde ik hem aan. Hij sliep soms een hele nacht niet, of zelfs twee niet. En hij was mijn oprechte vriend. Later zou ik ondervinden dat hij mij achter mijn rug klein maakte en zo oninteressant mogelijk. Een verweer dat inslaat bij de vrouwen en ook bij vele mannen. Ik heb geleerd sedertdien dat alle vrienden zo zijn, ze zijn alle egoïsten, iedereen staat alleen, en toch hebben we vrienden om de illusie te hebben dat we niet alleen staan. Ik had een goed hart, zei hij. Maar wat is ‘goed’? Hij had ook een groot hart. Een groot, goed, zacht, meevoelend en smerig en jaloers en haatdragend hart. We maakten ruzie soms in een herberg, en ik tartte hem, maar hij kon alles verdragen. Hij veegde de spons met groots gebaar over deze overspannen woorden. 's Anderendaags dronken we als de beste vrienden die we waren. Verder lachten we, of voelden ons grijs en versleten of rot.”

 

 

 

Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)

Joke van Leeuwen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Haar vader was theoloog en het grote gezin Van Leeuwen verhuisde regelmatig.Ze woonde onder meer in Amsterdam, Brussel, Zetten en Maastricht. Sinds 2002 woont ze voor een tweede maal in Antwerpen. In het ouderlijk huis van Joke van Leeuwen werd veel gelezen, muziek gemaakt en toneel gespeeld. Als achtjarige schreef en tekende zij al een eigen huiskrant. Zij studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.  In 1978 publiceerde ze haar eerste kinderboek en won ze op het Camerettenfestival alle prijzen waardoor ze meteen in het officiële cabaretcircuit verzeild raakte. Ze bleef er zes jaar, daarna zette ze deze activiteiten, met grotere professionaliteit maar minder frequent, voort op literaire festivals, feestelijke middagen, voorleesavonden en conferenties en middels theatertournees van beperkte duur. In 2004 kwam ze weer officieel terug in de theaters, met programma's waarin ze cabaret, literatuur en beeld combineert.  Daarnaast maakt ze ook schilderijen en is ze actief als illustrator en schrijver van (kinder-)boeken. Voor volwassenen scheef ze in 2008 “Alles nieuw” - een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals “De tjilpmachine” (1990), en “Wuif de mussen uit” (2006). De verzamelde gedichten “Fladderen voor de vloed” verschenen in 2007.In 2010 werd “Iep!” verfilmd.

 

 

Zei ze

 

Zei ze hadden we nieuwe ontferming

besteld wij, ze zouden die brengen,

de nieuwe ontferming, op vrijdag.

Zeggen ze vrijdag kan het op zaterdag.

Zeggen we ja, maar dan wel in

de morgen. Zeggen ze gaat niet,

dat gaat niet, de morgen. Zegt mijn

man goed, dan kom ik die zelf halen,

zaterdag dan in de morgen, dat kan?

Ja dat kan, zeggen ze. Komt hij daar,

zaterdag, nergens ontferming. Zegt hij

hoezo niet, die zou er toch wezen?

Nee nee, die is er niet, komt u maar

vrijdag. Zegt hij wat vrijdag, ik moet

die meteen. Zeggen ze gaat niet, die

is nog niet binnen Zegt hij u zei toch

dat die er nu was? Zeiden ze

moeten we zeggen van niet dan,

wilt u dat horen,

van zeggen van niet?

 

 

 

 

Ik was veel kleiner dan de stad...


Ik was veel kleiner dan de stad
en schrok nog van bedelaars
waar altijd iets niet meer aan zat.
De winkels waren hemelhoog met
witte bergen onderbroeken, waarin
gegraaid werd van het zoeken tot
handen hadden. Ik vergat de weg
die ik niet had geleerd en
liep verkeerd. een vrouw gerimpeld
van bestaan, vroeg of ik met haar op
wou gaan, want anders viel zij om.
We liepen samen krom,
als een gezinnetje van zotten.
Zij wist de weg, ik droeg haar oude botten.

 

 

 

 

Andermans hond

 

Ik ging niet wandelen met de hond,
de hond ging wandelen met mij.
Kijk, zei hij, kijk, zo doe je dat:
je snuffelt wat, je kruipt eens
onder groen, je doet daar wat je
daar moet doen, je kwispelt -
nee dat kun je niet - loopt achterna
wat vleugels heeft, je rolt je op je
ene zij, je andere zij, je ene zij,
je mond staat op de tocht, je zoekt
in woorden naar een geur, bij grenzen
naar vreemd vocht, hoort woest geroep
van groepen mens als blaffen aan,
verstaat alleen je naam
en Lig en Koest en Af.

 

 

 

 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

18:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joke van leeuwen, romenu |  Facebook |

23-09-13

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris

 

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

 

Hedendaags reisadvies

 

De dagen korten
het duister dikt in
de messen spitsen zich toe
de pantoffels staan te smachten
de open haard gaapt
de ochtend ligt te rotten
de dood rochelt zich rond.

 

In het ruggenmerg doolt een dwerg,
het bloed danst een boerenklucht
en op de perrons, de grijze perrons
groeit het bankroet.

 

Struikel in het rond nu
de wereld is van gebroken glas,
ren weg als je kunt, bemachtig
een vrijbrief van de voddenkoopman,
neem de vrachtboot naar doorgangsoord B.
speel verstekeling tussen de meeuwen.

 

Ga aan land, ga
liggen en rol jezelf weg,
honderdvierenveertig pond uitlek-
gewicht en wat loopgravenletsel
van een verlangen dat heenging
op 29 februari van het schrikkeljaar
negentienzoveel.

 

 

 

 

Dit gedicht

 

zie dit ontstoken oog

omklonterd door vliegenfamilies

ziedend zoemend

driest zoekend naar rijm

naar het zweet van een betekenis

 

dit kommaloos tasten

naar waar het bindvlies barst

dit wriemelen te midden

van wat nog geen plaats heeft

 

gevonden tussen het pus

en het slijm van de syntaxis

opgeschud door een wild nee

een steigeren in de hitte

 

van het moment dat bloeddorstig

op verlossing wacht.

 

 

 

 

 

Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

Lees meer...

22-09-13

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, György Faludy

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

 

 

Talking to Myself

 

In the mildew of age
all pavements slope uphill

 

slow slow
towards an exit.

 

It's late and light allows
the darkest shadow to be born of it.

 

Courage, the ventriloquist bird cries
(a little god, he is, censor of language)

 

remember plain Hardy and dandy Yeats
in their inspired wise pre-dotage.

 

I, old man, in my new timidity,
think how, profligate, I wasted time

 

– those yawning postponements on rainy days,
those paperhat hours of benign frivolity.

 

Now Time wastes me and there's hardly time
to fuss for more vascular speech.

 

The aspen tree trembles as I do
and there are feathers in the wind.

 

Quick quick
speak, old parrot,
do I not feed you with my life?

 

 

 

 

The Origin Of Music

 

When I was a medical student
I stole two femurs of a baby
from The Pathology Specimen Room.
Now I keep them in my pocket,
the right femur and the left femur.
Like a boy scout, I'm prepared.
For what can one say to a neighbour
when his wife dies? 'Sorry'?
Or when a friend's sweet child
suffers leukaemia? 'Condolences'?
No, if I should meet either friend
or stricken neighbour in the street
and he should tell me, whisper to me,
his woeful, intimate news,
wordless I take the two small femurs
from out of my pocket sadly
and play them like castanets.

 

 


 

 

Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)

Lees meer...

Uri Zvi Greenberg, Rosamunde Pilcher, Hans Leip, Barthold Heinrich Brockes

 

De Israëlische Hebreeuwse en Jiddische dichter en politicus Uri Zvi Greenberg werd geboren op 22 september 1896 in Bialikamin, Lviv, in Galicië, destijds behorend tot Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Uri Zvi Greenberg op dit blog.

 

 

One Truth and Not Two

Your Rabbis taught: A land is bought with money
You buy the land and work it with a hoe.
And I say: A land is not bought with money
And with a hoe you also dig and bury the dead.
And I say: A land is conquered with blood.
And only when conquered with blood is hallowed to the people
With the holiness of the blood.
And only one who follows after the cannon in the field,
Thus wins the right to follow after his good plow
On this, the field that was conquered.
And only such a field gives nourishing and healthy bread
And the house which arises on its hill is truly a fortress and a temple,
Because in this field there is honorable blood.
Your Rabbis taught: The messiah will come in future generations:
And Judea will arise without fire and without blood.
It will arise with every tree, with every additional house.
And I say: If your generation will be slow
And will not grasp in its hands and forcibly mold its future
And in fire will not come with the Shield of David
And in blood will not come with its horses saddled -
The Messiah will not come even in a far off generation.
Judea will not arise.
And you will be living slaves to every foreign ruler.
Your houses will be straw for the sparks of every wicked one.
And your trees will be cut down with their ripe fruit.
And a man will react the same as a babe
To the sword of the enemy -
And only your ramblings will remain - yours...
And your statue, an eternal curse.
Your Rabbis taught: There is one truth for the nations:
Blood for blood - but it is not a truth for Jews.
And I say: There is one truth and not two.
As there is one sun and as there are not two Jerusalems.
It was written in the Law of Conquest of Moses and Joshua
Until the last of my kings and my traitors have consumed.
And there will be a day when from the river of Egypt until the Euphrates
And from the sea until the mountain passes of Moav my boys will go up
And they will call my enemies and my haters to the last battle.
And the blood will decide: Who is the only ruler here
.

 

 

 

Vertaald door Laurence Cramer

 

 

 

 

Uri Zvi Greenberg (22 september 1896 – 8 mei 1981)

Lees meer...

21-09-13

Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijverLeonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog..

 

 

Song

 

I almost went to bed
without remembering
the four white violets
I put in the button-hole
of your green sweater

 

and how i kissed you then
and you kissed me
shy as though I'd
never been your lover

 

 

 

Now of Sleeping

 

Under her grandmother's patchwork quilt
a calico bird's-eye view
of crops and boundaries
naming dimly the districts of her body
sleeps my Annie like a perfect lady

 

Like ages of weightless snow
on tiny oceans filled with light
her eyelids enclose deeply
a shade tree of birthday candles
one for every morning
until the now of sleeping

 

The small banner of blood
kept and flown by Brother Wind
long after the pierced bird fell down
is like her red mouth
among the squalls of pillow

 

Bearers of evil fancy
of dark intention and corrupting fashion
who come to rend the quilt
plough the eye and ground the mouth
will contend with mighty Mother Goose
and Farmer Brown and all good stories
of invincible belief
which surround her sleep
like the golden wheather of a halo

 

Well-wishers and her true lover
may stay to watch my Annie
sleeping like a perfect lady
under her grandmother's patchwork quilt
but they must promise to whisper
and to vanish by morning -
all but her one true lover.

 

 

 

Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)

In de jaren zestig

Lees meer...

20-09-13

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

 

Safe Seks

 

If he and she do not know each other, and feel confident
they will not meet again; if he avoids affectionate words;

if she has grown insensible skin under skin; if they desire
only the tribute of another's cry; if they employ each other

as revenge on old lovers or families of entitlement and steel —
then there will be no betrayals, no letters returned unread,

no frenzy, no hurled words of permanent humiliation,
no trembling days, no vomit at midnight, no repeated

apparition of a body floating face-down at the pond's edge

 

 

 

 

The Painted Bed

 

'Even when I danced erect
by the Nile’s garden
I constructed Necropolis.

Ten million fellaheen cells
of my body floated stones
to establish a white museum.'

Grisly, foul, and terrific
is the speech of bones,
thighs and arms slackened

into desiccated sacs of flesh
hanging from an armature
where muscle was, and fat.

'I lie on the painted bed
diminishing, concentrated
on the journey I undertake

to repose without pain
in the palace of darkness,
my body beside your body.'

 

 

 

 

Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Hier in 2011 bij de uitreiking van de National Medal of Arts door president Obama

Lees meer...

19-09-13

Crauss, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

 

CLAUDIUS RECHT VERSTEHEN

den 7. sept./ lieber Friz,
vorige woche ist in hannover markt gewesen, und ich habe herrn Wehrs gebeten, dass er auf diesem markte eine schöne peitsche für meinen Friz kaufte. morgen abend werden wir sehen, was er gekauft hat, und mittwoch abend sollst du es sehen. bis so lange musst du dich mit der alten behelfen. hier sind die knaben so dumm und haben gar keine peitschen, reiten auch gar nicht... addies, lieber Friz, und donnerstagmorgen musst du so gut sein, in unser bett zu kommen und eine halbe stunde in meinem arm zu liegen. dein Matthias Claudius.

 

 

 

 

WAITING FOR THE HURRICANE

ich lag in einem dieser stickigen hotels nackt auf dem bett
und musste an einen max frisch film denken. der junge,
der vom flugplatz mit aufs zimmer gekommen war,
roch nach anderen männern; freundschaft
gab es in dieser stadt nicht, und ich versuchte dich
seit wochen zu vergessen. träge verteilte der ventilator
meine gedanken im raum, als das telephon ging.

die rede war von der schwülen luft im landesinneren, ich
erzählte dir von den gästen in der lounge, die fiebernd
warteten, dass endlich ein sturm losbrach. sie sassen fest.
wir hatten nicht den mut, uns zu verabreden;
aber als die erste träne an mein fenster schlug,
wusste ich, wir würden uns wiedersehn in einer ewigkeit
in diesem kleinen nest am rhein.

 

 

 

 

LANDSCHAP IN SPE, STAD IN ANGST

 

het veent en fluit in de struik, een herberg

stond hier ooit, griezelig,

een lijk met open buik, soms

flikkert een tv-scherm midden in het heidekruid,

met fictie gezouten picknick en tieners bouwen hutten

en paffen shagjes, de eerste en komen, cyclysch,

met aanzwellende violen, met paddestoelachtige magen

terug in de nederzetting en zien er alleen maar zo uit

als waren het mensen.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

Lees meer...

18-09-13

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki  is vandaag op 93-jarige leeftijd in Frankfurt am Main overleden. Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

 

Uit: Unser Grass

 

“Zunächst bin ich verpflichtet, den Autor, dessen Buch ich rezensiere, zu verteidigen. Mit Geduld, mit liebevoller Teilnahme, mit Herzlichkeit muß ich sein Werk untersuchen. Ich muß es mit allen mir zu Gebote stehenden Mitteln zu seinen Gunsten deuten und dem Leser so vorteilhaft wie möglich präsentieren. Ich habe, wenn es um seine schwachen Seiten geht, auf mildernde Umstände hinzuweisen. Und es ist meine Hauptaufgabe, alle diejenigen ästhetischen, intellektuellen und moralischen Aspekte und Motive seines Werkes zu betonen, die ihm, dem Autor, die Anerkennung, die Sympathie, vielleicht sogar die Liebe des Publikums sichern können. Kurzum: Mein Autor ist mein Mandant, mein Klient, mein Schützling. Ich habe ihm zu dienen, seine Sache zu vertreten.

Aber hätte ich nur diese eine Funktion – meine Arbeit wäre weit einfacher. Der Verteidiger muß jedoch zugleich ein Ankläger sein. In wessen Namen klage ich eigentlich an? Des Publikums? Gewiß nicht, denn ich habe vom Publikum keinerlei Auftrag erhalten. Im Namen der Zeitung, für die ich schreibe? Nein. Die Redaktion darf auf die Tendenz meiner Kritik keinen Einfluß ausüben. Der Kritiker repräsentiert nur sich selber – und nicht etwa ein Kollektiv.

In wessen Namen also klage ich an? Die ehrliche Antwort auf diese Frage klingt pathetisch: im Namen der Literatur. Ich muß jede Seite des neuen Werks mißtrauisch lesen, ich muß es hartnäckig anzweifeln. Ich habe alles Schwache, Fragwürdige und Schlechte im Gegen- stand der Betrachtung zu suchen. Es ist meine Aufgabe, dem Autor auf die Schliche zu kommen, ihn zu entlarven. Im Interesse der Literatur kann ich nicht zu streng sein. Mein Schützling ist auch mein Opfer.

Zwei Seelen wohnen also in des Kritikers Brust, in zwei Rollen tritt er gleichzeitig auf: als Rechtsanwalt und als Staatsanwalt. Das Ergebnis des Kampfes dieser beiden Seelen, des Gefechts auf dem Feld derartiger dialektischer Spannungen, die Summe der beiden Plädoyers, des verteidigenden und des anklagenden – das ist die Kritik, die dem Leser dienen will und dem Autor, der Literatur und unserer Zeit. Die Urteile hingegen werden, meine ich, nicht von uns, den Kritikern, gefällt, sondern später einmal von den hohen Richtern, den Literaturhistorikern.”

 

 

 

Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)

Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Doris Mühringer, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

 

Haat

 

Is de haat vergeten?
Als sneeuw voor de hevige regen?

Vraag de haat wanneer hij kwam,
hoe de haat ontstaan is,
aan welke grens de haat geduldig wachtte
om ongestoord naar binnen te komen.

Vraag de haat hoe lang hij duurt,
hoe breedsprakig hij wil zijn,
op welke hoogte haatgevoelens
kunnen leven.

O haat, doornige haat.

 

 

 

 

Armando, Antwoord, 2008

 

 

 

Voorbarig

Ik hoorde ze joelen,
ze dansten en lachten,
het roversnest werd geplunderd,
men gluurt naar voornemens,
schimmel en een glimp:
het is voorbarig en voorbij.

 

 

 

Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

Lees meer...

17-09-13

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre

 

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt  op dit blog.

 

 

Hoe een wijnkelder te beginnen

aan Vuurpijl

Neem vijftig flessenscherven.
Honderd stevige flessenscherven.
Flessenscherven die goed gebouwd zijn.
Vijfhonderd gelukkige flessenscherven.

Het is erg interessant om de scherven
in een jute zak of wijnkist te stoppen,
de groene scherven op de groene of
de witte op de witte te stapelen.

Scherven van wijnkruiken, wijnflessen.
Scherven van frankrijk en duitsland.
Voor het oog van de wijnetiketten
zijn alle flessenscherven gelijk.

Omdat het oog het zijne wil, voeg
aan de kelder aarde toe, zout, sterren.
Mooier nog: de adel van een straatkat
ondergegaan in een goed wijnjaar.

 

 

 

Spreuken van de donder

 

Klopper kleurt zich met 't hout van de deur.
Wie de stad met list bouwt, de burcht met onrecht,
die zal vallen. Wie raaskalt zal verdwalen,
hartenscheurders worden zure regen.

Wie vervoering dooft, van tombe naar tombe
tolt hij. Die 't water teert, zoet DDT
kust vroeger dan hij de engelenveer.
Nog niet eerder snelwandelden veenlijken.

Hinnikten paarden harder voor hun wagen,
zag ik in de straten kinderen banger.
Rogge en haver wilden hondsdraf zijn.

Onbarmhartig werden zelfs de zandwegen
en handenwringend boog de ellendige.
De rivier van vonken, de luchten vuur.

 

 

 

 

De mollen

 

Bij zijn opgedroogde zwarte Styx graaft Charon
de veerman, zijn roeispanen klauwen geworden,
wachter van de ivoren poorten en oogschaduw;
aarde geworden zwijgen de vliegende mythen
onder de zilveren gesp van De Dolfijn en Zwaan
bij de onderaardse Styx, de boot van gebeente.

Zachtzinnige ondermijners in hun bontjassen
van Russische adel uit de tijden van De Mantel
rusten de mollen geworden Charons in hun gangen
nachtzwart uitgestrekt in ondergrondse burchten,
seinend naar t landvolk met signalen van aarde
'Land in zicht' mompelend tussen hun tanden...

 

 

 

H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

Lees meer...