15-11-14

Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, Janus Secundus, José de Lizardi

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Zie ook alle tags voor Richmal Crompton op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2008.

Uit: More William

“For his grown-up sister Ethel he had bought a box of coloured chalks. That also might come in useful later. Funds now had been running low, but for his mother he had bought a small cream-jug which, after fierce bargaining, the man had let him have at half-price because it was cracked.
Singing "Christians Awake!" at the top of his lusty young voice, he went along the landing, putting his gifts outside the doors of his family, and pausing to yell "Happy Christmas" as he did so. From within he was greeted in each case by muffled groans.
He went downstairs into the hall, still singing. It was earlier than he thought—just five o'clock. The maids were not down yet. He switched on lights recklessly, and discovered that he was not the only person in the hall. His four-year-old cousin Jimmy was sitting on the bottom step in an attitude of despondency, holding an empty tin.
Jimmy's mother had influenza at home, and Jimmy and his small sister Barbara were in the happy position of spending Christmas with relations, but immune from parental or maternal interference.
"They've gotten out," said Jimmy, sadly. "I got 'em for presents yesterday, an' they've gotten out. I've been feeling for 'em in the dark, but I can't find 'em."
"What?" said William.
"Snails. Great big suge ones wiv great big suge shells. I put 'em in a tin for presents an' they've gotten out an' I've gotten no presents for nobody."
He relapsed into despondency.
William surveyed the hall.
"They've got out right enough!" he said, sternly. "They've got out right enough. Jus' look at our hall! Jus' look at our clothes! They've got out right enough."

 

 
Richmal Crompton (15 november 1890 – 11 januiri 1969)

Lees meer...

14-11-14

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, Peter Orner

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

The Mayberry Café

A high-finned squad car
welcomes your arrival
on the town square.

That booth in the corner
is all for you
& the girl on your arm.

If you want
meatloaf and gravy
it’s all yours, baby.

Ain’t nothin’ but
Elvis on the radio
& black & white on TV.

Whenever you come
back you are, once again,
King for a Day, oh yeah!

 

 

Prolog: Angel of Power and Protection
—Sculpture, Bridge to Vatican City, Rome—

What happens when the Angel
falls asleep after the mother
and father who held the baby
have to walk back into their lives

and the boy walks out into
the world and a servant
of God touches him wrong
when the parents aren’t looking?

By the time he is ready to
cross the bridge to Vatican City
his feet will not move forward
but turn in the opposite direction.

It is decades before he
can talk to the old God 
by finding his own sacred places
and a new language for praying.

 

 
Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

Lees meer...

AKO Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

 

AKO Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

Aan de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans is voor zijn boek "Oorlog en terpentijn" de AKO Literatuurprijs 2014 toegekend. Dat maakte juryvoorzitter Job Cohen gisteravond bekend in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De winnaar ontvangt een bedrag van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Uit: Oorlog en terpentijn

‘Meer dan dertig jaar heb ik de schriften, waarin hij zorgvuldig, in zijn weergaloze vooroorlogse handschrift, zijn herinneringen had neergeschreven, bewaard en gesloten gehouden; hij heeft ze me gegeven enkele maanden voor zijn dood in 1981. Hij was toen negentig jaar. Hij was geboren in 1891, zijn leven leek niet meer geweest te zijn dan het over elkaar heen springen van twee cijfers in een jaartal.
Tussen die twee jaartallen lagen twee oorlogen, rampzalige massaslachtingen, de meest hardvochtige eeuw uit de hele mensengeschiedenis, het ontstaan en de neergang van de moderne kunst, de wereldwijde expansie van de motorenindustrie, de Koude Oorlog, de opkomst en de neergang van grote ideologieën, de uitvinding van bakeliet, de popularisering van telefoon en saxofoon, de industrialisering, de filmindustrie, het plastic, de jazz, de vliegtuigindustrie, de landing op de maan, het uitsterven van talloze diersoorten, de eerste grote ecologische rampen, de ontwikkeling van penicilline en antibiotica, mei ’68, het eerste Rapport van de Club van Rome, de popmuziek, de uitvinding van de pil, de vrouwenemancipatie, de opkomst van de televisie, van de eerste computers – en zijn lange leven als vergeten oorlogsheld. Het is het leven dat hij mij vroeg te beschrijven door me die cahiers toe te vertrouwen. Een leven dat bijna een eeuw omspant en dat begon op een andere planeet. Een planeet van dorpen, veldwegen, paardenkoetsen, gaslampen, wasteilen, bidprentjes, oude wandkasten, een tijd waarin vrouwen bejaard waren op hun veertigste, een tijd van almachtige pastoors die naar sigaren en ongewassen ondergoed roken, van weerspannige burgermeisjes in nonnenkloosters, een tijd van grootseminaries, bisschoppelijke en keizerlijke verordeningen, een tijd die aan zijn lange doodstrijd begon toen de kleine groezelige Serviër Gavrilo Princip in 1914 met een niet eens zo welgemikt schot de schone illusie van het oude Europa aan flarden schoot en daarmee aanleiding gaf tot de catastrofe die ook hem, mijn kleine blauwogige grootvader zou treffen en zijn leven voorgoed zou beheersen.’

 

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

13-11-14

José Carlos Somoza, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson, Peter Härtling

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

« Like a thick mane of hair ruffled by a capricious wind, each strand waving independently, the humble crowd gradually dispersed, some leaving separately, others in groups, some in silence, others commenting on the horrifying event.
"It's true, Hemodorus, wolves abound on Lycabettus. I've heard that several peasants, too, have been attacked."
"And now this poor ephebe! We must discuss the matter at the Assembly."
A short, very fat man remained behind, standing by the corpse's feet, peering at it placidly, his stout, though neat, face impassive. He appeared to have fallen asleep. The departing crowd avoided him, passing without looking at him, as if he were a column or a rock. One of the soldiers went to him and tugged at his cloak.
"Return home, citizen. You heard our captain."
The man took little notice, and continued to stare at the corpse, stroking his neatly trimmed gray beard with thick fingers. The soldier, thinking he must be deaf, gave him a slight push and raised his voice. "Hey, I'm talking to you! Didn't you hear the captain? Go home!"
"I'm sorry," said the man, though actually appearing quite unconcerned by the soldier's command. "I'll be on my way."
"What are you looking at?"
The man blinked twice and raised his eyes from the corpse, which another soldier was now covering with a cloak. He said, "Nothing. I was thinking."
"Well, think in your bed."
"You're right," said the man, as if he had woken from a catnap. He glanced around and walked slowly away.
All the onlookers had gone by now, and Aschilos, in conversation with the captain, swiftly disappeared as soon as the opportunity arose. Even old Candaulus was crawling away, still racked with pain and whimpering, helped on his way by the soldiers' kicks, in search of a dark corner to spend the night in demented dreams. His long white mane seemed to come alive, flowing down his back, then rising in an untidy snowy cloud, a white plume in the wind. In the sky, above the precise outline of the Parthenon, Night lazily loosened her mane, cloud-decked and edged with silver, like a maiden slowly combing her hair.”

 

 
José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

Lees meer...

Frank Westerman

 

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Westerman groeide op in een Nederlands-hervormd gezin in Assen, als zoon van een NAM-ingenieur. Hij studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn afstudeeronderzoek verbleef hij in 1987 in Puno in het zuiden van Peru, waar hij de pre-Columbiaanse irrigatiemethoden van de Aymara in de Andes bestudeerde. In die tijd schreef hij zijn eerste journalistieke reportages. In 1992 werd Westerman correspondent voor de Volkskrant in Belgrado. Als verslaggever van NRC Handelsblad bezocht hij nadien diverse internationale brandhaarden. Samen met collega-journalist Bart Rijs wist hij als enige journalist door te dringen tot Srebrenica ten tijde van de val in 1995. Zij schreven daarover het boek “Het Zwartste Scenario” waarbij ze geheime VN-documenten en interviews met ooggetuigen gebruikten om de oorlogsjaren van Srebrenica te reconstrueren. Tussen 1997 en 2002 was Westerman correspondent voor het NRC Handelsblad in Moskou. Sinds 2002 woont en werkt Frank Westerman als fulltime schrijver in Amsterdam. In 2013 presenteerde hij wekelijks de serie Nederland in 7 overstromingen van de NTR op Nederland 2.

Uit: Ararat

“Turkije, dat een alliantie met Duitsland was aangegaan, werd in de rug aangevallen door het Rusland van de tsaar. De christelijke Armenen, onderdrukt door de islamitische landheren, zagen de orthodox-christelijke Russen als verlosser en sloten zich deels bij hen aan. In de ogen van de Turkse driemanschap [Enver, Talaat en Djamal] was de Armeense bevolking een vijfde colonne. Op 24 april 1915 lieten de militaire leiders zo’n achthonderd vooraanstaande Armenen ophangen op pleinen in Istanbul, op beschuldiging van het heulen met de vijand. Talaat Pasja, de minister van Binnenlandse Zaken, beval tegelijk ook de deportatie van alle Armenen uit eigen land. Het was in de zomer van 1915, tijdens gedwongen voetmarsen naar dump- en sterfplaatsen in de woestijnen van Syrië en Irak, onder ‘begeleiding’ van Koerdische roversbenden en onderbetaalde soldaten, dat honderdduizenden Armenen (of meer dan een miljoen?) stierven van honger, uitdroging en wanhoop.
De pas opgerichte Volkerenbond had willen ingrijpen, maar voor er actie was ondernomen, had de Sovjet-Unie het huidige Armeense grondgebied in 1920 ingelijfd, net zonder de Ararat.
‘Tsavut danem,’ zeiden de Armenen nog dagelijks tegen elkaar, bij wijze van groet. Het betekende: Laat mij je pijn dragen. Pas toen ik alweer vertrokken was uit Etsjmiadzin, was het tot me doorgedrongen dat de speerpunt die de zij van het Lam Gods had doorboord, voor Armenen als Hovannes een gewichtiger relikwie moest zijn dan het stukje arkhout.”

(…)

Alleen: tot dan toe had ik bij die benaming steeds het accent gelegd op het voorvoegsel ‘ark’. Die was onvindbaar, had vermoedelijk nooit bestaan en stond wat mij betreft voor iets onstoffelijks, een metafoor. Bleef over het achtervoegsel ‘zoekers’. Ik realiseerde me dat het broze wereldbeeld van de arkzoeker bestond bij de gratie van het niet-vinden, zijn doel diende aldoor net buiten bereik te blijven — dát hield hem op de been en gaf zijn leven richting. De arkzoeker ontleendde zijn eigenaardigheid niet aan de ark, maar aan het feit dat hij die zocht. En dat deed ik ook.”

 

 
Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank westerman, romenu |  Facebook |

12-11-14

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Juana Inés de la Cruz, Michael Ende

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

De naakte waarheid bezweren

                                                         I dreamed about you, baby.
                                                         It was just the other night.
                                                         Most of you was naked
                                                         Ah but some of you was light.

                                                         - Leonard Cohen -


halfnaakt lig je ik weet het ik zie het
je borsten je oksels je buikje met navel
je naakte glimlach je naakte blik

ik kan het dromen en doe dat ook vaak

eens was dat allemaal voor mij en mij alleen
het doet me niets het doet me niets meer

het verlangen hoe je keek als ik in je schoof het voldoeningszweet achteraf

geen idee wat deze dag brengen zal
de e-nummers zwieren in mijn yoghurtdrinkontbijt
deze ochtend koffiedik zingen een stalinorgelsymfonie

hij die ik niet ken hij is ook nog vreemd voor jou hij ligt naast je ik weet het
het zal niet lang meer duren of hij kruipt op je ik weet het hij niet ik

 

 
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)
Portret door Harriët Geertjes, 2007

Lees meer...

11-11-14

Bij Sint Maarten, 85 Jaar Hans Magnus Enzensberger, Ivo de Wijs, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli

 

Bij Sint Maarten

 

 
Sint Maarten en de bedelaar door Alfred Rethel, 1836

 

 

SINT-MAARTEN

't Was vrijdag dat ze langs de deuren gingen
De lampions en tassen lagen klaar
Ze doken in de schemering om daar
De werken van Sint-Maarten te bezingen

Ik zag mijn zoontje staan op het trottoir
Een reus tussen zijn kleine volgelingen
Hij hoefde niet meer naar de bel te springen
Hij kon erbij, het was zijn laatste jaar

Het volgend jaar dan kan hij niet meer mee
Dan trekt Sint-Maarten andermaal zijn degen
En hakt zijn jeugd genadeloos in twee

Dan staart hij als een puber door de ruit
Dan bromt zijn veel te zware stem mij tegen
Dan blaast de tijd zijn jongenslampje uit

 

 
Ivo de Wijs (Tilburg, 13 juli 1945)

Lees meer...

10-11-14

Friedrich Schiller, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Jacob Cats, Aka Morchiladze

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Geburtstagsgedicht

Rastlos vorwärts musst du streben,
nie ermüdet Stille stehn,
willst du die Vollendung sehn,
musst ins Breite dich entfalten,
soll sich deine Welt gestalten,
in die Tiefe musst du steigen,
soll sich dir das Wesen zeigen,
nur Beharrung führt zum Ziel,
nur die Fülle führt zur Klarheit,
und im Abgrund wohnt die Wahrheit.

 

 

Hoffnung

Es reden und träumen die Menschen viel
Von bessern künftigen Tagen,
Nach einem glücklichen goldenen Ziel
Sieht man sie rennen und jagen.
Die Welt wird alt und wird wieder jung,
Doch der Mensch hofft immer Verbesserung.

Die Hoffnung führt ihn ins Leben ein,
Sie umflattert den fröhlichen Knaben,
Den Jüngling locket ihr Zauberschein,
Sie wird mit dem Greis nicht begraben,
Denn beschließt er im Grabe den müden Lauf,
Noch am Grabe pflanzt er – die Hoffnung auf.

Es ist kein leerer schmeichelnder Wahn,
Erzeugt im Gehirne des Toren,
Im Herzen kündet es laut sich an:
Zu was Besserm sind wir geboren!
Und was die innere Stimme spricht,
Das täuscht die hoffende Seele nicht.

 

 

Die Führer des Lebens

Zweierlei Genien sinds, die dich durchs Leben geleiten,
Wohl dir, wenn sie vereint helfend zur Seite dir stehn!
Mit erheiterndem Spiel verkürzt dir der eine die Reise,
Leichter an seinem Arm werden dir Schicksal und Pflicht.
Unter Scherz und Gespräch begleitet er bis an die Kluft dich,
Wo an der Ewigkeit Meer schaudernd der Sterbliche steht.
Hier empfängt dich entschlossen und ernst und schweigend der andre,
Trägt mit gigantischem Arm über die Tiefe dich hin.
Nimmer widme dich einem allein. Vertraue dem erstern
Deine Würde nicht an, nimmer dem andern dein Glück.

 

 
Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)
Charlotte Schiller - Schillers Gartenhaus in Jena, aquarel, ca. 1798

Lees meer...

09-11-14

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton, Velemir Chlebnikov

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Vaders en zonen (vertaald door Karel van het Reve)

'Aristocratisme, liberalisme, vooruitgang, principes' zei Bazarov ondertussen, 'wat een vreemde, overbodige en nutteloze woorden allemaal! De Rus kan ze missen als kiespijn.'
'Wat kan hij dan niet missen volgens u? Als ik u zo hoor bevinden wij ons buiten de samenleving, buiten haar wetten. Neem me niet kwalijk, de logica der geschiedenis eist...'
'Wat moeten we met die logica? Zonder logica komen we er ook best.'
'Hoe dan?'
'Heel eenvoudig. U hebt toch hoop ik ook geen logica nodig om een stuk brood in uw mond te steken als u honger hebt. Wat hebben we aan die abstracties!'
Pavel Petrovitsj maakte een afwerend gebaar.
'Nu begrijp ik het niet meer. U beledigt het Russische volk. Ik begrijp niet hoe men geen princiepen, geen regels erkennen kan! Op grond waarvan handelt u dan?'
'Ik heb u toch al gezegd, oom, dat wij geen autoriteiten erkennen,' mengde Arkadi zich in het gesprek.
'Wij handelen op grond van wat wij nuttig achten,' zei Bazarov.
'Op het ogenblik is het nuttig alles te loochenen ¬¬¬¬− en daarom loochenen wij.'
'U loochent alles?'
'Alles.'
'Wat? Niet alleen de kunst, de poëzie... maar ook... ik waag het niet uit te spreken...'
'Alles,' herhaalde Bazarov doodkalm.
Pavel Petrovitsj keek hem strak aan. Hij had dit niet verwacht, en Arkadi kreeg zelfs een kleur van plezier.
'Maar neemt u me niet kwalijk,' begon Nikolaj Petrovitsj. 'U loochent alles, of, nauwkeuriger uitgedrukt, u breekt alles af... Maar er moet toch ook gebouwd worden.'
'Dat is onze zaak niet... Eerst moet er schoon schip gemaakt worden.'

 

 
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Portret door Aleksej Harlamov, 1876

Lees meer...

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Raymond Devos, Carl Sagan

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voorRoger McGough op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010.

 

Goodbat Nightman

God bless all policemen
and fighters of crime,
May thieves go to jail
for a very long time.

They've had a hard day
helping clean up the town,
Now they hang from the mantelpiece
both upside down.

A glass of warm blood
and then straight up the stairs,
Batman and Robin
are saying their prayers.

* * *

They've locked all the doors
and they've put out the bat,
Put on their batjamas
(They like doing that)

They've filled their batwater-bottles
made their batbeds,
With two springy battresses
for sleepy batheads.

They're closing red eyes
and they're counting black sheep,
Batman and Robin
are falling asleep.

 

 
Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

Lees meer...

Jens Christian Grøndahl

 

De Deense schrijver Jens Christian Grøndahl werd geboren in Lyngby op 9 november 1959. Grøndahl studeerde filosofie van 1977 tot 1979. Zijn eerste boek, het realistisch geschreven “Kvinden i midten”, verscheen in 1985. Daarna volgden met regelmatige intervallen een vijftiental andere romans. Hij schreef daarnaast echter ook essays, toneelstukken en teksten voor de radio. Liefde, en de relaties van moderne koppels, vormen de leidende thema's in zijn werk, dat in binnen- en buitenland werd genomineerd voor, en bekroond met verschillende literaire prijzen. Zo ontving hij onder meer De Gyldne Laurbær voor zijn roman “Lucca” (in 1999) en stond hij met zijn boek “An altered light” in 2006 op de shortlist voor de International IMPAC Dublin Literary Award.

Uit:An Altered Light (Vertaald door Anne Born)

“The tree trunks move in time with the rhythm of her rubber soles on the wet path, where the air is still cool after the night rain. The woodland floor is white with anemones; in one place, growing close to the roots of an ancient tree, they make her think of an old, wrinkled hand. She could go on and on without getting tired, without meeting anyone or thinking of anything in particular, and without coming to the edge of the woods. As if the town did not begin just behind the trees, the leafy suburb with its peaceful roads and its houses hidden behind close-trimmed hedges. She doesn't want to think about anything, and almost succeeds; her body is no more than a porous, pulsating machine. The sun breaks through the clouds as she runs back, its light diffused on the gravel drive and the magnolia in front of the kitchen window. His car is no longer parked beside hers, he must have left while she was in the woods.
He hadn't stirred when she rose, and she'd already been in bed when he came home late last night. She lay with her back turned, eyes closed, as he undressed, taking care not to wake her. She leans against one of the pillars of the garage and stretches, before emptying the mailbox and letting herself into the house. She puts the mail on the kitchen table. The little light on the coffeemaker is on; she switches it off. Not so long ago, she would have felt a stab of irritation or a touch of tenderness, depending on her mood. He always forgets to turn off that machine. She puts the kettle on, sprinkles tea leaves into the pot, and goes over to the kitchen window. She observes the magnolia blossoms, already starting to open. They'll have to talk about it, of course, but neither of them seems able to find the right words, the right moment.”

 

 
Jens Christian Grøndahl (Lyngby, 9 november 1959)

14:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jens christian grøndahl, romenu |  Facebook |

08-11-14

Joshua Ferris, Kazuo Ishiguro, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell, Detlef Opitz

 

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois geboren. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

Uit: To Rise Again At A Decent Hour

"The mouth is a weird place. Not quite inside and not quite out, not skin and not organ, but something in between: dark, wet, admitting access to an interior most people would rather not contemplate—where cancer starts, where the heart is broken, where the soul might just fail to turn up.
I encouraged my patients to floss. It was hard to do some days. They should have flossed. Flossing prevents periodontal disease and can extend life up to seven years. It's also time consuming and a general pain in the ass. That's not the dentist talking. That's the guy who comes home, four or five drinks in him, what a great evening, ha-has all around, and, the minute he takes up the floss, says to himself, What's the point? In the end, the heart stops, the cells die, the neurons go dark, bacteria consumes the pancreas, flies lay their eggs, beetles chew through tendons and ligaments, the skin turns to cottage cheese, the bones dissolve, and the teeth float away with the tide. But then someone who never flossed a day in his life would come in, the picture of inconceivable self-neglect and unnecessary pain—rotted teeth, swollen gums, a live wire of infection running from enamel to nerve—and what I called hope, what I called courage, above all what I called defiance, again rose up in me, and I would go around the next day or two saying to all my patients, "You must floss, please floss, flossing makes all the difference."
A dentist is only half the doctor he claims to be. That he's also half mortician is the secret he keeps to himself. The ailing bits he tries to turn healthy again. The dead bits he just tries to make presentable. He bores a hole, clears the rot, fills the pit, and seals the hatch. He yanks the teeth, pours the mold, fits the fakes, and paints to match. Open cavities are the eye stones of skulls, and molars stand erect as tombstones.”

 

 
 Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

Lees meer...

Zinaida Gippius, Peter Weiss, Bram Stoker, Martha Gellhorn, Carl-Henning Wijkmark

 

De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Gippius werd geboren op 8 november 1869 in Beljov in de buurt van Tula. Zie ook alle tags voor Zinaida Gippius op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010.

 

Our Love Is One

A wave boils with its foam, freezing,
And dissipates – just only once,
A heart could not to live with treason.
No treason! Love is one for us!

We may be angry, may be reasoned,
Or false – but heart did not decline
To black adultery, to treason:
Our soul is one – our love is one.

In its monotony and emptiness,
All life could usually be gone…
And in this life as long as endless,
Our love is one, yes, always one.

 

 

Helplessness

I look at a sea – the greedy one and fervent,
Chained to the earth, on the depleted shore…
Stand by a gulf – over the endless heavens,
And could not fly to azure, as before.

I didn’t decide to join or slaves, or rebels,
Have no a courage nor to live, nor – die…
I feel my God – but cannot say my prayers,
I want my love – but can’t find love of mine.

I send to sun my worship and my groan,
I see a sheet of clouds, pale and cold…
What is a truth? It seems to me, I know, –
But for the truth I have not the right world.  

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 
Zinaida Gippius (8 november 1869 – 9 september 1945)
Portret door Leon Bakst, 1906

Lees meer...

07-11-14

Albert Camus, Jan Vercammen, Albert Helman, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

Uit: Die Pest (Vertaald door Gottfried Beutel)

“Was halten Sie von Panelouxs Predigt, Doktor?“ Die Frage war einfach und zwanglos gestellt und Rieux beantwortete sie ebenso selbstverständlich.
„Ich habe zu lange in den Hospitälern zugebracht, um die Idee einer Kollektivstrafe zu lieben. Aber Sie wissen, die Christen sprechen manchmal so, ohne jemals wirklich daran denken. Sie sind besser als sie zu sein scheinen.“
 „Sie denken aber gleich viel, wie Paneloux, daß die Pest auch ihr gutes habe; daß sie die Augen öffnet, das sie zum Denken zwingt.“ Der Doktor schüttelte ungeduldig den Kopf.
„Wie alle Krankheiten dieser Welt. Aber was für alle Übel dieser Welt gilt, gilt auch für die Pest Sie kann dazu dienen, einigen wenigen zum Wachstum zu helfen. Wenn man indessen das Elend und den Schmerz sieht, den sie mit sich bringt, dann muß man verrückt, blind oder feige sein, um sich mit der Pest abfinden zu können.“ Rieux war im Ton kaum lauter geworden. Dennoch machte Tarrau eine Handbewegung, als wolle er ihn beruhigen. Er lächelte.
„Ja“, sagte Rieux und zuckte, die Schultern. „Aber Sie haben mir nicht geantwortet. Haben Sie es sich gut überlegt?“ Tarrou richtete sich in seinem Sessel ein wenig auf, und schob seinen – Kopf vor in das Licht.
„Glauben Sie an Gott, Doktor?“ Auch diese Frage wurde ganz zwanglos gestellt. Aber diesmal zögerte Rieux.
„Mein, das nicht, aber was will das schön heissen? Ich befinde mich im Dunkel der Nacht und ich bemühe mich, darin klar zu sehen. Ich habe seit langem aufgehört, darin etwas besonderes zu finden.“
„Ist es nicht gerade das, was Euch von Paneloux trennt?“ „Ich glaube nicht. Paneloux isr ein studierter Mann. Er hat noch nicht genug Leute sterben sehen, und deswegen spricht er im Namen einer Wahrheit. Aber der einfachste Landpfarrer,der sich um das Seelenheil seiner Pfarrkinder kümmert, und der das Röcheln eines Sterbenden gehört hat, denkt wie ich. Ehe er auf die Vorzüge des Leidens hinwiese, würde er daran gehen, es zu heilen.“ – Rieux richtete sich auf. Sein Antlitz war jetzt im Dunkel. „Lassen wir das“, sagte er, „da Sie ja doch nicht antworten wollen.“ Tarrou lächelte, ohne sich in seinem Sessel zu bewegen.“

 

 
Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

Lees meer...