07-10-13

Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

 

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dirkje Kuik op dit blog.

 

 

 

 

Willem D. Kuik. Villa Hadriana, 1967

 

 


Nature Morte


Stil eenzelvig oerwoud
voor het bijziend oog.
Verdorde pluimen reizen uit het vuilig
water van het glas.
Terzijde wacht het peloton.
Drie uien, walmlamp, bokking een afgerond bederf,
de resten van een winterjan,
de medicijnfles korporaal.
Een ereprijs in olieverf
van stoffig leven.

 

 


 

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)

Lees meer...

Rachel Kushner

 

De Amerikaanse schrijfster Rachel Kushner werd geboren op 7 oktober 1968 in Eugene, Oregon en verhuisde naar San Francisco in 1979. Zij studeerde af aan de Universiteit van Californië, Berkeley en behaalde haar Master of Fine Arts in creatief schrijven aan de Columbia University in 2001. Na haar MFA woonde Kushner 8 jaar in New York City, waar zij redacteur was van de tijdschriften Grand Street en BOM. Zij schreef veel over hedendaagse kunst, waaronder tal van artikelen in Artforum. Ze is momenteel redacteur van Soft Targets, een tijdschrift over kunst, fictie en poëzie. Kushners meest recente roman “The Flamethrowers” werd in april 2013 gepubliceerd door Scribner. “The Flamethrowers” was finalist voor de 2013 National Book Award en werd uitgeroepen tot een top boek van 2013 door New York Magazine, Time Magazine, The New Yorker, O, The Oprah Magazine, New York Times Book Review, New York Times 'Dwight Garner, Los Angeles Times, San Francisco Chronicle, Vogue, Wall Street Journal, Salon, Slate, Daily Beast, Flavorwire, The Millions, The Jewish Daily Forward en Austin American-Statesman. Kushner ’s eerste roman “Telex from Cuba” werd in juli 2008 gepubliceerd door Scribner. “Telex from Cuba” was finalist voor de 2008 National Book Award.

Uit: The Flamethrowers

“I walked out of the sun, unfastening my chin strap. Sweat was pooling along my collarbone, trickling down my back and into my nylon underwear, running down my legs under the leather racing suit. I took off my helmet and the heavy leather jacket, set them on the ground, and unzipped the vents in my riding pants.
I stood for a long time tracking the slow drift of clouds, great fluffy masses sheared flat along their bottom edges like they were melting on a hot griddle.
There were things I had no choice but to overlook, like wind effect on clouds, while flying down the highway at a hundred miles an hour. I wasn't in a hurry, under no time constraint. Speed doesn't have to be an issue of time. On that day, riding a Moto Valera east from Reno, it was an issue of wanting to move across the map of Nevada that was taped to my gas tank as I moved across the actual state. Through the familiar orbit east of Reno, the brothels and wrecking yards, the big puffing power plant and its cat's cradle of coils and springs and fencing, an occasional freight train and the meandering and summer-shallow Truckee River, railroad tracks and river escorting me to Fernley, where they both cut north.
From there the land was drained of color and specificity, sage-tufted dirt and incessant sameness of highway. I picked up speed. The faster I went, the more connected I felt to the map. It told me that fifty-six miles after Fernley I'd hit Lovelock, and fifty-six miles after leaving Fernley I hit Lovelock. I moved from map point to map point. Winnemucca. Valmy. Carlin. Elko. Wells. I felt a great sense of mission, even as I sat under a truck stop awning, sweat rolling down the sides of my face, an anonymous breeze, hot and dry, wicking the damp from my thin undershirt. Five minutes, I told myself. Five minutes. If I stayed longer, the place the map depicted might encroach. A billboard across the highway said schaefer. when you're having more than one.”

 

 
Rachel Kushner (Eugene, 7 oktober 1968)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rachel kushner, romenu |  Facebook |

06-10-13

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulrich, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Horst Bingel, Peter Gosse

 

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

 

Zee

Kon je maar beklijven
in de lauwe baai
waaruit je ooit kwam
maar je blijft
de dagelijkse drenkeling
tot aan de laatste schemering.

Kon je je maar in haar
bergen maar je legert je
aan haar rand dolend
in jezelf achteloos
verkerend tussen lotgenoten

die zoals jij de tint
van het land aannamen,
zilten kameleons, vlezen
korrels: loom droog sepia.

 

 

 

Blik

 

Hoe ziet mijn huis mij arriveren?
Wat hebben de meubels zonder mij
verricht: mijn warmte gekoesterd,
mijn katten vertroeteld?

O, kon ik mijzelf eens vanuit mijn bank
zien naderen, een blik werpen op de man
die vanaf het trottoir naar me zwaait
alsof hij gelukkig huiswaarts keert.

 

 

 

Witheid

 

In de witte winter in het witte huis
in de witte kamer in het witte bed
op het witte laken fluister ik
in het witte oor dat naast me ligt

de lichte dingen van de liefde.
Wij sluipen de sneeuw in, schuiven
onze lijven warm, schuilen in het
schuim, worden watten poppen.

Terug uit de witte winter in het
witte huis in de witte kamer
in het witte bed op het witte
laken smelten wij mond op

mond samen tot het witte wezen
dat wij zijn als de nacht begint.

 

 



Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

Lees meer...

05-10-13

Roberto Juarroz, Václav Havel, Stig Dagerman, Flann O’Brien

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

 

Interior deserts

 

Interior deserts,

vague litanies for someone who died

leaving all the doors open.

A gray cloak over another cloak of no color.

Excessive densities.

Even the wind casts a shadow.

Mockery of the landscape.

Nothing left to call to

but a flat dark sun

or an endless rain.

Or wipe out the landscape

with the wind and its shadow.

And there is one further resort:

drive the desert mad

until it turns into water

and drinks itself.

It it better to madden the desert

than to live there.

 

 

 

 

Crack of imminence in the heart

 

Crack of imminence in the heart,

while the foot of hope

dances its blue dance,

in love with its own shadow.

There is an expectant hymn

that cannot begin

as long as the dance has not finished

its cultivation of time.

It is a hymn backward,

and inverted imminence,

the last thread to tie the fountain

before its flow carries it away.

There are songs that sing,

there are others that are silent,

the deepest of all go backward

from the first letter.

 

 

 

Vertaald door W.S. Merwin

 

 

 

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

Lees meer...

Denis Diderot, Charlotte Link, José Donoso, Ervin Sinko

 

De Franse schrijver, filosoof en kunstcriticus Denis Diderot werd geboren in Langres op 5 oktober 1713. Zie ook alle tags voor Denis Diderot op dit blog en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

Uit: Jacques le Fataliste

 

Jacques ne connaissait ni le nom de vice, ni le nom de vertu ; il prétendait qu'on était heureusement ou malheureusement né. Quand il entendait prononcer les mots récompenses ou châtiments, il haussait les épaules. Selon lui la récompense était l'encouragement des bons ; le châtiment, l'effroi des méchants. Qu'est-ce autre chose, disait-il, s'il n'y a point de liberté, et que notre destinée soit écrite là-haut ? Il croyait qu'un homme s'acheminait aussi nécessairement  à la gloire ou à l'ignominie, qu'une boule qui aurait la conscience d'elle-même suit la pente d'une montagne ; et que, si l'enchaînement des causes et des effets qui forment la vie d'un homme depuis le premier instant de sa naissance jusqu'à son dernier soupir nous était connu, nous resterions convaincus qu'il n'a fait que ce qu'il était nécessaire de faire. [...] D'après ce système, on pourrait imaginer que Jacques ne se réjouissait, ne s'affligeait de rien ; cela n'était pourtant pas vrai. Il se conduisait à peu près comme vous et moi. Il remerciait son bienfaiteur, pour qu'il fît encore du bien. Il se mettait en colère contre l'homme injuste ; et quand on lui objectait qu'il ressemblait alors au chien qui mord la pierre qui l'a frappé : "Nenni, disait-il, la pierre mordue par le chien ne se corrige pas ; l'homme injuste est corrigé par le bâton". Souvent il était inconséquent comme vous et moi, et sujet à oublier ses principes, excepté dans quelques circonstances où sa philosophie le dominait évidemment ; c'était alors qu'il disait : "Il fallait que cela fût, car cela était écrit là-haut."

 

 

 

Denis Diderot (5 oktober 1713 - 31 juli 1784)

Standbeeld in Langres

Lees meer...

K.L. Poll

 

De Nederlandse schrijver en journalist K.L. Poll, (volledige naam Kornelis Lubbertus Poll) werd geboren in Dordrecht op 5 oktober 1927. Poll studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden, was redacteur van Haagse dagblad Het Vaderland en later hoofd van de kunstredactie van het Algemeen Handelsblad dat in 1970 fuseerde met de Nieuwe Rotterdamse Courant. In 1959 richtte Poll het Hollands Maandblad op. Hij publiceerde daarin een aantal van zijn essays en humoristische beschouwingen over filosofie. In een van zijn stukjes pleitte hij voor de invoering van een "ironieteken" als een nieuw leesteken. K.L. Poll was als redacteur de initiatiefnemer van de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad en in 1983 richtte hij een "Vereniging voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap" op, in eigen woorden "een onafhankelijke muis (die) niet zou misstaan naast de olifant van de culturele staatszorg" en het culturele leven zou moeten verlevendigen. De vereniging, nu een stichting, organiseert lezingen en geeft boeken uit. Later werd hij tevens initiator van het Cultureel Supplement van de NRC.Zijn bijdragen werden gebundeld in “Zonder mirakels” (1965), “De eigen vorm” (1967) en “Het masker van de redelijkheid “ (1969). In 1973 begon Poll aan het project “Formules voor een moraal”, bestaande uit de essaybundels “Verlangen naar almacht” (1974), “Een dienstreis voor burgers” (1976), “Wennen aan de vrede” (1981), de poëziebundel “De logica van November” (1975) en de roman “Emma Kwartier” (1978).

 

De bomen steken

De bomen steken
hun takken en twijgen
onverschrokken, aangepast,
in de blauwe vrieslucht
van de gevorderde ochtend.
Het is koud, verhoudingsgewijs,
goed schilderijweer,
oudhollands voor later,
de oude zonden
en gruwelijkheden van God
vergeten en, in zoverre,
vergeven.
De natuur wrokt niet,
draagt de gevolgen
als nieuwe vanzelfsprekendheden
voort in de tijd,
vervult in volle majesteit
het heden in zijn klassieke vluchtigheid,
kent de eigen wetten door en door,
glimlacht om de onvermijdelijke lente.

 

 

Juli

Een dag met eigen schaduwen.
In de lucht de zachte
aandrang van een gehandicapte geest.

Langs Wijk bij Duurstede
varen zomerschepen.
Langs het raam trekt de tijd.

Waar komt de grijze kat vandaan,
angstig trillend op een hoog, smal balkon
van een huis in de Sarphatistraat?

 

 

 
K.L. Poll (5 oktober 1927 - 14 november 1990)

20:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: k.l. poll, romenu |  Facebook |

04-10-13

Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.

 

Uit: Hoe duur was de suiker?

 

“Levi Fernandez, die nu 45 jaar oud was, was vanaf zijn 12e jaar, toen zijn vader overleed, alleen opgevoed door zijn strenge moeder. Zij beheerde zelf plantage Hébron en bepaalde en regelde alles. Alles en iedereen had ze keurig in bedwang: de plantage, het huishouden, de slaven, haar zoon.... Tenminste dat had ze gedacht, tot hij weigerde om te trouwen met Rachaël Mozes de Meza, het Joodse meisje dat ze vanaf die geboren was, voor hem had bepaald. Als een vurig jong paard had de 20-jarige Levi Fernandez tegenover zijn moeder gestaan. Hij trouwde niet met Rachaël, de dochter van zijn moeders beste vriendin, die twee jaar jonger was dan hij en die hij al vanaf zijn kinderjaren kende. Hij trouwde niet met haar, want hij hield van iemand anders, de 17-jarige Elizabeth Smeets, dochter van een legerofficier, nog pas 2 jaar in de kolonie, zonder geld, zonder plantage en bovendien een christin. Toen was de weduwe Fernandez voor het eerst er niet in geslaagd haar zoon haar wil op te leggen. Nadat Levi echter met zijn Elizabeth was getrouwd, was zijn moeder direkt verhuisd, terug naar Joden-Savanna, haar geboortegrond. Plantage Hébron die haar zoon sedert zijn 18e jaar rechtens toekwam, verliet ze, ‘omdat ze niet van plan was om met dat christenmens onder één dak te wonen’.

Pas 9 jaar later kwam ze weer naar de plantage en dat was ter gelegenheid van de begrafenis van haar schoondochter Elizabeth, die was overleden enkele dagen na de geboorte van haar dochtertje, dat ook de naam kreeg van Elizabeth, en aldus Elza werd genoemd. Had de weduwe Fernandez toen misschien gedacht en gehoopt dat ze weer de teugels van plantage Hébron in handen zou krijgen? Had ze zichzelf al gezien, de scepter zwaaiende, regerende over de slaven, het huishouden, haar zoon, de kinderen, de toen 8-jarige David, 6-jarige Jonathan en de baby Elza? Dat gebeurde echter niet. Levi was beleefd en correct tegen zijn moeder, maar de plantage was van hem en zijn bazige moeder kon op Joden-Savanna blijven. De kinderen werden goed verzorgd door Ashana, de lijfslavin van zijn overleden vrouw en de dochter van Ashana, de 18-jarige Maisa. Toen Elizabeth overleed had Maisa net haar 2e zoontje aan de borst en het was dus geen enkel probleem om het net geboren dochtertje van de misi er bij te nemen. En zo was plantage Hébron ruim 7 jaar gebleven zonder meesteres, maar met Ashana en Maisa in huis die voor alles zorgden.”

 

 

 

Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

Lees meer...

Coen Peppelenbos

 

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. In Raalte bezocht hij ook het Florens Radewijns College. Daarna studeerde hij Neerlandistiek in Groningen. Zijn doctoraalscriptie ging over de dichter A. Marja, uit wiens gedichten Peppelenbos samen met Nick ter Wal in oktober 2008 een bloemlezing samenstelde. Vanaf 1988 is hij werkzaam in het onderwijs. Sinds 1991 is hij als docent verbonden aan de NHL Hogeschool. Hij is co-auteur van drie verschillende literatuurmethodes voor het middelbaar en hoger onderwijs. Vanaf 1995 recenseert hij literatuur voor de Leeuwarder Courant. Zijn officiële debuut verscheen in maart 2007 onder de titel “Sing Sing”. In juni 2008 publiceerde hij “Victorie”, een roman waar zijn geboortedorp Raalte goed in te herkennen is. Peppelenbos was tot maart 2009 hoofdredacteur van het literair tijdschrift Tzum, dat hij in 1998 oprichtte. Met Doeke Sijens schreef hij de romans “Tavenier” (2003) en “Harde actie” (2005). Van 2003 tot 2006 stelde hij poëtische wandelingen samen door Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht. Hij treedt geregeld op bij literaire festivals. Op Roze Zaterdag 2011 verschenen de, met Corrie Joosten samengestelde, bloemlezingen “Hij zag een kameraad in je” en “Zacht gezicht aan zacht gezicht”, over vriendschappen tussen respectievelijk mannen en vrouwen.

 

Witte Veder

Als ik later klein word
dan wil ik graag indiaan zijn
met een fors torso boven
en een lendenlapje onder.

Mijn moeder kreeg haar eerste
wee bij de dameskapper.
Dat had een teken moeten zijn.

Ik wil een stoere naam: Dappere Bison
of Sterke Spier en van me afslaan
als de grote jongens het voetbalveld
innemen, het enige doel veroveren,
mijn broer op het gras nagelen
en van mij Hijgend Hert maken
dat om zijn moeder roept.

Waarom gaat schaamte langer mee dan geluk?

Als padvinder verdwaalde ik, elk spoor
dat ik zocht liep dood in een overvol hoofd.
Hoe kwam het dat de indianen altijd verloren
bij de strijd om het fort op zolder,
het fort van plastic palen,
ze in verhalen en op tv
altijd aan de horizon verdwenen.
Elke keer moest ik wenen,
heimelijk verliefd op Witte Veder.

 

 
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

19:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: coen peppelenbos, romenu |  Facebook |

03-10-13

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin

 

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

 

Uit: Post Mortem

 

“Als een blinde zocht hij met gestrekte armen naar de handdoek. Zijn ogen openen zou het prikken erger maken.
Hoe lang was het geleden dat hij shampoo in zijn ogen had gekregen? Hij kon het zich niet herinneren. In zijn kindertijd, allicht. Misschien had hij wel vaker shampoo in zijn ogen, betere shampoo, die niet prikte. Of was dit ouder worden, kleinzerig? Zou hij straks de shampoo van Renée moeten gebruiken, geurend naar aardbei?
Je bent veertig, dacht Emiel Steegman. Veertig is niet oud.
Tot overmaat van ramp hing niet één handdoek aan het verchroomde rekje boven de radiator, binnen bereik. Steeds probeerde hij anderen, door het goede voorbeeld te geven, door handdoeken op te hangen aan het rekje, duidelijk te maken hoe zij hem met eenvoudige dingen een plezier konden doen. Hij faalde.
Zijn boodschap was niet duidelijk. Ze meenden dat hij steeds hún een plezier deed. Op den duur vonden zij het normaal.
Wat zou Otto Richter hiertegen beginnen? De beroemde, bestverkopende schrijver genoot vanzelfsprekend de voordelen van zijn gezegende leeftijd, wat echter toen hij veertig was? Had hij dan al een jongere, onderdanige vrouw, die nauw op dingen als handdoeken lette? Wat als het humeur van Richter door een handdoek danig werd verstoord, dat de woorden hem de rest van de dag in de steek lieten? Het was simpelweg ondenkbaar. Hij had een huishoudster in dienst. Net zoals de weidse etage die hij toentertijd betrok in het rijkste kwartier van de hoofdstad, maakte het niet uit of hij zich een huishoudster kon veroorloven. Een schrijver, dat was toch iemand die de wereld naar zijn hand zette?

Een flits van Tereza, zijn eigen vrouw, ze had een met kant afgezette voorschoot om, een kapje op het hoofd, meer niet; ze kwam niet voor de handdoek.
Hij wimpelde zijn gedachte af, er was geen tijd, maar hij voelde zich al minder door haar nalatigheid ontzet dan voordien.”

 

 

 

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

Lees meer...

02-10-13

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

Uit: De laatkomer

 

‘Haar vrees voor het vacuüm illustreerde zij dit keer door mijn hele kleine en sowieso reeds beklemmende kamertje vol te stouwen met kadertjes. En in die kadertjes: foto’s van haarzelf! Moniek met echtgenoot. Moniek met kroost. Moniek met echtgenoot en kroost. Moniek solo. Niet één spontaan kiekje dat was terug te vinden in haar selectie. De ijskoningin van de pose liet zich het liefst van al portretteren in een decor van bloemen of struiken. Ze had ook de eigenaardige tic deze bloemen of struiken te moeten aanraken voor de camera. Heel lullige foto’s levert dat op, een vrouw die stokstijf met een bevroren tandpastareclameglimlach de lens aangaapt en onderwijl in een mimosa knijpt.

(…)

 

Ik was geen onbekende voor die boekhandelaar; ongeveer een kwart van onze boekenkast was gevuld met spul dat uit zijn winkel kwam. Hij had in totaal vast een vakantie of twee met het hele gezin overgehouden aan mijn bellettristische vraatzucht. Dus kende hij best wel mijn dada’s en had ie redenen te over om zijn bedenkingen te hebben bij mijn plots opgewekte interesse voor overschotels, origamifiguren en tuinmeubelen. Maar een boekhandelaar krijgt niet alle dagen een dementerende over de vloer, en crisis was het voor iedereen, voor een kleine zelfstandige nog zo zeer, en hij greep de gelegenheid om nog een laatste keer aan mij te verdienen met beide pollen beet en verkocht mij de goorste troep.

(…)

 

Hoewel volkomen opzettelijk, is het zeer tegen mijn zin dat ik iedere nacht opnieuw in mijn bed schijt. Mij te verlagen tot deze zelfconterende daad is waarlijk de lastigste consequentie van de ietwat zotte levensweg die ik op mijn oude dag ben ingeslagen. Maar ik zou mijn verplegers en verpleegsters achterdochtig stemmen indien ik het in mijn slaap droog hield. Wens ik niet uit mijn rol van seniele grijsaard vallen, dan heb ik geen andere keus dan op regelmatige basis mijn luiers te bevuilen. Want dat is het inderdaad: een rol. Ik ben helemaal niet zo dement als ik mijn omgeving doe geloven!”

 

 

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

In Memoriam Tom Clancy

 

In Memoriam Tom Clancy

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy is gisteren overleden. De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

 

Uit: The Teeth of The Tiger

 

"Your treatment of your men is generous in its praise, Captain. Why?"

That made Caruso blink. "Sir, they did very well. I could not have expected more under any circumstances. I'll take that bunch of Marines up against anybody in the world. Even the new kids can all make sergeant someday, and two of them have 'gunny' written all over them. They work hard, and they're smart enough that they start doing the right thing before I have to tell them. At least one of them is officer material. Sir, those are my people, and I am damned lucky to have them."

"And you trained them up pretty well," Broughton added.

"That's my job, sir."

"Not anymore, Captain."

"Excuse me, sir? I have another fourteen months with the battalion, and my next job hasn't been determined yet." He'd happily stay in Second Force Recon forever. Caruso figured he'd screen for major soon, and maybe jump to battalion S-3, operations officer for the division's reconnaissance battalion.

"That Agency guy who went into the mountains with you, how was he to work with?"

"James Hardesty, says he used to be in the Army Special Forces. Age forty or so, but he's pretty fit for an older guy, speaks two of the local languages. Doesn't wet his pants when bad things happen. He—well, he backed me up pretty well."

The TS folder went up again in the M-2's hands. "He says here you saved his bacon in that ambush."

"Sir, nobody looks smart getting into an ambush in the first place. Mr. Hardesty was reconnoitering forward with Corporal Ward while I was getting the satellite radio set up. The bad guys were in a pretty clever little spot, but they tipped their hand. They opened up too soon on Mr. Hardesty, missed him with their first burst, and we maneuvered uphill around them. They didn't have good enough security out. Gunny Sullivan took his squad right, and when he got in position, I took my bunch up the middle. It took a total of ten to fifteen minutes, and then Gunny Sullivan got our target, took him right in the head from ten meters. We wanted to take him alive, but that wasn't possible the way things played out." Caruso shrugged. Superiors could generate officers, but not the exigencies of the moment, and the man had had no intention of spending time in American captivity, and it was hard to put the bag on someone like that. The final score had been one badly shot-up Marine, and sixteen dead Arabs, plus two live captives for the Intel pukes to chat with. It had ended up being more productive than anyone had expected. The Afghans were brave enough, but they weren't madmen—or, more precisely, they chose martyrdom only on their own terms.”

 

 

 

Tom Clancy (12 april 1947 – 1 oktober 2013)

01-10-13

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

 

Uit:  Lehrjahre im Schnitzelparadies (Vertaald door Franca Fritz)

 

»Ist das alles? Ist das schon alles?« Lautstärke und Klang meiner Stimme erinnern wohl an ein Transistorradio, dessen Batterien fast leer sind. Wachsam beobachten meine Augen das Messer, das sich dank Amimuns unkontrollierter Energie immer mehr in Richtung meiner Brust vorzittert.
   Seine Ohren wackeln, glühend rot vor Wut. »Was soll denn sonst noch sein, Spülwurm? Was ist mit euch Jungs los? Euch haben sie wohl schon völlig auf ihre Seite gezogen, mit diesen komischen, faden Weißbrot- und Weihnachtsmannmärchen. Aber mich kriegen sie nicht!« Er schlägt sich kräftig gegen die Brust. Eine harte Faust küsst das Schneidbrett. Vorderzähne graben sich in die Unterlippe. »Ich bin und bleibe ein maro, Nordip, außer ich gewinne zwanzig Millionen Mäuse im Lotto. Typen wie ihr macht uns nur lächerlich. Ihr mit eurem Gelehrtengequatsche. Und was hat dir das gebracht? Du schrubbst hier Pfannen und Töpfe. Aber sieh dir mal die Chinesen oder die Türken an - über die spricht oder schreibt niemand, keine Zeitung, kein einziger Fernsehsender, niemand weiß, was die machen. Denen ihr Leben ist denen ihr Leben. Sie verkaufen sich nicht selbst, verstehsdu. Sie haben alle ihre eigenen Läden, arbeiten füreinander, unterstützen sich gegenseitig, bewahren ihren Stolz und that's it.« Er schluckt. Der Apfel in seiner Kehle hüpft auf und nieder. »Zwischen die kriegt keiner auch nur einen Fingerbreit. Hast du schon mal irgendjemand über die meckern hören? Oder hast du ... Spülwurm, dummer kahler Pickelhering... hast du vielleicht schon mal einen Chinesen mehr Niederländisch reden hören als >Sambal dazu<? Und alle rufen: >Prima, ja, machen Sie es ruhig scharf... ja, prima, lecker... leckres chinesisches Essen ... < Die sind stolz. Die sagen nur das, was nötig ist. Aber ihr... ihr Kahlköppe, ihr müsst ja mal wieder ein Riesentheater um uns machen, euch selbst verleugnen, eure Seele an Schitan verkaufen, Couscous für sie aufwärmen und sogar die Teller noch ablecken, euch anpassen und auch so ... auch so ein Weißbrot-Aromie werden wollen. Ich schwör dir, noch keine zwanzig Jahre und ihr sitzt allesamt mit 'nem String am Hintern mit euren Kindern rund um ein geräuchertes grinsendes ekliges Dreckschwein und singt fröhlich Weihnachtslieder wie: Morgen, Kinder, wird's was geben ... «

 

 

 

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

Lees meer...

30-09-13

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Eli Wiesel, Roemi

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

 

Uit: De bewonderde meester

 

“Ik evenwel, die op school tegen mijn zin kennis had moeten maken met Reinier van Genderen Stort, Aart van der Leeuw en de vroege Van Schendel, ik greep Else Böhler uit de doos en sleepte haar mee naar mijn jongenskamer om haar te verslinden, daartoe verleid door een passage die ik, in mijn moeders bijzijn nog wel, had gelezen en die ik u nu niet mag onthouden, omdat, als er dan toch van navolging moet worden gesproken, het onder meer die regels uit het park- en vijverbestaan van de verliefden waren die ik maar al te graag wilde navolgen, niet in geschrifte weliswaar maar in de praktijk.

(…)

 

“Die gebaarde lippen mogen mij nu wat vreemd voorkomen, ze wonden mij toen verschrikkelijk op. Dat wilde ik ook wel eens voelen en ondergaan. Althans, dat verbeeldde ik me, want de gelegenheid had zich al vaak genoeg voorgedaan zonder dat ik er gebruik van had gemaakt. Mijn vriend en klasgenoot Wim, kersvers teruggekeerd uit de Oost waar Vestdijk wel als arts maar niet als schrijver was doorgedrongen, tenzij bij de vriendin van mijn moeder, Wim dan, opgegroeid onder de sarong van de baboe, zoals hij met een raar lachje zei, geestelijk lang niet zo sterk ontwikkeld als lichamelijk, waarvan hij me meer dan eens de bewijzen gaf, welnu, Wim was de zoon van ouders die er een Duits dienstmeisje op nahielden, Agnes, dik, rond, üppig zoals dat in haar taal heet, het haar als een koptelefoon over haar schedel tegen haar oren gewonden, wat in het Duits weer wordt aangeduid met Schnecken. De taal is gans een volk. Agnes deed meer dan Kuchen bakken, schelden en Lieder galmen, allemaal keihard trouwens, ze vond overdag ook tijd in haar kamertje op zolder te verdwijnen wanneer wij daar aan het knutselen waren op de werkbank van Wims overleden grootvader. Door de openstaande deur konden we zien hoe ze haar haren ontbond, citroenig van couleur, om de Schnecken voor enige tijd hun vrijheid te hergeven. Wim hielp haar daar graag en vaardig bij, en ging zelfs wat verder, op zoek naar de diertjes die, hoe traag ook, blijkbaar al onder haar kleding waren gevlucht. Het tafereel zou mij toch aan Johan en Else moeten herinneren, maar niets daarvan, ik keek niet eens meer toe en timmerde verder aan mijn werkstuk. Literatuur en leven waren gescheiden gebieden, en dat ze in de loop van de tijd in elkaar verward zijn geraakt, Vestdijk zou de laatste zijn om me daarover terecht te wijzen, zelf immers van mening dat verbeelding en werkelijkheid vrijwel onzichtbaar in elkaar overvloeien.”

 

 

 

Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

Lees meer...

29-09-13

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Uit: Autobiografische flitsen en fratsen

 

„Meteen toen ik geboren werd, en dat was snel - op bijzonder voorspoedige manier overigens, met vaart& elan, zoals dat mijn geslacht, en ‘geslacht’ bedoel ik hier dus ook in de betekenis van familie, voorzaten, afstamming, kenmerkt sinds de oudste bekende van mijn voorvaderen, de Katwijkse hoefsmid Wullem Haewynckelscz, in 1432 tijdens de woede van een der meest zondvloedachtige stormen & watersnoden, die uw land, lezer (kom hier, dat ik u aan mijn borstkas druk!), ooit ofte immer geteisterd ofte gekweld hebben, schaterlachend aan land kroop uit de kolkende bruinebonensoep die Noordzee heet en door verscheidene dichters nauwlettend in de kijkerd wordt gehouden met het oog op de dampen van eeuwigheid die er wel vanaf slaan, de blanke kop der duinen over, - werd ik zonder veel kapsones bij mijn kladden gegrepen en op de laatste plaats aan tafel gezet, naast mijn reeds levende broers en zusjes. Het was natuurlijk even wennen. De eerste uren schijn ik er wat zakkig bij gezeten te hebben; mijn oudste zus, momenteel als Wagnerzangeres verbonden aan het conservatorium van Kiew, pleegt tijdens onze schaarse ontmoetingen nog herhaaldelijk bij de blote herinnering in hatelijk schaterlachen uit te barsten, zodat er heel wat glaswerk smelt. Ik schijn nog geheel glibberig geweest te zijn, toestanden man, toestanden op het platteland, en mijn ruggegraat moet associaties losgeslagen hebben met die we kennen van een in- & uitgeblikte moot zalm, de roze koningin der rivieren. Maar al spoedig had ik de zelfbeheersing van voor mijn geboorte hervonden, en timmerde ik om het hardst met mijn houten lepel op de houten tafel, terwijl ik in koor met mijn broertjes en zusjes van voor de oorlog een lied eruit brulde van levenslust en honger. Dit lied is later opgetekend, en heeft maandenlang boven aan de hitparade gestaan in Joegoslavië, het geboorteland van Frédéric Chopin.

Mijn vader zag zoiets gaarne. Ik zal hem erg meegevallen zijn, omdat hij van de trappartijen, die ik voor de bevalling in de buikholte van mijn moeder, een sterke vrouw, aanrichtte, vaak deerlijk geschrokken was, en de indruk had overgehouden dat er een kudde bizons naderde.“  

 

 

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Lees meer...