02-09-14

Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens, Manfred Böckl

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Jong-katholieken

We houden van barmeid en zeekapitein
En van een gulle hartige slok,
Een krachtige vloek en losse gein
Met een stem als een schorre klok.

De heiligen en Maria zijn
Niet bij ons in het publiek.
Ze mogen thuis trooten in ziekte en pijn
Want wij zijn intens katholiek.

De drank is fel en de jazz is schel,
Een gebed is gauw gezegd
En misschien bereikt het den hemel wel
Eer wij in ‘t graf zijn gelegd.

Tusschen twee gebeden: een dronk, een meid;
Een gebed tusschen vloek en dans,
Zoo komen we prachtig door den tijd,
En hebben hierna nog een kans.

 

 

De jongen te paard

Hij laat den wind maar waaien door zijn haren.
Blootshoofds zit hij op ‘t steigerende paard.
Hij lacht gelukkig; zijn onrustige aard
Houdt van vermetelheden en gevaren

Hij is één met zijn ros; en ‘t zal bedaren
Als hij den drift van ‘t eigen bloed bedaart.
Maar hij is jong, en levens snelle vaart
Beteugelt hij eerst in kalmer jaren.

Hij voelt de warmte van het schokkend dier
Weldadig door zijn jonge leden stijgen,
En weet zich rap en lenig zooals hij.

Hij zit zoo rustig en hij lacht zoo fier
Dat alle menschen iets gelukkigs krijgen,
Zoo lustig galoppeert hij hen voorbij.

 

 

August von Platen

Altijd verlangen naar een zacht gelaafd-zijn
En voelen liefde als een onweêr komen,
Worstelen om het leven van een vrome,
En aan de zonde schuldeloos verslaafd zijn.

Naadrend in liefde en altoos uitgestooten,
Rein, en verdacht van smadelijk bedoelen,
Blozend om ‘t eigen maagdelijk gevoelen,
Maar hard voor ‘t oog van vrienden en genooten.

In eenzaamheden vloeide uw donker leven
Uit in een stroom van lichtende gedichten,
Die bonzen als een hart en krimpend beven,
 
Opstandig voor uw strenge willen zwichten.
Maar in hun klaren spiegel zien wij zweven
Het beeld van duizend smartlijke gezichten.

 


Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Hier in zijn tuin in Eerbeek met Bram Corbijn in 1931

Lees meer...

Eric de Kuyper

 

De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Van jongs af aan was de Kuyper gepassioneerd door de wereld van de film, het ballet en de opera. In 1966 rondde hij succesvol een studie af aan het HRITCS, het Hoger Rijksinstituut voor Toneel- en Cultuurspreiding (het huidige RITS). Tussen 1965 en 1977 werkte hij voor de toenmalige BRT als verantwoordelijke voor de filmaankopen. Hij had er ook een programma De andere film waarin hij het accent legde op de experimentele film. In de jaren zeventig studeerde hij in Parijs, onder meer bij filosoof en semioticus Roland Barthes en bij linguïst en semioticus Algirdas Greimas. Hij heeft als docent filmtheorie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen lesgegeven tussen 1977 en 1986. In de jaren tachtig regisseerde hij vier films. De eerste, “Casta diva”, ontleende zijn titel aan een aria van Vincenzo Bellini. “Filmische hartstochten” is een studie van 1984 waarin hij de liefde in de Hollywoodfilm onder de loep neemt. Met het sterk autobiografische” Aan zee” debuteerde hij in 1988 als literair auteur. Dit werk werd gevolgd door een reeks elkaar vlug opvolgende boeken die voornamelijk op zijn Brusselse jeugd en op zijn talrijke verblijven bij en met familie in Oostende gebaseerd zijn. Ze geven hem een eigen plaats in de Nederlandstalige literatuur. Tegenwoordig is hij onderdirecteur van het Nederlands Filmmuseum. Talloze artikelen en essays over film, opera, dans en media (in vele Nederlandse maar ook Franse tijdschriften) staan op zijn naam. In november 2010 werd Eric de Kuyper de eerste writer in residence aan de Vrije Universiteit Brussel.

Uit: Aan zee

‘Er werd zonder oponthoud gespeeld van 's morgens vroeg tot 's avonds vlak voor het weggaan. Er moest afwisseling zijn (wat spelen we vandaag?), maar niet te veel. Meestal was het een groepsspel met een ingewikkelde en strategisch opgezette rol- en taakverdeling. Hij was nogal bedreven in zowel het opzetten, het uitvoeren als het tot een goed einde brengen van een spel. Enkele kinderen van de buren kwamen er omheen staan, en als ze maar de regels volgden en vooral in de verbeeldingswereld mee wilden, mochten ze meedoen. Hij was geen leider van clubjes, maar een ontwerper van een wereld waaruit de regels, taken en rollen automatisch volgden. Meestal kwamen ze pas laat in de middag goed op dreef. Dan was het net tijd om naar huis te gaan. ‘Maar we amuseerden ons juist zo goed...’ ‘Je speelt al de hele dag, nu zul je wel moe zijn’, zeiden de volwassenen, die maar niet begrepen dat soms een hele dag nodig was om te komen tot wat zij, kinderen, ‘echt spel’ noemden. De volwassenen hadden nu eenmaal geen benul van wat spelen was. Ze deden een uurtje of twee zo maar iets met een bal, en dan waren ze het moe en vonden ze dat ze voor de rest van de dag genoeg ‘gespeeld hadden. Ze wisten niet wat spelen was en hadden vaak begrip noch respect voor het spel.’
(…)

‘Onder het opschrijven beseft hij plots dat hij toen alle geheimen van het zand kende. Hij had zo'n vakmanschap ontwikkeld, dat hij in één oogopslag en met één tastend gebaar wist wat er die dag met het zand gedaan kon worden, welk spel er vanuit het zand kon ontstaan. Hij was een grote deskundige, en de overige kinderen op het strand deden een beroep op zijn deskundigheid om te weten welk spel er die dag gespeeld kon worden. (...) Hij vergiste zich zelden in zijn beoordeling. Daarom had hij ook succes bij de andere kinderen, die vertrouwen hadden in zijn spelafwikkeling, die nauw samenhing met zijn rake prognose.

 

 
Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eric de kuyper, romenu |  Facebook |

01-09-14

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

Uit: De donkere kamer van Damokles

“Hij speurde in alle richtingen, nergens iemand te zien. Toen begon hij te klimmen. Het was niet gemakkelijk. Ik had mijn regenjas uit moeten doen, dacht hij. Gelukkig had hij rubberzolen onder zijn schoenen, dat gaf hem tenminste enig houvast. Het meisje keek naar hem om en lachte. Zij maakte met haar duim bewegingen van vlugger, vlugger.
Eindelijk kon hij zich vastgrijpen aan de ijzeren dwarsarm waarop de witte porceleinen isolatoren bevestigd waren. Met zijn andere hand, nam hij de nijptang uit zijn zak. Schuin beneden hem liep het meisje en zwaaide met de tas. Nog nooit had hij telefoonisolatoren van zo dichtbij gezien, hij had nooit geweten dat zij zo groot waren. Wel zo groot als een melkbeker. Hij knipte de draden door en zag ze vallen en tot enorme hoepels opkrullen, dwars over de weg. Onmiddellijk liet hij zich zakken, holde naar de draden en probeerde ze te bedwingen, ze zoveel mogelijk weg te stoppen in de greppel. Dit lukte. Toen sloeg hij zijn jas af, maar het meeste vuil was niet meer te verwijderen. Recht van boven naar beneden had de paal een brede zwarte streep achtergelaten op de witte katoen.
Nog voortdurend op zijn jas kloppend, bereikte hij het bosje dat hem aangeduid was. Hij sprong over de greppel en drong zich tussen de dorre sparren, de takken uit zijn gezicht houdend. In schuine richting werkte hij zich er doorheen.
Ook dit bosje was niet diep. Vrij gauw zag hij het huis dat het huis van Lagendaal moest zijn. Het huis lag geheel vrij, hier en daar stond een jonge doeglasspar op het terrein, dat van het bos gescheiden werd door een aardappelakker. Hij zag het meisje lopen, nog steeds zwaaiend met haar tas. Naar schatting was zij een honderdvijftig meter bij het huis vandaan.
Het was een laag, houten huis. Verrek! De luiken waren geschilderd in de kleuren van de partij: rood en zwart!”

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Lees meer...

31-08-14

Atemloser August (Max Dauthendey)

 

Dolce far niente

 

 
Het Onweer door Giorgione, ca. 1508

 

 

Atemloser August

Sommermonde machen Stroh aus Erde,
Die Kastanienblätter wurden ungeheuer von Gebärde,
Und die kühnen Bäume stehen nicht mehr auf dem Boden,
Drehen sich in Lüften her gleich den grünen Drachen.
Blumen nahen sich mit großen Köpfen, und scharlachen,
Blau und grün und gelb ist das Gartenbeet, hell zum Greifen,
Als ob grell mit Pfauenschweifen ein Komet vorüberweht.
Und mein Blut, das atemlos bei den sieben Farbenstreifen stille steht,
Fragt sich: wenn die Blum', Baum und Felder sich verschieben,
Ob zwei Menschen, wenn die Welt vergeht,
Zweie, die sich lieben, nicht von allen Wundern übrig blieben.

 

 

 
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Portret door Heinrich Kiefer, z.j.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2013.

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: max dauthendey, dolce far niente, romenu |  Facebook |

Éric Zemmour

 

De Franse schrijver en journalist Éric Zemmour werd geboren op 31 augustus 1958 in Montreuil-sous-Bois, vlakbij Parijs. Na zijn afstuderen aan het Institut d'etudes politiques de Paris deed Zemmour twee mislukte pogingen om te worden toegelaten tot de École nationale d'administration. Vervolgens werkte hij bij Le Quotidien de Paris. Later kwam hij naar Info-Matin en schreef hij voor Globe Hebdo, een weekblad. Hij werd politiek columnist voor Le Figaro in 1996. Zemmour schreef ook de biografieën van Jacques Chirac en Edouard Balladur en enkele politieke essays. Zemmour zorgde met uitlatingen over de Arabische en zwarte immigranten vooral in Frankrijk voor de nodige ophef. In februari 2011 werd hij in Parijs voor het aanzetten tot rassenhaat veroordeeld tot een boete. De reden was niet zijn opmerking dat immigranten vaak door de politie worden gecontroleerd, omdat de "meerderheid der drugsdealers Zwart of Arabieren" waren. Op dezelfde dag had hij op de radio verklaard dat, naar zijn mening, werkgevers "het recht hadden om Arabieren of zwarte mensen niet aan te nemen. Dat zou naar het oordeel van het Hof "een onwettige discriminerende praktijk rechtvaardigen”. Zemmour werkt als redacteur bij de krant Le Figaro.

Uit Petit frère

« Je n'étais pas très attentif à l'éloge convenu de la victime. Je captai pourtant une sentence que l'orateur avait tiré du Talmud: "Celui qui fait preuve de miséricorde envers le cruel se conduira bientôt avec cruauté avec le miséricordieux."
Je tardais à en saisir le sens; mais finis par me sentir visé. Comme d'habitude, aurait brocardé Clotilde, ton narcissisme nourrit ta paranoïa. Je traduisis ainsi l'ellipse talmudique: vous avez été laxiste au nom d'un humanisme dévoyé; vous avez fait l'éloge du multiculturalisme, du métissage, du dialogue des civilisations, vous avez paradé sur les plateaux de télévision, puis vous êtes retournés dans vos ghettos dorés et protégés, tandis que ceux qui étaient condamné à vivre ensemble, ou plutôt côte à côte, enfermés dans leurs identités séculaires, s'étripaient, s'entre-égorgeaient. Des innocents payaient le prix du sang à votre place. Regardez vos mains.
(…)

Je n'abolis pas l’Édit de Nantes et je n'envoie pas les protestants faire la fortune de l'Angleterre et de la Prusse; je n'épouse pas Marie-Antoinette; je n'envoie pas la Grande Armée se perdre en Espagne et en Russie; je l'emporte à Waterloo, Grouchy a arrêté Blücher avant qu'il ne sauve Wellington; je ne trouve pas assez de taxis sur Paris; j'écoute les conseils stratégiques du colonel de Gaulle et je contiens l'offensive d'Hitler avec mes blindés; je donne la victoire aux sudistes américains dans la guerre de Sécession; j’arrête Lenine dans son wagon plombé avant qu'il n'entre en Russie; j'assassine Hitler en 1938; je tue Churchill la même année et l'Angleterre s'allie à l'Allemagne; je suis Kennedy père, je deviens président des États-Unis à la place de Roosevelt et l'Amérique soutiens les nazis..."

 

 
Éric Zemmour (Montreuil-sous-Bois, 31 augustus 1958)

18:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: Éric zemmour, romenu |  Facebook |

30-08-14

Charles Reznikoff, Jiři Orten, François Cheng, Libuše Moníková, Gisela von Arnim, Mary Wollstonecraft Shelley, Adam Kuckhoff

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2010 en alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

Uit: Jerusalem the Golden

 

The Hebrew of

The Hebrew of your poets, Zion,
is like oil upon a burn,
cool as oil;
after work,
the smell in the street at night
of the hedge in flower.
Like Solomon,
I have married and married the speech of strangers;
none are like you, Shulamite.

 

Hellenist

As I, barbarian, at last, although slowly, could read Greek,
at "blue-eyed Athena"
I greeted her picture that had long been on the wall:
the head slightly bent forward under the heavy helmet,
as if to listen; the beautiful lips slightly scornful.

 

The moon shines

The moon shines in the summer night;
now I begin to understand the Hebrews
who could forget the Lord, throw kisses at the moon,
until the archers came against Israel
and bronze chariots from the north
rolled into the cities of Judah and the streets of Jerusalem.
What then must happen, you Jeremiahs,
to me who look at moon and stars and trees?

 

 
Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

Lees meer...

29-08-14

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Hermann Löns

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog

Uit: Alcohol en longkanker

“Het volkomen apocriefe verhaal waarin Galilei kleine en grote stenen van de toren van Pisa laat vallen staat niet in het NRC-stuk zelf, maar een grote foto van die toren met een (vallende?) vaas ernaast, als enige illustratie bij het artikel, doet ons het ergste vrezen. De valtheorie van Aristoteles (zware dingen vallen harder dan lichte) werd door Galilei niet verworpen door experimenteren, maar door een elegante redenering in de Discorsi, die nog steeds lezenswaard is. (Als het waar is dat een zware steen harder valt, hoe hard valt dan een zware steen vastgebonden aan een lichte? Enerzijds nog harder, omdat het geheel zwaarder is geworden. Anderzijds langzamer omdat de lichte steen remmend werkt. Een duidelijke contradictie dus.) Tot die conclusie kan men komen in de kelder van de Pisaanse toren, en het is een schandaal dat Aristoteles het niet bedacht heeft.
Galilei's terecht beroemde principe dat een bal na de eerste trap, als er verder geen krachten op werken, niet, zoals Aristoteles zegt, tot stilstand komt, maar altijd door blijft rollen, kan hij ook moeilijk met experimenteren ontdekt hebben. In Brechts volksdrama Galilei ziet men de held voortdurend zwetend met gewichten aan het werk, maar in werkelijkheid is er praktisch geen sprake van mechanica-experimenten, en als ze beschreven worden is het onwaarschijnlijk dat ze echt gedaan werden (zo beweert hij gezien te hebben dat lichte voorwerpen in het begin harder vallen dan zware teneinde tegelijkertijd op de grond aan te kunnen komen). Ik heb de grootste verering voor Galileo Galilei, maar het moet gezegd dat zijn valtheorie nog behoorlijk fout was.
Newton vond, alweer zonder jarenlang dingen te laten vallen (die appel lijkt me meer van bijbelse oorsprong), een gravitatietheorie die het eeuwenlang goed deed. Is het nu zo dat Einstein door experimenten vond dat Newtons wetten niet helemaal klopten, en maakte hij daarom een nieuwe theorie? Nee, net andersom: hij maakte een nieuwe theorie en baseerde daarop een enkele proef. De voorspelde buiging van lichtstralen was niet zozeer een bevestiging van zijn theorie als een mislukte verwerping. Maar de rol van experimenten (die nog steeds onontbeerlijk zijn) komt ter sprake in Hoe Het Wel Is.”

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

Bewaren

Lees meer...

28-08-14

Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas, C. J. Kelk, Frederick Kesner

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

Uit: Die Wahlverwandtschaften

„Eduard – so nennen wir einen reichen Baron im besten Mannesalter – Eduard hatte in seiner Baumschule die schönste Stunde eines Aprilnachmittags zugebracht, um frisch erhaltene Pfropfreiser auf junge Stämme zu bringen.
Sein Geschäft war eben vollendet; er legte die Gerätschaften in das Futteral zusammen und betrachtete seine Arbeit mit Vergnügen, als der Gärtner hinzutrat und sich an dem teilnehmenden Fleiße des Herrn ergetzte.
»Hast du meine Frau nicht gesehen?« fragte Eduard, indem er sich weiterzugehen anschickte.
»Drüben in den neuen Anlagen«, versetzte der Gärtner.
»Die Mooshütte wird heute fertig, die sie an der Felswand, dem Schlosse gegenüber, gebaut hat.
Alles ist recht schön geworden und muß Euer Gnaden gefallen.
Man hat einen vortrefflichen Anblick: unten das Dorf, ein wenig rechter Hand die Kirche, über deren Turmspitze man fast hinwegsieht, gegenüber das Schloß und die Gärten«.
»Ganz recht«, versetzte Eduard; »einige Schritte von hier konnte ich die Leute arbeiten sehen«.
»Dann«, fuhr der Gärtner fort, »öffnet sich rechts das Tal, und man sieht über die reichen Baumwiesen in eine heitere Ferne.
Der Stieg die Felsen hinauf ist gar hübsch angelegt.
Die gnädige Frau versteht es; man arbeitet unter ihr mit Vergnügen«.
»Geh zu ihr«, sagte Eduard, »und ersuche sie, auf mich zu warten.
Sage ihr, ich wünsche die neue Schöpfung zu sehen und mich daran zu erfreuen«.
Der Gärtner entfernte sich eilig, und Eduard folgte bald.
Dieser stieg nun die Terrassen hinunter, musterte im Vorbeigehen Gewächshäuser und Treibebeete, bis er ans Wasser, dann über einen Steg an den Ort kam, wo sich der Pfad nach den neuen Anlagen in zwei Arme teilte.
Den einen, der über den Kirchhof ziemlich gerade nach der Felswand hinging, ließ er liegen, um den andern einzuschlagen, der sich links etwas weiter durch anmutiges Gebüsch sachte hinaufwand; da, wo beide zusammentrafen, setzte er sich für einen Augenblick auf einer wohlangebrachten Bank nieder, betrat sodann den eigentlichen Stieg und sah sich durch allerlei Treppen und Absätze auf dem schmalen, bald mehr bald weniger steilen Wege endlich zur Mooshütte geleitet.“

 

 
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Portret door Angelica Kauffmann, 1787 / 88

Lees meer...

27-08-14

Tom Lanoye, Jeanette Winterson, Lolita Pille, Lernert Engelberts, Kristien Hemmerechts, David Rowbotham

 

De Belgische dichter en schrijver Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Het is een magere troost

Het is een magere troost
dat alles moet verdwijnen

en ik je hoe dan ook op een keer
toch zou moeten missen, bij voorbeeld

door de dood. Ik hou van je, al
kunnen we waarschijnlijk niet meer
worden wat we vroeger waren of dachten
te zijn. Geen verhalen over afkeer,

over waanzin of grote trouw: ik
verlang naar toen terwijl
ik ouder word. Ik denk
nog veel aan jou.

 

 

In the mood

Daarnet, twee uur in de nacht alweer,
floepte de TV aan en daar stond ik,
in Madison Square Garden, tien jaar
jonger en goochelend als geeneen.

Door een onzichtbare massa opgezweept,
cirkelzaagde ik mijn assistente rats
in twee, de wekker die ik stuksloeg
werd niet heel en de konijnen vluchtten
naar de concurrentie. Het werd ze allemaal
teveel.

'Kop op, ouwe jongen!' Mijn hoofd
schoot door het scherm. 'Zo zie je maar:
tien jaar geleden ging je ook al naar
de kloten. Encore, mijn beste, het kan er
alleen maar op verbeteren. Encore!'

Showmuziek werd ingezet, warm applaus, en
goedgebouwde vrienden die ik lang vergeten was,
dansten en swingden on the floor, als gek.

'Welcome back, crazy Jack.
Welcome back.'

 

 

Kurma (schildpad)

Hoewel er geen bewijzen zijn. Misschien
als ik slaap, maar bij het minste geluid
verdwijnen zijn geschubde pootjes langs mijn
oren en mijn ogen, ze worden als het ware

in een schild gezogen. Zijn magere kop
raspt soms over mijn tong, en praat maar
zo vertraagd dat men het nauwelijks

verstaat: hij noemt mijn klieren
liefde en ik hou van hem. Ik ben

blij dat hij bestaat.

 

 
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)
Hier met Herman Brusselmans (rechts) in 1989

Lees meer...

26-08-14

Christopher Isherwood, Joachim Helfer, Guillaume Apollinaire, Jules Romains, Julio Cortázar

 

De Brits-Amerikaanse schrijver Christopher Isherwood werd geboren op 26 augustus 1904 in Disley in het graafschap Cheshire in Engeland. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Isherwood op dit blog.

Uit: Mr Norris Changes Trains

“Mr Norris had two front doors to his flat. They stood side by side. Both had little round peep-holes in the centre panel and brightly polished knobs and brass nameplates. On the left-hand plate was engraved: Arthur Norris . Private. And on the right hand: Arthur Norris . Export and Import . [...] I noticed immediately I was inside, [that] the Private side of the entrance hall was divided from the Export side only by a thick hanging curtain. “
(…)

“’Do you know what time we arrive at the frontier?’Looking back on the conversation, this question does not seem to me to have been particularly unusual. It is true that I had no interest in the answer; I wanted merely to ask something which might start us chatting, and which wasn’t, at the same time, inquisitive or impertinent. Its effect on the stranger was remarkable. I had certainly succeeded in arousing his interest. He gave me a long, odd glance, his features seemed to stiffen a little. It was the glance of a poker-player who guesses suddenly that his opponent hold a straight flush and that he had better be careful. At length he answered, speaking slowly and with caution:‘I’m afraid I couldn’t tell you exactly. In about an hour’s time, I believe. ‘His glance, now vacant for a moment, was clouded again. An unpleasant thought seemed to tease him like a wasp; he moved his head slightly to avoid it."
(…)

“I must say that I have always felt that, in the deepest sense, we are all brothers. Class distinctions have never meant anything to me; and hatred of tyranny is in my blood. Even as a small child I could never bear injustice of any kind. It offends my sense of the beautiful. It is so stupid and unaesthetic. I remember my feelings when I was first unjustly punished by my nurse. It wasn't the punishment itself which I resented; it was the clumsiness, the lack of imagination behind it. That, I remember, pained me very deeply.”

 

 
Christopher Isherwood (26 augustus 1904 – 4 januari 1986)
Hier met partner Don Bachardy (l) in 1962

Lees meer...

Rashid Al-Daif

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Libanese schrijver Rashid Al-Daif werd in 1945 geboren in Ehden bij Zgharta in het noorden van Libanon in een christelijke maronitische familie. Hij studeerde Arabisch aan de Libanese Universiteit in Beiroet. In 1974 ontving hij zijn doctoraat in Parijs (Sorbonne). Van 1972-1974 doceerde hij Arabisch   als vreemde taal aan de Universiteit van Parijs. Van 1974 tot 2008 was hij hoogleraar Arabisch en letterkunde aan de Libanese Universiteit van Beiroet. In het zomersemester 1999 was hij visiting professor in Toulouse. Het boek “Die Verschwulung der Welt..Rede gegen Rede. Beirut-Berlin” van Rashid Al-Daif en Joachim Helfer baarde in de herfst van 2006 nogal wat opzien. Onder de titel “Audat al-almani ila ruschdih”i ("De terugkeer van de Duitsers tot de rede" of "Hoe de Duitser weer tot bezinning kwam") had Rashid Al-Daif tevoren in Beiroet een verslag gepubliceerd over het privéleven van Joachim Helfer, zonder diens medeweten of toestemming. De vorm van de Duitse editie, waarin de tekst van Al-DaÏf onderbroken werd door ingevoegde commentaren en correcties van Helfer, leidde omgekeerd tot protest van Al-Daif, die meende dat het resultaat afbreuk deed aan de integriteit van zijn werk. Al-Daifs romans behandelen op humoristische wijze de tegenstellingen van de Libanese samenleving, die tussen traditie en moderniteit verscheurd wordt. Tegelijk wordt een gedifferentieerde reflectie op de sociale spanningen en het lijden, veroorzaakt door de burgeroorlog, ontwikkeld. Al- Da'ifs romans worden gerekend tot de stroming van de nouveau roman. Zij doen afstand van psychologische karakterisering en van een referentiekader. Een selectie van zijn poëtische werk werd in het Duits gepubliceerd in 2008 onder de titel „Ich werde die Dinge bei ihrem Namen nennen“. Rashid Al-Daif is een van de meest bekende Arabischtalige romanschrijvers van het heden. Zijn werk werd in vele talen vertaald. 

Uit: Ich werde die Dinge bei ihrem Namen nennen (Vertaald door Leslie Tramontini)

„Ich träumte, dass ein Fisch mit einer Tüte auf seinem Rücken, die ihn mit Wasser versorgt, aus dem Wasser an Land gekommen sei und lief und lief, bis er das Bett meines Sohnes erreichte. Mein Sohn schlief gerade, und so flüsterte der Fisch ihm etwas ins Ohr, woraufhin mein Sohn aufstand, seine Hand ergriff und mit dem Fisch zum Meer ging. Schreiend folgte ich ihnen, doch me)in Schrei verließ meine Kehle nicht – so wie es einem manchmal in einem Alptraum ergeht. Der Fisch hörte mich trotzdem und eilte schneller, bis er das Meer erreicht hatte und darin untertauchte. Mein Sohn tauchte hinter ihm unter. Mein Sohn konnte gut schwimmen und folgte ihm mit der Geschwindigkeit eines Fisches.
... Immer mehr entfernte er sich aus meinem Blickfeld, und noch immer verließ der Schrei meine Kehle nicht. Da erinnerte ich mich plötzlich, dass er einmal völlig erschreckt aufgewacht war und gerufen hatte. Ich war zu ihm gegangen und er hatte mir gesagt: Wer hat mir das Schwimmen beigebracht? Ich hatte ihm geantwortet, keiner habe ihm das Schwimmen beigebracht und er könne gar nicht gut schwimmen. Er meinte: Doch, ich bin doch gerade vom anderen Ufer geschwommen, wie ein Aal. Ich hatte gelächelt, ihn umarmt und den Duft seines Körpers tief eingeatmet, bis in die Lungenspitzen, und ihm gesagt: Schlaf,
mein Junge, du hast nur geträumt.

****

Kein einziges Mal, wenn mein Blick irgendwo auf den Globus fällt, sei es zuhause, in der Schule oder im Büro der Fluggesellschaft, kann ich es vermeiden, laut loszulachen, so wie einer, der unter den Achseln gekitzelt wird.“

 

 
(Rashid Al-Daif, Ehden, 1945)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rashid al-daif, romenu |  Facebook |

25-08-14

Martin Amis, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder, Thea Astley

 

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Money

“I’d better give you the lowdown on Selina — and quick. That hot bitch, what am I letting her do to me?
Like many girls (I reckon), and especially those of the small, supple, swervy, bendy, bed-smart variety, Selina lives her life in hardened fear of assault, molestation and rape. The world has ravished her often enough in the past, and she thinks the world wants to ravish her again. Lying between the sheets, or propped at my side during long and anxious journeys in the Fiasco, or seated across the table in the deep lees of high-tab dinners, Selina has frequently refreshed me with tales of insult and violation from her childhood and teenage years — a musk-breathing, toffee-offering sicko on the common, the toolshed interrogations of sweat-soaked parkies, some lumbering retard in the alley or the lane, right up to the narcissist photographers and priapic prop-boys who used to cruise her at work, and now the scowling punks, soccer trogs and bus-stop boogies malevolently lining the streets and more or less constantly pinching her ass or flicking her tits and generally making no bones about the things they need to do… It must be tiring knowledge, the realization that half the members of the planet, one on one, can do what the hell they like with you.
And it must be extra tough on a girl like Selina, whose appearance, after many hours at the mirror, is a fifty—fifty compromise between the primly juvenile and the grossly provocative. Her tastes are strictly High Street too, with frank promise of brothelly knowhow and top-dollar underwear. I’ve followed Selina down the strip, when we’re shopping, say, and she strolls on ahead, wearing sawn-off jeans and a wash-withered T-shirt, or a frilly frock measuring the brink of her russety thighs, or a transparent coating of gossamer, like a condom, or an abbreviated school uniform … The men wince and watch, wince and watch. They buckle and half turn away. They shut their eyes and clutch their nuts. And sometimes, when they see me cruise up behind my little friend and slip an arm around her trim and muscular waist, they look at me as if to say — Do something about it, will you ? Don’t let her go about the place looking like that. Come on, it’s your responsibility.»

 


Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

Lees meer...

Howard Jacobson

 

De Britse schrijver Howard Jacobson werd geboren op 25 augustus 1942 in Manchester. Hij is opgegroeid in Prestwich en werd opgeleid aan Stand Grammar School in Whitefield, alvorens Engels te gaan studeren op Downing College, Cambridge. Hij doceerde gedurende drie jaar aan de Universiteit van Sydney voordat hij terugkeerde naar Engeland om les te geven aan Selwyn College in Cambridge. Zijn fictie, met name de vijf romans die hij heeft gepubliceerd sinds 1998, wordt vooral gekenmerkt door een discursieve en humoristische stijl. Terugkerende onderwerpen in zijn werk zijn man-vrouw verhoudingen en de Joodse ervaring in Groot-Brittannië in de midden-tot laat-20e eeuw. Jacobson is wel vergeleken met vooraanstaande Joods-Amerikaanse schrijvers als Philip Roth. Zijn roman The Mighty Walzer uit 1999 over een tiener tafeltenniskampioen, won de Bollinger Everyman Wodehouse Prize for comic writing. Hij speelt in het Manchester van de jaren 1950 en Jacobson, zelf als tiener een ping pong fan, geeft toe dat er meer dan een autobiografisch element in zit. Zijn romans Who's Sorry Now uit 2002 en Kalooki Nights uit 2006 kwamen al eerder op de long list van de Man Booker Prize. Jacobson werkte ook als columnist voor The Independent en voor de televisie. Twee tv-programma's waren Channel 4's Howard Jacobson Takes on the Turner uit 2000 Why the Novel Matters uit 2002. Zie ook alle tags voor Howard Jacobson op dit blog.

Uit: Zoo Time

“Vanessa hated it when I started a new book. She saw it as me getting one over her who hadn't started a new book because she hadn't finished, or indeed started, the old one. But she also hated it when I hadn't started a new book, because not starting a new book made me querulous and sexually unreliable. At least when I was writing a new book she knew where I was. The downside of that being that as soon as she knew where I was she wished I were somewhere else.
In fact, my question hid a lie; I hadn't started a new book, not in the sense of starting writing a new book. I had mouth-written a hundred new books, I just didn't believe in any of them. It wasn't personal, it wasn't only my books I didn't believe in, it was books full stop. If I was over, it was because the book was over. But Vanessa wasn't aware of the full extent of the crisis. She saw me trudge off to my study, heard the keys of my computer making their dead click and assumed I was still pouring forth my soul abroad like Keats's logorrhoeic nightingale.
I even affected high spirits. 'I'm sitting on top of the world,' I sang, breaking for tea.
'No you're not,' she shouted from her room.
She was contradictory to her soul. 'I did it my way,' I sang the morning after our wedding. 'No you didn't,' she said, not even looking up from her newspaper.
If my singing irritated her, the sound of my writing drove her to the edge of madness. But so did the sound of my not writing. This was part of the problem of our marriage. The other part was me. Not what I did, what I was. The fact of me. The manness of me.
'You, you, you,' she said for the umpteenth time that night. It was like a spell; if she said the word often enough maybe I, I, I would vanish in a vapour of red wine.
We were out to dinner. We were always out to dinner. Along with everybody else. Dinner was all there was left to do.”

 

 
Howard Jacobson (Manchester, 25 augustus 1942)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: howard jacobson, romenu |  Facebook |

24-08-14

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

 

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: An Abundance of Katherines

“The morning after noted child prodigy Colin Singleton graduated from high school and got dumped for the 19th time by a girl named Katherine, he took a bath. Colin had always preferred baths; one of his general policies in life was never to do anything standing up that could just as easily be done lying down. He climbed into the tub as soon as the water got hot, and he sat and watched with a curiously blank look on his face as the water overtook him. The water inched up his legs, which were crossed and folded into the tub. He did recognize, albeit faintly, that he was too long, and too big, for this bathtub—he looked like a mostly grown person playing at being a kid.
As the water began to splash over his skinny but unmuscled stomach, he thought of Archimedes. When Colin was about four, he read a book about Archimedes, the Greek philosopher who’d discovered you could measure volume by water displacement when he sat down in the bathtub. Upon making this discovery, Archimedes supposedly shouted “Eureka! ” and then ran naked through the streets. The book said that many important discoveries contained a “Eureka moment.” And even then, Colin very much wanted to have some important discoveries, so he asked his mom about it when she got home that evening.
“Mommy, am I ever going to have a Eureka moment?”
“Oh, sweetie,” she said, taking his hand. “What’s wrong?”
“I wanna have a Eureka Moment,” he said, the way another kid might have expressed longing for a teenage mutant ninja turtle.
She pressed the back of her hand to his cheek and smiled, her face so close to his that he could smell coffee and make-up. “Of course, Colin baby. Of course you will.” But mothers lie. It’s in the job description.
Colin took a deep breath and slid down, immersing his head. I am crying, he thought, opening his eyes to stare through the soapy, stinging water. I feel like crying so I must be crying, but it’s impossible to tell because I’m underwater. But he wasn’t crying. Curiously, he felt too depressed to cry. Too hurt. It felt as if she’d taken the part that cried from him.”

 

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Lees meer...