23-07-16

Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Irina Liebmann, Lisa Alther

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook alle tags voor Frans Erens op dit blog.

Uit: Vervlogen jaren

“De sporen der menschen zijn ras uitgewischt. Ik heb in mijn jeugd nog wel eens navraag gedaan aan ouden van dagen, doch niemand herinnerde zich ook maar van hooren zeggen, iets van dit vreemde echtpaar. Zaandam was toen voor onze streek vreemder dan Parijs of Keulen, dus was er nergens een aanknoopingspunt gebleven met den oorsprong van deze verdwenen menschen. Hun naam heb ik op den klank gespeld; misschien was die in werkelijkheid heel anders, want nergens worden de namen zoo verbasterd als in Limburg. Waarom hadden zij zich zulk een afgelegen oord in het Zuiden van ons land als woonplaats gekozen?
Op kleine afstanden van ons huis lagen hier en daar leemen woningen en niet verder dan zeven of acht minuten van ons af was een groot dennenbosch. Daar klom ik in de toppen der boomen en haalde er de eieren uit de kraaiennesten. Ik nam ze mee naar huis en als de keukenmeid het niet te druk had kookte zij ze voor mij in een ijzeren keteltje, dat hing aan een ketting boven het vuur. Mijn moeder had mij geleerd het eitje plat te slaan in mijn hand vóór ik het opat.
In het bosch lag de heuvel, de Ravesmaar, wiens naam wel werd afgeleid van Ave-Mariaberg, maar bij later nadenken is het mij duidelijk geworden, dat hij wilde beteekenen: de heuvel bij de maar, waar de raven kwamen drinken. Die maar was ineengeschrompeld tot een kleinen welput in het bosch, waarin het water kristallijn was, ongeschonden en helder. Ik heb daar als kind urenlang gelegen. Nu en dan kwam iemand over het zandpad tusschen de dennen met een kruik om water te halen. Dikwijls kwam een oude man, die een grooten lap in het putje dompelde en dan uitperste in zijn kruik. Hij deed dat zoo dikwijls tot de kruik vol was. Ik kende hem goed, hij woonde op de Keijser, een afzonderlijk gehuchtje van drie of vier huizen, gelegen aan een weg die dwars stond op de chaussee. Zijn gevulde kruik nam hij op den schouder en ik zag hem door de dennen langs het slingerend zandpad naar boven klimmen.”

 

 
Frans Erens (23 juli 1857 – 5 december 1936)
Frans en Sophie Erens

Lees meer...

Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Matthias Spiegel, Tim Reus

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. Zie ook alle tags voor Hubert Selby jr. op dit blog en ook mijn blog van 23 juli 2010.

Uit: Requiem for a Dream

“There was a sky somewhere above the tops of the buildings, with stars and a moon and all the things there are in a sky, but they were content to think of the distant street lights as planets and stars. If the lights prevented you from seeing the heavens, then preform a little magic and change reality to fit the need. The street lights were now planets and stars and moon. ”
(…)

“I think thats one of the problems with the world today, nobody knows who they are. everyone is running around looking for an identity, or trying to borrow one, only they dont know it. they actually think they know who they are and hat they are? theyre just a bunch of schleppers...who have no idea what a search for personal truth and identity really is, which would be alright if they didn't get in your way, but they insist that they know everything and that if you dont live their way then youre not living properly and they want to take your space away...they actually want to somehow get into your space and live in it and change it or destroy it...they just cant believe that you know what you are doing and that you are happy and content with it. you see thats the problem right there. if they could see that then they wouldnt have to feel threatened and feel that they have to destroy you before you destroy them. they just cant get it through their philistine heads that you are happy where you are and dont want to have anything to do with them. my space is mine and thats enough for me.”

 

 
Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

Lees meer...

Lauren Groff

 

De Amerikaanse schrijver Lauren Groff werd geboren op 23 juli 1978 in Cooperstown, New York. Ze studeerde af aan Amherst College en van de Universiteit van Wisconsin-Madison met een MFA in fictie. Groff publiceerde korte verhalen in de New Yorker, de Atlantic Monthly, Five Points, en Ploughshares en in de bloemlezingen Best New American Voices 2008, Pushcart Prize XXXII en Best American Short Stories 2007, 2010 and 2014. Veel van deze verhalen verschenen in haar verhalenbundel "Delicate Edible Birds", die werd uitgebracht in januari 2009. Haar eerste roman “The Monsters of Templeton” werd gepubliceerd in 2008 en kwam meteen op de New York Times bestseller lijst. Hij werd ook genomineerd voor de Orange Prize voor nieuwe schrijvers in 2008, en werd uitgeroepen tot een van de beste boeken van 2008 door Amazon.com en de San Francisco Chronicle. De roman is een eigentijds verhaal over thuiskomen in Templeton, een verbeelding van Cooperstown, New York. Het verhaal wordt afgewisseld met stemmen van personages uit de geschiedenis van de stad en uit James Fenimore Cooper's “The Pioneers”.Haar tweede roman “Arcadia” werd uitgebracht in maart 2012. “Arcadia” vertelt het verhaal van het eerste kind dat in een fictieve 1960 commune in de staat New York werd geboren. Hij kreeg lovende kritieken van de New York Times Sunday Book Review, The Washington Post en The Miami Herald. "Arcadia" werd ook erkend als een van de beste boeken van 2012 door The New York Times. Haar derde roman “Fates en Furies” werd uitgebracht in 2015. “Fates en Furies” is een portret van een huwelijk van 24-jaar vanuit twee invalshoeken, eerst die van de man en daarna die van de vrouw. Het werd genomineerd voor de 2015 National Book Award voor Fictie, de 2015 National Book Critics Circle Award voor fictie en kwam voor in tal van "Best of 2015" fictie lijsten.

Uit: Arcadia

“Bit is already moving when he wakes. It is February, still dark. He is five years old. His father is zipping Bit within his own jacket where it is warmest, and Abe's heart beats a drum against Bit's ear. The boy drowses as they climb down from the Bread Truck, where they live, and over the frosted ground of Ersatz Arcadia. The trucks and buses and lean-tos are black heaps against the night, their home until they can finish Arcadia House in the vague someday.
The gong is calling them to Sunday Morning Meeting, somewhere. A river of people flows in the dark. He smells the bread of his mother, feels the wind carrying the cold from the Great Lake to the north, hears the rustling as the forest wakes. In the air there is excitement and low, loving greetings; there is small snow, the smoke from someone's joint, a woman's voice, indistinct.
When Bit's eyes open again, the world is softened with first light. The tufts of the hayfield push up from under trampled snow. They are in the Sheep's Meadow and he feels the bodies closer now, massing. Handy's voice rises from behind Bit and up toward all of Arcadia, the seven dozen true believers in the winter morning. Bit twists to see Handy sitting among the maroon curls of the early skunk cabbage at the lip of the forest. He turns back, pressing his cheek against the pulse in his father's neck.
Bit is tiny, a mote of a boy. He is often scooped up, carried. He doesn't mind. From against the comforting strength of adults, he is undetected. He can watch from there, he can listen.
Over Abe's shoulder, far atop the hill, the heaped brick shadow of Arcadia House looms. In the wind, the tarps over the rotted roof suck against the beams and blow out, a beast's panting belly. The half-glassed windows are open mouths, the full-glassed are eyes fixed on Bit. He looks away. Behind Abe sits the old man in his wheelchair, Midge's father, who likes to rocket down the hill at the children, scattering them. The terror washes over Bit again, the loom and creak, the flash of a toothless mouth and the hammer-and-sickle flag as it flaps in passing. The Dartful Codger, Hannah calls the old man, with a twist to her mouth. The Zionist, others call him, because this is what he shouts for after sundown: Zion, milk and honey, land of plenty, a place for his people to rest. One night, listening, Bit said, Doesn't the Dartful Codger know where he is? and Abe looked down at Bit among his wooden toys, bemused, saying, Where is he? and Bit said, Arcadia, meaning the word the way Handy always said it, with his round Buddha face, building the community with smooth sentences until the others can also see the fields bursting with fruits and grains, the sunshine and music, the people taking care of one another in love.“

 

 
Lauren Groff (Cooperstown, 23 juli 1978)

 

11:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lauren groff, romenu |  Facebook |

22-07-16

Dolce far niente, Siegfried Sassoon, Stephen Vincent Benét, Maria Janitschek

 

Dolce far niente

 

 
Gewitterlandschaft (Nach dem Gewitter) door Otto Modersohn, 1930

 

 

Storm and Sunlight

I
In barns we crouch, and under stacks of straw,
Harking the storm that rides a hurtling legion
Up the arched sky, and speeds quick heels of panic
With growling thunder loosed in fork and clap
That echoes crashing thro’ the slumbrous vault.
The whispering woodlands darken: vulture Gloom
Stoops, menacing the skeltering flocks of Light,
Where the gaunt shepherd shakes his gleaming staff
And foots with angry tidings down the slope.
Drip, drip; the rain steals in through soaking thatch
By cob-webbed rafters to the dusty floor.
Drums shatter in the tumult; wrathful Chaos
Points pealing din to the zenith, then resolves
Terror in wonderment with rich collapse.

   

II
Now from drenched eaves a swallow darts to skim
The crystal stillness of an air unveiled
To tremulous blue. Raise your bowed heads, and let
Your horns adore the sky, ye patient kine!
Haste, flashing brooks! Small, chuckling rills, rejoice!
Be open-eyed for Heaven, ye pools of peace!
Shine, rain-bow hills! Dream on, fair glimpsèd vale
In haze of drifting gold! And all sweet birds,
Sing out your raptures to the radiant leaves!
And ye, close huddling Men, come forth to stand
A moment simple in the gaze of God
That sweeps along your pastures! Breathe his might!
Lift your blind faces to be filled with day,
And share his benediction with the flowers.

 

 
Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
St Luke's Church, Matfield. Siegfried Sassoon werd geboren in Matfield.

Lees meer...

21-07-16

Dolce far niente, Dennis Gaens, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, Hart Crane

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars richting Nijmegen via de Oosterhoutse dijk door Annemieke Martinus-Claus, 2008

 

 

Met afstand heeft het niets te maken

Het is kijken hoe zwaar je je lichaam kunt laten worden,
hoeveel pijn ademen kan veroorzaken. Het is je ogen op
de volgende bocht, rubber ruiken en teer trappen. Het is
weg van wat dan ook.

Het is lopen en laten gaan.

 

 
Dennis Gaens (Susteren, 1982)
Nijmegen tijdens de Vierdaagse. Dennis Gaens was in 2011 en 2012 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

20-07-16

Dolce far niente, Frans Bastiaanse, Hans Lodeizen, Henk Hofland

 

Dolce far niente

 

 
Cattle Watering door Thomas Moran, 1888

 

 

Zomer

Ik zat waar zon op 't warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over 't land.

De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.

En over 't hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,

Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.

 

 
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)
Utrecht, Oude Gracht, rond 1900. Frans Bastiaanse werd geboren in Utrecht.

Lees meer...

19-07-16

Dolce far niente, Prosper van Langendonck, Anna Enquist, Gottfried Keller

 

Dolce far niente

 

 
Mortlake Terrace door J. M. W. Turner, 1827

 

 

Zomeravond

O zomeravond, smachtend neergevlijd
op 't gele veld, in 't Westen goudgetint...
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt...
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind...

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer...
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door 't wazig scheemren van een weke droom.
't Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
- verzonken stad in 't stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid...
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

 

 

 
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)
Brussel op een zomeravond. Prosper van Langendonck werd geboren in Brussel

Lees meer...

18-07-16

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Per Petterson, Elizabeth Gilbert, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Lastenia

Wat nog aan woorden
in mij wakker ligt
kan ik voor alle dag gebruiken
ik kan het bloed doen stollen
ik kan in andermans gedachten
wonen en er vruchten stelen
 
ik kan - als een hond geslagen -
huilen en ik kan spelend met vuur
mijzelf overwinnen
 
maar leven kan ik niet
het leven hangt buiten
het bereik van de klanken
zinnen en woorden
die ik als ledematen
lief heb gekregen
 
om een liefde die ik als zon
op het water heb zien schijnen
om een liefde die als licht
op mijn huid staat te branden

 

 

Photomaton

Zo'n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.

Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto's zit ik rechts.

We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.

Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.

Ik lach, jij kijkt.
Zo'n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn.
Kijken of het lijkt.

 


Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

17-07-16

Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Eelke de Jong, Alie Smeding, James Purdy, Roger Garaudy, Clara Viebig

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog en ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit: Verbeugung vor Spiegeln

„Im vorliegenden Buch unternehme ich Spaziergänge durch die Gärten des Fremden, die, wie wäre es anders zu erwarten, das Eigene zum Vorschein bringen. Meine »Heimat« brauchte lange, um mir zum Gewohnten zu werden. Sie trug mir eine lebenslange Arbeit auf, nämlich das »Festland« zu verlassen, um in der Ferne mich des Eigenen zu bemächtigen Das Meer, das sich zwischen meiner Vaterinsel und dem Mutterland erstreckt, war lange der einzige Grund, von dem aus ich meine Selbsterkundung betreiben konnte. Ich musste mir Festland erschreiben. Schreibend mich meines Selbst vergewissern, indem ich es aufs Spiel setzte und mich in fiktiven Rollen weiter entwarf. In meinen Büchern gibt es keine Figur, die nicht die Sehnsucht in sich trüge nach dem, der ich, mangels fester Identitätszuschreibungen, auch gern gewesen wäre. Das andere Leben ist für den, der im Dazwischen lebt, eine stetige Versuchung. Schreiben bedeutete für mich also von Anfang an Selbsterhaltung wie Selbstverlust.
(…)

Meine früheste Erinnerung ist die ans Meer. Mein Kinderbett stand unter der Schwarzweißfotografie einer gischtenden Brandung, Wasser, dunkel an den schroffen Felsen von Toco in Trinidad aufschäumend. Kaum lag ich in den Kissen, toste es um meine Ohren. Aber mein Bett stand nicht in den Tropen, sondern in einem kleinen Aargauer Dorf. Und über mir wütete die Karibische See, die so wenig idyllisch ist, wie meine Kindheit war.
Mit meiner Mutter und dem ersten, dem leiblichen Vater – später auch mit dem zweiten – überquerte ich in einem Alter, in dem Sprechen noch kaum möglich war, auf dem Schiff mehrmals den Ozean. Am 25. November 1955, so ist der Passagierliste des englischen Schiffes zu entnehmen, stach ich mit meiner Mutter und meinem Vater Ralph von Liverpool aus in See Richtung Trinidad. Ich war damals etwas über vier Monate alt, und das Meer muss eine verschlingende Urgewalt gewesen sein. Das Tosen mein Urgeräusch, mit dem ich, unter der Fotografie liegend, Abend für Abend einschlief. Das Meeresrauschen war unheimlich und gab mir ein Gefühl der Unbehaustheit. Ich gehörte weder dahin noch dorthin, ich war im Dazwischen zuhause, das mich Nacht für Nacht zu verschlingen drohte.“

 

 
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

Lees meer...

Bruno Jasieńsk, Mattie Stepanek, Jakob Christoph Heer, Shmuel Yosef Agnon, Christina Stead, Michio Takeyama, Lilian Loke

 

De Poolse futuristische schrijver Bruno Jasieński (eig. Wiktor Zysman) werd geboren op 17 juli 1901 in Klimontov.Zie ook alle tags voor Bruno Jasieński op dit blog.

Uit:I Burn Paris (Vertaald door Soren A. Gauger & Marcin Piekoszewski)

“The following day was the 14th of July.
Paris's intrepid shopkeepers, those who had stormed the Bastille to erect in its place an ugly hollow column "with a view of the city," twelve bistros, and three brothels for average citizens and one for homosexuals, were throwing a party in their own honor, as they did every year, with a traditional, republican dance.
Decorated from head to toe in sashes of tricolor bows, Paris looked like an aging actress dressed up like a country bumpkin to star in some folksy piece of trash at the church fair.
The squares, illuminated with tens of thousands of paper lanterns and light bulbs, slowly filled with the strolling crowd.
With the coming of dusk an unseen switch was flicked, and the gaudy footlights of the streets exploded in a gala show.
On platforms cobbled together from planks, drowsy, grotesque musicians — rightly assuming that a holiday meant a day of communal rest — blew a few bars of a fashionable dance tune out of their strangely warped trumpets every half-hour or so, and then rested long and extravagantly.
The gathering crowd, stuffed into the cramped gullies of the streets, thrashed impatiently like fish about to spawn.
Dancing broke out in places. With no space to dance in, the entwined bodies were reduced to a sequence of ritual gestures, soon thereafter performed in the solitude of the only truly democratic institutions, the nearby hotels, which were not observing this holiday of universal equality.
Over it all rose the smell of sweat, wine, and face powder, the ineffable, translucent summertime fog exuded by the surging rivers of crowds.
The smoldering houses endlessly perspired dozens of new residents. The temperature rose with each passing minute. In the scorching frying pans of the squares the crowd started to bubble like boiling water around the improvised lemonade and menthe glacée booths. Chilled glasses filled with the greenish and white liquids were snatched from one hand by another.”

 

 
Bruno Jasieński (17 juli 1901 – 17 september 1938)
Getekend door Stanisław Witkiewicz, 1921 

Lees meer...

16-07-16

Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Tony Kushner, Anita Brookner, Jörg Fauser

 

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook alle tags voor Reinaldo Arenas op dit blog.

Uit: The Color of Summer (Vertaald door Andrew Hurley)

Fifo: (enraged)
    What's that old faggot that I'm going to screw tonight muttering?
Virgilio Piñera: (desperately raising his voice to a shout, and changing his tune)
Don't go, Avellaneda—take my advice.
You're better off here by far.
If you go North you'll pay the price:
here, at least you're a star.
I beg you—reconsider, dear;
the Island's awfully nice.
Turn back now—there'll be no harm to you;
These dwarves will open their arms to you.
(To himself)
God, how could I write such awful lines!
I can't believe they're really mine!
But if I don't try as hard as I can
to lure Avellaneda back again
I'll never see tomorrow.
But hold on!
—Didn't Fifo put out a contract on yours truly?
That's what I was told, so surely
I'm damned if I do and damned if I don't!
And then when I'm dead and they've buried me,
that horrid Olga Andreu will pray for me
and Arrufat will grab my dictionary
and who knows what they'll say about me—
but screw 'em all—
I'll be vindicated by History, they'll see!
    Virgilio halfheartedly throws a little-betty kestrel egg, but as luck would have it, it hits Avellaneda right in the eye. Avellaneda, enraged, turns like the basilisk whose glance is fatal and picks up the anchor out of the bottom of her boat and throws it at the crowd on the Malecón, killing a midget—some say a hundred-headed one.
Fifo: (more enraged yet)“

 

 
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)
 

Bewaren

Lees meer...

Dag Solstad, Bernard Dimey, Andrea Wolfmayr, Pierre Benoit, Franz Nabl

 

De Noorsde schrijver Dag Solstad werd geboren op 16 juli 1941 in Sandefjord. Zie ook alle tags voor Dag Solstad op dit blog.

Uit: Armand V. (Vertaald door Ina Kronenberger)

„Von dort nahm er einen frühen Flieger zu einer mitteleuropäischen Stadt, wo er sich alsbald jenem Auftrag widmete, der das Ziel dieser Auslandsreise war. Wochenlang reiste er quer durch Europa, per Zug oder Flieger, bis er schließlich in eine der definitiv größten europäischen Metropolen kam, den letzten Aufenthalt seiner langen Auslandsreise, wo er für fünf Tage ein Hotelzimmer gebucht hatte. Allerdings verließ er die Metropole am nächsten Vormittag bereits wieder, weil ein Termin, den er für diesen Tag vereinbarthatte, abgesagt worden war, und da er im Übrigen anfing, an einem für ihn überraschenden, jedoch akuten Gefühl von Überdruss zu leiden darüber, dass er sich auf dieser Auslandsreise befand,
nicht zuletzt in dieser Metropole, in der er sich früher so gern aufgehalten hatte und der er erwartungsvoll entgegengeblickt hatte, die er mit eigenen Augen sehen wollte, durch deren so verlockende Straßen er unbedingt laufen wollte, beschloss er, sobald die Terminabsage Fakt war und er den Telefonhörer aufgelegt hatte, seine Koffer zu packen, den Fahrstuhl hinunter zur Rezeption zu nehmen und die Rechnung seines Hotelaufenthalts zu begleichen, um sodann in ein Taxi zum Flughafen zu steigen, wo er am SAS-Schalter sein Flugticket auf den nächsten freien Platz in einem Flieger nach Oslo umbuchen ließ, denn der Auftrag, der ihn zu dieser Auslandsreise bewogen hatte, war dergestalt, dass er mit Tickets ausgestattet war, die derlei
Umbuchungen und Verschiebungen durchaus möglich machten. Er kehrte noch am selben Tag nach Hause zurück, am späten Nachmittag landete der Flieger in Gardermoen.“

 

 
Dag Solstad (Sandefjord, 16 juli 1941)

Lees meer...

15-07-16

Jean Christophe Grangé, Driss Chraïbi, Iris Murdoch, Richard Russo, Jacques Rivière, Walter Benjamin, Rira Abbasi

 

De Franse schrijver Jean Christophe Grangé werd geboren op 15 juli 1961 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean Christophe Grangé op dit blog.

Uit: Congo Requiem

« L’ÉROPORT DE LUBUMBASHI, Congo-Kinshasa.
A L’embarquement avait des allures de foire d’empoigne.
L’avion avait été peint à la va-vite. L’odeur de kérosène empoisonnait l’air. Au pied de l’appareil, une pagaille d’hommes noirs et de ballots blancs. Des cris. Des gesticulations. Des boubous. Des cartons. Devait-on voir dans cette lutte une simple tradition locale ? ()u un stupéfiant exemple de régression sociale
Depuis longtemps, Grégoire Morvan ne se posait plus la question. Il savait qu’on vendait en bout de piste des morceaux de viande humaine à déguster en famille. Que le pilote recevait son fëticherur dans le cockpit avant le décollage. Que la plupart des pièces de rechange avaient déjà été fourguées afin d’être adaptées sur des moteurs rafistolés. Quant aux passagers...
Morvan ne prendrait pas ce vol. Il était venu effectuer les dernières vérifications en vue de son propre départ le lendemain – un Antonov spécialement affrété pour l’occasion, entièrement financé de sa poche. Il avait arrosé les officiers des douanes, les agents de l’immigration, les responsables militaires, sans oublier les « protocoles », innombrables parasites rôdant dans l’aéroport et se nourrissant exclusivement de bakchichs. Il avait fourni les documents nécessaires : plan de vol, immatriculation, contrats d’assurance, brevets, autorisations... Tout était faux. Ça ne dérangeait personne : au Congo il n’y a pas de modèle, seulement des copies.
Avec son fils Erwan, ils avaient atterri à Lubumbashi deux jours plus tôt après un bref transfert à Kinshasa. Neuf heures de vol pour atteindre la capitale de la République démocratique du Congo, quatre de plus pour gagner celle du Katanga, la province la plus riche de la RDC, toujours menacée par la guerre. Rien à signaler.
Ils voyageaient ensemble mais pas pour les mêmes raisons.
Erwan voulait tisonner les cendres du passé. Remonter, dans le détail, l‘enquête que Morvan lui-méme avait menée quarante ans auparavant sur un tueur en série qui s‘attaquait aux filles blanches de Lontano, une ville minière du Nord-Katanga."

 

 
Jean Christophe Grangé (Parijs, 15 juli 1961)

Lees meer...

14-07-16

Irving Stone, Volker Kaminski, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle, Gavrila Derzjavin, Béatrix Beck, Arthur Laurents

 

De Amerikaanse schrijver Irving Stone werd geboren op 14 juli 1903 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Irving Stone op dit blog.

Uit: Uit: Lust for Life

“The fields that push up the corn, and the water that rushes down the ravine, the juice of the grape, and the life of a man as it flows past him, are all one and the same thing. The sole unity in life is the unity of rhythm. A rhythm to which we all dance; men, apples, ravines, ploughed fields, carts among the corn, houses, horses, and the sun. The stuff that is in you, Gauguin, will pound through a grape tomorrow, because you and the grape are one. When I paint a peasant labouring in the field, I want people to feel the peasant flowing down into the soil, just as the corn does, and the soil flowing up into the peasant. I want them to feel the sun pouring into the peasant, into the field, the corn, the plough, and the horses, just as they all pour back into the sun. When you begin to feel the universal rhythm in which everything on earth moves, you begin to understand life….”
(…)

“I don’t know myself,” he said. “I sit down with a white board before the spot that strikes me, and I say, ‘That white board must become something!’ I work for a long time, I come back home dissatisfied, I put it away in the closet. When I have rested a little I go to look at it with a kind of fear. I am still dissatisfied because I have too clearly in my mind the splendid original to be content with what I have made of it. But after all, I find in my work an echo of what struck me. I see that nature has told me something, has spoken to me, and that I have put it down in shorthand. In my shorthand there may be words that cannot be deciphered, there may be mistakes or gaps, but there is something in it of what the woods or beach or figure has told me. Do you understand?” “No.”

 

 
Irving Stone (14 juli 1903 – 26 augustus 1989)
Kirk Douglas als Vincent van Gogh in de film “Lust for Life” uit 1956

Lees meer...