16-11-13

Chinua Achebe, Hugo Dittberner, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering, Birgitta Arens

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

 

1966

absentminded
our thoughtless days
sat at dire controls
and played indolently
slowly downward in remote
subterranean shaft
a diamond-tipped
drill point crept closer
to residual chaos to
rare artesian hatred
that once squirted warm
blood in God's face
confirming His first
disappointment in Eden

 

 

 

The First Shot

That lone rifle-shot anonymous
in the dark striding chest-high
through a nervous suburb at the break
of our season of thunders will yet
steep its flight and lodge
more firmly than the greater noises
ahead in the forehead of memory.

 

 

 

Vertaald door Ifeanyi Menkiti

 

 

 

 

Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

15-11-13

Jan Telouw, Wolf Biermann, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Lucien Rebatet

 

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

 

Uit: De koning van Katoren
 

'Eindelijk, na weken, als blijkt dat ze het toch niet eens worden, besluiten ze te loten. Ze bellen om Gervaas. ‘Breng een dobbelsteen,’beveelt minister de Seer. Gervaas, die voelt dat het om Stach gaat, brengt bezorgd een dobbelsteen in een leren beker. ‘Een een of een twee is zijn hoofd er af,’zegt de Seer. ‘Drie of vier is verbanning. Vijf of zes is opdrachten. Gervaas, werp de dobbelsteen!’ Bevend schudt de oude man de steen in het bekertje. Dan zet hij de beker omgekeerd op tafel. Het ontbreekt hem aan moed hem op te lichten. Het duurt minister Pardoes allemaal veel te lang. Driftig licht hij de beker op. ‘Een zes,’zegt hij. ‘Dat betekent dat de jongen zijn zeven opdrachten krijgt.’

(…)

 

“Daar zit hij. De stenen zijn hard en koud, maar wie zou daar op letten? Even nog blijft het doodstil, alsof de mensen niet kunnen geloven dat hij rustig in leven blijft. Dan maakt hij een lange neus tegen de ministers en een oorverdovend gejuich breekt los. Vijfhonderd maal zwaaien de mensen hun armen omhoog en roepen hoera, nadat de burgemeester van Decibel heeft geschreeuwd: ‘’LEVE DE KONING VAN KATOREN!” Bij de tweehonderdste maal beginnen de lippen van minister Broeder zachtjes mee te trillen. Bij de tweehonderdvijftigste maal gaat een arm van minister Pardoes voorzichtig meedoen. Bij de driehonderdste maal staat geen van de ministers meer helemaal stil en klinkt er een soort ondergronds gebrom uit hun gelederen. Bij de driehondervijftigste maal komen hun handen al ter hoogte van hun oren en de laatste honderd maal hoerahen ze mee, net als gewonen Katorenen.”

 

 

 

Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

 

Lees meer...

Clemens J. Setz


De Oostenrijkse schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz, waar hij nog steeds woont . In 2001 begon hij met een opleiding voor docent wiskunde en Duits aan de Karl-Franzens Universiteit in Graz. Naast de studie werkte hij als vertaler en publiceerde hij gedichten en korte verhalen in tijdschriften en bloemlezingen. Zijn debuutroman “Söhne und Planeten”, gepubliceerd in 2007 haalde de shortlist van de aspekte-literatuurprijs. In 2008 werd hij uitgenodigd voor de Ingeborg Bachmann-prijs, en won hij de Ernst-Willner-Prijs met de novelle “Die Waage” . In 2009 werd zijn tweede roman “Die Frequenzen” voor de Deutsche Buchpreis genomineerd (Short List) . Voor zijn verhalenbundel “Die Liebe zur Zeit des Mahlstädter Kindes” ontving hij in 2011 de Prijs van de Leipziger Buchmesse voor fictie. Vanaf 2011 schreef hij voor het literaire tijdschrift Volltext de serie “Nicht mehr lieferbar” overniet meer leverbare werken van grote schrijvers. Zijn in 2012 gepubliceerde roman “Indigo” kwam op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis.

Uit: Indigo

„Es klang, als artikulierten sie durch ein Megaphon, das einen etwas zu langen Nachhall erzeugte. (Wenig später sah ich im Speisesaal des Instituts einen Schüler, der tatsächlich ein kleines hellblaues Megaphon an einem schwarzen Lederband um den Hals trug.)
Nachdem der Junge weitergegangen war, klingelte es erneut, und ein weiteres Kind tauchte auf.
Die kommen nacheinander heraus?
Es gibt eine Reihenfolge, sagte Dr.Rudolph. Eine Reihenfolge...Er schien nicht ganz bei der Sache.
Robert hat komisch ausgesehen, sagte er. Haben Sie sein Auge bemerkt?
Ja, sagte er nachdenklich. Blöde Geschichte, wenn das wieder...
Wissen Sie was, ich werde kurz... nur einen Augenblick, ja?
Er holte sein Handy aus der Tasche und rief jemanden an. Da er sich einige Schritte von mir entfernte, konnte ich nicht verstehen, was er sagte. Ich stand allein auf meinem Flecken Erde und rührte mich nicht. Wie eine Schachfigur, die darauf wartet, weitergeschoben zu werden. Von allein käme sie nie auf die Idee, ihr Feld zu verlassen.
Der Speisesaal war ein auffallend niedriger, aber großer Raum.
In ihm standen lange Tischreihen, die alle paar Meter von einem Stuhl ergänzt wurden. Man konnte die Stühle wie Lautstärkeregler an den Tischen entlangschieben.
Als der Direktor und ich eintraten, drehten sich einige Köpfe nach uns um. Dr. Rudolph ging zu einem an die Wand gerückten Pult und betätigte den Schalter an einer Gegensprechanlage.
Mahlzeit, meine Herrschaften!, kam es aus den Lautsprechern, die in jeder Ecke des Raumes hingen.“

 

 
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: clemens j. setz, romenu |  Facebook |

14-11-13

Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, Norbert Krapf, René de Clercq, Chloe Aridjis

 

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

 

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

 

"Meine Mama ist ein Engel, und mein Papa ist ein Südseekönig. Es gibt wahrhaftig nicht viele Kinder, die so feine Eltern haben!", pflegte Pippi sehr stolz zu sagen. "Und wenn mein Papa sich nur ein Schiff bauen kann, dann kommt er und holt mich, und dann werde ich eine Südseeprinzessin. Hei hopp, was wird das für ein Leben!" Ihr Papa hatte dieses alte Haus, das in dem Garten stand, vor vielen Jahren gekauft. Er hatte gedacht, dass er dort mit Pippi wohnen würde, wenn er alt war und nicht mehr über die Meere segeln konnte.

Aber dann passierte ja das Schreckliche, dass er ins Meer geweht wurde, und während Pippi darauf wartete, dass er zurückkam, begab sie sich geradewegs nach Hause in die Villa Kunterbunt. So hieß dieses Haus. Es stand möbliert und fertig da und wartete auf sie. An einem schönen Sommerabend hatte sie allen Matrosen auf dem Schiff ihres Papas Lebewohl gesagt. Sie hatten Pippi sehr gern und Pippi hatte sie auch gern.

"Lebt wohl, Jungs", sagte Pippi und gab allen der Reihe nach einen Kuss auf die Stirn. "Habt keine Angst um mich. Ich komm immer zurecht."

Zwei Dinge nahm sie vom Schiff mit. Einen kleinen Affen, der Herr Nilsson hieß, und einen großen Handkoffer, voll mit Goldstücken, den hatte sie von ihrem Papa bekommen. Die Matrosen standen an der Reling und schauten Pippi nach, solange sie sie sehen konnten. Sie ging mit festen Schritten davon, ohne sich umzudrehen, mit Herrn Nilsson auf der Schulter und dem Koffer in der Hand.
"Ein merkwürdiges Kind", sagte einer der Matrosen und wischte sich eine Träne aus dem Auge, als Pippi in der Ferne verschwunden war.“

 

 


Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)

Hier met Inger Nilsson als Pippi Langkous

Lees meer...

Peter Orner

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Amerikaanse schrijver Peter Orner werd in 1968 in Chicago geboren. Hij studeerde af aan de Universiteit van Michigan in 1990 en verwierf later een graad in de rechten van de Northeastern University en een MFA van de Iowa Writer's Workshop..Zijn oudere broer is Eric Orner, de maker van de strip The Mostly Unfabulous Social Life of Ethan Green. Orner heeft lange tijd gewerkt in Kamp Nebagamon, een overnachtingskamp in het noorden van Wisconsin , waar hij o.a. adviseur en reisleider was. Hij heeft ook gewerkt als waarnemer mensenrechten in Chiapas, Mexico, als taxichauffeur in Iowa. Orners verhalen en essays zijn verschenen in de Atlantic Monthly, The New York Times, The San Francisco Chronicle, The Paris Review en elders. Hij won twee keer won de Pushcart Prize. Orner kreeg een Guggenheim Fellowship (2006), evenals het 2 jaar durende Lannan Foundation Literary Fellowship (2007-2008). Een van Orner 's verhalen, "The Raft" werd verfilmd. In 2001 verscheen de bundel “Esther Stories”, waarvoor hij o.a. de Prize from the American Academy of Arts and Letters ontving. In 2006 publiceerde hij zijn roman “The Second Coming of Mavala Shikongo”, een roman die speelt in Namibië, waar Orner in de jaren negentig werkte. In 2011 volgde “Love and Shame and Love”, winnaar van de California Book Award. In 2013 verscheen een nieuwe bundel verhalen “Last Car Over the Sagamore Bridge”. Orner is professor Creative Writing aan de San Francisco State University en heeft gedoceerd aan de Writers ' Workshop van de Universiteit van Iowa, The Warren Wilson MFA Program van de University of Montana, Washington University, de Universiteit van Miami, Bard College en de Karelsuniversiteit in Praag.

Uit: The Second Coming of Mavala Shikongo

“The Volunteer

A brother from the diocese drove me out there from Windhoek. His name was Brother Hermanahildis. He was a silent man with a bald, sunburned head. The single thing he said to me in four hours was “I am not a Boer, I am pure Dutch. I was born in The Hague.” He drove like a lunatic. I watched the veld wing by, and the towns that were so far between. Brakwater, Okahandja, Wilhelmstal. Brother Hermanahildis seemed to be suffering from an excruciating toothache. At times he took both hands off the wheel and pulled on his face. I was relieved when we reached Karibib and he turned onto a gravel road heading south. Eventually, he let me off at a wind-battered tin sign—farm goas—and told me to follow the road, that the mission was just beyond the second ridge. When you get there, Brother Hermanahildis said, go and see the Father directly.
Ta-ta. With a suitcase in each hand, one backpack on my back, another on my stomach, I followed the road, a rock-strewn double-track across the veld. There were a number of ridges. I looked for one that might be considered a second one. The short rocky hills made it impossible to see what was ahead on the road, although in the distance I could see a cluster of smallish mountains rising. A few crooked, bony trees here and there. Strawlike grass grew like stubble up out of the gravel. Somehow I thought a purer desert might have been more comforting. Where were the perfect rippled dunes? Where was the startling arid beauty? These plants looked like they’d rather be dead. I listened to the crunch of my own feet as I shuffled up and over ridges. There was no second ridge. There would never be a second ridge.
An hour or so later, sweat-soaked, miserable, I stood, weighted and wobbly, and looked down on a place where the land swooped into a kind of valley, a flat stretch of sand and gravel. There was a group of low-slung buildings painted a loud, happy yellow.
There was a hill with a tall white cross on top. Hallelujah! As best I could I bumbled down the road until I reached a cattle gate made from bedsprings lashed to a post. The gate was latched closed by a complicated twist of wire. As I struggled with the wire, a rotund man in a khaki suit moved slowly but inevitably down the road toward me, as if being towed by his own stomach. When he reached the other side of the gate he stopped. He faced me for a moment before he spoke much louder than he needed to. “Howdy.”

 

 
Peter Orner (Chicago, 1968)

17:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peter orner, romenu |  Facebook |

13-11-13

José Carlos Somoza, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

 

Uit: Zig Zag (Vertaald door Lisa Dillman)

 

„And that was what was so strange.

People thought she was too perfect. Too intelligent and too worthy to be working in a mediocre physics department at a business-oriented university like Alighieri, where no one truly cared about physics. Her colleagues were sure that she could have had her pick of careers: a post at the Spanish National Research Council, a tenured professorship at a public university, or some important role at a prestigious center abroad. Elisa was wasted at Alighieri. Then, too, no theory (and physicists love theories) adequately explained why, at thirty-two, almost thirty-three (her birthday was in April, just a month away), Elisa was unattached, had no close friends, and yet seemed perfectly happy. She appeared to have all she wanted in life. No one knew of any boyfriends (or girlfriends), and her friendships were limited to colleagues with whom she rarely if ever spent free time. She wasn't conceited or even arrogant despite her obvious good looks. And although she accentuated her attractiveness by wearing a whole range of perfectly tailored designer clothes that often made her look downright provocative, she never seemed to be trying to hard to attract the attention of men (who often turned to gawk when she passed) with the clothes she wore. Elisa spoke only about her profession, was courteous, and always smiled. The Elisa Mystery was unfathomable.

Occasionally, she seemed unsettled. It was nothing concrete: maybe a look, or a momentary dullness in her brown eyes, or just a feeling she gave people after a quick conversation. As though she was hiding something. Those who thought they knew her-Noriega, the department chair, among others-thought it was probably best that she never reveal her secret. For whatever reason, some people, regardless of how insignificant their role in others' lives, or how few close moments they've shared, are unforgettable. Elisa Robledo was one of them, and people wanted it to stay that way.”

 

 

 

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

Lees meer...

12-11-13

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Juana Inés de la Cruz

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

 

A day in the life

 

pas op dat je niet zonder komt te zitten

ooit daar aan gedacht

straks gaan de dagen weder lengen

de lente komt van ver op blote voetjes

om hier uiteindelijk te heersen

in al haar heerlijkheid elke dag

en elke dag wordt tot op de minuut

voor onze burgemeester

gedicteerd door de agenda

het heilige boek van de 21ste eeuw

het heilige moeten is ingekapseld

in een lappendeken van regelingen

de ambtsketen verleent hem

zijn krachten of is het juist andersom

sommige mechaniek blijft vertrouwelijk

gevraagd aan de burgemeester

waar hij een tientje aan zou uitgeven

antwoordt hij zonder nadenken

één euro is voor het onderwijs

twee voor het onderwijs

drie voor het onderwijs

en daarna zien we pas verder

het rode lichtje van de microfoon brandt

het aantal minuten spreektijd wordt in het groen

op een beeldscherm weergegeven

politici komen en gaan

als pop-ups op je pc hun retoriek

hol als een chocoladen paashaas

de burgemeester blijft en pareert

in de raadszaal de kritiek

met feiten die achter hem staan

tot zover het verbale geweld

hard als inktpotten

want nu is het genoeg

inktpotten werpt men slechts

in de raadszaal

 

 

 

 

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

Lees meer...

11-11-13

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes

 

Bij Sint Maarten

 

 

 

Sint Maarten verdeelt de mantel door Anthony van Dyck, rond 1618

 

 

 

St. Martin's Day

 

In damp dark, we parents and children

line up in groups behind teachers

in the Pausenhof of the Grundschule

 

to walk in procession to the park

behind the baroque palace. As we

move forward in unison, we sing songs

 

to celebrate the legend of a knight on horseback

who cut his cloak in half with his sword

to comfort a beggar on foot. The children

 

carry tiny flames through the dark

in lanterns they have made in school

and hooked to the end of sticks.

 

"Laterne, Laterne, Sonne, Mond und Sterne,"

they sing. In Elizabeth's blue box burns

a candle illuminating a paper angel, an apple,

 

a moon, and a star cut out in construction

paper she glued together. Before the arched

Orangerie in the park, the children stand

 

in semicircles to sing. Some play recorders,

some play violins, some tap rhythm

on tambourines. Behind them, facing

 

us parents, is a big illuminated sheet,

before which silhouetted children

actors mime the action of Martin

 

and his beggar as classmates narrate their

lines. At the end, all sing the round

"Hebet die Laterne / Lift the lanterns,"

 

repeat the refrain "Licht zu bringen

in dieser Welt / To bring light into this

world," and follow a rider on horseback

 

into the dark. As they wind along geometric

walkways in the Schlosspark, stringing

beads of light through the dark with their

 

handmade lanterns, I remember the first question

Elizabeth asked after we arrived in Erlangen:

"Daddy, do they celebrate Chanukah here?"

 

Fifty years after the Kristallnacht, I see

burning beads of light along looping walkways

merge into the menorah held in uplifted hands.

 

 

 

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

Lees meer...

10-11-13

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats, Alejandro Zambra

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit:Der Spaziergang unter den Linden

 

„Wollmar und Edwin waren Freunde und wohnten in einer friedlichen Einsiedelei beisammen, in welche sie sich aus dem Geräusch der geschäftigen Welt zurückgezogen hatten, hier in aller philosophischen Muße die merkwürdigen Schicksale ihres Lebens zu entwickeln. Edwin, der glückliche, umfaßte die Welt mit frohherziger Wärme, die der trübere Wollmar in die Trauerfarbe seines Mißgeschicks kleidete. Eine Allee von Linden war der Lieblingsplatz ihrer Betrachtungen. Einst an einem lieblichen Maientag spazierten sie wieder; ich erinnere mich folgenden Gespräches:

Edwin. Der Tag ist so schön – die ganze Natur hat sich aufgeheitert, und Sie so nachdenkend, Wollmar?

Wollmar. Lassen Sie mich. Sie wissen, es ist meine Art, daß ich ihr ihre Launen verderbe.

Edwin. Aber ist es denn möglich, den Becher der Freude so anzuekeln?

Wollmar. Wenn man eine Spinne darin findet – warum nicht? Sehen Sie, Ihnen malt sich jetzt die Natur wie ein rothwangigtes Mädchen an seinem Brauttag. Mir erscheint sie als eine abgelebte Matrone, rothe Schminke auf ihren grüngelben Wangen, geerbte Demanten in ihrem Haar. Wie sie sich in diesem Sonntagsaufputz belächelt! Aber es sind abgetragene Kleider und schon hunderttausendmal gewandt. Eben diesen grünen wallenden Schlepp trug sie schon vor Deukalion, eben so parfümiert und eben so bunt verbrämt. Jahrtausende lang verzehrt sie nur mit dem Abtrag von der Tafel des Todes, kocht sich Schminke aus den Gebeinen ihrer eigenen Kinder und stutzt die Verwesung zu blendenden Flittern. Es ist ein unfläthiges Ungeheuer, das von seinem eigenen Koth, viele tausendmal aufgewärmt, sich mästet, seine Lumpen in neue Stoffe zusammenflickt und groß thut und sie zu Markte trägt und wieder zusammenreißt in garstige Lumpen. Junger Mensch, weißt du wohl auch, in welcher Gesellschaft du vielleicht jetzo spazierest? Dachtest du je, daß dieses unendliche Rund das Grabmal deiner Ahnen ist, daß dir die Winde, die dir die Wohlgerüche der Linden herunterbringen, vielleicht die zerstobene Kraft des Arminius in die Nase blasen, daß du in der erfrischenden Quelle vielleicht die zermalmten Gebeine unsrer großen Heinriche kostest? Pfui! Pfui! Die Erderschütterer Roms, die die majestätische Welt in drei Theile rissen, wie Knaben einen Blumenstrauß unter sich theilen und an die Hüte stecken, müssen vielleicht in den Gurgeln ihrer verschnittenen Enkel einer wimmernden Opernarie frohnen.“

 

 

 

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Portret door Louis Ammy Blanc, 1861

Lees meer...

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

 

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Aka Morchiladze op dit blog en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

 

“During those long six months, I was gradually becoming quite a native of the place. True, I didn't very much succeed in my Genoan talk and the local dialect of Turkish, but I managed to brush my Johnish. Frankly speaking, I still prefer this dialect of Georgian to the standard variety.
I had made friends with a number of natives, and didn't at all feel like parting with them. I often sent telegrams to my wife, saying I had found a lovely spot to settle, and frequently promised her I would do my best to move the entire family there some day; I was also quite certain of getting a proper job easily. My wife wrote me back that there was another political unrest in Georgia, with lots of people marching, demonstrating and rioting all over the capital. Certainly, I didn't feel at ease on hearing the unpleasant news from my home country, but… You can never imagine what a life I was living in that fantastic city!
It was the city that suffered from a war a year before, but there were no evident traces of the fact left or felt anywhere around. Such was St. John Citadel (or Santa City, as people prefer to call it). This illustrious residential spot was ready to overcome any troubles on its way – not with the means of brutality, violence or armed conflicts, but due to its immortality and magic!
Oh no, please, don't think of me being a foreign tourist that admires the new places of interest. It's not that sort of superficial feeling that overwhelms me right now, and makes me speak like that; I feel and know it all from within and for sure! I have always been trying to invent a city of my dreams, but when I visited Santa City, I found the never-never land already invented for me. I realized it all the very moment I saw the place first, and had constantly been thinking about returning there since.”

 

.

 

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

Lees meer...

09-11-13

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton, Velemir Chlebnikov

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Eerste liefde (Vertaald door Aleida G. Schot)

 

“De gasten waren reeds lang vertrokken.

De klok sloeg half een. In de kamer was alleen de heer des huizes achtergebleven met Sergej Nikolajewitsj en Wladimir Petrowitsj .

De heer des huizes belde en gaf opdracht de resten van het souper weg to ruimen.

`Dat is dus afgesproken', zei hij, terwijl hij nog wat dieper in zijn leunstoel wegzonk en een sigaar aanstak, 'ieder van ons moet de geschiedenis van zijn eerste liefde vertellen. U bent het eerst aan de beurt, Sergej Nikolajewitsj.'

Sergej Nikolajewitsj, een rond manneke met blond haar en een pafferig gezicht, keek eerst den

gastheer aan en sloeg toen zijn oogen op naar het plafond.

`Ik heb geen eerste liefde gehad', zei hij ten slotte, `ik ben dadelijk met de tweede begonnen.'

`Hoe dat zoo?'

`Heel eenvoudig. Ik was achttien jaar toen ik voor het eerst een allerliefst meisje het hof maakte, maar ik deed het alsof het niets nieuws voor me was en precies zoo als ik later andere vrouwen het hof heb gemaakt. Eigenlijk gezegd ben ik op mijn zesde jaar voor het eerst en het laatst verliefd geweest, en wel op mijn njánja - dat is dus al een heele tijd geleden.

De bijzonderheden van onze verhouding tot elkaar herinner ik mij niet meer, en indien  ik  ze mij  wel herinnerde, zou niemand er toch belang in stellen.'

`Hoe moet dat dan?' merkte de gastheer op, `over mijn eerste liefde valt ook niets bijzonders te vertellen : ik ben nooit verliefd geweest voor ik Anna Iwanowna, mijn tegenwoordige vrouw, leerde kennen, en alles ging bij ons van een leien dakje: onze vaders hadden ons voor elkaar bestemd, we gingen al spoedig van elkaar houden en trouwden zonder lang te dralen. Mijn verhaal is in twee woorden verteld. Ik moet bekennen, mijne heeren, dat, toen ik het onderwerp van de eerste liefde aanroerde, ik mijn hoop had gevestigd op u - ik zal niet zeggen oude, maar dan toch ook niet meer jonge - vrijge-zellen. Misschien hebt u ons wat interessants te verhalen, Wladimir Petrowitsj ?'

 

 

 

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Portret door Ilya Repin, 1874

Lees meer...

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voorRoger McGough op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010

 

 

The Lesson

 

Chaos ruled OK in the classroom
as bravely the teacher walked in
the nooligans ignored him
hid voice was lost in the din

"The theme for today is violence
and homework will be set
I'm going to teach you a lesson
one that you'll never forget"

He picked on a boy who was shouting
and throttled him then and there
then garrotted the girl behind him
(the one with grotty hair)

Then sword in hand he hacked his way
between the chattering rows
"First come, first severed" he declared
"fingers, feet or toes"

He threw the sword at a latecomer
it struck with deadly aim
then pulling out a shotgun
he continued with his game

The first blast cleared the backrow
(where those who skive hang out)
they collapsed like rubber dinghies
when the plug's pulled out

"Please may I leave the room sir?"
a trembling vandal enquired
"Of course you may" said teacher
put the gun to his temple and fired

The Head popped a head round the doorway
to see why a din was being made
nodded understandingly
then tossed in a grenade

And when the ammo was well spent
with blood on every chair
Silence shuffled forward
with its hands up in the air

The teacher surveyed the carnage
the dying and the dead
He waggled a finger severely
"Now let that be a lesson" he said

 

 

 

 

Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

Lees meer...

08-11-13

Kazuo Ishiguro, Joshua Ferris, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell

 

De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Kazuo Ishiguro op dit blog.

 

Uit: The Remains of the Day

 

“But what is the sense in forever speculating what might have happened had such and such a moment turned out differently? One could presumably drive oneself to distraction in this way. In any case, while it is all very well to talk of 'turning points', one can surely only recognize such moments in retrospect. Naturally, when one looks back to such instances today, they may indeed take the appearance of being crucial, precious moments in one's life; but of course, at the time, this was not the impression one had. Rather, it was as though one had available a never-ending number of days, months, years in which to sort out the vagaries of one's relationship with Miss Kenton; an infinite number of further opportunities in which to remedy the effect of this or that misunderstanding. There was surely nothing to indicate at the time that such evidently small incidents would render whole dreams forever irredeemable.”

(…)

 

“It is sometimes said that butlers only truly exist in England. Other countries, whatever title is actually used, have only manservants. I tend to believe this is true. Continentals are unable to be butlers because they are as a breed incapable of the emotional restraint which only the English race are capable of. Continentals - and by and large the Celts, as you will no doubt agree - are as a rule unable to control themselves in moments of a strong emotion, and are thus unable to maintain a professional demeanour other than in the least
> challenging of situations. If I may return to my earlier metaphor - you will excuse my putting it so coarsely - they are like a man who will, at the slightest provocation, tear off his suit and his shirt and run about screaming. IN a word, "dignity" is beyond such persons. We English have an important advantage over foreigners in this respect and it is for this reason that when you think of a great butler, he is bound, almost by definition, to be an Englishman.”

 

 

 

Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

Lees meer...

07-11-13

100 Jaar Albert Camus, Jan Vercammen, Albert Helman, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

 

100 Jaar Albert Camus

 

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

 

Uit: l'Étranger

 

« Le soir, Marie est venue me chercher et m'a demandé si je voulais me marier avec elle. J'ai dit que cela m'était égal et que nous pourrions le faire si elle le voulait. Elle a voulu savoir alors si je l'aimais. J'ai répondu comme je l'avais déjà fait une fois, que cela ne signifiait rien mais que sans doute je ne l'aimais pas. "Pourquoi m'épouser alors?" a-t-elle dit. Je lui ai expliqué que cela n'avait aucune importance et que si elle le désirait, nous pouvions nous marier. D'ailleurs, c'était elle qui le demandait et moi je me contentais de dire oui. Elle a observé alors que le mariage était une chose grave. J'ai répondu : "Non". Elle s'est tue un moment et elle m'a regardé en silence. Puis elle a parlé. Elle voulait simplement savoir si j'aurais accepté la même proposition venant d'une autre femme, à qui je serais attaché de la même façon. J'ai dit: "Naturellement."
Elle s'est demandé alors si elle m'aimait et moi, je ne pouvais rien savoir sur ce point.
Après un autre moment de silence, elle a murmuré que j'étais bizarre, qu'elle m'aimait sans doute à cause de cela mais que peut-être un jour je la dégoûterais pour les mêmes raisons. Comme je me taisais, n'ayant rien à ajouter, elle m'a pris le bras en souriant et elle a déclaré qu'elle voulait se marier avec moi. J'ai répondu que nous le ferions dès qu'elle le voudrait. Je lui ai parlé alors de la proposition du patron et Marie m'a dit qu'elle aimerait connaître Paris. Je lui ai appris que j'y avais vécu dans un temps et elle m'a demandé comment c'était. Je lui ai dit: "C'est sale. Il y a des pigeons et des cours noires. Les gens ont la peau blanche."
Puis nous avons marché et traversé la ville par ses grandes rues. Les femmes étaient belles et j'ai demandé à Marie si elle le remarquait. Elle m'a dit que oui et qu'elle me comprenait. Pendant un moment, nous n'avons plus parlé. Je voulais cependant qu'elle reste avec moi et je lui ai dit que nous pouvions dîner ensemble chez Céleste. Elle en avait bien envie, mais elle avait à faire. Nous étions près de chez moi et je lui ai dit au revoir. Elle m'a regardé: "Tu ne veux pas savoir ce que j'ai à faire?" Je voulais bien le savoir, mais je n'y avais pas pensé et c'est ce qu'elle avait l'air de me reprocher. Alors, devant mon air empêtré, elle a encore ri et elle a eu vers moi un mouvement de tout le corps pour me tendre sa bouche.”

 

 

 

Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

Lees meer...