17-03-15

Hafid Aggoune, Rense Sinkgraven, William Gibson, Siegfried Lenz, Patrick Hamilton, Jean Ingelow

 

De Franse schrijver Hafid Aggoune werd geboren op 17 maart 1973 in Saint-Etienne. Zie ook alle tags voor Hafid Aggoune op dit blog.

Uit: Premières heures au paradis 

"J’imagine ma mère le jour de ma naissance. Elle me tient dans ses bras et il y a cette odeur sur sa peau, mon seul vrai souvenir d’elle. Je la regarde sans la voir, je la sens, je la touche et j’ignore que ce corps, sept jours plus tard, ne reviendra plus pour des raisons qui m’ont longtemps échappé, ne donnant à l’enfant que son odeur d’huile d’argan, comme une ruine faite de vents, pierres aériennes ancrées dans mes entrailles.
J’imagine mon grand-père, Michel Cannan, seul dans sa cuisine, rivé à sa radio pour écouter une course qu’il n’entendra jamais.
Les larmes commencent à éclore sous les paupières, à former leur petit bloc compact au fond de la gorge, avant de percer, perles précieuses faites d’amertume, de joie et d’inquiétude. Quand elles sortent enfin, je les laisse glisser sur mes joues, avant que le vent californien ne les emporte.
Je ne sais plus si je suis sur le sol ou immergé, me fondant avec le plus grand espace du monde, entre terre et eau, remontant la côte, faisant mes adieux à mon enfance perdue, à une étrange adolescence, à tous les spectres de ma mélancolie, conscient, à trente-cinq ans, qu’il va falloir devenir un homme ou ne plus pouvoir se regarder en face.
Il y a bientôt neuf mois, quelques heures après avoir quitté notre appartement, j’ai repris la chambre de bonne du boulevard des Filles-du-Calvaire, celle où j’ai vécu en arrivant à Paris. Le logement avait fait partie du salaire de garçon au pair.
En revenant seul dans ce coin de la capitale, les rues m’avaient semblé encore plus familières. Les traces de Michel Cannan et de mon père flottaient sur certains noms de rues.
J’étais si troublé que certains souvenirs surgissaient. Des paroles oubliées remontaient à la surface.
Avant de sonner chez Mme Mila, la grand-mère du jeune Aurélien que j’avais gardé, j’ai parcouru un voisinage chargé de souvenirs vagues que je n’avais jamais pris le temps de fixer, les laissant glisser puis disparaître.
J’imaginais le père et le fils traverser les boulevards, fiers et beaux, poussés par l’envie de dévorer la ville entière."

 

 
Hafid Aggoune (Saint-Etienne, 17 maart 1973)

Lees meer...

Thomas Melle

 

De Duitse schrijver Thomas Melle werd geboren op 17 maart 1975 in Bonn, waar hij ook opgroeide. Na zijn eindexamen gymnasium in 1994 aan de Jezuïeten school in Bad Godesberg begon Melle in Tübingen aan een studie Algemene en Vergelijkende Literatuurwetenschap en filosofie. Van daar ging hij naar Austin (Texas), waar hij cursussen in Creatief Schrijven volgde en het werk van William T. Vollmann leerde kennen. Later stapte hij over naar de Vrije Universiteit van Berlijn. In 2004 rondde hij zijn studie daar af met een proefschrift over William T. Vollmann. Zijn literaire carrière begon Melle als toneelschrijver. In 2004 schreef hij samen met schrijver Martin Heckmann het stuk "4 Millionen Türen", dat in het Deutsche Theater in Berlijn in première ging. Daarna volgden eigen stukken zoals "Haus zur Sonne" (2006, première Erlangen) en "Licht frei Haus" (2007, première Karlsruhe). Sinds 1997 woont hij in Berlijn. Melle is auteur van verhalende werken, gedichten, toneelstukken en hoorspelen, en vertaalt ook vanuit het Engels. In 2008 ontving hij de Förderpreis zum Bremer Literaturpreis, in 2009 de Förderpreis van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Melles roman “Sickster” werd genomineerd voor de Deutsche Buchpreis 2011. Zijn in 2014 gepubliceerde roman “3000 Euro” haalde de shortlist van de Deutsche Buchpreis. Met deze roman had de schrijver zich voorgenomen "in verzet te komen tegen de burgerlijke familieroman". Uit de kritieken en uit de nominatie bleek dat hij een punt had.

Uit: 3000 Euro

„Da ist ein Mensch drin, auch wenn es nicht so scheint. Unter den Flicken und Fetzen bewegt sich nichts. Die Passanten gehen an dem Haufen vorbei, als wäre er nicht da. Jeder sieht ihn,aber die Blicke wandern sofort weiter.ZweiFlaschen stehen neben dem Haufen, trübe und abgegriffen. Die Sonne knallt herunter. Es riecht streng, nach Urin, nach Säure und frühem Alter.
Anton träumt einen dünnen Traum, in ihm sind alle Arschlöcher weg. Jana betritt sein Zimmer, oder ist es eine industrielle Höhle; Anton muss eine Maschine bedienen, die etwas stanzt, Geldscheine aus Blech, vielleicht. Jana, sein Jugendschwarm, hockt sich zu ihm nieder und lächelt mit großen Augen. Ihr Hemd steht offen, halb sind die Brüste sichtbar. Anton nickt. Jana legt sich zu ihm, sie reden. Noch berühren sie sich nicht.
Wenn Anton träumt in diesen Wochen, dann von den alten Zeiten, die es so nie gab. Alternative Versionen seiner Jugend: Das Personal ist zwar dasselbe, aber die Ereignisse sind komplett irreal. Er schläft mit den Mädchen, die er nie haben konnte, errettet die Freunde, die nicht mehr Teil seines Lebens sind, erfeiert die Erfolge, die er nie hatte.Treibgut aus der Zeit, als noch alles möglich schien.
Der Haufen rührt sich. Die Passanten gehen weiter dran vorbei, machen teils einen größeren Bogen. Anton merkt, dass er aufwacht, gegen seinen Willen. Die Traumbilde werden durchsichtig, lösen sich auf. Jana ist weg, bevor er sie berühren konnte, die Maschine ist auch weg. Der Traumkanal schließt sich. Anton ärgert sich. Der Schlaf ist alles, was er noch hat. Er hält die Augen geschlossen, Schweiß läuft ihm die Wange hinunter. Noch nicht, denkt er, noch nicht, und versucht, den Schlaf zu verlängern.“

  
Thomas Melle (Bonn, 17 maart 1975)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thomas melle, romenu |  Facebook |

16-03-15

P.C. Hooft, Bredero, Zoë Jenny, Alice Hoffman, Hooshang Golshiri

 

De geschiedkundige, dichter en toneelschrijver Pieter Cornelisz. Hooft werd geboren in Amsterdam op 16 maart 1581. Zie ook alle tags voor P. C. Hooft op dit blog.

 

Sonnet

Wanneer door 's werelds Licht de blindgeboren jongen
Gezicht verkreeg, hij stond verwonderd en bedeesd.

Beweging, verwe, stal van plant, van mens, van beest,
Verbluften zijn gedacht' en liefelijk besprongen.

Voorts sloten, torens, schier ten hemel hoog gesprongen,
Het tijd-verdrijf van 's mensen onderwind-al-geest;
Maar de zienlijke god, de schone zonne, meest.
Zijn tonge zweeg, 't gemoed dat riep om duizend tongen.

Even aleens, mijn licht, wanneer gij mij verschijnt
En dat mijn ziel ontdekt uw ziels sieraden vijndt,
Die 't oge mijns gemoeds, dat t' haarwaarts strekt, ontmoeten

Zo zwelt mijn hart van vreugd en van verwondring diep
En danke jegens u en jegens die u schiep,
Totdat het berst en valt gebroken voor uw voeten.

 

 

Zang

Amaril, had ik haar uit uw tuitje,
‘k Wed, ik vleugelde het goodje, het guitje,
Dat met zijn brand, met zijn boog, met zijn flitsen,
Land tegen land overeinde kan hitsen
En beroofde de listige stoker
Van zijn trots, zijn geschut en zijn koker.

Of en had ik maar een van die vonken
Die daar laatst in uw kijkertjes blonken,
‘k Plantte ze boven de Minne zijn kaken,
om deze blinde eens ziende te maken:
dat, als immer hij oorlogen wilde,
hij zijn pijlen met kennisse spilde.

Maar gij weet, had ik een van die wensjes,
Dat ik alle mijn lusten allensjes,
Waar gij mij nu om verlegen laat blijven,
Makkelijk weten zou dore te drijven;
En en wilt gij mij geen wapenen gunnen
Die u zelve veroveren kunnen.

 

 

Mosterd

Zo scherp van smaak, zo zoet van name!
Spraak-vormers, eij, hoe gaat dat samen?
'K weet niet hoe 't anderen verstaan,
Ik proef er niets Most-aardigs aan.

 

 

 
Pieter Cornelisz. Hooft (16 maart 1581 – 21 mei 1647)
Hoofts werkkamer in het Muiderslot

Lees meer...

15-03-15

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

Uit: Pieter Daens

“Veel meer hield ik ervan door de straatjes te dwalen, langs de kromming van de rivier de Dender te slenteren en de buitenwijken te verkennen. Ik zag de wijk Schaarbeek met haar weiden en velden, ik waagde me in de wijk Osbroeck met op haar moerasgrond dichte begroeiing van warrelhout, en aan de overkant van de Dender drong ik door tot de wijk Mijlbeek, wier bewoners men buitenlieden noemde, of zelfs minachtend ‘deze van over de Rijn’.
Maar wat me meest boeide was het leven en lawaai langs de Dender, waar steeds meer fabrieken oprezen. Aalst matigde zich de naam van Keizerlijke Stede aan, maar bleek voorbestemd om gewoon een fabriekstadje te worden. Naast de kerken en kloosters schoten als giftige paddestoelen deze fabrieken uit de grond op. In het begin waren zij maar een schuur of bergplaats, maar als knaap kon ik reeds vaststellen, dat het niet meer de kerktorens waren die het stadje domineerden, doch hún rokende schoorstenen. Ik kon horen hoe niet meer het geklingel van de beiaard en het kleppen der Sintmaartenskerk de dagtijd bepaalde, maar het loeien der fabrieksirenen. Vanaf vijf en zes uur in de kille en nog duistere ochtend hoorde ik dit haast dierlijke huilen. Ik werd erdoor gewekt, en over de hobbelige stenen in de smalle straatjes hoorde ik het klepperen der klompen van mannen, vrouwen en kinderen, die zich naar de fabrieken repten.
Zelf heb ik het niet meegemaakt, maar uit kleurrijke verhalen van vader vernam ik, hoe deze fabrieken waren ontstaan en hoe de eigenaars, weldra ‘de heren’, zich tot almachtige heersers ontpopten. Ik hoorde allerlei fantastisch over Eliaert-Cools, over Jan Baptist Jelie, over kapitein Van der Smissen, die allen uit armoede het naburige stadje Ninove verlieten en naar Aalst kwamen afzakken.
Zij hadden te Ninove gewerkt in primitieve huisbedrijfjes zonder toekomst, en snoven hier de geur van iets dat niet nader te bepalen was: een nieuwe economie, een nieuw politiek leven, een nieuwe tijd.
Vader vertelde ons over Eliaert-Cools, die als 20-jarige met zijn even jonge vrouwtje de stad kwam bewonen en op een verloren plekje grond, aan de kromming van de Dender, garen begon te spinnen, te bleken en te verven. Nog geen drie jaar later had hij reeds honderd arbeiders in zijn fabriek en haast evenveel thuisarbeiders die voor hem werkten. In 1850 – ik was toen acht jaar geworden – liet hij een stoommachine plaatsen, de allereerste in de stad, en werd alles mechanisch ingericht. Zijn fabriek besloeg toen reeds het hele blok tussen de Oude Dender, de Stoofstraat en de Voldersstraat, en een groot deel der Pontstraat.”

 

 
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

An Rutgers van der Loeff, Franz Schuh, Lionel Johnson, Paul Heyse, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter

 

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook alle tags voor An Rutgers van der Loeff op dit blog.

Uit: De Elfstedentocht

“Met grote ogen staart hij naar de mannen die diep voorovergebogen komen aansuizen. Ze remmen af, steken groetend de handen op, slieren langs de controletafels, waar ze in grote haast hun kaart ter stempeling aan bieden. "Gauw, gauw!" Iedereen roept hun iets toe. "Hou vol! Goed zo! We zijn trots op jullie!" Anderen vragen hoe het ijs was.
En Tabe? Waar is Tabe? Ja - daar is hij! De achterste. Maar toch maar in de kopgroep. Tabe wordt extra toegejuicht. Tabe is hun man. "Zet 'm op, Tabe!" dat is Tjeerds hoge stem, bijna hees van opwinding. Maar hij wordt overschreeuwd door anderen. Het hele dorp leeft mee. Stel je voor dat uit hún midden de overwinnaar zou komen. Kijk die Tabe eens! Is hij niet geweldig? Daar spurt hij alweer weg, nadat hij haastig een kop warme melk met ei naar binnen geslurpt heeft. Hij is niet de achterste nu. Hij rijdt gelijk op met nummers zeven en acht, hij komt vóór. De juichende stemmen aan de kant geven hem reuzekracht. - Nu zijn ze weg - de hele groep.
Jelle heeft het hart in de schoenen voelen zinken. Hij is de enige die heeft uitgekeken naar die ander, die bij Tabe moest zijn. Maar die ander was er niet.
"Hee zeg." Iemand slaat hem op de schouder. "Waar is Auke toch? 'k Heb hem overal gezocht."
" 'k Weet niet," stamelt Jelle en hij maakt dat hij wegkomt. Verderop, waar niet zoveel mensen staan, dáár gaat hij heen.
"De volgenden! Daar heb je ze - de tweede groep!" hoort hij roepen. Opeens voelt hij zich koud worden. Daar rijdt midden in de tweede groep, onopvallend, een tamelijk tengere figuur. De ijsmuts diep over het hoofd getrokken. Beheerst rijdt hij tussen de anderen, die opeens extra spurten om vóór te zijn bij de controletafels.
Plotseling klinkt er een kreet: "Maar dat is Auke!"

 

 
An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)
Amsterdam in de winter, Prinsengracht

Lees meer...

14-03-15

Pam Ayres, Jochen Schimmang, Horton Foote, Jochen Volker von Törne, Theodore de Banville

 

De Britse dichteres van humoristische poëzie Pam Ayres werd geboren op 14 maart 1947 in Stanford in the Vale in Berkshire (tegenwoordig Oxfordshire). Zie ook alle tags voor Pam Ayres op dit blog.

 

Background To My Life

Dad took me to our local pub in 1953,
They had a television set, the first I’d ever see,
To watch a Coronation! I knew it sounded grand,
Although at six years old, the word was hard to understand.

But little kids like me, and others all around the world,
We saw the magic crown; we saw magnificence unfurled,
A brand new Queen created, the emergence and the birth,
And the Abbey seemed a place between the Heavens and the Earth.

Certain pictures linger when considering the reign,
Hauntingly in black and white, a platform and a train,
The saddest thing I ever saw, more sharp than any other,
Prince Charles. The little boy who had to shake hands with his mother.

I will stand up and be counted; I am for the monarchy,
And if they make mistakes, well they are frail like you and me,
I would not choose a president to posture and to preen,
Live in a republic? I would rather have the Queen.

A thousand boats are sailing, little ships among the large,
Close beside the splendour that bedecks the Royal Barge,
And as the pageant passes, I can see an image clear
Of the Royal Yacht Britannia; she should surely have been here.

I wish our Queen a genuinely joyful Jubilee,
Secure in the affection of the mute majority,
I hope she hears our voices as we thank her now as one,
Sixty years a Queen. A job immaculately done.

 

 

Had a Little Work Done

O Botox, O Botox, I’m ever so keen,
To look as I looked at the age of sixteen,
Induce paralysis, do as I ask,
Give me, O give me a face like a mask.

O take up a surgical bicycle pump,
And give me some lips that are lovely and plump,
Young men will stagger and say ‘Oh my God!
Here comes Pam Ayres…and she looks like a cod!’

 

 
Pam Ayres (Stanford in the Vale, 14 maart 1947)

Lees meer...

Olivier Delorme, Albert Robida, Alexandru Macedonski, Algernon Blackwood, Paul Ilg

 

De Franse schrijver Olivier Delorme werd geboren op 14 maart 1958 in Chalon-sur-Saône. Zie ook alle tags voor Olivier Delorme op dit blog.

Uit: Yannis Tsarouchis, ou l’Éros en maillot de corps

« Comment ce double dialogue s’est-il construit ? Yannis Tsarouchis naît dans une famille bourgeoise où toutes les références sont françaises. On a peine à imaginer aujourd’hui, alors que le français, en Grèce, est en passe de disparaître non seulement derrière l’anglais mais aussi derrière l’allemand et l’italien, après que nos gouvernants ont saigné à blanc l’Institut français, en attendant de l’achever (tout en chantant les gloires de la francophonie !), ce que fut la place de la culture française – hégémonique – dans la société grecque jusqu’aux années 1970-80. C’est donc du côté de la France que le jeune Yannis, passionné par la peinture depuis son enfance, va tourner son regard.
À l’École supérieure des Beaux-Arts d’Athènes (1928-1934), il travaille notamment dans la classe de Konstantinos Parthénis, pourfendeur de l’académisme qui règne alors sur la peinture grecque, familier de toutes les avant-gardes européennes, et qui décerne à Tsarouchis la mention « Excellent !! » pour une étude de nu masculin (déjà !) de dos (encore), où se voit ce « style pseudo-cubiste » qu’il pratique depuis 1926, dans le « désir d’éviter le style académique.
Le jeune Yannis tâte aussi du surréalisme ; il s’en détourne rapidement. Car son premier voyage à Paris, en 1935, fait « surgir » en lui « des doutes sérieux (…) quant à la valeur de la modernité."

 

 
Olivier Delorme (Chalon-sur-Saône, 14 maart 1958)
Het grote strand door Yannis Tsarouchis, 1962

Lees meer...

13-03-15

Mahmoud Darwish, Yuri Andrukhovych, Vladimir Makanin, Didier Decoin, Melih Cevdet Anday

 

De Palestijnse dichter Mahmoud Darwish werd geboren in Al-Birwa, Palestina, op 13 maart 1941. Zie ook alle tags voor Mahmoud Darwish op dit blog.

 

De eeuwige cactussen

- Waar breng je me naartoe, vader?
- Waar de wind waait, jongen…

Zij verlieten de vlakte waar
de soldaten van Bonaparte een heuvel hadden opgeworpen om
de schaduwen op de muur van Akka in het oog te houden
Een vader zegt tegen zijn zoon, wees niet bang
voor fluitende kogels, blijf plat liggen
om te overleven. Wij zullen overleven, een berg
in het Noorden beklimmen en omkeren als
de soldaten naar hun families ver weg teruggaan

- Wie gaat na ons in het huis wonen, vader
- Het zal zo blijven als het was zoon

Hij betastte zijn sleutel
zoals hij zijn lichaamsdelen betastte, werd rustig en zei
toen zij over een doornhaag klommen
Onthoud, mijn jongen! Hier kruisigden de Engelsen
jouw vader twee nachten aan een cactus
en hij bekende niet. Jij zult opgroeien
mijn zoon en wie de geweren erven
over bloedig ijzer vertellen

- Waarom heb je het paard alleen gelaten
- Als gezelschap voor het huis want huizen sterven als de bewoners er niet zijn

De eeuwigheid opent haar poorten uit de verte
voor wie ‘s nachts komen, prairiewolven huilen
tegen een bange maan. Een vader
zegt tegen zijn zoon: Wees zo sterk als je grootvader
Beklim met mij de laatste heuvel steeneiken
Onthoud mijn zoon: Hier viel Ankashari
van zijn oorlogsmuildier, hou vol
om met mij terug te gaan

- Wanneer, vader
- Morgen, misschien overmorgen, zoon

Een roekeloze morgen kauwde wind
achter hen in lange winternachten
en de soldaten van Joshoea ben Noen bouwden
een burcht met de stenen van hun huis terwijl zij
hijgend naar Kana liepen: Hier
kwam Onze Heer voorbij. Hier
veranderde hij water in wijn en sprak lang
over liefde. Jongen, denk aan
morgen, denk aan de kruisridderburchten
waaraan het voorjaarsgras knaagde nadat
de soldaten waren weggegaan

 

 

Vertaald door Kees Nijland en Asad Jaber

 


Mahmoud Darwish (13 maart 1941 - 9 augustus 2008)

Lees meer...

12-03-15

Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester

 

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Circle

“My God, Mae thought. It’s heaven.
The campus was vast and rambling, wild with Pacific color, and yet the smallest detail had been carefully considered, shaped by the most eloquent hands. On land that had once been a shipyard, then a drive-in movie theater, then a flea market, then blight, there were now soft green hills and a Calatrava fountain. And a picnic area, with tables arranged in concentric circles. And tennis courts, clay and grass. And a volleyball court, where tiny children from the company’s day care center were running, squealing, weaving like water. Amid all this was a workplace, too, 400 acres of brushed steel and glass on the headquarters of the most influential company in the world. The sky above was spotless and blue.
Mae was making her way through all of this, walking from the parking lot to the main hall, trying to look as if she belonged. The walkway wound around lemon and orange trees, and its quiet red cobblestones were replaced, occasionally, by tiles with imploring messages of inspiration. “Dream,” one said, the word laser-cut into the stone. “Participate,” said another. There were dozens: “Find Community.” “Innovate.” “Imagine.” She just missed stepping on the hand of a young man in a gray jumpsuit; he was installing a new stone that said, “Breathe.”
On a sunny Monday in June, Mae stopped in front of the main door, standing below the logo etched into the glass above. Though the company was less than six years old, its name and logo — a circle surrounding a knitted grid, with a small ‘c’ in the center — were already among the best known in the world. There were more than 10,000 employees on this, the main campus, but the Circle had offices all over the globe and was hiring hundreds of gifted young minds every week. It had been voted the world’s most admired company four years running.
Mae wouldn’t have thought she had a chance to work at such a place but for Annie. Annie was two years older, and they roomed together for three semesters in college, in an ugly building made habitable through their extraordinary bond, something like friends, something like sisters — or cousins who wished they were siblings and would have reason never to be apart. Their first month living together, Mae broke her jaw one twilight, after fainting, flu-ridden and underfed, during finals. Annie had told her to stay in bed, but Mae went to the Kwik Trip for caffeine and woke up on the sidewalk, under a tree."

 

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

Lees meer...

Jenny Erpenbeck

 

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck werd geboren op 12 maart 1967 in Oost-Berlijn. Erpenbeck is de dochter van de natuurkundige, filosoof en schrijver John Erpenbeck en de Arabische vertaalster Doris Kilias. Haar grootouders van vaders zijde zijn de auteurs Fritz Erpenbeck en Hedda Zinner. Erpenbeck volgde de middelbare school in Oost-Berlijn, waar ze in 1985 examen deed. Vervolgens voltooide ze een tweejarige opleiding tot boekbinder. Ze werkte vervolgens bij diverse theaters als rekwisieten manager en costumière. Van 1988-1990 studeerde zij Theaterwetenschap aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. In 1990 stapte zij over naar muziektheater-regie aan de Hochschule für Musik "Hanns Eisler". Na de succesvolle afronding van deze studie in 1994 werkte zij eerst als regie-assistente bij het Opernhaus Graz, Vanaf 1997maakte zij daar haar eigen producties. Als freelance regisseur, regisseerde ze vanaf 1998 in verschillende plaatsen in Duitsland en Oostenrijk. Erpenbeck begon in de jaren 1990, naast haar werk als regisseur aan een schrijverscarrière. Zij is de auteur van verhalend proza ​​en toneelstukken. In 1999 verscheen haar debuut “Geschichte vom alten Kind”, in 2001, de verhalenbundel “Tand”, in 2004, de novelle “Wörterbuch” en in 2008 de roman “Heimsuchung”. In 2013 ontving zij de Joseph Breitbach Prijs voor haar gehele oeuvre.

Uit: Heimsuchung

„Wenn eine heiratet, darf sie sich ihr Brautkleid nicht selbst nähen. Auch in ihrem eigenen Haus darf das Brautkleid nicht hergestellt werden. Auswärts wird es genäht und beim Nähen darf keine Nadel zerbrechen. Der Stoff für ein Brautkleid darf beim Nähen nicht gerissen, er muß geschnitten werden. Ist beim Zuschneiden ein Fehler passiert, darf das Stück Stoff nicht mehr verwendet werden, es muß ein neuer Streifen vom gleichen Stoff nachgekauft werden. Die Schuhe für die Hochzeit darf die Braut sich nicht von ihrem Bräutigam schenken lassen, sondern muß sie sich selber kaufen, und zwar von den Pfennigen, die sie zuvor über lange Zeit hinweg gesammelt hat. Die Hochzeit darf nicht in der heißesten Zeit, also nicht an den Hundstagen stattfinden, aber auch nicht im wetterwendischen Monat April, die Wochen des Aufgebots vor der Hochzeit dürfen nicht auf die Marter woche vor Ostern fallen, und bei der Hochzeit selbst soll Vollmond sein, oder wenigstens zunehmender Mond, der beste Monat für eine Hochzeit ist Mai. Einige Wochen vor dem Hochzeitstermin wird das Aufgebot bestellt und im Schaukasten ausgehängt. Die Freundinnen der Braut flechten Blumengirlanden und umkränzen damit den Kasten. Ist das Mädchen im Dorf beliebt, werden es drei oder mehr Ranken sein. Eine Woche vor dem Hochzeitstag wird mit dem Schlachten und Backen begonnen, aber die Braut darf auf keinen Fall ein Feuer im Ofen flackern sehen. Am Tag vor der Hochzeit kommen nachmittags die Kinder des Dorfes und poltern, sie werfen Geschirr in den Torweg, so daß es zerbricht, aber kein Glas, und bekommen von der Hochzeitsmutter Kuchen gereicht. Am Polterabend bringen die Erwachsenen ihre Geschenke, sie sagen Gedichte auf und nehmen am Polterabendschmaus teil. Am Polterabend dürfen die Lichter nicht flackern, das bringt Unglück. Die Scherben am Torweg fegt die Braut am andern Morgen zusammen und wirft sie in eine Grube, welche der Bräutigam ausgehoben hat. Danach wird die Braut von ihren Freundinnen für die Hochzeit geschmückt, sie trägt Myrtenkranz und Schleier. Tritt das Brautpaar aus dem Haus, halten zwei Mädchen ein Blumengewinde, sie senken es nieder, das Brautpaar steigt darüber hinweg. Sodann erfolgt die Abfahrt zur Kirche. Die Pferde haben an den Außenseiten des Zaumes zwei Bänder, ein rotes für die Liebe, und ein grünes für die Hoffnung. Die Peitschen zeigen dieselben Bänder. Die Brautkutsche ist mit einer Ranke von Buchsbaum geschmückt, manchmal auch von Wacholder.“

 


Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)

18:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jenny erpenbeck, romenu |  Facebook |

Benedict Wells

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Benedict Wells werd geboren geboren in München in 1984. Wells volgde de middelbare school n drie Beierse kostscholen en sloot zijn opleiding af met het eindexamen gymnasium. In 2003 verhuisde hij naar Berlijn, waar hij besloot om niet te gaan studeren, om te kunnen schrijven. In zijn levensonderhoud voorzag hij met diverse gelegenheidsbaantjes. Zijn tweede roman, "Becks letzter Sommer ", werd als eerste gepubliceerd (in 2008) en kreeg veel aandacht in de literaire kritiek. Zo noemde hem het weekblad Die Zeit "het meest interessante debuut van het jaar." Het boek vertelt het verhaal van Robert Beck, een leraar en muzikant van eind 30, die terugkijkt op zijn leven en een roadtrip naar Istanbul maakt. Op de leeftijd van 23 was Wells, toen de roman werd gepubliceerd, de jongste auteur onder contract. Voorafgaand aan de publicatie van de roman werkte Wells als redacteur bij de televisie. In 2009 werd hij onderscheiden met de Beierse Kunstprijs. In hetzelfde jaar verscheen zijn oorspronkelijk eerste roman "Spinner", die hij schreef hij toen hij negentien jaar was. De hoofdpersoon is de twintig jaar oude Jesper Lier, die een bewogen week in Berlijn beleeft. Wells 'derde roman " Fast genial " verscheen in 2011 en steeg naar plaats 6 op de bestseller lijst. Het gaat over een jongen uit een arme familie, die op zoek gaat naar zijn onbekende en blijkbaar briljante vader. Zoals pas na het succes van zijn derde roman bekend werd - en zeer tegen zijn wil - is Wells de broer van Ariadne von Schirach, en neef van de schrijver Ferdinand von Schirach. Zijn achternaam is echter geen pseudoniem, hij heet ook in zijn dagelijks leven Wells. Om zich te distantiëren van zijn vroegere achternaam, in welke vorm dan ook, en om onafhankelijk te zijn, liet Wells zijn naam in zijn paspoort officieel veranderen. Het is ook een eerbetoon aan Homer Wells uit de roman "The Cider House Rules" door John Irving. Irving's romans waren ook de reden waarom hij begon te schrijven.

Uit: Fast genial

„Einen Tag nach dem Selbstmordversuch seiner Mutter saß Francis auf einer Bank am Hudson. Er war angespannt, denn er hatte etwas vor, was ihm eigentlich widerstrebte. Er wollte Ryan Wilco in seiner Kanzlei besuchen und sich von ihm Geld leihen. Sein Stiefvater hatte es ihm zwar oft angeboten, aber Francis hatte immer abgelehnt. Und seit Ryan sich an der Börse verspekuliert hatte, war er längst nicht mehr so großzügig. Das Haus in Long Island hatte er zwar behalten können, allerdings hatte er dafür einen Kredit aufnehmen müssen, den er nun monatlich abbezahlte. Doch Francis musste es einfach bei ihm versuchen. Durch den Brief seiner Mut ter wusste er endlich, was er zu tun hatte, und dafür brauchte er so viel Geld wie möglich.
Dampf stieg aus den Straßenschächten, alle paar Minuten ertönten Polizeisirenen, ein Presslufthammer dröhnte. Francis hatte der lärmenden Stadt den Rücken zugedreht und blickte auf den Fluss. Es war ein warmer Nachmittag, die Sonne spiegelte sich auf dem Wasser, neben ihm saß eine Japanerin in einem pinkfarbenen Trainingsanzug und telefonierte.
Als Kind war Francis oft in New York gewesen. Er hatte Ryan in seiner Kanzlei besucht, und auch nach der Scheidung war er ein Mal die Woche mit ihm in Manhattan Mittag essen gegangen. Sein Stiefvater hatte versprochen, ihn immer zu unterstützen, und Francis war sich sicher gewesen, dass sich an ihrem Verhältnis nichts ändern würde.
Aber bald hatten sich die Probleme gehäuft. Er war in die Pubertät gekommen und hatte rebelliert. Und er hatte diesen simplen Gedanken einfach nicht abschütteln können: Wenn Ryan ihn wirklich so gern hatte, wieso lebte er dann lieber allein mit seinem richtigen Sohn in New York?
Dieser Gedanke war in den folgenden Jahren stärker geworden und hatte ihre Beziehung vergiftet. Sie hatten sich nur noch selten zum Mittagessen getroffen. Ryan hatte die unschöne Angewohnheit gehabt, sich als sein Vater aufzuspielen und ihn zu kritisieren, und einmal war es dabei zu einem folgenschweren Streit gekommen. Ryan hatte schlecht über seine Exfrau geredet, Francis hatte seine Mutter verteidigt und entgegengehalten, er sei nicht sein richtiger Vater, und schließlich hatte er Ryan in einem unbeherrschten Moment ein kaltherziges Arschloch genannt.“

 

 
Benedict Wells (München, 1984)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: benedict wells, romenu |  Facebook |

11-03-15

80 Jaar Frans Vogel

 

De Nederlandse schrijver, dichter, columnist, het fotomodel, de beeldend kunstenaar en copywriter Frans Vogel werd op 11 maart 1935 geboren in Haarlem als Geert Franciscus de Vogel. In 1949 verhuisde hij van het Sint Jozefkindertehuis in Haarlem naar een tehuis in Rotterdam. Hij werkte o.a. als corrector bij de Maasbode en op een reclamebureau en schreef o.a. voor Het Vrije Volk, Rotterdams Dagblad en Circuit. Van groot belang was zijn ontmoeting in de jaren vijftig met de dichters Hans Sleutelaar en Cornelis Vaandrager. Later zouden daar Armando en Hans Verhagen nog bijkomen. Zij maakten samen de literaire tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl. Vogel debuteerde in 1996 met de bundel “Te gek moment & andere gedichten”. Deze werd in 2000 gevolgd door “Het onaandoenlijk hart (72 bpm)”. In 2007 verscheen de bundel “Gelukkig maar”. Op 8 maart 2015 werd in galerieWind op het Noordereiland te Rotterdam een expositie geopend en een boek (tegelijk de catalogus bij de expositie) Ken zó in Boijmans, Frans Vogel 80 over het leven en werk van Frans Vogel gepubliceerd. Frans Vogel viert vandaag zijn 80e verjaardag.

 

Marriage de raison

Elk huwelijksbootje
telt maar 1 reddingsboei,
zeggen ze: de liefde.

Bijgevolg, reken maar uit,
kom je met z'n tweeën
dan meteen al mooi 1 reddingsboei
te kort. (Wat nu, zei Pichegru:
valse start?)

Wees daarom zo verstandig
bij het aan boord gaan
minstens ook 1 zwemvest
mede te nemen: met het oog
op beider lijfsbehoud
op de woelige baren.

Maar, dat zeg ik,
een ouwe autobinnenband
uit Cuba of een geïmproviseerde
belt van opgeblazen condooms
is natuurlijk ook niet
in de majem gepleurd.

 

 

Zomer in Rotterdam

Nou de stad van gloeiend beton is,
doorklief je het beste nog de Maas
per watertaxi: langs je kanis
strijkt dan een briesje - vlindergeraas.
 
De ‘stuur’ koerst aan op Hotel New York,
waar je van boord stapt naar het terras
om te gaan lunchen met knife   fork:
top is 't leven, 't ligt waterpas.
 
Tink'lende glazen, een schaterlach.
Scheepshondgeblaf, heel in de verte.
Een heli- chopt retour zo ie kwam.
 
Wijl de havens rondom met hun pracht
je niets doen dan wereldofferte:
profiteer - zomer in Rotterdam!

 

 

 
Frans Vogel (Haarlem, 11 maart 1935)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans vogel, romenu |  Facebook |

Karl Krolow, Daan de Ligt, Douglas Adams, Leena Lehtolainen, Ernst Wichert, Torquato Tasso, Willem Claassen, Patrick Beck

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

Die Wolke

Man kann mit ihr
spazieren gehen,
solange keine Himmelserscheinung
über sie herfällt.

Das Wasser widmet ihr
seine Aufmerksamkeit
und winkt aus verdunstenden Flüssen.
Es rührt an das Gedächtnis
des Regens.

 

Seestück

Da angelt kein Mensch
einen Schellfisch
vor lauter Küste!
Verschiedene Dampfer
fahren vorbei, beliebig,
als wäre überall Wasser,
das bis auf den Grund
naß ist. Die Oberfläche
bleibt schiffbar und blau,
eine Postkarte lang,
die man von Bord schreibt.
Gefühl für die Nautik
hat niemand, solange
er nicht am Land steht
und winkt.

 

Ein Uhr mittags

Das Licht fällt nicht umsonst
Senkrecht.
Wer die Augen schließt,
sieht blaue Sensen am Himmel.
Ein Uhr mittags. Die Blumen
Hingen mit gebrochenem Genick
In der Windstille.
Aus dem Steinbruch kommen Pfiffe.
Sie gelten einer Flasche Bier
Oder einem Hund, der sich verlief.
In den Heuschobern
Rascheln Mäuse
Und weibliche Schenkel.

Handbreiter Schatten
Verschwindet gleichzeitig
Mit dem letzten Laut,
Der zu hören ist.

 

 
Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

Lees meer...

10-03-15

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren, Karel van de Woestijne

 

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: The Life and Adventures of Lyle Clemens

“A grand hotel, aptly named the Texas Grand Hotel, continued to assert a stubborn pride in its Spanish terra cotta architecture and its ornate dining room. Bonnie and Clyde stayed there one night-"before their bloodiest raid." So did Judy Garland and Clark Gable-"separately"-on their way to the mineral springs in the nearby City of Mineral Wells. The hotel remained almost guestless now, new travelers choosing to stay in one of several motels that border the main highway with sizzling electric signs.
During two occasions, the Texas Grand sprang to full life-when its chandeliered dining room was taken over for "big weddings" and when its rooms were occupied by evangelical preachers here for the twice-a-year Gathering of Souls, a loud, quivery orgy of sermons and healings held at the local Pentecostal Hall and later televised through a mega-network of stations headquartered at the Lord's Headquarters in Anaheim, California.
(…)

Lyle Clemens's journey to become the Mystery Cowboy who appeared naked on Hollywood Boulevard might be said to have begun years before his birth, perhaps during a certain time of the year when Eulah Love, Sylvia's mother, prepared to speak in tongues at the Gathering of Souls. An isolated unhappy woman with no friends, often glowering at her daughter as if she did not recognize her but was nevertheless angry at her, Eulah left her small house only to attend religious meetings, and when otherwise necessary. As if to underscore her drab existence, dry vines drooped over her house-a cluster of feeble green here and there struggling out-only in summer-in contrast to the tidiness of other houses nearby.
Why her mother was so hostile to her was a mystery to Sylvia from as far back as she could remember. Even an ordinary child's question would arouse her ire.
"Why did you name me Sylvia?"
"Because it's a name."
"Why is our last name Love?"
"Ha!" Eulah laughed without mirth.
Eulah's revival meetings terrified Sylvia and had made her wonder, at a very early age, what kind of God would inspire such frightening shrieks and trembling.”

 

 
John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

Lees meer...