Tatamkhulu Afrika, Johann Nestroy, Gabriel Marcel, Friedrich Schlögl, Noam Chomsky, Willa Cather, Samuel Gottlieb Bürde

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

Uit: Bitter Eden

“I touch the scar on my cheek and it flinches as though the long-dead tissue had a Lazarus-life of its own.
Uneasily, I stare at the two letters and accompanying neat package which are still where I put them earlier in the day. Within easy reach of my hand, they are a constant and unsettling focus for my mind and eye.
The single envelope in which the letters were posted is also still there. Airmail and drably English in its design, its difference from its local kin both fascinates and disturbs. I am not accustomed any more to receiving mail from abroad.
The one letter, typed under the logo of a firm of lawyers, is a covering letter which starts off by describing how they have only managed to trace me after much trouble and expense, which expense is to be defrayed by the ‘deceased’s estate’. Then comes the bald statement that it is he that has ‘passed on’ – how I hate that phrase! – after a long illness whose nature they do not disclose and that I have been named in his will as one of the heirs. My legacy, they add, is very small but will no doubt be of some significance to me and it is being forwarded under separate cover per registered mail.
The other letter is from him and I knew that straight away. After fifty years of silence, there was still no mistaking the rounded, bold and generously sprawling hand. Closer inspection betrayed the slight shakiness that is beginning to taint my own hand, and I noted this with an unwilling tenderness and a resurgence – as unwilling – of a love that time, it seems, has too lightly overlaid.
After reading the letters – but not yet opening the package – I had sat for a long time, staring out of the window and watching gulls and papers whirling up out of the southeaster-ridden street, but not knowing which were papers and which were gulls. Reaching for an expected pain, I had found only a numbness transcending pain and, later, Carina had come in and laid her hands on my shoulders and asked, her voice as pale and anxious as her hands, ‘Anything wrong?’
I do not mean to be disparaging when I refer to Carina in these terms. I am, after all, not much darker than her and although my hair is fair turned white and hers is white-blonde turned white, my body hair is as colourless and (as far as I am concerned) unflatteringly rare. I, too, can be nervy although not as pathologically so as Carina whose twitchiness sometimes reminds me of the dainty tremblings of a mouse – and that despite the fact that she moves her long, rather heavy bones in a manner that is unsettlingly male.”


Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)

Lees meer...

Joyce Cary


De Brits - Ierse schrijver Arthur Joyce Lunel Cary werd geboren op 7 december 1888 in Derry, Ierland. Cary ging naar school in Clifton en bezocht het College in Oxford. Hij ging daarna naar de universiteit van Edinburgh om kunstgeschiedenis te studeren. Hij zette de studie gedurende drie jaar voort in Parijs, maar toen realiseerde hij zich dat hij niet meer zou worden dan een 3e rangs schilder. In 1912 , meldde hij zich voor de militaire dienst en hij was van 1913 tot 1920 als ambtenaar van de politieke dienst in Nigeria actief. Om gezondheidsredenen keerde hij in 1920 naar Engeland terug en werkte als freelance schrijver. Onder invloed van de tijd in Afrika schreef Cary verschillende romans over Afrika , zoals “Mister Johnson”, waarin hij de confrontatie van een enkele Afrikaan met de beschaafde samenleving beschrijft. In latere werken vormt de samenleving van Groot-Brittannië de achtergrond. In 1941 werd hij bekroond met de James Tait Black Memorial Prize voor “A House of Children”. Hij leed op het einde van zijn leven aan een motorische stoornis, zodat hij alleen kon schrijven met hulpmiddelen en uiteindelijk alleen kon dicteren. Zijn laatste roman “The Captive and the Free” (gepubliceerd in 1959 ) bleef onvoltooid. Cary was getrouwd en had vier zonen, waaronder de componist Tristram Cary.

Uit: The Horse's Mouth

“Nothing is a masterpiece - a real masterpiece - till it's about two hundred years old. A picture is like a tree or a church, you've got to let it grow into a masterpiece. Same with a poem or a new religion. They begin as a lot of funny words. Nobody knows whether they're all nonsense or a gift from heaven. And the only people who think anything of 'em are a lot of cranks or crackpots, or poor devils who don't know enough to know anything. Look at Christianity. Just a lot of floating seeds to start with, all sorts of seeds. It was a long time before one of them grew into a tree big enough to kill the rest and keep the rain off. And it's only when the tree has been cut into planks and built into a house and the house has got pretty old and about fifty generations of ordinary lumpheads who don't know a work of art from a public convenience, have been knocking nails in the kitchen beams to hang hams on, and screwing hooks in the walls for whips and guns and photographs and calendars and measuring the children on the window frames and chopping out a new cupboard under the stairs to keep the cheese and murdering their wives in the back room and burying them under the cellar flags, that it begins even to feel like a religion. And when the whole place is full of dry rot and ghosts and old bones and the shelves are breaking down with old wormy books that no one could read if they tried, and the attic floors are bulging through the servants' ceilings with old trunks and top-boots and gasoliers and dressmaker's dummies and ball frocks and dolls-houses and pony saddles and blunderbusses and parrot cages and uniforms and love letters and jugs without handles and bridal pots decorated with forget-me-nots and a piece out at the bottom, that it grows into a real old faith, a masterpiece which people can really get something out of, each for himself. And then, of course, everybody keeps on saying that it ought to be pulled down at once, because it's an insanitary nuisance.”


Joyce Cary (7 december 1888 - 29 maart 1957)

14:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joyce cary, romenu |  Facebook |


Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Nacht (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Na het laatste uur die dag belde ik mama. Kreeg haar nog net op haar werk te pakken voor ze naar huis zou gaan.
‘Hoi, mama’, zei ik. ‘Heb je even tijd om wat te praten?’
‘Ja, geen probleem. Is er iets gebeurd?’
‘Nee hoor. Alles is nog steeds hetzelfde hier. Maar het begint ontzettend zwaar te worden. Ik kom ’s morgens nauwelijks mijn bed uit. En toen bedacht ik vandaag dat ik in feite op kan zeggen. Ik heb het zo ontzettend slecht naar mijn zin, zie je. Ik ben hier natuurlijk ook niet voor opgeleid. Dus ik dacht dat ik in plaats daarvan na de Kerst kon gaan studeren. Gewoon mijn propedeuse halen.’
‘Ik begrijp dat je gefrustreerd bent en dat het zwaar is’, zei ze. ‘Maar ik vind dat je er nog even over na moet denken voor je een beslissing neemt. De kerstvakantie begint nu gauw, dan kun je ontspannen en het rustig aan doen, hier gewoon op de bank blijven liggen als je wilt. Dan geloof ik dat het er heel anders uitziet als je daar weer terugkomt.’
‘Maar dat is juist wat ik niet wil!’
‘Dat zijn schommelingen. Je vond het een tijdje ontzettend leuk. Het is heel normaal dat je nu een periode hebt waarin je wat down bent. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat je niet mag ophouden, dat beslis je zelf. Maar dat hoef je niet per se nu te doen, dat is alles wat ik wil zeggen.’
‘Ik geloof niet dat je begrijpt wat ik wil zeggen. Het wordt niet beter. Het is zo verdomd zwaar. En waarvoor?’
‘Zo is het leven soms’, zei ze.
‘Dat zeg je altijd. Maar ook al is jouw leven zwaar, dan hoeft dat van mij het toch nog niet te zijn?’
‘Ik wilde je alleen een raad geven. Ik denk dat je dat kunt gebruiken.’
‘Oké,’ zei ik, ‘ik neig ertoe op te houden, echt, maar je hebt gelijk als je zegt dat ik dat niet per se nu hoef te beslissen.’


Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

Lees meer...


Sinterklaas, Hans Andreus, Hanif Kureishi, Joan Didion, Christina Rossetti

Bij Sinterklaas


Uit: Een heel stout jongetje

"Even kijken," zei Sint Nicolaas terwijl hij zijn bril opzette en in het Grote Boek keek, "ah, juist, nu weet ik het weer, hier woont dat hele stoute jongetje. Zozo..." en hij keek over zijn brillenglazen naar het jongetje. Het stoute jongetje keek brutaal terug, maar zijn tong durfde hij toch niet uit te steken.
"Piet," vervolgde Sint Nicolaas tegen Zwarte Piet, "dit jongetje is onverbeterlijk. Wat ik niet allemaal over hem gehoord heb, sinds ik weer in Nederland ben!"
"Dus geen cadeautje, Sinterklaas?" vroeg Zwarte Piet.
"Cadeautje?" vroeg Sint Nicolaas. "Hoe haal je 't in je hoofd, Piet. Is het niet juist," vroeg hij toen aan Vader en Moeder, "dat dit jongetje dit jaar nóg meer ruiten heeft gebroken en nóg meer potten jam heeft leeggelikt dan verleden jaar? En dat hij de schoenen van zijn schoolmeester, die de arme man uitgetrokken had omdat zijn voeten zo'n pijn deden, zomaar heeft verstopt, zodat de meester op zijn sokken naar huis moest? En... ach, ik kan wel blijven doorgaan."
"Het spijt ons," knikten vader en moeder, "het is allemaal waar."
"En heb jij geen spijt?" vroeg Sint Nicolaas aan het jongetje.


Illustratie uit “Sint Nicolaas en zijn knecht” van Jan Schenkman, uitgave ca. 1907


"Je hebt stoute jongetjes en Brave Hendriken," zei het jongetje, "en ik wil geen Brave Hendrik zijn."
"Nog steeds even brutaal," zei Sint Nicolaas. "Piet, stop hem in de zak!" Het jongetje probeerde nog weg te lopen, maar Zwarte Piet pakte hem meteen beet en stopte hem in de zak. "Zo, dan gaan we maar weer," zei Sint Nicolaas. "Maar ons jongetje dan?" vroegen vader en moeder. Sint Nicolaas en Zwarte Piet waren echter de kamer en het huis al uit.
Nu moet je weten dat Sint Nicolaas stoute kinderen nooit heel lang in de zak laat zitten. Na een half uurtje of zo vindt hij het wel genoeg, dan doet hij de zak open en laat de kinderen beterschap beloven, voor hij ze naar huis stuurt. En dikwijls geeft hij ze dan nog een cadeautje ook. Maar toevallig was het jongetje één van de laatste kinderen die hij had bezocht. En de volgende dag ging hij terug naar Spanje, want hij had haast dit jaar.
Pas toen ze weer thuis in Spanje waren, zei Sint Nicolaas tegen zijn knecht: "Zeg, Piet, herinner ik me dat nou goed? Hadden wij niet een heel stout jongetje in de zak gestopt?"
"Ja, baas," zei Piet.
"Maar hebben we dat jongetje ook weer uit die zak gehaald?"
"Nee, baas, dat ben ik helemaal vergeten," zei Piet.


Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

Lees meer...


Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.


Da neigt sich die Stunde und rührt mich an

Da neigt sich die Stunde und rührt mich an
mit klarem, metallenem Schlag:
mir zittern die Sinne. Ich fühle: ich kann -
und ich fasse den plastischen Tag.

Nichts war noch vollendet, eh ich es erschaut,
ein jedes Werden stand still.
Meine Blicke sind reif, und wie eine Braut
kommt jedem das Ding, das er will.

Nichts ist mir zu klein, und ich lieb es trotzdem
und mal es auf Goldgrund und groß
und halte es hoch, und ich weiß nicht wem
löst es die Seele los...



Sankt Christofferus

Die große Kraft will für den Größten sein.
Nun hofft er, ihm endlich hier zu dienen
an dieses Flusses Furt; er kam von zwein
berühmten Herren, die ihm klein erschienen,
und ließ sich dringend mit dem dritten ein:

den er nicht kannte; den er durch Gebet
und Fastenzeiten nicht auf sich genommen,
doch der im Ruf steht, jedem nachzukommen
der alles lässt und für ihn geht.

So trat er täglich duch den vollen Fluss -
Ahnherr der Brücken, welche steinern schreiten, -
und war erfahren auf den beiden Seiten
und fühlte jeden, der hinüber muss.

Und ruhte nachts in dem geringen Haus,
gefasst zu handeln, jeder Stimme inne,
und atmete die Mühe mächtig aus,
genießend das Geräumige seiner Sinne.

Dann rief es einmal, dünn und hoch: ein Kind.
Er erhob sich groß, dass er es überführe;
doch wissend, wie die Kinder ängstlich sind,
trat er ganz eingeschränkt aus seiner Türe
und bückte sich -: und draußen war Nachtwind.

Er murmelte: Was sollte auch ein Kind...?
nahm sich zurück mit einem großen Schritte
und lag in Frieden und entschlief geschwind.
Aber da war es wieder, voller Bitte.
Er spähte wieder -: draußen war Nachtwind.

Da ist doch keiner, oder bin ich blind?
warf er sich vor und ging noch einmal schlafen,
bis ihn dieselben Laute zwingend lind
noch einmal im verdeckten Innern trafen:
Er kam gewaltig:
                        draußen war ein Kind.



Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

III. Sonett

Ein Gott vermags. Wie aber, sag mir, soll
ein Mann ihm folgen durch die schmale Leier?
Sein Sinn ist Zwiespalt. An der Kreuzung zweier
Herzwege steht kein Tempel für Apoll.

Gesang, wie du ihn lehrst, ist nicht Begehr,
nicht Werbung um ein endlich noch Erreichtes;
Gesang ist Dasein. Für den Gott ein Leichtes.
Wann aber
sind wir? Und wann wendet er

an unser Sein die Erde und die Sterne?
ists nicht, Jüngling, Dass du liebst, wenn auch
die Stimme dann den Mund dir aufstößt, - lerne

vergessen, dass du aufsangst. Das verrinnt.
In Wahrheit singen, ist ein andrer Hauch.
Ein Hauch um nichts. Ein Wehn im Gott. Ein Wind.



Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Lou Albert Lasard, 1916

Lees meer...


Joseph Conrad, Herman Heijermans, Hendrik Conscience, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren


De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: The Secret Agent

“It clattered; and at that signal, through the dusty glass door behind the painted deal counter, Mr. Verloc would issue hastily from the parlour at the back. His eyes were naturally heavy; he had an air of having wallowed, fully dressed, all day on an unmade bed. Another man would have felt such an appearance a distinct disadvantage. In a commercial transaction of the retail order much depends on the seller's engaging and amiable aspect. But Mr. Verloc knew his business, and remained undisturbed by any sort of æsthetic doubt about his appearance. With a firm, steady-eyed impudence, which seemed to hold back the threat of some abominable menace, he would proceed to sell over the counter some object looking obviously and scandalously not worth the money which passed in the transaction: a small cardboard box with apparently nothing inside, for instance, or one of those carefully closed yellow flimsy envelopes, or a soiled volume in paper covers with a promising title. Now and then it happened that one of the faded, yellow dancing girls would get sold to an amateur, as though she had been alive and young.
Sometimes it was Mrs. Verloc who would appear at the call of the cracked bell.
Winnie Verloc was a young woman with a full bust, in a tight bodice, and with broad hips. Her hair was very tidy. Steady-eyed like her husband, she preserved an air of unfathomable indifference behind the rampart of the counter. Then the customer of comparatively tender years would get suddenly disconcerted at having to deal with a woman, and with rage in his heart would proffer a request for a bottle of marking ink, retail value sixpence (price in Verloc's shop one-and-sixpence), which, once outside, he would drop stealthily into the gutter.“


Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)
Bob Hoskins en Christian Bale in de film The Secret Agent, 1996

Lees meer...


Botho Strauß, Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle


De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook alle tags voor Botho Strauß op dit blog.

Uit: Lichter des Toren

„Mit seinem Bruder, einem Kretin, ging der Junge die Landstraße hinaus. Wie steif und verordnet er schritt! Nicht mal hätte man sagen können, wer von beiden der Ältere war, der Begleiter oder das rundköpfige, tapsige Wesen, das er ausführte, eines von seinem eigenen Fleisch und Blut. Der Idiot hielt den Kopf gesenkt, und es lächerte ihn grundlos, im wesentlichen und schlechthin. Der Imbezille ist jemand ohne Stab (bacillum). Der gerade Bruder war ihm einer, er ging bei ihm eingehängt. Manchmal zuckte der Gerade mit dem Arm, so wie eine steife Gattin ihren betrunkenen Mann vom Torkeln abhält und an sich zieht. Ja, er riß sogar an ihm und zerrte ihn in einen festeren Schritt. Doch der Schwachsinnige unterbrach sich nur kurz und begann sogleich wieder sein hohes, wimmerndes Kichern, als wär’s die einzige Äußerung, Belustigt sein, die sich ihm gleichsam von Gott mitgeteilt hatte über die Menschen, die einzige zu mindest, die ihn in eine höhere Übereinstimmung zu versetzen schien. Es war beinah, als diene er einem leisen Dauergelächter, das aus den Sphären über die Erde erging, als Medium. Als wäre er willenlos wie eine Muschel bereit zum ewigen Wiedertönen. Unterwegs griff der Junge, der zum Ausgang mit dem Idioten angestellte Bruder, in seine Hosentasche, nahm ein großes Taschen tuch heraus und ließ den Kichernden sich darin schneu zen, so wie Mütter es mit rotztriefenden Kindern tun. Und gerade hierin, wie also der Bruder vor sich und den Leuten im Dorf den überlegenen Erwachsenen hervorkehrte, unbeholfen und geniert, hätte es für den Betreuten einen unmittelbaren Kitzel zum Kichern gegeben. Doch der Idiot ward ja aus unendlicher Ferne belustigt und spürte neben sich gar nichts“.


Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

Lees meer...


Bij de eerste zondag van de Advent (Knecht Ruprecht, Theodor Storm)


 Bij de eerste zondag van de Advent


 Guido Philipp Schmitt, "Knecht Rupprecht beschenkt Kinder", tekening, 1907


Knecht Ruprecht

Von drauss' vom Walde komm ich her;
Ich muss euch sagen, es weihnachtet sehr!
Allüberall auf den Tannenspitzen
Sah ich goldene Lichtlein sitzen;
Und droben aus dem Himmelstor
Sah mit großen Augen das Christkind hervor;

Und wie ich so strolcht' durch den finstern Tann,
Da rief's mich mit heller Stimme an:
"Knecht Ruprecht", rief es, "alter Gesell,
Hebe die Beine und spute dich schnell!
Die Kerzen fangen zu brennen an,
Das Himmelstor ist aufgetan,

Alt' und Junge sollen nun
Von der Jagd des Lebens einmal ruhn;
Und morgen flieg ich hinab zur Erden,
Denn es soll wieder Weihnachten werden!"
Ich sprach: "O lieber Herre Christ,
Meine Reise fast zu Ende ist;

Ich soll nur noch in diese Stadt,
Wo's eitel gute Kinder hat."
- "Hast denn das Säcklein auch bei dir?"
Ich sprach: "Das Säcklein, das ist hier:
Denn Äpfel, Nuss und Mandelkern
Fressen fromme Kinder gern."

- "Hast denn die Rute auch bei dir?"
Ich sprach: "Die Rute, die ist hier;
Doch für die Kinder nur, die schlechten,
Die trifft sie auf den Teil, den rechten."
Christkindlein sprach:" So ist es recht;
So geh mit Gott, mein treuer Knecht!"

Von drauss' vom Walde komm ich her;
Ich muss euch sagen, es weihnachtet sehr!
Nun sprecht, wie ich's hier innen find!
Sind's gute Kind, sind's böse Kind?


Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Storm-Museum, Husum, woonkamer


Zie voor de schrijvers van de 1e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

13:18 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, theodor storm, romenu |  Facebook |

Tahar Ben Jelloun, Daniel Pennac, Billy Childish, Henry Williamson


De Franse schrijver Daniel Pennac werd geboren in Casablanca op 1 december 1944. Zie ook alle tags voor Daniel Pennac op dit blog.

Uit: Chagrin d'école

“Fin du film.
Puis, se tournant lentement vers Bernard, elle demande
- Tu crois qu'il s'en sortira un jour ?
C'est que je fus un mauvais élève et qu'elle ne s'en est jamais tout à fait remise. Aujourd'hui que sa conscience de très vieille dame quitte les plages du présent pour refluer doucement vers les lointains archipels de la mémoire, les premiers récifs à ressurgir lui rappellent cette inquiétude qui la rongea pendant toute ma scolarité.
Elle pose sur moi un regard soucieux et, lentement :
- Qu'est-ce que tu fais, dans la vie ?
Très tôt mon avenir lui parut si compromis qu'elle ne fut jamais tout à fait assurée de mon présent. N'étant pas destiné à devenir, je ne lui paraissais pas armé pour durer. J'étais son enfant précaire. Elle me savait pourtant tiré d'affaire depuis ce mois de septembre 1969 où j'entrai dans ma première classe en qualité de professeur. Mais pendant les décennies qui suivirent (c'est-à-dire pendant la durée de ma vie adulte), son inquiétude résista secrètement à toutes les « preuves de réussite » que lui apportaient mes coups de téléphone, mes lettres, mes visites, la parution de mes livres, les articles de journaux ou mes passages chez Pivot. Ni la stabilité de ma vie professionnelle, ni la reconnaissance de mon travail littéraire, rien de ce qu'elle entendait dire de moi par des tiers ou qu'elle pouvait lire dans la presse ne la rassurait tout à fait. Certes, elle se réjouissait de mes succès, en parlait avec ses amis, convenait que mon père, mort avant de les connaître, en aurait été heureux mais, dans le secret de son cœur demeurait l'anxiété qu'avait fait naître à jamais le mauvais élève du commencement. Ainsi s'exprimait son amour de mère ; quand je la taquinais sur les délices de l'inquiétude maternelle, elle répondait joliment par une blague à la Woody Allen :
- Que veux-tu, toutes les Juives ne sont pas mères, mais toutes les mères sont juives." 


Daniel Pennac (Casablanca, 1 december 1944)

Lees meer...

Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov, Ernst Toller


De Hongaarse dichter Mihály Vörösmarty werd geboren op 1 december 1800 in Puszta-Nyék. Zie ook alle tags voor Mihály Vörösmarty op dit blog.


Prologue (Fragment)

It's winter now and death and snow and stillness,
The earth turned white;
Not hair by hair as happy people do,
It lost its colour all at once, like God,
Who on the sixth day, crowning his creation,
Gave life to man, the godly-beastly mongrel,
And shattered by the grim monstrosity
His sorrow turned Him white and very old.
When spring, the makeup-mistress comes again,
The aged earth may take a periwig
And find a frilly frock of daffodils.
The ice may thaw out on her glassy eyes,
Her perfume-scented, painted-on complexion
Pretending youth and faking happiness;
Ask then the aging, wrinkled prostitute
What has she done to her unhappy sons?

Vertaald door Peter Zollman


Vorwort (Fragment)

Jetzt herrschen Winter, Stille, Schnee und Tod.
Die Erde aber ist jählings ergraut;
doch nicht allmählich wie friedliche Menschen,
nein, über Nacht ergraut, wie einstmals Gott,
der, als die Welt er schuf und dann den Menschen,
halb Gott im Wesen und noch halb ein Tier,
erschauderte ob seiner düstren Schöpfung
und vor Entsetzen grau ward, müd und alt.

Bald kommt der Lenz gegangen, ein Barbier,
die graue Erde nimmt dann die Perücke
und legt den Blumen Samt und Seide an.
Von ihren starren Augen taut der Frost,
mit Düften und mit grell geschminkten Wangen,
täuscht Freude sie und frische Jugend vor.
Ihr aber fragt die alte Sünderin:
Wo tat sie die erschlagnen Söhne hin?


Vertaald door Günther Deicke


Mihály Vörösmarty (1 december 1800 – 19 november 1855)
Borstbeeld in Boedapest

Lees meer...

Pierre Kemp


De Nederlandse dichter Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.



De stad is vol wielen en hoeken
De huizen vol ramen en zoeken -
de mensen gaan heen en weer.
De mensen zijn vol mannen en vrouwen
en om de hoek van gebouwen
kijkt een dame in een heer.



Van der Kleuren

De zon begint de plaatjes weer te lezen
op de deuren,
glimlacht om de namen naar hun wezen
en fluistert: hier is er geen.
Maar hier woont Van der Kleuren
en die is nooit alleen.
Doopt hij de kleuren in het water
zij worden nimf en hij is sater.
Houdt hij de kleuren naar het licht,
‘Kets’ zegt de vonk en wordt gedicht.
En slaapt die kleurenzuchtige man?
Van kleuren zonder kleren droomt hij dan!




Het is een bloem
om er met een vaantje om rond te gaan
en zacht te zingen.
Het is een bloem om niet meer burger te zijn,
maar een broer van een kinderhemdje in zonneschijn.



Pierre Kemp (1 december 1886 - 21 juli 1967)

13:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pierre kemp, romenu |  Facebook |

Herinnering aan Ramses Shaffy


Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies vier jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.


Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)


Ik drink

Doe het licht alvast maar uit
Ga naar boven toe en sluit
Je ogen toe en slaap
Ik blijf beneden en verzink
In mijn verleden en ik drink
Op wat ooit was... Ja, ik beloof je niet te veel
Ik hou van je en slaap nu maar

Ik drink op elke vrouw die mij niet mag
Op ieder kind dat ik niet had
En jij die mij zo lang bezat
Ik drink op ieder huis dat ik verliet
Op elke vriend die mij verried
En jij die mij toch binnenliet

Toen die nacht
Vlak voor de bioscoop
Het regende en goot
Langs de stille gracht
Ik voer daar in mijn boot
En toen heel onverwacht
Stond jij daar stil en lachte
En ik zie nog je mond
Je lippen waren rond
Je rode lippen rond

Ik drink
Gelukkig word ik niet gauw dronken
Slaap... ik zie de jaren lonken
Vannacht schrijf ik een boek
Ik zie de beelden die ik zoek
Je krijgt pas laat een overwicht
Pas tegen 't vallen van de nacht
Het einde van het licht
Slaap maar, wees alleen
Slaap maar door mijn leven heen

Ik drink op elke ongeschreven brief
Op elke schoft, elk negatief
Op elk vergeefs 'ik heb je lief'
Ik drink op de gedachte die ik had
Op de gevolgen die 'k vergat
En jij die mij verdedigd had

Toen die dag
Waarop jij zacht in dat café
Vroeg: Mag ik met je mee
En ik die niets verstond
Ik was wat in de war
Mijn ogen stonden star
Maar jij keek daar doorheen
En jij begreep meteen
Daar zit iemand alleen

Ik drink op het gevecht van jou en mij
Op het gevloek en het gevrij
En op het keren van het tij
Ik drink op elke dag die is geweest
Op elke lach op ieder feest
En jij die toevallig leest
Ik drink op elke vrouw die mij niet zag
Op ieder kind dat ik niet had
En jij die mij toch wel bezat
En jij die mij maar niet vergat




12:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |


David Nicholls, Christophe Vekeman, Yasmine Allas, Y.M. Dangre, Reinier de Rooie, Jan G. Elburg


De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook alle tags voor David Nicholls op dit blog.

Uit: Starter For Ten

“I want to be able to listen to recording of piano sonatas and know who's playing. I want to go to classical concerts and know when you're meant to clap. I want to be able to 'get' modern jazz without it all sounding like this terrible mistake, and I want to know who the Velvet Underground are exactly. I want to be fully engaged in the World of Ideas, I want to understand complex economics, and what people see in Bob Dylan. I want to possess radical but humane and well-informed political ideals, and I want to hold passionate but reasoned debates round wooden kitchen tables, saying things like 'define your terms!' and 'your premise is patently specious!' and then suddenly to discover that the sun's come up and we've been talking all night. I want to use words like 'eponymous' and 'solipsistic' and 'utilitarian' with confidence. I want to learn to appreciate fine wines, and exotic liquers, and fine single malts, and learn how to drink them without turning into a complete div, and to eat strange and exotic foods, plovers' eggs and lobster thermidor, things that sound barely edible, or that I can't pronounce...Most of all I want to read books; books thick as brick, leather-bound books with incredibly thin paper and those purple ribbons to mark where you left off; cheap, dusty, second-hand books of collected verse, incredibly expensive, imported books of incomprehensible essays from foreign universities.”


David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

Lees meer...

Mark Twain, Lee Klein, Adeline Yen Mah, John McCrae, Jonathan Swift, Philip Sidney


De Amerikaanse schrijver Mark Twain (pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens) werd geboren op 30 november 1835 te Florida. Zie ook alle tags voor Mark Twain op dit blog.

Uit:The Adventures of Huckleberry Finn

“If you are with the quality, or at a funeral, or trying to go to sleep when you ain't sleepy—if you are anywheres where it won't do for you to scratch, why you will itch all over in upwards of a thousand places. Pretty soon Jim says:
"Say, who is you?  Whar is you?  Dog my cats ef I didn' hear sumf'n. Well, I know what I's gwyne to do:  I's gwyne to set down here and listen tell I hears it agin."
So he set down on the ground betwixt me and Tom.  He leaned his back up against a tree, and stretched his legs out till one of them most touched one of mine.  My nose begun to itch.  It itched till the tears come into my eyes.  But I dasn't scratch.  Then it begun to itch on the inside. Next I got to itching underneath.  I didn't know how I was going to set still. This miserableness went on as much as six or seven minutes; but it seemed a sight longer than that.  I was itching in eleven different places now.  I reckoned I couldn't stand it more'n a minute longer, but I set my teeth hard and got ready to try.  Just then Jim begun to breathe heavy; next he begun to snore—and then I was pretty soon comfortable again.“ 


Mark Twain (30 november 1835 – 21 april 1910)
Scene uit de film Huckleberry Finn and His Friends, 1979

Lees meer...