17-10-14

Mark Gatiss

 

De Engelse schrijver, acteur en komiek Mark Gatiss werd geboren op 17 oktober 1966 in Sedgefield. Al in zijn jeugd was Gatiss geïnteresseerd in Arthur Conan Doyles 'Sherlock Holmes’, de werken van HG Wells en de tv-serie Doctor Who. In 1992 publiceerde hij zijn eerste Doctor Who verhaal “Nightshade”, er volgden er nog drie. Ook schreef hij zijn eerste scenario's en hoorspelen. Als acteur, werd hij in de Engels sprekende wereld bekend door het komische kwartet The League of Gentlemen, waartoe hij behoort, samen met Reece Shearsmith, Steve Pemberton en Jeremy Dyson. Hun programma won in 1997 de Perrier Award op het Edinburgh Festival Fringe. In hetzelfde jaar ontstond een komische radio-serie, “The League of Gentlemen” en twee jaar later ontstond een tv-serie. In 2005 kwam de film The League of Gentlemen's Apocalypse als een spin-off van de tv-serie in de bioscopen. In de BBC-miniserie Jekyll speelde hij in 2007 de schrijver Robert Louis Stevenson.  Samen met Moffat, ontwikkelde hij het concept van de succesvolle BBC TV-serie Sherlock, waarin ze Arthur Conan Doyle 'verhalen overbrengen naar de moderne tijd. Naast Benedict Cumberbatch en Martin Freeman speelt hij sinds het begin van de reeks Sherlock Holmes’ broer Mycroft Holmes. Hij werkte ook als uitvoerend producent en schreef eerder voor elk seizoen zijn eigen scenario (The Great Game, De Hond van de Baskervilles en De lege doodskist). Sinds 2014 is Gatiss te zien in de tv-serie Game of Thrones, waarin hij Tycho Nestoris speelt. In verband met Doctor Who en de League of Gentlemen heeft Mark Gatiss verschillende boeken gepubliceerd. In 2004 publiceerde hij de eerste Lucifer Box roman Namens “The Vesuvius Club”.De trilogie werd voortgezet met “The Devil In Amber en eindigde met “Black Butterfly”.

 Uit: The Vesuvius Club

“I have always been an appalling judge of character. It is my most beguiling virtue.
What, then, did I make of the Honourable Everard Supple whose likeness I was conjuring on to canvas in my studio that sultry July evening?
He was an imposing cove of sixty-odd, built like a pugilist, who had made a fortune in the diamond mines of the Cape. His declining years, he'd told me during the second sitting - when a client begins to thaw a mite - were to be devoted entirely to pleasure, principally in the gaming houses of the warmer and naughtier parts of Europe. A portrait, in his opinion (and his absence), would be just the thing to hang over the vast baronial fireplace in the vast baronial hall he had recently lavished a hundred thou' upon.
The Supples, it has to be said, were not amongst the oldest and most distinguished families in the realm. Only one generation back from the Honourable Everard had been the less than honourable Gerald who had prospered only tolerably in a manufactory of leather thumb-braces. Son and heir had done rather better for himself and now to add to the title (of sorts) and the fake coat of arms being busily prepared across town he had his new portrait. This, he told me with a wheezy chuckle, would convey the required air of old-world veracity. And if my painting were any good (that hurt), perhaps I might even be interested in knocking up a few carefully aged canvases of his ancestors?
Supple blinked repeatedly, as was his habit, one lid lingering over his jade-irised glass eye (the left one) as I let myself imagine him tramping into the studio in doublet and hose, all in the name of family honour.
He cleared his throat with a grisly expectoration and I realized he'd been addressing me. I snapped out of my reverie and peeped around the side of the canvas. I've been told I peep rather well."

 

 
Mark Gatiss (Sedgefield.17 oktober 1966)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mark gatiss, romenu |  Facebook |

Tom Rachman

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Engelse schrijver Tom Rachman werd geboren in Londen in 1974 en groeide op in Vancouver, Rachman studeerde film aan de Universiteit van Toronto, daarna journalistiek aan Columbia University in New York. In 1998 trad hij toe tot de Associated Press als een desk editor buitenland in New York, werd toen correspondent in Rome in 2002. Hij schreef artikelen vanuit o.a. India, Turkije, Japan, Zuid-Korea, Sri Lanka, Egypte, België, Groot-Brittannië. Van 2006 tot 2008 was hij redacteur bij de International Herald Tribune in Parijs. Zijn artikelen verschenen in The New York Times, The Wall Street Journal, The Guardian, Slate en en The New Statesman. Hij woont in Londen. Tom Rachman publiceerde twee romans, "The Rise & Fall of Great Powers" (2014) en "The Imperfectionists" (2010), een internationale bestseller, die is vertaald in 25 talen.

Uit:The Imperfectionists

“Lloyd shoves off the bedcovers and hurries to the front door in white underwear and black socks. He steadies himself on the knob and shuts his eyes. Chill air rushes under the door; he curls his toes. But the hallway is silent. Only high-heeled clicks from the floor above. A shutter squeaking on the other side of the courtyard. His own breath, whistling in his nostrils, whistling out.
Faintly, a woman's voice drifts in. He clenches his eyelids tighter, as if to drive up the volume, but makes out only murmurs, a breakfast exchange between the woman and the man in the apartment across the hall. Until, abruptly, their door opens: her voice grows louder, the hallway floorboards creak - she is approaching. Lloyd hustles back, unlatches the window above the courtyard, and takes up a position there, gazing out over his corner of Paris. She taps on his front door.
"Come in," he says. "No need to knock." And his wife enters their apartment for the first time since the night before. He does not turn from the window to face Eileen, only presses his bald knees harder into the iron guardrail. She smoothes down the back of his gray hair. He flinches, surprised to be touched.
"Only me," she says.
He smiles, eyes crinkling, lips parting, inhaling as if to speak. But he has no reply. She lets go.
He turns finally to find her seated before the drawer where they keep old photographs. A kitchen towel hangs from her shoulder and she wipes off her fingers, damp from peeled potatoes, dishwashing liquid, diced onions, scented from mothballed blankets, soil from the window boxes - Eileen is a woman who touches everything, tastes all, digs in. She slips on her reading glasses.
"What are you hunting for in there?" he asks.
"Just a picture of me in Vermont when I was little. To show Didier." She rises, taking a photo album with her, and stands by the front door. "You have plans for dinner, right?"

 

 
Tom Rachman (Londen, oktober 1974)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tom rachman, romenu |  Facebook |

16-10-14

Günter Grass, Oscar Wilde, Guðbergur Bergsson, Eugene O’Neill, Gustaaf Peek

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Hundejahre

„Erzähl Du. Nein, erzählen Sie! Oder Du erzählst. Soll etwa der Schauspieler anfangen? Sollen die Scheuchen, alle durcheinander? Oder wollen wir abwarten, bis sich die acht Planeten im Zeichen Wassermann geballt haben? Bitte, fangen Sie an! Schließlich hat Ihr Hund damals. Doch bevor mein Hund, hat schon Ihr Hund, und der Hund vom Hund. Einer muß anfangen: Du oder Er oder Sie oder Ich... Vor vielen vielen Sonnenuntergängen, lange bevor es uns gab, floß, ohne uns zu spiegeln, tagtäglich die Weichsel und mündete immerfort.
Der hier die Feder führt, wird zur Zeit Brauxel genannt, steht einem Bergwerk vor, das weder Kali, Erz noch Kohle fördert und dennoch hundertvierunddreißig Arbeiter und Angestellte
auf Förderstrecken und Teilsohlen, in Firstenkammern und Querschhlägen, an der Lohnkasse und in der Packerei beschäftigt: von Schichtwechsel zu Schichtwechsel.
Unreguliert und gefährlich floß früher die Weichsel. So rief man tausend Erdarbeiter und ließ im Jahre achtzehnhundertfünfundneunzig von Einlage nordwärts, zwischen den Nehrungsdörfern Schiewenhorst und Nickelswalde, den sogenannten Durchstich graben.
Der verringerte, indem er der Weichsel eine neue und schnurgerade Mündung gab, die Überschwemmungsgefahr.
Der Federführende schreibt Brauksel zumeist wie Castrop-Rauxel und manchmal wie Häksel. Bei Laune schreibt Brauxel seinen Namen wie Weichsel. Spieltrieb und Pedanterie diktieren und widersprechen sich nicht.
Von Horizont zu Horizont liefen die Deiche der Weichsel und hatten sich, unter Aufsicht des Deichregulierungskommissarius zu Marienwerder, gegen die hochgehenden Frühjahrsfluten und gegen das Dominikswasser zu stemmen. Wehe, wenn Mäuse im Deich waren...“

 

 
Günter Grass (Danzig, 16 oktober 1927)
Hier in Gdansk (Danzig)

Lees meer...

Alma Mathijsen

 

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. In New York studeerde ze een half jaar Creative Writing aan het Pratt Institute. In 2011 studeerde ze af aan de Gerrit Rietveld Academie, afdeling Beeld & Taal. Daarvoor schreef ze columns in het online jongerenmagazine Spunk. In Het Parool schreef ze iedere week met Fanny van de Reijt in de zaterdagbijlage. Sinds 2008 schrijft ze voor nrc.next. In maart 2006 verscheen bij Prometheus haar verhalenbundel “Binnen spelen”, waarin ze seks heeft met dertien publieke figuren. Haar eerste roman, “Alles is Carmen”, verscheen in september 2011 bij De Bezige Bij. Mathijsen presenteerde ook het VPRO-programma Villa Live.

Uit: Alles is Carmen

“Ik ben Carmen. Ik raak veel spullen kwijt. De laatste twee jaar is mijn paspoort zoek. Wonderlijk dat er altijd een moment is geweest wanneer je het ding dat zoek is voor het laatst hebt aangeraakt. Die momenten vergeet ik blijkbaar. Ooit heb ik mijn moeders kat kwijt gemaakt. Ik was een boterham aan het smeren toen dat beest op het aanrecht bleef bedelen. Als straf had ik haar in de magnetron gezet, die gebruikt mijn moeder niet meer omdat je er kanker van krijgt.”
(…)

“Nog nooit heb ik zoveel liefde voor iemand gevoeld. Een liefde die ik niet ken. Onaards. Ik kan niet geloven dat andere mensen zich ooit zo hebben gevoeld. En als dat wel zo is, waarom hebben ze het er dan niet veel vaker over? Dit is meer dan Goddelijk. Dit is bovenaards. Alsof de planeten hun route om de zon via mij afleggen. Ze moeten door me heen en dat is wat ik nu voel. Saturnus, Jupiter, een meteorietenregen; ze willen allemaal tegelijk en ik kan het bijna niet meer aan.”
(…)

“Hoe kan je iemand liefhebben om je de volgende dag te bedenken? Ik begrijp dat niet. Het is oneerlijk. Mijn lippen worden droog, ik wrijf mijn gezicht wakker. Dan moet het nu, zeg ik tegen mezelf. Vanavond gaat de wereld leren, niet ik. Ik wil iets vertellen wat waar is.”

 

 
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alma mathijsen, romenu |  Facebook |

15-10-14

A. F.Th. van der Heijden, Heinz Helle, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche, Michail Lermontov, Italo Calvino

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Vallende ouders

“Waar ik het aan verdiend had, wist ik 't, maar juni was schitterend dat jaar. Ik voerde geen bal uit en elke nieuwe dag leek in zijn volmaaktheid zo sprekend op de vorige, dat de dagen vanzelf over elkaar heen schoven en op elkaar bleken te passen en ik me die maand ben gaan herinneren als één perfecte zomerdag. Een dag die zelfs langer dan een maand duurde, want hij strekte zich uit tot diep in juli. Onverstoorbaar sliep de ene maand een gat in de volgende. Zo'n veertig dagen telde juni en elke dag was een Wiederkehr des Gleichen. Zelfs dat de eerste twintig dagen lengden, en het tweede twintigtal kromp, viel niet op. De junimaand was in zijn geheel een ‘langste dag’.
Behalve diep in die dag kijken, deed ik eigenlijk niets. In plaats van snelle indrukken in zich op te nemen hebben mijn zinnen veertig dagen lang als een camera naar die ene junidag opengestaan en het resultaat, zie ik nu, is verbluffend. De schaduwen van de tuin waarin ik zat zijn scherper dan ze in werkelijkheid ooit geweest kunnen zijn. Het zonlicht is onwaarachtig fel en het zand van de bloemperkjes schittert als suiker. Niets beweegt. Geen blaadje, niets. De kleine witte vlinders hangen roerloos als bloesems tussen de struiken. De coniferen zijn massieve rotskegels. Aan de lijn drie of vier vereeuwigde wasknijpers... Een gaaf daguerrotype.
Het lijkt wel of ik mijn eigen bewegingloosheid op die veertigvoudige dag heb overgedragen.
Maar ook akoestisch manifesteert die dag zich als geen andere. Op het aanrecht in de keuken achter me worden kopjes neegezet... in de zachte stem van mijn moeder is haar hele geschiedenis te beluisteren... een hond gromt... en boven dat alles uit is de pneumatische boor van een bij in een bloem hoorbaar... Zo'n dag die zich dertig, veertig keer herhaalt is uit het geheugen niet meer weg te branden.
En schamen deed ik me tegenover al dat moois: de tuin, de dag, de zon, en de zomer die er al was terwijl hij nog moest komen... Schamen voor de dingen die ik gedaan had, maar meer nog voor wat ik verzuimd had te doen.”

 

 
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Lees meer...

Man Booker Prize voor Richard Flanagan

 

Man Booker Prize voor Richard Flanagan

De Australische schrijver Richard Flanagan heeft de Man Booker Prize 2014 gewonnen met zijn boek “The Narrow Road to the Deep North”. Dat is dinsdagavond in Londen door de jury bekendgemaakt.

De Australische schrijver Richard Flanagan werd geboren in Longford, Tasmanië, in 1961, als vijfde van zes kinderen. Hij groeide op in het afgelegen mijnstadje Rosebery aan de westkust. Flanagan verliet de school op 16-jarige leeftijd, maar ging later toch studeren aan de universiteit van Tasmanië. Hij behaalde zijn Bachelor of Arts en verwierf het daarop volgende jaar een Rhodes Scholarship aan het Worcester College, Oxford. Flanagan schreef vier non-fictie werken voordat hij overstapte op fictie. In 1994 verscheen zijn eerste roman “Death of a River Guide”, die hem beroemd maakte en in 1997 zijn tweede roman “The Sound of One Hand Clapping” , winnaar van de Australian Booksellers Book of the Year Award en de Vance Palmer Prize voor fictie. Het boek was een groot succes. Er werden meer dan 150.000 exemplaren van verkocht in Australië.  Dit succes werd gecontinueerd met de uitstekende receptie van zijn derde roman “Gould's Book of Fish”, gepubliceerd in 2001.  Zijn roman “The unknown terrorist”,  gepubliceerd in 2007, werd zelfs wereldwijd goed ontvangen. Zijn meest recente roman “The Narrow Road to the Deep North” uit 2013 vertelt het levensverhaal van Dorrigo Evans, een gehandicapte oorlogsheld en overlevende van de Death Railway. Een verfilming van “The Sound of One Hand Clapping” werd  geselecteerd voor het Filmfestival van Berlijn in 1998. Richard Flanagan heeft eveneens artikelen geschreven over literatuur, milieu, kunst en politiek voor de Australische en internationale pers, waaronder Le Monde, The Daily Telegraph (Londen), Süddeutsche Zeitung, de New York Times en de New Yorker. Enkele van zijn artikelen waren omstreden. "De Selling-out of Tasmania", gepubliceerd na de dood van de voormalige premier Jim Bacon in 2004, was kritisch over de relatie van Bacons regering met het bedrijfsleven.

Uit: The Narrow Road to the Deep North

“He felt more soft raindrops, saw bright-red oil against the brown mud, heard his mother calling again, but it was unclear what she was saying, was she calling him home or was it the sea? There was a world and there was him and the thread joining the two was stretching and stretching, he was trying to pull himself up that thread, he was desperately trying to haul himself back home to where his mother was calling. He tried calling to her but his mind was running out of his mouth in a long, long river towards the sea.”
(…)

“He felt the withering of something, the way risk was increasingly eliminated, replaced with a bland new world where the viewing of food preparation would be felt to be more than the reading of poetry; where excitement would come from paying for a soup made out of foraged grass. He had eaten soup made out of foraged grass in the camps; he preferred food.”
(…)

““He pulled out a book here and there, but what kept catching his attention were the diagonal tunnels of sunlight rolling in through the dormer windows. All around him dust motes rose and fell, shimmering, quivering in those shafts of roiling light. He found several shelves full of old editions of classical writers and began vaguely browsing, hoping to find a cheap edition of Virgil's Aeneid, which he had only ever read in a borrowed copy. It wasn't really the great poem of antiquity that Dorrigo Evans wanted though, but the aura he felt around such books--an aura that both radiated outwards and took him inwards to another world that said to him that he was not alone.
And this sense, this feeling of communion, would at moments overwhelm him. At such times he had the sensation that there was only one book in the universe, and that all books were simply portals into this greater ongoing work--an inexhaustible, beautiful world that was not imaginary but the world as it truly was, a book without beginning or end.”

 


Richard Flanagan (Longford, Tasmanië, 1961)

14-10-14

E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

As Is The Sea Marvelous

as is the sea marvelous
from god’s
hands which sent her forth
to sleep upon the world

and the earth withers
the moon crumbles
one by one
stars flutter into dust

but the sea
does not change
and she goes forth out of hands and
she returns into hands

and is with sleep….

love,
    the breaking

of your
        soul
        upon
my lips

 


somewhere i have never travelled, gladly beyond

somewhere i have never travelled, gladly beyond
any experience,your eyes have their silence:
in your most frail gesture are things which enclose me,
or which i cannot touch because they are too near

your slightest look easily will unclose me
though i have closed myself as fingers,
you open always petal by petal myself as Spring opens
(touching skilfully,mysteriously)her first rose

or if your wish be to close me, i and
my life will shut very beautifully ,suddenly,
as when the heart of this flower imagines
the snow carefully everywhere descending;

nothing which we are to perceive in this world equals
the power of your intense fragility:whose texture
compels me with the color of its countries,
rendering death and forever with each breathing

(i do not know what it is about you that closes
and opens;only something in me understands
the voice of your eyes is deeper than all roses)
nobody,not even the rain,has such small hands

 


My Mind Is

my mind is
a big hunk of irrevocable nothing which touch and
taste and smell and hearing and sight keep hitting and
chipping with sharp fatal tools
in an agony of sensual chisels i perform squirms of
chrome and execute strides of cobalt
nevertheless i
feel that i cleverly am being altered that i slightly am
becoming something a little different, in fact
myself
Hereupon helpless i utter lilac shrieks and scarlet
bellowings.

 

 
E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)
Als student in Harvard, 1915

Lees meer...

13-10-14

Herman Franke, Colin Channer, Migjeni, Arna Wendell Bontemps, Conrad Richter, Edwina Currie

 

De Nederlandse schrijver Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Franke op dit blog.

Uit: De ziel van Nederland

“Schrijvers zijn misdadigers. Mij duidt men vaak aan als schrijver en criminoloog. Daar schemeren duistere verbanden, maar het zal nog even duren voordat ik iets over Klinkhamer en consorten opmerk. Zoals het een wetenschapper betaamt, begin ik gewoon met een inleiding en eindig, des schrijvers eigen, en als God het wil, met een verhaaltje. Het is de bedoeling dat daartussenin Jean Genet, Raskolnikov, Moll Flanders, Andreas Burnier, Charles Dickens, Oscar Wilde, Václav Havel en Breyten Breytenbach nog ter sprake komen, maar je weet het maar nooit. Toen Dostojevski voor het vuurpeloton op de kogel stond te wachten, duidde niets erop dat hij een van de grootste schrijvers van de wereld zou worden.
Door de titel van deze beschouwing zit ik vast aan een januskop. Die moet er dan eerst maar af, met bekentenissen en al.
Zie-ief!
Dat hebben geguillotineerde misdadigers waarschijnlijk gehoord voordat hun hoofd in het mandje rolde. Maar zeker kun je dat nooit weten. Daar kun je geen research naar doen. Research. Zo heet dat. Wetenschappers in dit land verrichten gewoon onderzoek, maar Nederlandse schrijvers doen aan research. Zij doelen met research heel gewichtig op de werkzaamheden die voorafgaan aan het schrijven van hun romans, zoals gericht om zich heen kijken, wat non-fictieboeken uit de bibliotheek halen, reizen maken op kosten van het Fonds voor de Letteren, een vraaggesprekje voeren met deze of gene en participerend observeren tot hoereren en vreemdgaan toe. Voor de roman waaraan ik nu werk, heb ik ook research gedaan. Ik heb mij onder meer een tijdje verdiept in de fascinerende en verbijsterende subcultuur van de plastische chirurgie. Ik las over een jonge vrouw die na haar gezichtsoperatie in onmin raakte met haar familie, omdat ze niet meer het karakteristieke paardenbekje had van haar oma, moeder, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, zusters en broers. Haar gezicht was ook hun gezicht, vonden ze, daar had ze niet zomaar zonder hun toestemming aan mogen sleutelen. Haar zusje vond het heel erg dat ze nu niet meer op haar zusje leek. Ze werd van familieverraad beschuldigd en leidde sindsdien het treurige bestaan van een verstotene. O, had zij haar paardenbekje nog maar.”

 

 
Herman Franke (13 oktober 1946 – 14 augustus 2010)

Lees meer...

Richard Howard

 

De Amerikaanse dichter, literair criticus, essayist en vertaler Richard Joseph Howard werd geboren op 13 oktober 1929 in Cleveland, Ohio. Howard (wiens achternaam bij de geboorte onbekend was) iwerd als kind geadopteerd door Emma Joseph en Harry Orwitz, een middle-class Joods echtpaar. Zijn moeder veranderde hun laatste namen in "Howard" na de scheiding van haar man. Howard ontmoette zijn biologische ouders nooit, noch zijn zus, die door een ander plaatselijk gezin werd geadopteerd. Howard is homo, een feit dat vaak naar voren komt in zijn meer recente werk. Na zijn studie Franse letterkunde aan de Sorbonne in 1952-53 had Howard een korte vroege carrière als lexicograaf. Hij richtte al snel zijn aandacht op poëzie en poëtische kritiek, en won de Pulitzer Prize voor poëzie voor zijn in 1969 verschenen bundel “Untitled Subjects”, die dramatische fictieve brieven en monologen van 19e eeuwse historische figuren tot onderwerp had. Howard was een vruchtbaar literair criticus, Zijn monumentale bundel “Alone With Amerika” uit 1969 telde 594 pagina's en behandelde 41 Amerikaanse dichters (zes van hen vrouwen). Hij werd bekroond met de PEN Translation Prize in 1976 voor zijn vertaling van EM Ciorans "A Short History of Decay" en in 1983 de National Book Award voor zijn vertaling van Baudelaire's “Les Fleurs du Mal”. Howard was lange tijd poëzie-redacteur van The Paris Review en is momenteel poëzie-redacteur van The Western Humanities Review. Hij ontving ook een Pulitzer prijs, the Academy of Arts and Letters Literary Award en een MacArthur Fellowship. In 1985 ontving Howard de PEN / Ralph Manheim Medaille voor Vertaling. Hij was hoogleraar Engels aan de Universiteit van Houston en, daarvoor Ropes hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit van Cincinnati. Hij was Poet Laureate van de staat New York van 1993 tot 1995. In 1982, werd Howard door de regering van Frankrijk benoemd tot Chevalier de L'Ordre National du Mérite.

 

Like Most Revelations

It is the movement that incites the form,
discovered as a downward rapture--yes,
it is the movement that delights the form,
sustained by its own velocity.And yet

it is the movement that delays the form
while darkness slows and encumbers; in fact
it is the movement that betrays the form,
baffled in such toils of ease, until

it is the movement that deceives the form,
beguiling our attention--we supposed
it is the movement that achieves the form.
Were we mistaken?What does it matter if

it is the movement that negates the form?
Even though we give (give up) ourselves
to this mortal process of continuing,
it is the movement that creates the form.

 

 

209 Canal

Not hell but a street, not
Death but a fruit-stand
Devils just hungry devils
Simply standing around the stoops, the stoops.
We find our way, wind up
The night, wound uppermost,
In four suits, a funny pack
From which to pick ourselves a card, any card:
Clubs for beating up, spades
For hard labor, diamonds
For buying up rough diamonds,
And hearts, face-up, face-down, for facing hearts.
Dummies in a rum game
We cout the tricks that count
Waiitng hours for the dim bar
Like a mouth to open wider After Hours.

 

 
Richard Howard (Cleveland, 13 oktober 1929)
 

17:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: richard howard, romenu |  Facebook |

Friedenspreis des deutschen Buchhandels 2014 voor Jaron Lanier

 

Friedenspreis des deutschen Buchhandels 2014 voor Jaron Lanier

Aan de Amerikaanse computerwetenschapper en schrijver Jaron Lanier werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt.

De Amerikaanse computer wetenschapper, schrijver, componist en beeldend kunstenaar Jaron Lanier werd geboren in New York op 3 mei 1960. Hij is de auteur van “You Are Not A Gadget: A Manifesto” en “Who Owns The Future?” Laniers naam wordt ook vaak geassocieerd met het onderzoek naar Virtual Reality Hij bedacht dan wel populariseerde de term 'Virtual Reality' en in de vroege jaren 1980 richtte hij VPL Research op, het eerste bedrijf dat VR producten verkocht. Hij leidde het team dat de eerste veelgebruikte software platform architectuur ontwikkelde voor immersieve virtual reality-toepassingen. Van 1997 tot 2001 was Lanier de Chief Scientist van Advanced Network en Services, waar het Ingenieursbureau van Internet2 deel van uitmaakte en werkte hij als de Lead Scientist van de National Tele-immersion Initiative, een coalitie van universiteiten die onderzoek deden naar geavanceerde toepassingen voor Internet2. Van 2001 tot 2004 was hij Visiting Scientist bij Silicon Graphics Inc, waar hij oplossingen voor kernproblemen in telepresence en tele-immersie ontwikkelde. Lanier ontving o.a. een eredoctoraat van de New Jersey Institute of Technology in 2006, de CMU's Watson award in 2001 en een Lifetime Career Award van de IEEE in 2009 voor bijdragen aan Virtual Reality. Hij schrijft en spreekt over tal van onderwerpen, met inbegrip van hightech bedrijven, de sociale gevolgen van technologie, de filosofie van bewustzijn en informatie, internetpolitiek en de toekomst van het humanisme. Zijn artikelen verschenen in The New York Times, Discover, The Wall Street Journal, Forbes, Harpers Magazine, The Sciences, Wired Magazine en Scientific American.

Uit: Digital Passivity (Artikel in The Herald Tribune, 2013)

“I wish I could separate the two big trends of the year in computing — the cool gadgets and the revelations of digital spying — but I cannot.
Back at the dawn of personal computing, the idealistic notion that drove most of us was that computers were tools for leveraging human intelligence to ever-greater achievement and fulfillment. This was the idea that burned in the hearts of pioneers like Alan Kay, who a half-century ago was already drawing illustrations of how children would someday use tablets.
But tablets do something unforeseen: They enforce a new power structure. Unlike a personal computer, a tablet runs only programs and applications approved by a central commercial authority. You control the data you enter into a PC, while data entered into a tablet is often managed by someone else.
Steve Jobs, who oversaw the introduction of the spectacularly successful iPad at Apple, declared that personal computers were now ‘‘trucks’’ — tools for working-class guys in T-shirts and visors, but not for upwardly mobile cool people. The implication was that upscale consumers would prefer status and leisure to influence or self-determination.
I am not sure who is to blame for our digital passivity. Did we give up on ourselves too easily?
This would be bleak enough even without the concurrent rise of the surveillance economy. Not only have consumers prioritized flash and laziness over empowerment; we have also acquiesced to being spied on all the time.
The two trends are actually one. The only way to persuade people to voluntarily accept the loss of freedom is by making it look like a great bargain at first.
Consumers were offered free stuff (like search and social networking) in exchange for agreeing to be watched. Vast fortunes can be made by those who best use the personal data you voluntarily hand them. Instagram, introduced in 2010, had only 13 employees and no business plan when it was bought by Facebook less than two years later for $1 billion.
One can argue that network technology enhances democracy because it makes it possible, for example, to tweet your protests. But complaining is not yet success. Social media didn’t create jobs for young people in Cairo during the Arab Spring.  
To be free is to have a private zone in which you can be alone with your thoughts and experiments. That is where you differentiate yourself and grow your personal value. When you carry around a smartphone with a GPS and camera and constantly pipe data to a computer owned by a corporation paid by advertisers to manipulate you, you are less free. Not only are you benefiting the corporation and the advertisers, you are also accepting an assault on your free will, bit by bit."

 

 
Jaron Lanier (New York City, 3 mei 1960)

12-10-14

Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

In de tuin

Je daalt de brede laan af
onder een zware azuurblauwe
zomerlucht. Een witte wolk
als van linnen verfrist
de zindering bij je aankomst.
We gaan zitten op het vertrouwde bankje.
Dan opeens een windvlaag
en je strooien hoed begint te tollen.
Je grijpt hem en gaat weer zitten.
Het groen van de grote zeeden is als
een opengevouwen zeil en voert ons weg.
Vanuit deze kust laveren we
langs alle kuststreken,
in een duet van namen, van herinneringen
helemaal terug tot Nervi.
Maar de zon daalt al,
verspreidt zijn prachtig licht in schuine stralen,
verdwijnt, komt terug, en de gedachte aan
avonden gelijk aan deze verdubbelt de horizonten,
vertaalt in andere dagen
dat vluchtig moment, dat verdwijnt.
Zelfs de wind zwijgt nu

 

Vertaald door Ansje Weima en Kees Godefrooij

 

 

De zwaluw

De zwaluw op de tegels opgekruld
had teer op zijn vleugels, vliegen
kon hij vergeten.
Gina, die hem verpleegde,
wreef taaie klonten los met watten zwaar
van olie en eau de cologne, ze kamde zijn veren,
borg hem weg in een mandje, juist zo groot dat hij van lucht
nog iets zou weten.
Erkentelijk mocht je wel zeggen keek hij haar aan
met één oog, het andere zat dicht. Toen at hij twee korrels
rijst, een half slablad, sliep lang. De volgende dag
bij zonsopgang vloog hij ervandoor zonder ook maar
dank je te schreeuwen.
Het kamermeisje boven zag hem gaan.
Wat een haast, kwam ze zeggen. Wij hebben hem nota bene
van de katten gered! Maar ze kunnen het zelf altijd
beter.

 

Vertaald door Eva Gerlach

 

 

In de stilte

Algemene staking vandaag.
Geen mens te zien op straat.
Alleen een transistortje achter de muur.
Sinds kort moet daar iemand wonen.
Hoe moet het nu verder met de productie?
Zelfs de lente talmt om in productie te komen.
De verwarming is voortijdig uitgezet.
De post, beseft men, is van geen belang.
Elk raderwerk moet vroeg of laat eens stokken.
Zelfs de doden werken mee aan het protest.
Zij dragen tot de algemene stilte bij.
Jij ligt onder een zerk. Je wekken heeft geen zin
omdat je altijd wakker bent. Ook vandaag,
nu alles en iedereen slaapt.

 

Vertaald door Frans Denissen

 

 

 
Eugenio Montale (12 oktober 1896 - 12 september 1981)
Portret door Renato Guttuso, 1939

Lees meer...

11-10-14

Daniel Falb, Conrad Ferdinand Meyer, Han Resink, Gertrud von Le Fort, François Mauriac

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

nächtelang zeigte die webcam...

nächtelang zeigte die webcam
nur diesen aufenthaltsraum, die eingebauten
materialien waren sympathisch
und die pussi, die hier nicht vorkam.

goretex, gelesen
bis zur ersten klimax nach ca. 72 stunden,
die ganz großen themen fühlten sich gut an.

ich habe diese verblendungen einfach
abgerissen, ich wollte die wand sehen,
so bin ich dann zum strippen gekommen.

das hier könnte auch
eine hochwertige küche sein,
aber die anderen sind alle noch oben,
im dachgarten, mit ihren neuen jacken.

 

 

keine bestimmung des anbrechenden tages

keine bestimmung des anbrechenden tages, der vorliegenden sonne in der rotverschiebung dieses morgens soll jemals den raum verlassen, in dem wir uns jetzt befinden. ein dollar, seine erklärung liegt zwar noch von voluten beschattet. aber keine kalorie und keine einzige falle darf jemals so ausgelegt werden, dass sich daraus eine neue folge der zeitalter ergibt.

der body-mass-index bleibt für euch übrig. die beiden großen akanthusblätter, sie werden zunächst beiseitegeschoben, anschließend wird nach dem nest aus kupferdrähten getastet und nach dem kilopreis von aluminium. keinen staat, keine gruppe oder keine person wird man ausschließen von der recycling-anlage, von irgendeinem recht auf ein allgemeines,

damit übereinstimmendes leben. aber ihr seid ja im durchschnitt auch nicht mehr lebendig! für uns ergibt sich daher die verpflichtung wie die chance, mit der bloßen vorstellungskraft eine tätigkeit auszuüben oder mit dem ausgesprochenen wort eine handlung vorzunehmen. dabei werden gerne fehler gemacht. der mund muss die nase fest umschließen, andernfalls

entweicht die luft in die umgebung. aus dem eigenen zimmer kommen, glas wasser trinken, welches brötchen frühstücken, zeitung lesen, auf die toilette gehen -- vernichtung. der arzt gehen und in dieser erklärung eine unterschrift machen, zur schule gehen – vernichtung. die von einem weißkopfadler angeführten nationen. das sind - alles in allem - die rechte und freiheiten, die auf das ficken der polizei abzielen. .......................

 

 
Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

Lees meer...

Christoph Peters, Boris Pilnjak, Pierre Jean Jouve, Hans Schiebelhuth, Richard H. W. Dillard

 

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog en ook mijn blog van 11 oktober 2009 en ook mijn blog van 11 oktober 2010.

Uit: Herr Yamashiro bevorzugt Kartoffeln

„Beginnen wir mit der Landschaft: zur Küste hin flach, waagerechte Horizonte, unterbrochen von einzelnen Feldeichen, Dornenhecken; hier und da ein Herrenhaus, alleinstehende Höfe, klinkergemauert, halbrunde Scheunentore. Früher waren die Dächer mit Reet oder Ziegeln gedeckt, jetzt finden sich vermehrt Wellblech, Teerpappe. Unter Wolken in steter Bewegung erstrecken sich Wiesen, Ackerflächen, durchschnitten von einem Netz Entwässerungsgräben. Es gedeihen Getreide, Rüben, Futtermais. Dazwischen Pferde und schwarzbunte Rinder. Richtung Westen wellt sich das Land, Hügelkuppen, Findlinge, so daß man es Schweiz genannt hat.
Früheste Besiedlungsspuren seit dem Ende der letzten Eiszeit.
Entlang der Straße hinauf zur Insel Vrätgarn, umgeben von kleineren Stücken Wald, das Dorf Rensen, 740 Einwohner, Bäckerei, Postamt mit Schreibwarenverkauf, Sparkassenfiliale, das Gasthaus Pit’s Schollenkutter, wo Herta Mölders ganzjährig Bier und Schnaps ausschenkt. Während der Saison hat sie einen Rumänen in der Küche, der ihr Schnitzel und Fisch brät. Das Zentrum des Ortes bilden, umgeben von Wassergräben, eichenbestandenen Wällen, die beträchtlichen Reste der Klosteranlage, Backsteingotik, errichtet um 1250 von Mönchen, die ihrer verkommenen Sitten wegen aus der pulsierenden Hansestadt Lübeck in die nördlichen Sümpfe geschickt worden waren. Die bischöfliche Mitgift in Form bedeutender Reliquien sowie eine segensreiche Quelle auf dem Klostergrund lockten Pilgerscharen, 1340 besaß die Abtei neunzehn Dörfer, acht Mühlen, dazu Seen, Fischteiche bis nach Mecklenburg, und betrieb einen eigenen Hafen mit direktem Zugang zur Ostsee. Dann schwand der Glaube an die Kraft der heiligen Dinge und mit ihm die Geschäftsgrundlage der Mönche. Dem wirtschaftlichen Niedergang folgte 1544 die Säkularisierung.”

 

 
Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

Lees meer...

10-10-14

Menno Wigman, Ferdinand Bordewijk, Jonathan Littell, Harold Pinter, Boeli van Leeuwen, R. K. Narayan

 

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Vuilstort

Een terp van dode dingen tergt de lucht.
Niets is zichzelf. Veel jichtig huisraad. Vocht,
zwart vocht dat uit een koelkast welt. Voorgoed
kapot, versjacherd, mensenhanden moe
tijgt me een stad van afval tegemoet.

En ik kijk en ik kijk. En als ik loop
verlies ik haar, ik voel een baard, mijn jas
verrafelt waar ik sta en alle wolken
jagen Greenwich achterna.

Dan gaat het snel: er drijft een dorpskerk door
het water, wier en vis bevolkt de Dam,
nat, grijs, week, dacht je randstad, zag je zee.

Om wat ik van de tijd, van Holland weet
schrijf ik voor wie dit onder water leest.

 

 

Nu ik

Hoeveel boeken moest ik lezen, hoeveel harten
moest ik breken om het licht te zien
dat vrolijk en pervers mijn ziel bevrijdt?

Ik zag met eigen ogen wat mijn handen deden
en hoe ik ook mijn spijt met inkt beklaag:
geen hond die twee keer om een klaaglied vraagt.

Ik hang vijf zomermaanden voor mijn raam.
Ik verf mijn haar en leef zoveel ik kan.
En komt de herfst eraan:¡no pasarán!

 

 

Bij de uitvaart van het boek

De schrijver met zijn ongeschoren woede,
de dichter van drie doodgeboren boeken:
daar staan ze met hun doos vol slome woorden.
Sterk spul of niet: de uitvaart van het boek,
we naderen de uitvaart van het boek.

Vannacht, ik was nog op, stond de literatuur
dronken aan mijn deur. Rot op, riep ik, rot op,
je hebt je kans gehad. Toen droop ze af
en keek ik weer wat grand old Google bracht.

We lezen om te leren hoe te leven.
En ik, mijn boeken moe, ging stil naar bed.
Wat ging er mis? Wat moet ik schrijven? Schrijf,

schrijf het, schrijf het op, smeer je wijsheid uit,
kom brallen op mijn stoep. Ik ga naar bed.

 


Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

Lees meer...