08-03-15

Juana de Ibarbourou, Harry Thürk, Heinar Kipphardt, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

 

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook alle tags voor Juana de Ibarbourou op dit blog.

 

The hour

Take me now while it's early
and because I have dahlia buds in my hands.

Take me now while my tumbling locks
are still shadow-black.

Now, while I have fragrant flesh
and clear eyes and skin like a rose.

Now, while I wear on my light feet
the living sandals of spring.

Now, while on my lips a smile chimes
like a bell struck suddenly.

Afterwards... Ah, I know
that what I have now, I won't have later!

That then your desire will be useless
as flowers on a tomb.

Take me now while it's early
and while I have plenty of lilies in my hands!

Today, not later. Before night falls
and the fresh petals wither.

Today, not tomorrow. Oh beloved, don't you see
that the morning-glory becomes the grave cypress?

 

Vertaald door Liz Henry

 

 
Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

Lees meer...

Mechtilde Lichnowsky

 

De Duitse schrijfster Mechthilde Christiane Marie Gravin von und zu Arco-Zinneberg, beter bekend als Mechtilde Lichnowsky, werd geboren op geboren op 8 maart 1879 op slot Schönburg.Zij stamde uit de familie van de graven van Arco-Zinneberg en was een achter-achter-achterkleindochter van Maria Theresia. Haar ouders waren graaf Maximilian von und zu Arco-Zinneberg en zijn vrouw Olga Barones von Werther. In 1904 trouwde zij met de grootgrondbezitter en diplomaat Karl Max Lichnowsky. Het echtpaar woonde met hun drie kinderen op slot Grätz en slot Kuchelna. Tussen 1912 en 1914 werd haar man benoemd tot Duits ambassadeur in Londen. In 1928 overleed hij. Reeds in München onderhield Lichnowsky nauw contact met schrijvers als Carl Sternheim en Frank Wedekind. Ook de regisseur Max Reinhardt en de uitgever Kurt Wolff behoorden tot haar vriendenkring. In Wolffs uitgeverij verschenen haar eerste werken, duidelijk beïnvloed door het Expressionisme. Een bijzondere vriendschap verbond haar met de Weense schrijver en uitgever van Die Fackel Karl Kraus, met wie zij lang correspondeerde en voor wiens Nestroy lezingen zij de muziek componeerde. In 1928 verhuisde Lichnowsky naar Zuid-Frankrijk Tijdens de naziperiode weigerde zij toe te treden tot de Reichsschrifttumskammer, haar werken werden vervolgens verboden. In 1937 trouwde Lichnowsky met haar jeugdvriend, de Britse majoor Ralph Harding Pet. Toen ze een bezoek bracht aan Duitsland in 1939, werd zij geïnterneerd en onder politietoezicht geplaatst, gescheiden van haar tweede echtgenoot, die zij nooit meer terug zou zien, want hij stierf op 3 september 1945. De tijd van het huisarrest gebruikt zij om het taal- en stijl kritische boek "Worte über Wörter" te schrijven, waarin onder meer uitspraken van Hitler belachelijk maakte. Het kon pas in 1949 uit worden gegeven. In de zomer van 1946 vestigde Lichnowsky zich in Londen. In 1954 werd ze bekroond met de Literatuurprijs van de stad München. Ook was zij lid van de Beierse Academie voor Schone Kunsten en de Duitse Academie voor Taal en Letterkunde.

Uit: Kindheit

„Die Kindsfrau Mali trug lichtblaue Brillen im verwelkten Gesicht. Oben hatte sie keine Zähne mehr, unten etwas, das dem Vierjährigen erschien wie ganz kleine Papierschnitzel. Auf dem Wickeltisch wälzte sich immer jemand, und jemand machte die Wiegenvorhänge zittern. Hunde durften nicht hereinkommen, aber es gab welche im Garten.
Die Turmuhr rief die Stunden blechern. Sie sagte nicht bim und nicht bum, sondern »beim« für die Viertelschläge und etwas Tiefes, Buchstabenloses für die Stunden. Blo - äum ... Blo äum ... Aber was das Ganze war, das so, klingend mit der Luft, ins Zimmer kam, wußte niemand. Hundekläffen und Glockenton waren zum Einatmen.
An den Fenstern stießen sich die Sommerfliegen. Und immer wieder konnte niemand sagen, ob die Mutter ein Kind oder der Vater den Gärtner gerufen hatte oder ob der Glockenton aus dem eigenen Ohr in jenes herrliche Riesenreich fiel, das ringsum noch bestand ... man selbst und ES ... Dunkel und Hell... Fluß und Stillstand ...
Unpolierte Holzfußböden sind ein lebendiger Grund. Da gibt es die Fugen, aus denen eine Mischung von dunklem Fett und grauer Wolle hervorsieht, worin blinkende Nähnadeln, Papierstreifchen, Besenhaare eingebettet liegen und hie und da als Luxusobjekt an breiteren Stellen eine Stahlfeder, ein blanker Nagel, ein dünner Bleistift. Die Bretter zeigen große Verschiedenheit in der Qualität des Holzes. Fichtenholz läßt sich zwischen seinen Jahresringen mit dem Fingernagel eindrücken. Man kann Rinnen einkerben, bis sich ein Schiefer zwischen Finger und Nagel drängt, der dem Kind Verwunderung und Schmerz bereitet.
Auch die Knie wissen davon. Aber sie gewöhnen sich daran wie an die Eiseskälte des Brunnenwassers, womit sie gewaschen werden. Knie riechen daher nach Seife oder nach Staub, bemerkt das Kind, wenn es sein Kinn darauf stützt.“

 

 
Mechtilde Lichnowsky (8 maart 1879 - 4 juni 1958)

10:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mechtilde lichnowsky, romenu |  Facebook |

07-03-15

Bret Easton Ellis, Robert Harris, Jürgen Theobaldy, Georges Perec, Milo Dor, Abe Kōbō

 

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Bret Easton Ellis op dit blog.

Uit: Glamorama

“A black Jeep, its top up, its windows tinted, wheels in behind me on 23rd Street and as I zoom through the Park Avenue tunnel whoever's driving flips on his brights and closes in, the Jeep's fender grazing the back of the Vespa's wheel guard.
I swerve onto the dividing line, oncoming traffic racing toward me while I bypass the row of cabs on my side, heading toward the wraparound at Grand Central. I accelerate up the ramp, zoom around the curve, swerving to miss a limo idling in front of the Grand Hyatt, and then I'm back on Park without any hassles until I hit 48th Street, where I look over my shoulder and spot the Jeep a block behind me.
The instant the light on 47th turns green the Jeep bounds out of its lane and charges forward.
When my light turns I race up to 51st, where the oncoming traffic forces me to wait to turn left.
I look over my shoulder down Park but I can't see the Jeep anywhere.
When I turn back around, it's idling next to me.
I shout out and immediately slam into an oncoming cab moving slowly down Park, almost falling off the bike, and noise is a blur, all I can really hear is my own panting, and when I lift the bike up I veer onto 51st ahead of the Jeep.
Fifty-first is backed up with major gridlock and I maneuver the Vespa onto the sidewalk but the Jeep doesn't care and careens right behind me, halfway on the street, its two right wheels riding the curb, and I'm yelling at people to get out of the way, the bike's wheels kicking up bursts of the confetti that litters the sidewalk in layers, businessmen lashing out at me with briefcases, cabdrivers shouting obscenities, blaring their horns at me, a domino effect.
The next light, at Fifth, is yellow. I rev up the Vespa and fly off the curb just as the traffic barreling down the avenue is about to slam into me, the sky dark and rolling behind it, the black Jeep stuck on the far side of the light."

 

 
Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

Lees meer...

Jan Frederik Helmers, Reinhard Kaiser, Manuel del Cabral, Manfred Gregor, Alessandro Manzoni

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Frederik Helmers werd geboren op 7 maart 1767 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jan Frederik Helmers op dit blog.

 

Aan mijne vriend Gerrit Joan Meijer

Bij al 't plundren, bij 't vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard',
Wiens gevloekte vuist niets spaart —

In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloempje bloost aan 't blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat —

Voegen zich bij éne stander,
In deez' algemene brand,
Alle braven bij elkander,
Vloekende d'uitheemse band
Op het puin van 't vaderland.

Die eenstemmigheid van denken
Hecht de zielen aan elkaar;
Kan in 't wee ons wellust schenken,
En verbindt een vriendenschaar
In de afgrond van 't gevaar.

Hechter wordt die band gesloten,
Als der wetenschappen gloed
Ombruist door 't ontvlamd gemoed,
Brave land- en kunstgenoten
Met dezelfde zielspijs voedt:
o! Die band verbindt als 't bloed!

Dierbre Meijer! deze banden
Strenglen zich om onze ziel;
Want gij brengt uwe offerhanden
(Wat 's lands dwingland ook verniel')
Aan de God, voor wie ik kniel.

Mocht ge, als ik niet meer zal wezen,
't Stille graf mijne as bewaart,
Eenmaal nog dees lettren lezen,
Zeggen: "Druk hem zacht, o aard'!
Helmers was mijn vriendschap waard'!"

 

 
Jan Frederik Helmers (7 maart 1767 – 26 februari 1813)
Tweede Helmersstraat, Amsterdam

Lees meer...

06-03-15

Gabriel García Márquez, Marijke Hanegraaf, Günter Kunert, Clark Accord, Elizabeth Barrett Browning, Stéphane Hoffmann, Michelangelo, Teru Miyamoto

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook alle tags voor Gabriel García Márquez op dit blog.

Uit: Honderd jaar eenzaamheid (Vertaald door C.A.G. van den Broek)

"Ze gaf opdracht tot de bouw van een salon voor de visite, een gerieflijker en koeler vertrek voor dagelijks gebruik, een eetzaal voor een tafel met twaalf plaatsen waaraan de familie met twaalf gasten kon aanzitten, negen slaapkamers met ramen die uitkwamen op de patio en een grote waranda die tegen de hitte van het middaguur beschermd moest worden door een rozentuin en voorzien moest zijn van een balustrade waarop potten met varens en vazen met begonia's konden worden geplaatst."
(…)

"En ze hoefde ook niet te kunnen kijken om te beseffen dat de bloemperken, die tijdens de eerste verbouwing met zoveel toewijding waren verzorgd, door de regen vernietigd en door Aureliano Segundo's graafwerk omgespit waren en dat de wanden en de cementen vloeren vol scheuren zaten, de meubels wankel en verschoten waren, de deuren uit hun hengsels hingen en de familie bedreigd werd door een gelaten, zwartgallige stemming die in haar tijd ondenkbaar zou zijn geweest." 
(…)

"Toen sloeg hij nog een stukje over om op de voorspellingen vooruit te lopen en de datum en de omstandigheden van zijn dood op te zoeken. Maar nog voordat hij bij het laatste vers was gekomen had hij al begrepen dat hij deze kamer nooit meer zou verlaten, want het stond geschreven dat de stad van de spiegels (of spiegelingen) door de wind weggevaagd en uit de herinnering der mensen weggewist zou worden zodra Aureliano Babilonia de perkamenten tot het einde toe ontcijferd had - en dat alles, wat daarin beschreven stond, voor altijd en eeuwig onherhaalbaar was, omdat de geslachten, die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde."

 

 
Gabriel García Márquez (6 maart 1928 - 17 april 2014)

Lees meer...

Jeremy Reed

 

De Engelse dichter en schrijver Jeremy Reed werd geboren op 6 maart 1951 op Jersey. Reed heeft vijftig werken gepubliceerd in 25 jaar. Hij heeft meer dan twee dozijn bundels poëzie, 12 romans, en boeken met literaire- en muziekkritiek geschreven. Hij heeft ook vertalingen van Montale, Cocteau, Nasrallah, Adonis, Bogart en Hölderlin gepubliceerd. Zijn eigen werk is in het buitenland vertaald in meer dan een dozijn talen. Hij heeft diverse onderscheidingen ontvangen en hij won de Poetry Society's European Translation Prize. Reed begon met het publiceren van gedichten in tijdschriften en kleine publicaties in de jaren 1970. Hij is beïnvloed door onder meer Rimbaud, Artaud, Jean Genet, JG Ballard, David Bowie en Iain Sinclair. Een selectie van zijn gedichten is uitgegeven door door Penguin Books. Zijn laatst gebubliceerde roman is “The Grid.” Reed heeft ook samengewerkt met de muzikant Itchy Ear. Zij treden live op onder de naam Ginger Light. Reed behaalde een doctoraat aan de universiteit van Essex en hij doceert af en toe aan die instelling en aan de Universiteit van Londen.

 

London Flowers

These oriental poppies earthed
as scattered outtakes, rough demos
lucked into NW3
shivery silk minis on runway pins —
pink, yellow, orange, blue and red,
they’re like randomised confetti
transient saucerians
an anthology of MAC eye colours
in nitrogen-depleted soil.
I give them names like Toyoko,
Masako, Yumiko, O,
Yuan Yuan, a garden harem
cooking Chinese opium.
Ixia and violet iris
lyricise intense moments,
so too explosive azaleas
and a libidinous steamy lily,
a transplant brain from Asia
with a bulb like a shaved cortex.
This marine blue hydrangea’s
the colour of the blue deodorant cube
floating in the Gatwick men’s toilet,
a sort of deep Atlantic blue
squirted with ultramarine.
Like everything I see they’re poetry,
poppies bringing a dusty frill
to capital affairs, a bright
liaison like a thought pattern;
immediate as light checked-in
8 mins travel time from the sun
to reach this wiry leggy cluster
that tomorrow will be gone.

 

 

Bloody Mary

Red icebergs shattered in a glass,
auroral tiara with cracked pepper
Tabasco in the undertow:

it tastes hot, but it’s really cold,
like feelings we can’t separate
from loving someone, all aspects

slippery as goldfish in a bowl.
A vodka in a scarlet dress
stagy as Ute Lemper,

its temper’s unpredictable
like Wasabi and Habanero
or Worcester sauce tangoing tomato

with a sharp taste of leather.
It’s not a gunshot to the throat,
more a slow burn that separates

into component tastes, the lime
gets tweaky if unmollified
by mid-ballast horseradish.

It’s a capricious, husky thing,
a ruminative, slow hand trick,
you get to know at gut level,

the vodka underpinning it
raised as raw firepower in the blood,
a CIA agent policing the cells

with a kick like a cobra’s hood.
An ex pat mixed it first at Harry’s Bar,
spiked the membrane with a celery stick,

got a red brick crust on the lip,
and knew he’d done it, felt the bite hit in
and raised an eyebrow in silent applause.

 

 
Jeremy Reed (Jersey, 6 maart 1951)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jeremy reed, romenu |  Facebook |

Patrick deWitt

 

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zijn eerste boek “Ablutions” (2009) werd uitgeroepen tot New York Times Editor’’s Choice boek. Zijn tweede boek,” The Sisters Brothers” (2011) werd genomineerd voor de Man Booker Prize 2011, de 2011 Scotiabank Giller Prize, de Rogers Writers' Trust Fiction Prize en de Governor General's Award for English language fiction. Patrick deWitt was één van de twee Canadese schrijvers, naast Esi Edugyan, die in 2011 de lijst van alle vier de orijzen haalde. In 2011 werd hij wel de winnaar van de Rogers Prize en de Governor General's Award for English language fiction. In 2012 kreeg hij voor “The Sisters Brothers” de Stephen Leacock Award. Zijn derde roman “Undermajordomo Minor” werd gepubliceerd in 2015. Patrick deWittwoont momenteel in Portland, Oregon.

Uit: The Sisters Brothers

“I was sitting outside the Commodore’s mansion, waiting for my brother Charlie to come out with news of the job. It was threatening to snow and I was cold and for want of something to do I studied Charlie’s new horse, Nimble. My new horse was called Tub. We did not believe in naming horses but they were given to us as partial payment for the last job with the names intact, so that was that. Our unnamed previous horses had been immolated, so it was not as though we did not need these new ones but I felt we should have been given money to purchase horses of our own choosing, horses without histories and habits and names they expected to be addressed by. I was very fond of my previous horse and lately had been experiencing visions while I slept of his death, his kicking, burning legs, his hot-popping eyeballs. He could cover sixty miles in a day like a gust of wind and I never laid a hand on him except to stroke him or clean him, and I tried not to think of him burning up in that barn but if the vision arrived uninvited how was I to guard against it? Tub was a healthy enough animal but would have been better suited to some other, less ambitious owner. He was portly and low-backed and could not travel more than fifty miles in a day. I was often forced to whip him, which some men do not mind doing and which in fact some enjoy doing, but which I did not like to do; and afterward he, Tub, believed me cruel and thought to himself, Sad life, sad life.
I felt a weight of eyes on me and looked away from Nimble. Charlie was gazing down from the upper-story window, holding up five fingers. I did not respond and he distorted his face to make me smile; when I did not smile his expression fell slack and he moved backward, out of view. He had seen me watching his horse, I knew. The morning before I had suggested we sell Tub and go halves on a new horse and he had agreed this was fair but then later, over lunch, he had said we should put it off until the new job was completed, which did not make sense because the problem with Tub was that he would impede the job, so would it not be best to replace him prior to? Charlie had a slick of food grease in his mustache and he said, ‘After the job is best, Eli.’ He had no complaints with Nimble, who was as good or better than his previous horse, unnamed, but then he had had first pick of the two while I lay in bed recovering from a leg wound received on the job. I did not like Tub but my brother was satisfied with Nimble. This was the trouble with the horses.”

 

 
Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: patrick dewitt, romenu |  Facebook |

05-03-15

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Seven Poems for Ninetto

 

1/
Your place was at my side,
and you were proud of this.
But, sitting with your arm on the steering wheel
you said, “I can’t go on. I must stay here, alone.”

If you remain in this provincial village you’ll fall into a trap.
We all do. I don’t know how or when but you will.
The years that comprise a life vanish in an instant.

You are quiet, pensive. I know it is love
that is tearing us apart.

I have given you
all the power of my existence,
yet you are humble and proud, obeying a destiny
that wants you to remain impoverished. You don’t know
what to do, whether to give in or not.

I can’t pretend your resistance
doesn’t cause me pain.
I can see the future. There is blood on the sand.


2/
I think of you and I say to myself: “ I have lost him.”
I cannot bear the pain and wish I were dead. A minute
or so passes and I reconsider. With joy 

I take back strength from your image. I refuse to cry.
My mind is changed.
Then again I consider you, lost and alone.

Who is this ugly gentleman
who does not understand what concerns him most? Are you
or are you not this Other,

he who always loses without really dying?
He is my double: I, pedantic. He, informal.

Knowledge of him has changed everything in my life.
He says that if I am lost he will find me.
He knows that when he does I will be dead.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Paolo Pasolini en Ninetto Davoli

Lees meer...

04-03-15

Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: En uit de bergen kwam de echo (Vertaald door W. Hansen)

“Ten slotte, toen de zon net over zijn hoogste punt heen was, bleef vader weer staan. Hij draaide zich in de richting van Abdullah, leek even na te denken en maakte toen een beweging met zijn hand.
‘Je geeft het toch niet op,’ zei hij.
Vanaf de kar gleed Pari’s hand snel in die van Abdullah. Ze keek naar hem met vochtige ogen, en met haar uiteenstaande tanden glimlachte ze alsof haar nooit iets slechts zou kunnen overkomen zolang hij aan haar zijde was. Hij sloot zijn vingers om haar hand zoals hij elke nacht deed als hij en zijn zusje in hun bed lagen, hun hoofden tegen elkaar, hun benen verstrengeld.
‘Je had eigenlijk thuis moeten blijven,’ zei vader. ‘Bij je moeder en Iqbal. Dat heb ik je gezegd.’
Abdullah dacht: het is jouw vrouw. Mijn moeder hebben we begraven. Maar hij wist die woorden in te slikken voor hij ze uitsprak.
‘Nou goed dan. Kom maar mee,’ zei vader. ‘Maar we gaan niet huilen. Begrepen?’
‘Ja.’
‘Ik waarschuw je. Dat zal ik niet dulden.’
Pari glimlachte breed naar Abdullah, hij keek naar haar bleke ogen en ronde roze wangen en glimlachte terug.
Vanaf dat ogenblik liep hij naast de kar die over de woestijngrond vol kuilen en gaten hotste, en hij hield Pari’s hand vast. Ze wisselden gelukkige steelse blikken, broer en zus, maar ze zeiden niet veel, uit angst vaders stemming te bederven en hun geluk te verspelen. Heel vaak waren ze alleen, zij met hun drieën, niemand in de verste verte te zien, alleen de roodkoperen bergketens en de grote zandstenen rotsen. De woestijn strekte zich voor hen uit, open en weids, alsof die voor hen was geschapen, alleen voor hen, de lucht roerloos en snikheet, de hemel hoog en blauw. Rotsblokken schitterden op de gebarsten grond. De enige geluiden die Abdullah hoorde waren zijn eigen ademhaling en het ritmisch gepiep van de wielen, terwijl vader de rode kar trok, in noordelijke richting.”

 

 
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

Lees meer...

03-03-15

Hans Verhagen, James Merrill, Manfred Flügge, Kola Boof, Clifton Snider, Josef Winkler, Gudrun Pausewang

 

De Nederlandse dichter, schilder en journalist Hans Verhagen werd geboren in Vlissingen op 3 maart 1939. Zie ook alle tags voor Hans Verhagen op dit blog.

 

Momentum

Geen honderdste seconde krediet hebben ze ons gegeven
nadat we toch de waarheid
in transparante regels hadden weergegeven
als een plastic kinderspeeltje van plusminus 12 cent
dat door de veelkantigheid en equilibrium permanent
tot in de eeuwigheid wordt aangedreven,
maar toch aan elke honderdste seconde z'n momentum toekent

Vooral die 12 cent stond de dames & heren tegen;
als charlatannetjes armlastig werden we bejegend
en in hun bekakte bakstenen ivoren torentje
van onze post ontheven, opgehangen, doodgezwegen -
ondertussen was de waarheid al die tijd
nog geen honderdste seconde hetzelfde gebleven
Weer hadden wij snotneuzen gelijk gekregen.

 

 

Brief naar Huis

Wat is nu je groot verstandelijk vermogen waard?
je instinct is verziekt door jaren goede smaak,
je waarneming kapot van te veel kunstgenot.

Je hebt alleen jezelf nog en die heb je nu het minste nodig.
En hoe lang is het geleden dat je, zonder traangas,
om je moeder hebt gehuild?

Stof tot nadenken,
zou je denken,
maar je denkt: denken tot stof.

Als je een brief naar huis zou willen schrijven,
je zou geen adressering weten.
Afzender overbodig.

 

 
Hans Verhagen (Vlissingen, 3 maart 1939)

Lees meer...

Tjitske Jansen

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Tjitske Jansen werd geboren in Barneveld op 3 maart 1971. Zij ging op haar 12de tijdelijk wonen in een pleeggezin. Zij deed vwo en studeerde cum laude af in beeldende kunst en theater aan de Hogeschool voor de kunsten Arnhem. Daarnaast deed ze een opleiding Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die ze echter niet afmaakte. Voordat ze begon te dichten, was ze onder meer werkzaam als koopvrouw op de markt, serveerster, administratief medewerker en kokshulp. Nationaal verkreeg ze bekendheid in 2003 door haar debuutbundel “Het moest maar eens gaan sneeuwen”. Van deze bundel werden meer dan vijftienduizend exemplaren verkocht, een groot aantal voor een dichtbundel. Jansen draagt vaak voor uit eigen werk, onder meer op (literatuur)festivals als Poetry International, Lowlands, de Nacht van de Poëzie en de Wintertuin. Jansen is tegenwoordig woonachtig in Amsterdam.

 

Vrouw Holle

Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zó moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.

De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer

Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.

 

 

Voor zijn verjaardag

Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt
Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet hetzelfde als slapen
en dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste
slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.
Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt
in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.

 

 
Tjitske Jansen (Barneveld, 3 maart 1971)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tjitske jansen, romenu |  Facebook |

02-03-15

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Wandelingen door Rome

“Ja mijne heren, de beste gids van Rome komt uit Sittard. Het is een klein stevig gebouwd mannetje, met borstelige, witte wenkbrauwen, een witte snor en een wit baardje dat aan de stevige kin vol moed begonnen is, maar zich dan plotseling bedenkt en er ineens mee uitscheidt. Hij draagt een wit hemd, dat van voren open is en daar een kettinkje laat zien, vermoedelijk eindigend in een gouden penning of medaille, doch daarover worden geen inlichtingen vertrekt. Opzij van de mond hebben zich twee kuiltjes gegraven, die op een algemene geneigdheid wijzen het leven een prettige instelling te vinden. De ogen zijn blauw en hebben de argeloze uitdrukking van een Walt Disney-kabouter. De schedel is opzij met een vermoeden van haar bekropen, doch in het midden volkomen kaal. Onder deze schedel bevindt zich Rome.’
(…)

“Naar het schoonmaken van de Trevi-fontein ben ik ook gaan kijken, maar om een heel andere reden. De Fontana di Trevi is de fontein, waar alle vreemdelingen, die later in Rome nog eens willen terugkeren, een munt ingooien. (..) Ik ging daar heen om te kijken, wat ze met al die duizenden munten zouden doen. Hoe vindt u die gedachte? Mij dunkt, dit is een typisch burgerlijke gedachte, die alleen door een Hollander kan worden voortgebracht. Niet de poëzie van zo’n munt in ‘t water gooien, met de volle maan boven je hoofd en een meisje aan je zij, nee, niets daarvan. Alleen de vraag: wáár blijven de duiten? Gaan ze naar de fiscus? Pikt de waterleiding ze in? Of verdwijnen ze in het potje der omliggende percelen? Kijk, aan zo’n vraag heb ik, als Hollander, houvast, daar kan ik mij uren in verdiepen.”
(…)

“Met honderden liepen ze in de stoet mee, allemaal als patertjes, nonnetjes, engelen of martelaren verkleed, met grote, oneindig verbaasde ogen, sommigen met hun eigen martelwerktuigjes in de hand en er verzonken op zuigend. Ik zag één engel, wier beide vleugels tot op de billetjes waren afgezakt en die liep nu juist heel ingetogen te bidden, in een brevier, dat zij precies omgekeerd in de beduimelde handjes hield. (..) Zestig Franciscaner paters trokken voorbij, ieder zeven jaar oud, met echte bruine pijtjes en hagelwitte koordjes, onder leiding van een dik gardiaantje, dat bijna omviel van de slaap.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

Frank Albers

 

De Vlaamse schrijver Frank Albers werd geboren op 2 maart 1960 in Schoten. Hij studeerde in Gent en Oxford en promoveerde aan Harvard op een proefschrift over het utopische denken van Jean-Jacques Rousseau en Ralph Waldo Emerson. Van 1998 tot 2000 leidde hij samen met Bernard Dewulf het Nieuw Wereldtijdschrift. In het jaar daarop werd hij chef van de boekenbijlage Standaard der Letteren (tot 2005). Als auteur trad Albers op de voorgrond met de fragmentarische roman “Angst van een Sneeuwman” (1982) waarvoor hij in 1983 de Yangprijs ontving. In 2007 verscheen het reisessay “Beatland”: In het spoor van Jack Kerouac’s On the road (De Bezige Bij), waarin hij verslag doet van zijn tocht dwars door de Verenigde Staten, vijftig jaar na het verschijnen van Kerouac’s cultroman. Voor het Nationale Toneel in Den Haag vertaalde Albers onder meer Hamlet, Titus Andronicus en King Lear. Albers houdt ook een blog bij en geeft lezingen over onder andere Shakespeare, Kerouac en Albert Camus.

Uit: Een zonderling land

“Er was eens een land dat niet wilde bestaan. Dat vonden de andere landen raar. De meeste landen waren trots op zichzelf. De meeste landen voelden zich beter dan alle andere landen. Zelfs een land dat hanger leed, deed vaak alsof het beter was dan een land dat te eten had. De meeste landen waren macho's. Wie hen tergde, kreeg een dreun. Zo waren vele landen ook ontstaan. Al vechtend. Vechten schept een band en soms een land. Al was er om een land bijeen te houden meer nodig
dan speren of bommen. De meeste landen waren een samenweefsel van gedeeld leed en gedeelde herinneringen, van gedeeld geloof en gedeelde taal. Soms. als ze wat ouder en wijzer waren geworden, leenden landen om met elkaar samen te werken. Dan gingen 2e bijvoorbeeld samen naar
de maan. of samen een ander land vernietigen. Maar hoe lang en innig ze ook met elkaar samenwerkten, uiteindelijk hielden landen altijd het meest van zichzelf. Dat zag je bij sportwedstrijden en fabriekssluitingen. Eens macho, altijd macho. Er bestaat geen tweelandenvlag.
Tussen al deze grote, trotse macholanden lag dus dit ene landje dat. tot verbijstering van velen, niet wilde bestaan. Het had zichzelf niet bedacht, was niet gegroeid uit het verlangen van mensen om binnen dezelfde grenzen te wonen, niet uit angst voor een vijand, niet uit krijgszucht of list, maar uit slib samengeklonterd in een trage bocht van de tijd. Het land was als een vondeling, verwekt en vergeten in een achterkamertje van de geschiedenis, een bastaardje dat de natuur niet bepaald had verwend, want behalve erg klein was het ook erg lelijk, en het bezat ook niets van wat kleine lelijke landjes voor grotere landen soms toch aantrekkelijk maakt. zoals gas olie of diamant.”

 

 
Frank Albers (Schoten, 2 maart 1960)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank albers, romenu |  Facebook |

01-03-15

Jan Eijkelboom, Franzobel, Jim Crace, Franz Hohler, Lytton Strachey

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Tuin Dordrechts museum

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo’n late voorjaarsdag

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Maar aan de andre kant zal ik
– je weet maar nooit –
veel langer leven dan die vogel
En als ik dan toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo’n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

 

 

Een schilder

Op dijkjes langs de balkegaten
stonden wij stil te schetsen in de kou,
en dan maar over kunst en toekomst praten
als jij in elk geval een schilder wezen zou.
Ik wist nou nooit eens wat ik worden wou
en kon mezelf soms om die vaagheid haten.
Maar onder mijn bewondering voor jou
school toch dédain voor missers en hiaten
 
bij iemand die te weinig boeken las.
Jij slikte dankbaar, of het manna was,
al wat ik je vertelde over morgen
en over wat er vroeger is geweest.
Je schildert nu decors in Avereest,
in godsdienstwaan gekerkerd, of geborgen.

 

 

Moeilijk moment

Net als hij op 't café-toilet
in de verschoten spiegel kijkt
barst er een bloedrivier
zijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan 't werk.
 
Toch weet hij in zijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zachte levensdood.
 
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om hem heen.
Een vrede buiten kijf
vult hem, die net niet stierf,
van top tot teen.

 

 
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

Lees meer...