15-05-14

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom, Michael Lentz, Max Frisch

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Met een ruiker

Tussen haar zusters, de verkoren rozen,
Verbergt zij kuis en bang de zaligheid
Die haar verwart en mijmerend doet blozen
Nu zij vermoedt waartoe ze is voorbereid.

De bloemen op haar haastige adem beven.
Waarom die vrees?...want ze is mij teer verwant
En heeft mij daarom argeloos gegeven
Dit warme speelgoed, haar verliefde hand.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

5
Lamp mijner ziel, die me in ’t verborgen gloort,
Zoet wonder van ’t heelal, dat niemand weet,
Brand niet zo duister in dien mist van leed,
Maak niet altoos uw schijnsel droef; – gloed hoort

Bij gloed, wat schoon is brengt wat schoon is voort,
Zoet zoekt zoet, lief! och, dat gij ook zo deedt,
U zelven zoet, uw zoet Zelf minder wreed,
Dat dus mijn bidden eindlijk werd verhoord.

Of als ge in smart dan altijd leven moet,
Laat dan mijn ziel in tot uw ziel en paar
Hen beiden in éen smart en éne klacht; –

Opdat ze als tweeling-vlammen in éen nacht,
Verborgen branden, gloren naast elkaar,
In enen stillen walm en ronden gloed.

 

 

Geëtste prentjes

[Niets is nu aangenamer dan in 'n koele kamer rode wijn te slurpen bij kleine teugjes en met de pen op 't papier in 'n gearceerde schemering]

Met pennenkratsen op 't papier te teek'nen,
Als met een etsnaald op het harde koper:
Een veenplas op een landschap tegen avond
Of zielenbeeldjes, met een fijner lijn
Dan 't scheren van een strohalmpje over 't water,
Of trilling van een meeuwenvleugel ; — ritmisch
Bewegen van de pen en 't op en neer
Getik van 't rijm, als 't tikken van 'n klok,
Die de seconden aan elkander rijmt ; —
Of ook gelijk het heen- en weergaan van
Een waaier in een nauwbewogen hand —
Daar achter 'n vrouwsgelaat in donker haar. —
Als 'k etsen kon zou 'k van dat vrouwsgelaat
En van die waaier in de slanke hand,
Van rode wijn en van wat zomerwarmte,
Met schaduw van een etsnaald schetsjes maken
Op koper — zo, mijn vriend, wie etsen kan,
Beproev' te vatten wat ik vatten zou.
Maar er is ijver nodig om tot ets
Te maken wat een dichter heeft gedroomd
In luiheid, onder warmte en rode wijn.

 

 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Albert Verwey en Kitty van Vloten ca. 1890.

Lees meer...

14-05-14

Eoin Colfer, Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

Uit: The Atlantis Complex

“How do I love thee? wondered Orion. "Let me see. I love thee passionately and eternally...obviously eternally-that goes without saying." Holly blinked sweat from her eyes. "Is he serious?" she called over her shoulder to Foaly. "Oh, absolutely," said the centaur "If he asks you to look for birthmarks, say no immediately." "Oh, I would never." Orion assured her. "Ladies don't look for birthmarks; that is work for jolly fellows like the Goodly Beast and myself. Ladies, like Miss Short, do enough by simply existing. They exude beauty, and that is enough." "I am not exuding anything." said Holly, through gritted teeth. Orion tapped her shoulder. "I beg to differ. You're exuding right now, a wonderful aura. It's pastel blue with little dolphins." Holly gripped the wheel tightly. "I'm going to be sick. Did he just say pastel blue?" "And dolphins, little ones," said Foaly.”
(…)

„Very well, I promise. So, what did you get for me?" Angeline paused for a beat. "Jeans." "What?" croaked Artemis. "And a T-shirt" ...Artemis took several breaths. "Does the T-shirt have any writing on it?" A rustling of paper crackled through the phone's speakers. "Yes, it's so cool. There's a picture of a boy who for some reason has no neck and only three fingers on each hand, and behind him in this sort of graffiti style is the words RANDOMOSIY. I don't know what that means but it sounds really current." Randomosity though Artemis, and he felt like weeping.”

 

 
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

Lees meer...

Libris Literatuur Prijs 2014 voor Ilja Leonard Pfeijffer

 

De Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer heeft de Libris Literatuur Prijs 2014 gewonnen met het boek “La Superba”. De Nederlander kreeg de prijs voor de beste Nederlandstalige roman gisteravond in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een geldbedrag van 50.000 euro verbonden. Zie ook alle tags voor Ilja leonard Pheijffer op dit blog.

Uit: La Superba

“Het mooiste meisje van Genua werkt in de Bar met de Spiegels. Ze draagt dezelfde nette kleren als alle meisjes die daar werken. Ze heeft ook een vriendje dat haar af en toe opzoekt wanneer zij werkt. Hij heeft gel in zijn haar en draagt een T-shirt zonder mouwen waar SO-HO op staat. Hij is een klootzak. Soms zie ik via de spiegels hoe zij elkaar stiekem zoenen in het hokje waar zij de hapjes voor het aperitief klaarmaakt.
Vanochtend heb ik bij de Via della Maddalena iemand gezien die bestolen was. 'Alladro!’ riep hij. 'Alladro!’ Toen kwam er een jongetje de hoek omrennen. De man rende achter hem aan. Hij droeg een wit hemd zonder mouwen en hij had een dikke kop en een dikke buik. Hij leek mij een eerlijk man die van jongs af aan heeft geleerd te zwoegen voor een schamel loon. Het jongetje rende naar boven, naar de Via Garibaldi, langs de zonnewijzer en vanaf daar verder omhoog over de trappen van de Salita San Francesco. De dikke bestolen man was kansloos.
Later dronk ik op Piazza delle Erbe. Dat is zo'n zeldzame plek waar het vanzelf avond wordt zonder dat ik daar iets voor hoef te organiseren. De oranje tafeltjes zijn van Bar Berto, de oudste pub van het plein, beroemd om zijn aperitief. De witte tafeltjes horen bij de trattoria zonder naam waar je onmogelijk kunt eten zonder te reserveren. De rode en gele tafeltjes zijn van verschillende cafes en daarachter is nog een terras, een beetje beneden. Ik zou de namen kunnen opzoeken als je dat zou willen. Ik zat aan een blauw tafeltje, op het hoge deel van het plein, met uitzicht op het terras van Bar Berto. De blauwe tafeltjes horen bij Threegaio,ooit opgericht door drie homo-seksuelen die na nachten brainstormen geen betere naam konden bedenken dan deze. Ik dronk Vermentino van de Golfo di Tigullio. Op de barkruk tegen de gevel zat een imposant manwijf met een pikzwarte zonnebril. Dat stelde mij gerust, want daar zit zij altijd.”

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

13-05-14

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Het lange spoor 4

Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,

mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,

op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkkheid migreert.

Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.

 

 

Onderwater

Weg met pixels, projectietoestellen!

Was ik maar aan de andere kant van de evenaar.
Zou mijn kompas zich vanzelf naar de zuidpool richten.

Zuidpool: die van de pinguïn, vogel in duikerpak
die het eigen lichaam als slee gebruikt om over de hard
geworden winter te glijden.

Vogel die liever zal zwemmen in het donker onderwater
dan vliegen in het licht der eeuwigheid.

Ik kan de pinguïn wel begrijpen.

Slapend zien we meer dan met de ogen open.
Vooral slapend met de snelle oogbewegingen.

 

 

NEW ORLEANS

Gauw zal het geheel overstromen
met meer dan je gewone dosis

televisietoestellen en broodroosters
het hopeloze lot
van wie op het dak

van een taxi
stranden
klaar om uit te blazen

hun laatste

maar niet vooraleer in de gezonken stad
de blauwe gitaar opklinkt

nog een (weggesneden) keer
van (weggesneden) dingen zoals ze zijn

leg dat wapen neer
begrepen?!

 

 
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

Lees meer...

12-05-14

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti

 

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

De grote trek

Ik zag de overburen op een ochtend
hun koffers zeelucht pakken.
Mijn karavaan speelkameraadjes was de staart
van hun vlieger die wuivend uit het autoraampje
onder een balkon bleef steken
voor hij de hoek om boog.

Ze togen naar de Zandkastelen Stad
onder de rook van Amsterdam, zeiden de achterblijvers,
zonder de rook van Amsterdam, zeiden ze
want naar zeewind frisse lucht ging hun vlucht
van meeuwen die vaders kapitein maakt.

Niet de mijne. Halverwege sloeg de zon
zijn schaduw in het aquarium van onze etage
waar ik tegen het glas gedrukt steeds bleker
hun verdwijning na bleef staren
tot ze de hoek om waren van mijn geheugen.

Op de kust, zei mijn moeder later, zijn ook zij uiteengeslagen.
Wel bleven ze er wonen, nog een tijdje,
in lichte bunkers met open ramen.

 

 

Ze is verschrompeld tot bezoekuur

Ze is verschrompeld tot bezoekuur;
op de tijden dat het haar geliefden schikt
schrikken haar vissenogen even wakker
uit hun dommelslaap en lacht zij haar gebit
van kunststof venusbloot, als dit
niet op het kastje ligt te grijnzen.

Ze hoort gewillig steeds dezelfde vragen,
Of het goed gaat, zo'n relatief begrip
maar haar begrip is even onbeduidend,
dus ze knikt; praten gaat niet meer
en alles wat ze zegt wordt toch
voor zoete koek geslikt. Dus kraait ze

Dat het aldoor heeft geregend.
Dat de bloemen zijn verdord, maar nee
daar staat alweer een nieuwe bos
te glanzen in de vaas. De tijd verglijdt
zo traag en haar kinderen zijn nee maar
nog steeds in leven. Want ze kunnen
als ze willen weg en blijven. Toch nog even.

 

 
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

11-05-14

Moeder (Karel Jonckheere)

 

Bij Moederdag

 

 
Moeder en kinderen aan het strand door Jozef Israëls, eind 19e eeuw

 

 

Moeder

Zo lang zij rustig leeft
kunnen wij haar vergeten,
ze kost ons zorg noch geld,
ze doet ons nimmer zeer;
tweemaal in 't jaar, misschien,
gaan wij nog bij haar eten
en lachen als zij zegt:
Het is de laatste keer.

Maar één kort spoedbericht
maakt ons tot zonen,
wat ons gewichtig werd
valt plots en dwaas uiteen,
wij dachten in onze eeuw
en werk te wonen
tot wij beschaamd en leeg
haar kleine huis betreên.

Ze heeft op ons gewacht.
Tenzij ze is gestorven.
Daar ligt wie onze moeder was,
het arm gezicht waarin veel eenzaamheid
berusting heeft gekorven
beschenen voor het laatst
in reeds vervreemdend licht.

Dat wij voorgoed alleen zijn thans,
dat alle bronnen vervloeien in de tijd,
bedroeft ons hart zo niet.
Maar dat onze overmoed
zich nimmer heeft bezonnen
over haar eenzaamheid,
dit wordt ons taaist verdriet

 

 

 
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)
Oostende (Karel Jonckheere werd geboren in Oostende

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

08:42 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karel jonckheere, romenu, moederdag |  Facebook |

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

Hoe ver, hoe ver ik dit alles vind

Hoe ver, hoe ver ik dit alles vind,
het werd een spel, een lief gezeg
van andere mensen, zó is het weg
en vreemd van dat, wat nu begint,

nu dat mijn leven zal gezonken
zijn tot een ernst, die 't al beschreit
en tot één grote innigheid
van heenbeklagen gaan geslonken,

en nauwelijks een flauwe lach
gebleven is van medelijden
om wat nog even van ons beiden
opleeft in mijn gedenken, ach

hoe liefelijk, zoals wij gerust
van ons geluk waren en verkozen
ons te behoren, argelozen
in wie er nimmer werd bewust,

dat wij vrezen moesten, dat, wat gegeven,
in deemoed wilde zijn aangenomen
een zorg voor hem, die der dagen komen
goed weet; en zie, wat is gebleven?

weet ik nog, dat een hemel stil
van licht en mildheid in mij hing?
ik luister naar mijn herinnering;
een stem wegwankelt, die sterven wil.

 

 

Herfstbladen op en af

De vensters langs en straf
over de ruit; gekneusd, gedeukt,
geplet, geplakt, gekreukt
en vaal en grauw van kleur,
een eenzang en een zeur.
O het omslachtig wezen
deze sleur,
mijn ziel verzinkt in ongenezen
verveling
En dan in eens staat overeind
de koestering, de vreugde:
blij, treurig, om het even,
dat ik dit mag beleven,
dat ik dit rijk gebeur
bespeur,
dat deze ogen
zo in de verte zien mogen,
gezonken ik
dit ogenblik
weer in zweven
opgeheven,
als dit blad, dit verbleekte
en natgeweekte.

 

 

Zoek heil...

Zoek heil en heul in uw gedichten; doe als ik
en denk om roem en eer geen ogenblik,
maar vind in verzen vrede en zielsgeluk.

Veracht de wereld en zijn vals behagen
in afbreuk doen, wat groot is te verlagen
en al het kleine en slinkse hoog te dragen.

 

 

 
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Lees meer...

Rachel Billington, Rose Ausländer, Carl Hauptmann, Ethel Lilian Voynich, Latīf Nāzemī, Leopoldo de Luis

 

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook alle tags voor Rachel Billington op dit blog.

Uit: Friendship

“It can start in all sorts of strange places: in a pram, up a climbing frame, over a desk, in hospital, under water, up a mountain, at a baby party, on a roof. It positively eschews low lights and seductive music and doesn’t expect roses on Saint Valentine’s Day. It’s not so much the love that dare not speak its name but the love that no-one bothers to mention.
This is friendship, that long-lasting love affair between two consenting adults that has no ring, no anniversaries and usually outlives every other tie. Despite its importance, no magazines are sold on its name, few books, no operas, few plays and the one television programme which might give it a boost, actually called Friends, reminds me of Oscar Wilde’s cheerful adage: A true friend stabs you in the front.
When I started writing A Woman’s Life, I didn’t plan it to be about friendship. I knew it was about three women, American, English and Irishwoman who were all born in 1940 and whose lives would become intertwined. They might have hated each other. They might have crossed continents to avoid each other. But it didn’t turn out that way. They had too much to offer each other and couldn’t resist the pull of friendship. To my surprise, that was what the book became about, a kind of holding theme against the love affairs, wars, marriages and deaths.“

 
Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

Lees meer...

10-05-14

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

October

De hooge vloed des zomers is vergleden;
Nog gister wiegden we in zijn diepen schoot,
Nu proeven wij, bij 't 's morgens buiten treden,
Iets in de lucht van zaligheid en dood.

Dit is de teerste maand van 't jaar: October,
Die, van in damp gebroken licht verzaad,
Geheiligd, onaantastbaar-kuisch en sober,
Langs een gewijde en stille wereld gaat.

Een nieuwe weelde lokt: het zijn de stralen,
Van warmte en wellust algeheel ontdaan,
Die door een sfeer van ijle nevels dalen,
Als najaarsdraden in een vochte laan.

En, nauw-omstrengeld, zwerven door die prachten
Twee zielen, waarvan de een voor de' ander zwicht,
Broeder en zuster van mijn herfstgedachten:
De dunne schaduw en het dunne licht.

De schaduw heeft allengs het fulpen donker
Van 't zomerlijke lommer afgeleid.
En aan het milde licht bleef glans noch flonker,
Alleen een wonderlijke helderheid.

De luister van deze aarde is niet te dooven.
Mijn liefde wemelt in een zonnestraal
Rondom de laatste rozen dezer hoven
Als spel van luiten aan een koningsmaal.

En mijn verlangens trekken met de scharen
Van vogels krijtend langs de blauwe lucht,
Die dichtbij 't stralend hart des hemels varen,
Terwijl mijn loomte aan de aarde kleeft en zucht.

Ik denk aan U, droom van dit korte leven,
En van zijn barren gloed het rustloos vuur,
Het bloed mijns harten wilde ik U geven —
Zie, 't werd een roode wingerd langs den muur

0 latere geliefden langs deez' paden —
Wanneer mijn stof al wervelt op den wind,
Herdenkt mij: toen mijn voeten hen betraden,
Heb ik dit landschap ook zóózeer bemind.

Herdenkt, herdenkt mij dan, maar niet verweven
Met de gedachte aan die de harten bluscht,
Maar als gij naar de grenzen reikt van 't leven,
In najaarsnachten, warm van liefde en lust.

 

 

Aanvaarding

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is de aanvang gelijk, die het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Met collega dichter Adriaan Roland Holst (rechts)

Lees meer...

Jayne Cortez, Roberto Cotroneo, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Jazz Fan Looks Back

I crisscrossed with Monk
Wailed with Bud
Counted every star with Stitt
Sang “Don’t Blame Me” with Sarah
Wore a flower like Billie
Screamed in the range of Dinah
& scatted “How High the Moon” with Ella Fitzgerald
as she blew roof off the Shrine Auditorium
                   Jazz at the Philharmonic

I cut my hair into a permanent tam
Made my feet rebellious metronomes
Embedded record needles in paint on paper
Talked bopology talk
Laughed in high-pitched saxophone phrases
Became keeper of every Bird riff
every Lester lick
as Hawk melodicized my ear of infatuated tongues
& Blakey drummed militant messages in
soul of my applauding teeth
& Ray hit bass notes to the last love seat in my bones
I moved in triple time with Max
Grooved high with Diz
Perdidoed with Pettiford
Flew home with Hamp
Shuffled in Dexter’s Deck
Squatty-rooed with Peterson
Dreamed a “52nd Street Theme” with Fats
& scatted “Lady Be Good” with Ella Fitzgerald
as she blew roof off the Shrine Auditorium
                   Jazz at the Philharmonic

 

 
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

Lees meer...

Antonine Maillet, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Fritz von Unruh, Leonard Buyst

 

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: La Sagouine

« Ç’a été la boune ânnée du pauvre monde. Vous compornez, avec un hiver de doux temps, un été de coques et pis un automne d’aléctions, tout ça la même ânnée, quoi c’est que vous voulez que je demandions de plusse nous autres ? Pornez une boune grousse hiver frette où c’est qu’une parsoune a grandement besoin de se chauffer. Eh ben, si j4avons du frette, j’avons de la glace ; et si j’avons de la glace sus la baie, je pouvons travorser en petite traîne dans l’anse y ragorner nos écopeaux et nos hâriottes pour nous chauffer. C’te ânnée, c’était un hiver doux, pas de glace, ben pas de frette ; pas d’écopeaux, ben pas besoin de chauffer le poêle à blanc et pis de nous assire dessus. C’est ben arrangé comme ça, et j’ai pour mon dire qu’y a un Bon Djeu exprès pour le pauvre monde…
[…]

Pour les citoyens à part entchére, je manquons de rien, ça faut le dire. Moi je me lève de bon matin et je fais des crêpes pour que j’en ayons toute la jornée. Arrivé le souère, ils avont été réchauffées deux fois, ça fait que je les mangons avec de la mélasse pour outer le goût. Pis le samedi pis le dimanche, c’est des fayots.
 […]

Ça fait que là, moi pis Gapi je pouvons aller nous coucher. Un vrai matelas avec des ressorts que le prêtre nous a douné. Même que les ressorts nous rentront dans l’échine si je pornons pas garde. »

 

 
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

Lees meer...

09-05-14

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

De mist vriest aan

De mist vriest aan: het bos is wit.
Vier harige uitheemse ossen,
huiverend, hun kop gebogen,
staren naar de harde mossen.
Ik schrik ervan hoezeer zij lijken
op een mens die al zijn dromen
plots is kwijtgeraakt en weet
er niks voor in de plaats te krijgen.
Goed, nieuwe winter aan de kust,
de gloed van waanzin in mijn ogen
dempt je kou die door mijn leden trekt,
dus ik maak me niet meer druk
om wat oprukt tussen de bomen,
de tanden blinkend in de gesperde bek.

 

 

Onder de lichtboom (Fragment)

Zoals golven, zonder duidelijk begin,
misschien als rimpeling veroorzaakt
door een vis, zich naargelang de wind,
onstuimig of gedwee, verheffen uit de zee
– hun uitwaaierend schuim al zien
  ontbloeien tot bewolking –, en een
moment in evenwicht van gravitatie
en cohesie wachten op het breekpunt
waarvoor zij zich gesteld zien door
de wereld der verschijnselen,

zo raakt ook de mens – geboren uit het weids
gebaar van een korrel zand – op de toppen
van zijn bloei, zijn wil, zijn werk, zijn visie,
er plots van doordrongen dat hij ten hemel
dacht te reiken in een almaar magistraler
expanderend vergezicht, maar in feite slechts
zijn idolen achterna stuift op de rimpelloze stranden
terwijl nieuwe kelen fluisteren van het tegenlicht
dat al in de ogen van de volgelingen openbreekt,
verwonderd hoe virtuoos en hoe viriel dat gaat,

en staat men op een dag – het regent zonder twijfel,
onzekerheid beweegt de lucht –  onder een boom
in juni, telt als voor het eerst de vingers van zijn
hand, leest in de nerven van een blad de vele
namen van de liefdes die men dacht verdrongen,
en huivert, voelt opnieuw de oude kou van
afscheid nemen, het nieuwe schrijnen in de wond
die ons doet wankelen, en die boom in juni, sacraler
dan een kathedraal, breder dan een boulevard,
staat daar maar – al meer dan honderd jaar.

 

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

08-05-14

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger, James Worthy

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

Uit: Bleeding Edge

„It's the first day of spring 2001, and Maxine Tarnow, though some still have her in their system as Loeffler, is walking her boys to school. Maybe they're past the age where they need an escort, maybe Maxine doesn't want to let go just yet. It's only a couple blocks, it's on her way to work, she enjoys it, so?
This morning, all up and down the streets, what looks like every Callery Pear tree on the Upper West Side has popped overnight into identical white clouds of pear blossoms. As Maxine watches, sunlight finds its way past rooflines and water tanks to the end of the block and into one particular tree, which all at once is filled with light.
"Mom?" Ziggy in the usual hurry. "Yo."
"Guys, check it out, that tree?"
Otis takes a minute to look. "Awesome, Mom."
"Doesn't suck," Zig agrees. The boys keep going, Maxine enjoys the tree half a minute more before catching up. At the corner by long-implanted reflex she drifts into a pick so as to stay between them and any driver whose idea of sport is to come around the corner and run you over.
Sunlight reflected from apartment windows has begun to show up in blurry patterns on the fronts of the buildings across the street. Two-part buses, new on the routes, creep the crosstown blocks like giant insects. Steel shutters are being rolled up, early trucks are double-parking, guys are out with hoses cleaning off their piece of sidewalk. Unhoused people sleep in doorways, scavengers with huge plastic sacks full of empty beer and soda cans head for the markets to cash them in, work crews wait in front of buildings for the super to show up. Runners are bouncing up and down at the curb waiting for the lights to change. Cops are in coffee shops dealing with bagel deficiencies. Kids, parents, and nannies wheeled and afoot are heading in all different directions for schools in the neighborhood. Half the kids seem to be on new Razor scooters, so to the list of things to keep alert for, add ambush by rolling aluminum.”

 

 
Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

Lees meer...

07-05-14

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Eindelijk schrijf ik je weer omdat er groote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is.
Een nare geschiedenis natuurlijk, niet alleen voor haar maar ook voor mijn zusters, die er zich bijna dood aan gewaakt hebben.
Zij was oud, zeer oud. Op een paar jaar na weet ik niet hoe oud zij precies was. Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.
Mijn oudste zuster, waar ze bij inwoonde, was goed voor haar. Zij weekte haar brood, zorgde voor stoelgang en gaf haar aardappelen te schillen om ze bezig te houden. Zij schilde, schilde, als voor een leger. Wij brachten allemaal onze aardappelen bij mijn zuster en dan kreeg zij die van madame van boven en van een paar buren óók nog, want toen ze eens geprobeerd hadden haar een emmer reeds geschilde aardappelen nog eens te doen overschillen, wegens gebrek aan voorraad, toen had zij 't gemerkt en warempel gezegd ‘die zijn al geschild’.
Toen zij niet meer schillen kon, omdat handen en oogen niet goed meer samenwerkten, toen gaf mijn zuster haar wol en kapok te pluizen dat door het beslapen tot harde nopjes verworden was. Het maakte veel stof, en moeder zelf was een en al pluis, van kop tot teen.
Zoo ging het maar steeds door, bij nacht zoowel als bij dag: dommelen, pluizen, dommelen, pluizen. En daar af en toe een glimlach doorheen, God weet tot wie.
Van mijn vader, die pas een jaar of vijf dood was, wist zij niets meer af. Die had nooit bestaan, al hadden zij negen kinderen gehad.
Wanneer ik haar kwam bezoeken sprak ik wel eens over hem om te probeeren zoodoende hare levensgeesten weer aan te wakkeren.
Ik vroeg haar dan of zij waarachtig Krist niet meer kende, want zoo had hij geheeten.
Zij deed zich vreeselijk geweld aan om mij te volgen. Zij scheen te begrijpen dat zij iets begrijpen moest, kwam voorover in haren zetel en staarde mij aan met een gespannen gezicht en zwellende slaapaders: een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid.”

 

 
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)
Laarmans (Willem Elsschots alter ego) op de stripmuur in de Antwerpse beeldverhaalroute.

Lees meer...