23-02-14

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

funeral in early spring

as the grave preacher recites
tired disingenuous clichés
on the glories of eternal life
a little girl wanders off
during her grandmother’s funeral
a girl of three or four
in her brand-new easter bonnet
bought three days earlier
with easter still weeks away

her mother had seemed horrified
at the girl’s fashion faux pas
but harried after weeks in the hospital
watching her own mother fade
she had reluctantly given in
to her daughter’s begs and cries
to wear the dress before its time

and now beneath the preacher’s words
the whispers grow among the spinsters
as they scowl at the impropriety
the very audacity of this splash of pink
gliding over the land of the dead

but the girl continues her dance
over the nearby graves
still far too young to pretend to understand
what it means to die

she dances along
her dress catching the breeze
floating upward as if buoyed by the souls
the memories
the empty silences
of the dead
flowing softly
into the promise of her silent womb

 

 

Twilight

These long stars
on

stalks
that have grown up

early
and are like

water
plants and that stand

in all
the pools and the lake

even
at the brim

of
the dark cup

before
your mouth these are

the one
slit star

 

 

 
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

Lees meer...

Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Nachtgesang des Kammervirtuosen

Du meine Neunte letzte Sinfonie!
Wenn du das Hemd anhast mit rosa Streifen ...
Komm wie ein Cello zwischen meine Knie,
und laß mich zart in deine Seiten greifen!

Laß mich in deinen Partituren blättern.
(Sie sind voll Händel, Graun und Tremolo.)
Ich möchte dich in alle Winde schmettern,
du meiner Sehnsucht dreigestrichnes Oh!

Komm, laß uns durch Oktavengänge schreiten!
(Das Furioso, bitte, noch einmal!)
Darf ich dich mit der linken Hand begleiten?
Doch bei Crescendo etwas mehr Pedal!

Oh deine Klangfigur! Oh die Akkorde!
Und der Synkopen rhythmischer Kontrast!
Nun senkst du deine Lider ohne Worte . . .
Sag einen Ton, falls du noch Töne hast!

 

 

Niedere Mathematik

Ist die Bosheit häufiger
oder die Dummheit geläufiger?
Mir sagte ein Kenner
menschlicher Fehler
folgenden Spruch:
"Das eine ist ein Zähler
das andere ein Nenner,
das Ganze - ein Bruch!"

 

 
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Als jongen op de muur van Villa Augustin (Kästner museum), Dresden 

Lees meer...

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

 

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

Uit : La Belle Hélène

“Philocome.
Oui, seigneur !
Calchas.
Et le Tonnerre ... a-t-on rapporté le Tonnerre ?
Philocome.
Pas encore !
Calchas.
Comment, pas encore ?
Philocome.
Non, seigneur, mais je l’attends !
Calchas.
Nous pouvons nous passer de Tonnerre aujourd’hui, la journée sera chaude : la fête d’Adonis présidée par notre grâcieuse souveraine ... puis l’assemblée des Rois et en leur présence le concours des jeux d’esprit.
Philocome.
Sans compter l’imprévu.
Calchas.
Une pareille journée ne se passera pas sans oracle ... et il n’y a pas d’oracle sans tonnerre ... il me faut mon tonnerre.
Philocome.
Le forgeron Eutycles m’a bien promis ... et le voici...”

 

 
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)
Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Dijon, Théâtre des Feuillants, 2011

Lees meer...

Ljoedmila Oelitskaja

 

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Oelitskaja groeide op in Moskou, waar ze biologie studeerde aan de Universiteit van Moskou. Daarna werkte ze aan het Academie-instituut in Moskou als wetenschapster op het terrein van de genetica en biochemie. Oelitskaja begon haar literaire carrière in de jaren tachtig als schrijfster voor het ‘Joods Theater’ en als scenarioschrijfster voor de film. Haar eerste novelle, Sonetjska (1992), was meteen een groot succes en de start van een snelle literaire carrière, ook internationaal. Haar bekendste roman is “Reis naar de zevende hemel” uit 2002: de geschiedenis van de Russische artsenfamilie Koekotski, een verhaal waarin het begrip vrijheid op alle mogelijke manieren centraal staat. Oelitskaja’s boeken werden in vele landen vertaald, ook in het Nederlands. Haar werk werd ook veelvuldig onderscheiden, onder meer met de Russische Bookerprijs (2002), de Orde van de Academische Palmen (2003), de Orde van Kunst en Letteren (2004) en de Man Booker International Prize (2009).

Uit:The Funeral Party (Vertaald door Cathy Porter)

“Something had happened to Alik's vision. Things disappeared and sharpened simultaneously. Densities altered and expanded. The faces of his friends became liquid, and objects flowing. But this flowing was pleasant rather than unpleasant, and revealed the connections between them in a new way. The corner of the room was cut off by an old ski, from which the dingy white walls ran off cheerfully in all directions. These undulations were halted by a female figure sitting cross-legged on the floor, touching the wall with the back of her head. This point, where her head touched the wall, was the most stable part of the picture.
Someone had raised the blinds and the light fell on the dark liquids in the bottles, shining green and gold on the window-sill. The liquids stood at different levels, and this xylophone of bottles suddenly recalled a youthful dream. In those years he had painted many still lifes with bottles. Thousands of bottles. Maybe more than he had drunk. No, he had drunk more. He smiled and closed his eyes.
But the bottles didn't go away: they stood there palely, like waving columns on the other side of his eyelids. He realized that this was important. The realization crept in slowly and hugely, like a loose cloud. Bottles, bottle rhythms. Music sounded. Scriabin's light-music. This had turned out on closer study to be thin, mechanical rubbish. He had gone on to learn about optics and acoustics, but these hadn't been the key to anything either. His still lifes weren't bad, just utterly irrelevant: he hadn't discovered the metaphysical still lifes of Morandi yet.
All those paintings had been blown away in the wind; none were left now apart from a few in Petersburg maybe, stored by his friends there, or by the Kazantsevs in Moscow. God, how they used to drink in those days. They had collected the bottles, taking back the ordinary empties, but the foreign ones and the old ones of coloured glass they kept.
The bottles standing on the tin flap which edged the roof of the Kazantsevs' house in Moscow were Czech beer-bottles of dark glass. No one could remember who had put them up there. In the Kazantsevs' kitchen was a low door leading up to the attic, and from the attic a window opened on to the roof. Irina once darted out of this window and ran across the roof. There was nothing unusual about this, they were forever running on to the roof to dance and sunbathe.”

 

 
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

16:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ljoedmila oelitskaja, romenu |  Facebook |

22-02-14

In Memoriam Leo Vroman

 

In Memoriam Leo Vroman

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Vroman is vanochtend op 98-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Fort Worth in de Verenigde Staten. Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Uitstel van het einde

Het advies in dit stakkergebouw
is: Blijf zo lang mogelijk bezig,
maar ik neem dat niet zo nauw
en ben dus flakkerend aanwezig.

Zo voel ik mij soms naar buiten zweven
als ik naar ons uitzicht kijk,
en ben, Bezig, dan weer even
in twee kamers tegelijk.

Dan weer, graag bij bliksemlicht,
moet ik nodig een gedicht
en ben een vleugelsinterklaas,
een onweerbare huispoweet
van fladderend meesterwerk, helaas
niet wetend hoe het onweer heet.

Duikelend schaam ik mij dan weer
voor mijn vlegelachtigheid
en de draad noodlottig kwijt
schrijf ik mij neer.

 

 

Steen

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

 

Sluiting

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Huid en haar

'Waar wacht je op?' vraagt Lea.
Ze draagt een zwarte wollen jas met een bontkraag, tweedehands gekocht. Ze kan zich zulke jassen niet nieuw permitteren. Lea reist lichtbepakt. Een rugzak, meer heeft ze niet nodig voor vijf dagen. Met een föhn krijg je de meeste kreukels uit je kleren.
Op haar knie ligt een hand. Maar een hand op een knie is nog geen intimiteit.
'Waarvan bent u precies een kenner?' had een professor haar die avond tijdens een staande receptie gevraagd terwijl hij schijnbaar terloops haar bovenarm aanraakte. Ze had het onprettig gevonden. De vraag en de aanraking.
Een uur daarvoor had ze haar jurk in de badkamer opgehangen aan de rail waaraan ook het douchegordijn was bevestigd en hem met de föhn behandeld. De kreukels gingen er minder goed uit dan ze had gehoopt. Morgenochtend gaat ze naar huis, dan kan ze haar jurk laten stomen.
Kenner. Een belachelijk woord. Je kunt het eigenlijk alleen ontkennend gebruiken, als in: 'Ik ben geen kenner van porseleinwerk.' Ze is een kenner van Rudolf Höss, dat moest ze toegeven.
'Höss,' had ze geantwoord. Vervolgens had ze zich geëxcuseerd met de woorden: 'Even kijken of hier nog meer mensen zijn die ik ken.'
In de verte, ingeklemd tussen een pilaar en een gesticule- rende man met een baard, had ze Roland Oberstein zien staan. Ze had de behoefte gevoeld om op hem af te stappen en zonder verdere plichtplegingen tegen hem te zeggen: 'Red mij.'
Pathetisch natuurlijk. Maar is hoop op redding niet per definitie pathetisch? Hebben we leren leven zonder hoop? Als we al redding zoeken, mogen we dan alleen diep in onszelf graven?
Ze weigert dit te aanvaarden.
De professor was achter haar aangelopen. 'Höss,' had hij gezegd, 'de commandant van Auschwitz. Boeiend. Had hij niet een verhouding met een gevangene in het kamp?”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook alle tags voor Morley Callaghan op dit blog. 

Uit:All the Years of Her Life

“The drug store was beginning to close for the night. Young Alfred Higgins who worked in the store was putting on his coat, getting ready to go home. On his way out, he passed Mr. Sam Carr, the little gray hair man who owned the store. Mr. Carr looked up at Alfred as he passed and said in a very soft voice, ''Just a moment, Alfred, one moment before you go.''
Mr. Carr spoke so quietly that he worried Alfred. ''What is it, Mr. Carr?''
''Maybe you'd be good enough to take a few things out of your pockets and leave them here before you go.'' Said Mr. Carr.
''What things? What are you talking about?''
''You've got a compact and a lipstick and at least two tubes of toothpaste in your pockets, Alfred.''
''What do you mean?'' Alfred answered. ''Do you think I am crazy?'' His face got red.
Mr. Carr kept looking at Alfred, coldly. Alfred did not know what to say and tried to keep his eyes from meeting the eyes of his boss. After a few moments, he put his hand into his pockets and took out the things he had stolen.
''Petty thieving, eh, Alfred?'' said Mr. Carr. ''And maybe you'd be good enough to tell me how long this has been going on.''
''This is the first time I ever took anything.''
Mr. Carr was quick to answer, ''So now you think you tell me a lie? What kind of a fool do I look like, hah? I don't know what goes on in my own store, eh? I/ tell you, you have been doing this for a long time.'' Mr. Carr had a strange smile on his face. ''I don’t like to call the police,'' he said, ''but maybe I should call your father and let him know I'm going to have to put you in jail.''
''My father is not home, he is a printer, he works nights.''

 

 
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

Lees meer...

21-02-14

Herman de Coninck, Chuck Palahniuk, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

 

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Mijn Moedertje

juist als ik bedenk hoe onnoemelijk mooi je rug
verandert in twee wonderen,
komt mijn moeder binnenvallen om nog avondijke
overschrijvingen te doen. we zoeken beide de vrede
des harten op nogal verschillende manieren.

ze komt om haar dagelijkse portie zoon.
ze zegt dat ik mijn voeten moet verwijderen
van de zetel van haar keuze, en laat er dan
haar achterste als een strandbal in neer.

op de schoot waar ik vroeger zat liggen
belastingformulieren die ze beter begrijpt.
het is niet haar fout dat ik mezelf ben,
echt niet. we zwijgen.

tot ze eindelijk slapengaat. ik plak
een zoen als een scheve postzegel
op haar kaak. ik lig een verdieping hoger wakker
dan zij. door de avond razen treinen
als lange aa's door lange ziekenzalen.

 

 

Cadeau

Het gaat niet over hebben, hooguit over krijgen.
Alléén ben ik degene die nooit praat,
maar met jou kan ik zwijgen.

Over wat voorbij is en nooit overgaat.
Over mijn vader. Over een vroegere vrouw.
Over hoe verliezen kan verrijken.

Neem een kind dat zijn eerste stappen zet.
Het gaat niet over hen vasthouden, maar over -zou
ik?- loslaten en lang kijken.

 

 

Flamingo's

Flamingo's op poten zo dun als de ff's
van mejuffer, of als twee sigarette-
pijpjes waaraan ze zuinig de rook
van zichzelf opzuigen: met dit soort
raffinementjes zetten ze zichzelf voortdurend
voorzichtig op stelten.

En hoe ze op één been staan, het andere
in hun veren opgeplooid als een handtas
onder de arm, deftige dames, wachtend op de tram
naar Rilke (psst, Germaine, laat niks merken,
daar zijn weer toeristen naar ons aan 't kijken!).

 

 
Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
Op een flyer

Lees meer...

20-02-14

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts

 

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

Zooals een kind

Zooals een kind, dat trouw aan moeders knie
Zegt, vóor het slapen gaat, dezelfde beê,
Elk' avond 't eigen woord van troost en vreê,
Napratend z'n moeder de oude litanie,
En 't legt zijn hoofd gerust neêr en gedwee,
Al weet het niet, wat het bidt of tot wien,
Maar bad het niet, dan zou 't zijn oog misschien
Niet luiken uit vage angst voor komend wee; -

Zoo zal mijn hart het goede blijven doen
Zonder verwachting van loon, zonder doel,
Alleen om 't goede zelf, omdat ik voel,
Dat 't zóo zal kunnen slapen in den nacht,
En leven tevreden, als de zon lacht
Over de bloemen van den zomernoen.

 

 

Uit:Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

Vierde strofe

De dagen lengen ongeteld tot weken;
al maanden ligt mijn schip ter reede op stroom;
en al dien tijd verkeer ik in hun stad,
een stil en onopmerklijk vreemdeling
die niemand zoekt en niemand van zich weert
en niemand aanstoot geeft. Met reede penningen
koop ik het weinige wat ik behoef,
en ding niet op hun overvragen af:
zoo won ik onbedacht hun brave hebzucht,
en niets blijkt over dat ik winnen kan;
voetstoots heeft hun verwondering aanvaard
den vreemden dwaas die niet de waarde kent
van geld en goed, wiens onbegrepen luim
hun eng-verdaaglijkscht leven doelloos deelt...
En onderwijl, als staâg en ongerept
achter den schijn van ondiep dageblauw
de groote gang der sterren zich voltrekt,
neemt hemelhoog het stille wonder stand.
Welhaast, misschien dez' eigen avond nog
(zoo zingt het voorgevoel van mijn geduld)
spreekt zich de trage bloode droomer uit,
de jongste broeder die mij nimmer moeit,
en dien ik nauwlijks op te merken lijk...
Hij vindt zijn moeder in het schemeruur,
met oogen als diepdonkre bloemen open,
en zucht dat hij niet langer leven kan
binnen de grenzen van het oude huis,
dat hij den broederen zijn erfdeel laat
en heen zal gaan den koelen einder in
vóordat de schaamte om onverdiend geluk
zijn liefde moordt tot onverschilligheid
zoodat hij haar niet meer beminnen zou...
Met de eerste sterren komt hij stil aan boord
en zet zich zwijgend op de bleeke plecht.
Dan gaat het breede witte zeil omhoog,
en met hem keer ik naar mijn verre land.

 

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Lees meer...

19-02-14

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Dmitri Lipskerov, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: The Sorrows of an American

“The day Inga and I began working, the weather outside was heavy. Through the large window, I looked at the thin layer of snow under an iron-colored sky. I could feel Inga standing behind me and hear her breathing. Our mother, Marit, was sleeping, and my niece, Sonia, had curled up somewhere in the house with a book. As I pulled open a file drawer, I had the abrupt thought that we were about to ransack a man’s mind, dismantle an entire life, and without warning a picture of the cadaver I had dissected in medical school came to mind, its chest cavity gaping open as it lay on the table. One of my lab partners, Roger Abbot, had called the body Tweedledum, Dum Dum, or just Dum. “Erik, get a load of Dum’s ventricle. Hypertrophy, man.” For an instant I imagined my father’s collapsed lung inside him, and then I remembered his hand squeezing mine hard before I left his small room in the nursing home the last time I saw him alive. All at once, I felt relieved he had been cremated.
Lars Davidsen’s filing system was an elaborate code of letters, numbers, and colors devised to allow for a descending hierarchy within a single category. Initial notes were subordinate to first drafts, first drafts to final drafts, and so on. It wasn’t only his years of teaching and writing that were in those drawers, but every article he had written, every lecture he had given, the voluminous notes he had taken, and the letters he had received from colleagues and friends over the course of more than sixty years. My father had catalogued every tool that had ever hung in the garage, every receipt for the six used cars he had owned in his lifetime, every lawnmower, and every home appliance—the extensive documentation of a long and exceptionally frugal history. We discovered a list for itemized storage in the attic: children’s skates, baby clothes, knitting materials. In a small box, I found a bunch of keys. Attached to them was a label on which my father had written in his small neat hand: “Unknown Keys.”

 

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Lees meer...

18-02-14

Nick McDonell, Toni Morrison, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Gaston Burssens

 

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: Twelve

“And White Mike ran after them, barking and howling, and Hunter ran after him, and White Mike let them get away after a couple blocks. Hunter put White Mike in a cab, but he had to convince the cabbie to take White Mike, and pay him in advance. The cabbie was jumpy and looked in the mirror at White Mike the whole ride. White Mike had his head out the window, staring at the pedestrians. When White Mike got home and collapsed in his bed with his shoes and clothes still on, his last thought before sleep was Why not? He had been awake for three days.
White Mike gets out of a cab on Seventy-sixth Street and Park Avenue. He looks at the number of the cab: 1F17. He memorizes the number every time he gets out of a cab, in case he leaves anything behind. This has never happened.
Down Park Avenue there are Christmas lights wrapped around all the trees and bushes, and the wires give the snow better purchase, so the frost hangs low from the branches. When the lights turn on at night the trees almost disappear between the bulbs, and the disembodied points of light outline jagged constellations in the dark air. It is getting past dusk, and White Mike remembers one night, years ago, when his mother was still alive and she sat on the edge of his bed, tucking him in for the night, and told him about Chaos Theory. White Mike remembers exactly what she said. The story she told him was about how if a butterfly died over a field in Brazil and fell to the ground and made a mouse move or a tiny shoot of grass bend, then everything might be different here, thousands and thousands of miles away.
"How come?",he asked.
"Well, if one thing happens and changes something else, then that thing changes something else, right? And that change could come all the way around the world, right here to you in your bed." She tweaked his nose."Did a butterfly do that?"
"Did the butterfly die?",he asked her back.
The lights on Park Avenue suddenly turn on. White Mike can feel his beeper vibrating again.”

 

 
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)
Chace Crawford als Mike in de film “Twelve” uit 2010

Lees meer...

Maarten Mourik

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923 als zoon van een boer die later gemeenteambtenaar werd. In de Tweede Wereldoorlog verbleef hij als dwangarbeider in Bernau in Duitsland. In 1946 trad hij in dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij was van 1978 tot 1985 ambassadeur van Nederland bij de UNESCO. Hij ging in 1988 met pensioen. Na zijn pensionering richtte Mourik in 1990 het Nederlands-Vlaamse 'Comité Buitenlands Cultureel Beleid' mee op, dat zich inzette voor een meer actief buitenlands cultureel beleid. Mourik werd echter vooral bekend na zijn loopbaan toen hij in januari 2001 een aanklacht indiende tegen Jorge Zorreguieta wegens 'misdaden tegen de menselijkheid'; hij had opdracht gegeven aan de Amsterdam International Law Clinic, later aan de advocaten Britta Böhler en Liesbeth Zegveld om te onderzoeken of aangifte mogelijk was. Het Nederlandse Openbaar Ministerie besloot na die aanklacht dat in Nederland niet tot vervolging kon worden overgegaan. Over zijn strijd tegen Zorreguieta publiceerde hij in het boek "Dubbelgevecht", waar hij ook zijn eigen strijd na een beroerte beschreef. In dit boek onthulde hij dat toenmalig algemeen secretaris van Beatrix der Nederlanden, Philip de Heer, een poging had gedaan Mourik van aangifte tegen Zorreguieta af te houden.

 

Nomade

En elke keer opnieuw dan loopt
men in de val van eigen dromen;
hoe vaak al heb ik niet gehoopt
in de oase aan te komen
waar niets meer tot vertrekken noopt,
met altijd groenend gras en bomen,
en water dat men krijgt, niet koopt.
Maar aan het lot is niet te ontkomen.

Want men voert met zich mee de beesten
waarvan men dienaar is en heer,
maar ’t eerste altijd nog het meeste
en zo bevuilt men keer op keer
wat paradijs had kunnen zijn,
en drijft zichzelf in de woestijn.
 

 

Het Vijfde Seizoen

Boven onze hoofden zwenken 
de trekvogels terug naar 't Noorden; 
onder onze voeten breken 
narcissen door het herfstig gras; 
hoewel de nachten langer worden 
lengen nu ook de dagen weer;
- er is absoluut geen twijfel mogelijk: 
dit jaar brengt ons een tweede lente.

 

 

 
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maarten mourik, romenu |  Facebook |

17-02-14

Shahrnush Parsipur, Sadegh Hedayat, Mo Yan,Yevgeni Grishkovetz, Frederik Hetmann, Emmy Hennings

 

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

Uit: Touba and the Meaning of Night (Vertaald door Kamran Talattof and Havva Houshmand)

“Haji Adib thought about the women, "They can think." Something had been shaken in him again, just as the first time he had seen the globe. Haji Adib thought, "Very well, you know that the earth is round, you knew it very well. But then why so much anxiety?" This knowledge threw him rapidly into depths of thought. In his studies he had read that some of the Greek philosophers had hypothesized the roundness of the earth. He knew that the scientists of the east also had knowledge of this fact. At least, a few of them knew it. Then Galileo had come and proven it. Haji Adib knew all of this, yet he wanted to continue believing in the squareness of the earth.
He sat on the edge of the octagonal pool and leaned his head on his left arm. He needed to understand why he wanted the earth to remain square. Impatiently, he wanted to throw aside any thought of the sleeping lady earth. But the thought would not leave him, spinning in the sphere of his mind.... Who was it who said that slaves were merely tools that spoke? Haji Adib had at last found a thought to keep him from dwelling on the sleeping lady of the earth. Who said it? Perhaps it was a Roman. He raised his eyebrows, but it would not come to him. He could not remember.
Who was it who had said, "Let us shut the books and return to the school of nature?" Again, his memory failed him. What had been the use of all his reading, he thought.
On the ground, ants were coming and going in a straight line. Haji Adib placed his index finger in the way of one of the ants. The ant stopped, shook his antennae, then climbed up his finger. Now that the earth was round, everything took on a different meaning. The ant walked aimlessly up and down Haji Adib's finger. Without doubt, Rumi had been right: Nature progressed, ascended, and was always becoming. But did an ant think? Perhaps it had some kind of thought process. Not everything could be Haji Adib's sole possession, particularly thought.”

 

 
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

Lees meer...

16-02-14

Dolce far niente (Charles Simic), Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze

 

Dolce far niente (Bij een huwelijksjubileum)

 

 

 
De ouderdom door Eduard Adrian Dussek, z.j.

 

 

Old Couple

They’re waiting to be murdered,  
Or evicted. Soon
They expect to have nothing to eat.  
In the meantime, they sit.

A violent pain is coming, they think.
It will start in the heart
And climb into the mouth.
They’ll be carried off in stretchers, howling.

Tonight they watch the window  
Without exchanging a word.  
It has rained, and now it looks  
Like it’s going to snow a little.

I see him get up to lower the shades.  
If their window stays dark,
I know his hand has reached hers
Just as she was about to turn on the lights.

 

 

 
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

Lees meer...