19-11-14

Scott Cairns, Sharon Olds, Mark Harris, Karel van den Oever, Christoph Wilhelm Aigner, Alan Tate

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Imperative

The thing to remember is how
Tentative all of this really is.
You could wake up dead.

Or the woman you love
Could decide you’re ugly.
Maybe she’ll finally give up
Trying to ignore the way
You floss your teeth as you
Watch television. All I’m saying
Is that there are no sure things here.

I mean, you’ll probably wake up alive,
And she’ll probably keep putting off
Any actual decision about your looks.
Could be she’ll be glad your teeth
are so clean. The morning could
be full of all the love and kindness
you need. Just don’t go thinking
you deserve any of it.

 

 

Possible Answers to Prayer

Your petitions—though they continue to bear  
just the one signature—have been duly recorded.  
Your anxieties—despite their constant,

relatively narrow scope and inadvertent  
entertainment value—nonetheless serve  
to bring your person vividly to mind.

Your repentance—all but obscured beneath  
a burgeoning, yellow fog of frankly more  
conspicuous resentment—is sufficient.

Your intermittent concern for the sick,  
the suffering, the needy poor is sometimes  
recognizable to me, if not to them.

Your angers, your zeal, your lipsmackingly  
righteous indignation toward the many  
whose habits and sympathies offend you—         

these must burn away before you’ll apprehend  
how near I am, with what fervor I adore
precisely these, the several who rouse your passions.

 

 
Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

Lees meer...

18-11-14

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Klaus Mann, Seán Mac Falls, Richard Dehmel, Eugenio Montejo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

Uit: Chaos en Rumoer 

“En er veranderde niets. Je blééf slap en laf en bang – met dit verschil dat aan de andere kant van de lijn iemand aan je stem kon horen hoe slap en laf en bang je was. Een antwoordapparaat leek het perfecte redmiddel. Maar vrijwel iedereen die een boodschap insprak, eindigde met het verzoek om terug te bellen. Zo schoot je nóg niets op. Als het aan hem had gelegen, waren Karin en hij indertijd telefoonloos gaan samenwonen. Maar kennissen hadden hem bezworen dat je dat een vrouw niet kon aandoen.
Uiteindelijk bleek Otto’s bekentenis over zijn beschamende improductiviteit toch nog ergens goed voor te zijn, want Karin en hij bereikten een compromis inzake de telefoon. Het toestel ging niet de deur uit – dat weigerde Karin – maar wel vroegen zij een geheim nummer aan. Verder annuleerde Karin namens Otto, die zich al drukbezet en geclaimd voelde met één afspraak in het verschiet, de twee lezingen die hij had staan voor de komende maanden. Zo vielen ook de laatste drukkende verplichtingen weg, en Otto had goede moed dat het schrijven alsnog zou gaan lukken.
Maar toen de telefoon stil bleef en zijn agenda bevrijdend leeg was, begon hij zich te ergeren aan het zoemen van de ventilator in zijn computer. Bovendien was het licht in zijn werkkamer niet goed.
Tussen tien en twaalf uur viel een hinderlijke streep ochtendlicht diagonaal over zijn tafelblad en ’s middags scheen de zon vol op het raam. Zo zou het niemand lukken iets van belang te schrijven. En hij moest ook nodig een nieuwe bureaustoel.
Otto bevestigde een donkerblauw rolgordijn voor het raam. Nu kwam er een onheilspellende duisternis in zijn werkkamer te hangen. Dat was ook weer niet de bedoeling. Hij kocht tweedehands lamellen. Maar die maakten een hinderlijk flappend geluid wanneer het tochtte in huis.”
 


Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963)

Lees meer...

Thomas Möhlmann

 

De Nederlandse dichter en schrijver Thomas Möhlmann werd geboren in Baarn op18 november 1975. Möhlmann studeerde moderne Nederlandse letterkunde in Amsterdam. Hij is gastredacteur van de Avonden van dichtcentrum Perdu en medewerker van het poëzietijdschrift Awater. Ook werkt Möhlmann voor het Nederlands Letterenfonds. Verder is Möhlmann redacteur van Poetry International Web en Lyrikline. Als docent Creative Writing is hij verbonden aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.Möhlmann was medeoprichter van poëzietijdschrift 'Zanzibar' en de website Literair Nederland. Hij trad op bij Crossing Border, het Poëziecircus, Lowlands en De Nacht van de Poëzie. Zijn debuutbundel uit 2005, “De vloeibare jongen”, werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2009 volgde de tweede bundel “Kranen open”. Gedichten van zijn hand verschenen onder andere in Het liegend konijn, Nymph, Bunker Hill, Tzum en Die Aussenseite des Elementes (tweetalig).

 

Hij is de man

Hij vouwt bootjes van zijn dromen, blaast zachtjes
om niemand wakker te maken hun papieren zeilen
vol en kijkt ze zachtjes zachtjes na tot uit het raam

hij houdt als de ochtend aan komt rollen de kozijnen
en de lijsten rond de foto's op hun plaats en wacht
tot alles bedaart en iedereen aan het ontbijten slaat

hij houdt de hele dag de kleine en de grote wijzer
aan de praat, hij houdt de straat tot het schemeren gaat
in de gaten, als een jas passen hem de gang en de wanden

als een spijker hangt aan hem het huis

hij is de man die 's nachts de vuilniszakken leegt
de lepels in de la legt, de grote en de kleine
jassen aan de kapstok aan hun lusjes hangt.

 

 

Kranen open

Voor het eerst sinds hij hier zit
neemt hij zijn handen voor zijn ogen weg
neemt hij met de rand van zijn rechtermouw
het vocht van zijn gladde voorhoofd af

er trekt een rimpeling over en in
het water buiten het licht binnen

een muntje in zijn herinnering
in zijn kamer met uitzicht voor

het eerst sinds hij hier zit zoeken losse vormen
hun eigen huid weer op de een keert terug
als kast de ander als koffer als knie

voor het eerst telt hij het aantal gaten
waardoor van onderaf helemaal bovenaan kop
en staart van een van zijn veters elkaar vinden

 

 

 
Thomas Möhlmann (Baarn, 18 november 1975)

18:39 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thomas möhlmann, romenu |  Facebook |

Pauline Genee

 

De Nederladse schrijfster Pauline Genee werd geboren op 18 november 1968 in Heemskerk. Zij volgde het Pius-X-College in Beverwijk. Na een studie Frans en Russisch werkte Genee in verschillende functies bij Buitenlandse Zaken. Ook volgde zij de vierjarige opleiding van Schrijversvakschool Amsterdam in de richting proza. Sinds 2011 combineert ze het schrijven met werk als freelancer. Haar verhaal ‘Russische stilte’ werd in Tirade gepubliceerd. Haar romandebuut “Duel met paard” verscheen in 2014.

Uit: Duel met paard

“Weinig schoft, een lage staartinzet, de zwaanachtige hals van een arabier: kenners zouden in het dier een Orlov-draver hebben herkend. Een Russisch sledepaard, zeer geschikt voor de lange afstand, elegant op zijn snelle, gespierde benen. Expressieve ogen in een groot, edel hoofd.
Het publiek dat op de binnenplaats om het dier samendromde, zag niks geen Russisch raspaard. Wat voor draver? Voor hen stond een heel gewoon dier, mooi dofglanzend in zijn vacht, dat wel, maar verder: niets bijzonders. Een Berlijns rijtuigbeest, de stad wemelde ervan. Was dit hem nou?
De dames en heren die de binnenplaats van Griebenowstrasse 10 op liepen kwamen niet voor een stamboekoverzicht. Zij hadden het middagblad gelezen een paar dagen geleden. ‘Berlijns eigen wonderpaard! Exclusief in de Allgemeine!’ De krantenjongen had de kop luid over de Friedrichstrasse geschald. In de cafés was het dier boven de bierpullen over de tong gegaan. In de Zionskirche was er tot op de voorste banken over gefluisterd – zelfs tijdens de preek. En in korte tijd nam het verhaal zulke fantastische proporties aan dat niemand meer wist wat te geloven.
Het was zaak zelf te gaan kijken.
Op de binnenplaats, voor zijn getimmerde stalhok, stond het paard verveeld aan zijn strootjes te knabbelen. Voor wie niet beter wist, verschilde het in niets van de duizenden viervoeters die dag na dag hun vrachtjes door de stad trokken: de bierwagen van Aschinger’s Bierquelle, de melkkar, de overvolle omnibus. Geduldig deden de Berlijnse paarden hun werk, hun dienstbaarheid leek wel aangeboren en protesteren deden ze nooit, al zag wie goed keek hun loom schuddende hoofden soms bedenkingen aantekenen: bij het groeiend aantal automobielen in de stad . hinderlijk, dat ronkend gespuis voor je benen. En die elektrische trams — sinds kort met bovenleidingen uitgerust, dat gaf flitsen waar je vreselijk van kon schrikken. Wat was er mis met stoom. en accuaandrijving? Waar waren al die nieuwigheden voor nodig?”

 

 
Pauline Genee (Heemskerk, 18 november 1968)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pauline genee, romenu |  Facebook |

17-11-14

Joost van den Vondel, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Max Barthel, Pierre Véry

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Op de Vijf Zinnen

’t Misbruik der zinnen werkt in ’t einde pijn en smart,
Doch ’t redelijk gebruik vernoegt des mensen hart;
Dat ’s aardse zaligheid. Wie wenst hier groter goed,
Als, in ’t gezonde lijf, een gans vernoegd gemoed?

HET GEZICHT.

De blinde, die weleer aanschouwde ’t lieve licht,
Kan tuigen, wat het zij te missen het gezicht,
Te wroeten, als de mol, in duisternisse en dromen.
De blinde is hallef dood; men leeft door ’t oog volkomen.

HET GEHOOR.

Het redelijk begrijp, in ons het Godlijk deel,
Veroorzaakt tussen mens en dier een groot verscheel;
Maar och! wat zou het zijn, ontbeerden wij de spraak?
En nog waar beide niet, zo ons ’t gehoor ontbraak’.

DE REUK.

D’ ontloken rode roos heeft niet dan blad en kleur,
Bij reukeloze neus, niet snuffende de geur;
De reuk des geurs verkwikt het kwijnend hart des zieken,
En bindt aan ’t lijf de ziel, die vlug was met haar wieken.

DE SMAAK.

De smakeloze tong wordt met geen lust gevoed,
Zij weet van wrang noch zout, noch bitterheid, noch zoet.
De zoete saus is smaak, al schafte zelf Jupijn;
Want, waar de smaak ontbreekt, daar kan niet lekkers zijn.

HET GEVOEL.

’t Gevoelen is de min, waar naar het alles jankt.
Het kittelt zelf Jupijn, zodat hij ’t zich bedankt.
Men neem ’t gevoelen weg, zo treurt het welig wicht,
Met fakkel zonder vlam, met koker zonder schicht.

 

 
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Portret door Jan Lievens, 1660

Lees meer...

Guido van Heulendonk

 

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Hij schrijft romans, verhalen en essays. Terugkerend thema in zijn werk is het noodlot en de (vaak negatieve) gevolgen die toevallige omstandigheden kunnen hebben op het leven, de maatschappelijke positie en relaties van de personages in zijn verhalen. Na een studie Germaanse filologie aan de Universiteit Gent was van Heulendonk werkzaam als docent Engels en Nederlands. Later doceerde hij Engels aan het Gentse Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs. In 1983 werd in het Nieuw Vlaams Tijdschrift voor het eerst een verhaal van Heulendonk gepubliceerd, met de titel “Het vierde woord”. Ruimere bekendheid verwierf hij twee jaar later, na het verschijnen van zijn eerste roman “Hoogtevrees”, waarvoor hij een aanmoedigingsprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen ontving. Ook werd de roman voor de BRT verfilmd. Voor zijn roman “Paarden zijn ook varkens” ontving van Heulendonk in 1996 de De Gouden Uil Literatuurprijs in de categorie fictie.

Uit: Paarden zijn ook varkens

“Aan Bottelaers oog flitste een tv-fragment voorbij, een kunstprogramma dat allang was opgedoekt: iemand met een baard en een pijp liep door het Gentse stadscentrum, een bandopnemer aan een riem om de schouder, via een lange buis hield hij een microfoon bij zijn stappende voeten. Later zou de opname naar een stad in Amerika worden gestuurd (was het New York?), en daar ingebouwd worden in een of andere happening. Akoestische transplantatie van een Europese stadswandeling.
‘Wat vind je ervan? vroeg Helena.
Schitterend, zei hij.
Ze legde haar hand op zijn arm, drukte.
‘Wil je meewerken?’
Bottelaer keek naar haar vingers, registreerde de aanraking, zijn hart voelde alsof hij te bruusk in een heet bad was gestapt.
Met alle plezier, zei Als 2e dat wenste zou hij drie weken lang de hondenpoep van de Vrijdagmarkt schrapen. Nee, niet lachen, dat meende hij. Trouwens: hij nam aan dat er geen beperkingen waren wat de aard van de voorwerpen betrof?
Nee, alles kon, zei Helena. Als er maar een reden, een bewuste uitverkiezing was. Iets wat het object onherroepelijk aan de tijdruimte verbond. Gent-onder-haar-afwezigheid belichamen, samenvatten in materie, daar ging het om.
Ze houdt van mij, dacht Bottelaer. Als dit niet betekent dat ze van rne houdt, dan weet ik er niets meet van. Hij had zin om te roepen, zag moéddzins hoog afgetekend tegen een helblauwe lucht. Hij hield de kelner staande en bestelde twee sherry’s: om te klinken op het project, zei hij.”

 

 
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: guido van heulendonk |  Facebook |

Archibald Lampman

 

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861in Morpeth, Ontario. Lampman stamde uit een van oorsprong Nederlandse familie, die tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog het Amerikaanse Pennsylvania verliet en zich vestigde in Ontario. Zijn vader was een Anglicaans geestelijke. Lampman bezocht Trinity College, Toronto, waar hij in 1882 afstudeerde. Vervolgens gaf hij enige tijd les op een high school, maar dat was geen succes. Daarna ging hij werken bij de posterijen in Ottawa. Hij overleed op 38-jarige leeftijd aan een hartkwaal en werd begraven op Beechwood Cemetery, een begraafplaats die hij zelf in een van zijn gedichten had beschreven. Lampmans oeuvre was beperkt in omvang. Het bestond uit slechts twee gedichtenbundels die tijdens zijn leven verschenen. Niettemin wordt hij gezien als een van de eerste belangrijke Canadese dichters. Zijn werk is gebaseerd op Europese voorbeelden uit met name de romantische literatuur. Ook na zijn dood werden nog werken van hem gepubliceerd.

 

What Do Poets Want With Gold?

What do poets want with gold,
Cringing slaves and cushioned ease;
Are not crusts and garments old
Better for their souls than these?

Gold is but the juggling rod
Of a false usurping god,
Graven long ago in hell
With a sombre stony spell,
Working in the world forever.
Hate is not so strong to sever
Beating human heart from heart.
Soul from soul we shrink and part,
And no longer hail each other
With the ancient name of brother
Give the simple poet gold,
And his song will die of cold.
He must walk with men that reel
On the rugged path, and feel
Every sacred soul that is
Beating very near to his.
Simple, human, careless, free,
As God made him, he must be:
For the sweetest song of bird
Is the hidden tenor heard
In the dusk, an even-flush,
From the forest's inner hush,
Of the simple hermit thrush.

What do poets want with love?
Flowers that shiver out of hand,
And the fervid fruits that prove
Only bitter broken sand?

Poets speak of passion best,
When their dreams are undistressed,
And the sweetest songs are sung,
E'er the inner heart is stung.
Let them dream; 'tis better so;
Ever dream, but never know.
If the their spirits once have drained
All that goblet crimson-stained,
Finding what they dreamed divine,
Only earthly sluggish wine,
Sooner will the warm lips pale,
And the flawless voices fail,
Sooner come the drooping wing,
And the afterdays that bring,
No such songs as did the spring.

 

 
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: archibald lampman, romenu |  Facebook |

16-11-14

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Remembrance Day

Your proclaimed mourning
your flag at half-mast your
solemn face your smart backward
step and salute at the flowered
foot of empty graves your
glorious words-none, nothing
will their spirit appease. Had they
the choice they would gladly
have worn for you the same
stricken face gladly flown
your droopéd flag spoken
your tremulous eulogy-and
been alive. . . . Admittedly you
suffered too. You lived wretchedly
on all manner of gross fare;
you were tethered to the nervous
precipice day and night; your
groomed hair lost gloss, your
smooth body roundedness.
Truly
you suffered much. But now
you have the choice of a dozen
ways to rehabilitate yourself.
 

Pick any one of them and soon
you will forget the fear
and hardship, the peril
on the edge of the chasm. . . . The
shops stock again a variety
of hair dyes, the lace and
the gold are coming back; so
you will regain lost mirth
and girth and forget. But when,
how soon, will they their death? Long,
long after you forget they turned
newcomers again before the hazards
and rigors of reincarnation, rude
clods once more who once had borne
the finest scarifications of the potter's
delicate hand now squashed back
into primeval mud, they will
remember. Therefore fear them! Fear

their malice your fallen kindred
wronged in death. Fear their blood feud;
tremble for the day of their
visit! Flee! Flee! Flee your
guilt palaces and cities! Flee
lest they come to ransack
your place and find you still
at home at the crossroad hour. Pray
that they return empty-handed
that day to nurse their red-hot
hatred for another long year. . . .
Your glorious words are not
for them nor your proliferation
in a dozen cities of the bronze
heroes of Idumota. . . . Flee! Seek
asylum in distant places till
a new generation of heroes rise
in phalanges behind their purified
child-priest to inaugurate
a season of atonement and rescue
from fingers calloused by heavy deeds
the tender rites of reconciliation

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

Hugo Dittberner, Birgitta Arens, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Frühlingslied

Es ist wahr, der Frühling ist da!
Das Rotkehlchen bläht die über-
mütige Brust, als gehöre der Garten
ihm. Die Kinder lassen die Mützen im
Schrank und wandern zu Abenteuern
im fernen Rebhuhn-Gesträuch. In den
Lüften streiten sich Krähen und
Baumfalken um günstige Hoch-
sitze. Und hier unten, in den Stuben,
das muß gesagt werden, öffnen die Herz-
kranken die Fenster und blasen ein
bißchen die Backen, die Fanfare,
vielleicht fürs allerletzte Jahr.
Ist es wahr, ist der Frühling
hier? Ein ländlicher Frühling, über den
klumpige Wolken dahinfliegen, sich auf-
lösen oder Wasser herablassen, ganz
nach Verdienst? Wer hofft, wäscht
die Fenster; wer im Mißmut nistet,
zieht die Gardinen beiseite und zeigt
sein Gesicht, das winterliche, damit es
die Nachbarn noch einmal fröstele.

 

 
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)

Lees meer...

Frits van der Meer

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Van der Meer volgde het Magister Alvinus-gymnasium in Sneek. Hij besloot in 1919 priester te worden en volgde de middelbare opleiding op het Aartsbisschoppelijk Kleinseminarie in Culemborg. Daarna studeerde hij tussen 1924 en 1928 aan het Groot-seminarie Rijsenburg en werd op 22 juli 1928 tot priester gewijd. In 1932 begon hij christelijke archeologie te studeren aan het Pontificio Istituto di Archeologia Cristiana in Rome. Hij promoveerde in 1934 op een iconografisch proefschrift over de representaties van de Apocalyps. In 1939 werd hij benoemd tot lector aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. In 1941 verscheen zijn Catechismus die in vele edities veel katholieke huisgezinnen zou bereiken. Hij werd in 1946 bijzonder hoogleraar christelijke archeologie en liturgie. Internationaal maakte hij naam met zijn studie naar Aurelius Augustinus, Augustinus de zielzorger uit (1947). In 1955 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar Schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, christelijke archeologie en iconografie. Hij stond bekend als een zeer enthousiast docent. Met de bestuurlijke kant van het hoogleraarschap hield hij zich niet bezig en hij bezocht ook vrijwel nooit congressen of symposia. Hij had een aansprekende en bevlogen stijl van schrijven, waaruit een sterk religieus besef sprak. Zijn Atlas van de Westerse beschaving (1951) en Atlas van de Oudchristelijke wereld (1958) zijn in diverse talen vertaald en worden internationaal nog steeds door zowel studenten als docenten veel gebruikt. Na zijn emeritaat in 1974 woonde hij in het Lentse klooster Huize St. Jozef bij de Zusters Franciscanessen van Waltbreitbach alwaar hij dagelijks de Mis opdroeg en werkte aan enkele iconen en publicaties. Van der Meer werd in 1950 gevraagd als lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1964 ontving hij de P.C. Hooft-prijs. In 1978 verscheen een herdruk van zijn rijkelijk geïllustreerde proefschrift uit 1938 gelijktijdig in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. Hij ontving in 1980 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen.

Uit:: Ten huize van…Prof. dr. Frits van der Meer (interview door Joos Florquin, 1975)

Men begint in zijn leven zo maar niet op zekere dag ikonen te schilderen. Men moet er toch wat van kennen, begaafd zijn.

Dat is een verhaal op zichzelf. Als kleine jongen al was ik bezeten door het tekenen. Aan de pianoles had ik een grondige hekel maar als ik kon tekenen, was ik echt gelukkig. Het is meer dan een keer gebeurd dat ik tijd en uur vergat en tot diep in de nacht bleef zitten doortekenen in het prieel in onze tuin, zelfs in november als het koud was. Opeens verscheen dan mijn vader met zo een ouderwetse lantaarn in de hand en zonder een woord te zeggen, gaf hij met zijn duim een duidelijk teken!
Dat tekenen was dus een echte passie maar toen ik priester ben geworden, heb ik het opgegeven en heb ik het meeste weggedaan. Wat ik aan tekeningen uit die tijd nog bezit, werd door anderen gered.
Nu heb ik een zuster die een jaar jonger is dan ik en die leeft nu apart in een kluis in Friesland. Ze behoort tot de orde van de Karmel. Die zuster heeft het ikonen tekenen geleerd van een Rus uit Parijs. Ze maakt er van alle soorten, grote en kleine, maar ze zijn alle verrukkelijk. Ze zijn ook erg gevraagd en ze verdient er aardig haar brood mee, wat het klooster ten goede komt en dat is nodig.
Zij is het, samen met de oude organist hier in huis, die er mij toe hebben gebracht me ook op het ikonen tekenen toe te leggen. Mijn zuster zei: je bent straks 70 en dan ben je geen hoogleraar meer en dan heb je wat anders te doen. Alhoewel ik in 40 jaar geen penseel meer heb aangeraakt, gaat het me wel enigszins van de hand. Je hebt er niet veel voor nodig: een tekenplank, wat aardverven, eierdooiers, water en penselen. Ik kan er mijn weg in vinden omdat ik de voorschriften van de ortodokse kerk goed ken. Daarbij gaf Martine mij een receptenboek.
Wat ik maak, zijn geen kopieën. Het is allemaal vrij uitgedacht. De personages hebben vaak het gezicht van iemand die ik ken. Zo heeft de H. Maagd op haar sterfbed het gezicht van mijn moeder.”

 

 
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
Hier links bij de uitreiking van de P. C. Hooftprijs in 1964

12:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frits van der meer, romenu |  Facebook |

15-11-14

Jan Terlouw, Wolf Biermann, Clemens J. Setz, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Heinz Piontek, Liane Dirks, Marianne Moore

 

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

Uit: Briefgeheim

“"Eva en Jackie hadden het grootste deel van de zaterdag samen doorgebracht. Dat was niets ongewoons. Ze waren bezig aan de laatste paar maanden van de basisschool, en al vanaf de eerste klas waren ze hartsvriendinnen. Ze woonden in dezelfde laan, niet meer dan een paar huizen van elkaar.
Verschillend waren ze overigens wel, die twee. Eva tenger, magere schouders en armen, een beetje bangig ook. Jackie hoog op de benen, een hardloopster van jewelste, altijd te vinden voor een geintje. Ze durfde ongeveer alles, en volgens Eva was ze mateloos brutaal. Verder had ze een broer, terwijl Eva van Zuilen enig kind was. Tja, die broer, Thomas Smit van Zevenbergen. Hij was elf, een jaar jonger dan zijn zusje, maar veel respect voor haar toonde hij niet. Hij verbeeldde zich dat hij veel sterker was dan zij, maar dat was niet bewezen. Als ze ruzie hadden won degene die het kwaadst was, en dat wisselde nogal eens
Thomas kon enorm goed gooien met stenen. Hij kon bijvoorbeeld de wijzerplaat van de kerktoren raken met een steen, en deed dat dan ook geregeld. De wijzers raken, dat was even iets moeilijker, dat lukte niet zo vaak. Het was een keer gebeurd dat ze om vijf over halfnegen langs de toren kwamen, terwijl de school al om half begon. Toen had Thomas zijn meesterworp gedaan. Met een driehoekige kei had hij het vijf vóór halfnegen gemaakt en daarna waren ze hard naar school gehold. ‘Schoolblijven,’ had de meester gezegd, maar Jackie had op de torenklok gewezen, die je vanuit het lokaal kon zien, en ze had gezegd dat het nog niet eens half was. En toen zei de meester dat de klok achterliep, maar goed, schoolblijven hoefde dan niet. Dat was een grote dag voor Thomas. Om elf uur zat hij nog te glunderen, of was het tien over elf?"

 

 
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

Lees meer...

Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Lucien Rebatet, Janus Secundus

 

De Poolse dichter en schrijver Antoni Słonimski werd geboren op 15 november 1895 in Warschau. Zie ook alle tags voor Antoni Sionimski op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

ELÉGIE POUR LES VILLAGES JUIFS

Ils n’existent plus, en Pologne, les villages juifs, non
A Hrubieszów, Karczew, Brody ou Falenica,
En vain tu cherches la lueur des bougies allumées
Et tends l’oreille vers le chant de la synagogue de bois.

Disparus les derniers vestiges, le saint-frusquin des juifs,
Recouvert de sable le sang, effacées toutes traces,
Les murs blanchis à la chaux, sur toutes leurs faces
Comme pour un grand jour ou après une épidémie.

Ici brille une lune pâle, étrangère et froide,
Dès la sortie de la ville, sur la chaussée,
quand la nuit déploie sa lumière,
Mes parents juifs, gens à l’âme poétique,
Ne retrouvent plus les deux lunes d’or de Chagall.

Les lunes voyagent déjà au-dessus d’une autre planète
Chassées par le sombre silence, d’elles plus une trace.
Ils ne sont plus les villages, où le cordonnier était poète,
L’horloger, philosophe, le barbier, troubadour.

Ils ne sont plus ces villages où les chants bibliques,
Poussés par le vent,
s’alliaient au chant polonais et à la tristesse slave,
Où les vieux juifs s’asseyaient à l’ombre du cerisier
Et pleuraient les saintes murailles de Jérusalem.

Ils ne sont plus ces villages, disparus comme des ombres
Et cette ombre s’étendra entre nos paroles
Jusqu’à ce qu’ils s’unissent fraternellement
et recommencent au début,
Deux peuples nourris de la même souffrance.

 

Vertaald door Catherine Fourcassié

 

 

 
Antoni Słonimski (15 november 1895 – 4 juli 1976)

Lees meer...

Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, Janus Secundus, José de Lizardi

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Zie ook alle tags voor Richmal Crompton op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2008.

Uit: More William

“For his grown-up sister Ethel he had bought a box of coloured chalks. That also might come in useful later. Funds now had been running low, but for his mother he had bought a small cream-jug which, after fierce bargaining, the man had let him have at half-price because it was cracked.
Singing "Christians Awake!" at the top of his lusty young voice, he went along the landing, putting his gifts outside the doors of his family, and pausing to yell "Happy Christmas" as he did so. From within he was greeted in each case by muffled groans.
He went downstairs into the hall, still singing. It was earlier than he thought—just five o'clock. The maids were not down yet. He switched on lights recklessly, and discovered that he was not the only person in the hall. His four-year-old cousin Jimmy was sitting on the bottom step in an attitude of despondency, holding an empty tin.
Jimmy's mother had influenza at home, and Jimmy and his small sister Barbara were in the happy position of spending Christmas with relations, but immune from parental or maternal interference.
"They've gotten out," said Jimmy, sadly. "I got 'em for presents yesterday, an' they've gotten out. I've been feeling for 'em in the dark, but I can't find 'em."
"What?" said William.
"Snails. Great big suge ones wiv great big suge shells. I put 'em in a tin for presents an' they've gotten out an' I've gotten no presents for nobody."
He relapsed into despondency.
William surveyed the hall.
"They've got out right enough!" he said, sternly. "They've got out right enough. Jus' look at our hall! Jus' look at our clothes! They've got out right enough."

 

 
Richmal Crompton (15 november 1890 – 11 januiri 1969)

Lees meer...

14-11-14

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, Peter Orner

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

The Mayberry Café

A high-finned squad car
welcomes your arrival
on the town square.

That booth in the corner
is all for you
& the girl on your arm.

If you want
meatloaf and gravy
it’s all yours, baby.

Ain’t nothin’ but
Elvis on the radio
& black & white on TV.

Whenever you come
back you are, once again,
King for a Day, oh yeah!

 

 

Prolog: Angel of Power and Protection
—Sculpture, Bridge to Vatican City, Rome—

What happens when the Angel
falls asleep after the mother
and father who held the baby
have to walk back into their lives

and the boy walks out into
the world and a servant
of God touches him wrong
when the parents aren’t looking?

By the time he is ready to
cross the bridge to Vatican City
his feet will not move forward
but turn in the opposite direction.

It is decades before he
can talk to the old God 
by finding his own sacred places
and a new language for praying.

 

 
Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

Lees meer...