04-04-14

Hanneke Hendrix

 

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Hendrix studeerde Writing for Performance aan de HKU en Wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij schreef voor onder meer Literair Productiehuis de Wintertuin, Passionate Magazine, componistenduo Strijbos & Van Rijswijk en festivals als Into the Great Wide Open en Lowlands. Voor de HoorSpelFabriek werkte ze mee aan hoorspelen voor de NTR en BNN waaronder het scenario voor de hoorspelbewerking van Mama Tandoori, een roman door Ernest van der Kwast. De hoorspelbewerking van Mama Tandoori werd in 2012 met een Prix Italia bekroond.
Haar debuutroman De verjaardagen kwam september 2012 uit bij Uitgeverij de Geus en staat op de shortlist van de Academica Literatuurprijs 2013 en de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013.

Uit De verjaardagen

“Het was een frisse zonnige ochtend en de barman hobbelde met een brakke kop over de keien van het plein. Alles had een rust zoals je die alleen op zondagochtenden in een nog slaperige stad aantreft: wat opvliegende duiven en hier en daar een ouder echtpaar met een stadsplattegrond. De barman floot een liedje, ritmisch ondersteund door het rammelen van zijn ouwe fiets. Hij was op weg naar de kroeg voor de poetsdienst van die ochtend. Die nacht had hij ook de sluitdienst gedraaid, dus toen na vier uur slaap de wekker was gegaan, had hij overwogen in bed te blijven liggen. Maar zo stak de barman niet in elkaar, dus hij was opgestaan, had een plens water in zijn gezicht gegooid en was op zijn fiets gesprongen.
Hij opende de voordeur, nog steeds fluitend, en hij groette de eigenaar van de kroeg om de hoek, die voorbijliep. De barman hield van het kroegleven, van de dag, de nacht, de gesprekken, het geld tellen en de sigaret die opbrandt in een asbak op een bar met krukken erop. En in de ochtend de warmte die je nog voelt in de vloeren, de muren, tafels en krukken van de nacht ervoor. De geur van bier, van mens en van sigaretten. De kroeg bestond al lang en de barman werkte er ook al lang. Hij was nooit in het gat van het alcoholisme gevallen, maar hij lustte hem wel graag. Hij vond alles best: thuis zijn, werken.
‘Het nuttigen en het aangename’, zei hij altijd.
Of: ‘Drinken met maten.’
De dooddoeners van de kroeg: je kunt er een avond mee vullen. Gewoon onthouden tegen wie je wat zegt. Een goede barman of -vrouw heeft het geheugen van een olifant. Op de lange termijn in ieder geval. Voor de korte termijn de achterkant van een viltje.”

 

 
Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hanneke hendrix, romenu |  Facebook |

03-04-14

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe

 

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Tiran

De patriarch ligt opgebaard, eeuwenoud,
omringd door een liefde
die hij, dood, blijft gebieden:
dochters van God, om zijn wil ongetrouwd

en toegewijd aan zijn leeglopend lichaam.
Hij rust voldaan, een volstrekte tiran,
onverschillig om wie zijn afgestamd,
hem haastig groeten en weggaan,

alsof die oogleden kijken,
een koude blik die overziet
hoeveel leven er van hem overschiet.

Wij moeten hem dood zien te krijgen.

 

 

Poëtica

Er is geen poëzie in een te helder leven.
Op het behang is altijd een plek
die wacht op het vocht. Een vuile bek
zoekt in de laden naar onzegbaarheden.

Alles wat toonbaar is moet overschreven,
ieder gedicht gewassen in inkt
die blind van de moerassen zingt,
waarvan men ziende niets kan weten.

Er is geen poëzie in een te helder leven,
in zuivere spiegels is geen gat
waardoor men in de afgrond stapt
en in het woord valt, woest en ledig.

 

 

De hand 1

Mijn kamer is een kamer in de tijd.
God zwijgt. Ik heb verkeerd geleefd,
mijn adem opgeteerd in de luchtbel
van een geloof. Ik schreef mijzelf
om veilbaar te zijn honderd jaar
na mijn dood. Zonder lust brak ik
mijn deel van het dagelijks leven,
verstrooid, bang om de eeuwigheid
te verspelen aan liefde en brood.
Buiten waaide de wereld, wierp
steentjes tegen het raam. Ik zat
in mijn huisje en likte mijn handpalm,
en las in de kranten niet meer dan
de rechtvaardiging van mijn bestaan.

 

 

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees meer...

Karel N.L. Grazell

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Grazell 'debuteerde’ rond 1938 met onder andere een rijmpje in huis-aan-huis blad De Bosrand, publiceerde gedichten (en proza) in Propria Cures (1946-1950 onder pseudoniemen Leins Janema, L. Grane, ZEC, en anoniem), werd door W.F. Hermans gelanceerd in literair tijdschrift Criterium (1948). Gedichten in Podium, Braak e.d., in diverse bloemlezingen (onder andere De Spiegel der Nederlandse poëzie) en op verschillende websites. Grazell publiceerde diverse bundels poëzie bij een aantal uitgevers (onder andere Poëziereeks De Windroos no. 50), en ook verhalend / anekdotisch proza. Hij trad onder meer een tijdlang op met het ‘leseriek’ collectief (integratie poëzie en beeld) en schreef en schrijft onder andere literaire columns. Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire aonden, was medeoprichter van de NiKa avonden, juridisch adviseur, maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywrite voor reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video. Na z’n loopbaan bleef hij als vrijwilliger actief in tal van functies en op velerlei gebied. Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

Uit: Rondom het Olympisch Stadion

“Nazomer 1945. We voetbalden op het Stadionplein, aan de zuidkant. We waren pakweg 17 jaar. Ik herinner me nog Flatow en m’n ex-klasgenoot, later hoofdredacteur Adformatie: Lidio Blankstein. We hadden al weer een bal. Soms schoot hij de fietsenstalling daar in, de trap af, en dan ging Flatow ‘m halen, want die was de naaste buurjongen. Wat ik toen uiteraard niet wist, was dat de eigenaar van die stalling veel, veel later m’n (ik maak het moeilijk) ex-stiefschoonvader zou worden.
Andere namen herinner ik me niet. Om de hoek, op de Stadionkade, kwam ik een jaartje of zo later soms even bij de befaamde zanger Bert van Dongen, omdat ik wel met z’n zusje uitging. Schande, hoe dat zusje heette. is me in de ruim 60 jaar nadien droevig ontschoten.
Ik weet nog hoe wok jongens eens speelden op het eh zal ik ‘t het Jasonpleintje noemen? De bal stuiterde voor me en ik wilde ‘m doorwippen, maar hij kwam tegen een raam aan, dat verscherfde. We renden van schrik allemaal naar onze huizen weg. Toen ik thuiskwam, realiseerde ik me dat ik m’n fiets daar op dat pleintje had laten staan. ’n Dag later stond die weer zwijgend thuis. M’n ouders hebben er nooit wat over gezegd. Hoe wisten die mensen van die ruit dat het mijn fiets was, dat ik de dader was, wat mijn naam was (waardoor ze in het telefoonboek m’n adres en telefoonnummer zouden kunnen vinden)? Ik kan verschillende oplossingen bedenken, maar ik heb het nooit geweten.
M’n ouderlijk huis stond aan de Amstelveenscheweg richting Kalfjeslaan. Als Nederland in de jaren dertig in het Olympisch Stadion voetbalde, kwamen vooraf honderden en honderden auto’s bij ons langs, op weg naar het Stadionplein om daar te parkeren. Daarna zetten we de radio aan en we hoorden het verslag van Han Hollander, die op het dak van een tribune stond. Leuk was de ervaring om het echte juichen van het Stadion te horen als er een doelpunt viel, terwijl we het tegelijk op de radio hoorden.”

 

 
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karel n.l. grazell, romenu |  Facebook |

In Memoriam Urs Widmer

 

In Memoriam Urs Widmer

De Zwitserse schrijver Urs Widmer is gisteren op 75-jarige leeftijd overleden. Urs Widmer werd geboren op 21 mei 1938 in Basel. Zie ook alle tags voor Urs Widmer op dit blog.

Uit: Ein Leben als Zwerg

„Links ist ein Regal voller Bücher, gerade- aus ein Fenster, durch das ich so etwas wie einen Bambushain erahne – hie und da, selten, eine Amsel oder einen Spatz – , und rechts ein weiteres Regal mit roten, blauen oder gelben Ordnern. „Einnahmen“, „Ausgaben“, „Texte“, „Briefe“, „Verträge“. Ein Bild, das eine Siphonflasche zeigt, und ein anderes, auf dem ein Mann mit einer wie holzgeschnitzten Nase zu sehen ist. Gerümpel am Boden, der Grammophon zum Beispiel, der die Nadeln bräuchte, wäre er jemals in Betrieb, und ein Ständer mit zwei drei Dutzend 78-Touren-Platten. Ja, manchmal sitzt an dem Tisch der Mann, dem ich gehöre. Der mir gehört. Er ist mein Schicksal, ich bin seins. Ich weiss es, er nicht.
Wenn ich es nicht zweifelsfrei wüsste, ich würde es nicht glauben: dass dieser alte Mann mit seiner Glatze, seinem bizarren Haargewusel auf den Schädelseiten (Putzwolle oder sowas, grau), seinem Schnauz, seinen Tränensäcken unter den stierglotzenden Augen jener verwandelte Bub mit den schwarzen Wuschelhaaren und der hellen Stimme ist! Hätte ich nicht jeden Tag seiner Verwandlung miterlebt, ich schwöre bei Gott – Zwerge haben keinen Gott – dass der da ein ganz anderer ist. Keinerlei Ähnlichkeit mit jenem Jungen, nicht so viel. Der da ist gewiss sterblich, das sieht ein Blinder. Seine Tage sind gezählt, die Wetten gehen nur noch, ob 300 oder 3000. Der kleine Junge wirkte durchaus so, als könnte er ewig bleiben. Ein Zwerg auch er, ein Riesenzwerg von allem Anfang an allerdings. Aber das blieb er nicht. Er wurde wahrhaftig ein Riese, ein durch die weite Welt pflügender Gigant, und tat Dinge, die mit mir gar nichts mehr zu tun hatten, obwohl er mich oft – später erst seltener – in seiner Hosentasche mitnahm. Mich zuweilen, mitten in seinem Erwachsenengetöse, heimlich mit den Fingern betastete. Er lärmte in Gaststätten herum und saß stundenlang in Flugzeugen. Trotzdem: ich war sein Liebling und bin es vielleicht immer noch. Warum sonst behielte er mich immer bei sich, in meinem Zustand!, während die andern Zwerge irgendwo in einer Schachtel auf einem Estrich verrotten oder längst in der Abfalltonne gelandet sind, niemand mehr weiß wann, wo, mein großer Bub nicht, und ich schon gar nicht.
Wer einen Zwerg der Müllabfuhr mitgibt, kann seinen Körper nicht töten; sein Herz sehr wohl. – „

 

 
Urs Widmer (21 mei 1938 – 2 april 2014)

02-04-14

Thomas Glavinic, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Das Leben der Wünsche

„Jonas spiegelte sich in seiner Sonnenbrille.
Geld? fragte Jonas.
Der Mann nahm die Brille ab, begann an einem Bügel zu nagen und sah Jonas dabei unverwandt an. Seine Augen waren wasserblau, seine Miene war ausdruckslos. Er schien zu überlegen, wie er das Gespräch eröffnen sollte. Nach einer Minute, in der er Jonas betrachtet hatte, setzte er sich mit einem Ruck zurecht und schob sich die Brille wieder auf die Nase.
Jonas, ich erfülle Ihnen drei Wünsche.
Wie wäre es damit: Sie vergessen, was Sie wissen, lassen mich gehen und erschrecken mich nie wieder?
Ich meine es ernst. Drei Wünsche.
Hören Sie auf. Was wollen Sie?
Ich will Ihnen drei Wünsche erfüllen.
Ich kann mich täuschen, aber ich glaube, im Märchen verströmt die Fee nie so einen Biergeruch.
Ich bin keine Fee, und das hier ist kein Märchen. Ich erfülle Ihnen drei Wünsche. Nennen Sie sie!
Sie meinen das wirklich ernst?
Vollkommen.
Ach du je. Lassen Sie mich mal überlegen.
Nur zu.
Der Mann sah mit ausladender Geste auf die Uhr und verschränkte die Hände im Nacken. Er wirkte teilnahmslos. Die Kinder, die auf der Wiese Frisbee spielten, schienen ihn ebenso wenig zu interessieren wie der ungeschickte Jongleur gegenüber oder die grölenden Betrunkenen an der Wurstbude am Ende des Parks. Jonas wartete, aber der Mann sagte nichts.
Im Brunnen hinter ihnen plätscherte Wasser. Die Sonne brannte Jonas auf den Rücken, sein Hemd hatte er längst durchgeschwitzt. Sollte er einfach weggehen? Was der Mann da erzählte, war verrückt. Er sah allerdings nicht wie ein Verrückter aus. Und er wusste von Marie.“

 

 
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

Lees meer...

01-04-14

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann, Rolf Hochhuth, John Wilmot

 

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: The Unbearable Lightness of Being (Vertaald door Michael Henry Heim)

“The idea of the eternal return is a mysterious one, and Nietzsche has often perplexed other philosophers with it: to think that everything recurs as we once experienced it, and that the recurrence itself recurs ad infinitum! What does this mad myth signify?
Putting it negatively, the myth of eternal return states that a life which disappears once and for all, which does not return, is like a shadow, without weight, dead in advance, and whether it was horrible, beautiful, or sublime, its horror, sublimity, and beauty mean nothing. We need take no more note of it than of a war between two African kingdoms in the fourteenth century, a war that altered nothing in the destiny of the world, even if a hundred thousand blacks perished in excruciating torment.
Will the war between two African kingdoms in the fourteenth century itself be altered if it recurs again and again, in eternal return?
It will: it will become a solid mass, permanently protuberant, its inanity irreparable.
If the French Revolution were to recur eternally, French historians would be less proud of Robespierre. But because they .deal with something that will not return, the bloody years of the Revolution have turned into mere words, theories, and discussions, have become lighter than feathers, frightening no one. There is an infinite difference between a Robespierre who occurs only once in history and a Robespierre who eternally returns, chopping off French heads.
Let us therefore agree that the idea of eternal return implies a perspective from which things appear other than as we know them: they appear without the mitigating circumstance of their transitory nature. This mitigating circumstance prevents us from coming to a verdict. For how can we condemn something that is ephemeral, in transit? In the sunset of dissolution, everything is illuminated by the aura of nostalgia, even the guillotine.”

 

 
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

Lees meer...

In Memoriam Erik Menkveld

 

In Memoriam Erik Menkveld

Op zondag 30 maart is de Nederlandse dichter en schrijver Erik Menkveld overleden. Erik Menkveld werd geboren in Eindhoven op 25 april 1959. Zie ook alle tags voor Erik Merkveld op dit blog.

 

Ik ben al bijna bij je

Hoe nabij ik ook toesla, na een tijdje
lijk ik weer verdwenen als altijd.

Maar hoe ver ik ook wegtrek uit je veilige
heden, altijd ben ik naar je onderweg

en blijf ik in je aan het woord, net
niet verstaan door je schichtige oren

die van geen stilte mij onderscheiden.
En voor je het weet ga ik weer in je

tekeer en flakkert je denken als kaarslicht
onder mijn maanloze vlagen. Hoor maar.

Kom ik als ziekte dan snoep ik al aan je.
Kom ik als diepte, dan zul je mijn bodem

nooit raken. Kom ik als water dan lijken
mijn oevers in niets op een kade.

Ik ben al bijna bij je. Als een zuigeling
een wereldoorlog zul je mij smaken.

 

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

31-03-14

Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

Summit And Gravity

There's a motionless tree
And another one coming forward
A river of trees
Hits my chest
The green surge
Is good fortune
You are dressed in red
You are
The seal of the scorched year
The carnal firebrand
The star fruit
In you like sun
The hour rests
Above an abyss of clarities
The height is clouded by birds
Their beaks construct the night
Their wings carry the day
Planted in the crest of light
Between firmness and vertigo
You are
Transparent balance

 

 

The Bridge

Between now and now,
between I am and you are,
the word bridge.

Entering it
you enter yourself:
the world connects
adn closes like a ring.

From one bank to another,
there is always
a body stretched:
a rainbow.
I'll sleep beneath its arches.

 

 

Counterparts

In my body you search the mountain
for the sun buried in its forest.
In your body I search for the boat
adrift in the middle of the night.

 

 

 
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

Lees meer...

Stefan Hertmans

 

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Hertmans doceerde aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (KASK, Hogeschool Gent), leidde er het Studium Generale tot oktober 2010 en gaf lezingen aan de Sorbonne, de universiteiten van Wenen, Berlijn en Mexico City, Library of Congress (Washington), University College London. Zijn werk verscheen onder meer in The literary Review (Madison, USA) The Review of contemporary fiction (Illinois, USA) en Grand Street (New York). Hertmans werkte mee aan tijdschriften zoals Raster, De Revisor, Het Moment, NWT, Yang, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant, Parmentier. Van 1993 tot 1996 was hij redacteur van het Nederlandse tijdschrift De Gids, hij recenseerde voor De Morgen en schreef de boekenbijlage van de De Standaard. In Nederland publiceerde hij in Trouw. Hertmans publiceert romans, verhalenbundels, essayboeken, theaterteksten en poëzie. Zijn eerste publicatie was de roman “Ruimte” (1981). De bundel “Sneeuwdoosjes” bevat essays over onder meer Walter Benjamin, Jorge Luis Borges, Marguerite Duras, Ernst Jünger, W.H. Auden en Igor Stravinski. De roman “Naar Merelbeke” (1994) werd genomineerd voor de Librisprijs en voor de Schrijvers-van-Nu-prijs van ECI. De dichtbundel “Muziek voor de overtocht” werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en kreeg in 1995 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie en de Paul Snoek-prijs 1996. De essays in “Fuga's en pimpelmezen” (1996) mengden zich in het debat over fundamentalisme, de oorlog in Bosnië en ideologieën. Het reisverhaal “Steden, verhalen onderweg verscheen” in 1998. In opdracht van het Kaaitheater Brussel en Brussel 2000 schreef hij een theatertekst rond het motief van de Griekse vrouwen in de antieke tragedie. Hertmans maakte het thema radicaal en eigentijds in “Mind the Gap”. In het najaar van 2002 verschenen de essayboeken “Het Putje van Milete” en “Engel van de metamorfose”. In 2003 verscheen de dichtbundel “Vuurwerk zei ze”. In 2006 verscheen “Muziek voor de overtocht, Gedichten 1975-2005”, een herziene uitgave van alle dichtbundels, een selectie verspreide gedichten en een selectie uit een eerste, nooit tevoren gepubliceerde bundel. Najaar 2008 verscheen de roman “Het verborgen weefsel”, in 2010 de dichtbundel “De val van vrije dagen”. “Oorlog en terpentijn” is gebaseerd op een paar cahiers die Hertmans in de jaren 1980 kreeg van zijn grootvader, een gedecoreerde held uit de Eerste Wereldoorlog, een plichtsbewuste en gedisciplineerde soldaat. De roman reconstrueert het leven van Urbain Martien. Zijn leven begint in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en krijgt een onvoorziene wending tijdens de Eerste Wereldoorlog.Hertmans gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars,

 

Kinderhand

Omdat ze gauw gevuld is
- het dons van een kwartel
is genoeg, een herfstblad in
de lente, een blauwe knikker
in de palm -

sprong plots iets donkerroods
hem in de ogen, een vingertop,
een snee van niets,

een net te snel langs
grote grassen strijken

en wat zich opent
is zijn ogenblik.
Het lichaam moet
gesloten blijven.

Zo was het hem beloofd.

Maar als de palm plots opengaat,
En aders even gapen,
Dan sluit een kramp
Hem in mijn hand
Totdat hij gilt.

Want bloeden doen we samen.

 

 

Gelukstraat, Gent

Het was in een oud schooltje,
en de ramen waren hoog, dat zich
de schaduw van een man tot in de
lichtkring van oud stof voorover boog.

Linden, kinderen in een onverstaanbaar
nieuwe taal, herkenning van een uitzicht
bij het raam; en binnen trekt het pleisterwerk
zijn eigen krijtkring in een oud lokaal.

De schim van lang verloren leven
kan iemand in de armen nemen,
maar niet het waaiend lichtland
in zijn hoofd.

O paradijselijk vergeten op gewone
dagen, zij geloofd. En bij het poortje,
in de wind, staat nog een ander kind -
dat, wat ooit zijn moeder was beloofd.

 

 

Mijn beurt

De kaas moet vers uit Parma komen;
De pepers rood uit Pomerigio
De mascarpone moet geel-romig zijn
En jij moet zingen bij de wijn.

Ik zal een jonge kwartel eten,
Gestufft met mortadella en Toscaanse weed.
Je bloes hangen we voor het venster
Tegen inkijk en insecten.

Het fruit zal branden in je mond,
En wat je zingt wordt stilaan honger,
Branie, geblaf van een jachtige hond.

Je buik met peperoni ingewreven
Lig je op tafel en je beeft.
Vorken en messen zijn verdeeld.

De koffie met kaneel gaat met
Onspreekbare syllaben door je keel.

 

 

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stefan hertmans, romenu |  Facebook |

30-03-14

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

Lees meer...

Tom Sharpe, Uwe Timm, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska

 

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Grantchester Grind

'And I am definitely not going anywhere near Porterhouse College. It's got a dreadful reputation for snobbery and all sorts of other things.'
'Which is why you have been given a Fellowship there To change things for the better,' said Vera. 'They need some serious scholarship, and you are going to provide it. Your salary will be more than three times what you're getting at the moment and you will be free to do your own research work with no obligation to do any teaching.'
Purefoy Osbert's silence was significant. Only that day he had had to attend an extremely boring Finance Committee meeting at which the possibility of financial cuts had been discussed with the mention of a freeze on salaries, and that had been followed by a seminar on Bentham with several students who were convinced that prisons built like Dartmoor on the panopticon principle were far more suitable for murderers and sex-offenders than the more modern open prisons Purefoy advocated. Some of them had even argued that child molesters ought to be castrated and murderers executed. Purefoy had found the seminar most distressing, particularly the way the more prejudiced students had refused to accept the facts he had given them. And now suddenly he was being offered a Fellowship that involved no teaching and with a salary that would surely satisfy Mrs Ndhlovo.
'Do you really mean that?' he asked cautiously. 'This isn't some sort of joke?'
'Have you ever known me to lie to you, Purefoy? Have you?'
Purefoy Osbert hesitated again. 'No, I don't suppose I have. All the same…you're talking about a salary-'
'Of nearly sixty thousand pounds a year, which is far more than any professor gets. Now give me the number of your fax machine and I'll send you a copy of the letter you will be receiving either tomorrow or the next day from your sponsor's solicitors, Lapline & Goodenough.'

 


 

Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)

Lees meer...

Luise Hensel, Anna Sewell, Herbert Asmodi, Sean O'Casey, Christine Wolter

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

An St. Maria Magdalena

Erfleh’ mit Lieb’ und Tränen,
Du strenge Büßerin,
Daß ich mit reinem Sehnen
Nach Jesus strebe hin!
Daß ich zu seinen Füßen
Verzeihung mög’ erflehn,
In Tränen ganz zerfließen,
In Reue ganz vergehn.

Ich hab’ ihn viel gekränket
Und hab’es wohl gewußt;
Mein Herz hab’ich ertränket
In Erdeschmerz und -lust.
Ich hab’ ihn oft vergessen,
Den ich doch früh erkannt,
Und habe ganz vermessen
Von ihm mich abgewandt.

O, gib mir deine Reue
Und deine Tränenflut,
O, gib mir deine Treue
Und deiner Liebe Glut,
Bis er mir neues Leben
Mit diesen Worten gibt:
»Geh hin, dir ist vergeben,
Weil du so viel geliebt.«

 

 
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

Lees meer...

29-03-14

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

 

De Vlaamse prozaschrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Water

Wij worstelden met elkaar in eenzaam water,
een poel, verloren in een zandverstuiving.
Wij zonken samen, het andere lichaam hatend,
niet loslatend. Wij beten in het vocht,
op wakke treden trappend in verdronken land.

Toen is een dijk gebroken. Wij lagen in het slijk,
Twee padden sleepten zich nog parend, weg,
buiten bereik van het koudvuur in onze handen.
Wij zochten elkaars halsslagader, maar onze beet
was bot. De nacht komt nader.

 

 

Bruine Theepot

Een veldspaat erodeert tot kaolien,
een wit begin. Pas onlangs kwamen mensen
met wielen en met ovens. En sindsdien
heeft thee het woonvertrek dat steeds zijn zelfde
glazuur van schuwe donkerte laat zien.

Dit aarden werk heeft bolvorm. Ornamenten
zijn onbekenden. Ware aard schenkt en hoedt.
De werken van de aarde zijn steengoed.

 

 

De huizen houden zich

De huizen houden zich op hoge krukken
meer dood dan levend overeind.
De warmte
der laatste kamers klampt zich vast aan kliffen,
de morsigheid van hun geheimenissen
wordt de voorbijgangers ten hoon getoond.
Hulp zoekend zwerft
de vuilnis door de straten.

 

 

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Lees meer...

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

A Blackbird Singing

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes'
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history's overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

 

A Welshman to any Tourist

We've nothing vast to offer you, no deserts
Except the waste of thought
Forming from mind erosion;
No canyons where the pterodactyl's wing
Falls like a shadow.
the hills are fine, of course,
Bearded with water to suggest age
And pocked with cavarns,
One being Arthur's dormitory;
He and his knights are the bright ore
That seams our history,
But shame has kept them late in bed.

 

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

Lees meer...