10-01-17

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Jared Carter, Yasmina Khadra

 

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: A Manuscript of Ashes (Vertaald door Edith Grossman)

“She closed the door very slowly and went out with the stealth of someone leaving a sick person who has just fallen asleep at midnight. I listened to her slow steps along the hallway, fearing or wishing she would return at the last minute to leave her suitcase at the foot of the bed and sit down on the edge with a gesture of surrender or fatigue, as if she had already returned from the journey she had never been able to take until tonight. When the door closed the room was left in darkness, and now my only illumination is the thread of light that enters from the hall and slides in a tapering line to the legs of the bed, but at the window there is dark blue night and through the open shutters comes the breeze of a night that is almost summer, crossed in the far distance by the whistles of express trains that travel under the moon along the livid valley of the Guadalquivir and climb the slopes of Mágina on their way to the station where he, Minaya, is waiting for her now without even daring to hope that Inés, slim and alone, with her short pink skirt and her hair pulled back into a ponytail, will appear at a corner of the platform. He is alone, sitting on a bench, smoking perhaps as he looks at the red lights and the tracks and the cars stopped at the end of the station and of the night. Now, when she closed the door, I can, if I want, imagine him for myself alone, that is, for no one, I can bury my face beneath the turned-down bedclothes that Inés smoothed with so much secret tenderness before she left, and then, waiting in the darkness and in the heat of my body under the sheets, I can imagine or recount what happened and even direct their steps, those of Inés and his, on the way to their encounter and mutual acknowledgment on the empty platform, as if at this moment I had invented and depicted their presence, their desire, and their guilt.”

 

 
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

Lees meer...

09-01-17

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

 

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit:Moeten wij van elkaar houden?

“Ergens in een kast bij mijn ouders thuis ligt een super8-filmpje met het geheim van mijn jeugd. Ik weet dat het er moet zijn. Als het was weggegooid, was het me zeker verteld. Ik heb het al meer dan dertig jaar niet gezien. Het was te druk. Ik bezit geen ouderwetse projector om het af te kunnen draaien. Ik ben te lui, te weinig sentimenteel of nostalgisch, niet technisch genoeg om het op mijn computer over te zetten. Lange tijd had ik niet de behoefte om terug te kijken. Inmiddels is het een herinnering aan een herinnering geworden.
Die herinnering is als volgt: we zitten met z’n vieren bij elkaar in de huiskamer met de gordijnen dicht. Ik en mijn zuster drinken limonade van Riedel, mijn ouders een glas bier. Mijn vader haalt de film uit een geel, in de hoeken uitgescheurd kartonnen doosje. Ik mag het spoeltje in de projector zetten en het uiteinde van de film door het mechaniek loodsen. Wanneer alles gereed is en we allemaal klaarzitten, onze ogen op het witte projectiescherm gericht, zet ik op een teken van mijn vader de projector aan.
We kijken zwijgend naar wat we al zo vaak gezien hebben: ik en mijn zusje toen we nog heel klein waren, spelend op het strand bij Bloemendaal. Twee kleuters in het zand, met schepjes en een lach op ons gezicht, de wind in ons vlassige blonde haar. Mijn moeder lezend onder een parasol.
Het filmpje is in kleur. Er is geen geluid. Het zand ziet er geel uit. Achter ons een paarsblauwe zee.
We kijken naar losse, woordloze scènes. In een ervan zie je ons wegrennen voor de uitlopers van een grote golf in de branding. In een andere staan we tot onze knieën in rustig water. Mijn zusje houdt een schepnetje omhoog, waar ik geboeid maar ook een beetje angstig naar kijk. Ze heeft iets gevangen.
We kijken in het donker naar een zonovergoten wereld, gevangen in een eeuwig moment. Mijn vader was een verwoed amateurfilmer, hij heeft zijn gezin ontelbare keren vastgelegd, maar dit is het enige filmpje dat me helder voor de geest staat. Zowel de beelden zelf als het kijken ernaar. Mijn herinneringen aan mijn dagen aan het strand zijn onlosmakelijk verbonden met de rituele vertoning van het filmpje in onze huiskamer. Waarom hebben we er zo vaak samen naar gekeken? Wat zochten we in die beelden? “

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

Lees meer...

08-01-17

Juan Marsé, Alfred Tomlinson, Gaston Miron, Leonardo Sciascia, Waldtraut Lewin, Vasyl Stus

 

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit:The Calligraphy of Dreams (Vertaald door Nick Caistor)

“Torrente de las Flores. He never thought that a street whose name meant a river of flowers could be the backdrop to a tragedy. From the top of Travesera de Dalt, the street slopes steeply downwards, levelling out where it meets Travesera de Gracia. It has forty-six corners, is seven-and-a half metres wide, is lined with low-rise buildings, and boasts three taverns. In summer, during the perfumed days of the patron saint’s fiesta, drowsy beneath an ornamental bower of paper bunting and multi-coloured garlands, the street takes on a sound like reeds rustling in the breeze, and a quavering, underwater glow that makes it seem otherworldly. After supper on nights of stifling heat, it becomes a prolongation of everyone’s home.
These events happened many years ago, when the city was less believable than now, but more real. One July Sunday, shortly before two in the afternoon, the blazing sun and a sudden shower mingle for a few minutes, and the air is filled with a shimmering light, a wavering, deceptive transparency that envelops the whole street. This is turning out to be a very hot summer, and by this time of day the blackish road surface has become so heated that the drizzle evaporates even before it hits the ground. When the shower ends, on the pavement outside the Rosales bar-cum-wine cellar a block of ice delivered by a truck and loosely wrapped in a cloth is melting in the remorseless sunlight. It’s not long before tubby Agustin, the bar owner, emerges with bucket and ice pick, squats down, and starts chipping pieces off it.
On the stroke of half-past two, a little higher up than the bar and across the street, where the optical illusion is at its strongest, Senora Mir comes running out of the doorway of number 117. She is clearly in distress, as if she is fleeing a fire or an apparition. She stands in the middle of the road in her slippers, her white nurse’s uniform only half done up, apparently unconcerned that she is revealing what she shouldn’t. For a few seconds she doesn’t seem to know where she is; she twists round, clawing the air with both hands until she stops spinning and, head sunk on her chest, lets out a long, hoarse cry that seems to come from the pit of her stomach, a scream that slowly subsides into sighs and then tails off like a kitten’s mewling."

 

 
Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

Lees meer...

Claudia Grehn, Wilkie Collins, Béla Zsolt, Francisco Bocanegra, Baltasar Gracián y Morales, Roland Moed

 

De Duitse (toneel)schrijfster Claudia Grehn werd geboren op 8 januari 1982 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Claudia Grehn op dit blog.

Uit: Reicht es nicht zu sagen ich will leben

„JÜRGEN Siehst du wie die Leute schauen. Weißt du warum die das machen. Wegen dir starren die uns an. Weil du so tust.
ANNETTE Oder ist das der Zeitpunkt zu fragen, was meinst du mit – da – und wen meinst du mit – alle – was soll das heißen – man hat – bist du keine eigene Person?
JÜRGEN Sag: Ciao Bella. Ciao Bella.
VERA Der Vater reißt am Arm des kleinen Mädchens.
JÜRGEN Du hältst die Fresse.
BRIETZ Als ich zum ersten Mal auf diesem Platz stand war ich 53, 11 Jahre vor
der Pension. Jürgen.
JÜRGEN Herbert.
BRIETZ Janine hat mich in Köln angerufen. Wegen der Firma, die du hier übernommen hast. Deine Firma läuft nicht.
JÜRGEN Du kommst zum genau richtigen Zeitpunkt.
BRIETZ Sie hat gesagt, sie hat Glück gehabt mit dir. „Aber seine Kumpels, die gefallen dir nicht, Herbert. Wenn du nicht kommst, nimmt er sich einen von denen als Partner.“ Seit der Trennung nennt sie mich Herbert. Wir haben uns früh getrennt, Janines Mutter und ich. Wenn
was war, war ich immer da. Ich bin dreiundfünfzig. Und noch immer gefragt. Holt den Brietz,
heißt es, der macht, dass nicht wir denen was schulden sondern die uns. Als Janine angerufen hat. Hatte ich ein Angebot für Bochum auf dem Tisch. Wenn man in diesen Zeiten nicht einmal mehr der Familie hilft.
JÜRGEN Das muss jetzt schnell gehen. Vor Jahresende in die Bauphase. Diese Stadt, die wächst nach innen verschachtelt sich - Denkmalschutzobjekt, integrierte Innenstadtlage, nachhaltiger Standort- so was findest du nie wieder, nicht hier. Das wird ein Wohlfühlort und dann machen wir gleich noch Verwaltung, Ordnung, Sicherheit, Gebäudefunktionen aufrechterhalten etc., ich habe übrigens einen Projektmanager gefunden, ein fleißiger, „macht es einfach“, herrlich und wenn der hört politisch unkorrekt, ist der dabei.”

 

 
Claudia Grehn (Wiesbaden, 8 januari 1982)
Scene uit een opvoering door leerlingen van het HAP Grieshaber Gymnasium in Reutlingen, 2013

Lees meer...

07-01-17

Frans Kellendonk, Reginald Gibbons, Dionne Brand, Sofi Oksanen, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: De brieven

“'Aan A. F. Th. Van der Heijden, 14 oktober 1980

Beste Adri,
Het moment waarop ik jouw brief las was één van die momenten dat ik dacht: Waar doe ik het eigenlijk voor, allemaal...
Misschien is het waar, berust deze briefwisseling op een misverstand mijnerzijds, misschien ben ik echt dom en kan ik niet lezen. In dat geval moet je mijn mening wel erg oninteressant vinden. Toch heb je er in zoverre wat aan, dat andere mensen nog veel dommer zijn dan ik -je weet dus al zo’n beetje wat je te wachten staat. Godallemachtig! Dit is geen polemiek. Ik heb je alleen over mijn bedenkingen geschreven in de hoop óf door jou op het rechte spoor gezet te worden óf je te wijzen op iets dat jouzelf wellicht ontgaan was. Dat tweede kattebelletje was een haastige reactie op jouw brief. Ik wil best toegeven dat gelijkhebberigheid er niet vreemd aan was, maar ik was nog niet overtuigd en ik hoef niet coúte que coúte gelijk te krijgen. Als ik jouw woorden heb verdraaid, dan toch niet met kwade opzet. De woorden van mij die jij verdraait in je laatste - ! Maar goed, jij hebt het excuus van je boosheid. Nogmaals, ik stuur mijn briefjes niet naar de krant. Gooi ze weg, verbrand ze, dit blijft onder ons, dus zet alsjeblieft niet zo’n hoge borst op - er is verder niemand die het ziet. En gelukkig maar.
Wat ik je gezegd heb, heb ik gezegd uit collegialiteit, vriendschap, een diepe sympathie voor jou en je werk. Laat dit maar even flink galmen. Ik sta vierkant achter de inhoud van De Revisor, anders zou ik geen redakteur blijven van dat blad. Maar ik verdom het om er een vereniging tot wederzijdse bewondering van te maken; daarmee zou het bestaansrecht van zo’n podium verdwijnen. Ik snap heus wel dat jij, op jouw beurt, voor een nieuw verhaal staat als een leeuw. Wil dan ook snappen dat ik zulks van jou snap, dan kunnen we tenminste weer praten van mens tot mens. Ik weet nu niet of ik je ooit weer mijn mening over werk van jou wil geven. Niet wanneer het nog zo vers is, denk ik; wanneer het betijd is, en zo jij er nog prijs op stelt, misschien wel.
Wat je schrijft over integriteit laat ik maar voor wat het is: geraaskal.
Als ik een schurk was, dan was ik niet in het oudpapier-liefdewerk gegaan. Met iets minder integriteit had ik al hoogleraar kunnen zijn. En nee, we hebben geen kopijnood, dank je; en nee, we deinzen er niet voor terug om iemand die we niet meer zien zitten aan de kant te zetten. En iemand in wie we wel geloven mag alles in het blad uitproberen, want daar is het voor.
Het zal je niet verbazen dat ik, ook al heb je er niet om gevraagd, toch op je brief gereageerd heb - en niet om het laatste woord te hebben, neem dat alsjeblieft van me aan. Ik zou, wat deze kwestie betreft, een laatste woord van jouw kant, al was het er maar eentje, zelfs erg op prijs stellen.
Bedroefd,
Frans”

 

 
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990) 
Cover

Lees meer...

Marie Desplechin, Nicholson Baker, Pierre Gripari, Roland Topor, Thomas Hill

 

De Franse schrijfster Marie Desplechin werd geboren op 7 januari 1959 in Roubaix. Zie ook alle tags voor Marie Desplechin op dit blog.

Uit: Verte

« Sur terre, tout le monde a le droit de se plaindre. Les hommes, les femmes. les jeunes, les vieux, les animaux eux-mêmes se plaignent. De l'excès d'amour, de l'absence d‘amour, de la famille, de la solitude, du travail. de l'ennui, du temps qui passe, du temps qu'il fait… Le monde râle, c'est ainsi. Parmi toutes les espèces. il en existe une pourtant qui n'a pas le droit de se plaindre.
Une seule. L'espèce des mères. À la rigueur, elles peuvent se mettre en colère. Mais pas gémir, c‘est mal vu. Pourquoi? Parce que grâce à leurs enfants, les mères baignent dans un océan de bonheur. C’est connu.
Quelle hypocrisie! Moi qui suis une mère, je le dis tout net: ces derniers temps. ma fille me met les nerfi en pelote. Elle me rend chèvre. Elle me fatigue.
J'ignore comment les choses se passent dans les familles normales. Elles ressemblent probablement à ce qui se passe chez nous.J'entends chez les sorcières. Sorcières: je n‘aime pas le mot. 11 sent le château fort et le bûcher, le bonnet pointu et le manche à balai, j'en passe et des meilleures. Tout un folklore désuet qui date du Moyen Âge.
Moi, de ma vie, je n’ai jamais porté de chapeau, et encore moins de chapeau pointu. Pointu pour pointu, je préfère les escarpins à très hauts talons. Quant au balai volant, lais-sez-moi rire. Quand je veux voler, je prends l‘avion comme tout le monde.
D‘ailleurs. toute sorcière que je sois, personne ne pourrait me reconnaître, à la porte de l'école, dans le petit tas de mères qui poireautent en attendant la sortie des classes. Je ressemble à Madame N’importe Qui. Enfin, je crois... je n'ai jamais vérifié: je n'attends pas ma fille à la sortie des classes.
Faire comme les autres, ce n’est pas mon genre. Je suis vraiment différente. Je peux vraiment faire un tas de choses dont le commun des mères n'a même pas idée. Faire pleuvoir ou faire neiger. Donner la varicelle et le coryza. Transformer un chien en tabouret. Me faire livrer par le supermarché sans passer de commande. M'abonner au câble sans payer. Et je n'évoque pas les pouvoirs très extraordinaires, tellement extraordinaires qu‘il est interdit d‘en parler."

 

 
Marie Desplechin (Roubaix, 7 januari 1959) 

Lees meer...

Charles Péguy, Zora Neale Hurston, Robert Cormier, Max Gallo, Ludovic Massé

 

De Franse dichter en schrijver Charles Péguy werd geboren op 7 januari 1873 in Orléans. Zie ook alle tags voor Charles Péguy op dit blog.

Uit: Notre jeunesse

« Une mystique peut aller contre toutes les politiques à la fois. Ceux qui apprennent l’histoire ailleurs que dans les polémiques, ceux qui essaient de la suivre dans les réalités, dans la réalité même, savent que c’est en Israël que la famille Dreyfus, que l’affaire Dreyfus naissante, que le dreyfusisme naissant rencontra d’abord les plus vives résistances. La sagesse est aussi une vertu d’Israël. S’il y a les Prophètes, il y a aussi l’Ecclésiaste. Beaucoup disaient à quoi bon. Les sages voyaient surtout qu’on allait soulever un tumulte, instituer un commencement dont on ne verrait peut-être jamais la fin, dont surtout on ne voyait pas quelle serait la fin. Dans les familles, dans le secret des familles on traitait communément de folie cette tentative. Une fois de plus la folie devait l’emporter, dans cette race élue de l’inquiétude. Plus tard, bientôt tous, ou presque tous, marchèrent, parce que quand un prophète a parlé en Israël, tous le haïssent, tous l’admirent, tous le suivent. Cinquante siècles d’épée dans les reins les forcent à marcher. Ils reconnaissent l’épreuve avec un instinct admirable, avec un instinct de cinquante siècles. Ils reconnaissent, ils saluent le coup. C’est encore un coup de Dieu. La ville encore sera prise, le Temple détruit, les femmes emmenées. Une captivité vient, après tant de captivités. De longs convois traîneront dans le désert. Leurs cadavres jalonneront les routes d’Asie. Très bien, ils savent ce que c’est. Ils ceignent leurs reins pour ce nouveau départ. Puisqu’il faut y passer ils y passeront encore. Dieu est dur mais il est Dieu. Il punit, et il soutient. Il mène. Eux qui ont obéi, impunément, à tant de maîtres extérieurs, temporels, ils saluent enfin le maître de la plus rigoureuse servitude, le Prophète, le maître intérieur. »

 

 
Charles Péguy (7 januari 1873 – 5 september 1914)

Lees meer...

06-01-17

Driekoningen – Epifanie (Inge Boulonois)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

 
De aanbidding van de Drie Koningen door Rogier van der Weyden,  ca. 1455
Middenpaneel van het Driekoningen altaar, Alte Pinakothek, München

 

 

Driekoningen – Epifanie

De opmaat van het verse jaar bespant
de grond met flinterdun wit vilt. De lucht
kneedt winterharde wolken, dicht beplant.
Een toverhazelaar pakt uit. Berucht

bericht van kale klauwen waar als vaan
een gele sjerp in hangt. Zo schel als goud
van ver. Van dichtbij zie je sterren staan,
van bloemblad, warm gekruld. Het hout blijft koud.

Kijk daar: drie spreeuwen hebben opgelet,
hun wijze kelen krijsen om het fel
geluk dat plaatselijk is ingezet.

Een rijk begin op arm hout, gaaf en wel
kwartier gemaakt, bewonderd. Straks ontzet:
door wind van stam gejaagd - op hoog bevel.

 



Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
Alkmaar, Langestraat in Kersttijd. Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar.

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

11:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: driekoningen, inge boulonois, romenu |  Facebook |

Hester Knibbe, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow, Benedikt Livshits, Joachim Specht

 

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Ik zit in de kilte

Ik zit in de kilte van steen.
Wit zijn de muren bedoeld, maar ze
breken; andere levens krioelen
erover, erdoorheen.

Op mijn schoot je marmeren lichaam.
Houd je ogen niet zo gesloten
wil ik je vragen, lach naar je moeder
sta op, wees wat lichter.

Nee.
Altijd zal ik je dragen.

 

 

Ja

Liefde, ja er zit altijd een lichaam aan vast
en dat maakt het en maakt het, maakt het

soms lastig. Maar het geeft niet, we zijn
al zo lang samen dat we ons in elkaar hebben
opgeslagen, niet meer zoek niet weg kunnen raken.

Natuurlijk, voorbodes kruipen onder de huid, dansen
mee als je danst, rennen mee als je rent, hangen

ook op de bank, zitten daar en later gaat Haper
aan de haal met je dromen, teistert een winter
de oude rivier die wil stromen. Maar het

geeft niet en de sfinx die ons het raadsel
opgeeft wie van wie het meest is niks

om je druk om te maken, we houden elkaar gewoon
bij de hand en waar de weg ophoudt zullen we slapen.

 

 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

Lees meer...

05-01-17

Umberto Eco, Joris van Casteren, Paul Ingendaay, Ngũgĩ wa Thiong'o, Xu Xiake, László Krasznahorkai, Luisa Futoransky, Friedrich Dürrenmatt, Forough Farokhzad

 

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit:Het nulnummer (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Nadat iedereen zich had voorgesteld zette Simei de opzet van de krant uiteen.
‘We gaan dus een krant maken. Waarom Morgen? Omdat traditionele kanten altijd het nieuws van de avond tevoren brachten, en helaas nog steeds brengen, en dat is dan ook de reden dat ze Corriere della Sera, Evening Standard of Le Soir heten. Tegenwoordig hebben we het nieuws van de vorige dag al gezien op het achtuurjournaal, en dus staan er altijd dingen in de krant die je al weet, en daarom worden er steeds minder van verkocht. In de Morgen zal dat nieuws, dat inmiddels al over de datum is, natuurlijk wel kort worden aangestipt en samengevat, maar daarvoor volstaat één kolommetje dat je zo hebt gelezen.’
‘En wat moet er dan wél in de krant komen?’ vroeg Cambria.
‘Het lot van een dagblad van tegenwoordig is dat het op een weekblad moet lijken. Wij berichten over wat er morgen zou kunnen gebeuren, met achtergrondartikelen, onderzoeksbijlagen, verrassende vergezichten… Ik geef een voorbeeld. Om vier uur ontploft er een bom, en de dag daarop weet iedereen dat al. Dus moeten wij tussen vier uur en middernacht, voordat we ter perse gaan, zien uit te vinden wie er iets nieuws te melden heeft over de mogelijke verantwoordelijken, iets wat zelfs de politie nog niet weet, en moeten we een scenario schetsen van hetgeen er door toedoen van die aanslag in de weken daarna zal voorvallen…’
Braggadocio: ‘Maar om een dergelijk onderzoek binnen acht uur op te tuigen heb je een redactie nodig die minstens tien keer zo groot is als de onze, plus een waanzinnige hoop contacten, informanten of weet ik het…’
‘Precies, en als de krant daadwerkelijk gaat verschijnen zal dat ook het geval moeten zijn. Maar het komend jaar hoeven we alleen maar te bewijzen dat het mogelijk is. En het is mogelijk omdat een nulnummer elke willekeurige datum kan hebben en heel goed als voorbeeld kan dienen van hoe de krant er maanden geleden uit had kunnen zien, bijvoorbeeld toen ze die bom lieten ontploffen. We weten al wat er daarna zal gebeuren, maar schrijven erover alsof de lezer dat nog niet weet. En zo zullen al onze onthullingen iets opzienbarends krijgen, iets verrassends, iets orakelachtigs, zou ik bijna willen zeggen. Oftewel, we moeten tegen de opdrachtgever zeggen: zo zou de Morgen eruit hebben gezien als die gisteren was uitgekomen. Duidelijk? En desgewenst zouden we, ook als niemand ooit een bom had gegooid, heel goed een nummer kunnen maken alsof dat wel zo was.’

 

 
Umberto Eco (5 januari 1932 - 19 februari 2016)

Lees meer...

04-01-17

Gao Xingjian, David Berman, Emil Zopfi, Hellmuth Karasek, Fernand Handtpoorter, Andreas Altmann, Doris Kearns Goodwin, Max Eastman, Markus Seidel

 

De Chinese schrijver Gao Xingjian werd geboren op 4 januari 1940 in Ganzhou, in de provincie Jiangxi. Zie ook alle tags voor Gao Xingjian op dit blog.

Uit: Soul Mountain (Vertaald door Mabel Lee)

“In the North, it is already late autumn. Here, however, the summer heat hasn’t completely subsided. Before sunset, it is still quite hot in the sun and sweat starts running down your back. You leave the station to look around. There’s nothing nearby except for the little inn across the road. It’s an old style building with a wooden shopfront and an upstairs. Upstairs the floorboards creak badly but worse still is the grime on the pillow and sleeping mat. To wash, you’d have to wait till it was dark to strip off and pour water over yourself in the damp narrow courtyard. This is a stopover for the village peddlers and craftsmen.
It’s well before dark, so there’s plenty of time to find somewhere clean. You walk down the road with your backpack to look over the little town, hoping to find some indication, a billboard or a poster, or just the name "Lingshan" to tell you you’re on the right track and haven’t been tricked into making this long excursion. You look everywhere but don’t find anything. There were no tourists like you amongst the other passengers who got off the bus. Of course you’re not that sort of tourist, it’s just what you’re wearing: strong sensible sports shoes and a backpack with shoulder straps, no-one else is dressed like you. Of course, this isn’t one of the tourist spots frequented by newlyweds and retirees. Those places have been transformed by tourism, coaches are parked everywhere and tourist maps are on sale. Tourist hats, tourist T-shirts, tourist singlets and tourist handkerchiefs bearing the name of the place are in all the little shops and stalls, and the name of the place is used in the trade names of all the "foreign exchange currency only" hotels for foreigners, the "locals with references only" hostels and sanatoriums, and of course the small private hotels competing for customers. You haven’t come to enjoy yourself in one of those places on the sunny side of a mountain where people congregate just to look at and jostle one another, and to add to the litter of melon rind, fruit peel, soft drink bottles, cans, cartons, sandwich wrappings and cigarette butts. Sooner or later this place will also boom but you’re here before they put up the gaudy pavilions and terraces, before the reporters come with their cameras, and before the celebrities come to put up plaques with their calligraphy. You can’t help feeling rather pleased with yourself yet you’re anxious. There’s no sign of anything here for tourists, have you made a blunder? You’re only going by the map on the cigarette box in your shirt pocket, what if the expert amateur you met on the train had only heard about the place on his travels?“

 

 
Gao Xingjian (Ganzhou, 4 januari 1940)

Lees meer...

03-01-17

Peter Ghyssaert, J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Cicero, Jean Muno, Jacob Balde, John Gould Fletcher, Douglas Jerrold

 

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Rijm

De velden zijn vol rijm vanavond. Als ik nu
verdwaal wil ik jou tegenkomen
en je vragen naar de weg. Wat zou je klein
en stil zijn, vol gebaren en
onuitgesproken tekens. En je handen
koud, nerveus en nauwelijks te bedwingen.
Maar je stem, vader, je stem kan ik
me niet herinneren terwijl je onvermurwbaar
van me wegloopt en je witte haar zich oplost
in de avond als een stukgetrokken nest.

 

 

Reisnecessaire

Ik ken je niet, maar je bent mooi
een golf die op de stenen slaat
bezit je schoonheid niet, en de mist
van water ragfijn over velden
heeft niet dat onaanraakbare
jou eigen; je bent bijna
uit je gezicht afwezig, bijna
vertrokken uit de lijnen
van je voorouders gegeven,
maar voldoende nog aanwezig
om een droom in gang te zetten.
Ik ken je niet, maar je bent mooi;
met jou vertrekkend word ik mooi.

 

 
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

Lees meer...

Smith Henderson

 

De Amerikaanse schrijver Smith Henderson werd geboren op 3 januari 1954 in Montana. Henderson heeft gewerkt als maatschappelijk werker en gevangenisbewaker, evenals voor een reclamebureau en leeft nu als schrijver in Los Angeles. Voor zijn korte verhalen, ontving hij diverse prijzen, waaronder de PEN Emerging Writers Award 2011. Zijn eerste roman "Montana" zorgde op de literatuurpagina's in Amerika voor groot enthousiasme. Het boek werd aanbevolen in een aantal kranten als “Best Books of the Year”, het won de Montana Book Award in 2014 en kwam op verschillende shortlists.

Uit:Fourth of July Creek

"The cop flicked his cigarette to the dirt-and-gravel road in front of the house, and touched back his hat over his hairline as the social worker drove up in a dusty Toyota Corolla. Through the dirty window, he spotted some blond hair falling, and he hiked in his gut, hoping that the woman in there would be something to have a look at. Which is to say he did not expect what got out: a guy in his late twenties, maybe thirty, pulling on a denim coat against the cold morning air blowing down the mountain, ducking back into the car for a moment, reemerging with paperwork. His brown corduroy pants faded out over his skinny ass, the knees too. He pulled that long hair behind his ears with his free hand and sauntered over.
“Name’s Pete,” the social worker said, tucking the clipboard and manila folder under his arm, shaking the cop’s hand. “We’re usually women,” he added, smiling with an openness that put the cop at ill ease.
The cop just replied with his own name-“Eugene”-took back his hand, and coughed into his fist. The social worker pointed at the cop’s badge with his chin, a seven-pointed nickel star with MONTANA chased inside it, mountains on the left, plains on the right, a sun, a river.
“Lookit mine,” Pete said, pulling out a flimsy laminate from his wallet. “I keep telling them I need a badge that don’t look like it came out of a damn cereal box.”
The cop didn’t have a ready opinion about that. He burnished a smudge off his own shield with a plump red thumb and turned toward the house. It abutted a steep hill and was poorly maintained, if at all. Peeling paint, a porch swing dangling from one rusting chain, a missing Windowpane taped over with torn cardboard. Couch cushions, half a blow-dryer, some lengths of phone cable, a plastic colander, and broken crockery littered the yard. Pieces of clothing slung up in the cedar shrubs like crude scarecrows, and the grass erupted in tall disordered bunches, stalks scarecrows, and the grass erupted in tall disordered bunches, stalks shooting through the warped porch boards, at places Window-high. The screen door hung open behind Where the mother and her son sat.
“Shit,” Pete said. “You had to cuff them.”
“That or they’s gonna kill each other.”

 

 
Smith Henderson (Montana, 3 januari 1954)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-01-17

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes, Ernst Barlach

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

In de Alpen

Het ergste wordt altijd overschaduwd door iets wat nog weer erger is. Nadat haar been was overreden, hoorden we Hansje nooit meer over haar koortslip. Maar het gezeur zat in de familie en toen ik haar in de Alpen over de paden reed, zag ik haar hand toch weer richting mond gaan. Vliegensvlug dook ik naar voren en voor ik het wist kusten we elkaar, zo hevig als ik nooit eerder iemand had gekust. Een bijzonder moment, daar in die Alpen, al werd het helaas verknald. Juist op dat ogenblik keerde Jezus Christus terug op aarde.

 

Ik dook in een baai

Ik dook in een baai. Ik dook in een baai waarvan het water zo troebel was dat ik geen hand voor ogen zag. Ik dook dieper. Ik zwom tot ik licht ontdekte, me naar de oppervlakte bewoog en boven kwam in een klein meer. Op de kant zat een man. Zijn haar was grijs, zijn ogen waren gesloten. Zijn handen hield hij gevouwen in zijn schoot en pas toen ik heel dichtbij hem was, keek hij op. Ik geloof niet dat hij schrok. Hij was ook niet triest. Hij zei: ‘Dit is nou wijsheid. Een huis ga ik er niet van kopen. Een mooie wagen evenmin. Maar op een dag hoop ik er een krab van te tekenen. De mooiste krab die men ooit op de wereld zag.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...