03-12-14

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren, F. Sionil José

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: Wat eene moeder lijden kan

“Het was uitermate koud in de laatste dagen der maand Januari 1841. De straten der stad Antwerpen hadden haar winterkleed aangenomen en glinsterden van zuivere witheid; de sneeuw viel echter niet bij zachte vlokken, noch verheugde het oog met hare duizend dooreenspelende pluimkens; integendeel, zij viel kletterend en als hagel tegen de vensterglazen der geslotene huizen, - en de bittere noorderwind joeg de meeste burgers, die zich op hunnen dorpel vertoonden, terug naar de gloeiënde kachel.
Niettegenstaande de bitsigheid der koude, en alhoewel het slechts negen ure in den morgen was, zag men, mits den Vrijdag, vele personen voorbijgaan. De jonge lieden poogden zich door loopen te verwarmen, de goede burgers bliezen grimmend in de vingeren en de werklieden sloegen zich met geweld de armen om het lichaam.
Op dit oogenblik ging er eene vrouw vrij langzaam door de Winkelstraat, welker inwoners zij wel moest kennen, daar zij uit en in de arme huizen ging, en deze telkens met eene uitdrukking van genoegen verliet. Een satijnen mantel, die gewis met watten gevuld was, bedekte hare fijne leden, een fluweelen hoed drukte haar zwierig hoofd en hare wangen, die een weinig door de zure lucht verpurperd waren; eene boa omslingerde haren hals, en hare handen verborgen zich in eene fraaie moffel. Deze juffer, die genoegzaam rijk scheen, bevond zich op den dorpel van een huis, in hetwelk zij gereed stond om binnen te treden, toen zij eensklaps in de verte eene andere juffer harer kennis zag aankomen; zij bleef bij de deur der arme woning staan, totdat hare vriendin haar nabij was; dan ging zij haar met eenen gullen lach te gemoet, en sprak haar aldus aan:
‘Eenen goeden dag, Adela. Hoe gaat het?’
‘Tamelijk wel, en met u?’
‘God zij dank, ik ben gezond en zoo verheugd dat ik het u niet zeggen kan.’

 

 
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
Borstbeeld in Sint-Niklaas

Lees meer...

02-12-14

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Aanzoek

Of ze wilde trouwen

nog dezelfde dag
maar dan blootsvoets en in gebroken
leeuwentandenwit en alleen
als het regenen zou

ik lachte omdat lachen
nog net in mijn macht lag
en zij schopte met een grimas
de schoenen uit

haar lege schoenen botsten
over het vergeelde gras en het regende
zoals het nog nooit geregend had

het werd een huwelijk

haar handen droegen plechtig
een paar dode insecten ik hield
van haar en zij waarachtig veel
van de geur van natte aarde.

 

 

Dagelijks brood

3.
Maar verval nu ook weer niet
in mensonterend ontzag, nee

meet je liever een goddeloze
glimlach aan of vloek en trek
je kleren uit, laat mij kruimels
strooien in je lies, op je hals
met bebloemde vingers wolken
achterlaten, want laat ons geven

wat we aan elkaar ontbreken,
samen zweren, zoals behoort,
dat we bij brood alleen niet
zullen leven (maar bij alle woord).

 

 

Maritiem

Als je dan toch al zou willen, volle vrouw,
dat ik je lichaam met de zee vergelijk, hoop dan niet
op rollende verzen en opspattend woordenschuim
dat wit als de meeuwenborst of de stranden van Aitutaki
triomfeert in het zonlicht, maar hou ogen en neusgaten open,
verwacht een lading zure guano en de stank van algen,

dan breng ik je een lallend zeemanslied over scheurbuik
en gezwellen in kabeljauwlever, een ode aan de onregelmatigheid
van geïncrusteerde parasieten op die glibberige golfbrekers van je,
ach ja, misschien wat ongezouten piratenpraat bovenop, een slag
in het gezicht met een rotte, afgeknauwde droogvis,

en weet dat deze matroos nog het meeste houdt
van die mosselbaard die stug tussen je dijen pronkt.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

Lees meer...

In Memoriam Mark Strand

 

In Memoriam Mark Strand

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand is zaterdag, 29 november, op 80-jarige leeftijd overleden. Mark  Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

The Coming of Light

Even this late it happens:
the coming of love, the coming of light.
You wake and the candles are lit as if by themselves,
stars gather, dreams pour into your pillows,
sending up warm bouquets of air.
Even this late the bones of the body shine
and tomorrow's dust flares into breath.

 

 

My Life

The huge doll of my body
refuses to rise.
I am the toy of women.
My mother

would prop me up for her friends.
"Talk, talk," she would beg.
I moved my mouth
but words did not come.

My wife took me down from the shelf.
I lay in her arms. "We suffer
the sickness of self," she would whisper.
And I lay there dumb.

Now my daughter
gives me a plastic nurser
filled with water.
"You are my real baby," she says.

Poor child!
I look into the brown
mirrors of her eyes
and see myself

diminishing, sinking down
to a depth she does not know is there.
Out of breath,
I will not rise again.

I grow into my death.
My life is small
and getting smaller. The world is green.
Nothing is all.

 

 
Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

01-12-14

Pierre Kemp, Tahar Ben Jelloun, Billy Childish, Henry Williamson, Daniel Pennac, Ernst Toller

 

De Nederlandse dichter Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.

 

Dromend van zulk blauw

Als ik nog lang naar dat blauw blijf kijken
mis ik mijn trein,
maar om zulk blauw zonder gelijke
moet het zo zijn.
Treinen kan ik nog vaak betreden,
maar deze straling zal ik misschien
in al zij innigheid na heden
bij leven niet meer zien.

 

 

Na het feest

De kleine mensen gaan tussen de grote
met het speelgoed van hun ogen.
Er slapen ook zulke vette bloemen in de sloten
en de takken waren zo blauw toen de maan
aan de andere kant van het huis ging staan.
In héél dit zacht delirium
van nacht en fruit en bloem
klinkt dof een weggedragen trom.

 

 

Kind voor een raam

Een kind voor een raam kijkt naar een korte trein.
Zo ben ik ook geweest, al zag
ik langere treinen over de lijn
glijden uit de opening van de dag.
Een kind voor een raam ben ik nog en ik tel
met héél klein vingertje de wielen
van andere dingen, zo snel
als zielen.

 

 
Pierre Kemp (1 december 1886 - 21 juli 1967)

Lees meer...

Arthur Sze

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Sze studeerde aan de Universiteit van California, Berkeley. Zijn gedichten zijn verschenen in The American Poetry Review, Boston Review, Conjunctions, The Kenyon Review, Manoa, The Paris Review, The New Yorker en de Virginia Quarterly Review,, en zijn vertaald in het Albanees, Chinees, Nederlands, Italiaans, Roemeens en Turks. Hij heeft acht bundels poëzie op zijn naam staan, waaronder The Ginkgo Light (2009) en de Windroos (2014), auteur. De laatste bundel was finalist voor de 2015 Pulitzer Prize voor Poëzie. Zijn werk is opgenomen in vele bloemlezingen. Hij was Visiting Hurst hoogleraar aan de Universiteit van Washington, een Doenges Visiting Artist aan Mary Baldwin College, en werkte aan de Brown University, Bard College en Naropa-universiteit. Hij is emeritus hoogleraar aan het Institute of American Indian Artsis, de eerste Poet Laureate van Santa Fe. In 2012 werd Sze gerkozen als Chancellor of the Academy of American Poets.

 

Shooting Star

1
In a concussion,
the mind severs the pain:
you don’t remember flying off a motorcycle,
and landing face first
in a cholla.

But a woman stabbed in her apartment,
by a prowler searching for
money and drugs,
will never forget her startled shriek
die in her throat,
blood soaking into the floor.

The quotidian violence of the world
is like a full moon rising over the Ortiz mountains;
its pull is everywhere.
But let me live a life of violent surprise
and startled joy. I want to
thrust a purple iris into your hand,
give you a sudden embrace.

I want to live as Wang Hsi-chih lived
writing characters in gold ink on black silk—
not to frame on a wall,
but to live the splendor now.

 

2
Deprived of sleep, she hallucinated
and, believing she had sold the genetic
research on carp, signed a confession.
Picking psilocybin mushrooms in the mountains

of Veracruz, I hear tin cowbells
in the slow rain, see men wasted on pulque
sitting under palm trees. Is it
so hard to see things as they truly are:

a route marked in red ink on a map,
the shadows of apricot leaves thrown
in wind and sun on a wall? It is
easy to imagine a desert full of agaves

and golden barrel cactus, red earth, a red sun.
But to truly live one must see things
as they are, as they might become:
a wrench is not a fingerprint

on a stolen car, nor baling wire
the undertow of the ocean. I may hallucinate,
but see the men in drenched clothes
as men who saw and saw and refuse to see.

 

 
Arthur Sze (New York,1 december 1950)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: arthur sze, romenu |  Facebook |

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies vijf jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.

 

 
Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)

 

 

Mateloos

Als ik je aankijk, heb ik nergens meer greep op
Ik voel me wegdrijven, ik los op
Ik sta voor je, verlegen als een kind
Mateloos stroom ik over, mateloos

Als ik je aankijk, heb ik nergens meer greep op
Ik swing door de straten als een discodanser
Ik sta voor je, trillend van dankbaarheid
Mateloos stroom ik over, mateloos

En dan in bad, lach niet, ik kus je voeten over en weer
Je haalt adem alsof je slaapt, maar je slaapt niet
Ik zeg hardop: Wat ben jij prachtig
Je schiet in een lach omdat ik vroeger
Een liedje heb gemaakt over twee deftige
Oude dames in het bad, die tegen elkaar zeien
Wat zijn wij prachtig
Wat zijn wij prachtig allebei
We komen niet meer bij

Dan zijn we stil, je beroert me
Ik kus je voeten een eeuwigheid
We steken het licht aan en nemen een sigaret
En kleden ons aan om ergens wat koffie te drinken
Om op de tramhalte stil tegen je aan te staan
Met gesloten ogen de auto's voorbij te horen gaan
En de stemmen van mensen, voetstappen, de fietsen
Stil tegen je aan te staan in eeuwigheid

Om dan later een beetje lachend
De eerste de beste zijstraat in te slaan
Om dan in bed stil tegen je aan te liggen met open ogen
Je vindt me een klein jongetje
Je aait m'n neus, m'n hoofd, m'n haar
Stil tegen je aan te liggen in eeuwigheid

Je maakt grapjes tegen me dat je straks
Een boterham met pindakaas klaar zult maken
En morgen mag ik naar de speeltuin
Want eens zul je er niet meer zijn
Een eeuwigheid stil naast je te liggen
En tot die tijd wil je me alles geven

Als ik je aankijk, heb ik nergens meer greep op
Ik adem je in tot ik niet meer kan
Ik ben nog bij je
Mateloos stroom ik over in jou, mateloos

Na een moment te zijn gestorven
Geef ik je terug aan de natuur
Ik geef je terug aan je dans tussen de mensen
Ik help je terug naar de ruimte
En de vrijheid en de lente
Met heel mijn hart help ik je terug naar jou
Wat ben je stil

Als ik je aankijk, heb ik nergens meer greep op
Je straalt onder je huid in de nacht
Open, zonder verweer
Mateloos stroom je over, mateloos hou ik van jou

 

 

18:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |

30-11-14

Adventliche Einkehr (Ingo Baumgartner)

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

 
Eschweger Weihnachtsmarkt um 1816 door Ernst Christopher Metz

 

 

Adventliche Einkehr

Adventmarkt, glühgebirnte Helle,
ein runder Tisch, wie fein, ich stelle
mich hin und äußere den Wunsch
nach einem Gläschen Weihnachtspunsch.

Der Kellner eilt, jetzt schon zum dritten,
gar vierten  Mal, ein Pferdeschlitten
quetscht meine Zehen, weil ich lieg
und da den fünften Becher krieg.

Der Dom hat, seltsam, heut vier Türme,
im Schnee kriecht hässliches Gewürme,
doch ist’s nur eine Glühweinspur
von meiner Innenwärmungskur.

Am Nebentischchen lehnt ein Engel,
er hat genug vom Marktgedrängel
und tut, was gleich ins Auge sticht,
er säuft, der rechte Flügel bricht.

Ich geh hinüber, denn alleine
ist’s kaum adventlich, wie ich meine.
So frönen wir ab nun zu zweit
der Einkehr und Besinnlichkeit.

 

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)
Oberndorf an der Salzach

 

 

Zie voor de schrijvers van de 30e november ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

14:04 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, ingo baumgartner, romenu |  Facebook |

Christophe Vekeman, Y.M. Dangre, David Nicholls, Yasmine Allas, Reinier de Rooie, Jan G. Elburg

 

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Zie ook alle tags voor Christophe Vekeman op dit blog.

 

We waren

We schenen, we leken, we bleken, we waren
We weenden, we lachten, we dachten, we staarden
We wachtten, we keken, we hadden de tijd
We zwegen, we rookten, we kookten van geilheid

We dronken, we zopen, we zongen, we deden
We schonken, we klonken, we liepen, we reden
We riepen, we sliepen, we lagen in bed
We spraken, we blaakten, we hadden veel pret

We rustten, we vierden, we kusten, we pisten
We brulden, we gierden, we lulden, we wisten
We konden, we wonnen, we stonden perplex
We likten onze wonden en we hadden goeie seks

We trokken, we duwden, we drongen, we raasden
We lokten, we stuwden, we gokten, we aasden
We vingen, we hingen, we speelden het grof
We waren de waarheid, we deden alsof

We trilden, we rilden, we stegen, we daalden
We gilden, we vilden, we kregen, we stalen
We wilden, we baarden, we waren barbaars
We spaarden elkaar niet, ik zat in je –

We hijgden, we roofden, we zogen, we snoven
We neigden, we voosden, we kozen, we loofden
We geloofden in God en we waren Hem dankbaar
We lagen allebei van boven en we stoofden tegelijkertijd gaar

We raakten, we staken, we mikten, we wikten
We waakten, we slaakten, we slikten, we pikten
We maakten elkaar het leven zo zoet
We deden ons best en dat deden we goed

We lukten, we rukten, we beefden, we kwamen
We drukten, we fuckten, we leefden, we namen
Wij samen, we hadden altijd onze zin
Ik was royalist en jij mijn koningin

We schenen, we leken, we bleken, we waren
We weenden, we lachten, we dachten, we staarden
We wachtten, we keken, we kenden geen spijt
We werden, we bleven, we zijn nog altijd

 

 
Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)

Lees meer...

Mark Twain, Lee Klein, Adeline Yen Mah, John McCrae, Jonathan Swift, Philip Sidney

 

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens) werd geboren op 30 november 1835 te Florida. Zie ook alle tags voor Mark Twain op dit blog.

Uit:The Adventures of Huckleberry Finn

“Tom he made a sign to me — kind of a little noise with his mouth — and we went creeping away on our hands and knees. When we was ten foot off Tom whispered to me, and wanted to tie Jim to the tree for fun. But I said no; he might wake and make a disturbance, and then they'd find out I warn't in. Then Tom said he hadn't got candles enough, and he would slip in the kitchen and get some more. I didn't want him to try. I said Jim might wake up and come. But Tom wanted to resk it; so we slid in there and got three candles, and Tom laid five cents on the table for pay. Then we got out, and I was in a sweat to get away; but nothing would do Tom but he must crawl to where Jim was, on his hands and knees, and play something on him. I waited, and it seemed a good while, everything was so still and lonesome.
As soon as Tom was back we cut along the path, around the garden fence, and by and by fetched up on the steep top of the hill the other side of the house. Tom said he slipped Jim's hat off of his head and hung it on a limb right over him, and Jim stirred a little, but he didn't wake. Afterwards Jim said the witches bewitched him and put him in a trance, and rode him all over the State, and then set him under the trees again, and hung his hat on a limb to show who done it.
And next time Jim told it he said they rode him down to New Orleans; and, after that, every time he told it he spread it more and more, till by and by he said they rode him all over the world, and tired him most to death, and his back was all over saddle-boils. Jim was monstrous proud about it, and he got so he wouldn't hardly notice the other niggers. Niggers would come miles to hear Jim tell about it, and he was more looked up to than any nigger in that country. Strange niggers would stand with their mouths open and look him all over, same as if he was a wonder.”

 

 
Mark Twain (30 november 1835 – 21 april 1910)
Jeff East (Huckleberry Finn) en Paul Winfield (Jim) in de film Huckleberry Finn, 1974

Lees meer...

Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

 

De Britse staatsman en schrijver Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock op 30 november 1874. Zie ook alle tags voor Winston Churchill op dit blog.

Uit:The Crossing

“These lapses of my father's were a perpetual source of wonder to me,--and, I must say, of delight. They occurred only when a passing traveller who hit his fancy chanced that way, or, what was almost as rare, a neighbor. Many a winter night I have lain awake under the skins, listening to a flow of language that held me spellbound, though I understood scarce a word of it.
"Virtuous and vicious every man must be,
Few in the extreme, but all in a degree."
The chance neighbor or traveller was no less struck with wonder. And many the time have I heard the query, at the Cross-Roads and elsewhere, "Whar Alec Trimble got his larnin'?"
The truth is, my father was an object of suspicion to the frontiersmen. Even as a child I knew this, and resented it. He had brought me up in solitude, and I was old for my age, learned in some things far beyond my years, and ignorant of others I should have known. I loved the man passionately. In the long winter evenings, when the howl of wolves and "painters" rose as the wind lulled, he taught me to read from the Bible and the "Pilgrim's Progress." I can see his long, slim fingers on the page. They seemed but ill fitted for the life he led.
The love of rhythmic language was somehow born into me, and many's the time I have held watch in the cabin day and night while my father was away on his hunts, spelling out the verses that have since become part of my life.“

 

 
Winston Churchill (30 november 1874 - 24 januari 1965)

Lees meer...

29-11-14

Mario Petrucci, Jean Senac, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Wilhelm Hauff, Louisa May Alcott, Franz Stelzhamer

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

Last Wish
(Chernobyl, 1986)

You bury me in concrete.   Bury me
in lead.   Rather I was buried
with a bullet in the head.

You seal me in powder.   Cut the hair
last.   Then take the trimmings
and seal them in glass.

You wrap me in plastic.   Wash me
in foam.   Weld the box airless
and ram the box home.

For each tomb that's hidden a green
soldier turns.  
None decomposes.
Nothing for worms.

A buckle.   A pencil.   Break one thing
I left.   Give some small part of me
ordinary death.

 

 

Lessons

Easy for me, your son,
youthful lungs trawling in one sweep –

cigar smoke, omelette,
the girl next door.

One day I told you
how in physics we'd calculated a cough holds

billions of atoms Galileo
inhaled.   It took a full

week for your retort -
as always, off the nail.  
Must be I've used it

all then.   From Siberia
to Antarctica - from slack-

pit to spire.   That's
why each draw's so, so bloody hard.

Your drenched face was me,
silenced.   Had to catch you

last thing, at the foot
of your Jacob's Ladder, ascending to the one

bulb of the landing
toilet, to tell you

I'd checked with sir.
You can't use it all, I piped, not in a hundred

million years.   You'll get
better.  
Just wait and see.

Mouth bluish, a slur
suspended over your chest.   Fist white

on the rail.   You said
Don't hold your breath.

 

 
Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

Lees meer...

Antanas Škėma, Madeleine L’Engle, Ludwig Anzengruber, Silvio Rodríguez, Maurice Genevoix, Andrés Bello

 

De Litouwse dichter en schrijver Antanas Škėma werd op 29 november 1910 geboren in Lodz in Polen. Zie ook alle tags voor Antanas Škėma op dit blog en ook mijn blog van 29 november 2009 en ook mijn blog van 29 november 2010.

Uit: Steps And Stairs (Vertaald door Kęstutis Girnius)

„You thought you sailed west, west the whole day. But your boat turned around, and you return to land again. An old fisherman, a friend of your youth, sits on the rocky shore. His campfire smolders. Dead fish lie around him. In the silk sphere fish and stars, sparks and embers, veined hands and mermaid scales. In the silk sphere a round night is reflected in the electric lamp.
I think all of this when I stop two yards below the old man and see the holes in his soles, while the half-blind man feels something completely other.
He cleaned banks. In Manhattan and Brooklyn, Queens and the Bronx. In the cellar were ladders and rags, cleaning oil and soap powders, and in the marbled rooms dust stuck to furniture, walls, ceilings, lampshades, and curtains—the unctuous dust of banks, like a thick layer of frozen fat. The Ukrainian stooped often, crawled on all fours, and swayed below the ceiling; hot water flowed through his unfeeling fingers; tables and chairs, telephones and ashtrays, the steel of safes and the blue veins of marble rejuvenated themselves with damp leather, redwood mirrors, the matted shine of plastic; his hands stuck together from the cleaning oil, they smelled of pine sap, of bare feet in the morning mist, the filth of old age, and wrung-out underwear.
I.R.T., B.M.T., Independent. Every night the subways, ruled by magic hieroglyphics, carpets from "A Thousand and One Nights," flew the Ukrainian to a different part of the city. He still walked a few blocks. The same taverns with different names licked his eyes. Gondola, New Orleans, On the 7th Corner. Store windows were jammed with shirts and shoes tied with red ribbons, presents for a girl friend, children, and for oneself.“

 

 
Antanas Škėma (29 november 1910 – 11 augustus 1961)

Lees meer...

28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

27-11-14

Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Philippe Delerm, Jacques Godbout, Jos. Habets, Friedrich von Canitz

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Der Schrecken Gottes

„Sie mahnen – nicht mehr, aber zu unserem gelegentlichen Verdruß auch nicht weniger. Das ist die Religiosität, die sich mir als Kind eingeprägt hat, und so deutlich ich wahrnehme, welches Unheil heute gerade aus dem Islam erwächst, vergesse ich doch die Menschen nicht,
Denn es ist ihresgleichen nicht im Lande die mir bis heute die Tugend zum Vorbild geben, meinen Großvater zum Beispiel, der den getuschelten Spott seiner jungen, frechen Töchter ertrug, wenn er vor ihnen das Gebet der Großfamilie leitete. In seinen Memoiren hielt er als erstes stolz die Anekdote fest, wie unser Urgroßvater, ein hochangesehener Theologe, sich im Wortsinn schützend vor die Bahais in Isfahan gestellt hat, als andere Mullahs den Mob losließen; Anfang des letzten Jahrhunderts muß das gewesen sein. Mein Großvater ist als Großbürger überzeugter Demokrat gewesen und als Vertreter der Isfahaner Notabeln in den vierziger Jahren eigens nach Teheran gefahren – keine kurze Strecke damals –, um dem verblüfften Oppositionsführer Mossadegh mitzuteilen, daß er seinen Kampf gegen die Monarchie gutheiße. Liberal jedoch, wie wir es verstehen, war mein Großvater nicht, vielmehr ein konservativer Mann von orthodoxem Ernst, das Lob Gottes beständig auf den Lippen und mit strengen moralischen Ansprüchen an sich und seine Nächsten. Wenn er, der selbst an einer Theologischen Hochschule in Isfahan studiert hatte, den Kleingeist der Straßenprediger wie der Staatstheologen verächtlich machte, dann fühlte er sich nicht dem Geist der westlichen Aufklärung und der Allgemeinen Erklärung der Menschenrechte verpflichtet, sondern dem größten Geist, dem des Allmächtigen.
Da ist der Herr Ingenieur Kermani, der Mann meiner Tante Eschrat, der uns mit dem Backgammon auch das Beten lehrte, ein Kettenraucher vor dem Herrn, der seine immense Körpermasse am liebsten in Kleidung vom Stile Gamal Abdel Nassers zwang, jenen hellbraunen oder hellblauen Baumwollanzügen, bei denen die Jacke zugleich Hemd ist. Herr Ingenieur – den Titel,«Herr Ingenieur», vergaß ich selbst dann nicht zu nennen, wenn ich zu mir selbst sprach –,Kermani war eine wirklich imposante Erscheinung, der dickste und größte unter meinen Verwandten, den riesig-runden Schädel kahl und mit goldenem Vorderzahn im häufig lachenden Mund.”

 

 
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...