16-01-15

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Tino Hanekamp

 

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Gestrand

We weten nog niet wat het was,
het dier dat er gisteren lag,
de vleugels gespreid op het zand,
zijn lijf haast te groot voor de dag

maar hij lag op zijn zij als een paard van
krankzinnig formaat op de kust afgekomen,
een kop als een huis, de huid net zo glad
als een adder of pad, de ogen
haast droevig, zelfs dicht.

Hij lag in het licht van het noorden,
we streelden zijn vel tot de nacht.
We sliepen onrustig en zonder idee.

Nu wordt hier gepraat over Goden
en fabels –wie weet waar hij is.

Een zonderling spoor loopt naar zee.

 

 

Ik ben afwezig tot [datum]

Was ik er geweest dan had ik graag een antwoord gegeven
op wat u net stuurde en u iets uitgelegd over de manier
waarop de hemel boven ons blijft balanceren
als een tent zonder stokken, aangezien
ik daar het nodige van weet.  

Ik zou u recepten aan de hand hebben gedaan en niet alleen
de ingrediënten hebben opgesomd maar ook hoe een ei
zich bang kan voelen in je hand voor het breekt
en hoe de klap op de rand van de schaal
juist daarom harder klinkt.  

Als ik wist dat u leed onder rinkelend leven, onder vlagen
van aandacht, dan had ik geschreven hoe alles altijd
tot bedaren te brengen door alleen te gaan liggen,
vroeg in de ochtend, en te voelen hoe bloed
in u schommelt als water of wijn.

Ik zou hoe dan ook een prettig mens zijn geweest. Iemand
die zich graag over de wereld verbaast en nadenkt over
het bestaan en daar iets zinnigs over zegt, echt
iemand om in je adreslijst op te slaan met
een knalgele smiley ernaast.

[naam collega] is wél bereikbaar.

 

 
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

Lees meer...

15-01-15

Hélène Swarth, Antoine Wauters, Etty Hillesum

 

Dolce far niente

 

 
In Peril door John Atkinson Grimshaw, 1879

 

 

Winterdag

De wolken dreven wondersnel,
De bomen bogen naar elkaar.
O mannenliefde! o wolkenspel!
Luid sloeg mijn hart, van weemoed zwaar.

Fel blies de kille winterwind
De loverloze lanen door.
'k Had willen wenen als een kind,
't Was of die wind mijn hart bevroor.

Toog ooit zo bleek, zo stil een paar,
De wegen langs met droever zin?
Wij gingen zwijgend naast elkaar,
Een troosteloze toekomst in.

 

 

 
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)
Gravure door Auguste Tilly, 1889

Lees meer...

Philip Snijder

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Hij groeide op in een oude volksbuurt. Snijder studeerde Italiaans en werkte onder andere bij een schoonmaakbedrijf, boekhandel, jeugdhotel, universiteit, café en culturele instelling. Hij publiceerde een paar verhalen over zijn jeugd in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde. Deze deels op waargebeurde feiten gebaseerde verhalen heeft hij verwerkt in zijn debuut “Zondagsgeld”, dat genomineerd werd voor de Academica Debutantenprijs en inmiddels elf keer is herdrukt. In 2011 verscheen de roman “Retour Palermo”, in 2012 gevolgd door “Het geschenk”.

Uit: Het geschenk

“Dit was de tweede keer dat ik meeging naar de Valeriuskliniek, en nu alleen met mijn moeder. Mijn vader, om wie het allemaal te doen was, zat thuis voor het raam waar hij zich, voortgestuwd door de op volle toeren draaiende motor van zijn sombere boosheid, wijdde aan de enige activiteit waarmee hij nu zijn dagen vulde: het in zo hoog mogelijk tempo draaien en oproken van zware sjekkies. Hij wist niets van deze missie van mijn moeder en mij.
Ook toen hij enige maanden geleden in de Valerius moest verschijnen voor een van zijn onderzoeken, had ik een keer, net zo vervuld van weerzin en gêne als nu, aan een plastic lus in de tram gehangen. Toen maakten we de tocht vanaf het Centraal Station met z’n drieën. En ook al waren er vrije zitplaatsen genoeg, en wees mijn moeder me die even nadrukkelijk als onnodig aan, ik bleef staan. Tijdens het rijden was ik, veinzend mijn evenwicht te verliezen bij het afremmen of optrekken, steeds van de ene lus naar de andere verschoven, om zo de afstand tussen mijn zittende ouders en mij onopgemerkt te vergroten. Terwijl ik uit het raam bleef kijken lukte het me zo ver van ze vandaan te komen dat ze me niet meer konden aanspreken. Met mijn rug naar ze toe had ik het zo tot in Oud-Zuid volgehouden.
Deze middag in de lente was het veel drukker in de tram, en zou mijn moeder het feit dat ik niet tegenover haar ging zitten maar bleef staan, zeker interpreteren als een bewijs van de hoffelijkheid van haar puberzoon, die met zijn jonge lijf geen van de schaarse zitplaatsen wenste in te nemen. Dat zouden ook die mensen eens moeten opmerken die altijd met gefronste blik keken naar zijn wild uitgegroeide lokken en zijn eigenhandig gebleekte en van rafels voorziene spijkerkleding, wist ik dat mijn moeder dacht. Over haar getoupeerde kapsel heen keek ik naar de voorbijschuivende gevels. Ik slaagde er uiteindelijk in haar buiten mijn gezichtsveld te krijgen, al bleef ze door de sterke geur van haarlak, lippenstift en poeder die van haar hoofd opsteeg, hardnekkig onder me aanwezig.
‘... even rustig praten met de dokter...’ En: ‘... beter nog niet tegen uw man zeggen...’ Zo luidde de samenvatting van het telefoongesprek met de assistente van de neuroloog, mij door mijn moeder een dag eerder fluisterend voorgelegd.

 

 
Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

18:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: philip snijder, romenu |  Facebook |

Maud Vanhauwaert

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maud Vanhauwaert werd op 15 januari 1984 geboren in Veurne. Ze heeft een tweelingzus genaamd Julie. Aan de lokale muziekacademie volgde Vanhauwaert de cursussen dictie en voordracht. Vanhauwaert studeerde Woordkunst en Taal- en Letterkunde, en volgde daarna de master Meertalige Professionele Communicatie. Ze behaalde een master-diploma Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Antwerpen en een master-diploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen. Zij kreeg als dichteres voor het eerst bekendheid binnen het Poetry Slam circuit. Vanhauwaert won de Noorderzlam te Groningen en de Poetry Slam op het Antwerpse literatuurfestival Zuiderzinnen. In 2010 won zij de text-on-stage wedstrijd Frappant TXT. In 2014 debuteerde Vanhauwaert met haar one-woman-theatershow 'Die Dramatische Pose (werktitel)'. n 2011 debuteerde zij als dichters met de poëziebundel 'Ik ben mogelijk'. Voor deze bundel ontving zij de Vrouw Debuut Prijs. In 2012 deed Vanhauwaert nogmaals mee aan de Belgische kampioenschappen Poetry Slam. Dit keer won ze. Ze behaalde de finales van het Wereldkampioen Poetry Slam. Ook stond ze als finaliste op het Leids Cabaret Festival (2014).

 

Jonge mensen die zwijgen
slappe ballen onder een stijve
lage slingers bij een verjaardagsfeest
waar zijn de moeders
die vragen hoe het is geweest

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt
het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen
van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

en hoewel de lucht zalmroze
we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm
zeg ik domweg ja, de stad is steeds

en dan de putjes in haar lach
alsof in elke wang een nietje zat

 

 

Het was zomer en we wisten niet wat doen
de stenen herinnerden zich
de regen van de dag
de bliksem flitste ons.

Iemand riep iets in de verte
en nog iemand deed hetzelfde.
Vergeten wordt nooit voltooid,
heeft ze gezegd.

Toen haalde ze zichzelf uit de kleren
een flauwgevallen hoopje met haar geur erin.
Ik wilde een laken over haar heen
haar ontwapend zien durfde ik niet aan.

Bang dat ze zou afvallen, blad na blad,
ze houdt van mij/ ze houdt van mij
om vormeloos te liggen als ze uit mij stapt
vroeg ik niet of ik eens om haar mocht.

Maar wanneer ook zij eindelijk
vergeten was wat zeggen
en we in twee hoge komma’s lagen
wachtend op een zin
met dieprood gefrons, zomergraan
tempelhoven
nam ze in mij de bocht
en haalde ik haar langzaam aan.

 

 
Maud Vanhauwaert (Veurne, 15 januari 1984)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maud vanhauwaert, romenu |  Facebook |

14-01-15

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Martin Auer. Isaäc da Costa

 

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

De rups trekt zichzelf in twijfel

De rups trekt zichzelf in twijfel
steigert op de twijg, lijkt blind rond
te tasten in de richting van de vlinder die hij wil
stort dan neer
recht voor de bek van de merel.
Hap!
Weg vlinder.

 

 

Liefde

Op een vluchtheuvel
kust een jongen een meisje
met paardentanden
bolle ogen achter een bril
zoeken de zijne fletse blauwe
in een gezicht vol pukkels

In zijn aktentas
dat weet ik zeker
zitten nog de broodkruimels van vorige week
en haar bloemetjesjurk
ruikt naar thuis en een keeshond van porselein
waarvan een poot is gebroken

en toch staat de stad
plotseling stil
straks in het warenhuis
een pakje shampoo vallen
zal deze vrouw zich wegen en
die man zijn voeten vegen

op een mat
waarop welkom staat geschreven

maar nu
staat de stad
stil

als blauwe ogen
fletse blauwe trouwen

 

 

Oom Karel: een familiefilmpje

Vanmiddag een familiefilmpje gezien. Oom Karel
niets vermoedend in een bootje bij Loosdrecht.
Drie weken later was hij dood, niet meer vatbaar voor
celluloid.

Hoe goed zou het zijn een filmpje van zijn sterven te bezitten
als operateur zijn laatste adem af te draaien
vertraagd het stollen van zijn blik, het vallen van die hand
langs ijzeren bedkant nog eens en nog eens te vertonen.

Of op topsnelheid, zodat het doodgaan van oom Karel
iets vrolijks krijgt, een uitgelaten dans op een krakend bed,
de omhelzing van een onzichtbare vrouw

die teruggedraaid hem wakker kust; de ogen
worden weer blik, kijken in de lens, de hand wijst.
Oom Karel leeft, oom Karel is dood.

 

 
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)

Lees meer...

Chris De Stoop

 

De Vlaamse schrijver en journalist Chris De Stoop werd geboren op 14 januari 1958 in Sint-Gillis-Waas. In zijn eerste boek, “Ze zijn zo lief meneer” (1992), beschreef hij als eerste over de internationale vrouwenhandel van binnenuit, wat grote beroering veroorzaakte in België en onder meer leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. Hij mocht hierover ook spreken in de begrafenisdienst van koning Boudewijn in 1993. In 2004 ontving De Stoop voor “Zij kwamen uit het Oosten”, het vervolg op zijn eerste boek, de Gouden Uil Publieksprijs. Hij was ook in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs met “Het complot van België” De Stoop is opgegroeid in de polderstreek in het noorden van het Waasland en vestigde zich in 1999 in Doel. Zijn ervaringen bij de ontreddering en teloorgang van de dorpsgemeenschap in dit door havenuitbreidingen bedreigde polderdorp verwerkte hij in zijn boek “De Bres” (2000).

Uit: Verdoemenis

“Wanneer hij omstreeks half vijf plotseling wakker schrikt, heeft hij een melig, duizelig gevoel in zijn hoofd. Hij strijkt door zijn haar, dat door het zweet vast aan zijn schedel klit, en zegt, Zo voelt een drieduizend jaar oude mummie zich, als hij zijn omzwachtelde kop tegen het deksel van zijn sarcofaag stoot. Laffe nachtjager, vieze sluipdoder, bromt hij daarna, terwijl hij met zijn rechterhand naar een in de duisternis onzichtbare, al enige tijd boven zijn hoofd heen en weer snorrende mug slaat. En dan theatraal tegen zichzelf, André, laat de Heilige Geest binnen, en om de mug te verdrijven ontsteekt hij het licht. Een vergeelde farao, die, door ongedierte getergd, de slaap niet vatten kan, declameert de man in bed met luide stem, zodat zijn vrouw, die al even onrustig slaapt als hijzelf, zich knorrend omdraait. Hij klaagt steen en been tegen zijn moeder omdat allebei zijn armen elke zomer weer door muggenbeten weekrood, ontstoken en opgezwollen zijn. Jouw bloed is veel te zoet, antwoordt ze op wijze toon, jouw bloed is veel te zoet, jongen, kijk naar je broer, hij slaapt in dezelfde kamer, zelfs in hetzelfde bed, maar toch heeft hij nooit last van muggen, dat komt doordat muggen zoet bloed zoeken, en het jouwe is blijkbaar zoeter dan het zijne. Om hoe laat ben ik gisterenavond gaan slapen? vraagt hij zich af, terwijl hij, op zijn rug liggend, naar de diverse leeggewreven muggelijven op het plafond staart, ik heb Lydia toch geen klappen gegeven?, heb ik die kleine spastische Tamara wel netjes in bed gelegd?, en hoeveel heb ik in godsnaam weer gedronken? Je wil toch niet beweren dat ik te veel gedronken heb? lalt zijn dronken vader verontwaardigd, en dan stoot hij zijn kameraad aan, die drie jaar later voor aanranding en diefstal zal gearresteerd worden, en hij zegt, Kijk naar André, hij is mijn oudste, hij zal het zeker ver schoppen, en zijn straalbezopen kameraad, die vijf jaar later in zijn cel zijn linker pols zal oversnijden, omdat na een werkongeval in de drukkerij van de gevangenis zijn rechterarm moet geamputeerd worden, grijpt de jongen bij de schouder vast en hij zegt, André, lieve jongen, het ga je goed in je leven, en hij zoent hem met weke sponsachtige lippen op zijn voorhoofd, en daarna begint hij te hoesten en te rochelen tot hij bijna stikt in zijn eigen slijm.”

 

 
Chris De Stoop (Sint-Gillis-Waas, 14 januari 1958)

19:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chris de stoop, romenu |  Facebook |

13-01-15

Edmund White, Daniel Kehlmann, Jay McInerney, Lorrie Moore, Jan de Bas, Edgardo Cozarinsky, Mohammad- Ali Jamālzādeh, Clark Ashton Smith

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: City Boy

“I had constant daydreams of meeting Susan Sontag and Paul Goodman. I don't know why I focused on them — maybe because they were so often mentioned in the Village Voice and the Partisan Review but even by Time. He'd written Growing Up Absurd, the bible of the sixties, now largely forgotten (I never read it in any event). How could I have worshipped a man whose work I didn't know? I guess because I'd heard that he was bisexual, that he was a brilliant therapist, and that he was somehow for the young and the liberated. I read his astonishing journal, Five Years, published in 1966, a groundbreaking book in which he openly discussed paying men for sex and enjoying anonymous sex in the meatpacking district. Today that would seem unremarkable, perhaps, but for a husband and a father back then to be so confi ding, so shameless, was unprecedented, especially since the sex passages were mixed in with remarks on culture and poetry and a hundred other subjects.
Sontag was someone I read more faithfully, especially Against Interpretation and even individual essays as they were published.
New York, in short, in the seventies was a junkyard with serious artistic aspirations. I remember that one of our friends, the poet Brad Gooch, wanted to introduce us to his lover, who'd become an up-and-coming Hollywood director, but Brad begged him not to tell us that he worked as a director since Hollywood had such low prestige among us. That sort of reticence would be unthinkable today in a New York that has become enslaved by wealth and glitz, but back then people still embraced Ezra Pound's motto, "Beauty is difficult."
We kept asking in 1972 and 1973 when the seventies were going to begin . . .
Then again we had to admit the sixties hadn't really begun until the Beatles came over to the States in 1964, but after that the decade took on a real, definite personality — protest movements, long hair, love, drugs, a euphoria that turned sour only toward the end of 1969. Of course for Leftists the decade began with the Brown v. Board of Education decision and ended with Nixon's resignation in 1974.”

 

 
Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)
Cover

Lees meer...

12-01-15

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Cees van der Pluijm overleed op 14 december jongstleden op 60-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

PORTRETSONNETTEN 9

Je kunt met hem de humorberg beklimmen
Hij heeft voor iedereen altijd wel iets
Een kleine kwinkslag of een goede witz
Waar hij verschijnt, daar gaan de ogen glimmen

O al die keren dat we om hem lachten
Wat is die man toch vreselijk ad rem
Gebeurt er iets, dan kijken we naar hem
Je hoeft er nog geen oogwenk op te wachten

En heus, hij is nooit een seconde triest
Het lijkt wel alsof alles langs hem afglijdt
Waardoor hij nooit zijn goede zin verliest

Ik denk dat hij nog vrolijk naar zijn graf schrijdt
Waarop de hele stoet nog één keer briest
Om wat zijn laatste geintje wordt: zijn afscheid

 

 

PORTRETSONNETTEN 13

Ik vond mijn kind, hij waaide tot mij aan
Wat scheelt die vijfendertig jaar verschil?
Wanneer ik honderd word, is hij de spil
Daarna kan ik gerust ter ziele gaan

Nu ben ik nog ten vleze, het bestaan
Laveert weer tussen schreeuwstorm en windstil
Een mengeling van hoop, geloof en wil
Een innig rendez-vous van zon en maan

Twee kamers heeft het hart dat stadig klopt
Twee liefdes zijn het minste voor een man
Totdat de adem stokt, de motor stopt

Twee liefdes – veel voor wie niet veel verwacht
Meer dan waarop een zondaar hopen kan
De wind, de wind heeft mij een kind gebracht

 

 

Uit: Momenten

 

1978

Er was van dreiging helemaal geen sprake
Je kreeg een eigen huis, een flat met hem
Wat later kwam deed toen nog niet ter zake

Nog nergens dood als stimulans of rem
Wel engelen, maar niet nog die der wrake
Je zong je lied met ongebroken stem

Een zoete inval en een bruisend bad:
De tijd dat je nog geen ontvangstangst had

Het leven leek een feest vol zang en dans
Studeren? Ja, dat deed je er wel bij
Wat misging kreeg vanzelf een nieuwe kans

Dat eens het lied verstommen zou, dat jij
Er in zou tuinen als een domme gans –
Je was naïef, je leek maar frank en vrij

 

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Conny Palmen (l)

Lees meer...

David Mitchell

 

De Britse schrijver David Mitchell werd geboren in Southport op 12 januari 1969. Mitchell groeide op in Malvern (Worcestershire) als kind van twee als kunstenaar werkende ouders. Al vroeg las hij veel en hij was vooral dol op avontuurlijke verhalen. Op 18-jarige leeftijd ondernam hij met een vriend een reis door India en Nepal. Hij studeerde vervolgens aan de Universiteit van Kent in Canterbury Engels en Amerikaanse literatuur en studeerde af met een MA in Vergelijkende Literatuurwetenschap. Daarna bracht Mitchell een vormend jaar als leraar Engels op Sicilië door en verhuisde vervolgens naar Japan, waar hij zes jaar aan de Universiteit van Hiroshima doceerde. In 2007 stond hij op de lijst van 100 invloedrijkste personen van het Amerikaanse opinieblad Time. Zijn debuutroman “Ghostwritten” (Geschreven door de geesten, 1999) kreeg veel lovende kritieken. Hij ontving hiervoor de Llewellyn Rhys-prijs. Er zijn negen verhaallijnen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar subtiel met elkaar in verband staan. Ze hebben steeds een andere ik-figuur en spelen zich over de hele wereld af, zoals Tokyo, Mongolië, St. Petersburg en Londen. In 2001 werd zijn roman “number9dream” (Droom Nummer 9) genomineerd voor de Booker Prize of Fiction. Deze roman gaat over een Japanse jongen op zoek naar zijn vader. “Cloud Atlas” (Wolkenatlas) bevat, net als zijn debuutroman, weer een aantal verschillende verhaallijnen in zeer uiteenlopende schrijfstijlen. Elk van de verhalen wordt halverwege abrupt beëindigd. Het volgende verhaal bevat een verwijzing naar het vorige. Na het zesde verhaal worden de verschillende lijnen weer in teruglopende volgorde verteld. Wolkenatlas was de gedoodverfde winnaar van de Man Booker Prize 2004, maar won deze niet. Wolkenatlas is Mitchells grootste bestseller en kwam onder de originele Engelstalige titel in 2012 als bioscoopfilm uit. In “Black Swan Green” (Dertien) wijkt Mitchell af van zijn mozaïekachtige schrijfstijl: het is een rechttoe-rechtaan vertelling van een jaar uit het leven van een dertienjarige jongen met een spraakgebrek op het Engelse platteland in de jaren 1980. In zijn in 2010 verschenen roman “The Thousand Autumns of Jacob de Zoet” (vertaald als: 'De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet') brak Mitchell wellicht pas echt door in Nederland. In september 2014 verscheen “The Bone Clocks”. (Tijdmeters).

Uit: Ghostwritten

“Who was blowing on the nape of my neck?
I swung around. The tinted glass doors hissed shut. The light was bright. Synthetic ferns swayed, very gently, up and down the empty lobby. Nothing moved in the sun-smacked car park. Beyond, a row of palm trees and the deep sky.
"Sir?"
I swung around. The receptionist was still waiting, offering me her pen, her smile as ironed as her uniform. I saw the pores beneath her make-up, and heard the silence beneath the muzak, and the rushing beneath the silence.
"Kobayashi. I called from the airport, a while ago. To reserve a room." Pinpricking in the palms of my hands. Little thorns.
"Ah, yes, Mr. Kobayashi. . ." So what if she didn't believe me? The unclean check into hotels under false names all the time. To fornicate, with strangers. "If I could just ask you to fill in your name and address here, sir ... and your profession?"
I showed her my bandaged hand. "I'm afraid you'll have to fill the form in for me."
"Certainly ... My, how did that happen?"
"A door closed on it."
She winced sympathetically, and turned the form around. "Your profession, Mr. Kobayashi?"
"I'm a software engineer. I develop products for different companies, on a contract-by-contract basis."
She frowned. I wasn't fitting her form. "I see, no company as such, then . . ."
"Let's use the company I'm working with at the moment." Easy. The Fellowship's technology division will arrange corroboration.
"Fine, Mr. Kobayashi...Welcome to the Okinawa Garden Hotel."
"Thank you."
"Are you visiting Okinawa for business or for sightseeing, Mr. Kobayashi?"
Was there something quizzical in her smile? Suspicion in her face?
"Partly business, partly sightseeing. "I deployed my alpha control voice.“

 

 
 David Mitchell (Southport, 12 januari 1969)

14:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david mitchell, romenu |  Facebook |

11-01-15

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Mart Smeets, Oswald de Andrade, Helmut Zenker

 

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook alle tags voor Jasper Fforde op dit blog.

Uit: One of our Thursdays is Missing

“I stood up and noticed for the first time that my living room seemed that little bit more realistic. The colours were subtler, and the walls had an increased level of texture. More interestingly, the room seemed to be brighter, and there was light coming in through the windows. It was real light, too, the sort that casts shadows, and not the pretend stuff we were used to. I grasped the handle, opened the front door and stepped outside.
The empty inter-book Nothing that had separated the novels and genres had been replaced by fields, hills, rivers, trees and forests, and all around me the countryside opened out into a series of expansive vistas with the welcome novelty of distance. We were now in the South-East corner of an island perhaps a hundred miles by fifty and bounded on all sides by the Text sea, which had been elevated to 'Grade IV Picturesque' status by the addition of an azure hue and a soft billowing motion that made the text shimmer in the breeze.
As I looked around I realised that whoever had remade the Bookworld had consid- ered practicalities as much as aesthetics. Unlike the Realworld, which is inconveniently located on the outside of a sphere, the new Bookworld was anchored on the inside of a sphere, thus ensuring that horizons worked in the opposite way to those in Realworld. Further objects were higher in the visual plane than nearer ones. From anywhere in the Bookworld it was possible to view anywhere else. I noticed, too, that we were not alone. Stuck on the inside of the sphere were hundreds of other islands very similar to our own, and each a haven for a category of literature therein.
About ten degrees upslope of Fiction I could see our nearest neighbour: Artistic Criticism. It was an exceptionally beautiful island, yet deeply troubled, confused and suffused with a blanketing layer of almost impenetrable bullshit. Beyond them were Psychology, Philately, and Software Manuals. But the brightest and biggest archipelago I could see upon the closed sea was the scattered group of Genres that made up Nonfiction. They were positioned right on the other side of the inner globe so were almost directly overhead. On one side of the island the cliffs of irrationality were slowly being eroded away, while on the opposite shore the sands of science were slowly reclaiming salt-marsh from the sea.
While I stared upwards, open mouthed, a steady stream of books moved in an endless multi-layered criss-cross high in the sky. But these weren't books of the small, paper-and-leather variety that one might find in the Outland. »

 

 
Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

Lees meer...

Eduardo Mendoza, Diana Gabaldon, Slavko Janevski, Ilse Weber, Alan Stewart Paton, Bayard Taylor, Annette von Droste-Hülshoff

 

De Spaanse schrijver Eduardo Mendoza werd geboren in Barcelona op 11 januari 1943. Zie ook alle tags voor Eduardo de Mendoza op dit blog.

Uit: Der Friseur und die Kanzlerin (Vertaald door Peter Schwaar)

“Der Tagesanbruch beleuchtete mich auf dem Bürgersteig vor meinem Haus. Erleichtert betrachtete ich den heiteren Himmel und nahm den mäßigen Wind wahr – offensichtlich keine Hindernisse für den Luftverkehr. Nach einer Weile fuhr der Swami in seinem Auto vor. Er kam vom Flughafen und entschuldigte sich für die leichte Verspätung mit dem Hinweis, er habe noch vollgetankt, und an der Tankstelle sei er auf die Idee gekommen, den Wagen durch die Waschstraße zu schicken, damit er auch schön glänze, wo es die Umstände doch so erforderten. Zuvor hatte er den Juli und Quesito am Flughafen abgesetzt, den Juli als lebende Statue, damit er von seinem Podest aus die Vorgänge im Terminal im Blick behalte, und die Quesito strategisch in einem Café platziert, wo sie beim Durchblättern einer Zeitschrift zu frühstücken vorgab, in Wirklichkeit aber bereit war, jederzeit Bericht zu erstatten, wenn der Juli es ihr mit einem vorher vereinbarten Zeichencode zu verstehen gäbe.
Wir holten den Dandy Morgan ab, der schon in Zivilkleidung am vereinbarten Ort stand und ein dickes Bündel bei sich hatte, das er in den Kofferraum des Peugeot stopfte. Hingegen musste man mehrmals klingeln, bis Cándida herunterkam, und als sie endlich erschien, war sie sehr verstört. Um ihrer Nervosität Herrin zu werden, hatte sie mehrere Liter Pfefferminztee getrunken und musste jetzt, wie sie sich bescheiden ausdrückte, ununterbrochen ihr kleines Geschäft verrichten. Im Auto auf der Rückbank neben dem Dandy Morgan sitzend, gab sie ihrer Angst Ausdruck, im heikelsten Moment ihres Auftritts wieder dieses unaufschiebbare Bedürfnis zu verspüren.
«Mach dir deswegen keine Sorgen», sagte ich und versuchte, um ihren bereits verwirrten Zustand nicht noch zu verschlimmern, die Gereiztheit zu verbergen, die ihre angeborene Dämlichkeit in mir auslöste. «Denk daran, dass du eine hochbedeutende Frau zu ersetzen hast, deren Anordnungen keinen Widerspruch dulden. Wo du auch bist, wenn du den Drang verspürst, dein kleines Geschäft zu verrichten oder sogar dein großes, gehst du in eine Ecke und erledigst in aller Gelassenheit, was du zu erledigen hast. Vergiss nicht, dir nachher die Hände zu waschen. Die Person, die du ersetzt, besitzt Autorität, aber auch Klasse.»

 

 
Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943)

Lees meer...

10-01-15

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Yasmina Khadra

 

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: Alles wat solide was (Vertaald door Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan-van Braam)

“Tenzij je een cynicus bent of een gewetenloze schurk, geneest het hebben van kinderen je van apocalyptische verleidingen, van die obligate woede waarmee sommige ouderen verbitterd door de gebreken van hun leeftijd en het naderen van de dood zouden willen dat de wereld hen niet overleeft. Wat je graag wil is dat de veranderingen die wellicht komen niet catastrofaal zijn en dat je kinderen een behoorlijk leven hebben, zoals de meeste mensen zich voorstellen en wensen, met uitzondering van psychopaten en visionairs.
Camus zegt dat het geruststellende weten dat de volmaakte septembermiddagen zullen blijven bestaan als wij er niet meer zijn je verzoent met de dood. Ik zou willen dat mijn kinderen en de mensen van wie ze houden geen slechter leven hebben dan dat wat ik heb gehad, dat ze niet minder kansen krijgen, geen giftiger lucht hoeven in te ademen, niet hoeven te werken als slaven of meedogenloos moeten wedijveren of zich verdedigen achter geblindeerde deuren en hoge cementen muren, noch dat ze geplaagd worden door angst voor een ongeneeslijke ziekte of medische behandelingen die ze niet kunnen betalen.
Wat zou het fijn zijn als ze door Europa konden blijven reizen zonder bij de grens te worden aangehouden, of bang te hoeven zijn dat ze hun paspoort of visum moeten laten zien; als ze nooit trouw hoeven te zweren aan een dictator of in een menigte een demagoog hoeven toe te juichen, als ze hun gedachten niet hoeven te verbergen of moeten zeggen wat ze niet denken.”

 

 
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

Lees meer...

Jared Carter, Jutta Treiber, Franz Kain, Philip Levine, Renate Schostack, Ingeborg Drewitz

 

De Amerikaanse dichter Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, een dorpje in Indiana, VS. Zie ook alle tags voor Jared Carter op dit blog.

 

Improvisation

To improvise, first let your fingers stray
across the keys like travelers in snow:
each time you start, expect to lose your way.

You’ll find no staff to lean on, none to play
among the drifts the wind has left in rows.
To improvise, first let your fingers stray

beyond the path. Give up the need to say
which way is right, or what the dark stones show;
each time you start, expect to lose your way.

And what the stillness keeps, do not betray;
the one who listens is the one who knows.
To improvise, first let your fingers stray;

out over emptiness is where things weigh
the least. Go there, believe a current flows
each time you start: expect to lose your way

Risk is the pilgrimage that cannot stay;
the keys grow silent in their smooth repose.
To improvise, first let your fingers stray.
Each time you start, expect to lose your way.

 

 
Jared Carter (Elwood, 10 januari 1939)
Cover

Lees meer...

Robinson Jeffers, Giselher Werner Hoffmann, Jan H. Eekhout, Vicente Huidobro, Aubrey Thomas de Vere, Alexei Tolstoy

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Robinson Jeffers werd geboren op 10 januari 1887 in Allegheny, nu Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook ook alle tags voor Robinson Jeffers op dit blog.

 

Delusion Of Saints

The old pagan burials, uninscribed rock,
Secret-keeping mounds,
Have shed the feeble delusions that built them,
They stand inhumanly
Clean and massive; they have lost their priests.
But the cross-bearing stones
Still foot corruption, and their faces carved
With hopes and terrors
At length too savagely annulled to be left
Even ridiculous.
Long-suffering saints, flamelike aspirers,
You have won your reward:
You sleep now as easily as any dead murderer
Or worn-out lecher.
To have found your faith a liar is no thorn
In the narrow beds,
Nor laughter of unfriends nor rumor of the ruinous
Churches will reach you.
As at Clonmacnoise I saw them all ruined,
And at Cong, at Glendalough,
At Monasterboice; and at Kilrnacduagh
All ruined, all roofless
But the great cyclopean-stoned spire
That leans toward its fall.
A place perfectly abandoned of life,
Except that we heard
One old horse neighing across the stone hedges
In the flooded fields.

 

 

End Of The World

When I was young in school in Switzerland, about the time of the Boer War,
We used to take it for known that the human race
Would last the earth out, not dying till the planet died. I wrote a schoolboy poem
About the last man walking in stoic dignity along the dead shore
Of the last sea, alone, alone, alone, remembering all
His racial past. But now I don't think so. They'll die faceless in flocks,
And the earth flourish long after mankind is out.

 

 
Robinson Jeffers (10 januari 1887 – 20 januari 1962)
Portret door  Hamilton Wolf, 1919

Lees meer...