17-01-17

Diana van Hal

 

De Nederlandse schrijfster Diana van Hal (pseudoniem van Diana Ruwaard) werd op 17 januari 1980 geboren in Amsterdam. Zij studeerde medische microbiologie, maar veranderde halverwege het derde leerjaar naar klinische chemie. Na de HBO studie ging zij als medisch klinisch analist werken. In haar tienerjaren wilde ze al schrijfster worden. In november 2015 presenteerde zij haar debuut “De verzamelaar”.

Uit: De verzamelaar

“Katie Caudill veegt een verdwaalde traan van haar wang.
Hoe vaak is ze nu al naar bodycombat les geweest? Brian vindt het heerlijk om met de kleine Max alleen te zijn. Mannen onder elkaar, noemt hij het gekscherend. Voor de zoveelste keer draait Katie haar hoofd naar hun huis. Er brandt licht in de badkamer. Brian zal Max nu wel in zijn badje zetten. In gedachten ziet ze voor zich hoe Max met zijn mollige handjes in het water spettert. Om de opkomende tranen terug te dringen wendt ze haar hoofd af richting de straat, waar het opvallend rustig is op die ene auto na. Katie staart naar het bord boven de bushalte. Nog tien minuten voor de bus komt. Gedachten buitelen over elkaar heen. Zal ik wel gaan? Zal ik niet gaan? Het zou oneerlijk zijn om terug naar binnen te gaan om vervolgens weer te klagen over haar lichaam. Waarom is het
toch zo moeilijk om die twee uurtjes van huis te zijn?
Voor een klein moment is Katie afgeleid. Vreemd, de auto staat nu stil met de lichten nog aan. Staat vast op iemand te wachten. Een blik op haar horloge vertelt haar dat het nog zeker vijf minuten duurt voordat de bus komt. Zal ik dan toch?
Een geluid vlak achter haar maakt dat ze zich omdraait. Verdorie, door de bewolking is het al donker aan het worden. Wat verwacht je anders in oktober. Het gaat nog regenen ook en ze trekt de capuchon van haar jas over haar rode, lange haar. Twijfel, altijd weer die onrustige twijfel.
Voor een tweede keer wordt Katie afgeleid door een geluid. Nog een blik achterom. Zal wel een diertje zijn dat schuilt voor de regen. Katie trekt de capuchon verder over haar hoofd, draait zich om. De net nog geparkeerde auto komt haar kant op. Dit gaat volledig aan Katie voorbij. Pas op het moment dat de auto de busbaan oprijdt, rinkelen alarmbellen in haar. Te laat!”

 

 
Diana van Hal (Amsterdam, 17 januari 1980)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: diana van hal, romenu |  Facebook |

16-01-17

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Brian Castro, José Soares, Robert W. Service, Tino Hanekamp

 

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Kortom

ik herinner me wel de sneeuw,
de Karelsbrug in Praag, hoe jij -
hoe jij tot op vandaag lacht om
iets dat ik niet zag, wat vlokken
van mijn schouder slaat.

Hoe ieder zinloos ingewikkeld
sneeuwkristal op kinderkoppen
achterblijft en erger:
dat het ons niet daarom gaat.

Maar of er een moment zal zijn
waarop wij wezenlijker samen
- ik weet niet eens of wij
dat toen wel waren, wat jij
voorbij mijn blikveld ziet.

Taal valt armoedig in een zin als:
weet je nog we gingen
met de eerste sneeuw naar Praag
om samen op de brug te staan
en smelt al bij; we gingen niet.

 

 

Vreemden

Zoals je jezelf op een foto waarop je ruggelings staat afgebeeld
herkent maar omdat het onnatuurlijk blijft
liever niet meer bent – zo is de ander

precies zoals je zelf al denkt: het is niet goed teveel te weten,
geheimen tekenen verstand, geven iets om handen

leg tussen jezelf / de ander een diepe zee en verf je haren,
hou je onhoorbaar voor elke poging tot elkaar, verzet je
tegen nadering met rotsvast uitgesproken namen.

geef volle ruchtbaarheid en ga een oorlog aan, wees
te allen tijde onveranderbaar. Val met niemand samen.

 

 
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

Lees meer...

15-01-17

Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder

 

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit:Nos Mères

“Elles nous demandent où nous vivons.
Tout haut, nous ne répondons rien.
Tout bas, nous répondons dans le plus grand et le plus beau lieu entouré de biefs, d’osselets, de cascades d’eau chaude et de fines pluies qui ne souillent pas. Sur une terre blanche. Dans un village de petite taille et de petite montagne que nous n’allons jamais quitter, dit-on.
Nous demeurons. Nous disons nous mordons, et nous mordons. Aveugles. Nos pieds nus caressés par les crocs de bêtes noires. Des araignées peut-être. Il y en a tant dans la région. Ou des cafards. Ils escaladent sur nous.
Nous portons des pelisses, des gilets de fine laine, mais le plus souvent nous allons nus.
Après journée, elles viennent nous chercher derrière les plantations de bananes, d’oranges et de mangues où nous vivons dans une abondance verte.
Nous mentons.
Nos mères nous fixent durement. Elles n’ont encore rien dit mais préparent des sermons, l’air mauvais et une verge à la main dont elles vont déchirer nos peaux, c’est sûr, afin de nous rendre moins fragiles garçons.
Elles nous aiment, c’est évident, simplement elles ne supportent plus grand-chose depuis qu’elles sont seules avec nous.
Pieds nus sur la terrasse, elles racontent l’épisode de la mort de l’homme de leur vie, mais entre leurs dents, tout bas, toujours entre leurs dents. Mort dans la boue des poussières d’obus disent-elles, et mort dans la poussière des tirs de Kalachnikov des milices adverses répétons-nous, entre nos dents aussi, tout bas, tâchant de ne pas les affoler.
Elles, elles voudraient que ce soit ça et rien d’autre : elles et nous, elles avec nous, et nous pour elles.
Elles tentent alors de nous capturer, des boucles terminant leurs mains. De nous garder. De nous couver si fort souvent et de nous punir de ce que nous sommes d’affreux gamins et galopins."

 

 
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

Lees meer...

Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Weltmannschaft

Elf Dichter aus aller Welt
begaben sich zum Turnier

War ein Andalusier dabei,
zurückgestrichnes schwarzes
Haar, ermordet: Garcia Lorca

War ein Amerigo-Engländer
dabei mit ernster Brille fürs
Mittelfeld: T. S. Eliot
Bolzte sich ein franko-
abessinischer Waffenhändler ein
mit Namen Rimbaud

Ein schmalbrüstiger und dürftig
bebarteter Österreicher zur
Abwehr: R. M. Rilke

Als Libero ein Franzose,
der auf schwarze Frauen
stand: Baudelaire

Im Sturm ein erblindeter
Bibliothekar aus Argentinien:
Borges

lm Tor einer aus Peru,
der Hungers starb in Paris:
César Vallejo

Ein Judeo-Russe für die
Verteidigung, in Sibirien ums
Leben gekommen: Mandelstam

 

 
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

Lees meer...

Willem de Clercq, Louis Guilloux, Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjørnsen

 

De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Willem de Clercq op dit blog.

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

“Justus en Clericus raakten in zulk een geestdrift, dat zij door elkander hoogduitsche en latijnsche verzen uitdonderden, zoodat het vuur der opzeggers zelfs de verbazing des voermans tot zich trok. Ede ligt zeer schoon en door een groot bosch omringd. Midden onder dit genoegen verhief de maan haar verzilverd aangezicht, doch er begon zich tevens een vervaarlijk onweder opeen te pakken. Hoezeer nu ook onze natuur-bewonderaars zich mochten verheugen over het heerlijk gezicht, hetwelk het glansrijke weerlicht, dat zijne stralen door de wolken schoot, opleverde, zoo besloot men, daar de fysische mensch boven dreef, het bewonderen te staken en een oogenblik te Papendaal, eene afgezonderde boerenwoning, aan te leggen. Weldra speelden donder, bliksem en weerlicht hunne rol met plasregens gepaard, terwijl onze reizigers bij een gelderschen haard geschaard in een beminnelijke boerin en drie lieve kinderen een heerlijk ostadisch tafereel bewonderden en wezenlijk eenigszins sentimenteel werden. Evenwel vereischte het gebulder des onweders spoedige besluiten. De voerman spoorde hen tot voortgang aan en de jonge dame was vol moed. Men pakte zich dan zoo goed mogelijk in den halven kap in, terwijl de boerin in doodelijken angst tot alle de heiligen in den Hemel bad. Nu ging dan ook de reis voort, aangenamer in de herinnering dan in de werkelijkheid... Zij renden dat hooren en zien verging tot zij eindelijk bij de duisternis des avonds, tot hunne innige vreugde de poorten van Arnhem bereikten. De mede reizende dame vond haren broeder, die als een echt stijf proponent de beleefdheden der reizigers, die door het aanbod van eene visite tegen den volgenden dag bekroond werden, zeer koeltjes beantwoordde, en zijne zuster spoedig van hunne zijde wegtrok....”

 


Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)
Blik op Arnhem door Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw

Lees meer...

Am Feste vom süßen Namen Jesus (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 
Jozef met het kindje Jezus door Guido Reni, ca. 1635

 

 

Am Feste vom süßen Namen Jesus

Was ist süß wie Honigseim,
Wenn er sich der Wab' entgießt?
Süßer ist des Lebens Keim,
Der durch unsre Adern fließt.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und süß!
Daß der Tod vergißt die herbe Pein,
Wo ein frommer Mund ihn tönen ließ.

Was ist gleich des Löwen Kraft
Wenn er durch die Wälder kreis't?
Stärker ist die Leidenschaft,
Ist der widerspenst'ge Geist.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles voll der Macht!
Daß er zwängt zu milden Lichtes Schein,
Was die Welt bedräut in Flammenpracht.

Was ist reich wie Meeresfahrt,
Gleich des Schachtes goldner Hut?
Reicher ist, wer sich bewahrt
Seiner Ehre köstlich Gut.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist mehr und reicher als das all'!
Ach um ihn erträgt man ganz allein
Schmach, Verkennung, aller Ehre Fall.

Was ist schön wie Morgenlicht,
Gleich dem Sternendom der Nacht?
Ach, ein lieblich Angesicht,
Und im Aug' des Geistes Pracht!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und schön!
Wer ihn trägt im stillen Antlitz sein,
Der ist hold, was auch Natur versehn.

Was ist freudig wie zu ziehn
In die reiche Welt hinaus?
Ach, viel freud'ger, was wir fliehn,
Das verkannte Elternhaus!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über alles voll der Lust!
O, wer gäb' nicht um die Freuden sein
Heimat, Freiheit, was ihm nur bewußt!

Ja, dein Name, Jesus Christ,
Der ist stark und reich und mild!
Wer den Namen nie vergißt,
Der kennt aller Leiden Schild.
Und ich soll, o liebster Jesu mein,
Ich, die Arme, treulos aller Pflicht,
Dennoch deines Namens Erbin sein:
Gott, du willst den Tod des Sünders nicht!

 


Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Venster met het Jezus monogram in de Namen Jesu kerk in Wenen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

14:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annette von droste-hülshoff, romenu |  Facebook |

14-01-17

J. Bernlef, Chris de Stoop, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Martin Auer

 

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef en alle tags voor Bernlef op dit blog.

 

Aan het eind van een vorige eeuw

Er staat een rijtuig gereed op een binnenplaats
onder een zonnewering.
Voor mij of voor een ander.
Een ander stapte voor alle zekerheid vast in.
Ik weet nog niet of ik vertrekken zal
of hier moet blijven,
deuren open houden moet voor gasten uit het niets.

Alsof er iemand let op mij
achter de gordijnen.

 

 

Vriendinnen

Zij schildert alles wit
samen met een vriendin
zij schilderen alle kamers
op ladders staande wit

In jurken van jaren geleden
verven zij de vlekken weg
trekken naast elkaar verbeten
hun kaarsrechte banen

Als zij klaar zijn (ook wit)
kijken zij naar de nu weer
smetteloze muren en dan
aarzelend pas naar elkaar.

Is het berusting, is het vermoeidheid
handen op elkaars schouders, dat zij
daar zo roerloos blijven staan, als
waren zij nooit meer uit hun baan te drijven

Onaantastbaar, de strijd tegen 't bederf
met verf gewonnen, glorieus
in witgevlekte jurken beginnen zij - twee meisjes
langzaam te dansen met elkaar.

 

 

Sterven

Als je dicht genaderd bent
en denkt het is mij best,
ik heb het wel gezien en er
is niemand aan wie ik nog hecht,

laat nu maar, heer, uw knecht
met een lichaam dat
leger wordt en een
steeds meer gevuld met dromen
laat zachtjes en onvernomen -

dan kun je het wel vergeten.
Het moet nog uit je zweten.

 

 
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)
In 1968

Lees meer...

John Dos Passos, Andreas Steinhöfel, Isaäc da Costa, Tillie Olsen, Marek Hlasko

 

De Amerikaanse schrijver John Dos Passos werd geboren op 14 januari 1896 in Chicago. Zie ook alle tags voor John Dos Passos op dit blog.

Uit: Manhattan Transfer

“Before the ferry leaves a horse and wagon comes aboard, a brokendown springwagon loaded with flowers, driven by a little brown man with high cheekbones. Jimmy Herf walks around it; behind the drooping horse with haunches like a hatrack the little warped wagon is unexpectedly merry, stacked with pots of scarlet and pink geraniums, carnations, alyssum, forced roses, blue lobelia. A rich smell of maytime earth comes from it, of wet flowerpots and greenhouses. The driver sits hunched with his hat over his eyes. Jimmy has an impulse to ask him where he is going with all of those flowers, but he stifles it.
(...)

He is walking up an incline. There are tracks below him and the slow clatter of a freight, the hiss of an engine. At the top of a hill he stops to look back. He can see nothing but fog spaced with a file of blurred archlights. Then he walks on, taking pleasure in breathing, in the beat of his blood, in the tread of his feet on the pavement, between rows of otherworldly frame houses. Gradually the fog thins, a morning pearliness is seeping in from somewhere. Sunrise finds him walking along a cement road between dumping grounds full of smoking rubbishpiles. The sun shines redly through the mist on rusty donkey-engines, skeleton trucks, wishbones of Fords, shapeless masses of corroding metal. Jimmy walks fast to get out of the smell. He is hungry; his shoes are beginning to raise blisters on his big toes. At a cross-road where the warning light still winks and winks, is a gasoline station, opposite it the Lightning Bug lunchwagon. Carefully he spends his last quarter on breakfast. That leaves him three cents for good luck, or bad luck for that matter. A huge furniture truck, shiny and yellow, has drawn up outside.
"Say will you give me a lift?" he asks the redhaired man at the wheel.
"How fur ye goin?"
"I dunno. . . . Pretty far."

 

 
John Dos Passos (14 januari 1896 – 28 september 1970)

Lees meer...

Rudolf Hagelstange, Anatoli Rybakov, Werner Helwig, Zacharias Topelius, Ida Dehmel

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Zie ook alle tags voor Rudolf Hagelstange op dit blog.

 

Von der Überwindung des Todes

Es gilt nicht dies: zu überwinden,
Was in uns nach Behalten schreit.
Es darf ein Herz wohl Freude finden
An Dingen der Vergänglichkeit:
Ein Abendfrieden unter Linden,
Ein Trunk, ein Stern, ein Frauenkleid.
Entsagung ist die Straße der Gefahren,
Und Torheit macht nicht halt vor weißen Haaren.

Es gilt auch nicht: den Tag verspielen
Mit dem Gedanken an den Untergang
Und nach dem eigenen Herzen zielen
In einem fieberhaften Überschwang.
Wer sah nicht zu, wie ach so vielen
Dabei der Bogen in der Hand zersprang,
Und wie sie wehrlos, selbstvergessen
Nun taumelnd ihren Weg durchmessen?

Wohl aber gilt uns dies: sich selbst entschreiten,
Den Blick gerichtet auf das große Tor,
In dem das Ungewisse dieser Zeiten
Sich ins unendlich Ungewisse still verlor.
Die Schätze, die uns hier entgleiten,
Sond ohnehin nur schwaches Rohr,
Das uns zerbricht auf dieser letzten Straße,
Die jenseits liegt vor uns und unserem Maße.

Ich wollte, daß ich diese Kraft besäße,
Ganz ohne Neugier schweigend nachzudringen
Dem Tode, so in Demut der Gefäße,
Die schmerz- und klagelos zur Neige gingen
Und ohne daß die Gier an ihnen fräße,
Zu wissen, welchen Trank sie bringen,
Bis ich am Tore still die Schuh vom Knöchel streife
Wie eine Frucht die Schale in der Zeit der Reife.

 

 
Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)

Lees meer...

13-01-17

Edmund White, Daniel Kehlmann, Jay McInerney, Lorrie Moore, Jan de Bas, Edgardo Cozarinsky, Mohammad- Ali Jamālzādeh, Clark Ashton Smith, Michael Carroll

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit:Our Young Man

“Although Guy was thirty-five he was still working as a model, and certain of his more ironic and cultured friends called him, as the dying Proust had been called by Colette, “our young man.” For so many years he’d been actually young; he’d arrived from Paris to New York in the late 1970s when he was in his late twenties but passed as nineteen. He’d been the darling of Fire Island Pines the summers of 1980 and 1981; everyone in the Octagon House was in love with him and he was a good deal more egalitarian and participatory in chores and expenses than he needed to be, splitting the grocery and house cleaning bills down to the last penny, even when he skipped meals or entire weekends.
Everyone adored him, so he could have skimped on his share. He was making $175 an hour as a model for a whole host of beauty products, which was a lot of money in those days; he made more in two hours than his housemate, the young journalist Howard, earned in a week, or Howard’s lover the mustachioed Cuban bartender Martin took in at Uncle Charlie’s in tips on two or three shifts. Even his heavy French accent made him all the more desirable; one of their most besotted housemates, Tom, started taking French lessons but could never master a whole sentence.
Nor was he stinting with his favors. He’d swallow an after- dinner concoction Ted would assemble of acid, tranquilizers, Quaaludes, and the odd yellow jacket. After a strenuous night of dancing at the Sandpiper he’d be found nude at dawn, splayed in the surf with three other amorous beauties or massaging a Croatian fellow model on the deck by the pool as they sipped big shaggy joints of Acapulco gold.
He liked the Pines, since the muscular men there were bankers or lawyers or surgeons and not just gigolos, as comparable studs would have been in Saint-Tropez, lounging around on the decks of moored yachts (or “laying out in the sun,” as these American guys all said, though Guy knew from lycée English class back in France that it should be “lying”; the French, he thought primly, would never have made a similar mistake in their own language).
He was from Clermont-Ferrand, a big, dead, dreary industrial city in the heart of France, lava-black, cold in the winter and suffocatingly hot in the summer, and now he sent home a thousand dollars a month from New York to his pious mother, who arranged the flowers for the altar, and his Communist father, a Michelin factory hand who’d been laid off for twenty years, living on welfare and drinking too much red wine (his first coup de rouge he downed at eleven every morning, an old habit from his working days).”

 

 
Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

Lees meer...

BNG Bank Literatuurprijs 2016 voor Hanna Bervoets

 

De BNG Bank Literatuurprijs is dit jaar gewonnen door de Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets. Een dag geleden won de 32-jarige Bervoets nog de Frans Kellendonk-prijs. Hanna Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984. Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit:Efter

“Laat me jullie vertellen over #103.
18 december, kwart voor negen ’s ochtends: Roya LaFayette loopt het Rheinpark in. Ze draagt een donkerblauwe jas met capuchon en duwt een kinderwagen. Haar tred houdt het midden tussen de zelfverzekerde gang van een wandelaar en de haastige passen van iemand die een trein moet halen: Roya LaFayette stapt stevig door, maar lijkt eerder vastberaden dan bang om te laat te komen.
Over de kinderwagen zit een kap die haar dochtertje, net negen maanden oud, moet beschermen tegen de kou. De baby heeft een muts op; het hoofddeksel bedekt beide oren.
Om negen uur wordt Roya verwacht op haar werk, een verzekeringsmaatschappij in het centrum van Keulen. Wanneer haar manager haar blauwe jas om kwart over negen niet aan de kapstok ziet hangen, probeert hij contact op te nemen met Roya.
Ze blijkt haar Seos te hebben uitgeschakeld.
Op dat moment staat Roya voor de deur van een huis, vijf woonblokken van het park.
Ze belt aan.
Heike Ratz ligt in bed wanneer ze haar deurbel hoort. Ze opent haar ogen, kijkt recht in het verbaasde gezicht van Hamid LaFayette: de man met wie ze de nacht doorbracht.
‘Zal ik opendoen?’ vraagt Heike.
Hamid knikt langzaam.
Zodra Heike de deur heeft geopend, rijdt Roya haar kinderwagen de gang in. Ze loopt Heikes woonkamer door, direct naar de keuken. Daar parkeert ze de kinderwagen voor het aanrecht. En controleert ze nog één keer of de kap goed dichtzit.
‘Wat doe je?’ gilt Heike, maar Roya duwt Heike de keuken uit.
Hamid, die nog altijd in bed ligt, hoort nu het gehuil van zijn dochtertje.
En daarna het gekrijs van zijn minnares.
Wanneer Hamid de huiskamer binnenkomt, ligt Heike op de grond. Naast haar staat zijn vrouw Roya. Met in haar hand zíjn stanleymes.
Daarmee staat de teller nu op honderddrie. En dat zijn slechts de dodelijke slachtoffers. Honderden, duizenden geweldsdelicten worden op dit moment met Efter in verband gebracht. Om nog niet te spreken van de aanrandingen. Deze maand negenentwintig in de regio Kopenhagen alleen, Denemarken registreert de Efterverkrachtingen als enige land apart.
#104, #105, #106, #107: morgen, hooguit overmorgen zal ik over nieuwe slachtoffers moeten vertellen.”

 
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

12-01-17

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Cees van der Pluijm overleed op 14 december jongstleden op 60-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Winterpark

Je ademt witte wolken uit
Het park spreidt als een winterbruid
Nog blinkend, haast onaangeraakt

Een wereld van gedempt geluid
Waarin je voetstap knisperkraakt
Waarin je kinderziel ontwaakt

Je weet dat het niet duren zal:
(Als al het ongerepte schoons)
Straks vliedt als water naar het dal
Wat uit de lucht viel als kristal

De wereld kreeg iets ongewoons
De vaders werden weer als zoons
Dit moest de sneeuw zijn van hun jeugd
O winterpark, o kindervreugd...

 

 

De cederallee

Zo moet het zijn: het tedere geweld
Van ceders in september, kopergroen
Als wachters in gelid, die heel het bos
Behoeden voor wat schuilt en spiedt en dreigt

Maar beuken zijn het: neigend naar het veld
En reikend naar de lucht, een legioen
Van overmoed dat zonder blik of blos
Ons voorhoudt dat het eeuwen overstijgt

En in oktobers late middagzon
Valt stofgoud van de droge bladerdos

November waait de eerste takken los
Het leven wijkt nu met de lichtval mee

Dan wordt voltooid wat eens als feest begon
Verloochend in een herfstige allee

 

 

Uit: Momenten

1957

Vijfhonderd meter was het hemelsbreed
Een handkar was voldoende voor het huisraad
En jij mocht zittend mee, wat zat je plat

Fijn bonkend op de bodem met je gat
Een kind van drie dat naar een ander huis gaat
En de gemeentegrens zelfs overschreed

't Was net iets groter; 't lag er bijna naast
't Was meer verplaatsen dan verhuizen haast

Maar Barneveld werd Apeldoorn die zomer
Je weet nog dat het warm was: almaar lomer
Werd ieder ritje hotsend uitgezeten

Ook wees men naar de hemel, stomverbaasd
Om wat je later nooit meer zou vergeten:
Zo'n Sputnik was wel kostje voor een dromer...

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

Frans Kellendonk-prijs 2017 voor Hanna Bervoets

 

Frans Kellendonk-prijs 2017 voor Hanna Bervoets

De Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets heeft de Frans Kellendonk-prijs 2017 gewonnen, de driejaarlijkse literatuurprijs voor een auteur met originele kijk op maatschappelijke of existentiële problematiek. De Kellendonk-prijs is vernoemd naar de in Nijmegen geboren schrijver en vertaler Frans Kellendonk (1951-1990). Hanna Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984. Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit:  Ivanov

“Geheimen willen we altijd kwijt. Ja, uiteindelijk vertelt iedereen elkaar altijd alles. Ik heb me vaak afgevraagd waarom. Waarschijnlijk is het omdat juist dat wat anderen niet van ons weten, ons maakt tot wie we zijn; onze uitzonderlijkheid bewijst. Zo dragen we onze geheimen mee als een zak glimmende edelstenen. Het is een onopvallende zak, die we bewaren op een onopvallende plek. Tot er per ongeluk iemand over struikelt, de zak opent, nog net iets ziet blinken voor we zijn hand wegduwen – nee, dit mag jij niet weten. Maar wanneer de fonkeling eenmaal ontsnapt is, wordt de verleiding groot; willen we pochen met wat we bij ons dragen en zullen we de zak alsnog opentrekken: kijk dan, hier zijn ze, mijn edelstenen, edelstenen die alleen ík heb, die maken dat ik ben geworden wie ik nu ben. Het snelst trekken we de zak open voor de mensen om wie we geven, want nog meer dan de ander willen zien, betekent liefde dat je jezelf aan de ander wilt laten zien, is het niet? 
En toch.
De eerste keer dat ik Jonas over Helena vertelde, was ook meteen de laatste keer.
We kenden elkaar nog maar een paar weken. Het was een warme, droge zomer. Jonas zou met vrienden naar Italië gaan maar had die vakantie één dag voor vertrek afgezegd. Omdat hij geen zin had, beweerde hij. Omdat hij mij had leren kennen, wist ik. Vanaf dat moment zagen we elkaar dagelijks. We spraken af in parken en op stadse terrassen, tot we de ogen van anderen niet meer nodig hadden om onze afspraakjes een zekere ongedwongenheid te verschaffen. Daarna zaten we vooral op mijn balkon. Wanneer de onderburen niet thuis waren dronken we bier en mojito’s tot laat in de avond, en vertelden we elkaar onze levensverhalen; telkens opnieuw, steeds andere details, alsof onze levens routes op een landkaart waren die we nauwkeurig moesten volgen met onze wijsvingers, omdat iedere afslag een nieuwe karaktertrek, een nieuw geheim zou kunnen prijsgeven.
Zijn jeugd in Brabant: vader kweker, moeder huisvrouw, één zus, twee broers, een warm gezin (‘maar ook beklemmend’), met neefjes de maïsvelden in om elkaar af te trekken, als tiener het dorp uit, Architectuur in Antwerpen (‘eigenlijk begon mijn leven daar pas’).
Mijn jeugd in Rotterdam: enig kind van alleenstaande moeder, vaak op straat, voetballen, skateboarden en schuimblokken stelen uit de supermarkt, duistere puber met paars haar, drie studies begonnen, drie studies niet afgemaakt.”

 

 
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

11-01-17

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Nikos Kavvadias, Marc Acito, Mart Smeets, Oswald de Andrade, Eduardo Mendoza, Gustav Falke, Diana Gabaldon

 

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook alle tags voor Jasper Fforde op dit blog.

Uit: The Eye of Zoltar

“The first thing we had to do was catch the Tralfamo-saur. The obvious question, other than “What’s a Tralfa-mosaur?” was “Why us?” The answer to the first question was that this was a magical beast, created by some long-forgotten wizard when conjuring up weird and exotic creatures had been briefly fashionable. The Tralfamosaur is about the size and weight of an elephant, has a brain no bigger than a Ping-Pong ball, and can outrun a human. More relevant to anyone trying to catch one, Tralfamo-saurs aren’t particularly fussy about what they eat. And when they are hungry — which is much of the time — they are even less fussy. A sheep, cow, rubber tire, garden shed, antelope, smallish automobile, or human would go down equally well. In short, the Tralfamosaur is a lot like a Tyrannosaurus rex, but without the sunny disposition. And we had to capture it. Oh, and the answer to the “Why us?” question was that it was our fault the rotten thing had escaped. In case you’re new to my life, I’m sixteen, a girl, and an orphan — hey, no biggie; lots of kids don’t have par-ents here in the Ununited Kingdoms, because so many people have been lost in the endless Troll Wars these past sixty years. With lots of orphans around, there’s plenty of cheap labor. I got lucky. Instead of being sold into the garment, fast food, or hotel industry, I get to spend my six years of indentured servitude at Kazam Mystical Arts Management, a registered House of Enchantment run by the Great Zambini. Kazam does what all Houses of En-chantment used to do: rent out wizards to perform magi-cal feats. The problem is that in the past half century, magic has faded, so we are really down to finding lost shoes, rewiring houses, unblocking drains, and getting cats out of trees. It’s a bit demeaning for the once-mighty sorcerers who work for us, but at least it’s paid work. At Kazam I found out that magic has not much to do with black cats, cauldrons, wands, pointy hats, and broomsticks. No, those are only in the movies. Real magic is weird and mysterious, a fusion between science and faith.”

 

 
Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

Lees meer...