23-08-14

Ephraïm Kishon, William Henley, Edgar Lee Masters, Theobald Hock, Andrei Pleşu, Aleksander Grin

 

De Hongaars/Israëlische schrijver Ephraïm Kishon werd op 23 augustus 1924 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Ephraïm Kishon op dit blog.

Uit: Picassos süße Rache (Vertaald door Ephraim Kishon en Brigitte Sinhuber)

„Nach so vielen sarkastischen Seiten, kommt meine Behauptung vermutlich überraschend, daß ich eigentlich gar nichts gegen moderne Kunst habe. Ich plädiere nur dafür, die Schmier- und Schrott-Produktionen neu zu definieren. Wenn die geschätzten Handwerker dieser Branche zugäben, lediglich recht nette Muster für Tapeten, Vorhänge und Krawatten zu entwerfen, oder die Müllhaufen als Witz gemeint wären, dann könnten sie von mir aus ruhig so weitermachen. Leider gibt es aber einen Berufsstand, der dann seine Existenzberechtigung verlieren würde.
Ich spreche natürlich von den Päpsten der modernen Kunst, den ehrenwerten Kritikern, die alles tun, damit die Sache nicht auffliegt. Keiner der Päpste würde jemals zugeben, daß seine Religion ein Irrglaube ist. So behaupten auch die Jungs der Moderne nach dem Beuys'schen Dogma steif und fest, daß alles und jedes auf der Welt Kunst sei. Außer dieses Buch, natürlich. Von mir aus kann also jeder schmieren und basteln, was er will, wenn nur der Bürgermeister dafür nicht in mein Portemonnaie greifen muß. Und mir selbst sollen die hochgeschätzten Herren Kritiker mit dem Zeug vom Leibe bleiben. Vor allem aus gesundheitlichen Gründen.
Das Hauptwerk des wichtigsten Vertreters des abstrakten Expressionismus, Franz Kline, kann ich zum Beispiel noch verhältnismäßig ruhig betrachten (Blutdruck 85 zu 140). Dann aber lese ich leichtsinnigerweise nachfolgende Kritik aus berufener Feder darüber, und mein Blut gerät in Wallung (105 zu 170): »Fünf breite schwarze Pinselstriche schwimmen auf einem reich strukturierten roséfarbenen Grund. Kline ließ sich von technischen Zeichnungen anregen, vor allem von halbfertigen oder zerstörten Bauträgern, Eisenbahnen, Gerüsten und Brücken.“

 

 
Ephraïm Kishon (23 augustus 1924 – 29 januari 2005)
Hier geïnterviewd door Klaus Urban(l) in 2001

Lees meer...

22-08-14

Annie Proulx, Dorothy Parker, Willem Arondeus, Krijn Peter Hesselink, Jeroen Theunissen, Gorch Fock

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Annie Proulx op dit blog en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

Uit: Brokeback Mountain

“They found a bar and drank beer through the afternoon, Jack telling Ennis about a lightning storm on the mountain the year before that killed forty-two sheep, the peculiar stink of them and the way they bloated, the need for plenty of whiskey up there. He had shot an eagle, he said, turned his head to show the tail feather in his hatband. At first glance Jack seemed fair enough with his curly hair and quick laugh, but for a small man he carried some weight in the haunch and his smile disclosed buckteeth, not pronounced enough to let him eat popcorn out of the neck of a jug, but noticeable. He was infatuated with the rodeo life and fastened his belt with a minor bull-riding buckle, but his boots were worn to the quick, holed beyond repair and he was crazy to be somewhere, anywhere else than Lightning Flat.
Ennis, high-arched nose and narrow face, was scruffy and a little cave-chested, balanced a small torso on long, caliper legs, possessed a muscular and supple body made for the horse and for fighting. His reflexes were uncommonly quick and he was farsighted enough to dislike reading anything except Hamley's saddle catalog.

 

 
Scène uit de film Brokeback Mountain uit 2005

 

The sheep trucks and horse trailers unloaded at the trailhead and a bandy-legged Basque showed Ennis how to pack the mules, two packs and a riding load on each animal ring-lashed with double diamonds and secured with half hitches, telling him, "Don't never order soup. Them boxes a soup are real bad to pack." Three puppies belonging to one of the blue heelers went in a pack basket, the runt inside Jack's coat, for he loved a little dog. Ennis picked out a big chestnut called Cigar Butt to ride, Jack a bay mare who turned out to have a low startle point. The string of spare horses included a mouse-colored grullo whose looks Ennis liked. Ennis and Jack, the dogs, horses and mules, a thousand ewes and their lambs flowed up the trail like dirty water through the timber and out above the tree line into the great flowery Meadows and the coursing, endless wind.
They got the big tent up on the Forest Service's platform, the kitchen and grub boxes secured. Both slept in camp that first night, Jack already bitching about Joe Aguirre's sleep-with-the-sheep-and-no-fire order, though he saddled the bay mare in the dark morning without saying much. Dawn came glassy orange, stained from below by a gelatinous band of pale green. The sooty bulk of the mountain paled slowly until it was the same color as the smoke from Ennis's breakfast fire. The cold air sweetened, banded pebbles and crumbs of soil cast sudden pencil-long shadows and the rearing lodgepole pines below them massed in slabs of somber malachite.”

 

 
Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

Lees meer...

Griet Op de Beeck

 

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Van 1994 tot 2004 werkte zij als dramaturg in het theater (onder meer in Monty, voor Compagnie De Koe, Brugge 2002, Culturele hoofdstad van Europa en Het Toneelhuis). Toen Luk Perceval, artistiek leider van Het Toneelhuis, vertrok naar Duitsland, stapte zij over op de journalistiek. Van 2004 tot 2008 werkte ze voor HUMO. Sinds 2008 schrijft ze voor De Morgen: zij maakte grote interviews voor Zeno, M en het Magazine. Op de Beeck debuteerde in 2013 met “Vele hemels boven de zevende”. Een paar dagen na het verschijnen van haar debuutroman stond Griet Op de Beeck al op de planken van Saint Amour – Omtrent Hugo Claus als ‘prominente passant’. In juni 2013 raakte bekend dat de roman verfilmd zal worden door regisseur Jan Matthys. Griet Op de Beeck ontwikkelt voor hem het scenario en ze bereiden samen ook nieuwe fictieprojecten voor. In september 2013 werd “Vele Hemels boven de zevende” genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. De roman won in oktober 2013 de Bronzen Uil Publieksprijs 2013. Van “Vele hemels boven de zevende” kwam er een twintigste druk net voor het verschijnen van het tweede boek van Griet Op de Beeck: “Kom hier dat ik u kus”.

Uit:Vele hemels boven de zevende

“Wat heb ik nog gezien?
Een vrouw in de frituur, heftig in de weer met inpakpapier en bamischijven en wisselgeld. Ze keek triester dan ik ooit iemand had zien kijken. Ze droeg een roze t-shirt met een opdruk in glitterletters:
love me. Twee woorden op twee pronte borsten.
Ik dacht: wij lijken op elkaar. Ik stelde me voor hoe zij na een lange nacht werken thuis zou komen, zij en de geur van frietvet, in een leeg appartement. Zoals ik naar huis zou gaan, zo dadelijk, naar een leeg appartement. Maar met mijn frieten en mijn berenpoot zou ik daar minder van merken. Misschien.
Dat heb ik gedaan vandaag: door mijn stad gelopen en gekeken, stilgezeten en geluisterd. Want dat is wat je doet als je alleen bent. Denken heb ik ook gedaan. Ik denk te veel, zeggen ze. Dat zit in de familie, daar is geen ontkomen aan.
Een kleine jongen heb ik ook gezien, hij leerde fietsen. Een keer of tien donderde hij tegen de grond, en dan de elfde keer, bijtend op zijn lip, bleef-ie een meter of vijf recht, waarna hij toch weer viel en toen heel serieus zei: ‘Hopla, ik kan het, gaan we nu chocomelk drinken?’ En dan dat gezicht van die vader. Belachelijk hoe dat mij vertedert.
Een vrouw van rond de vijftig, aan het praten met een vriendin. Heel erg blond waren ze. Met felle lippenstift. Alsof het alle dagen feest mag zijn. Ze dronken koffie en lieten hun koekje liggen. Ze deden aan grote vrolijkheid. Dat leek vanzelf te gaan. En toen hoorde ik die ene proestend zeggen: ‘Ik weet niet hoe dat bij u zit, maar I am seriously underfucked.’ Hikkend voegde ze eraan toe dat ze dat in een film had gehoord, en gedacht had: die moet ik onthouden, héél erg van toepassing. Of ze een man had of niet viel uit het gesprek geenszins af te leiden. Of het lachen weglachen was evenmin.”

 

 
Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: griet op de beeck, romenu |  Facebook |

21-08-14

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Pete Smith

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Giant Steps

‘Voor geluk ben jij niet geboren,’
zei de oude man tegen mij.
Hij was het ook niet, maar speelde
goed. Dat kon hij al duizenden jaren.
Mijn verzen schrijf ik, als ik al
iets opschrijf. Hoe kan iemand
van zoveel materie niets maken?
Luchtgoochelaar met regenachtige
wolkjes lucht, strakke lucht, blauwe lucht.
Nee, niets is iets bij mij, niet niets, en
iets is aan het einde toch iets. Weinig.
Ik bezit twee cd’s van Buddy Rich
en ze zijn haast hetzelfde.
Opname: oktober 19, 1977, New York City.
Maar twee nummers verschillen.
Ik ben voor weinig verschil geboren,
laat ik het daar maar op houden.

 

 

Datering 2013

Eind april, of aan het begin van (pijnloos?) mei,
is het na meer dan dertig jaar niet voldoende.
Het zal nooit genoeg zijn, zoals de zwarte moorden
en de witte handkussen doorgaan in de werelden.

Het is het meest echt als het ’t minst echt is,
op het hoogste punt van de abstractie, zoals vandaag
wanneer ik een Heilige Geest ben die niets lijkt
te betekenen, maar alles vertelt met vleesloze lippen.

Op een lege tafel ligt een stuk brood en staat
Een beker rode wijn.
Dit is allemaal niet concreet,
geen voedsel en drank, geen goedheid,
geen brandwonden, geen gekromde, vuile vinger
die wijst naar een kruis.

Op een lege tafel ligt de hele wereld die
mij zo bekend en onbekend is.

 

 

Het schijnt dat ik de tijd verteken

Het schijnt dat ik de tijd verteken
maar vandaag maakt zoveel uit. Toch valt boomblad
ergens anders neer dan ik bereken
en vormt mij, in alle engten van de stad.
 
En deze stad, met in haar soberheid
de kleine openingen naar wat is
en wat geweest is, maakt mij wijd. Ik benijd
mijn uitvergrote voorgeschiedenis.
 
De autobruggen zijn verlicht.
Een binnenplaats met weggeschoven sneeuw
laat niemand toe. Het voetspoor
 
van ouders dat ik opnieuw hoor
als dove slagen uit een oude eeuw
bestaat niet meer. Ik ben tot eigen hart verdicht.

 

 
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)
Cover

Lees meer...

20-08-14

Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

Uit: Crazy Glue

“She said, ‘Don’t touch that.’
‘What is it?’ I asked.
‘It’s glue,’ she said. ‘Special glue. The best kind.’
‘What did you buy it for?’
‘Because I need it,’ she said. ‘A lot of things around here need gluing.’
‘Nothing around here needs gluing,’ I said. ‘I wish I understood why you buy all this stuff.’
‘For the same reason I married you,’ she murmured. ‘To help pass the time.’
I didn’t want to fight, so I kept quiet, and so did she.
‘Is it any good, this glue?’ I asked. She showed me the picture on the box, with this guy hanging upside-down from the ceiling.
 ‘No glue can really make a person stick like that,’ I said. ‘They just took the picture upside-down. They must have put a lamp on the floor.’ I took the box from her and peered at it. ‘And there, look at the window. They didn’t even bother to hang the blinds the other way. They’re upside down, if he’s really standing on the ceiling.
Look,’ I said again, pointing to the window. She didn’t look.
‘It’s eight already,’ I said. ‘I’ve got to run.’ I picked up my briefcase and kissed her on the cheek. ‘I’ll be back pretty late. I’m working—’
‘Overtime,’ she said. ‘Yes, I know.’
I called Abby from the office.
‘I can’t make it today,’ I said. ‘I’ve got to get home early.’
‘Why?’ Abby asked. ‘Something happen?’
‘No ... I mean, maybe. I think she suspects something.’
There was a long silence. I could hear Abby’s breathing on the other end.
‘I don’t see why you stay with her,’ she whispered. ‘You never do anything together. You don’t even fight. I’ll never understand it.’
There was a pause, and then she repeated, ‘I wish I understood.’
She was crying.“

 

 
Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

Lees meer...

Anneke Brassinga

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Van 1967 tot 1972 volgde zij de opleiding Literair vertaler aan de Universiteit van Amsterdam. Ze maakte daarna naam als vertaalster van onder anderen Oscar Wilde, Jules Verne en Sylvia Plath. In 1978 werd haar voor de vertaling van Vladimir Nabokovs “The Gift” de Martinus Nijhoff-prijs toegekend. Ze weigerde die in ontvangst te nemen. Zij vond dat, door de boycot van een groot aantal vertalers, de jury slechts kon kiezen uit een kleine groep kandidaten. In november 2008 ontving zij de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre, volgens de jury "een uniek universum van taal, waarin ze voortdurend zoekt naar een balans tussen de wereld van woorden en de echte, die van gras, vlees, botten, liefde." Al in 1974 publiceerde Brassinga proza en poëzie in het literaire tijdschrift De Revisor onder het pseudoniem A. Tuinman. Haar eerste niet-bibliofiele dichtbundel verscheen in 1987. In 1993 kwam haar eerste prozabundel op de markt.

 

Ballade in F mineur – Chopin

Gehavend had zij willen liggen onder de vleugel
waar hij zijn ballade uit de toetsen wrong -
schroomvallige opsnijder de liezen aan flarden

haar binnenste rodelippen rillend, zoete pijn.
Wat omsloten ligt schuilt tussen vleugels
van de Kleine Paarlemoervlinder, fladderende

door de eindeloos lange gang naar het warme zwart
waar niemand meer ter wereld is. Een oogwenk
zal zij het liefste merrieveulen zijn, zal hij

zal zij verdwijnen in haar wond van eenzaamheid.
O schenkelen gespannen, schamelte gestut -
een rasp, om zich tot bloedens toe te schaven.

 

 

Hartklap I

Ik schonk mijn oma hartklapkoffie bij het langzaam
verbloeden van haar stoppelschedelige antimakassarman:
zijn bolknak paste niet in haar rimpelinge pruimemond.
Het Beste las hij bij een bruine schemerlamp.
Morele Herbewapening, roestsmaak van maagbloed, dood:
mijn schouderklap van binnenuit een daalder waard,
dat bakje troost uit rode kraantjeskan met gouden sterren.

Ze zei hartlap noch suikerbout, bietje, hartputje,
kokkel, hondje of zelfs maar afgelikte boterham,
noch snoep, aardig diefje, troeteling of liefje.
Ze viel van al haar stokken tegelijk, lag voor gehakt
in de pan. De kraantjeskan kreeg mijn broertje Jan.

 

 

Ruïnes

Ze keren langzaam terug naar onbehouwen staat
en in verwering brengt zich iets ontzaglijkers
aan het licht, dat ook in het gezicht van doden

over een verleden leven triomfeert. Grondstof
door nietsziende kracht bewoond, als van goden,
in de grootste tempels en in broze geest vereerd.

 

 

 
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)

18:47 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anneke brassinga, romenu |  Facebook |

Clemens Meyer

 

De Duitse schrijver Clemens Meyer werd geboren op 20 augustus 1977 in Halle an der Saale. Meyer groeide op in de volksbuurt van Leipzig Oost. Hij is een kleinzoon van de kunstenaar Otto en Gertraud Möhwald. De zoon van een verpleegkundige en een gezondheidsvoorlichtster kwam door de uitgebreide bibliotheek van zijn vader in aanraking met literatuur. Na het eindexamen gymnasium werkte Meyer o.a. als bouwvakker. 1998-2003 studeerde hij aan het Duitse Literatuur Instituut in Leipzig, onderbroken door een verblijf in de jeugdgevangenis Zeithain. Hij financierde zijn studies als bewaker, verhuizer en vrachtwagenchauffeur, een beurs stelde hem in staat om te werken aan zijn eerste roman. Tijdens het zoeken naar een uitgever leefde hij ook een tijd van de bijstand. Intussen kan van zijn boeken en lezingen leven. Parttime is hij docent aan het Leipziger Literaturinstitut en columnist bij de MDR. Een toneelbewerking van zijn verhalenbundel “Die Nacht, die Lichter” ging in 2010 aan het Leipziger Centraltheater in première. Ook in 2010 verscheen Meyers derde boek „Gewalten“. Een dagboek. In 2013 verscheen de roman “Im Stein” met diepgaande en gedifferentieerd studies van het hedendaagse Red Light milieu. In 2012 draaide de Leipziger filmmaker Thomas Stuber “Von Hunden und Pferden”, met als uitgangspunt een kort verhaal van Meyer. De korte film werd bekroond met een Zilveren Oscar voor studenten (Student Academy Award) voor de beste buitenlandse korte film. Samen met Stuber schreef Clemens Meyer het scenario voor de film “Herbert”, die werd genomineerd voor de Duitse Draaiboekprijs. In 2015 Meyer kreeg samen met Stuber de Duitse Draaiboekprijs voor de film “In den Gängen”. Meyer’s debuutroman “Als wir träumten” werd verfilmd door regisseur Andreas Dresen en ging op het 65e Internationale Filmfestival van Berlijn in première. Samen met Uwe-Karsten Günther werkt Meyer werkt onder het pseudoniem Günther Meyer als beeldend kunstenaar.

Uit: Als wir träumten

„Ich kenne einen Kinderreim. Ich summe ihn vor mich hin, wenn alles anfängt in meinem Kopf verrückt zuspielen. Ich glaube, wir haben ihn gesungen, wenn wir auf Kreidevierecken herumsprangen, aber vielleicht habe ich ihn mir selbst ausgedacht oder nur geträumt.
Manchmal bewege ich die Lippen und spreche ihn stumm, manchmal fange ich einfach an zu summen und merke es nicht mal, weil die Erinnerungen in meinem Kopf tanzen, nein, nicht irgendwelche, die an die Zeit nach der groûen Wende, die Jahre, in denen wir - Kontakt aufnahmen?
Kontakt zu den bunten Autos und zu Holsten Pilsener und Jägermeister. Wir waren um die fünfzehn damals, und Holsten Pilsener war zu herb, und so soffen wir meistens nationalbewusst. Leipziger Premium Pils. Das war auch preiswerter, denn wir bezogen es direkt vom Hof der Brauerei. Meistens nachts. Die Leipziger Premium Pilsner Brauerei war der Mittelpunkt unseres Viertels und unseres Lebens. Der Ursprung durchsoffener Nächte auf dem Vorstadtfriedhof, endloser Zerstörungsorgien und Tänze auf Autodächern während der Bockbiersaison.
Die Original Leipziger Brauereiabfüllung war eine Art blonder Flaschengeist für uns, der uns sanft an den Haaren packte und über Mauern hob, Autos in Flugmaschinen verwandelte, uns seinen Teppich lieh, auf dem wir davonflogen und den Bullen auf die Köpfe spuckten.
Doch meistens endeten diese seltsam traumartigen Flugnächte mit einer Landung in der Ausnüchterungszelle oder auf dem Flur des Polizeireviers Südost, mit Handschellen an die Heizung gekettet.
Als wir Kinder waren (ist man mit fünfzehn auch noch Kind? Vielleicht waren wir es nicht mehr, als wir das erste Mal vorm Richter standen, der meistens eine Frauwar, oder als sie uns das erste Mal nachts nach Hause brachten und wir am nächsten Tag zur Schule gingen, oder auch nicht, und die Abdrücke der verfluchten 8 noch an unseren dünnen Handgelenken hatten), als wir liebe Kinder waren, war der Mittelpunkt des Viertels für uns der groûe »Volkseigene Betrieb Duroplastspielwaren und Stempelsortimente«, aus dem uns ein ansonsten unbedeutender Klassenkamerad, über seine Stempelkissen herstellende Mutter, Stempel und kleine Autos besorgte, weshalb er von uns keine Dresche und manchmal ein paar Groschen bekam.“

 

 
Clemens Meyer (Halle an der Saale, 20 augustus 1977)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: clemens meyer, romenu |  Facebook |

19-08-14

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

Vogels

Zeevaarders wilden altijd vogels
Sumeriërs brachten naar de kaden
van Ur de pauwen van de Indus.

Zeevaarders willen altijd vogels;
dodo's groter dan pingewijnen,
de bonte vogels, pootloos vliegend,
die men nooit zien zal voor hun doodval,
en papegaaien, papegaaien,
het vlagvertoon van verre landen.

Al stelden vogels soms teleur;
de vogels van Virginia,
de whippoorwills en de kalkoenen,

liefst zou men thuisgevaren zijn
met rijen vogels op de raas,
geen alken, meeuwen, albatrossen;
de wachters van het eigen graf,
maar warme vogels van de wal.

 

 

Een gracht, waar eend en waterhoen

Een gracht, waar eend en waterhoen
voortdurend watertrappen
om voort te gaan, niet om te drijven
zoals de watervreemde mens.

Als zij vooruitgaan
maken zij een dubbelspoor
van kleine kolken,
en boegwater als de verticale
doorsnee van een pannendak,
negentig graden omgeklapt.

 

 

 
Louis Th. Lehmann (19 augustus 1920 – 23 december 2012)
Portret door Paul Citroen, 1949

Lees meer...

18-08-14

Ulrich Woelk, Marc Degens, Jami, Luciano de Crescenzo, Alain Robbe-Grillet, Brian Aldiss

 

De Duitse schrijver Ulrich Woelk werd geboren op 18 augustus 1960 in Beuel bij Bonn. Zie ook alle tags voor Ulrich Woelk op dit blog.

Uit: Freigang

“Ich habe meinen Vater umgebracht. Die Idee kam im Suff. (Ich schwöre es.)
Schreiben als Funktion des Gedächtnisses: Ich schreibe, um Nina noch einmal zu erleben.
Seit meiner Einlieferung werde ich nicht müde zu gestehen. Ich gestehe den Ärzten, insbesondere Doktor Früger, den Pflegerinnen und Pflegern, insbesondere Schwester Leonie.
Seit der Nacht: Neonlicht, die Glastür, die Friedenstaube, die Treppen, Nina in der Dunkelheit.
Seit der Nacht gestehe ich, hartnäckig, verlange ein ordentliches Verfahren.
Was schreckt die Gerichte ab, sich für meinen Fall zu interessieren? Warum überlassen sie mich bereitwillig Doktor Früger?
Allein die Umstände meines Geständnisses: Nina, die vor mir zurückweicht, unbekleidet; allein die Umstände müßten für eine Strafverfolgung ausreichen.
Mein Geständnis: Alle zeigen sich interessiert, doch die Art, mit der sie darüber hinweggehen, befremdet mich, macht mich von Zeit zu Zeit mutlos.
Früger mit seinem weißen Kittel. Die Hornbrille, mit der er nicht spielt, während er redet: er nimmt sie nicht ab, zeigt nicht mit ihr auf imaginäre Punkte, betrachtet sie nicht nachdenklich oder putzt sie gar, um einer belanglosen Rede Bedeutung zu verleihen. Hat er mich begrüßt, versenkt er die Hände meist in den Taschen des weißen Kittels, nimmt sie nur heraus, sich gelegentlich zu kratzen.
Was erwartet man von mir? Was kann man mehr von mir verlangen, als daß ich geständig bin?
Nina trifft keine Schuld.
Einmal zu Früger: Die Justiz ist hochmütig geworden. Sie fühlt sich durch ein Geständnis beleidigt, empfindet es als Zweifel an ihrer Fähigkeit, einen Fall auch ohne die bereitwillige Mithilfe des Angeklagten zu klären. Nur in einem Indizienprozeß können Staatsanwalt und Verteidiger glänzen. Und die Richter? Sie fühlen sich durch ein Geständnis zur Nutzlosigkeit verdammt: ein Richter, der nichts zu richten hat.“

 

 
Ulrich Woelk (Beuel, 18 augustus 1960)

Lees meer...

17-08-14

V. S. Naipaul, Jonathan Franzen, Ted Hughes, Theodor Däubler, Herta Müller, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte

 

De Britse schrijver Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul werd geboren op 17 augustus 1932 in Chaguanas, Trinidad en Tobago. Zie ook alle tags voor V. S. Naipaul op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: A Bend In the River

“At certain times in some civilizations great leaders can bring out the manhood in the people they lead.  It is different with slaves.  Don’t blame the leaders.  It is just part of the dreadfulness of the situation.  It is better to withdraw from the whole business, if you can.  And I could.  You may say -- and I know, Salim, that you have thought it -- that I have turned my back on my community and sold out.  I day: ‘Sold out to what and from what? What do you have to offer me? What is your own contribution?  And can you give me back my manhood?’ Anyway, that was what I decided that morning, beside the river of London, between the dolphins and the camels, the work of some dead artist who had been adding to the beauty of their city.
“That was five years ago.  I often wonder what would have happened to me if I hadn’t made that decision.  I suppose I would have sunk.  I suppose I would have found some kind of hole and tried to hide or pass.  After all, we make ourselves according to the ideas we have of our possibilities.  I would have hidden in my hole and been crippled by my sentimentality, doing what I doing, and doing it well, but always looking for the wailing wall.  And I would never have seen the world as the rich place that it is.  You wouldn’t have seen me here in Africa , doing what I do.  I wouldn’t have wanted to do it, and no one would have wanted me to do it.  I would have said: ‘It’s all over for me, so why should I let myself be used by anybody? The Americans want to win the world.  It’s their fight, not mine.’ And that would have been stupid.  It is stupid to talk of the Americans.  They are not a tribe, as you might think from the outside.  They’re all individuals fighting to make their way, trying as hard as you or me not to sink.
“It wasn’t easy after I left the university.  I still had to get a job, and the only thing I knew now was what I didn’t want to do.  I didn’t want to exchange one prison for another.  People like me have to make their own jobs.  It isn’t something that’s going to come to you in a brown envelope. The job is there, waiting.  But it doesn’t exist for you or anyone else until you discover it, and you discover it because it’s for you and you alone.”

 

 
V. S. Naipaul (Chaganuas, 17 augustus 1932)

Lees meer...

Nicola Kraus, Oliver St. John Gogarty, Robert Sabatier, Anton Delvig, Jozef Wittlin, Fredrika Bremer

 

De Amerikaanse schrijfster Nicola Kraus werd geboren op 17 augustus 1974 in New York. Zie ook alle tags voor Nicola Kraus op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: Over you Samen met Emma McLaughlin)

“Bridget drops her head to Max’s shoulder.
“Fifteen?”
Bridget nods.
“Okay, now let’s start with a shower. You’ll feel better.”
But beyond the shower is dressed, beyond dressed is breakfast, beyond breakfast is leaving and that’s when Taylor won’t be waiting downstairs for his morning kiss and Poptart before he heads south to his school and she heads north to hers. Bridget buries her face in her raised knees, the idea of taking a single step unbearable. “I won’t.”
Max pats her sweaty back. “But I will.” She stands and claps her hands. “Okay! You have homeroom at eight-twenty and we have a ton of ground to cover. Being late today of all days is OUT of the question—in fact, for the next month I don’t care if you get wombat flu—you will be at school every day looking awesome because that will get back to him and that will be the first chink in his ego. Okay, time to wash off the last twelve hours! Here we go! The rest of your spectacular life awaits!”
Bridget stares at Max, salty tear-crusts in the corner of her eyes and mouth. “Sorry. So you’re Shannon’s friend? I’m just not really following how you—”
“We’ll get to that. Take the coffee in with you. Right in under the water. Here.” She pulls Bridget to her feet, hands her the lid and holds the edge of the floral comforter as Bridget walks right out from under it. It trails off her shoulders like a queen’s cape as she shuffles to the bathroom.
While Bridget showers Max does an informed sweep of the room, removing the sweatshirt, stuffed duck and dangly earrings Zach’s electronic espionage revealed were gifts from Taylor. She then returns the hacked laptop to Bridget’s desk. Lastly Max whips out her sterling tape measure, another flea market score, and sizes up the windows.”

 

 
Nicola Kraus (New York, 17 augustus 1974)
Emma McLaughlin en Nicola Kraus (rechts)

Lees meer...

Hendrik de Vries

 

De Nederlandse dichter en schilder Hendrik de Vries werd geboren in Groningen op 17 augustus 1896. De gedichten van Hendrik de Vries werden in het literaire tijdschrift Het Getij gepubliceerd. Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Hij was antiburgerlijk ingesteld en predikte vitaliteit. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Veel van zijn inspiratie vond De Vries in de Spaanse wereld. Hij was zo in die Spaanse cultuur verdiept geraakt, dat hij heel wat gedichten (met name copla's) in het Spaans heeft geschreven. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag werd door de gemeente Groningen de Hendrik de Vriesprijs ingesteld, en in 1986 het Hendrik de Vriesstipendium. De Vries was de eerste die de prijs in ontvangst mocht nemen. De Vries' gedicht “Een schatrijke tuin” werd in 2000 (en in een nieuwe versie in 2006) op een muur in de Aloëlaan in Leiden aangebracht als één van de meer dan honderd muurgedichten in Leiden.

 

Gevangenisliederen van het Spaansche Volk

In de woning van mijn beminde
Hebben ze 's nachts mij gevonden,
En, tot nog meerder ellende,
Mij met kaar zakdoek gebonden.
 
De koning in zijn paleis
Weet niet wat gevangenen lijden,
Anders ging hij vandaag nog op reis,
Ons een voor een te bevrijden.
 
Bewaakster, bewaakster, kom,
Red mij van dit somber graf -
Ik doe je de goudring om
Die mijn geliefde mij gaf.
 
Wat kon ik, heel het jaar
Dat ik heb vastgezeten?
Ik telde en telde maar:
De schakels van mijn keten.

 

  

Copla

De dokter, bij mijn geboorte,
Voelde mijn pols en besloot:
'Zolang dit kind maar blijft leven,
Gaat het in geen geval dood.'

 

 

Mijn broer

Mijn broer, gij leed
Een einde, waar geen mens van weet.
Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik
Begrijp het slecht, en tast en schrik.

De weg met iepen liep gij langs.
De vogels riepen laat. Iets bangs
Vervolgde ons beiden. Toch wou gij
Alleen gaan door de woestenij.

Wij sliepen deze nacht weer saam.
Uw hart sloeg naast mij. 'k Sprak uw naam
En vroeg, waarheen gij ging.
Het antwoord was:

'Te vreselijk om zich in te verdiepen.
Zie: 't gras
Ligt weder dicht met iepen
Omkringd.'

 

 
Hendrik de Vries (17 augustus 1896 – 18 november 1989)
In 1923

21:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hendrik de vries, romenu |  Facebook |

16-08-14

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Alice Nahon

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Friends Within The Darkness

I can remember starving in a
small room in a strange city
shades pulled down, listening to
classical music
I was young I was so young it hurt like a knife
inside
because there was no alternative except to hide as long
as possible--
not in self-pity but with dismay at my limited chance:
trying to connect.

the old composers -- Mozart, Bach, Beethoven,
Brahms were the only ones who spoke to me and
they were dead.

finally, starved and beaten, I had to go into
the streets to be interviewed for low-paying and
monotonous
jobs
by strange men behind desks
men without eyes men without faces
who would take away my hours
break them
piss on them.

now I work for the editors the readers the
critics

but still hang around and drink with
Mozart, Bach, Brahms and the
Bee
some buddies
some men
sometimes all we need to be able to continue alone
are the dead
rattling the walls
that close us in.

 

 

Hooray Say The Roses

hooray say the roses, today is blamesday
and we are red as blood.

hooray say the roses, today is Wednesday
and we bloom wher soldiers fell
and lovers too,
and the snake at the word.

hooray say the roses, darkness comes
all at once, like lights gone out,
the sun leaves dark continents
and rows of stone.

hooray say the roses, cannons and spires,
birds, bees, bombers, today is Friday
the hand holding a medal out the window,
a moth going by, half a mile an hour,
hooray hooray
hooray say the roses
we have empires on our stems,
the sun moves the mouth:
hooray hooray hooray
and that is why you like us.

 

 
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

Lees meer...

Jules Laforgue, T. E. Lawrence, Pierre Henri Ritter jr., Max Schuchart

 

De Franse dichter Jules Laforgue werd geboren in Montevideo op 16 augustus 1860. Zie ook alle tags voor Jules Laforgue op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Dimanches (I)

Le ciel pleut sans but, sans que rien l'émeuve,
Il pleut, il pleut, bergère ! sur le fleuve...

Le fleuve a son repos dominical ;
Pas un chaland, en amont, en aval.

Les Vêpres carillonnent sur la ville,
Les berges sont désertes, sans idylles.

Passe un pensionnat (ô pauvres chairs ! )
Plusieurs ont déjà leurs manchons d'hiver

Une qui n'a ni manchon, ni fourrures
Fait, tout en gris, une pauvre figure.

Et la voilà qui s'échappe des rangs,
Et court ! Ô mon Dieu, qu'est-ce qu'il lui prend

Et elle va se jeter dans le fleuve.
Pas un batelier, pas un chien Terr' Neuve.

Le crépuscule vient ; le petit port
Allume ses feux. (Ah ! connu, l'décor ! )

La pluie continue à mouiller le fleuve,
Le ciel pleut sans but, sans que rien l'émeuve.

 

 

Locutions des Pierrots, I

Les mares de vos yeux aux joncs de cils,
Ô vaillante oisive femme,
Quand donc me renverront-ils
La Lune-levante de ma belle âme ?

Voilà tantôt une heure qu'en langueur
Mon coeur si simple s'abreuve
De vos vilaines rigueurs,
Avec le regard bon d'un terre-neuve.

Ah ! madame, ce n'est vraiment pas bien,
Quand on n'est pas la Joconde,
D'en adopter le maintien
Pour induire en spleens tout bleus le pauv' monde !

 

 
Jules Laforgue (16 augustus 1860 - 20 augustus 1887)
Foto uit 1885

Lees meer...