29-11-14

Antanas Škėma, Madeleine L’Engle, Ludwig Anzengruber, Silvio Rodríguez, Maurice Genevoix, Andrés Bello

 

De Litouwse dichter en schrijver Antanas Škėma werd op 29 november 1910 geboren in Lodz in Polen. Zie ook alle tags voor Antanas Škėma op dit blog en ook mijn blog van 29 november 2009 en ook mijn blog van 29 november 2010.

Uit: Steps And Stairs (Vertaald door Kęstutis Girnius)

„You thought you sailed west, west the whole day. But your boat turned around, and you return to land again. An old fisherman, a friend of your youth, sits on the rocky shore. His campfire smolders. Dead fish lie around him. In the silk sphere fish and stars, sparks and embers, veined hands and mermaid scales. In the silk sphere a round night is reflected in the electric lamp.
I think all of this when I stop two yards below the old man and see the holes in his soles, while the half-blind man feels something completely other.
He cleaned banks. In Manhattan and Brooklyn, Queens and the Bronx. In the cellar were ladders and rags, cleaning oil and soap powders, and in the marbled rooms dust stuck to furniture, walls, ceilings, lampshades, and curtains—the unctuous dust of banks, like a thick layer of frozen fat. The Ukrainian stooped often, crawled on all fours, and swayed below the ceiling; hot water flowed through his unfeeling fingers; tables and chairs, telephones and ashtrays, the steel of safes and the blue veins of marble rejuvenated themselves with damp leather, redwood mirrors, the matted shine of plastic; his hands stuck together from the cleaning oil, they smelled of pine sap, of bare feet in the morning mist, the filth of old age, and wrung-out underwear.
I.R.T., B.M.T., Independent. Every night the subways, ruled by magic hieroglyphics, carpets from "A Thousand and One Nights," flew the Ukrainian to a different part of the city. He still walked a few blocks. The same taverns with different names licked his eyes. Gondola, New Orleans, On the 7th Corner. Store windows were jammed with shirts and shoes tied with red ribbons, presents for a girl friend, children, and for oneself.“

 

 
Antanas Škėma (29 november 1910 – 11 augustus 1961)

Lees meer...

28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

27-11-14

Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Philippe Delerm, Jacques Godbout, Jos. Habets, Friedrich von Canitz

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Der Schrecken Gottes

„Sie mahnen – nicht mehr, aber zu unserem gelegentlichen Verdruß auch nicht weniger. Das ist die Religiosität, die sich mir als Kind eingeprägt hat, und so deutlich ich wahrnehme, welches Unheil heute gerade aus dem Islam erwächst, vergesse ich doch die Menschen nicht,
Denn es ist ihresgleichen nicht im Lande die mir bis heute die Tugend zum Vorbild geben, meinen Großvater zum Beispiel, der den getuschelten Spott seiner jungen, frechen Töchter ertrug, wenn er vor ihnen das Gebet der Großfamilie leitete. In seinen Memoiren hielt er als erstes stolz die Anekdote fest, wie unser Urgroßvater, ein hochangesehener Theologe, sich im Wortsinn schützend vor die Bahais in Isfahan gestellt hat, als andere Mullahs den Mob losließen; Anfang des letzten Jahrhunderts muß das gewesen sein. Mein Großvater ist als Großbürger überzeugter Demokrat gewesen und als Vertreter der Isfahaner Notabeln in den vierziger Jahren eigens nach Teheran gefahren – keine kurze Strecke damals –, um dem verblüfften Oppositionsführer Mossadegh mitzuteilen, daß er seinen Kampf gegen die Monarchie gutheiße. Liberal jedoch, wie wir es verstehen, war mein Großvater nicht, vielmehr ein konservativer Mann von orthodoxem Ernst, das Lob Gottes beständig auf den Lippen und mit strengen moralischen Ansprüchen an sich und seine Nächsten. Wenn er, der selbst an einer Theologischen Hochschule in Isfahan studiert hatte, den Kleingeist der Straßenprediger wie der Staatstheologen verächtlich machte, dann fühlte er sich nicht dem Geist der westlichen Aufklärung und der Allgemeinen Erklärung der Menschenrechte verpflichtet, sondern dem größten Geist, dem des Allmächtigen.
Da ist der Herr Ingenieur Kermani, der Mann meiner Tante Eschrat, der uns mit dem Backgammon auch das Beten lehrte, ein Kettenraucher vor dem Herrn, der seine immense Körpermasse am liebsten in Kleidung vom Stile Gamal Abdel Nassers zwang, jenen hellbraunen oder hellblauen Baumwollanzügen, bei denen die Jacke zugleich Hemd ist. Herr Ingenieur – den Titel,«Herr Ingenieur», vergaß ich selbst dann nicht zu nennen, wenn ich zu mir selbst sprach –,Kermani war eine wirklich imposante Erscheinung, der dickste und größte unter meinen Verwandten, den riesig-runden Schädel kahl und mit goldenem Vorderzahn im häufig lachenden Mund.”

 

 
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...

Han Kang

 

De Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang werd geboren op 27 november 1970 in Gwangju, in de provincie Zuid-Cholla. Han Kang - haar naam is een verwijzing naar de rivier Hanggang die door Seoul stroomt - is de dochter van schrijver Han Sungwon en groeide vanaf haar elfde jaar op in Seoul. Zij studeerde aan de Universiteit Yonsei Koreaanse literatuur en voltooide haar studie daar in 1993. Han debuteerde met gedichten die verschenen in het tijdschrift "Literatuur en Samenleving" (Munhak-kwa Sahoe). Bekend werd zij kort daarna echter als schrijfster van proza. In 1994 won ze het met het korte verhaal Rood Zeil (붉은닻) de Literatuurprijs van de krant Seoul Shinmun. Daarna bleef zij doorgaan met schrijven en publiceerde zij verschillende bundels verhalen. In 1999 won ze een prijs voor de beste Koreaanse roman, in 2000 "de prijs voor jonge kunstenaars van vandaag," van het ministerie van Cultuur en Toerisme, en tenslotte in 2005 de Yi Sang Literatuurprijs. Kang werkte ook als journaliste voor verschillende tijdschriften. Haar werk “De Vegetariër” werd in 2010 verfilmd en de novelle van “Baby Boeddha” diende als basis voor de film Scar. Momenteel doceert Han Kang creatief schrijven aan de Seoul Hogeschool voor de Kunsten.

Uit: The Vegetarian (Vertaald door Deborah Smith)

“Before my wife turned vegetarian, I’d always thought of her as completely unremarkable in every way. To be frank, the first time I met her I wasn’t even attracted to her. Middling height; bobbed hair neither long nor short; jaundiced, sickly-looking skin; somewhat prominent cheekbones; her timid, sallow aspect told me all I needed to know. As she came up to the table where I was waiting, I couldn’t help but notice her shoes—the plainest black shoes imaginable. And that walk of hers—neither fast nor slow, striding nor mincing.
However, if there wasn’t any special attraction, nor did any particular drawbacks present themselves, and therefore there was no reason for the two of us not to get married. The passive personality of this woman in whom I could detect neither freshness nor charm, or anything especially refined, suited me down to the ground. There was no need to affect intellectual leanings in order to win her over, or to worry that she might be comparing me to the preening men who pose in fashion catalogues, and she didn’t get worked up if I happened to be late for one of our meetings. The paunch that started appearing in my mid-twenties, my skinny legs and forearms that steadfastly refused to bulk up in spite of my best efforts, the inferiority complex I used to have about the size of my penis—I could rest assured that I wouldn’t have to fret about such things on her account.
I’ve always inclined towards the middle course in life. At school I chose to boss around those who were two or three years my junior, and with whom I could act the ringleader, rather than take my chances with those my own age, and later I chose which college to apply to based on my chances of obtaining a scholarship large enough for my needs. Ultimately, I settled for a job where I would be provided with a decent monthly salary in return for diligently carrying out my allotted tasks, at a company whose small size meant they would value my unremarkable skills."

 

 
Han Kang (Gwangju, 27 november 1970)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: han kang, romenu |  Facebook |

26-11-14

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Luisa Valenzuela, Louis Verbeeck, William Cowper

 

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook alle tags voor Eugène Ionesco op dit blog.

Uit: Victims of Duty

MADELEINE: Well, my dear, you know, the law is necessary,and what’s necessary and indispensable is good, and everything ’s that good is nice. And it really is very nice indeed to be a good, law-abiding citizen and do one ’s duty and have a clear conscience!...
CHOUBERT: Yes, Madeleine. When one really thinks about it,you’re right. There is something to be said for the law.
MADELEINE: Of course there is.
CHOUBERT: Yes, yes. Renunciation has one important advantage: it’s political and mystical at the same time. It bears fruit on two levels.
MADELEINE: So you can kill two birds with one stone.
CHOUBERT: That’s what ’s so interesting about it.
MADELEINE: You see!
CHOUBERT: Besides, if I remember rightly from my historylessons, this system of government, the ‘detachment system’,has already been tried before, three centuries ago, and five centuries ago, nineteen centuries ago, too, and again last year...
MADELEINE: Nothing new under the sun!
CHOUBERT:...successfully too, on whole populations, in capital cities and in the countryside, [He gets up.] on nations, on nations like ours!
MADELEINE: Sit down.
CHOUBERT sits down again.
CHOUBERT: [sitting] Only, it’s true, it does demand the sacrifice of some of our creature comforts. It’s still rather a nuisance.
MADELEINE: Oh, not necessarily! ...Sacrifice isn’t always so difficult. There’s sacrifice and sacrifice. Even if it is a bit of a nuisance right at the start, getting rid of some of our habits, once we’re rid of them, were rid of them, and you never really give them another thought!”

 

 
Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)
David Sinaiko (Choubert) en Felicia Benefield (Madeleine) in een uitvoering in San Francisco, 2008

Lees meer...

25-11-14

Maarten ’t Hart 70 jaar, Connie Palmen, Arturo Pérez-Reverte, Alexis Wright, Ba Jin, Augusta de Wit

 

70 Jaar Maarten ‘t Hart

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Maarten ’t Hart viert vandaag zijn 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: De kroongetuige

Kijk’, zei ik, ‘het is niet één valbijl, maar er zijn vier mesjes, twee die naar beneden scharen en twee die naar boven scharen, een rat wordt vier keer zo snel onthoofd als met een gewone guillotine, het is gebeurd voor hij het zelfs maar gemerkt heeft,’ en ik liet de mesjes speels op en neer bewegen en het zonlicht flikkerde op het glanzende, roestvrije staal. Het was alsof ik een kunstwerk demonstreerde.
Toen ik een stokoud mannetje decapiteerde, wilde hij het graag van dichtbij zien – zoals ik trouwens verwacht had – dat het bloed breeduit over zijn kleding spatte.
(…)

“En ik wist, daar wandelend in die nog ongerepte sneeuw, dat heel mijn wezen naar de enige vergoeding dorstte die alles voor mij in evenwicht zou brengen, iets dat anderen als vanzelfsprekend werd afgewezen, en weer laaide de bittere, onhartstochtelijke haat op tegen de vrouw die zich twee keer had laten aborteren, en die nu zelfs niet eens dood bleek, maar zich, als zij dat wenste, onder een andere naam en in een ander werelddeel, nogmaals kon laten aborteren, en mijn haat strekte zich ook uit naar al die anderen die zich hadden laten aborteren, liep vooruit op dat vervloekte kerstfeest, dat feest dat speciaal uitgevonden leek om mensen te kwellen die met heel hun verstand en al hun kracht naar een geboorte verlangden die nooit komen zou, het feest dat overal zijn uitlopers en vertakkingen kende, want je hoefde maar naar de reclame op de televisie te kijken om vrouwen met baby’s te zien, om spartelende billen waar te nemen waaromheen papieren luiers gevouwen werden, waarna je dan zag hoe zo’n kind, door een godswonder nog niet voortijdig geaborteerd, stralend glimlachte naar haar moeder; Om gezinnen waar te nemen die borrelnootjes gebruikten, of slasaus, of een wasmiddel, en die altijd gezegend waren, als was het afgepast met twee kinderen.”

 

 
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Lees meer...

24-11-14

Jules Deelder 70 jaar, Thomas Kohnstamm, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne

 

70 Jaar Jules Deelder

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Jules Deelder viert vandaag zijn 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Stadsgezicht

Tegenwoordigheid van geest
en realisme in 't kwadraat
vieren onverstoorbaar feest
in een opgebroken straat
 
Hoog en spijkerhard de hemel
met een blikkerende zon of
zwart en laag in wilde wemel
langs skeletten van beton
 
Doorheen geloken luxaflexen
tórenhoog de wooncomplexen
stapelen den einder dicht
 
Posthistorisch vergezicht-
Rotterdam gehakt uit marmer
kant'lend in het tegenlicht

 

 

Wonderland

Bij het pompstation
bleken acht van de negen
pompen super te leveren
en maar één normaal

Op m'n vraag of het geen
tijd werd de bordjes te ver-
hangen keek de pompbediende
mij niet begrijpend aan

Toen ik later in een
etalage op een bord las
dat men bij aanschaf van
vijf batterijen één

staaflantaarn cadeau gaf
begreep ik dat ik
in de omgekeerde wereld
was beland.

 

 

Quo Vadis?

Op de A20 staat
een man met baard

Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?

Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord

Ik ga niet verder
dan Rotterdam

O prima dan pak ik
daar de metro...

 

 
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Lees meer...

Wanda Reisel

De Nederlandse schrijfster Wanda Reisel werd geboren in Willemstad (Curaçao) op 24 november 1955. Reisel groeide op in Amsterdam in een anarcho-liberaal artsengezin met zes kinderen (vader internist, moeder verpleegster). Na het gymnasium (1968-1974) studeerde Reisel korte tijd geschiedenis, na anderhalf jaar schreef ze zich in voor de regieopleiding van de Theaterschool in Amsterdam. Zij wist van vroeg af aan dat ze schrijver wilde worden. Deze opleiding voltooide ze in 1981. Sindsdien heeft ze een tiental toneelstukken geschreven, gebundeld onder de titel “Tien Stuks”. Reisel debuteerde in 1986 als prozaschrijver met “Jacobi’s tocht” (twee novellen). Haar eerste roman “Het blauwe uur” verscheen in 1988. Ze werd in 1997 bij een breder publiek bekend dankzij de nominatie van “Baby Storm” voor de Libris literatuurprijs. Ook haar volgende roman, “Een man een man” (2000), stond op de shortlist van de Libris literatuurprijs, in 2001. De roman “Witte Liefde” werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In januari 2008 werd haar de Anna Bijns Prijs voor “Witte liefde” toegekend. Haar toneelstuk ”Poeskafee” werd in maart 2010 door het RO Theater in de regie van Gerardjan Rijnders opgevoerd. Naast proza en toneel schrijft Reisel ook film- en televisiescenario's.

Uit: Witte liefde

“Het is heerlijk om begeerd te worden, ogen te zien die jouw zoeken, jouw blik indrinken, verstandhouding eisen. Een minnaar te hebben die het liefst met jou een auto, een garderobe, een bijkeuken in wil verdwijnen. Een begenadigde positie, die je boven het sterfelijke uit doet toornen. De keerzijde ervan is een ondraaglijke zuigelingenhonger als deze toestand er niet is. Dit verlangen kan rampen aanrichten. Als de liefde haar zin niet krijgt, gelden de wetten van het oerwoud. En erger.”
(…)

“Bob is hier in huis taboe geworden, ik moet zorgen dat zijn naam niet valt. Alles wat met hem te maken heeft is onrein, een boek dat hij ons cadeau heeft gedaan, een beeldje. Een dichtbundel heeft Rudi weggesmeten. Witte liefde kan niet anders dan een keer vuil worden. Ik heb Bob naar de verste uithoeken verbannen, of nee, ik heb hem verstopt, op de zolder van mijn hoofd, waar niemand komt. Daar zit hij met zijn rug naar me toe in het schemerdonker en gelukkig kan ik daardoor niet zien of hij verdrietig is. Nu hij taboe is mag ik hem niet meer aanraken, niet meer aan hem denken, moet hij uit mijn geheugen slijten door zich weg te laten gummen, maar echt lukken wil dat niet. Nog niet. De tijd zal het beeld wel doen stilliggen als een gevallen herfstblad, zijn stem zal alleen nog gevoileerd klinken tegen de achterwand van mijn schedel.
Deze grote liefde hebben we samen moeten laten sterven, als een doodziek kind.”
(…)

“De tijd zal zijn beeld wel doen stilliggen als een gevallen herfstblad, zijn stem zal alleen nog gevoileerd klinken tegen de achterwand van mijn schedel. Deze grote liefde hebben we samen moeten laten sterven, als een dood kind.”

 

 
Wanda Reisel (Willemstad, 24 november 1955)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wanda reisel, romenu |  Facebook |

Marlon James

 

De Jamaicaanse schrijver Marlon James werd geboren op 24 november 1970 in Kingston, Jamaica, Zijn ouders werkten allebei voor de Jamaicaanse politie: zijn moeder(van wie James zijn eerste proza ​​boek, een verzameling verhalen van O. Henry kreeg werd detective en zijn vader (van wie hij de liefde voor Shakespeare en Coleridge erfde) werd advocaat. James studeerde in 1991 aan de Universiteit van West-Indië, waar hij colleges taal en literatuur volgde. Hij behaalde een master's degree in creatief schrijven aan de Wilkes University (2006). James doceerde sinds 2007 Engels en creatief schrijven aan Macalester College. Zijn eerste roman, “The Book of Night Women” (2009), gaat over de opstand van een slavenvrouw op een Jamaicaanse plantage in het begin van de 19e eeuw. James's tweede roman, “John Crow’s Devil” (2010), vertelt het verhaal van een bijbelse strijd in een afgelegen Jamaicaanse dorp in 1957. Zijn meest recente roman uit 2014 “A Brief History of Seven Killings” onderzoekt enkele decennia van de Jamaicaanse geschiedenis en de politieke instabiliteit vanuit het perspectief van vele vertellers. Het won de fictie categorie van de 2015 OCM Bocas Prijs voor Caribische literatuur.

Uit: John Crow’s Devil

“No living thing flew over the village of Gibbeah, neither fowl, nor dove, nor crow. Yet few looked above, terrified should an omen come in a shriek or flutter. Nothing flew but dust. It slipped through window blades, door cracks, and the lifting clay of rooftops. Dust coated house and ground, shed and tree, machine and vehicle with a blanket of gray. Dust hid blood, but not remembrance.
Apostle York took three days to decide. He had locked himself in the office as his man waited by the door. Clarence touched his face often without thought, running his fingers over scratches hardened by clotted blood. The Apostle’s man was still in church clothes: his one black suit and gray shirt with tan buttons that matched his skin, save for his lips, which would have been pink had they not been beaten purple three days ago. Clarence shifted from one leg to the other and squeezed his knuckles to prevent trembling, but it was no use.
“Clarence,” the Apostle called from behind the door. “Pile them up. Pile them all up. Right where the roads meet. Pile them up and burn them.”
Men, women, and children, all dead, were left in the road. Those who scurried home with their lives imprisoned themselves behind doors. There were five bodies on Brillo Road; the sixth lay with a broken neck in a ditch where the bridge used to be. Clarence limped, cursing the hop and drag of his feet. At the crossroads he stopped.
“All man who can hear me!” he shouted. “Time now to do the Lord’s work. The Apostle callin you.”
Faces gathered at windows but doors remained shut. Some would look at Clarence, but most studied the sky. Clarence looked above once and squeezed his knuckles again. A dove had flown straight into his face, splitting his bottom lip and almost scratching out his left eye. He felt as if more would come at that very moment, but the Apostle had given him strength.”

 

 
Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marlon james, romenu |  Facebook |

23-11-14

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

Wasser und Feuer

So warf ich dich denn in den Turm und sprach ein Wort zu den Eiben,

draus sprang eine Flamme, die maß dir ein Kleid an, dein Brautkleid:

Hell ist die Nacht,
hell ist die Nacht, die uns Herzen erfand
hell ist die Nacht!

Sie leuchtet weit übers Meer,
sie weckt die Monde im Sund und hebt sie auf gischtende Tische,
sie wäscht sie mir rein von der Zeit:
Totes Silber, leb auf, sei Schüssel und Napf wie die Muschel!

Der Tisch wogt stundauf und stundab,
der Wind füllt die Becher,
das Meer wälzt die Speise heran:
das schweifende Aug, das gewitternde Ohr,
den Fisch und die Schlange –

Der Tisch wogt nachtaus und nachtein,
und über mir fluten die Fahnen der Völker,
und neben mir rudern die Menschen die Särge an Land,
und unter mir himmelts und sternts wie daheim um Johanni!

Und ich blick hinüber zu dir,
Feuerumsonnte:
Denk an die Zeit, da die Nacht mit uns auf den Berg stieg,
denk an die Zeit,
denk, daß ich war, was ich bin:
ein Meister der Kerker und Türme,

ein Hauch in den Eiben, ein Zecher im Meer,
ein Wort, zu dem du herabbrennst.

 

 

Zähle die Mandeln

Zähle die Mandeln,
zähle, was bitter war und dich wachhielt,
zähl mich dazu:

Ich suchte dein Aug, als du’s aufschlugst und niemand dich ansah,
ich spann jenen heimlichen Faden,
an dem der Tau, den du dachtest,
hinunterglitt zu den Krügen,
die ein Spruch, der zu niemandes Herz fand, behütet.

Dort erst tratest du ganz in den Namen, der dein ist,
schrittest du sicheren Fußes zu dir,
schwangen die Hämmer frei im Glockenstuhl deines Schweigens,
stieß das Erlauschte zu dir,
legte das Tote den Arm auch um dich,
und ihr ginget selbdritt durch den Abend.

Mache mich bitter.
Zähle mich zu den Mandeln.

 

 

Bloem

De steen.
De steen in de lucht die ik volgde.
Jouw oog, zo blind als de steen.

We waren
handen,
we schepten de duisternis leeg, we vonden
het woord dat opsteeg de zomer in:
bloem.

Bloem - een blindenwoord.
Jouw oog en mijn oog:
ze zorgen
voor water.

Wasdom.
Aan hartwand komt er
blad na blad bij.

Een woord nog, als dit, en de hamers
zwaaien vrij buiten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

Lees meer...

Sait Faik Abasıyanık, Guy Davenport, Nigel Tranter, Marieluise Fleißer, Nirad C. Chaudhuri

 

De Turkse schrijver Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook alle tags voor Sait Faik Abasıyanık op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit:Verhalen uit Istanbul (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Hij nam nogmaals een handje aarde. De aarde was rood en vochtig. Hij smeerde haar in zijn baard.
‘Er zit ijzer in, mangaan, fosfor, kalk, van alles,’ zei hij. ‘De zaden kan ik wel begrijpen. Die zijn als een graanschuur, als een soort ei. Maar aarde, daar begrijp ik niets van. Chemici die analyses uitvoeren zeggen dat er van alles en nog wat in zit. Maar hoe kan het dan dat zij de zaden alleen dat geeft wat ze nodig hebben? Ruime hoeveelheden geur, kleur, mineralen, vitamines, staal, fosfor, arsenicum, suiker en weet ik wat nog meer?’
‘Maar aarde is toch niet het enige? Er is toch ook nog water? En zon?’
‘Die komen naar mijn idee op de tweede plaats, want ze zijn niet zo bescheiden als de aarde. Regen, die lijkt altijd in afwachting van een verzoek, een gebed. Als die op de aarde neerplenst zijn we blij, dan danken we God. De aarde is ook niet als de zon, die staat te stralen dat hij iedereen iets geeft, dat iedereen het zonder hem wel kan vergeten, dat er dan geen leven mogelijk is. Ze ligt daar maar stilletjes onder onze voeten, besmeurt de hele winter onze laarzen en kleren, ligt er doods, donkerrood, geel, asgrijs, pikzwart bij. Zodra het lente wordt stort ze al haar vreugde over ons uit. Dan deelt ze aan één stuk door ruimhartig uit en bereidt ons een feestdag. De weilanden staan vol met klaver, de heuvels met klaprozen en madeliefjes. Zelfs de bezemstruiken lachen. Ze geeft zonder er iets voor terug te vragen, gul en vrijgevig. Als de tijd gekomen is, als ze het welletjes vindt met die feestelijkheid neemt ze het allemaal weer in zich op, verteert het en baart.”

 

 
Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)
Cover

Lees meer...

Max Goldt

 

De Duitse schrijver en muzikant Max Goldt (pseudoniem van Matthias Ernst) werd geboren op 23 november 1958 in Weende (nu Göttingen). Na zijn afstuderen trok Goldt in 1977 naar West-Berlijn, waar hij aan een opleiding tot fotograaf begon. Hij brak het af, echter, en richtte zich op de muziek. In 1981 richtte hij samen met Gerd Pasemann het duo Foyer des Arts op, waarvoor hij de teksten schreef en liedjes zong. Al eerder werkte Goldt samen met Gerd Pasemann aan een project genaamd AromaPLUS. Het werd gevolgd door talrijke platen, deze keer ook solo, bijvoorbeeld in 1984 “Die majestätische Ruhe des Anorganischen”.Met Stephan Winkler, produceerde hij in 1998 als duo NUUK de LP/CD “Nachts in schwarzer Seilbahn nach Waldpotsdam. Tegenwoordig is hij vooral bekend als schrijver. Nadat hij met humoristische columns in het onafhankelijke Berlijn tijdschrift “Ich und mein Staubsauger” in een kleine kring ontdekt werd, werd hij aangenomen door het satirische tijdschrift Titanic. Tussen 1989 en 1998 publiceerde hij in het tijdschrift 108 columns onder de titel„Aus Onkel Max’ Kulturtagebuch, Diese Kolumne hat vorübergehend keinen Namen, Manfred Meyer berichtet aus Stuttgart und Informationen für Erwachsene“. Goldt publiceerde compilaties van zijn proza ​​in boekvorm, inclusief columns, foto's, teksten, dialogen en dagboekaantekeningen. In 2008 werd aan Goldt op voordracht van Daniel Kehlmann de Kleist-prijs toegekend. Sinds 1996 werkt hij als stripverhaalschrijver met cartoonist Stephan Katz samen.

Uit: Vom Zauber des seitlich dran Vorbeigehens (Das süße Nichts)

„(Ich weiß noch, über was wir  gestern abend geredet haben)
Ob er mich geweckt habe, fragte am Telefon der Freund mit einem Deut gezierter Anteilnahme zur Mittagszeit,  nachdem wir einen Abend bei mir zusammengesessen hatten,  den  zu  kennzeichnen  er  den  Begriff  «Gelage» wählte, was ich zu dramatisch fand, denn, so erklärte ich ihm, zu zweit innert sechs Stunden drei Flaschen Wein zu leeren, sei durchaus europäisch maßvoll, mit anderen Worten, ich sei schon länger auf und guter Dinge.
«Sei’s drum, laß gut sein», erwiderte der Freund. «Fragst du  dich,  wenn  du  nach  solchen  längeren  Sitzungen morgens  aufwachst,  eigentlich  auch  manchmal:  Über was haben wir gestern eigentlich die ganze Zeit geredet?
Gewiß,  man  saß  behaglich  im  Scheine  wohlüberlegt verteilter Lampen und in angenehmer Entfernung zum jeweils anderen, anderthalb Meter etwa, so daß keiner brüllen mußte, man trank und biß auf Nüsse, mal ging der eine aufs Klo, mal der andere, und man redete ohne quälende Pausen, aber über was bloß?»
«Man könnte versuchen, und sei es nur zum Spaß, eine solche Unterhaltung zu rekonstruieren.»
«Ich könnte es nicht! Ich erinnere mich bloß noch an Pfeffermühlen und Herrenunterhosen.»
«Dann laß mich mal.»
Du kamst kurz nach acht, und wir gingen erst einmal in die Küche, weil das eben so Sitte ist, erst mal kurz in die Küche zu gehen mit Gästen, bevor man anregt,  «rüberzugehen», also in den gastlich präparierten Wohn-bereich. Dein erster mir erinnerlicher Gesprächsbeitrag bestand aus einer lobenden Erwähnung meines sauber abgewischten  Küchentisches.  Ich  erwiderte,  daß ich schon aus anspruchsvolleren  Gründen  gelobt  worden sei, und hoffte, daß dir Gewichtigeres einfallen würde,wenn sich dir einst nach meinem Tode Mikrophone entgegenschöben, deren Benutzer von dir wissen wollten, was an mir bemerkenswert gewesen sei. Daraufhin griffst du zu meiner Pfeffermühle und meintest: Ja, du würdest sagen, toll an mir sei gewesen, daß ich eine angenehm ungroße Pfeffermühle gehabt hätte und nicht, wie heutzutage beinah alle anderen, ein Ungetüm im Maßstab einer Grabbeigabe aus phallokratischer Vorzeit.“

 

 
Max Goldt (Weende, 23 november 1958)

13:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: max goldt, romenu |  Facebook |

22-11-14

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Suresh en Jyoti Guptara, Viktor Pelevi

 

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

Uit: Si le grain ne meur

“Roger Martin du Gard, à qui je donne à lire ces Mémoires leur reproche de ne jamais dire assez et de laisser le lecteur sur sa soif. Mon intention pourtant a toujours été de tout dire. Mais il est un degré dans la confidence que l'on ne peut dépasser sans artifice, sans se forcer ; et je cherche surtout le naturel. Sans doute un besoin de mon esprit m'amène, pour tracer plus purement chaque trait, à simplifier tout à l'excès ; on ne dessine pas sans choisir ; mais le plus gênant c'est de devoir présenter comme successifs des états de simultanéité confuse. je suis un être de dialogue ; tout en moi combat et se contredit. Les Mémoires ne sont jamais qu'à demi sincères, si grand que soit le souci de vérité : tout est toujours plus compliqué qu'on ne le dit. Peut-être même approche-t-on de plus près la vérité dans le roman.
(…)

Nos actes les plus sincères sont aussi les moins calculés ; l'explication qu'on en cherche après coup reste vaine. Une fatalité me menait ; peut-être aussi le secret besoin de mettre au défi ma nature ; car, en Emmanuèle, n'était-ce pas la vertu même que j'aimais ? C'était le ciel, que mon insatiable enfer épousait ; mais cet enfer je l'omettais à l'instant même : les larmes de mon deuil en avaient éteint tous les feux ; j'étais comme ébloui d'azur, et ce que je ne consentais plus à voir avait cessé pour moi d'exister. Je crus que tout entier je pouvais me donner à elle, et le fis sans réserve de rien. A quelque temps de là nous nous fiançâmes.”

 

 
André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)
Op ongeveer 20-jarige leeftijd

Lees meer...

Endre Ady, William Kotzwinkle, George Robert Gissing, Elisabeth Maria Post

 

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva. Zie ook alle tags voor Endre Ady op dit blog en ook mijn blog van 22november 2010.

 

I Should Love To Be Loved

I am neither infant nor happy grandfather
Nor parent, nor lover
Of anyone, of anyone.
I am, as every man is, Majesty,
The North Pole, the Secret, the Stranger,
The will-o'-the-wisp in the distance, the will-o'-the-wisp in the distance.
But alas! I cannot remain this way.
I should like to show myself to the world,
So that someone sees me, so that someone sees me.

This is why I sing and I torment myself.
I should love to be loved.
I wish to be of someone, I wish to be of someone.

 

 

The Magyar Messiahs

More bitter is our weeping,
different the griefs that try us.
A thousand times Messiahs
are the Magyar Messiahs.
A thousand times they perish,
unblest their crucifixition,
for vain was their affliction,
oh, vain was their affliction.

 

 
Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)
Hier met zijn vrouw Csinszka (Berta Boncza)

Lees meer...