23-06-15

David Leavitt, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“Hotel rooms were nearly impossible to come by. People were staying up all night at the casino in Estoril, gambling, and sleeping all day on the beach. Yet we were lucky — we had a room, and a comfortable one at that. Yes, it was all right with me.
Not with Julia, though. She loathed Portugal. She loathed the shouting of the fishwives and the smell of the salted cod. She loathed the children who chased her with lottery tickets. She loathed the rich refugees who had rooms at better hotels than ours and the poor refugees who had no rooms at all and the mysterious woman on our floor who spent most of every day leaning out her door into the dark corridor, smoking — “like Messalina waiting for Silius,” Julia aid. But what she loathed most — what she loathed more than any of these — was the prospect of going home.
Oh, how she didn’t want to go home! It had been this way from the beginning. First she had tried to convince me to stay in Paris; then, when the bombs started dropping on Paris, to resettle in the South of France; then, when Mussolini started making noises about invading the South of France, to sail to En gland, which the Neutrality Act forbade us from doing (for which she would not forgive Roo se velt). And now she wanted to stay on in Portugal. Portugal!
I should mention — I can mention, since Julia is dead now and cannot stop me — that my wife was Jewish, a fact she preferred to keep under wraps. And it is true, in Portugal there was no anti- Semitism to speak of, quite simply because there were no Jews. The Inquisition had taken care of that little problem. And so she had decided that this country in which she was so disinclined to spend a few weeks would be a perfectly agreeable place to sit out the rest of the war. For she had sworn, when we had settled in Paris fifteen years before, that she would never go home again as long as she lived.
Well, she never did.“

 

 
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

Lees meer...

Rafik Shami

 

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Shami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Het pseudoniem "Rafik Shami" betekent Damascene vriend. De echte naam van de auteur is Suheil Fadel. Shami stamt uit een christelijke Aramese minderheid in Damascus. Hij bezocht een jezuïetische klooster-kostschool in het noorden van Libanon en studeerde in Damascus scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Al met 19 jaar was hij gegrepen door de literatuur en opgericht en in 1966 begon in de oude stad van Damascus de muurkrant Al-Muntalak (Úitgangspunt '), die in 1969 werd verboden. In 1970 vluchtte Rafik Shami uit zijn geboorteland Syrië, eerst naar Libanon, deels om militaire dienst te vermijden, deels omdat hij dreigde "te stikken" vanwege de censuur. In 1971 emigreerde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland. Hij bleef scheikunde studeren in Heidelberg en promoveerde in 1979. Hij heeft vele artikelen in tijdschriften en bloemlezingen gepubliceerd, eerst in het Arabisch, sinds 1977 ook in de Duitse taal. In 1978 vershcheen met “Andere Märchen” zijn eerste boek in het Duits. In 1980 was hij mede-oprichter van de literaire groep "South Wind" en de Poli Art Club (= Polynationaler Literatuur en Kunst Association). Sinds 1982 woont hij als freelance schrijver in de Pfalz. Van 1980 tot 1985 was Rafik Shami co-redacteur en auteur van de serie " „Südwind-Literatur“. Shami zet zich al vele jaren voor de verzoening tussen Palestijnen en Israëli's en probeerde bij vele gelegenheden deze te bevorderen, zoals op conferenties en in zijn uitgebreide essayistische werk. Hij bezit zowel het Syrische als het Duitse staatsburgerschap. In 1990 ontmoette hij de tekenares en schrijfster Root Leeb kennen, met wie hij sinds 1991 is getrouwd. Root Leeb ïllustreerde een groot aantal van zijn boeken en ontwierp de covers van alle door DTV uitgegeven boeken. In 2010 verkreeg Shami het gebroeders Grimm hoogleraarschap aan de Universiteit van Kassel. Zijn lezingen gingen over de kunst van het vertellen van verhalen.

Uit: Sophia

“Aida fuhr an diesem Tag besonders unsicher, sie hielt zwar das Gleichgewicht auf dem Fahrrad, aber sie schaute dauernd auf den Lenker, und ihr Vorderrad malte eine Schlangenlinie auf den Boden. Karim ermahnte sie: »Nach vorne schauen, vergiss den Lenker, er folgt sklavisch deinem Blick«, aber ihre Augen richteten sich wie hypnotisiert auf den glänzenden Bügel zwischen ihren Händen.
Es war die Feuertaufe, wie Aida die Fahrt durch die Jasmingasse nannte. Sie trug an diesem Tag weiße Espadrilles, eine blaue Hose und ein rot-weißes Streifenshirt. Ihr langes graues Haar hatte sie zu einem Pferdeschwanz gebunden. Sie geriet immer wieder ins Schlingern und lachte dabei laut, als wollte sie ihr Herzklopfen überspielen. Karim hielt das Fahrrad fest am Sattel.
Es war ein robustes Hollandrad, das er vor dreißig Jahren gebraucht gekauft hatte. Er liebte das Fahrrad und ließ in all den Jahren niemand anderen darauf. Und er hatte sich nie vorgestellt, dass das jemals anders würde, bis ihn Aida vor etwa einem Monat fragte, ob es etwas gebe, was er nicht beherrsche und immer gewünscht habe zu können. Sie waren bereits über ein halbes Jahr zusammen.
»Ein Musikinstrument spielen«, antwortete er und zögerte kurz, »genauer gesagt, meine Lieblingsmelodien mit einer Oud hervorzaubern«, fügte er leise hinzu und schluckte den Rest hinunter: »wie du es kannst«, weil er sicher war, es war zu spät. Er hatte zwar geschickte Hände, aber sie waren bereits über fünfundsiebzig Jahre alt.
Schon als Kind hatte er davon geträumt, doch im Elternhaus war Musizieren verpönt, die wohlhabende Familie besaß zwar ein Radio, und sein Vater hörte neben den Nachrichten und Berichten gelegentlich das eine oder andere Lied oder Musikstück, aber er erlaubte niemandem, zu singen oder Musik zu spielen. Karims Mutter besaß eine wunderschöne Stimme, aber sie sang nur heimlich, wenn der Vater außer Haus war. Als sein Bruder Ismail es einmal wagte, leise die Flöte zu
spielen, die er gekauft hatte, bekam er Prügel. »Das ist Zigeunerzeug«, sagte sein Vater verächtlich.“

 

 
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rafik shami, romenu |  Facebook |

22-06-15

Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Aaro Hellaakoski, Willie Verhegghe, Erich Maria Remarque, Dan Brown

 

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

Uit: De Uitvreter

Na zes weken kwam hij terug met zes knoopen aan zijn jas en een paar rooie pluche pantoffels aan zijn voeten. Hij weigerde alle opheldering. Waar zijn vischhengel was? Oh, die had i uit den trein laten vallen. Hij was ook nog een keer in 't water gevallen, zei i. Meer liet hij niet los. Blijkbaar had i zich al dien tijd niet laten scheren, hij had een kleur van roode baksteen en een lucht van koemest bij zich. Hij bracht twee pond tabak mee, die niemand rooken kon. Hij was er aan verslaafd en kwam in veertien dagen niet om een sigaar. Toen waren de twee pond op, plus een peukie dat hij ook nog had meegebracht. Toen bleek dat hij nergens in Amsterdam dien tabak kon krijgen. Hij schreef er om naar Friesland, maar kreeg geen antwoord. Hij was er beroerd van. Maar na een paar dagen zag ik hem toch weer bij Bavink zitten met een sigaar in 't hoofd, van Bavink natuurlijk.
Den zomer daarop was Japi weer verdwenen. Toen kwam ik hem tegen op den Boulevard du Nord in Brussel. Mijnheer was piekfijn, glad geschoren, een grijs hoedje, een goudgeel smal zijden dasje, een geruit overhemd, een gordel, een wit flanellen jasje met dunne blauwe streepjes, een witte linnen broek, van onder onberispelijk omgestreken, bruine sokken met witte ruiten, lage schoenen.
Hoe het ging? Patent. Wat hij daar deed? Op en neer loopen van het Gare du Nord naar het Gare du Midi over de boulevards. Of hij zich amuseerde? Uitstekend. Waar hij woonde? In Uccle. Wie hij uitvrat? Hij lachte, maar gaf geen antwoord. In het Maastrichtsche bierhuis op de Place Brouckère dronken wij ettelijke potjes zuur bier, waar hij verzot op was geworden. Eigenlijk dronk hij al die ettelijke potjes op een na, dat ik staan liet. Hij zat weer prinselijk achterover op zijn stoel en dronk met waardigheid en smaak, hield een beschouwing over asphalt, over de groote markt, over het mooie weer, zei toen dat hij naar huis moest en vroeg waar ik logeerde. Dan zou hij mij eens komen opzoeken. Daarna betaalde hij de potjes bier, en liet mij in verbazing achter."

 

 
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

Lees meer...

21-06-15

If (Rudyard Kipling)

 

Bij Vaderdag

 

 
John Koch, Father and Son, 1955

 

 

If

If you can keep your head when all about you
Are losing theirs and blaming it on you;
If you can trust yourself when all men doubt you
But make allowance for their doubting too;
If you can wait and not be tired by waiting,
Or, being lied about, don't deal in lies,
Or, being hated, don't give way to hating,
And yet don't look too good, nor talk too wise;

If you can dream -- and not make dreams your master;
If you can think -- and not make thoughts your aim;
If you can meet with triumph and disaster
And treat those two imposters just the same;
If you can bear to hear the truth you've spoken
Twisted by knaves to make a trap for fools,
Or watch the things you gave your life to, broken
And stoop and build 'em up with worn-out tools;

If you can make one heap of all your winnings
And risk it on one turn of pitch-and-toss,
And lose, and start again at your beginnings
And never breathe a word about your loss;
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they are gone,
And so hold on when there is nothing in you
Except the Will which says to them: 'Hold on!';

If you can talk with crowds and keep your virtue,
Or walk with kings -- nor lose the common touch;
If neither foes nor loving friends can hurt you;
If all men count with you, but none too much;
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds' worth of distance run'
Yours is the Earth and everything that's in it,
And -- which is more -- you'll be a Man, my son!

 


Rudyard Kipling (30 december 1865 – 18 januari 1936)
Bombay, Centraal Station. Kipling werd geboren in Bombay.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, deel 2 en deel 3.

10:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: :rudyard kipling, vaderdag, romenu |  Facebook |

20-06-15

Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer, Carel van Nievelt

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

Uit: An Equal Music

“The Tononi seems to purr at the suggestion. Something happy, something happy, surely:

In a clear brook
With joyful haste
The whimsical trout
Shot past me like an arrow.

I play the line of the song, I play the leaps and plunges of the right hand of the piano, I am the trout, the angler, the brook, the observer. I sing the words, bobbing my constricted chin. The Tononi does not object; it resounds. I play it in B, in A, in E flat. Schubert does not object. I am not transposing his string quartets.
Where a piano note is too low for the violin, it leaps into a higher octave.
As it is, it is playing the songline an octave above its script. Now, if it were a viola . . . but it has been years since I played the viola.
The last time was when I was a student in Vienna ten years ago. I return there again and again and think: was I in error? Was I unseeing? Where was the balance of pain between the two of us? What I lost there I have never come near to retrieving.
What happened to me so many years ago? Love or no love, I could not continue in that city. I stumbled, my mind jammed, I felt the pressure of every breath. I told her I was going, and went. For two months I could do nothing, not even write to her.
I came to London. The smog dispersed but too late. Where are you now, Julia, and am I not forgiven?“

 

 
Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

Lees meer...

Robert Rozhdestvensky, Laure Wyss, Lillian Hellman, Nicholas Rowe, Charles W. Chesnutt, Marceline Desbordes-Valmore, Joseph Autran

 

De Russische dichter en schrijver Robert Ivanovich Rozhdestvensky werd geboren op 20 juni 1932 in Kosikha in het district Altai Krai. Zie ook alle tags voor Robert Rozhdestvensky op dit blog.

 

Instants

Do not look down on the seconds. Why?
The time will come and you will see
the reasons:
like bullets at the temple they flow by,
the instants
the instants
the instants

Each instant has its own cause and aim,
its own bells and marks,
its own colours,
the instants give some people painful shame
disgrace immortality to others

The instants are well pressed into the years,
they are compressed and pressed into the centuries
I cannot understand where
the first
and where on earth the final instant is.

The momentary instants weave the rain,
and water falls from heaven in a torrent.
At times for many years you have
to wait
to see your very last and final moment.
It will arrive as big as gulp some day
in summer when your thirst is so insistent..
And yet we should remember
anyway
our duty from the first to final instant

Do not look down on the seconds. Why?
The time will come and you will see, as imminence, -
Like bullets at the temple they flow by,
the instants
the instants
the instants

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 
Robert Rozhdestvensky (20 juni 1932 – 19 augustus 1994)

Lees meer...

In Memoriam James Salter

 

In Memoriam James Salter

De Amerikaanse schrijver James Salter is op 90-jarige leeftijd overleden. Amerikaanse media schrijven dat zijn vrouw zijn overlijden bekend heeft gemaakt. James Salter werd op 10 juni 1925 in New York geboren. Zie ook alle tags voor James Salter op dit blog.

Uit: Light Years

“Their life is mysterious, it is like a forest; from far off it seems a unity, it can be comprehended, described, but closer it begins to separate, to break into light and shadow, the density blinds one. Within there is no form, only prodigious detail that reaches everywhere: exotic sounds, spills of sunlight, foliage, fallen trees, small beasts that flee at the sound of a twig-snap, insects, silence, flowers.
And all of this, dependent, closely woven, all of it is deceiving. There are really two kinds of life. There is, as Viri says, the one people believe you are living, and there is the other. It is this other which causes the trouble, this other we long to see.”
(…)

“He had his life—it was not worth much—not like a life that, though ended, had truly been something. If I had had courage, he thought, if I had had faith. We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one—we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”
(…)

“He was reaching that age, he was at the edge of it, when the world becomes suddenly more beautiful, when it reveals itself in a special way, in every detail, roof and wall, in the leaves of trees fluttering faintly before the rain. The world was opening itself, as if to allow, now that life was shortening, one long, passionate look, and all that had been withheld would finally be given.”

 

 
James Salter (10 juni 1925 – 19 juni 2015)

19-06-15

Salman Rushdie, Sybren Polet, Josef Nesvadba, Osamu Dazai, José Rizal, Friedrich Huch, Gustav Schwab, Claudia Gabler

 

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit:Luka and the Fire of Life

“There was once, in the city of Kahani in the land of Alifbay, a boy named Luka who had two pets, a bear named Dog and a dog named Bear, which meant that whenever he called out "Dog!" the bear waddled up amiably on his hind legs, and when he shouted "Bear!" the dog bounded towards him wagging his tail. Dog the brown bear could be a little gruff and bearish at times, but he was an expert dancer, able to get up on to his hind legs and perform with subtlety and grace the waltz, the polka, the rhumba, the wah-watusi and the twist, as well as dances from nearer home, the pounding bhangra, the twirling ghoomar (for which he wore a wide mirrorworked skirt), the warrior dances known as the spaw and the thang-ta, and the pea cock dance of the south. Bear the dog was a chocolate Labrador, and a gentle, friendly dog, though sometimes a bit excitable and nervous; he absolutely could not dance, having, as the saying goes, four left feet, but to make up for his clumsiness he possessed the gift of perfect pitch, so he could sing up a storm, howling out the melodies of the most popular songs of the day, and never going out of tune. Bear the dog and Dog the bear quickly became much more than Luka's pets. They turned into his closest allies and most loyal protectors, so fierce in his defence that nobody would ever have dreamed of bullying him when they were nearby, not even his appalling classmate Ratshit, whose behaviour was usually out of control.
This is how Luka came to have such unusual companions. One fine day when he was twelve years old, the circus came to town - and not just any circus, but the GROF or Great Rings of Fire itself, the most celebrated circus in all of Alifbay, "featuring the Famous Incredible Fire Illusion." So Luka was at first bitterly disappointed when his father the storyteller Rashid Khalifa told him they would not be going to the show. "Unkind to animals," Rashid explained.
"Once it may have had its glory days but these days the GROF has fallen far from Grace." The Lioness had tooth decay, Rashid told Luka, and the Tigress was blind and the Elephants were hungry and the rest of the circus menagerie was just plain miserable."

 

 
Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

Lees meer...

18-06-15

Richard Powers, Raymond Radiguet, Geoffrey Hill, Bert Schierbeek, Karin Fellner, Aster Berkhof

 

De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook alle tags voor Richard Powers op dit blog.

Uit: Orfeo

“Next door, a family of four watches the denouement of Dancing with the Stars. One house to the south, an executive secretary for a semi-criminal real estate development firm arranges next fall’s cruise to Morocco. Across the double expanse of backyards, a market analyst and his pregnant lawyer wife lie in bed with their glowing tablets, playing offshore Texas hold ’em and tagging pictures from a virtual wedding. The house across the street is dark, its owners at an all-night faith-healing vigil in West Virginia.
No one thinks twice about the quiet, older bohemian in the American Craftsman at 806 South Linden. The man is retired, and people take up all kinds of hobbies in retirement. They visit the birthplaces of Civil War generals. They practice the euphonium. They learn tai chi or collect Petoskey stones or photograph rock formations in the shape of human faces.
But Peter Els wants only one thing before he dies: to break free of  time and hear the future. He’s never wanted anything else. And late in the evening, in this perversely fine spring, wanting that seems at least as reasonable as wanting anything.
I did what they say I tried to do. Guilty as charged.
On the tape, the hum of deep space. Then a clear alto says: Pimpleia County Emergency Services, Dispatcher Twelve. What is the location of your emergency?
There comes a sound like a ratchet wrapped in a towel. A hard clap breaks into clatter: the phone hitting the floor. After a pause, a tenor, in the upper registers of stress, says: Operator?
Yes. What is the loc— We need some medical help here.
The alto crescendos. What’s the nature of your problem?”

 

 
Richard Powers (Evanston, 18 juni 1957)

Lees meer...

17-06-15

Peter Rosei, Gail Jones, Ward Ruyslinck

 

Dolce far niente

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 juni 2009 en eveneens alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

 

Der Bärenprinz

Die großen Leiber, die Zinnen einer Art von
Glück: Aus diesen Höhlen grub ich nichts:
Pech gehabt! Früher hielt man Pfauen, das
Federvieh zu schützen, das dumme Glück! Ich
habs probiert, weiß Gott! Schau einem sol-
chen Leben zu: Du siehst Gespenster laufen.

Unterm Dach hängt Wäsche, sie gefriert; die
Frau schöpft Wasser in den Bottich, ihr Haar
hängt in die Brühe: Unterhosen grundeln!
Im Dampf umflüstern sie die Stimmen, das
Wiesel streckt die Schnauze aus dem Loch:
Tausend Egos! Den Schweinekerl faßt du nie!

Jetzt flennt er! Die Hunde bellen: Schnee!!
In Wannen wuschen sie die Därme aus, die
platzten: Rote Früchte; süß! Wir töteten den
Bären nicht; der starb von selber! Was kle-
ben bleibt, wischt man ab. Im Ausguß sam-
melt sich der Rest. Er wird vergessen.

 

 
Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

Lees meer...

Kamel Daoud

 

De Algerijnse schrijver en journalist Kamel Daoud werd geboren op 17 juni 1970 in Mostaganem, Algerije. Daoud redigeert de Franstalige krant Le Quotidien d'Oran, waarin hij in het Frans.een populaire rubriek met scherp commentaar op het nieuws schrijft onder de titel "Raina Raikoum" ("mijn mening, uw mening") Daoud's debuutroman “Meursault, contre-enquêt” (In het Nederlands verschenen onder de titel Moussa of de dood van een Arabier”) won de Prix Goncourt du Premier Roman, de prix François Mauriac, en de Prix des cinq continents de la francophonie. Het stond ook op de shortlist voor de Prix Renaudot.

Uit: The Meursault Investigation (Vertaald door John Cullen)

usa was my older brother. His head seemed to strike the clouds. He was quite tall, yes, and his body was thin and knotty from hunger and the strength that comes from anger. He had an angular face, big hands that protected me, and hard eyes, because our ancestors had lost their land. But when I think about it I believe that he already loved us then the way the dead do, with no useless words and a look in his eyes that came from the hereafter. I have only a few pictures of him in my head, but I want to describe them to you carefully. For example, the day he came home early from the neighborhood market, or maybe from the port, where he worked as a handyman and a porter, toting, dragging, lifting, sweating. Anyway, that day he came upon me while I was playing with an old tire, and he put me on his shoulders and told me to hold on to his ears, as if his head were a steering wheel. I remember the joy I felt as he rolled the tire along and made a sound like a motor. His smell comes back to me, too, a persistent mingling of rotten vegetables, sweat, and breath. Another picture in my memory is from the day of Eid one year. Musa had given me a hiding the day before for some stupid thing I’d done, and now we were both embarrassed. It was a day of forgiveness and he was supposed to kiss me, but I didn’t want him to lose face and lower himself by apologizing to me, not even in God’s name. I also remember his gift for immobility, the way he could stand stock still on the threshold of our house, facing the neighbors’ wall, holding a cigarette and the cup of black coffee our mother brought him.
Our father had disappeared long ago and existed now in fragments in the rumors we heard from people who claimed to have run into him in France. Only Musa could hear his voice. He’d give Musa commands in his dreams, and Musa would relay them to us. My brother had seen our father just once since he left, and from such a distance that he wasn’t even sure it was him. As a child, I learned how to distinguish the days with rumors from the days without.When Musa heard people talking about my father, he’d come home all feverish gestures and burning eyes, and then he and Mama would have long, whispered conversations that ended in heated arguments. I was excluded from those, but I got the gist: for some obscure reason, my brother held a grudge against Mama, and she defended herself in a way that was even more obscure. Those were unsettling days and nights, filled with anger, and I lived in fear at the idea that Musa might leave us, too. But he’d always return at dawn, drunk, oddly proud of his rebellion, seemingly endowed with renewed vigor. Then he’d sober up and fade away. All he wanted to do was sleep, and in this way my mother would get him under her control again.“

 

 
Kamel Daoud (Mostaganem, 17 juni 1970)

19:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kamel daoud, romenu |  Facebook |

Adriaan van der Hoop jr

 

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Adriaan van der Hoop jr werd geboren in Rotterdam op 17 juni 1802. Op het gebied van lezen en schrijven was hij autodidact, omdat hij daar geen opvoeding in genoten heeft. Hij leerde met name de Engelse, Franse en Hoogduitse taal en kon zich daarnaast redden in het Latijn. Vanaf 1830 schreef hij poëzie. In die periode was hij een uitzondering door te dichten over de actualiteit. Zo waren onder andere “Tiendaagsche veldtogt” en “Rouwklagt bij het overlijden van Neérlands Koningin” erg populair. In 1832 richtte Van der Hoop samen met mr. P. S. Schull het tijdschrift “Bijdragen tot Boeken en Menschenkennis” op, en was daar onderdeel van de redactie. Ook was hij lid en bestuurder van het letterkundige genootschap Verscheidenheid en Overeenstemming in Rotterdam. Hij droeg daar, net als bij Diversa sed Una in Dordrecht en Dilegentia in Den Haag, zijn gedichten voor. Tevens was Van der Hoop jr. lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, correspondent der 2de klasse van het Koninklijk Nederlands Instituut en ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Hij overleed op 4 november 1841 in Rotterdam. Hij wordt gezien als een van de voorlopers van de literaire vernieuwingsbeweging uit de jaren ’30 van de 19e eeuw, bekend geworden onder de naam Jong Holland.

 

Te vroeg

Te vroeg, o acht het nooit te vroeg,
Als 't goede dient ge daan,-
Geen uit-stel op des levensweg,
Men komt bij tijds nooit aan!
Des levensmorgen schijnt ons lang,
tot de avond hem ver-joeg:
Sta op en werk, wan-neer 't is dag,
het zij u nooit te vroeg!
Sta op en werk, wanneer 't is dag,
het zij u nooit te vroeg.
 
Geen bosch en boomgaard sierde de aard,
En graan noch bloem het veld,
Had 't korreltje, aan den grond vertrouwd,
Het werken uitgesteld.
Een taak is allen opgelegd,
't Wordt avond, ras genoeg,
De bloemen bloeien altijd weer.
En nimmer één - te vroeg.

 

 

Nu of nimmer

Nu of nimmer, nu of nimmer!
Blijve dat bij vreugd of smart,
't Onbedrieglijk wachtwoord immer,
Dierbaar aan elk minlijk hart.
Wilt ge hoon of laster wreken,
Dat het dan geen uitstel lij!
Blijf geen haat in't binnest kweeken-
Dat het nu of nimmer zij!
 
Nu of nimmer! Waartoe morgen,
Als 't een eedle handling geldt?
Soms baart jaren, vol van zorgen,
Wat één dag werd uitgesteld.
Wie kan op de toekomst bouwen,
't Heden, 't heden staat u vrij,
't Minst verzuim wekt steeds berouwen!
Dat het nu of nimmer zij.
 
Nu of nimmer! Nu of nimmer!
Spreekt u huivrende armoede aan,
Tracht dan eer 't gebrek verslimmer,
Trouwden broeder bij te staan! -
Heden hebt ge om van te geven,
Morgen bleef licht niets u bij,
Dat dan immer in uw leven
'Nu of nimmer' 't wachtwoord zij.

 

 
Adriaan van der Hoop jr (17 juni 1802 - 4 november 1841)
Adriaan van der Hoop jr., lithografie door A. J. Ehnle

18:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adriaan van der hoop jr, romenu |  Facebook |

16-06-15

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“Het eerste halfjaar na het verschijnen van mijn boek deed ik niets anders dan genieten van mijn heerlijke nieuwe bestaan. ’s Ochtends ging ik even langs kantoor om een blik te werpen op alles wat er eventueel over mij geschreven was en de tientallen brieven van bewonderaars te lezen die ik dagelijks ontving en die Denise vervolgens in grote ordners stopte. Dan vond ik dat ik wel genoeg had gedaan en ging ik, innig tevreden over mezelf, flaneren door de straten van Manhattan, waar het onder de voorbijgangers gonsde als ik langskwam. De rest van de dag maakte ik gebruik van de privileges die de roem me verschafte: het recht om te kopen wat ik wilde, het recht op een vip-loge in Madison Square Garden bij wedstrijden van de Rangers, het recht om over de rode loper te lopen met muzikanten van wie ik in mijn jeugd de platen had gekocht en het recht om uit te gaan met Lydia Gloor, dé televisiester van het moment, om wie iedereen vocht. Ik was een beroemd schrijver: ik had het gevoel dat ik het mooiste beroep van de wereld had. En omdat ik ervan overtuigd was dat mijn succes nooit voorbij zou gaan, sloeg ik geen acht op de signalen van mijn agent en mijn uitgever toen ze er bij me op aandrongen dat ik aan mijn tweede roman zou beginnen.
In de zes maanden daarna drong het langzaam tot me door dat de wind uit een andere hoek begon te waaien: de brieven van bewonderaars werden schaarser en op straat werd ik minder vaak aangesproken. Niet lang daarna begonnen de voorbijgangers die me nog herkenden te vragen: ‘Waar gaat uw volgende boek over, meneer Goldman? En wanneer komt het uit?’ Ik begreep dat ik aan het werk moest en dat deed ik ook: ik schreef ideeën op losse blaadjes en typte verhaallijnen uit op de computer. Maar het stelde allemaal niets voor. Dus kwam ik met andere ideeën en bedacht ik andere verhaallijnen. Maar ook die waren niet geslaagd. Daarom kocht ik een nieuwe computer, in de hoop dat die inclusief sterke ideeën en uitstekende verhaallijnen werd geleverd. Tevergeefs. Toen veranderde ik van methode: ik legde tot laat in de avond beslag op Denise en dicteerde haar allerlei invallen die volgens mij geweldige bon mots, prachtige zinnen en buitengewone invalshoeken voor romans waren. Maar de volgende dag vond ik mijn woorden vaal, mijn zinnen gammel en mijn invalshoeken uitvalswegen. En zo begon de tweede fase van mijn ziekte.”

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Bewaren

Lees meer...

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Kees de jongen

“Vele mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend, en dat is eigenlik niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit bestaan heeft? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen? In ieder geval, het is geen reden, om maar te doen, alsof hij helemáál niet bestaan heeft.
Bovendien, al is Kees zelf dan niet beroemd geworden, hij heeft een zoon: en diè heeft toch nog alle kans op een leven vol roem. En als iemand nu eens later het leven van die beroemde zoon moest beschrijven, zou hij dan geen spijt gevoelen, niet bijtijds de vader, zo'n beetje tenminste, erkend te hebben als iemand, die óók-niet-iedereen was?
En daar komt nog dit bij: als Kees z'n zoon een groot man wordt - en me dunkt, dàt is toch wel bijna zeker - dan zal-ie dat toch ook wel voor een deel aan zijn vader te danken hebben, niet waar?
Daarom: niemand schijnt over Kees te willen schrijven, dan zal ik het doen. Ik ben wel blij, dat ik hem gekend heb: want ik weet het maar al te goed: als alles een beetje anders gelopen was, dan zou iederéén trots zijn op z'n bekendheid met Kees, de belangrijke jongen. Laat ìk dan maar de enige zijn, die er nù al trots op is, hem goed gekend te hebben.
En ach, zo absoluut ónbekend zal Kees toch óók voor velen niet zijn. Ik maak me sterk, als ik 'n beetje op-slag weet te komen met deze beschrijving, dat sommige lezers af-en-toe zullen zeggen: ‘O, diè jongen? Nee maar nou herinner ik me toch óók-wel; zeker, die heb ik ook gekend; 't is een tijdlang zelfs een speciaal vriendje van me geweest!’
Het is aan die lezers, dat ik met een knipoogje dit rare boek opdraag.”

 

 
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Ruud Feltkamp als Kees Bakels in de film uit 2003

Lees meer...