25-09-14

David Benioff, Carlos Ruiz Zafón, Andrzej Stasiuk, William Faulkner, Patricia Lasoen

De Amerikaanse schrijver David Benioff (pseudoniem van David Friedman) werd geboren in New York City op 25 september 1970. Zie ook alle tags voor David Benioff op dit blog en ook mijn blog van 25 september 2010.

Uit: The 25th Hour

Monty squats near the dog and inspects him. From this angle it is clear that the pit bull has been badly abused. One ear has been chewed to mince; his hide is scored with cigaretteburns; flies crawl in his bloodied fur.
MONTY (CONT'D)
I think maybe his hip—The dog pounces, jaws snapping,; lunging for Monty's face. Monty stumbles backwards. The dog, too badly injured to continue the attack, remains in his crouch, growling. Monty sits on the pavement, shaking his head.
MONTY (CONT'D)
Christ. (beat) He's got some bite left.
KOSTYA
I think he does not want to play with you. Come, you want police to pull over?You want police looking through your car?
MONTY
Look what they did to him. Used him for a fucking ashtray.Monty stands and dusts his palms on the seat of his pants.
MONTY (CONT'D) Let's get him in the trunk.
KOSTYA
What?
MONTY
There's a vet emergency room on the EastSide. I like this guy.
KOSTYA
You like him? He tries to bite your face off. Look at him, he is meat. You want some dog, I buy you nice puppy tomorrow. Monty is not listening. He walks back to his car, opens the trunk, pulls out a soiled green army blanket. Kostya holds up his hands: stop.
KOSTYA (CONT'D) Wait one minute, please. Please stop one minute? I do not go near pit bull. Monty? I do not go near pit bull. Monty, carrying the army blanket, walks back toward the dog.
MONTY
This is a good dog. I can see it in his eyes. He's a tough little bastard.
KOSTYA
Sometimes I think you are very stupid man."

 

 
David Benioff (New York, 25 september 1970)

Lees meer...

Niccolò Ammaniti

 

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Ammaniti's eerste boek “Branchie” (vertaald als “Kieuwen”) kwam in 1994 uit. Eigenlijk was Ammaniti bezig af te studeren aan de universiteit van Rome in biologie en moest hij alleen nog zijn scriptie schrijven. Maar de scriptie over vissen werd uiteindelijk een roman over een jongen die voor zijn hobby aquaria bouwt. In 1995 schreef hij “Nel nome del figlio” op initiatief van zijn vader, Massimo Ammaniti. Het is een verhaal over de problemen van adolescenten. In 1996 volgde “Fango”, een verzameling verhalen die hem bekendheid gaf bij het grotere publiek. En een jaar later werd van hem het hoorspel “Anche il sole fa schifo” (Ook de zon staat tegen) uitgezonden op RadioRai. Ammaniti’s eerste bestseller “Io non ho paura” (vertaald als “Ik ben niet bang”) bezorgde hem in 2001 Il Premio Viareggio en door de vele herdrukken. De verfilming van “Ik ben niet bang door Gabriele Salvatores”, met een script geschreven door Ammaniti zelf en Francesca Marciano, leverde hen zelfs diverse nominaties op. Voor zijn volgende roman “Come Dio Comanda” (vertaald als “Zo God het wil”) ontving Ammaniti de meest prestigieuze Italiaanse literaire prijs, de Premio Strega. In Nederland werd Ammaniti's grootste bestseller “Ik haal je op, ik neem je mee” (“Ti prendo e ti porto via”, 1999). De roman “Che la festa cominci” (vertaald als “Laat het feest beginnen”) verscheen in 2009. In 2011 verscheen “L'ultimo capodanno dell'umanita”(vertaald als “Het laatste oudejaar van de mensheid”. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Laat het feest beginnen! (Vertaald door Etta Maris)

"De Beesten van Abaddon zaten aan een tafeltje in Pizzeria Jerry 2 in Oriolo Romano.
Hun leider, Saverio Moneta, bijgenaamd Mantos, was bezorgd.
De toestand was kritiek. Als hij er niet in zou slagen opnieuw de leiding over de sekte in handen te krijgen, zou dit weleens de laatste bijeenkomst van de Beesten kunnen zijn.
De leegloop was kort geleden begonnen. Als eerste was Paolino Scialdone, bijgenaamd de Zeisman, weggegaan. Zonder een woord te zeggen had hij hen in de steek gelaten en was hij overgelopen naar de Kinderen van de Apocalyps, een satanische groep in Pavia. Een paar weken later had Antonello Agnese, bijgenaamd Molten, een tweedehands Harley-Davidson gekocht en zich aangesloten bij de Hells Angels van Subiaco. En ten slotte was Pietro Fauci, bijgenaamd Nosferatu, rechterhand van Mantos en historische grondlegger van de Beesten, getrouwd en eigenaar van een winkel in thermohydraulica in Abetone.
Ze waren nu nog maar met z’n vieren.
Er moest heel ernstig gepraat worden, ze moesten opnieuw tot gehoorzaamheid worden gedwongen en er moesten nieuwe volgelingen worden geronseld.
‘Mantos, wat neem jij?’ vroeg Silvietta, de vestaalse maagd van de groep. Een uitgedroogde krent met bolle ogen die uitpuilden onder de smalle wenkbrauwen die te hoog op haar voorhoofd stonden. Aan een neusvleugel en midden op haar lip droeg ze een zilveren ringetje.
Saverio wierp een terloopse blik op de menukaart. ‘Ik weet niet... Een pizza marinara? Nee, beter maar van niet, knoflook valt me altijd zo zwaar op de maag... Vooruit, ik neem de pappardelle.’
‘Die maken ze hier niet zo goed klaar, maar het is wel lekker!’ luidde de goedkeurende reactie van Roberto Morsillo, bijgenaamd Murder, een dikzak van bijna twee meter met lang, zwart geverfd haar en een vettige bril. Hij droeg een uitgelubberd Slayer-shirt. Hij kwam uit Sutri, studeerde rechten in Rome en werkte in het Brico doe-het-zelfcenter in Vetralla.”

 

 
Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: niccolò ammaniti, romenu |  Facebook |

Michael Reefs

 

De Nederlandse schrijver Michael Reefs werd op 25 september 1986 geboren in Heerlen en groeide op in het Limburgse Vaals. Al sinds zijn twaalfde werkt hij zijn bijzondere ideeën uit tot spannende, fantasievolle verhalen. Na zijn opleiding aan de Pabo ging Michael aan de slag bij een landelijke speelgoedketen, waar hij nu nog steeds met veel plezier werkt. Daarnaast heeft hij zich de laatste jaren ontwikkeld tot app-specialist en is hij nog steeds ijverig aan het schrijven. In 2004 begon Michael aan een avontuurlijke fantasyserie: De Bieb-bende. Pas in 2011 was de hele serie klaar, waarna hij besloot om het eerste deel te publiceren. De Bieb-bende bleek al snel een succes te zijn.

Uit: De Legende van de Hemelrijders

“De rand van de top had ze nu al een heel eind achter zich gelaten, maar het akelige huisje kwam steeds meer tevoorschijn tussen de bomen. Van dichtbij zag je duidelijk dat het al honderden jaren oud was en al lang niet meer bewoond was. Het bestond volledig uit hout en op de plaatsen waar eens ramen hadden gezeten, zaten nu diepe zwarte gaten. Ook de houten deur, die scheef in het kozijn hing, had de jaren nauwelijks overleefd. De planken waren half verrot, met grote kieren en scheuren.
Luca liep iets langzamer. De stemmen van de anderen klonken steeds verder weg. Hierboven kon ze de eenzaamheid goed voelen. Het was er nog kouder dan beneden, alsof er een wind om het huis heen waaide. Misschien een soort beveiliging om iedereen weg te houden, dacht Luca. Toch liep ze verder. Telkens een stap dichterbij het huis. Totdat haar voeten niet meer verder wilden. Ze bleef staan. De wind was gaan liggen en het werd muisstil. Het huis veranderde, alsof er plotseling een waas over haar ogen lag. Ze probeerde de waas weg te wrijven, maar de vlek ging niet weg. Het werd zelfs nog erger.
De hele plek trilde onder Luca’s voeten. Waarschijnlijk was het een soort aardbeving, die van diep in het binnenste van de heuvel kwam. Luca bleef staan, stevig met haar voeten op het gras. Ze kwam pas weer in beweging toen ze achter haar een kreet hoorde. Haar vrienden hadden haar hulp nodig, maar ze wilde het niet horen, ze liep gewoon door.
De aardbeving stopte vanzelf en de wazige vlekken verdwenen. Luca was er niet blij mee, ze had namelijk het gevoel dat ze op een andere plek stond. Het huis was er niet meer. De plek leek verlaten, helemaal leeg. Er was zelfs geen zuchtje wind te horen.”

 

 
Michael Reefs (Heerlen, 25 september 1986)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: michael reefs, romenu |  Facebook |

24-09-14

Joke van Leeuwen, Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Hendrik Tollens

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Iemand moet de tafel dekken

Maar ik heb het gisteren al gedaan ik heb
de glans in de glazen gelaten ik heb
het bestek weer eens opgewreven ik heb
gezegd wat er lekker zou worden ik heb
mijn handen gewassen gewassen ik heb
mijn handen gewassen ik heb
etiketten gelezen, ik ken ze, ik heb
me verzet tegen oorlog want dat het
gedaan moest zijn ja, met die onzin,
gehoopt heb ik ook en wel dat het een
aard had, geschikt en geschoven.

Jij bent.
Iets koekt al aan.

 

 

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

 

 

Plaza

Nergens wind. Toch hield een man een vrouw
stevig beet, een vrouw een kind. De beentjes
bewogen zelf. Daarboven aan touw een ballon
als een vis. Daarboven de zon, laaiend.

Het kind hield de vis niet meer. Keek hoe hij
steeg, zwaaide hem na. Wat is er? Wat is er?
De man liet de vrouw los, holde de lucht in,
haalde die helemaal leeg.

 

 
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

Lees meer...

Alejandro Zambra

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd op 24 september 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Alejandro Zambra op dit blog.

Uit: Manieren om naar huis terug te keren (Vertaald door Luc de Rooy)

“Het was al laat geworden en ik werd naar bed gestuurd. Met tegenzin probeerde ik een plek te vinden in de tent. Ik was bang dat ik in slaap zou vallen, maar ik vond afleiding in het luisteren naar de stemmen die opgingen in de nacht. Ik begreep dat Raúl de vrouwen was gaan wegbrengen, want nu begonnen ze over hen te roddelen. Een stem zei dat het meisje raar was. Ik had haar helemaal niet raar gevonden. Ik had haar juist mooi gevonden. En de vrouw, zei mijn moeder, leek helemaal niet op een docente Engels – ze had de uitstraling van een doodgewone huisvrouw, voegde een andere buurman eraan toe, en zo gingen ze nog even op een lacherige toon verder.
Ik dacht aan het gezicht van een docente Engels, aan hoe het gezicht van een docente Engels eruit moest zien. Ik dacht aan mijn moeder, aan mijn vader. Ik dacht: wat voor een gezicht hebben mijn ouders. Maar ouders hebben eigenlijk nooit echt een gezicht. We leren nooit goed naar ze te kijken.
Ik dacht dat we weken, misschien wel maanden onder de blote hemel zouden doorbrengen, wachtend op een vrachtwagen met voedsel en dekens in de verte, en ik zag zelfs voor me dat ik op televisie zou komen, waar ik alle Chilenen zou bedanken voor de hulpgoederen, zoals bij overstromingen – ik dacht aan die vreselijke overstromingen van de voorbije jaren, toen ik de straat niet op kon en het bijna verplicht was voor het televisiescherm te blijven zitten om te kijken naar de mensen die alles verloren hadden.
Maar zo verliep het niet. De rust keerde zo goed als meteen weer terug. In die verlaten uithoek ten westen van Santiago had de aardbeving eigenlijk alleen maar voor flinke ongerustheid gezorgd. Er gingen nogal wat muren tegen de vlakte, maar meer schade, laat staan doden of gewonden, was er niet. Op televisie werd de verwoeste haven van San Antonio getoond en verschillende straten die ik gezien had of meende te hebben gezien tijdens de zeldzame keren dat ik in het centrum van Santiago was geweest. Verward voelde ik aan dat daar wel echt werd geleden.”

 

 
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 24 september 1975)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alejandro zambra, romenu |  Facebook |

23-09-14

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris, Theodor Körner, Euripides

 

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Opvoedkundig

ga niet met die man mee
hij houdt de vinger aan de pols
hij is van de wereld
hij volgt de regen door de greppels
doet het grint grijnzen

ga niet met die man mee
hij wast je handen wit
hij ruikt naar rundvet
ontsnapt aan de nederlaag

ga niet met die man mee
hij zet je zomaar op achterstand
lost de belofte ruimschoots in
ga niet met die man mee
hij verdwijnt waar je bij staat

 

 

Rob Brentjens (19)

Op de plek waar nu een warenhuis staat
waar men geuren voor vrouwen
riemen voor mannen verkoopt
daar deed ik de havo, het was een dependance,
ik studeerde af en nog eens af, opgeleid
tot leerkracht maar ineens werkend
als tractorenverkoper, een mooie job.

Er kwam een ommezwaai: schepen
voeren mijn leven in en uit, ik
was sluismeester, elf jaar lang. Intussen
betrok ik een huis langs de spoorlijn -
met zoon en dochter keek ik 's avonds
na het werk naar de treinen die almaar
voorbijgingen.

 

 
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

Lees meer...

Tom De Cock

 

De Vlaamse schrijver en radio-dj Tom De Cock werd geboren in Rotselaar op 23 september 1983. Hij woont in Borgerhout. Op 16-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste boek “De Openbaring”. In 2008 was hij radiopresentator bij Donna, waarbij hij op zaterdag het blok van 15 uur tot 20 uur voor zijn rekening nam. Nadat er aan Donna een eind was gekomen, ging De Cock aan de slag bij MNM met zijn programma De Cock Late Night en in het weekeinde Weekend De Cock. Sinds het najaar van 2012 presenteert hij er Planeet De Cock. Hij doet af en toe aan publieksopwarming bij onder andere Steracteur Sterartiest, Peter Live, Eurosong en Zo is er maar één en is soms ook te horen als voice-over bij tv-programma's. Voor OP12 maakte De Cock eind september 2012 een programma voor tieners rond de lokale verkiezingen. Het programma liep een week. Op het einde van de week volgde een liveshow op Eén over de invloed van het lokale beleid op jongeren.

Uit: Weg met het lentefeest! (Column)

“Ook kindjes die géén ballon hebben, horen erbij!” Kabeng, daar hadden we niet van terug. De volgepakte turnzaal van de lokale lagere school slikte de zedenles als koek, en daar was een goeie reden voor. Ze kwam namelijk uit de mond van een meute zesjarige rakkers die eruit zagen om op te vreten, zo schattig. Het was mijn allereerste lentefeest, afgelopen weekend.
(...)

Na afloop stak ik gealarmeerd mijn licht op bij verschillende kennissen, en mijn vrees werd bewaarheid. Het betreft hier inderdaad in alle windstreken van het land dezelfde nogal zielloze vertoning: kinderen van zes of twaalf die, bijgestaan door geëngageerde en goed bedoelende leerkrachten zedenleer, een toneelstukje opvoeren met als rode draad vriendschap, diversiteit en groen bewustzijn. De kwaliteit van het oeuvre varieert van dorp tot dorp. Een kwartier later gloeit de barbecue, vloeit de cava rijkelijk en verwisselen My Little Pony’s van eigenaar.
(…)

Mijn grootmoeder overleed vorig jaar. Ik probeerde de plechtigheid niet-religieus maar toch memorabel te maken. Ik kon door het verdriet niet zelf de honneurs waarnemen; noodgedwongen kwamen we uit bij een vrijwilligster van de lokale parochie. Een engel van een vrouw die als dienst aan de maatschappij een alternatief afscheid in elkaar bokst voor elke familie die daar nood aan heeft. Een volstrekte vreemde, die mijn grootmoeder in een kunstmatig, traditieloos amalgaam van improvisatie en teksten van Toon Hermans naar haar graf begeleidde. Het was beter dan helemaal niks, en daar waren we oprecht dankbaar voor, maar emotionele voldoening schonk dat hele gebeuren niet.
Ach, laat ons niet flauw doen, we kennen allemaal diezelfde angstige zoektocht. We hebben het doopsel (gelukkig maar) overboord gegooid, maar ik had mijn beide petekinderen toch graag bij een kampvuur voor de hele stam in de lucht gestoken: “Dit is vanaf nu mijn bloed, en ik zal er zonder verpinken een aanstormende trein voor opvangen”. Het blijft tegenwoordig in het beste geval bij een toast op de babyborrel."

 


Tom De Cock (Rotselaar, 23 september 1983)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tom de cock, romenu |  Facebook |

22-09-14

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, György Faludy, Hans Leip

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Moonbright

Afterwards, late, walking home from hospital,
that December hour too blatantly moonbright
‐ such an unworldly moon so widely round,
an orifice of scintillating arctic light –
I thought how the effrontery of a similar moon,
a Pirandello moon that could make men howl,
would, in future, bring back the eidolon
of you, father, propped high on pillow,
your mouth ajar, your nerveless hand in mine.

At home, feeling hollow, I shamelessly wept
‐ whether for you or myself I do not know.
Tonight a bracing wind makes my eyes cry
while a cloud dociles an impudent moon
that is and was, and is again, and was.

Men become mortal the night their fathers die.

 

 

Case History

'Most Welshmen are worthless,
an inferior breed, doctor.'
He did not know I was Welsh.
Then he praised the architects
of the German death-camps--
did not know I was a Jew.
He called liberals, 'White blacks',
and continued to invent curses.

When I palpated his liver
I felt the soft liver of Goering;
when I lifted my stethoscope
I heard the heartbeats of Himmler;
when I read his encephalograph
I thought, 'Sieg heil, mein Fuhrer.'

In the clinic's dispensary
red berry of black bryony,
cowbane, deadly nightshade, deathcap.
Yet I prescribed for him
as if he were my brother.

Later that night I must have slept
on my arm: momentarily
my right hand lost its cunning.

 

 
Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)
Portret door zijn zoon David Abse

Lees meer...

Nick Cave

 

De Australische singer / songwriter, dichter, schrijver en acteur Nicholas Edward Cave werd geboren in Warracknabeal op 22 september 1957. Nick ontmoette Mick Harvey en Phil Calvert op de middelbare school in Caulfield nabij Melbourne, en zij richtten in 1973 een band op onder de naam The Boys Next Door. De band onderging een naamsverandering naar The Birthday Party toen ze naar Londen verhuisden. In 1983 verhuisde de band naar West-Berlijn, en viel kort daarna uit elkaar. Cave, Harvey, en Bargeld vormden daarna Nick Cave and the Bad Seeds met Barry Adamson. De band bracht een aantal succesvolle albums uit over de laatste 20 jaar. Cave verhuisde naar São Paulo, Brazilië, alwaar hij in 1987 trouwde met Viviane Carneiro. Hij heeft een zoon uit dit huwelijk, Luke (1991). Begin 1993 verhuisde hij terug naar Londen. Muziek geschreven door Nick Cave wordt gebruikt in een aantal van de films gemaakt door Wim Wenders. Hij is ook de mede-auteur van de onafhankelijk geproduceerde film “Ghost of the Civil Dead” uit 1989. In hetzelfde jaar bracht hij een boek uit met de titel “And the Ass Saw the Angel”, dat warm werd ontvangen door critici. In 2009 volgde zijn tweede roman “The Death of Bunny Munro”. Nick Cave schreef ook het script voor de film “The Proposition” van John Hillcoat (2005). De muziek voor deze film schreef hij samen met Warren Ellis. In 2007 verscheen het eerste album van zijn nieuwe project, “Grinderman”. Deze groep bestaat buiten Nick Cave zelf uit enkele leden van the Bad Seeds. In maart 2008 verscheen een nieuw album met de Bad Seeds: “Dig, Lazarus, Dig!!!”. Op 10 december 2011 maakte de groep bekend per direct uit elkaar te gaan. In november 2010 verscheen het lied “O Children” in de film Harry Potter and The Deathly Hallows part 1.

Uit: The Death of Bunny Munro

"I am damned,' thinks Bunny Munro in a sudden moment of self-awareness reserved for those who are soon to die. He feels that somewhere down the line he has made a grave mistake, but this realisation passes in a dreadful heartbeat, and is gone - leaving him in a room at the Grenville Hotel, in his underwear, with nothing but himself and his appetites. He closes his eyes and pictures a random vagina, then sits on the edge of the hotel bed and, in slow motion, leans back against the quilted headboard. He clamps the mobile phone under his chin and with his teeth breaks the seal on a miniature bottle of brandy. He empties the bottle down his throat, lobs it across the room, then shudders and gags and says into the phone, 'Don't worry, love, everything's going to be all right.'
'I'm scared, Bunny,' says his wife, Libby.
'What are you scared of? You got nothing to be scared of.'
'Everything, I'm scared of everything,' she says.
But Bunny realises that something has changed in his wife's voice, the soft cellos have gone and a high rasping violin has been added, played by an escaped ape or something. He registers it but has yet to understand exactly what this means.
'Don't talk like that. You know that gets you nowhere,' says Bunny, and like an act of love he sucks deep on a Lambert & Butler. It is in that instance that it hits him - the baboon on the violin, the inconsolable downward spiral of her drift - and he says, 'Fuck!' and blows two furious tusks of smoke from his nostrils.
'Are you off your Tegretol? Libby, tell me you've been taking your Tegretol!'
There is silence on the other end of the line then a broken, faraway sob.
'Your father called again. I don't know what to say to him. I don't know what he wants. He shouts at me. He raves,' she says.
'For Christ's sake, Libby, you know what the doctor said. If you don't take your Tegretol, you get depressed. As you well know, it's dangerous for you to get depressed. How many fucking times do we have to go through this?"

 

 
Nick Cave (Warracknabeal , 22 september 1957)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nick cave, romenu |  Facebook |

21-09-14

80 Jaar Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder

 

80 Jaar Leonard Cohen

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Leonard Cohen viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog..

 

Suzanne

Suzanne takes you down to her place near the river.
You can hear the boats go by,
You can spend the night beside her.
And you know she's half crazy,
But that's why you want to be there.
And she feeds you tea and oranges that come all the way from China.
And just when you mean to tell her that you have no love to give her,
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you've always been her lover.

And you want to travel with her,
And you want to travel blind,
And you know she will trust you,
For you've touched her perfect body with your mind.

And Jesus was a sailor, when he walked upon the water
And he spent a long time watching from his lonely wooden tower.
And when he knew for certain, only drowning men could see him,
He said: "All men will be sailors then, until the sea shall free them."
But he himself was broken
Long before the sky would open,
Foresaken, almost human,
He sank beneath your wisdom, like a stone

And you want to travel with him
And you want to travel blind
And you think maybe you'll trust him
For he's touched your perfect body with his mind.

Now Suzanne takes your hand and she leads you to the river.
She's wearing rags and feathers from Salvation Army counters.
And the sun pours down like honey on our Lady of the Harbor.
And she shows you where to look, among the garbage and the flowers.
There are heros in the seaweed,
There are children in the morning,
They are leaning out for love,
They will lean that way forever,
While Suzanne holds the mirror.

And you want to travel with her,
And you want to travel blind,
And you know you can trust her
For she's touched your perfect body with her mind.

 

 

I wonder how many people in this

I wonder how many people in this city
live in furnished rooms.
Late at night when i look out at the buildings
I swear I see a face in every window
looking back at me
and when I turn away
I wonder how many go back to their desks
and write this down.

 

 

I’m your man

 

 

 

 
Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)

Lees meer...

Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann

 

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen). Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

Huishouden

we spreken de stoel af, het venster,
daarbuiten de put. hier het laken
en daaronder het naakte slopende meisje

midden de muur hangt gekaderd
het toeziend oog; camera's doen hun werk

en zonder hieraan afbreuk: een stoel wordt
geen stol, houdt huis. zo ook het raamkozijn,
het tekort van de put. het haar dat haar bewaakt

de slaap sloopt niet meer droomt onafgesproken.
het venster graaft zich in het uitzicht in - eerlijk is eerlijk.

 

 

Besluit

Zo vaak als nodig is, zeg ik nee.
Zeg ik nee.
Nee.
Het besluit is gevallen,
het valt, het blijft vallen,
en gelijk het valt, zo val ik.

Wij vallen diep, mijn besluit en ik,
maar wij vallen samen.

Wij zoeken het ravijn,
en van klimmen
is voorlopig geen sprake.

Op de bodem van het ravijn
groeien wonderlijke
bloedbloemen.

 

 
Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

Lees meer...

20-09-14

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

White Apples

when my father had been dead a week
I woke
with his voice in my ear
                         I sat up in bed

and held my breath
and stared at the pale closed door

white apples and the taste of stone

if he called again
I would put on my coat and galoshes

 

 

Ox Cart Man

In October of the year,
he counts potatoes dug from the brown field,
counting the seed, counting
the cellar's portion out,
and bags the rest on the cart's floor.

He packs wool sheared in April, honey
in combs, linen, leather
tanned from deerhide,
and vinegar in a barrel
hoped by hand at the forge's fire.

He walks by his ox's head, ten days
to Portsmouth Market, and sells potatoes,
and the bag that carried potatoes,
flaxseed, birch brooms, maple sugar, goose
feathers, yarn.

When the cart is empty he sells the cart.
When the cart is sold he sells the ox,
harness and yoke, and walks
home, his pockets heavy
with the year's coin for salt and taxes,

and at home by fire's light in November cold
stitches new harness
for next year's ox in the barn,
and carves the yoke, and saws planks
building the cart again.

 

 
Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Lees meer...

Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones, Stevie Smith, Hanns Cibulka

 

De Duitse schrijver en journalist Joseph Breitbach werd geboren op 20 september 1903 in Ehrenbreitstein bij Koblenz.Zie ook alle tags voor Joseph Breitbach op dit blog en ook mijn blog van 20 september 2010.

Uit: Die Wandlung der Susanne Dasseldorf

" Einen prachtvolleren Körper kann es nicht geben, dachte Schnath, während er, im Bett knieend, den Schlafenden betrachtet. Ob er weiß, wie toll er gebaut ist? Ahnt er, dass ihm keine Frau, wenn sie ihn jetzt sähe, widerstehen könnte?
Diese Gedanken erfüllten ihn mit Rührung für Peter. Er beugte sich tief über ihn und strich ihm behutsam über den weichen, schwarzen Flaum auf den Oberschenkeln. ... Schließlich streckte er sich neben ihm aus und legte seine Hand auf Peters Hüfte, die andere auf die Waden.
Er hatte ihn kaum berührt, da warf Peter sich mit einem unverständlichen Murmeln herum. Schnath knipste rasch das Licht aus, dabei musste er sich ein wenig aus dem Bett hinausbeugen. Als er sich zurücklegte, umfingen ihn zwei Arme. Peter presste ihn stumm an sich.
'Einen Augenblick, meine Brille!' flüsterte Schnath ergriffen und bog zugleich ängstlich den Kopf zur Seite.
Als er die Brille auf das Nachttischchen legte, kicherte Peter leise vor sich hin. Dann packte er Schnath mit eisernen Armen."

 

 
Joseph Breitbach (20 september 1903 – 9 mei 1980)
Joseph Breitbach en de Franse schilder Balthus Klossowski (rechts) in 1933

Lees meer...

19-09-14

Crauss, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

the before-tree

mittwoch im kuvert und donnerstag
in der enke. um ein ende zu machen,
sagt kitson, musst du tollkühn sein.
so heben wir einen, so entwächst
ein wildes brombeergespräch, in dem wir
mit zunehmender leichenfertigkeit
unsere  zukunft ausmalen. jedes ende ist
  fragment.

 

 

AUF DEM SEE
meuchel mix

hoch über dem see
liegt drückender dunst. es ist abend und der tag
war heiss. die wellen wiegen ruhig, ein weisser kahn
kommt durch die weide in sicht, im heck zwei männer. der tag
war heiss und himmelan herrscht wolkig sturmstreng abendüberschall;
der kahn, an seiner ruderbank aus vollen kräften rudernd
ein kind, im heck zwei männer. zungenblatt
zur seite schweigend ihre kleider, kniend sinken sie im kahne nieder und heben das
erstarrte kind mit beiden armen über ihre brust, mit feuchtem blick empor. den kopf
in den nacken gelegt, von weitem
gleichen sie jungen staren, die schnäbel aufreissend
der nahrung entgegen. ohne bewegung liegt
das kind in ihren armen, frisches blut aus jenem
becken, weicher wind erhebt, vergebens, und im see bespiegelt sich
die reifende frucht, aus vollen kräften rudernd, den roten hals im wasser, schwarz im schattenrachen;
und ich schwöre, ich sah schilf, es richtete die segel auf und ich sah vogelaufschwung,
und ich schwöre, ich sah vogelaufschwung
hoch über dem see.
der kahn treibt hin, das ruder fern, im heck zwei männer,
sie erblicken niemanden am ufer und der tag
war heiss, ich sitze, die schreibmappe auf knien, nackt
im pavillon, beschattet noch.
ein kind. was sinkt mein auge nieder?
und ich schwöre, ich sah vogelaufschwung...

 

 

wij zaten de hele avond
boven een stapel foto’s
jij, in israël, afgelopen zomer, jij
met je vriendin, jij
zei, het wordt weer eens tijd om
op te ruimen in je leven,
en schonk mij nog eens in

wij vielen proestend van het lachen
deze avond krom van onze stoelen:
jij lachte als lang niet meer, jij
hield je buik vast en
zei, laat ons nu naar de rijn gaan,
en als wij ooit weer opduiken

wij zaten toen later
nog eeuwig in het grind:
ik droogde je bevende borst
en je tranen van absinth; jij
sprak geen woord meer heel de nacht
en pas toen het te schemeren begon,
ging jij alleen terug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

Lees meer...