25-10-14

Geoffrey Chaucer

 

De Engelse dichter Geoffrey Chaucer werd vermoedelijk rond het jaar 1343 geboren in Londen, waar zijn ouders onder andere een eigendom in Thames Street bezaten. Chaucer wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver uit de Middelengelse literatuur. Hij was de schepper van enkele van de meest geprezen dichtwerken uit de wereldliteratuur. Chaucer was niet alleen een uitzonderlijk begaafd auteur en dichter, maar leidde ook een druk openbaar leven als soldaat, hoveling, diplomaat en ambtenaar en vervulde een verscheidenheid aan openbare functies. Tijdens die carrière was hij de vertrouweling en protegé van drie opeenvolgende koningen, namelijk Eduard III (1312-1377), Richard II (1367-1400) en Hendrik IV (1367-1413). Toch vond Chaucer de tijd om duizenden versregels te schrijven die nu nog steeds door literatuurliefhebbers hooglijk gewaardeerd en bewonderd worden. Daarmee toonde hij aan dat het Engels uit zijn tijd (thans Middelengels genoemd) net zo goed gebruikt kon worden in de poëzie als het Frans of het Latijn, wat hem die titel van 'vader van de Engelse literatuur' bezorgde. Hoewel hij vele werken schreef, wordt hij het meest geroemd voor zijn onafgewerkte raamvertelling “The Canterbury Tales”.

 

Uit:The Canterbury Tales

 

The Miller’s Tale (Fragment)

Once on a time was dwelling in Oxford
A wealthy man who took in guests to board,
And of his craft he was a carpenter.
A poor scholar was lodging with him there,
Who'd learned the arts, but all his phantasy
Was turned to study of astrology;
And knew a certain set of theorems
And could find out by various stratagems,
If men but asked of him in certain hours
When they should have a drought or else have showers,
Or if men asked of him what should befall
To anything; I cannot reckon them all.
This clerk was cleped hende Nicholas.
Of deerne love he koude and of solas;
And therto he was sleigh and ful privee,
And lyk a mayden meke for to see.
A chambre hadde he in that hostelrye
Allone, withouten any compaignye,
Ful fetisly ydight with herbes swoote;
And he hymself as sweete as is the roote
Of lycorys, or any cetewale.
His Almageste, and bookes grete and smale,
His astrelabie, longynge for his art,
His augrym stones layen faire apart,
On shelves couched at his beddes heed;
His presse ycovered with a faldyng reed
And al above ther lay a gay sautrie,
On which he made a-nyghtes melodie
So swetely that all the chambre rong;
And Angelus ad virginem he song;
And after that he song the Kynges Noote.
Ful often blessed was his myrie throte.
And thus this sweete clerk his tyme spente
After his freendes fyndyng and his rente.

 

 
Geoffrey Chaucer (Ca. 1343 - 25 oktober 1400)

13:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geoffrey chaucer, romenu |  Facebook |

24-10-14

Onno Kosters, Kester Freriks, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov

 

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Rivierenwijk

Gestorven en geslapen wordt er hier,

de liefde bedreven, de liefde ontkend,
de ene. De andere in een ander bestolen.

Hier wordt ontwaakt en geboren, gesmeekt
en jarenlang de lust gekoeld, onder een ster
in de ruit in de hemel, die dichttrekt.

Mijn wijk is de wereld, glanzende daken
vangen de regen, schudden als het opklaart
de flanken, maar zonder dat iemand het merkt.

Door overvolle dakgoten, op bersten staande
afvoerpijpen, in razende wildwaterstraten,

hier onder een herrezen zon wast het leven.

 


Filmgedicht 1

Het geluid van de aanstaande dood:
stilte die knarst in een steenoude wind.
De wet van de vlakte, het recht
heeft zijn loop.

Bijna alles de tinten van zonlicht aan scherven –
de zon zelf, de boog, de aarde, de gekliefde
lippen, het geheugen
dat dit zich inkerft.

(Niet de ogen die oplichten, even,
in een onbewogen aangezicht.)

De boog als de horizon zelf en de horizon zelf:
het einde dat in het begin ligt,
dat schuil gaat
achter de boog die de bel die de man op de schouders
van de jongen torst.

Niet de boog begeeft het,
het licht kantelt de avond in.

(Niet de lucht
die oplicht in de kleur die oplicht
in het onbewogen aangezicht
waar de dood zich nu bezegeld weet.)

 

 

 
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

Lees meer...

23-10-14

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

1938

Ik wil je iets voorlezen uit Dik Trom.
Maar jij, over je avondblad gebogen,
slaat juist bezorgd een eigen bladzij om.
Je lijkt opeens veranderd; ingetogen.
 
Als ik met Flipse op de proppen kom,
zou dat goed fout zijn, zie ik aan je ogen.
Dus houd ik me, net zoals jij, maar stom.
Ik zie nog net Brand staan en Synagogen.
 
Er is een wereld waarin vaders zwijgen
en buigen voor een sterker, vreemd gezag,
en waar ik nog niet hoor. Er komt een dag
waar kranten lamp en kamer in bedreigen
en mensen buiten lange messen krijgen,
en waar een veldwachter niets meer vermag.

 

Vader
 
Vader, wat zou ik er voor willen geven
als je er af en toe nog eens kon zijn
en een zondag kwam zitten in mijn leven
bij mijn werk en mijn boeken en mijn wijn.
 
 Soms zie ik nog mannen van vijfentachtig
(je weet wel waar) met een gezicht vol zon
en zin, en dan denk ik: godallemachtig
als ik hem zo nog eens meenemen kon.
 
 Want op de een of de andere manier
leef ik toch ook nog steeds voor jou: jouw ogen
wil ik, met hun aandacht, pret en mededogen
bij mijn geploeter, mijn huis en mijn hier:
 
en ik zag ze zo graag een keer genieten
van al wat ze met tranen achterlieten.

 

Water

Ik ben zo graag bij mijn liefste. Zij kan
spelen als water, als een bergbeek die
naar mijn open handen klatert en dan
onvoorstelbaar veel meer wordt dan ik zie.

Zij is overal met haar watermond
en waterhanden; is overal waar;
zij slijpt de stenen van ons verdriet rond,
ja zij maakt ze zelfs mooi en van elkaar.

Ik had nooit geweten dat water brandt
of dat het als feestelijk vuur in mij
kan zuchten van lust, zo gretig en vrij.

Maar hoe, haar verblindende spel voorbij,
de beek uitstroomt, kan ik niet zeggen, want
dat weet niemand onder de zon, niemand

 

 

 
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)
In 1952

Lees meer...

22-10-14

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Lullopertje

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.

 

 

Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng de dagen door
met punten slijpen. 'k Weet van vóór
nauw'lijks dat ik van achteren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op het papier,
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor dit land!

Soms, onder 't slijpen groeit de wens
actief te zijn, een actiemens.

Maar zie ik dan, op 't Journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
vandaag één krul te veel gezet.

 

 

 
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

21-10-14

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Daan Doesborgh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Patrick Kavanagh

 

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Bordeel

“De brug staat wel vaker open, een paar keer per dag. Hij ligt over een brede vaart die aan de linkerkant Schinkel heet, en aan de rechterkant Kostverlorenvaart. Het is de verbinding tussen de Nieuwe Meer, de ringvaart om de Haarlemmermeerpolder en het IJ. Veel binnenvaart maakt van die route gebruik en hoewel het geen sluis is, heet de brug Overtoomse Sluis.
Ik moest dus wachten.
Ter hoogte van Ria's.
Ria's is een bordeel dat vroeger Huize Ria heette. Dat vind ik een betere naam, maar ik ga er niet over. Ik ben er ook nooit binnen geweest, ik weet niet eens of Ria wel bestaat. Mijn enige band met de zaak is dat ik vaak over de Overtoom rijd.
Mijn gevoel zegt trouwens dat Ria wel degelijk bestaat, maar dat ze een paar jaar geleden uit de zaak is gestapt en dat toen die naam is veranderd. In dezelfde tijd is het pand van buiten opnieuw in de verf gezet: de muren zijn zwart, de geblindeerde ramen zijn geel. Er hangen discrete, zwarte markiezen boven waar spotjes in zitten.
Naast de deur hangt een koperen plaat met in rode letters de naam van de zaak. Er hangt nog een kleiner, rood bordje, maar wat daar op staat kan ik vanuit de auto niet lezen. De openingstijden kunnen het niet zijn, want Ria's is nooit gesloten op welk moment van de dag ik er ook langs kom, de buitenverlichting brandt altijd. Een keer heb ik er 's ochtends vroeg twee al wat oudere dames met hoofddoeken en boodschappentassen naar binnen zien glippen, de werksters. Klanten heb ik er nooit gezien.
Tot gisteren.
Een man in een lange, grijze winterjas. Hij leunde tegen de gevel van het bordeel, vlak bij de deur. Leunen is te zwak uitgedrukt: de man hield zich vast aan de gevel, met één hand weliswaar, maar het was duidelijk dat hij zou omvallen als hij de hand in zijn zak zou steken. Dit kon natuurlijk met de wind te maken te hebben, maar dat strookte niet met de gelukzalige uitdrukking die hij op zijn gezicht had, een blozend, goed geschoren gezicht overigens, de man zou zo een kaasboer, een accountant of een handelsreiziger kunnen zijn.”

 

 
Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

Lees meer...

20-10-14

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior, Elfriede Jelinek

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek (Deel 6, 1956 – 1957)

"14 maart 1957
(…)
Via Denemarken is hij teruggekkeerd en in Hamburg terecht gekomen, bij een paar Algerijnse lotgenoten. Ze eten ’s middags op schepen, slapen met zwervers in het nachtasyl. Hij heeft geen kleren, geen geld en hij vervuilt. En nóg schrijft hij dat deze prijs niet te hoog is voor de vrijheid.
Aan de andere kant is het duidelijk dat hij niet los is van Sidali. Hij vraagt honderduit naar hem, zelfs over diens eventuele liefdes moet ik hem inlichten.
Hij wil niemand laten weten, waar hij is, niemand mag zijn misère vermoeden, en daarom draagt hij me op het contact met zijn familie te onderhouden via zijn broer Smaïn. Is zijn zuster al getrouwd, is het pakket met geschenken voor het huwelijk aangekomen – ik moet naar Mustapha Kateh, Kouiret, Sidali Selman.
Zijn plan is om als verstekeling naar Marokko of een Arabisch land te vertrekken. Hij heeft een dagboek bijgehouden, dat hij, met een pakket andere papieren, via een kameraad naar me toe zal sturen. Zijn adres: Seemannshaus Stella Maris, Hamburg. Dit loopt natuurlijk verkeerd af. Medelijden voel ik wel, maar mijn neiging dit alles van me af te schuiven wordt steeds sterker. Invloed kan ik hier toch niet meer uitoefenen.
Mohammed en ik zijn langs elkaar heengeschoten, éens roerden we het aan, zijn woord was toen regrets. Hij had de jongen van mijn leven kunnen worden, maar alles was altijd net te laat of te vroeg, we waren geen van beiden bereid tot volledige inzet voor elkaar. En toen we ons dat realiseerden was het onherroepelijk te laat.
  Regrets.
  Twee levens, twee puinhopen.”

 

 

De opdracht

Mijn strenge rechter, je staat daar
als een beeldhouwersmodel, en klaagt
spottend: ik heb zo'n brekelijk lijfje,
ik lijd het hele jaar aan voorjaarsmoeheid
en door een waterader onder het huis.
Ondertussen verwijs je ook mijn karkas
naar 't knekelhuis en decreteert verder:

die verzen van jou, jij schrijft veel te veel zeg,
een derde is beneden peil, een derde prachtig,
hier, weg met deze. En ik luister dankbaar,
ik leg je te koesteren in de eerste zon
tot je een bruin kleurtje krijgt, en ik verscheur
en verscheur, en je knikt genadig: zo kan het,
nu mag je de bundel wel aan me opdragen.

 

De dichter sprak

De dichter sprak, beklijft zijn woord
dan zijn jouw ogen voor een tijd
gewijd tot mooie ogen, heeft je mond
de lippen waarvan generaties dromen.

Jij warmt je arm hart er niet aan.
Je gaat verloren. Ook voor hem. De dichter sterft
vereenzaamd. Wat was zijn liefde dan geloof,
zijn vers dan bidden, wat was jij dan god.

 

 

 
Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

Lees meer...

Mustafa Stitou

 

De Marokkaans-Nederlandse dichter Mustafa Stitou werd geboren in Tétouan op 20 oktober 1974. Stitou groeide op in Lelystad. In 1993 ging hij geschiedenis en filosofie studeren in Amsterdam. Dankzij Remco Campert stond Stitou in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar werd zijn debuutbundel Mijn vormen genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schreef hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei werd voorgedragen. In 2003 schreef hij teksten voor de Filmmuseum Biënnale. Hij won in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel Varkensroze ansichten. Op het Gedichtenbal 2009 werd bekendgemaakt dat Stitou de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam werd als opvolger van Robert Anker. Dit was hij tot 18 mei 2010, Frank Starik nam daarna het stokje over. Zie ook alle tags voor Moustafa Stitou op dit blog.

 

De schil waarop wij leven 1

Het onderliggende het zich tonende,
het zich tonende het zich tonende. Op voormalige
zeebodem een vinexvesting, met zo natuurlijk

mogelijk bos omgeven, recreatiepaden,
en met kunstwerk binnenkort. Alma Mater
heet het beeld van Johan IJzerman

en wordt gebouwd van gras,
de schil waarop wij leven.
Hier zijn pionieren klootjes of crimineel

en wie niet te categoriseren valt
in een aparte doos – woonkamers wemelen
van geruchten over een pedofiele buur

en asielkampen moeten het liefst
aan de horizon staan, zo scheidt men
het goede van het zwarte.

Transcendentie schenkt een machtige eik misschien,
een afgewaaid takje staat goed in een vaas
chrysanten, weet Klazien.

 

 

Mismaakt is de krab:

Mismaakt is de krab:
uit ijdelheid zichzelf geschapen.

Een stam wast zich met melk:
zo ontstaan dan apen.

Een granaatappel bestaat
uit gestolde tranen

van de profeet.
De geloofsbelijdenis,

er zijn foto's van, staat geschreven
in een bladerdak.

 

 
Mustafa Stitou (Tétouan, 20 oktober 1974)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mustafa stitou, romenu |  Facebook |

19-10-14

Dolce far niente, M. Vasalis, Annette von Droste-Hülshoff

 

Dolce far niente

 

 
  Chill October door John Everett Millais, 1879

 

 

Oktober

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar licht nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blaren
zet stil het herfstgetijde in.

Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven -
niet als een einde van het leven,
maar als de lente van de dood.

De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven.

 

 

 
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)
Bronzen plaquette in de Lijsterstraat in Leiden

Lees meer...

18-10-14

Kees Fens, Ntozake Shange, Heinrich von Kleist, Raymond Brulez, Jan Erik Vold

 

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Uren, dagen, jaar

“Uitgezonderd de eerste zin, die om enkele trekken aan het begin van een jongensboek doet denken en om enkele andere redenen wat vreemd is, is de eerste alinea van De avonden van Gerard Kornelis van het Reve karakteristiek voor het hele boek, in zoverre die alinea opgebouwd is uit de drie elementen die het hoofdmateriaal vormen voor de afzonderlijke hoofdstukken en door de onderlinge gelijkenis van die hoofdstukken van de hele roman: beschrijving, monoloog (subs. dialoog) en droom: ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. “Kwart voor zes”, mompelde hij, “het is nog nacht.” Hij wreef zich in het gezicht. “Wat een ellendige droom”, dacht hij. “Waar ging het over?” Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. “Het wordt dit weekeind goed weer”, zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.’
In de eerste zin wordt de hoofdpersoon geleidelijk in tijd en plaats benaderd. Er heeft een duidelijke verbijzondering plaats, totdat de hoofdfiguur met voor- en achternaam is genoemd. Opvallend is, dat een precisering aanwezig is die in de rest van het boek ontbreekt. Er worden geen data meer genoemd en ‘Schilderskade’ is de enige straatnaamvermelding in het boek (behalve de indirecte vermelding in het woord ‘Middenwegwind’, door Frits' moeder gebruikt). Het hele boek door loopt Frits langs naamloze straten, grachten en pleinen. Al bij de eerste grote wandeling in het eerste hoofdstuk ziet men de voor De avonden kenmerkende wijze van routebeschrijving: ‘Hij sloeg bij de rivier links af en ging over de granieten oeverrand lopen. Hij liep een brug met dikke stenen balustrades over, volgde de andere oever, passeerde een brede, drukke straat en sloeg tenslotte de straat langs een gracht in, aan welks begin pakhuizen stonden.’ De positie van de beschrijver is hier gewijzigd: in de eerste zin een verteller, die overziet en meer weet, is hij nu een registrator.”

 

 
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)
Kunstwerk in de Chasséstraat in Amsterdam

Lees meer...

Terry McMillan, Wendy Wasserstein, Rick Moody, Pierre Choderlos de Laclos, Koos Dalstra

 

De Afrikaans - Amerikaanse schrijfster Terry McMillan werd geboren op 18 oktober 1951 in Port Huron, Michigan. Zie ook alle tags voor Terry McMillan op dit blog en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

Uit: A Day Late and A Dollar Short

“All of a sudden he got allergies. Was always sneezing and sniffling. He said it was the smog. But I wasn't born yesterday. He just kept at it. Said he couldn't help it if folks was always giving him stuff to fix or things he didn't even ask for. Like that stereo that didn't work. Or them old tools that turned out to be from Miss Beulah's garage. Was I accusing him of stealing from Miss Beulah? Yes I was. Lewis was always at the wrong place at the wrong time, like in 1978 while he waited for Dukey and Lucky to come out of a dry cleaner's with no dry cleaning and they asked him to "Floor it!" and like a fool he did and the police chased their black asses all the way to the county jail. For the next three years, Lewis made quite a few trips back and forth to that same gray building, and then spent eighteen months in a much bigger place. But he wasn't a good criminal, because, number one, he always got caught; and, number two, he only stole shit nobody needed: rusty lawnmowers, shovels and rakes, dead batteries, bald tires, saddles, and so on and so forth.
Every time he got caught, all I did was try to figure out how could somebody with an IQ of 146 be so stupid? His teachers said he was a genius. Especially when it came to math. His brain was like a calculator. But what good did it do? I'm still waiting for the day to come when all them numbers add up to something. Something musta happened to him behind them bars, 'cause ever since then - and we talking twelve, thirteen years ago - Lewis ain't been right. In the head. He can't finish nothing he start. Sometime he don't even start. Fortunately, he ain't been back to jail except for a couple of DUIs, and he did have sense enough to stop fooling around with that dope after so many of his friends OD'd. Now all he do is smoke reefa, sit in that dreary one-bedroom apartment drinking a million ounces of Old English, and play chess with the Mexicans.”

 

 
Terry McMillan (Port Huron, 18 oktober 1951)

Lees meer...

Jan Wagner

 

 Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Wagner studeerde Engels aan de Universiteit van Hamburg, aan het Trinity College (Dublin) en de Humboldt Universiteit van Berlijn, waar hij afstudeerde met een scriptie over de nieuwste generatie Anglo-Ierse dichters. In 1995 begon hij samen met Thomas Girst met de publicatie van de Internationale Poëzie box “Die Außenseite des Elementes”. Deze offset druk bestond uit een collectie inlegvellen gepresenteerd werden en waarbij de lezer verzocht werd om de documenten naar eigen goeddunken te archiveren. Deze offsetdruk bevatte hedendaagse Perzische en Nederlandse poëzie. Model voor dit project stond Marcel Duchamps losbladige collectie. Sinds de publicatie van de eerste dichtbundel in 2001 werkt Wagner als freelance schrijver, redacteur en vertaler van Engels en Amerikaans. Gedichten werden in tal van bloemlezingen (waaronder Der Große Conrady) en literaire tijdschriften (Akzente, BELLA triste, Sinn und Form, Zwischen den Zeilen) gepubliceerd. Als criticus werkte Wagner voor de Frankfurter Rundschau en andere kranten, alsook voor de omroep. Sinds 2009 is hij lid van de Beierse Academie voor Schone Kunsten, sinds 2010 de Academie van Wetenschappen en Letteren, Mainz, de Duitse Academie voor Taal en Literatuur in Darmstadt en het PEN Center Duitsland.

 

der veteranengarten

„Again he fighting with his foe, counts o'er his scars,
Tho' Chelsea's now the seat of all his wars,
And fondly hanging on the lengthening tale,
Reslays his thousands o'er a mug of ale.“
– Sir John Soane, Inschrift im Summerhouse
des Royal Hospital, London  –

die veteranen wachsen aus dem gras
empor in ihren ehrenuniformen;
die schweren messingknöpfe blinzeln matt
ins späte licht des nachmittags zurück.
sie wachsen aus dem gras wie in den mythen
das heer der ausgesäten drachenzähne.

die veteranen zeigen ihre zähne
auf fotos, die so braun wie altes gras
geworden sind – vergilbter noch als mythen.
der kampf, sagt jener grieche, ist der formen
beginn, und alles führt zu ihm zurück.
die veteranen steigen auf das matt-

erhorn ihrer erinnerung, das matt
im gegenlicht erstrahlt. die falschen zähne,
die längst schon in der ebene zurück-
geblieben sind. fast unbemerkt im gras
die enkel, glücklich mit geringsten formen
des spiels - ein gegensatz zum kaum bemühten

versuch der veteranen, sich beim mythen-
umrankten spiel der könige ins matt
zu setzen. (die die weißen steine formen
benutzen elfenbein und walroßzähne.)
im veteranengarten wächst das gras.
die schnecke gleitet in ihr haus zurück.

die veteranen denken oft zurück
und kaum nach vorne. so entstehen mythen.
die enkelkinder spielen auf dem gras
in das die kameraden bissen, matt
vom kampf. zu leben heißt: man muß die zähne
zusammenbeißen. und das schicksal formen.

die schwestern tragen weiße uniformen
und sind doch warm. sie rollen sie zurück
ins haus wenn erste sterne ihre zähne
entblößen, und ein ganzes heer von mythen
folgt ihnen auf die zimmer. wo es matt
war vom gewicht erhebt sich nun das gras.

die dunklen formen wandern übers gras –
man mag an zähne denken. oder mythen.
der könig bleibt zurück in seinem matt.

 

 

 
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

14:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan wagner, romenu |  Facebook |

17-10-14

Simon Vestdijk, Georg Büchner, Miguel Delibes, Arthur Miller, Nel Noordzij, Emanuel Geibel

 

De Nederlandse schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Meneer Visser’s hellevaart

“De gedaante in de hoek, waarmee Visser zich vreemd verbonden voelde, verrees langzaam en strompelde naar het rechterraam, één arm achteruit, alsof ze zich op de lucht steunen wilde. Links, op de vensterbank, zat de jongen met zijn handen aan de spijlen naar buiten te kijken. ‘Vader, daar loopt een hondje tussen die meneer z’n benen,’ – maar niemand antwoordde. Was hij het soms, Willem Visser, die iemand in de weg liep? Was hij naakt? Had hij iets gebroken, iets verzet? Het kon ook de gedaante in de hoek zijn, voor het raam zijn – pas op, straks valt ze eruit!! – die dat gedaan had. Ze was zo mager, dat men gedurig vlak  naast haar keek; met het glas rammelde ze mee, en nu zat ze er ineens helemaal binnenin, zodat men wel door haar heenkijken moest. Ze was ouder dan de apotheek aan de overkant, – maar jonger dan de wolken. ‘Oom, ik ben uw broer, en moeder geeft vader de hik aan jou…’ Boem, boem, tsjing! De muziek, die nu óók in het glas zat, vormde allerlei trillingsfiguren van het fijn glippende zand, dat over het venster heen schoot en het geheel bedekken ging: duizend sterren!… Visser wilde vluchten uit deze wereld die hem benauwde, hij sloeg zijn arm om de gedaante heen, stond op een strand, reed op een dwars over het Schoolplein gespannen touw, – hoorde touwtrekken dan bij een optocht als deze? – voelde onder zich, achter zich, voor zich alweer de gedaante, die, in een te ruim schort meeschommelde, – en ontwaakte plotseling, in een steile zwaai naar het licht toe, met een gevaarlijk schokkend gevoel in zijn onderlijf, terwijl in zijn kaak die eigenaardige trekking zat, die hij kende van nóg vroeger: sluipend, weerbarstig, onontkoombaar, alsof met traag geweld de tanden naar buiten werden gebogen. Hij wist niet op welke van de twee gewaarwordingen hij het meest letten moest. Zijn voorhoofd was klam. Angst even… Onder de dekens kruipen?… Maar reeds toonde de kamer hem het rustig gebloemd behang, waar hij zo vaak overheen was gereisd, ’s ochtends, of op zomeravonden. Alles werd vertrouwd. Hij herkende zichzelf. Zijn ademhaling welbewust overnemend van het gedienstige lijf, vergewiste hij zich met voldoening, dat er niets gebeurd was. Niet eens nodig m’n hand uit te steken, een kramp, niets van betekenis… Ellendig scheurend gevoel altijd. Pijnlijk. Beter bij me houden. Vijf weken al… Verduiveld, nu klopt ’t hart ook weer anders, dat wou ik juist aan Touraine… Eén, twéé, en dan een dof bonzend sprongetje… Toktokbóém… Zou ’t dan tóch niet in orde zijn?… Aambeien niet erg pijnlijk nu, niet zwaar… Droom?…”

 

 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Standbeeld in Doorn, ontworpen door Jaap te Kiefte

Lees meer...

Mark Gatiss

 

De Engelse schrijver, acteur en komiek Mark Gatiss werd geboren op 17 oktober 1966 in Sedgefield. Al in zijn jeugd was Gatiss geïnteresseerd in Arthur Conan Doyles 'Sherlock Holmes’, de werken van HG Wells en de tv-serie Doctor Who. In 1992 publiceerde hij zijn eerste Doctor Who verhaal “Nightshade”, er volgden er nog drie. Ook schreef hij zijn eerste scenario's en hoorspelen. Als acteur, werd hij in de Engels sprekende wereld bekend door het komische kwartet The League of Gentlemen, waartoe hij behoort, samen met Reece Shearsmith, Steve Pemberton en Jeremy Dyson. Hun programma won in 1997 de Perrier Award op het Edinburgh Festival Fringe. In hetzelfde jaar ontstond een komische radio-serie, “The League of Gentlemen” en twee jaar later ontstond een tv-serie. In 2005 kwam de film The League of Gentlemen's Apocalypse als een spin-off van de tv-serie in de bioscopen. In de BBC-miniserie Jekyll speelde hij in 2007 de schrijver Robert Louis Stevenson.  Samen met Moffat, ontwikkelde hij het concept van de succesvolle BBC TV-serie Sherlock, waarin ze Arthur Conan Doyle 'verhalen overbrengen naar de moderne tijd. Naast Benedict Cumberbatch en Martin Freeman speelt hij sinds het begin van de reeks Sherlock Holmes’ broer Mycroft Holmes. Hij werkte ook als uitvoerend producent en schreef eerder voor elk seizoen zijn eigen scenario (The Great Game, De Hond van de Baskervilles en De lege doodskist). Sinds 2014 is Gatiss te zien in de tv-serie Game of Thrones, waarin hij Tycho Nestoris speelt. In verband met Doctor Who en de League of Gentlemen heeft Mark Gatiss verschillende boeken gepubliceerd. In 2004 publiceerde hij de eerste Lucifer Box roman Namens “The Vesuvius Club”.De trilogie werd voortgezet met “The Devil In Amber en eindigde met “Black Butterfly”.

 Uit: The Vesuvius Club

“I have always been an appalling judge of character. It is my most beguiling virtue.
What, then, did I make of the Honourable Everard Supple whose likeness I was conjuring on to canvas in my studio that sultry July evening?
He was an imposing cove of sixty-odd, built like a pugilist, who had made a fortune in the diamond mines of the Cape. His declining years, he'd told me during the second sitting - when a client begins to thaw a mite - were to be devoted entirely to pleasure, principally in the gaming houses of the warmer and naughtier parts of Europe. A portrait, in his opinion (and his absence), would be just the thing to hang over the vast baronial fireplace in the vast baronial hall he had recently lavished a hundred thou' upon.
The Supples, it has to be said, were not amongst the oldest and most distinguished families in the realm. Only one generation back from the Honourable Everard had been the less than honourable Gerald who had prospered only tolerably in a manufactory of leather thumb-braces. Son and heir had done rather better for himself and now to add to the title (of sorts) and the fake coat of arms being busily prepared across town he had his new portrait. This, he told me with a wheezy chuckle, would convey the required air of old-world veracity. And if my painting were any good (that hurt), perhaps I might even be interested in knocking up a few carefully aged canvases of his ancestors?
Supple blinked repeatedly, as was his habit, one lid lingering over his jade-irised glass eye (the left one) as I let myself imagine him tramping into the studio in doublet and hose, all in the name of family honour.
He cleared his throat with a grisly expectoration and I realized he'd been addressing me. I snapped out of my reverie and peeped around the side of the canvas. I've been told I peep rather well."

 

 
Mark Gatiss (Sedgefield.17 oktober 1966)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mark gatiss, romenu |  Facebook |

Tom Rachman

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Engelse schrijver Tom Rachman werd geboren in Londen in 1974 en groeide op in Vancouver, Rachman studeerde film aan de Universiteit van Toronto, daarna journalistiek aan Columbia University in New York. In 1998 trad hij toe tot de Associated Press als een desk editor buitenland in New York, werd toen correspondent in Rome in 2002. Hij schreef artikelen vanuit o.a. India, Turkije, Japan, Zuid-Korea, Sri Lanka, Egypte, België, Groot-Brittannië. Van 2006 tot 2008 was hij redacteur bij de International Herald Tribune in Parijs. Zijn artikelen verschenen in The New York Times, The Wall Street Journal, The Guardian, Slate en en The New Statesman. Hij woont in Londen. Tom Rachman publiceerde twee romans, "The Rise & Fall of Great Powers" (2014) en "The Imperfectionists" (2010), een internationale bestseller, die is vertaald in 25 talen.

Uit:The Imperfectionists

“Lloyd shoves off the bedcovers and hurries to the front door in white underwear and black socks. He steadies himself on the knob and shuts his eyes. Chill air rushes under the door; he curls his toes. But the hallway is silent. Only high-heeled clicks from the floor above. A shutter squeaking on the other side of the courtyard. His own breath, whistling in his nostrils, whistling out.
Faintly, a woman's voice drifts in. He clenches his eyelids tighter, as if to drive up the volume, but makes out only murmurs, a breakfast exchange between the woman and the man in the apartment across the hall. Until, abruptly, their door opens: her voice grows louder, the hallway floorboards creak - she is approaching. Lloyd hustles back, unlatches the window above the courtyard, and takes up a position there, gazing out over his corner of Paris. She taps on his front door.
"Come in," he says. "No need to knock." And his wife enters their apartment for the first time since the night before. He does not turn from the window to face Eileen, only presses his bald knees harder into the iron guardrail. She smoothes down the back of his gray hair. He flinches, surprised to be touched.
"Only me," she says.
He smiles, eyes crinkling, lips parting, inhaling as if to speak. But he has no reply. She lets go.
He turns finally to find her seated before the drawer where they keep old photographs. A kitchen towel hangs from her shoulder and she wipes off her fingers, damp from peeled potatoes, dishwashing liquid, diced onions, scented from mothballed blankets, soil from the window boxes - Eileen is a woman who touches everything, tastes all, digs in. She slips on her reading glasses.
"What are you hunting for in there?" he asks.
"Just a picture of me in Vermont when I was little. To show Didier." She rises, taking a photo album with her, and stands by the front door. "You have plans for dinner, right?"

 

 
Tom Rachman (Londen, oktober 1974)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tom rachman, romenu |  Facebook |