24-11-15

Jules Deelder, Wanda Reisel, Thomas Kohnstamm, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Ogenschijnlijk

Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.

Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.

Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand'ren.

Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet zo ver vandaan.

 

 

Repeteergedicht

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

 

 

Gefeliciteerd

'Herinner jij je dat prachtige
horloge nog dat ik een jaar of
vijf geleden verloren heb?"
'Jazeker.'
'Weet je nog hoe ik werkelijk
overal heb gezocht maar het ner-
gens kon vinden?'
'Reken maar.'
'Trek ik gisteravond een oud vest
aan dat ik in jaren niet meer
heb gedragen en nou geef ik jou
te raden wat ik in het linker
zakje vond?'
'Gefeliciteerd! Je horloge!'
'Nee. Het gat waardoor ik het
verloren moet hebben.'

 

 
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Lees meer...

23-11-15

Jeroen Olyslaegers

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver en columnist Jeroen Olyslaegers werd geboren in Mortsel in 1967. Hij studeerde Germaanse filologie aan UFSIA-UIA (1985-1989) en werkte nadien in het documentatiecentrum Louis Paul Boon. In maart 2009 verscheen de roman "Wij" bij uitgeverij Meulenhoff/Manteau. In 2012 kwam "Winst" uit, een roman die zich afspeelt in het kunstmilieu. Olyslaegers maakte ook naam in het theater. Samen met Paul Mennes schreef hij een toneelstuk over de wereld na 11 september. In september 2009 kwam "Woeste hoogten, rusteloze zielen" uit, een theaterstuk gebaseerd op "Woeste Hoogten" van Emily Brontë voor theater Artemis uit Den Bosch. Met Jan Fabre werkte hij in 2011 aan "Prometheus Landscape II" en in 2015 verzorgde hij, eveneens voor Fabre, de tekst voor "Mount Olympus: To Glorify the Cult of Tragedy". In 2014 ontving Olyslaegers de Arkprijs van het Vrije Woord. Volgens de jury verdient Olyslaegers de bekroning, omdat hij "oprecht maatschappelijke engagement in woorden en initiatieven" vertoont en het publieke forum gebruikt om schrijnende maatschappelijke toestanden aan de kaak te stellen en met die stellingname tegen de mainstream in te gaan".

Uit: Wij

“Ik wil het van jou horen.’
‘Je hebt niks gemist,’ zeg ik tegen Flor en ik bestel voor ons beiden rode wijn.
Hij duwt me verder weg van de bar. Zijn vrouw kijkt even naar hem en herneemt dan haar gesprek, twee tafels verder.
‘Daniëlle kwam gisterennacht thuis. Zónder onderbroek.’
‘Controleer jij dat elke avond?’
‘Ze was dronken. Ze had het over jou.’
Ik tik met mijn glas tegen het zijne. ‘Drink je wijn, Flor.’
Flor neemt een slok en herhaalt dat hij het wil weten. Ik moet het beschrijven. Wat is er gebeurd? Ik moet het vertellen want hij wordt zot.
‘Ik zou het voor je kunnen tekenen,’ blaas ik.
‘Stop, Georges. Klootzak.’
‘Maar dan zou Félicien Rops me daarbij moeten helpen. Varkens, blote wijven en Satan met een stijve op een kruis. Ik zie mijn leermeester uit Namen lachen in zijn baard, met een schetsblok op zijn knieën. Hij lacht ons uit. Laat het los, Flor. Het is niks, rien de kloten, geloof mij.’
‘Wat kan mij die leraar schelen...’ fluistert Flor.
Hij pakt mijn katoenen zomerjasje vast.
‘Waarom?’ vraagt hij.
‘Je trekt aan mij, Flor.’
‘Waarom?’
Ik zeg hem dat ik haar alleen maar gevingerd heb, erewoord.
Flor duwt zijn hoofd tegen mij en begint zonder geluid te janken.
‘Waarom? Waarom...’ snottert hij.”

 

 
Jeroen Olyslaegers (Mortsel, 1967)

 

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jeroen olyslaegers, romenu |  Facebook |

Paul Celan, Marcel Beyer, Max Goldt, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

Die Silbe Schmerz

Es gab sich Dir in die Hand:
ein Du, todlos,
an dem alles Ich zu sich kam. Es fuhren
wortfreie Stimmen rings, Leerformen, alles
ging in sie ein, gemischt
und entmischt
und wieder
gemischt.

Und Zahlen waren
mitverwoben in das
Unzählbare. Eins und Tausend und was
davor und dahinter
größer war als es selbst, kleiner, aus-
gereift und
rück- und fort-
verwandelt in
keimendes Niemals.

Vergessenes griff
nach Zu-Vergessendem, Erdteile, Herzteile
schwammen,
sanken und schwammen. Kolumbus,
die Zeit-
lose im Aug, die Mutter-
Blume,
mordete Masten und Segel. Alles fuhr aus,

frei,
entdeckerisch,
blühte die Windrose ab, blätterte
ab, ein Weltmeer
blühte zuhauf und zutag, im Schwarzlicht
der Wildsteuerstriche. In Särgen,
Urnen, Kanopen
erwachten die Kindlein
Jaspis, Achat, Amethyst – Völker,
Stämme und Sippen, ein blindes

E s  s e i

knüpfte sich in
die schlangenköpfigen Frei-
Taue –: ein
Knoten
(und Wider- und Gegen- und Aber- und Zwillings- und Tau-
sendknoten), an dem
die fastnachtsäugige Brut
der Mardersterne im Abgrund
buch-, buch-, buch-
stabierte, stabierte.

 

 

EENMAAL,
toen hoorde ik hem,
toen wies hij de wereld,
ongezien, nachtlang,
werkelijk.

Een en Oneindig,
ontwricht,
ichten.

Licht was. Redding.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

Lees meer...

22-11-15

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Suresh en Jyoti Guptara, Viktor Pelevi, Erich Przywara

 

Bij Christus Koning

 

 
Het apsis mozaïek in het Bonner Münster toont Christus als koning op de troon

 

 

O Du mein Heiland hoch und hehr

O Du mein Heiland hoch und hehr,
dem sich der Himmel beuget,
von dessen Liebe, dessen Macht
die ganze Schöpfung zeuget:

Christus, mein König, Dir allein
schwör ich die Liebe lilienrein,
bis in den Tod die Treue!

Nicht alle Welt und ihre Pracht,
Engel und Menschen nimmer;
o Herr, mich scheidet nichts von Dir,
Dein eigen bleib ich immer:

Christus, mein König, Dir allein
schwör' ich die Liebe lilienrein,
bis in den Tod die Treue!

Du nur allein lebst nun in mir,
brennst mir in Herz und Händen:
lass mich entflammen alle Welt
mit Deinen Feuerbränden:

Christus, mein König, Dir allein
schenk' ich die Liebe stark und rein,
bis in den Tod die Treue!

 

 
Erich Przywara (12 oktober 1889 - 28 september 1972)
De Mariakerk in Katowice waar Erich Przywara werd geboren

Lees meer...

Endre Ady, William Kotzwinkle, George Robert Gissing, Elisabeth Maria Post

 

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva. Zie ook alle tags voor Endre Ady op dit blog en ook mijn blog van 22 november 2010.

 

On Elijah's Chariot

The Lord summons Elijah-like
those whom he truly loves and tries.
He gives them racing, fiery hearts,
the flaming chariots of the skies.
Elijah's tribe rush toward the sky
toward the land of endless snow.
On Himalaya's frozen peaks
with clattering wheels the chariot go.
They are driven by winds of fate -
outcasts between the earth and sky.
Tempted by evil, chilling charms
the chariots of Elijah fly.
Their brains are ice, their souls are fire;
the earth laughs at them as her prey -
With cold and glinting diamond dust
the sun in pity strews their way.

 

 

Life Terrifies Me

Holy ecstasy-swans on great glad Waters
Seize me, but in vain.
I hear the gaggling of sensible ganders,
Nothing can remain,
There is nothing to last.

I hear my future faltering sobs
When I'm still smiling,
And when dark ravens are cawing in my soul
A chirpy starling
Will cheerily chime in.

My longings frighten me. Fulfilment follows
And I'll feel defiled.
I dread contentment. Behind it storms the steed
Of passion, the Wild.
Oh, life terrifies me.

 

 
Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)

Lees meer...

Christian Filips

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Na het bezoeken van een Europese school in België, studeerde hij van 2000 tot 2003 filosofie en Duitse literatuur aan de Universiteit van Wenen en werkte af en toe als danstheater dramaturge bij het Staatstheater Darmstadt. Voor zijn eerste dichtbundel” Schluck auf Stein” ontving hij in 2001 de Rimbaud Prijs van de Oostenrijkse omroep. In 2003 stapte Filips over naar de Vrije Universiteit van Berlijn, waar hij zijn studie in 2008 afrondde met een scriptie over de laatste gedichten van Hölderlin. Tegenwoordig is hij freelance schrijver, regisseur en dramaturg muziek in Berlijn. Zijn teksten en vertalingen verschijnen bij Urs Engeler Editor en in literaire tijdschriften, bloemlezingen en blogs. In 2010 verscheen het eerste deel van zijn vervolgproject “Heiße Fusionen”. Vanaf 2009 richt het poëtische werk van Christian Filips zich ook op performatieve vormen en nemen ze soms het karakter aan van sociale sculpturen. Er worden elementen van performance art, danstheater en oude en nieuwe muziek bij betrokken. Hij ensceneerde theater- en muziektheaterstukken (met grote amateurkoren, muzikanten, acteurs), die, onder meer bij de Berlijnse Volksbühne, het Haus der Berliner Festspiele en in het Maxim Gorki Theater waren te zien. Een nauwe samenwerking verbindt Filipsmet Kai-Uwe Jirka en de Sing-Akademie zu Berlin, waarvoor hij sinds 2006 verantwoordelijk is als programmadirecteur.

 

Tageszeiten

Merklich ist alles wieder
unbemerkt verstrichen:
der Tag ohne Sorge,
am Morgen mit der Rasierklinge
die Zähne geputzt.
Die zitternden Nackenhärchen
unmerklich entfernt
ohne Pinzette.
Die bewußten Finger.
Sie sind gekürzt.
Das achtsame Knie
genähert unbemerkt:
Die Nacht ohne Sorgfalt
danach mit dem Vorhang
die Spuren verwischt.
In bewußten Stunden:
Sie sind verstrichen, wieder
unbemerkt verstrichen
ohne Bemerkenswertes.

 


Instant Krise mit Pommery

O Pommery! O Pomerol!
Ich weiß nicht, wie ich weiterleben soll.
Seh ich Euch zwei hier vor mir stehn,
dann trink ich. Ihr vergeht. Ich trink

noch paarmal von dem Satz, la lie,
bis ebenso ich geh. Ins Bett
als Letzter. Immer wieder mich:
wie das Verstehen lerne ich?

Gefragt. Und wenn verstanden: wie
verkraften alles das? Vergehen
kann lustig auch am Morgen sein
und lieblich sein, am Abend ja

gewaltig winselnd wieder sein:
Das Echo der herzeignen Scherze
hinter der Bienenwachskerze
wäre nur ein Summen des Dekors,

ein summendes Dekor im Ohr
brennt alles hin, brennt ab, bevor.
O Pomerol. O Pommery.
Wie soll ich weiterleben? Wie?

 

 
Christian Filips (Osthofen 22 november 1981)

11:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christian filips, romenu |  Facebook |

21-11-15

Wouter Steyaert, Isaac Bashevis Singer, Margriet de Moor, Gerard Koolschijn, Marilyn French, Freya North, Carl-Henning Wijkmark

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent op 21 november 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

Mijn diepste gevoelens

Ik bid. Ik richt mij tot de Schepper. Ik vraag Hem
om een meisje. Ik vraag Hem om ontmaagd te
worden. Misschien hoort Hij mij.

Ik ben niet tevreden. Ik ben alles kwijt. Mijn meisje
en moeke. Zij hebben mij verlaten. En vake ook.

Ik woon alleen. Ik heb geen geld. Ik heb niets.

 

 

Het wenende meisje

Jammer toch, een wenend meisje,
en nog zo jong. Meent ze dat wel,
zo’n groot verdriet? Want tussen haar tranen
kan ik niet goed zien.

Zie ze staan, zo beteuterd,
en waarom? Heeft haar vriendje
haar daar zo afgezet? Of heeft ze soms
een hele zware kwaal? 

Ik weet niet wat er scheelt
met dit bleke meisje. Ze zegt
helemaal niets, en vanwaar
zou ik haar beter moeten kennen dan hier? 

Het is hard om nu mijn ogen
te moeten sluiten voor haar verdriet,
maar helpen kan ik toch niet,
ze weent altijd even fel.

 

 
Wouter Steyaert (Gent, 21 november 1982)

Lees meer...

Voltaire, Kerstin Preiwuß, Veza Canetti, Ada Cambridge, Arthur Quiller-Couch, Wilhelm Waiblinger, Franz Hessel

 

De Franse schrijver Voltaire, (pseudoniem van François-Marie Arouet)werd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor Voltaire op dit blog.

Uit: Candide ou l'Optimiste

"Il s'adressa ensuite à un homme qui venait de parler tout seul une heure de suite sur la charité dans une grande assemblée. Cet orateur, le regardant de travers, lui dit : « Que venez-vous faire ici ? y êtes-vous pour la bonne cause ? – Il n'y a point d'effet sans cause, répondit modestement Candide ; tout est enchaîné nécessairement, et arrangé pour le mieux. Il a fallu que je fusse chassé d'auprès mademoiselle Cunégonde, que j'aie passé par les baguettes, et il faut que je demande mon pain, jusqu'à ce que je puisse en gagner ; tout cela ne pouvait être autrement –Mon ami, lui dit l'orateur croyez-vous que le pape soit l'Antéchrist ? – je ne l'avais pas encore entendu dire, répondit Candide ; mais, qu'il le soit ou qu'il ne le soit pas, je manque de pain.- Tu ne mérites pas d'en manger, dit l'autre ; va coquin ;va, misérable, ne m'approche de ta vie. » La femme de l'orateur ayant mis la tête à la fenêtre, et avisant un homme qui doutait que le pape fût antéchrist, lui répandit sur le chef un plein… O ciel ! à quel excès se porte le zèle de la religion dans les dames !
Un homme qui n'avait point été baptisé, un bon anabaptiste nommé Jacques, vit la manière cruelle et ignominieuse dont on traitait ainsi un de ses frères, un être à deux pieds sans plumes, qui avait une âme ; il l'emmena chez lui, le nettoya, lui donna du pain et de la bière, lui fit présent de deux florins, et voulut même lui apprendre à travailler dans ses manufactures aux étoffés de Perse qu'on fabrique en Hollande, Candide, se prosternant presque devant lui, s'écriait : « Maître Pangloss me l'avait bien dit que tout est au mieux dans ce monde, car je suis infiniment plus touché de votre extrême générosité que de la dureté de ce monsieur à manteau noir, et de madame son épouse. »
Le lendemain, en se promenant, il rencontra un gueux tout couvert de pustules, les yeux morts, le bout du nez rongé, la bouche de travers, les dents noires, et parlant de la gorge, tourmenté d'une toux violente, et crachant une dent à chaque effort".

 

 
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)
Beeld van Jean Antoine Houdon in de bibliotheek van de Comédie-Française, Parijs

Lees meer...

20-11-15

Viktoria Tokareva, Don DeLillo, Sheema Kalbasi, Nadine Gordimer, Thomas Chatterton, Zinaida Hippius, Selma Lagerlöf

 

De Russische schrijfster en scenariste Viktoria Tokareva werd geboren op 20 november 1937 in Leningrad (Sint Petersburg). Zie ook alle tags voor Viktoria Tokareva op dit blog.

Uit:Alle meine Feinde und andere Erzählungen (Vertaald door Angelika Schneider)

„Ich sagte zu ihr: »Heirate den bloß nicht.«
»Er hat mich auch gar nicht gefragt«, beruhigte mich Lisa.
Das hieß, das Kind würde bei mir aufwachsen. Und Lisa wäre frei wie der Wind.
Aber ich fand eine Kinderfrau. Sie hieß Anna Fjodorowna Strelzowa. Anna Fjodorowna, Rufname: Anka.
Sie erledigte alles schnell und zuverlässig, war einfach wie geschaffen für diese Dinge. Ich bin Künstlerin. Und nur das. Hausarbeit deprimiert mich, ja sie bringt mich um.
Das, wofür ich einen ganzen Tag brauchen würde, erledigte Anka in vierzig Minuten. Wenn sie nur erschien, wurde es sonniger ringsum. Mit leichten, schnellen Bewegungen legte sie die Dinge an ihren Platz zurück. Sie schaffte Sauberkeit und Ordnung, schon allein durch ihre Anwesenheit Und erst ihre Krautwickel – das waren echte Kunstwerke.
Es tat einem geradezu leid, sie aufzuessen. Klein, sorgfältig zubereitet, schön anzusehen, mit einer besonderen Soße übergossen. Meine Krautwickel wurden immer groß wie ein Handteller. Ich drehte schon durch bei dieser Vielzahl von Vorbereitungen: erst das Hackfleisch anbraten, die Kohlblätter blanchieren, Reis kochen, Zwiebeln andünsten …
Wie viel lieber würde ich in dieser Zeit eine flirrende Birke malen, mit geflecktem Stamm …
Aber das Kochen war nur die eine Hälfte. Die Hauptsache war die Enkelin. Anka liebte meine Enkelin mit überirdischer Hingabe, und diese erwiderte ihre Liebe. Mein ganzes Haus war vom Boden bis zum Dach angefüllt mit idealer, gegenseitiger Liebe. Nur Anka konnte die Kleine füttern, beschäftigen, trösten, heilen und ihr etwas beibringen.
Eines Tages wurde meine Enkelin krank. Das Fieber wollte einfach nicht sinken. Das ging so eine ganze Woche lang. Das Mädchen lag apathisch da und lutschte am Daumen. Da versank Anka in eine Depression, ja sie wollte nicht mehr leben. Aber dann, von einem Tag auf den anderen, fiel das Fieber, und Anka fasste frischen Mut, ihre Augen funkelten wieder wie zwei grüne Edelsteine. Das Leben kehrte ins Haus zurück.“

 

 
Viktoria Tokareva (Leningrad, 20 november 1937)

Lees meer...

19-11-15

Scott Cairns, Sharon Olds, Mark Harris, Karel van den Oever, Christoph Wilhelm Aigner, Alan Tate

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

A Word
For A.B.

She said God. He seems to be there
when I call on Him but calling
has been difficult too. Painful.

And as she quieted to find
another word, I was delivered
once more to my own long grappling

with that very angel here — still
here — at the base of the ancient
ladder of ascent, in foul dust

languishing yet at the very
bottom rung, letting go my grip
long before the blessing.

 


Idiot Psalms

3

     A psalm of Isaak, whispered mid the Philistines, beneath the breath.

Master both invisible and notoriously  
                     slow to act, should You incline to fix  
                     Your generous attentions for the moment
                     to the narrow scene of this our appointed
                     tedium, should You—once our kindly
                     secretary has duly noted which of us
                     is feigning presence, and which excused, which unexcused,
                     You may be entertained to hear how much we find to say
                     about so little. Among these other mediocrities,
                     Your mediocre servant gets a glimpse of how
                     his slow and meager worship might appear
                     from where You endlessly attend our dreariness.
Holy One, forgive, forgo and, if You will, fend off  
                     from this my heart the sense that I am drowning here  
                     amid the motions, the discussions, the several
                     questions endlessly recast, our paper ballots.

 

 
Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

Lees meer...

18-11-15

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Richard Dehmel

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

Uit: Tegen de literaire quarantaine

“Wat Zeeman verzuimt te vermelden is dat de eigenaar van het statige pand de glamour-crimineel Philip van Heemskerk is, de man die als een pasja zijn nieuwe rijkdom toont in Zuid-Frankrijk. Van Heemskerk kan met zijn charme, zijn geld en zijn geraffineerde intimidatiemethoden de halve wereld aan - behalve die kleine zielen op verdieping drie van zijn prachtige huis in Amsterdam, die lastige huurders die er behagen in scheppen hun eigenaar te treiteren.
Aldus loodst Marja Brouwers de lezers een gelaagde wereld in. De meester-handelaar, playboy en crimineel Heemskerk ligt als een muizige huisjesmelker een leiding in een keukentje te repareren dat door de huurders nota bene expres kapotgemaakt is. Door die omkering beeldt de roman het eeuwige menselijke gewemel uit. En achter die omkering schemert in Casino het staketsel van het leven zelf, gestut door de tijdloze vragen: hoe zinvol zijn onze strevingen, waar vinden wij waarheid, en waarom toch rest ons op de beslissende ogenblikken niets dan lucht, desillusie en onmacht?           
Wat zegt het over onze literatuur als drie doorgaans bepaald niet oliedomme beroepslezers sommige romans beoordelen op volstrekt verkeerde gronden? Het antwoord moet zijn dat de zelfopgelegde literaire quarantaine tot gevolg heeft gehad dat er in Nederland relatief weinig romans verschenen die zich én stevig verankerden in de eigen tijd én afdaalden in de contreien van de eeuwige vragen naar de menselijke ervaring. Critici zijn daardoor niet gewend aan romans die zich niets gelegen laten liggen aan die quarantaine. Door die onbekendheid met het genre vervallen ook doorgaans capabele recensenten als Nuis, Ramdas en Zeeman in onnozele beginnersfouten. Met in de praktijk de funeste gevolgen voor Mystiek lichaam, De buitenvrouw en Casino. Dat juist deze drie romans het slachtoffer werden van die reductionistische manier van lezen is geen toeval, want alle drie onttrekken ze zich, ieder op zijn eigen manier, aan de literaire quarantaine.
Is een faux pas als door Nuis, Ramdas en Zeeman te voorkomen? Natuurlijk niet. Maar zolang de zelfopgelegde literaire quarantaine in stand wordt gehouden, blijft de kans extra groot dat beroepslezers hun huishoudboekje van morele standaards te voorschijn toveren. Het is onvermijdelijk en het zal bevrijdend werken: de literaire quarantaine opgeheven. Door de afschaffing van de literaire quarantaine is de kans groter dat in Nederland een literatuur kan bloeien waarin geen enkel onderwerp en geen enkele verzinnebeelding op voorhand tot minderwaardig of ‘verkeerd’ wordt verklaard. In zo'n literair klimaat is niets taboe, de moord op Van Gogh evenmin als de verpopping van een vlinder ergens in de uiterwaarden nabij Tiel. Alles mag meedoen. Ter wille van die ideale situatie is de literaire quarantaine vanaf nu en bij dezen afgeschaft.”

 

 
Joost Zwagerman (18 november 1963 - 8 september 2015)

Lees meer...

17-11-15

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Uit: Gysbreght van Aemstel

Willebrord
(Gekleed iin katholieke pij)
Myn welgeboren heer, de zoete Jesus zy
Met u en uwe stadt, en sta u eeuwigh by,
In allerhande nood. De Broeders van ons orden
En ick, zijn zoo verblijd, als ofwe levend worden
Geen hair is ons gekrenckt, geen overlast gebeurt.
Men heeft het klooster noit in zijnen dienst gesteurt.
Wij hebben staegh volhard in onzen ouden yver.
De boomgaerd leed geen scha aen vruchten, noch de vyver
Aen visschen, noch de kerck aen d’allerkleensten ruit.
Gysbreght
Wie heeft dan des soldaets baldaedigheid gestuit?
Willebrord
Verwonder u niet eens, de nood heeft hen gedrongen.
Gysbreght
Godvruchte vader, spreeck, ik luister na’et verslagh.
Willebrord
Na dat ick d’oversten een wijl had hooren mompelen
Van Amsterdam, al stil, by duister t’overrompelen
Rees tussen Diedrick zelf en Egmond een krackeel,
Dat uitborst meer en meer, en yeder trock een deel
Van t krijgsvolck op zijn zy, en zocht het stuck te stijven,
En na zijn eigen hoofd den aenslagh door te drijven.
Veel hoplien yverden te slissen het gheschil.
Maer Diedrick stijf van kop, die nimmer luisteren wil
Na reden, noch bescheid, en t veld behoud met kryten
Men brack al heimlijck op, en zonder eenigh teecken
Van horen en trompet, of hut in brand te steecken.
Gijsbreght
Ghy hebt de stad, en my geen kleinen dienst gedaen:
Een deughd, die nimmer zal uit mijn gedachten gaen.
Gedenck my in t gebed, voor uw autaer, ten goede.
Willebrord
De lieve Jesus neem u eeuwigh in zijn hoede.

 

 
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Scene uit een opvoering in Amsterdam, 2002 met o.a.
Mark Rietman, Daan Schuurmans en Bart Klever

Lees meer...

16-11-15

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Refugee Mother And Child

No Madonna and Child could touch
that picture of a mother’s tenderness
for a son she soon would have to forget.
The air was heavy with odours

of diarrhoea of unwashed children
with washed-out ribs and dried-up
bottoms struggling in laboured
steps behind blown empty bellies. Most

mothers there had long ceased
to care but not this one; she held
a ghost smile between her teeth
and in her eyes the ghost of a mother’s
pride as she combed the rust-coloured
hair left on his skull and then –

singing in her eyes – began carefully
to part it… In another life this
would have been a little daily
act of no consequence before his
breakfast and school; now she

did it like putting flowers
on a tiny grave.

 

 

Love Cycle

At dawn slowly
the sun withdraws his
long misty arms of
embrace. Happy lovers

whose exertions leave
no aftertaste nor slush
of love’s combustion; Earth
perfumed in dewdrop
fragrance wakes

to whispers of
soft-eyed light…
Later he
will wear out his temper
ploughing the vast acres
of heaven and take it

out of her in burning
darts of anger. Long
accustomed to such caprice
she waits patiently

for evening when thoughts
of another night will
restore his mellowness
and her power
over him.

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

15-11-15

Clemens J. Setz, Wolf Biermann, Jan Terlouw, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Heinz Piontek, Liane Dirks

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

 

Die Nordsee

Die Kleine Hexe Bibi Blocksberg
hat einen Bruder
mit Namen Boris.

Doch nur bis Folge 9, dort
zieht er zu den Großeltern
an die Nordsee.

Als Grund wird genannt. dass er Husten hat
und die frische Seeluft ihm guttun wird.
Er taucht daraufhin nie wieder auf.

Und auch zu Weihnachten und zu Ostern
denkt die Familie
nicht mehr an ihn.

 

 

Männer in der Dunkelheit

Ein Reisehandbuch des 19. lahrhunderts
empfiehlt jungen Frauen spitze Nadeln
in den Mund zu nehmen wenn der Zug
in einen langen Tunnel taucht
um unbelästigt zu bleiben
von fremden Männern in der Dunkelheit
und ungeküsst
bis zum Licht am anderen Ende.

 

 

Schrödingers Katze

Stell dir den Wissenschaftler vor
in der ersten Nacht auf seinem Bettlager,
neben der schwarzen Box
mit dem geschlossenen Deckel.

Die erste Nacht ist immer die schlimmste.

Das Surren der Generatoren
hinter den Wänden, die trockene Luft des Labors.
der Geruch nach Staub und Pulverkaffee,
und das Kreidegespenst einer langen Gleichung
auf der verdunkelten Tafel.

Stell ihn dir vor. wie er die Nacht
damit zubringt, auf Geräusche zu achten,
wie er Schafe zählt
und in Gedanken
dreimal um den Häuserblock rennt.

Und niemand kann sagen. ob er von Toten
oder von Lebenden träumt
in der ersten Nacht auf seiner Matratze
neben der schwarzen Box.

  

 
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Lees meer...