17-11-14

Joost van den Vondel, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Max Barthel, Pierre Véry

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Op de Vijf Zinnen

’t Misbruik der zinnen werkt in ’t einde pijn en smart,
Doch ’t redelijk gebruik vernoegt des mensen hart;
Dat ’s aardse zaligheid. Wie wenst hier groter goed,
Als, in ’t gezonde lijf, een gans vernoegd gemoed?

HET GEZICHT.

De blinde, die weleer aanschouwde ’t lieve licht,
Kan tuigen, wat het zij te missen het gezicht,
Te wroeten, als de mol, in duisternisse en dromen.
De blinde is hallef dood; men leeft door ’t oog volkomen.

HET GEHOOR.

Het redelijk begrijp, in ons het Godlijk deel,
Veroorzaakt tussen mens en dier een groot verscheel;
Maar och! wat zou het zijn, ontbeerden wij de spraak?
En nog waar beide niet, zo ons ’t gehoor ontbraak’.

DE REUK.

D’ ontloken rode roos heeft niet dan blad en kleur,
Bij reukeloze neus, niet snuffende de geur;
De reuk des geurs verkwikt het kwijnend hart des zieken,
En bindt aan ’t lijf de ziel, die vlug was met haar wieken.

DE SMAAK.

De smakeloze tong wordt met geen lust gevoed,
Zij weet van wrang noch zout, noch bitterheid, noch zoet.
De zoete saus is smaak, al schafte zelf Jupijn;
Want, waar de smaak ontbreekt, daar kan niet lekkers zijn.

HET GEVOEL.

’t Gevoelen is de min, waar naar het alles jankt.
Het kittelt zelf Jupijn, zodat hij ’t zich bedankt.
Men neem ’t gevoelen weg, zo treurt het welig wicht,
Met fakkel zonder vlam, met koker zonder schicht.

 

 
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Portret door Jan Lievens, 1660

Lees meer...

Guido van Heulendonk

 

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Hij schrijft romans, verhalen en essays. Terugkerend thema in zijn werk is het noodlot en de (vaak negatieve) gevolgen die toevallige omstandigheden kunnen hebben op het leven, de maatschappelijke positie en relaties van de personages in zijn verhalen. Na een studie Germaanse filologie aan de Universiteit Gent was van Heulendonk werkzaam als docent Engels en Nederlands. Later doceerde hij Engels aan het Gentse Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs. In 1983 werd in het Nieuw Vlaams Tijdschrift voor het eerst een verhaal van Heulendonk gepubliceerd, met de titel “Het vierde woord”. Ruimere bekendheid verwierf hij twee jaar later, na het verschijnen van zijn eerste roman “Hoogtevrees”, waarvoor hij een aanmoedigingsprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen ontving. Ook werd de roman voor de BRT verfilmd. Voor zijn roman “Paarden zijn ook varkens” ontving van Heulendonk in 1996 de De Gouden Uil Literatuurprijs in de categorie fictie.

Uit: Paarden zijn ook varkens

“Aan Bottelaers oog flitste een tv-fragment voorbij, een kunstprogramma dat allang was opgedoekt: iemand met een baard en een pijp liep door het Gentse stadscentrum, een bandopnemer aan een riem om de schouder, via een lange buis hield hij een microfoon bij zijn stappende voeten. Later zou de opname naar een stad in Amerika worden gestuurd (was het New York?), en daar ingebouwd worden in een of andere happening. Akoestische transplantatie van een Europese stadswandeling.
‘Wat vind je ervan? vroeg Helena.
Schitterend, zei hij.
Ze legde haar hand op zijn arm, drukte.
‘Wil je meewerken?’
Bottelaer keek naar haar vingers, registreerde de aanraking, zijn hart voelde alsof hij te bruusk in een heet bad was gestapt.
Met alle plezier, zei Als 2e dat wenste zou hij drie weken lang de hondenpoep van de Vrijdagmarkt schrapen. Nee, niet lachen, dat meende hij. Trouwens: hij nam aan dat er geen beperkingen waren wat de aard van de voorwerpen betrof?
Nee, alles kon, zei Helena. Als er maar een reden, een bewuste uitverkiezing was. Iets wat het object onherroepelijk aan de tijdruimte verbond. Gent-onder-haar-afwezigheid belichamen, samenvatten in materie, daar ging het om.
Ze houdt van mij, dacht Bottelaer. Als dit niet betekent dat ze van rne houdt, dan weet ik er niets meet van. Hij had zin om te roepen, zag moéddzins hoog afgetekend tegen een helblauwe lucht. Hij hield de kelner staande en bestelde twee sherry’s: om te klinken op het project, zei hij.”

 

 
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: guido van heulendonk |  Facebook |

Archibald Lampman

 

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861in Morpeth, Ontario. Lampman stamde uit een van oorsprong Nederlandse familie, die tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog het Amerikaanse Pennsylvania verliet en zich vestigde in Ontario. Zijn vader was een Anglicaans geestelijke. Lampman bezocht Trinity College, Toronto, waar hij in 1882 afstudeerde. Vervolgens gaf hij enige tijd les op een high school, maar dat was geen succes. Daarna ging hij werken bij de posterijen in Ottawa. Hij overleed op 38-jarige leeftijd aan een hartkwaal en werd begraven op Beechwood Cemetery, een begraafplaats die hij zelf in een van zijn gedichten had beschreven. Lampmans oeuvre was beperkt in omvang. Het bestond uit slechts twee gedichtenbundels die tijdens zijn leven verschenen. Niettemin wordt hij gezien als een van de eerste belangrijke Canadese dichters. Zijn werk is gebaseerd op Europese voorbeelden uit met name de romantische literatuur. Ook na zijn dood werden nog werken van hem gepubliceerd.

 

What Do Poets Want With Gold?

What do poets want with gold,
Cringing slaves and cushioned ease;
Are not crusts and garments old
Better for their souls than these?

Gold is but the juggling rod
Of a false usurping god,
Graven long ago in hell
With a sombre stony spell,
Working in the world forever.
Hate is not so strong to sever
Beating human heart from heart.
Soul from soul we shrink and part,
And no longer hail each other
With the ancient name of brother
Give the simple poet gold,
And his song will die of cold.
He must walk with men that reel
On the rugged path, and feel
Every sacred soul that is
Beating very near to his.
Simple, human, careless, free,
As God made him, he must be:
For the sweetest song of bird
Is the hidden tenor heard
In the dusk, an even-flush,
From the forest's inner hush,
Of the simple hermit thrush.

What do poets want with love?
Flowers that shiver out of hand,
And the fervid fruits that prove
Only bitter broken sand?

Poets speak of passion best,
When their dreams are undistressed,
And the sweetest songs are sung,
E'er the inner heart is stung.
Let them dream; 'tis better so;
Ever dream, but never know.
If the their spirits once have drained
All that goblet crimson-stained,
Finding what they dreamed divine,
Only earthly sluggish wine,
Sooner will the warm lips pale,
And the flawless voices fail,
Sooner come the drooping wing,
And the afterdays that bring,
No such songs as did the spring.

 

 
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: archibald lampman, romenu |  Facebook |

16-11-14

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Remembrance Day

Your proclaimed mourning
your flag at half-mast your
solemn face your smart backward
step and salute at the flowered
foot of empty graves your
glorious words-none, nothing
will their spirit appease. Had they
the choice they would gladly
have worn for you the same
stricken face gladly flown
your droopéd flag spoken
your tremulous eulogy-and
been alive. . . . Admittedly you
suffered too. You lived wretchedly
on all manner of gross fare;
you were tethered to the nervous
precipice day and night; your
groomed hair lost gloss, your
smooth body roundedness.
Truly
you suffered much. But now
you have the choice of a dozen
ways to rehabilitate yourself.
 

Pick any one of them and soon
you will forget the fear
and hardship, the peril
on the edge of the chasm. . . . The
shops stock again a variety
of hair dyes, the lace and
the gold are coming back; so
you will regain lost mirth
and girth and forget. But when,
how soon, will they their death? Long,
long after you forget they turned
newcomers again before the hazards
and rigors of reincarnation, rude
clods once more who once had borne
the finest scarifications of the potter's
delicate hand now squashed back
into primeval mud, they will
remember. Therefore fear them! Fear

their malice your fallen kindred
wronged in death. Fear their blood feud;
tremble for the day of their
visit! Flee! Flee! Flee your
guilt palaces and cities! Flee
lest they come to ransack
your place and find you still
at home at the crossroad hour. Pray
that they return empty-handed
that day to nurse their red-hot
hatred for another long year. . . .
Your glorious words are not
for them nor your proliferation
in a dozen cities of the bronze
heroes of Idumota. . . . Flee! Seek
asylum in distant places till
a new generation of heroes rise
in phalanges behind their purified
child-priest to inaugurate
a season of atonement and rescue
from fingers calloused by heavy deeds
the tender rites of reconciliation

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

Hugo Dittberner, Birgitta Arens, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Frühlingslied

Es ist wahr, der Frühling ist da!
Das Rotkehlchen bläht die über-
mütige Brust, als gehöre der Garten
ihm. Die Kinder lassen die Mützen im
Schrank und wandern zu Abenteuern
im fernen Rebhuhn-Gesträuch. In den
Lüften streiten sich Krähen und
Baumfalken um günstige Hoch-
sitze. Und hier unten, in den Stuben,
das muß gesagt werden, öffnen die Herz-
kranken die Fenster und blasen ein
bißchen die Backen, die Fanfare,
vielleicht fürs allerletzte Jahr.
Ist es wahr, ist der Frühling
hier? Ein ländlicher Frühling, über den
klumpige Wolken dahinfliegen, sich auf-
lösen oder Wasser herablassen, ganz
nach Verdienst? Wer hofft, wäscht
die Fenster; wer im Mißmut nistet,
zieht die Gardinen beiseite und zeigt
sein Gesicht, das winterliche, damit es
die Nachbarn noch einmal fröstele.

 

 
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)

Lees meer...

Frits van der Meer

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Van der Meer volgde het Magister Alvinus-gymnasium in Sneek. Hij besloot in 1919 priester te worden en volgde de middelbare opleiding op het Aartsbisschoppelijk Kleinseminarie in Culemborg. Daarna studeerde hij tussen 1924 en 1928 aan het Groot-seminarie Rijsenburg en werd op 22 juli 1928 tot priester gewijd. In 1932 begon hij christelijke archeologie te studeren aan het Pontificio Istituto di Archeologia Cristiana in Rome. Hij promoveerde in 1934 op een iconografisch proefschrift over de representaties van de Apocalyps. In 1939 werd hij benoemd tot lector aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. In 1941 verscheen zijn Catechismus die in vele edities veel katholieke huisgezinnen zou bereiken. Hij werd in 1946 bijzonder hoogleraar christelijke archeologie en liturgie. Internationaal maakte hij naam met zijn studie naar Aurelius Augustinus, Augustinus de zielzorger uit (1947). In 1955 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar Schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, christelijke archeologie en iconografie. Hij stond bekend als een zeer enthousiast docent. Met de bestuurlijke kant van het hoogleraarschap hield hij zich niet bezig en hij bezocht ook vrijwel nooit congressen of symposia. Hij had een aansprekende en bevlogen stijl van schrijven, waaruit een sterk religieus besef sprak. Zijn Atlas van de Westerse beschaving (1951) en Atlas van de Oudchristelijke wereld (1958) zijn in diverse talen vertaald en worden internationaal nog steeds door zowel studenten als docenten veel gebruikt. Na zijn emeritaat in 1974 woonde hij in het Lentse klooster Huize St. Jozef bij de Zusters Franciscanessen van Waltbreitbach alwaar hij dagelijks de Mis opdroeg en werkte aan enkele iconen en publicaties. Van der Meer werd in 1950 gevraagd als lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1964 ontving hij de P.C. Hooft-prijs. In 1978 verscheen een herdruk van zijn rijkelijk geïllustreerde proefschrift uit 1938 gelijktijdig in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. Hij ontving in 1980 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen.

Uit:: Ten huize van…Prof. dr. Frits van der Meer (interview door Joos Florquin, 1975)

Men begint in zijn leven zo maar niet op zekere dag ikonen te schilderen. Men moet er toch wat van kennen, begaafd zijn.

Dat is een verhaal op zichzelf. Als kleine jongen al was ik bezeten door het tekenen. Aan de pianoles had ik een grondige hekel maar als ik kon tekenen, was ik echt gelukkig. Het is meer dan een keer gebeurd dat ik tijd en uur vergat en tot diep in de nacht bleef zitten doortekenen in het prieel in onze tuin, zelfs in november als het koud was. Opeens verscheen dan mijn vader met zo een ouderwetse lantaarn in de hand en zonder een woord te zeggen, gaf hij met zijn duim een duidelijk teken!
Dat tekenen was dus een echte passie maar toen ik priester ben geworden, heb ik het opgegeven en heb ik het meeste weggedaan. Wat ik aan tekeningen uit die tijd nog bezit, werd door anderen gered.
Nu heb ik een zuster die een jaar jonger is dan ik en die leeft nu apart in een kluis in Friesland. Ze behoort tot de orde van de Karmel. Die zuster heeft het ikonen tekenen geleerd van een Rus uit Parijs. Ze maakt er van alle soorten, grote en kleine, maar ze zijn alle verrukkelijk. Ze zijn ook erg gevraagd en ze verdient er aardig haar brood mee, wat het klooster ten goede komt en dat is nodig.
Zij is het, samen met de oude organist hier in huis, die er mij toe hebben gebracht me ook op het ikonen tekenen toe te leggen. Mijn zuster zei: je bent straks 70 en dan ben je geen hoogleraar meer en dan heb je wat anders te doen. Alhoewel ik in 40 jaar geen penseel meer heb aangeraakt, gaat het me wel enigszins van de hand. Je hebt er niet veel voor nodig: een tekenplank, wat aardverven, eierdooiers, water en penselen. Ik kan er mijn weg in vinden omdat ik de voorschriften van de ortodokse kerk goed ken. Daarbij gaf Martine mij een receptenboek.
Wat ik maak, zijn geen kopieën. Het is allemaal vrij uitgedacht. De personages hebben vaak het gezicht van iemand die ik ken. Zo heeft de H. Maagd op haar sterfbed het gezicht van mijn moeder.”

 

 
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
Hier links bij de uitreiking van de P. C. Hooftprijs in 1964

12:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frits van der meer, romenu |  Facebook |

15-11-14

Jan Terlouw, Wolf Biermann, Clemens J. Setz, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Heinz Piontek, Liane Dirks, Marianne Moore

 

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

Uit: Briefgeheim

“"Eva en Jackie hadden het grootste deel van de zaterdag samen doorgebracht. Dat was niets ongewoons. Ze waren bezig aan de laatste paar maanden van de basisschool, en al vanaf de eerste klas waren ze hartsvriendinnen. Ze woonden in dezelfde laan, niet meer dan een paar huizen van elkaar.
Verschillend waren ze overigens wel, die twee. Eva tenger, magere schouders en armen, een beetje bangig ook. Jackie hoog op de benen, een hardloopster van jewelste, altijd te vinden voor een geintje. Ze durfde ongeveer alles, en volgens Eva was ze mateloos brutaal. Verder had ze een broer, terwijl Eva van Zuilen enig kind was. Tja, die broer, Thomas Smit van Zevenbergen. Hij was elf, een jaar jonger dan zijn zusje, maar veel respect voor haar toonde hij niet. Hij verbeeldde zich dat hij veel sterker was dan zij, maar dat was niet bewezen. Als ze ruzie hadden won degene die het kwaadst was, en dat wisselde nogal eens
Thomas kon enorm goed gooien met stenen. Hij kon bijvoorbeeld de wijzerplaat van de kerktoren raken met een steen, en deed dat dan ook geregeld. De wijzers raken, dat was even iets moeilijker, dat lukte niet zo vaak. Het was een keer gebeurd dat ze om vijf over halfnegen langs de toren kwamen, terwijl de school al om half begon. Toen had Thomas zijn meesterworp gedaan. Met een driehoekige kei had hij het vijf vóór halfnegen gemaakt en daarna waren ze hard naar school gehold. ‘Schoolblijven,’ had de meester gezegd, maar Jackie had op de torenklok gewezen, die je vanuit het lokaal kon zien, en ze had gezegd dat het nog niet eens half was. En toen zei de meester dat de klok achterliep, maar goed, schoolblijven hoefde dan niet. Dat was een grote dag voor Thomas. Om elf uur zat hij nog te glunderen, of was het tien over elf?"

 

 
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

Lees meer...

Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Lucien Rebatet, Janus Secundus

 

De Poolse dichter en schrijver Antoni Słonimski werd geboren op 15 november 1895 in Warschau. Zie ook alle tags voor Antoni Sionimski op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

ELÉGIE POUR LES VILLAGES JUIFS

Ils n’existent plus, en Pologne, les villages juifs, non
A Hrubieszów, Karczew, Brody ou Falenica,
En vain tu cherches la lueur des bougies allumées
Et tends l’oreille vers le chant de la synagogue de bois.

Disparus les derniers vestiges, le saint-frusquin des juifs,
Recouvert de sable le sang, effacées toutes traces,
Les murs blanchis à la chaux, sur toutes leurs faces
Comme pour un grand jour ou après une épidémie.

Ici brille une lune pâle, étrangère et froide,
Dès la sortie de la ville, sur la chaussée,
quand la nuit déploie sa lumière,
Mes parents juifs, gens à l’âme poétique,
Ne retrouvent plus les deux lunes d’or de Chagall.

Les lunes voyagent déjà au-dessus d’une autre planète
Chassées par le sombre silence, d’elles plus une trace.
Ils ne sont plus les villages, où le cordonnier était poète,
L’horloger, philosophe, le barbier, troubadour.

Ils ne sont plus ces villages où les chants bibliques,
Poussés par le vent,
s’alliaient au chant polonais et à la tristesse slave,
Où les vieux juifs s’asseyaient à l’ombre du cerisier
Et pleuraient les saintes murailles de Jérusalem.

Ils ne sont plus ces villages, disparus comme des ombres
Et cette ombre s’étendra entre nos paroles
Jusqu’à ce qu’ils s’unissent fraternellement
et recommencent au début,
Deux peuples nourris de la même souffrance.

 

Vertaald door Catherine Fourcassié

 

 

 
Antoni Słonimski (15 november 1895 – 4 juli 1976)

Lees meer...

Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, Janus Secundus, José de Lizardi

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Zie ook alle tags voor Richmal Crompton op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2008.

Uit: More William

“For his grown-up sister Ethel he had bought a box of coloured chalks. That also might come in useful later. Funds now had been running low, but for his mother he had bought a small cream-jug which, after fierce bargaining, the man had let him have at half-price because it was cracked.
Singing "Christians Awake!" at the top of his lusty young voice, he went along the landing, putting his gifts outside the doors of his family, and pausing to yell "Happy Christmas" as he did so. From within he was greeted in each case by muffled groans.
He went downstairs into the hall, still singing. It was earlier than he thought—just five o'clock. The maids were not down yet. He switched on lights recklessly, and discovered that he was not the only person in the hall. His four-year-old cousin Jimmy was sitting on the bottom step in an attitude of despondency, holding an empty tin.
Jimmy's mother had influenza at home, and Jimmy and his small sister Barbara were in the happy position of spending Christmas with relations, but immune from parental or maternal interference.
"They've gotten out," said Jimmy, sadly. "I got 'em for presents yesterday, an' they've gotten out. I've been feeling for 'em in the dark, but I can't find 'em."
"What?" said William.
"Snails. Great big suge ones wiv great big suge shells. I put 'em in a tin for presents an' they've gotten out an' I've gotten no presents for nobody."
He relapsed into despondency.
William surveyed the hall.
"They've got out right enough!" he said, sternly. "They've got out right enough. Jus' look at our hall! Jus' look at our clothes! They've got out right enough."

 

 
Richmal Crompton (15 november 1890 – 11 januiri 1969)

Lees meer...

14-11-14

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, Peter Orner

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

The Mayberry Café

A high-finned squad car
welcomes your arrival
on the town square.

That booth in the corner
is all for you
& the girl on your arm.

If you want
meatloaf and gravy
it’s all yours, baby.

Ain’t nothin’ but
Elvis on the radio
& black & white on TV.

Whenever you come
back you are, once again,
King for a Day, oh yeah!

 

 

Prolog: Angel of Power and Protection
—Sculpture, Bridge to Vatican City, Rome—

What happens when the Angel
falls asleep after the mother
and father who held the baby
have to walk back into their lives

and the boy walks out into
the world and a servant
of God touches him wrong
when the parents aren’t looking?

By the time he is ready to
cross the bridge to Vatican City
his feet will not move forward
but turn in the opposite direction.

It is decades before he
can talk to the old God 
by finding his own sacred places
and a new language for praying.

 

 
Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

Lees meer...

AKO Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

 

AKO Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

Aan de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans is voor zijn boek "Oorlog en terpentijn" de AKO Literatuurprijs 2014 toegekend. Dat maakte juryvoorzitter Job Cohen gisteravond bekend in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De winnaar ontvangt een bedrag van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Uit: Oorlog en terpentijn

‘Meer dan dertig jaar heb ik de schriften, waarin hij zorgvuldig, in zijn weergaloze vooroorlogse handschrift, zijn herinneringen had neergeschreven, bewaard en gesloten gehouden; hij heeft ze me gegeven enkele maanden voor zijn dood in 1981. Hij was toen negentig jaar. Hij was geboren in 1891, zijn leven leek niet meer geweest te zijn dan het over elkaar heen springen van twee cijfers in een jaartal.
Tussen die twee jaartallen lagen twee oorlogen, rampzalige massaslachtingen, de meest hardvochtige eeuw uit de hele mensengeschiedenis, het ontstaan en de neergang van de moderne kunst, de wereldwijde expansie van de motorenindustrie, de Koude Oorlog, de opkomst en de neergang van grote ideologieën, de uitvinding van bakeliet, de popularisering van telefoon en saxofoon, de industrialisering, de filmindustrie, het plastic, de jazz, de vliegtuigindustrie, de landing op de maan, het uitsterven van talloze diersoorten, de eerste grote ecologische rampen, de ontwikkeling van penicilline en antibiotica, mei ’68, het eerste Rapport van de Club van Rome, de popmuziek, de uitvinding van de pil, de vrouwenemancipatie, de opkomst van de televisie, van de eerste computers – en zijn lange leven als vergeten oorlogsheld. Het is het leven dat hij mij vroeg te beschrijven door me die cahiers toe te vertrouwen. Een leven dat bijna een eeuw omspant en dat begon op een andere planeet. Een planeet van dorpen, veldwegen, paardenkoetsen, gaslampen, wasteilen, bidprentjes, oude wandkasten, een tijd waarin vrouwen bejaard waren op hun veertigste, een tijd van almachtige pastoors die naar sigaren en ongewassen ondergoed roken, van weerspannige burgermeisjes in nonnenkloosters, een tijd van grootseminaries, bisschoppelijke en keizerlijke verordeningen, een tijd die aan zijn lange doodstrijd begon toen de kleine groezelige Serviër Gavrilo Princip in 1914 met een niet eens zo welgemikt schot de schone illusie van het oude Europa aan flarden schoot en daarmee aanleiding gaf tot de catastrofe die ook hem, mijn kleine blauwogige grootvader zou treffen en zijn leven voorgoed zou beheersen.’

 

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

13-11-14

José Carlos Somoza, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson, Peter Härtling

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

« Like a thick mane of hair ruffled by a capricious wind, each strand waving independently, the humble crowd gradually dispersed, some leaving separately, others in groups, some in silence, others commenting on the horrifying event.
"It's true, Hemodorus, wolves abound on Lycabettus. I've heard that several peasants, too, have been attacked."
"And now this poor ephebe! We must discuss the matter at the Assembly."
A short, very fat man remained behind, standing by the corpse's feet, peering at it placidly, his stout, though neat, face impassive. He appeared to have fallen asleep. The departing crowd avoided him, passing without looking at him, as if he were a column or a rock. One of the soldiers went to him and tugged at his cloak.
"Return home, citizen. You heard our captain."
The man took little notice, and continued to stare at the corpse, stroking his neatly trimmed gray beard with thick fingers. The soldier, thinking he must be deaf, gave him a slight push and raised his voice. "Hey, I'm talking to you! Didn't you hear the captain? Go home!"
"I'm sorry," said the man, though actually appearing quite unconcerned by the soldier's command. "I'll be on my way."
"What are you looking at?"
The man blinked twice and raised his eyes from the corpse, which another soldier was now covering with a cloak. He said, "Nothing. I was thinking."
"Well, think in your bed."
"You're right," said the man, as if he had woken from a catnap. He glanced around and walked slowly away.
All the onlookers had gone by now, and Aschilos, in conversation with the captain, swiftly disappeared as soon as the opportunity arose. Even old Candaulus was crawling away, still racked with pain and whimpering, helped on his way by the soldiers' kicks, in search of a dark corner to spend the night in demented dreams. His long white mane seemed to come alive, flowing down his back, then rising in an untidy snowy cloud, a white plume in the wind. In the sky, above the precise outline of the Parthenon, Night lazily loosened her mane, cloud-decked and edged with silver, like a maiden slowly combing her hair.”

 

 
José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

Lees meer...

Frank Westerman

 

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Westerman groeide op in een Nederlands-hervormd gezin in Assen, als zoon van een NAM-ingenieur. Hij studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn afstudeeronderzoek verbleef hij in 1987 in Puno in het zuiden van Peru, waar hij de pre-Columbiaanse irrigatiemethoden van de Aymara in de Andes bestudeerde. In die tijd schreef hij zijn eerste journalistieke reportages. In 1992 werd Westerman correspondent voor de Volkskrant in Belgrado. Als verslaggever van NRC Handelsblad bezocht hij nadien diverse internationale brandhaarden. Samen met collega-journalist Bart Rijs wist hij als enige journalist door te dringen tot Srebrenica ten tijde van de val in 1995. Zij schreven daarover het boek “Het Zwartste Scenario” waarbij ze geheime VN-documenten en interviews met ooggetuigen gebruikten om de oorlogsjaren van Srebrenica te reconstrueren. Tussen 1997 en 2002 was Westerman correspondent voor het NRC Handelsblad in Moskou. Sinds 2002 woont en werkt Frank Westerman als fulltime schrijver in Amsterdam. In 2013 presenteerde hij wekelijks de serie Nederland in 7 overstromingen van de NTR op Nederland 2.

Uit: Ararat

“Turkije, dat een alliantie met Duitsland was aangegaan, werd in de rug aangevallen door het Rusland van de tsaar. De christelijke Armenen, onderdrukt door de islamitische landheren, zagen de orthodox-christelijke Russen als verlosser en sloten zich deels bij hen aan. In de ogen van de Turkse driemanschap [Enver, Talaat en Djamal] was de Armeense bevolking een vijfde colonne. Op 24 april 1915 lieten de militaire leiders zo’n achthonderd vooraanstaande Armenen ophangen op pleinen in Istanbul, op beschuldiging van het heulen met de vijand. Talaat Pasja, de minister van Binnenlandse Zaken, beval tegelijk ook de deportatie van alle Armenen uit eigen land. Het was in de zomer van 1915, tijdens gedwongen voetmarsen naar dump- en sterfplaatsen in de woestijnen van Syrië en Irak, onder ‘begeleiding’ van Koerdische roversbenden en onderbetaalde soldaten, dat honderdduizenden Armenen (of meer dan een miljoen?) stierven van honger, uitdroging en wanhoop.
De pas opgerichte Volkerenbond had willen ingrijpen, maar voor er actie was ondernomen, had de Sovjet-Unie het huidige Armeense grondgebied in 1920 ingelijfd, net zonder de Ararat.
‘Tsavut danem,’ zeiden de Armenen nog dagelijks tegen elkaar, bij wijze van groet. Het betekende: Laat mij je pijn dragen. Pas toen ik alweer vertrokken was uit Etsjmiadzin, was het tot me doorgedrongen dat de speerpunt die de zij van het Lam Gods had doorboord, voor Armenen als Hovannes een gewichtiger relikwie moest zijn dan het stukje arkhout.”

(…)

Alleen: tot dan toe had ik bij die benaming steeds het accent gelegd op het voorvoegsel ‘ark’. Die was onvindbaar, had vermoedelijk nooit bestaan en stond wat mij betreft voor iets onstoffelijks, een metafoor. Bleef over het achtervoegsel ‘zoekers’. Ik realiseerde me dat het broze wereldbeeld van de arkzoeker bestond bij de gratie van het niet-vinden, zijn doel diende aldoor net buiten bereik te blijven — dát hield hem op de been en gaf zijn leven richting. De arkzoeker ontleendde zijn eigenaardigheid niet aan de ark, maar aan het feit dat hij die zocht. En dat deed ik ook.”

 

 
Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank westerman, romenu |  Facebook |

12-11-14

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Juana Inés de la Cruz, Michael Ende

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

De naakte waarheid bezweren

                                                         I dreamed about you, baby.
                                                         It was just the other night.
                                                         Most of you was naked
                                                         Ah but some of you was light.

                                                         - Leonard Cohen -


halfnaakt lig je ik weet het ik zie het
je borsten je oksels je buikje met navel
je naakte glimlach je naakte blik

ik kan het dromen en doe dat ook vaak

eens was dat allemaal voor mij en mij alleen
het doet me niets het doet me niets meer

het verlangen hoe je keek als ik in je schoof het voldoeningszweet achteraf

geen idee wat deze dag brengen zal
de e-nummers zwieren in mijn yoghurtdrinkontbijt
deze ochtend koffiedik zingen een stalinorgelsymfonie

hij die ik niet ken hij is ook nog vreemd voor jou hij ligt naast je ik weet het
het zal niet lang meer duren of hij kruipt op je ik weet het hij niet ik

 

 
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)
Portret door Harriët Geertjes, 2007

Lees meer...