20-10-07

In memoriam Jan Wolkers


De Nederlandse schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers is vrijdagmorgen, 19 oktober 2007, om 1.30 uur, overleden. Hij was 81 jaar.

 

 

Uit: Terug naar Oegstgeest

 

“Toen ik een halfjaar was kreeg ik bronchitis. ‘De wieg schudde van het hoesten’, zei mijn moeder. ‘Je werd er angstig van. Het was net of er een oude man in lag te kuchen.’ Naast mijn wieg werd een koperen kroepketel gezet. Als hij aangestoken was en het water ging koken, werd de lange gebogen tuit door een spleet in de gordijnen naar binnen gestoken en stroomde de stoom mijn wieg in. Ik heb nu nog angstige dromen dat ik drijfnat van het zweet wakker word uit een tropisch oerwoud waar de verstikkende waterdamp door het dichte bladerdak wordt tegengehouden. En altijd krijsen er die waanzinnige vogels. ‘Je vader en ik waren al bang dat er iets niet in orde was met dat ding, want als het water hard kookte maakte hij een piepend geluid’, zei mijn moeder later. ‘Net of er iets in die tuit zat.’ Toen hij een paar keer gebruikt was spoot het soldeerlood met het hete water tegen mijn linkerslaap. Het was tot vlak bij mijn oog gekomen, dat maanden erna nog dichtzat en waarvan ze in het begin niet wisten of het blind was. Mijn ouders hebben mij verteld dat de apotheker die de ketel had verhuurd hem niet goed gerepareerd had. Dat hij na het ongeluk nog schadevergoeding heeft willen betalen. ‘Lichamelijk letsel toegebracht aan mijn kind, dat is met geld niet goed te maken’, moet mijn vader gezegd hebben. Maar kan het ook te wijten zijn geweest aan nalatigheid van mijn vader en moeder? Het blijft mij bezighouden, vooral omdat een buurvrouw mij verleden jaar zei toen ik haar er naar vroeg: ‘Dat zal ik nooit vergeten. Ik zie je moeder nog zo met jou in een dekentje de taxi ingaan. Later hoorde ik dat je op haar schoot zat en de theepot omgetrokken had.’ ‘De theepot. Was ik dan niet ziek?’, vroeg ik verwonderd. ‘Jij ziek’, zei ze lachend. ‘Je zag wel altijd lijkwit en je kuchte zo hard dat we het soms door de muren heen hoorden, maar je was zo gezond als een vis. Nee, je moeder heeft het mij zelf verteld, je trok de theepot om.’

 

 

Jan Wolkers 75

 

Al bijna losgezongen van zijn werk
Zijn boeken zweven ergens aan de top
Werd Wolkers een begrip, een handelsmerk.
De recensenten kregen lelijk klop.

 

Er groeide uit de pesterige vlerk
Een ideale vader, grijs van kop,
Zonder verraad aan Gorter en Jacques Perk,
Zonder vermindering van harteklop.

 

Vier zonen en een vrouw, het kan niet op,
En tóch liefst voor het zingen uit de kerk.
Zijn boeken schiep hij, leek het, met miljoenen.

 

Hij gaf ons lachend allemaal een schop.
Nu is ook Jan een man van vier seizoenen.
In winters laaien vuren extra sterk.

 

 

© Gerrit Komrij

 

 
wolkers
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

 

00:31 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, jan wolkers, romenu |  Facebook |

17-08-07

In memoriam Jos Brink


De Nederlandse cabaretier, musicalster en schrijver Jos Brink is vanmiddag overleden. Jos Brink werd op 19 juni 1942 in Heiloo geboren. Hij verwierf ook grote bekendheid als predikant, hoorspelacteur en tv-presentator. Als dichter denkt men niet zo gauw aan hem, maar hij schreef ook wel poëzie.  

MET DICHTE OGEN  

Als ik mijn ogen sluit zie ik dat jij er bent 
en met mijn ogen kan ik door je haren woelen
en met mijn ogen weer je lippen voelen
en alles wat ik heb verkend.
 
Ik zie je handen met mijn ogen dicht
en hoe je vingers zacht de mijne kusten
en in de bedding van mijn heupen rustten
en naast het mijne jouw gezicht.
 
Ik lees die  woorden. 'Dag'. 'Voorbij' en 'Uit'
staat bloedrood aan de binnenkant geschreven.
En God, waarom is het mij niet gegeven
dat ik echt mijn ogen sluit.  
 
 
Jos Brink
 
 

 

jos-brink
Jos Brink (19 juni 1942 – 17 augustus 2007)

 

 

20:01 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jos brink |  Facebook |

09-08-07

In memoriam Ulrich Plenzdorf


Vanmorgen is de Duitse schrijver en scenarist Ulrich Plenzdorf overleden. Ulrich Plenzdorf werd geboren op 26 oktober 1934 in de Berlijnse wijk Kreuzberg. in een overtuigd communistisch milieu en studeerde halfweg de vijftiger jaren wijsbegeerte aan het Franz-Mehring-Institut van Leipzig, een studie die hij evenwel niet voltooide. In plaats daarvan ging hij voor het theater werken, en na zijn legerdienst in 1958 en 1959 ging hij aan de hogeschool van Babelsberg film studeren; deze studie rondde hij in 1963 af. In de jaren zestig schreef Plenzdorf meerdere filmscenario's, waaronder het succesvolle Kennen Sie Urban? uit 1970, waarvoor hij twee prijzen ontving, waaronder de Heinrich-Mann-Preis. Zijn grote doorbraak kwam in 1972 met de klassieker Die neuen Leiden des jungen W., een werk dat het midden houdt tussen een toneelstuk en een roman. Dit is het werk waarmee Plenzdorf zowel in de DDR als in West-Duitsland bekendheid verwierf, en dat hem grote erkenning opleverde. Ook het filmscenario Die Legende von Paul und Paula was een succes; in 1978 won Plenzdorf de Ingeborg-Bachmann-Preis voor Kein runter, kein fern. Tijdens de tachtiger jaren fulmineerde hij in zijn theaterstukken tegen de wandaden van het stalinisme. Na de val van de Muur ging Plenzdorf dieper in op de gevolgen van de communistische erfenis en het totalitarisme, bijvoorbeeld in Das andere Leben des Herrn Kreins. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2006.

 

Uit:  Die Legende von Paul und Paula

 

 

Die Legende von Paul und Paula Darunter von einer Beat-Band gespielt und gesungen


Wenn ein Mensch kurze Zeit lebt
Sagt die Welt, daß er zu früh geht
Wenn ein Mensch lange Zeit lebt
Sagt die Welt, es ist Zeit, daß er geht.

Jegliches hat seine Zeit
Steine sammeln, Steine zerstreun
Bäume pflanzen, Bäume abhaun
Leben und Sterben und Friede und Streit.

Unsre Füße, sie laufen zum Tod
Er verschlingt uns und wischt sich das Maul
Unsre Liebe ist stark wie der Tod
Und er hat uns manch Übels getan.

Meine Freundin ist schön
Als ich aufstand, ist sie gegangen
Weckt sie nicht, bis sie sich regt
Ich hab mich in ihren Schatten gelegt.

 

 

 

 

 

Plenzdorf
Ulrich Plenzdorf (26 oktober 1934 – 9 augustus 2007)

 

 

03-06-07

In memoriam Wolfgang Hilbig


De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig is gisteren overleden. Hilbig werd geboren op 31 augustus 1941 in Meuselwitz, Thüringen. In de DDR bleven zijn eerste gedichten ongedrukt. Zijn eerste dichtbundel Abwesenheit (1979) vverscheen bij de S. Fischer Verlag in Frankfurt am Main.  Daarvoor zat hij enige tijd in onderzoekshechtenis en het leverde hem bovendien een geldboete op wegens „Devisenvergehens“. Eind jaren zeventig gaf Hilbig zijn werk als stoker op en werkte hij alleen nog maar als schrijver, onder staatstoezicht. Zijn prozabundel Unterm Neomond (1982) werd bij S. Fischer uitgegeven, een verzameling proza en gedichten, Stimme Stimme, verscheen in 1983 bij Reclam in Leipzig. In 1985 kreeg Hilbig een visum voor de BRD dat geldig was tot 1990. In 1989 verscheen zijn romandebuut Eine Übertragung, in 1993 gevolgd door Ich. Beide boeken werden door de kritiek zeer geprezen. Ook de verhalenbundels Die Arbeit an den Öfen (1994) en Die Kunde von den Bäumen (1996) werden goed ontvangen, evenals zijn derde roman Das Provisorium (2000). Thema’s in zijn werk zijn vaak het dubbelleven van arbeider en schrijver en de zoektocht naar individualiteit.

 

 

das ende der jugend

 

es kamen schwarze sommer bald und selten
rote sonnen – wolken waren gelbliches gewüchs
und lang vergeblich glaubte ich noch ich ertrügs
dächt ich mir heitre sommer über meine welten

 

und letztlich schwände dies mit den oktobern –
doch eines morgens war ein rauhreif in das laub gefressen
und ich erschrak vergaß mich – im vergessen
begann die kalte angst mich zu erobern

 

seitdem vergesse ich dem winter zu entkommen
versäum die pflicht die jeder tag mir auferlegt:
die sonnen die im sommer rot verglommen

 

zu bannen in mein wort für spätre zeiten –
schon ist die erde ganz von farben leergefegt
und schwärenhafte träume streifen in den weiten.

 

 

 

 

HILBIG
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

18:35 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam wolfgang hilbig |  Facebook |

12-04-07

In memoriam Kurt Vonnegut


In zijn woonplaats New York is woensdag, 11 april 2007,  de befaamde Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut overleden. De auteur van de bestseller Slaughterhouse-Five over de absurditeiten van oorlog, werd 84 jaar. Dat heeft The New York Times gemeld. Vonnegut overleed aan de gevolgen van ernstig hersenletsel. Hij liep dat op tijdens een val, enkele weken geleden. Zijn vrouw Jill Krementz maakte het overlijden bekend. De auteur schreef toneelstukken, essays en korte fictie maar werd vooral bekend om zijn romans die gerekend worden tot de klassieken van de tegencultuur van de jaren zestig en begin jaren zeventig. Naast Slaughterhouse-Five verwierf Vonnegut faam met boekens als Cat's Cradle, Breakfast of Champions en God Bless You, Mr. Rosewater.

Uit: Man Without a Country: A Memoir of Life in George W Bush's America

 

“For some reason, the most vocal Christians among us never mention the Beatitudes. But, often with tears in their eyes, they demand that the Ten Commandments be posted in public buildings. And of course that's Moses, not Jesus. I haven't heard one of them demand that the Sermon on the Mount, the Beatitudes, be posted anywhere.

"Blessed are the merciful" in a courtroom? "Blessed are the peacemakers" in the Pentagon? Give me a break!

It so happens that idealism enough for anyone is not made of perfumed pink clouds. It is the law! It is the US Constitution.

But I myself feel that our country, for whose Constitution I fought in a just war, might as well have been invaded by Martians and body snatchers. Sometimes I wish it had been. What has happened instead is that it was taken over by means of the sleaziest, low-comedy, Keystone Cops-style coup d'état imaginable.

I was once asked if I had any ideas for a really scary reality TV show. I have one reality show that would really make your hair stand on end: "C-Students from Yale".

George W Bush has gathered around him upper-crust C-students who know no history or geography, plus not-so-closeted white supremacists, aka Christians, and plus, most frighteningly, psychopathic personalities, or PPs, the medical term for smart, personable people who have no consciences.

To say somebody is a PP is to make a perfectly respectable diagnosis, like saying he or she has appendicitis or athlete's foot. The classic medical text on PPs is The Mask of Sanity by Dr Hervey Cleckley, a clinical professor of psychiatry at the Medical College of Georgia, published in 1941. Read it!

Some people are born deaf, some are born blind or whatever, and this book is about congenitally defective human beings of a sort that is making this whole country and many other parts of the planet go completely haywire nowadays. These were people born without consciences, and suddenly they are taking charge of everything.

PPs are presentable, they know full well the suffering their actions may cause others, but they do not care. They cannot care because they are nuts. They have a screw loose!

And what syndrome better describes so many executives at Enron and WorldCom and on and on, who have enriched themselves while ruining their employees and investors and country and who still feel as pure as the driven snow, no matter what anybody may say to or about them? And they are waging a war that is making billionaires out of millionaires, and trillionaires out of billionaires, and they own television, and they bankroll George Bush, and not because he's against gay marriage.

So many of these heartless PPs now hold big jobs in our federal government, as though they were leaders instead of sick. They have taken charge. They have taken charge of communications and the schools, so we might as well be Poland under occupation.”

 

 

Zie ook mijn blog van 11 november 2006

 

 

 

Vonnegut
Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)

 

 

10:30 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kurt vonnegut |  Facebook |

24-02-07

In Memoriam Lothar-Günther Buchheim


De Duitse schrijver, kunstschilder en kunstverzamelaar Lothar-Günther Buchheim werd geboren in Weimar op 6 februari 1918. Hij was de zoon van de schilderes Charlotte Buchheim, groeide op in Chemnitz en werd beschouwd als schilderend wonderkind. In 1935 had hij zijn eerste tentoonstelling. In 1938 maakte hij een kanotocht over de Donau, die resulteerde in zijn eerste boek. In 1939 en 1940 studeerde hij aan de kunstacademies te Dresden en München, daarna werd hij oorlogsverslaggever. Na 1945 begon Buchheim een galerie en een uitgeverij van kunstboeken. Hij gaf ook de Buchheim-Kunstkalender uit, die al snel een begrip werd. Buchheim is een specialist op het gebied van het expressionisme, schreef boeken over dit onderwerp, en verzamelde kunst van Duitse expressionisten. In 1968 begon hij weer te schilderen. In 1973 verscheen zijn roman Das Boot, gebaseerd op zijn belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog als oorlogsverslaggever aan boord van de onderzeeboot U-96. Het boek werd een enorm succes, mede door de verfilming in 1981 van Wolfgang Petersen; er werden miljoenen exemplaren van verkocht, en het is in 18 talen vertaald.

In de jaren tachtig maakte Buchheim diverse reizen, en werden zijn werken wereldwijd tentoongesteld. In 1995 ontstond het plan voor een museum waarin de collectie-Buchheim kon worden ondergebracht. In januari 1996 werd een wedstrijd uitgeschreven voor een ontwerp, en in 2001 is het Museum der Phantasie in Bernried (Beieren) geopend. Hij werd op 6 februari 1992, op zijn 74ste verjaardag, tot ereburger van de stad Chemnitz benoemd. Lothar-Günther Buchheim overleed afgelopen donderdag, 22 februari, op 89-jarige leeftijd.

 

Uit: Das Boot

 

"Niemand ist so nur auf sich gestellt wie der Kommandant des Unterseebootes. Er trägt allein die volle Last verantwortungsschwerer Entschlüsse. (...) Er führt die Getriebe der toten Materie, die vielfältigen Funktionen von Maschinen und Waffen zu einer einzigen Wirkung zusammen, während die Besatzung nichts vom Gegner sieht und nur gewissenhaft in ihrem Dienstbereich die Befehle des Kommandanten ausführt."

 

 

Buchheim
Lothar-Günther Buchheim
(6 februari 1918 - 22 februari 2007)

12-02-07

In memoriam Marianne Fredriksson


De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson is gisteren overleden. Zij werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Eerst werkte Fredriksson in Göteborg als journalist. Op haar tweeënveertigste raakte zij in een diepe depressie. Twee jaar psychoanalyse hielpen haar er langzaam weer bovenop. In die tijd ontdekte ze ook dat ze op een andere wijze dan alleen als journaliste kon schrijven. Het uitschrijven van een droom in het kader van de therapie luidde het begin van een tweede carrière in: als schrijfster. In 1980 kwam haar eerste boek uit, Evas bok (Eva's boek). Sindsdien werden haar boeken met miljoenen gedrukt in tal van talen.

In 1998 kreeg Fredriksson de Trouw Publieksprijs voor het Nederlandse Boek, voor de roman Anna, Hanna en Johanna.

 

Uit: Anna, Hanna en Johanna

 

“Anna begreep wel dat ze kindelijke verwachtingen had. Maar- het hielp niet, zodra ze -eraan toe gaf gleden haar gedachten weg: nog één keer echt contact en misschien een antwoord op een van de vragen waarvan ik nooit gelegenheid heb gehad ze te stellen. Maar- toen ze na ruim vijf uur de pakeerplaats van het verpleeghuis opreed, had ze geaccepteerd dat haar moeder haar ook deze keer niet zou herkennen. Toch moest ze de vragen stellen. Ik doe het voor mezelf, dacht ze. Voor mijn moeder maakt het niet uit waar ik over praat. Maar daarin had ze ongelijk. Johanna begreep de, woorden niet maar stond wel open voor haar dochters pijn en haar eigen machteloosheid. Ze wist niet meer- dat het haar taak was om het kind te troosten dat altijd al onmogelijke vragen had gesteld. Maar- dat verlangen bestond nog wel en ook het schuldgevoel over- haar ontoereikenheid. Ze wilde vluchten in de stilte, sloot haar- ogen. Het lukte niet,- haar- hart bonkte en achter haar oogleden was de duisternis rood en pijnlijk. Ze begon te huilen. Anna probeerde haar te troosten, stil maar, stil maar, droogde haar moeders tranen af en schaamde zich. Maar Johanna's vertwijfeling viel niet te stuiten.”

 

 

 

FREDRIKSON
Marianne Fredriksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)

 

 

31-01-07

In memoriam A. Moonen


Vorige week woensdag, 24 januari, overleed de schrijver A. Moonen in zijn woonplaats Rotterdam. Moonen noemde zich sinds zijn debuut Stadsgerechten (1978) nadrukkelijk A Punt Moonen. Deze autobiografische verhalenbundel zette de toon voor een oeuvre van zo’n tien boeken, de dichtbundel Gezagsvoerdersverzen (1988) en het toneelstuk De Huwelijksfuik (1997). Hij schreef regelmatig voor het Amsterdamse satirische studentenweekblad Propria Cures.

 

De NRC schreef naar aanleiding van zijn dood:

 

Moonen ontwikkelde een wonderlijk Nederlands zonder lidwoorden. In Naar Portugal staan gekke zinnen zoals: „Nou ben ik in deze buurt onderhand wel aan oerlelijke volwassenen gewend geraakt en bovendien is het met eigen voorkomen ook woekeren.”

Moonens zelfopgelegde eenzaamheid dreef hem naar de marge van de literatuur. Hij vereenzaamde. Na een tijd in Amsterdam te hebben gewoond keerde hij terug naar zijn geboortestad Rotterdam. Zijn jeugdjaren noemde hij ‘verkreukeld’.

 

 
moonen
A. Moonen  (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)

 

 

19:51 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: a moonen |  Facebook |

14-12-06

In memoriam Robert Long


Zanger en liedjesschrijver Robert Long is overleden.

 

Voor mijn vrienden

 

Als ik zelf zou mogen kiezen

Welk seizoen ik wil sterven

Zou ik zeggen, doet u mij de

Laatste maand van de herfst dan maar

 

Nee, niet deze herfst natuurlijk

Liefst voorlopig sowieso niet

Want er zijn nog zoveel plannen

Ik ben met het leven nog lang niet klaar

 

Maar stel dat het leven met mij bijna klaar is

Dan hoop ik maar dat het in 't najaar zal zijn

Ver voor kerst, oud en nieuw, al die

Middenstandsfeesten

En voor Sinterklaas - want ik haat marsepein

 

Aan het einde van de herfst

Is alles dood en afgestorven

Mooi moment om te verdwijnen

In de oude novembermist

 

Zonder heimwee of verlangen

Kijk ik vredig naar de kilte

En daarna sluit ik mijn ogen

Wat bloemen, wat woorden, daar gaat m'n kist

 

Maar stel dat het leven me nu al wil kisten

Dan hoop ik maar dat ik de winter niet haal

Dan maar geen nieuw tv-seizoen, geen interviews meer

Geen nieuwe cd, en nooit meer 10 Voor Taal

 

Kijk de winter gaf me altijd

Dat gevoel van hyacinten

En nog even en het leven

Is weer terug in mijn bloedsomloop

 

Dus als ik zou mogen kiezen

Wil ik sterven in het najaar

Zonder tranen of verlangen

Tevreden en zonder een sprankje hoop

 

Want hoop heb ik altijd gehad in mijn leven

Het geeft je weer moed, het verzacht en geneest

En als ik daar iets van heb door kunnen geven

Dan ben ik toch niet totaal zinloos geweest

 

Dus stel dat ik inderdaad sterf voor de winter

Niet al te dramatisch en zonder veel pijn

Dan hoop ik alleen nog dat jullie, mijn vrienden

Die laatste paar uren bij mij zullen zijn.

 

Robert Long 

 

 

Robert_Long_2
Robert Long (22 oktober 1943 – 13 december 2006)

 

 

20:10 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (1) | Tags: robert long |  Facebook |

27-11-06

In memoriam Cri Stellweg (alias Saartje Burgerhart)


Schrijfster en voormalig columniste Cri Stellweg is op 84-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Den Bosch. Zij schreef 25 jaar lang een tweewekelijkse column in de Volkskrant onder het pseudoniem Saartje Burgerhart. Stellweg begon haar carrière bij de socialistische krant Het Vrije Volk. Toen zij in 1961 overstapte naar de Volkskrant verzon toenmalig hoofdredacteur Joop Lücker de naam Saartje Burgerhart. Hij wilde voorkomen dat zijn katholieke dagblad te veel werd geassocieerd met een socialistische schrijfster. Stellweg was destijds de enige vrouwelijke columniste. In haar columns schreef Stellweg voornamelijk over het dagelijkse leven. Haar kleinkinderen speelden bijvoorbeeld geregeld een hoofdrol. Maar zij behandelde soms ook onderwerpen als de politiek, het milieu en kernwapens. Later wist Stellweg de aangename en minder aangename kanten van het ouder worden te beschrijven zonder sentimenteel te worden. In '87 verscheen, na meer dan 2500 stukjes, haar laatste Saartje. 'Alles was gezegd, ik ging mezelf herhalen'. Eén uitstapje maakte ze in al die jaren: in 1975 publiceerde ze een boek over haar aan longkanker overleden broer (die ze in de laatste fase van zijn ziekte bij haar thuis verzorgde), Deze aarde verlaten.
In 1996 verscheen haar 'weduwenboek' Een graf van letters, over vijftig jaar huwelijk en de dood van haar man Fred Kersten('Hendrik' in de columns), met wie ze voor Avenue de halve wereld heeft afgereisd.

 

Uit: Honderd jaar Koninklijk 's-Hertogenbosch Mannenkoor

“De ene buurman is de andere niet, de onze zingt. 
Niet dat wij buren daar persoonlijk veel van merken, want zwijgend scheert hij de heg, zonder noemenswaardig geluid beklimt hij 's-morgens zijn fiets en keert even geruisloos na gedane arbeid daarvan huiswaarts. 
Onze buurman zingt in een koor en uitsluitend daar. 
In het ongeveer veertig man tellende koor is hij een van de baritons.

Een avond in de week wordt verzameld op de bovenverdieping van een gemeenschapsgebouw. Als alle leden present zijn en nog een dame zich bij hen heeft gevoegd om het gezang op de piano te ondersteunen, stelt de dirigent zich op recht tegenover de nu in dubbele rij op stoeltjes gezeten zangers. 
Men begint met het inzingen, octaven worden beklommen van beneden naar boven en vice versa en heen-en-weer en op-en-neer en het gonst en het bromt en klinkt vredig en, welja........mooi.
Er wordt gerepeteerd voor een uitwisselingsconcert met de zingende broeders uit Leuven, België, op een muziekstuk van Franz Schubert.
"Schlaf du nicht" zingt de dirigent en priemt een gebiedende vinger in de rij mannen en gehoorzaam nemen zij het over, veertig stemmig. Sommige mannen trekken een klein spaarpotmondje, de buurman heeft zijn handen vroom op de partituur op zijn knieën gelegd.
"Schleichen wir uns wieder fort" zingt de dirigent en jawel hoor, de stemmen sluipen weg......leise.....leise.
Kort daarna is het pauze met koffie.

Een zingende buurman is in verschijning een man als iedere andere, een man in een houthakkershemd, losse trui en jeans. Maar als de buurman aantreedt voor een uitvoering in de concertzaal dan is hij onherkenbaar in de gesloten formatie van zangers die het podium opmarcheren. Als uit het zwart-witte blok van stram staande heren het geluid crescendo aanzwelt al naar gelang Schubert het beliefde, dan bekijk je zo'n buurman toch even anders. 
Want de heg scheren kunnen we allemaal, maar het "Ständchen" van Schubert zingen als lid van het honderdjarig Koninklijk 's-Hertogenbosch Mannenkoor, da's toch even andere koek.”

 

 

Stellweg
Cri Stellweg (1922 – 2006)

 

04-11-06

In memoriam William Styron


Op 1 november is de Amerikaanse schrijver William Styron overleden. Hij werd geboren in Newport News, Virginia, op 11 juni 1925 als zoon van een arbeider in de scheepsbouw. Hij debuteerde in 1951 met Lie Down in Darkness. In deze lyrisch geschreven roman over de reacties op de zelfmoord van een meisje, betoonde Styron zich een schrijver in de grote Zuidelijke traditie van William Faulkner, een hokje waaraan hij de rest van zijn carrière probeerde te ontsnappen. Hij vertrok naar New York en Parijs, maar boekte weinig succes met de boeken die hij daar schreef. Het succes kwam terug met een roman over een typisch Zuidelijk onderwerp: The Confessions of Nat Turner, het goed gedocumenteerde en gefictionaliseerde verslag van een slavenopstand uit 1831. Het boek verscheen in 1967, op het hoogtepunt van de Burgerrechtenbeweging, en leverde hem de Pulitzer Prize voor fictie op. Styron deed jarenlang onderzoek voor zijn volgende roman, die in 1979 onder de titel Sophie’s Choice zou verschijnen. Het is het verhaal van een jonge schrijver die in New York verliefd wordt op een Poolse vrouw die niet kan leven met de herinnering aan de dood van haar kinderen in Auschwitz. De kernscène van de roman, waarin de moeder bij een nazi-selectie moet kiezen tussen haar zoontje en haar dochtertje, staat gegrift in de collectieve herinnering – ook dankzij de verfilming uit 1984 met Meryl Streep in de hoofdrol. In 1990 deed Styron nog een keer van zich spreken, met het non-fictieboek Darkness Visible, over de depressie waarin hij raakte toen hij in 1985 afkickte van een alcoholverslaving. Het veel naar Dantes Inferno verwijzende verslag geldt als een van de eerlijkste en herkenbaarste ‘memoires van gekte’ (zoals de ondertitel luidde) van de afgelopen jaren. Het verloste Styron niet van zijn depressies; het enige dat hij nog publiceerde was een bundel met drie oude verhalen, A Tidewater Morning (1993).

 

 

Uit: Lie Down in Darkness (1951)

 

"It was obvious that he was not clicking, that he was lamely striving for a tender humorous effect - the reason for which he couldn't explain himself - and that he was failing completely. Along the line he had said something wrong. Harry was wearing an appreciative, courteous grin, but the smiles on the faces of Peyton and Helen - both of which he sensed, rather than saw, at the same time - seemed fastened on with paste, and concealed a tense and inner reproach."

 

Uit:  The Confessions of Nat Turner (1967)

Was it not fact, known even to the humblest yeoman farmer and white-trash squatter and vagabond, that there was something stupidly inert about these people, something abject and sluggish and emasculate that would forever prevent them from so dangerous, so bold and intrepid a course, as it had kept them in meek submission for two centuries and more?"

Uit:  Sophie's Choice (1979)

"Sophie ceased looking at the pictures - all became a blur - and her eyes sought instead the window flung open against the October sky where the evening star hung, astonishingly, as bright as a blob of crystal. An agitation in the air, a sudden thickening of the light around the planet, heralded the onset of smoke, borne earthward by the circulation of cool night wind. For the first time since the morning Sophie smelled, ineluctable as a smotherer's hand, the odor of burning human beings

 

 

 

 

WILLIAMSTYRON
William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

 

 

17:22 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: william styron |  Facebook |

05-10-06

In memoriam Oskar Pastior


De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior is gisteren, 4 oktober 2006, overleden.

Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Als Duitser werd hij al vroeg geconfronteerd met het probleem van het spreken van een minderheidstaal. Van 1945 tot 1949, na zijn middelbare school, werkte hij in Russische arbeidskampen in Oekraïne en in de Doblas. Na zijn terugkeer werkte hij o.a. als machineconstructeur en maakte hij houten doosjes.

Van 1955 tot 1960 studeerde hij Duits in Boekarest; nadien werkte hij als redacteur voor de Roemeense televisie. Sinds1969 leeft hij als schrijver in Berlijn. Hij kende veel succes, vooral na 1990, en kreeg een aantal onderscheidingen, bv. het eredoctoraat van de Lucian-Blaga-Universiteit Hermannstadt.

"Een methodische tovenaar van de taal" noemt de Duitse Akademie voor Taal en Literatuur de schrijver. Pastior staat bekend om zijn moeilijke dadaïstische lyriek en proza. Pas vanaf 1990 werd hij ontdekt. Hij schreef onder meer "Eine kleine Kunstmaschine" en "Jetzt kann man schreiben, was man will", en vertaalde ook de 33 sonnetten van Francesco Petrarca.

sie ißt den leiermann

wenn es sie nicht gäbe
wo es sie nicht gibt
weil sie es nicht gäbe
wenn es sie nicht gibt

nicht auf diese weise
weil es die nicht gibt
die es so nicht gäbe
und nicht anders gibt

weil wenn es sie gäbe
da es sie nicht gibt
es sie nur so gäbe
die es nicht so gibt

nicht auf diese weise
nicht in diesem sinn
wo es vieles gäbe
und es viel nicht gibt

weil sie dies nicht gäbe
weil es dies nicht gibt
weil es diese weise
nie auf diese gibt

 

 

Jetzt kann man schreiben was man will

das durchsichtige gedicht plaudert aus der schule es befindet sich auf einer INNENSEITE etwa des klassenfensters wird aber von AUSSEN unter umständen d h wenn es nicht schon beim schreiben spiegelverkehrt abgefaßt wurde ehestens beim lesen als PALINDROM empfunden so nämlich heißt das fenomen dieses fenomen ermöglicht es dem gedicht aus
der ELUSCH zu plaudern das ist nicht immer NÖSCH denn schon in der sechsten zeile macht das wort AHA alles wieder fraglich denn wie ist es konzipiert? verstehen sie AHA oder AHA? mit anderen worten haben es die lehrer oder die schüler geschrieben lesen es die lehrer oder lesen es die schüler lesen sie es in der klasse oder auf der straße wer liest wo wie? AHA oder AHA? oder ist alles noch palindromischer? war auf der INNENSEITE die absicht ein für die INNENSEITE spiegelgleiches AHA abzufassen nicht etwa mit dem zweck betrieben von AUSSEN zwar ein spiegelverkehrtes gleichwohl aber von der absicht der abfassung her spiegelgleiches die verkehrung von außen miteinbezweckendes und somit in der tat doppelt spiegelverkehrtes also logisch spiegelgleiches AHA abzufassen? der gedankengang läßt sich mit ähnlichen resultaten mehrfach durchspielen verliert aber an relevanz wenn man bei näherer betrachtung auf eine scheinbar vorgegebene symmetrie im AHA selber stößt die andererseits wieder die dinge noch viel verzwickter macht oder nicht? aber richtig brisant wird das gedicht erst in der achten zeile wo im wort REGEN die rassendiskriminierung und im wort BEIL faschistoide elemente im deutschen volkslied angesprochen werden oder nicht? fabelhaft vielschichtig in seiner schlichten pseudo-irreversibilität der schluß SUSE AM SEIL OH EINE MEISE AH EIN HASE

 

 

 

 

OSKARPastior
Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)

 

 

11:34 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (1) | Tags: oskar pastior |  Facebook |

Vorige 2 3 4 5 6 7 8 9 10