08-05-08

In Memoriam Willem Brakman



In memoriam Willem Brakman

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman is donderdag op vijfentachtig jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Querido laten weten. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007.

 

Uit: De reis van de douanier naar Bentheim

"Toen de douanier zich echter bukte merkte hij dat het zware tralieluik van het zwarte gat was weggeklapt en ernaast plat op de vloer lag. Dat was ongetwijfeld een heel karwei geweest, want de hoed was de parelgrijze erbij van het hoofd gevallen en lag daar nog van te getuigen in een schemerige streep schietgatlicht. De douanier schudde het hoofd om deze levensgevaarlijke toestand, hij legde de poot op de vloer en wilde het luik weer terugklappen, maar behalve dat het loodzwaar was zat het op de een of andere manier ook muurvast. Het zweet parelde de douanebeambte buiten dienst op het voorhoofd, maar hoe hij ook rukte en trok, meer beweging dan een paar knarsende centimeters kon hij niet voor elkaar brengen. Bezorgd krabbelde hij overeind en draafde de toren uit om te waarschuwen: kasteeltuin, folterkamer, ergens moest dat onmogelijke paar toch te vinden zijn. Maar dat viel tegen, alle trappen, portalen en binnenplaatsen waren luguber leeg, het enige geluid dat hij hoorde was de muziek van beneden uit het stadje. Met de bedoeling dan maar iedereen te waarschuwen dribbelde hij haastig richting feest en was de eerste lampionnen net gepasseerd toen een abnormale rauwe gil weerklonk. Iedereen keek omhoog naar de toren en naar de heer Van Kol die daar op de borstwering was verschenen. Jasje en vest had de leraar uitgedaan en in zijn witte overhemd en met zijn geheven armen zag hij er uit als een figuur uit een schilderij van Goya.

Ontsteld liep de douanier met de feestgangers mee om te zien wat er allemaal was gebeurd, maar hij koos om niet voortdurend te worden geduwd en aangestoten een zijpoortje en werd daar onverwacht tegengehouden door de parelgrijze.

‘Ze is in het gat geduveld,’ zei ik, ‘in één klap hasjewijne.’

‘Was dat nou nodig?’ riep de douanier verbolgen, ‘zo'n mooie, gevulde vrouw.’

‘Dat viel aardig tegen,’ zei ik, ‘van buiten bol, van binnen hol.’

‘De arme man,’ riep de douanier stampvoetend.

‘Denk toch eens aan dat hoofd,’ zei ik, ‘dat lijdende bekje, die man wil niet anders, heus, daar liggen zijn talenten. Héé, waar is mijn hoed?’

‘Die ligt naast het gat,’ zei de douanier, ‘en naast mijn paardepoot.’

‘Ach,’ zei ik glimlachend, ‘wat een aardige combinatie, hoe komt u overigens op een paardepoot?’

‘Ik denk door Lochem,’ zei de douanier, ‘Staring en al die dingen.’

‘Luister,’ zei ik.

Uit het kasteel, uit het stadje, ja voor mijn gevoel ook uit de lucht klonk een zacht stompend geluid: wom, wom, wom... bom, bom, bom... drom, drom, drom...

‘Ze weten toch niet dat ik hier ben?’ vroeg ik.

‘Ik denk het wel,’ zei de douanier en ja hoor, daar waren ze weer, ik ken ze, o ik ken ze die koppen. Even later was het weer zo ver: paardekopers, stamineebazen, kleine neringdoenden, natuurlijk weer een antiekhandelaar, de hele troep.

Daar ging ik: in mijn gat getrapt, aan mijn haren gerukt, om de oren geslagen, maar één moedige daad wil ik hier toch niet onvermeld laten, met uiterste krachtsinspanning draaide ik mijn hoofd om en schalde achter mij: ‘Heer tollenaar!... wij zien elkander weder!!..."

 

 

 

 

 

Brakman2
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

 

 

 

Zie ook voor de schrijvers van vandaag, 8 mei 2008, mijn vorige posting.

 

 

05-05-08

In Memoriam J.J. Voskuil



In Memoriam J.J. Voskuil

 

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil is op 1 mei op 81-jarige leeftijd in zijn woning in Amsterdam overleden. Dat werd vandaag bekend gemaakt.

 

Uit: Bij nader inzien

 

“De hemel was stralend blauw geworden. Het water schitterde. "Natuurlijk heeft hij gelijk," zei hij boos. "Waarom anders? Omdat ik gereformeerd ben soms?" Ze klemde haar kaken op elkaar en gaf een ruk aan zijn arm. "Omdat je niet wil!" zei ze, bijna zonder haar lippen van elkaar te doen. Hij haalde zijn schouders op. "En waarom wil ik niet? Omdat ik van zo'n meid moet kotsen?" Hij begon steeds harder en sneller te praten. "Omdat ik te geremd ben! En waarom ben ik te geremd? God weet het, maar ik ben het." "Zak!" zei ze vol minachting. "Grote zak!" "Godverdomme!" viel hij boos uit. "Je begrijpt er niets van." "Normaal vinden om met meiden naar bed te gaan, hè," ging ze verder, zonder naar hem te luisteren. "Natuurlijk is dat normaal," zei hij kwaad. "Wat denk je anders dat normaal is? Normaal is toch wat iedereen doet. Dacht je da er een primitieve idioot is die hier een woord van begrijpt." "Te geremd, hè." Ze lachte schamper. "Als er iemand abnormaal is, dan zijn wij dat," overstemde hij haar. "Maar dat bén ik dan ook. Ik heb alleen geen zin om me erop voor te staan. Daar gaat het om." "Als ze zich maar aanbieden," zei ze. Hij stond met een ruk stil, pakte haar bij de schouder en boog zich naar haar toe. "Nou moet jij eens goed luisteren," zei hij met zijn gezicht woedend bij het hare. "Als een meid zich aanbiedt, dan ben ik te geremd! Hoor je dat?" Ze kreeg iets angstigs in haar ogen en knipperde even, maar hield haar hoofd krampachtig op dezelfde plaats. "Te geremd! En dat denk ik omdat ik geremd ben! Begrijp je dat? Het is moeilijk, maar probeer het te volgen." Hij schudde haar heen en weer. "Dat is essentieel, weet je! Als ik niet geremd zou zijn, dan zou ik weer een heel ander zijn. Begrijp je? En aangezien ik geen ander ben, ben ik geremd! Duidelijk? En dat kan me helemaal niets schelen dat ik geremd ben, integendeel, maar ik verdom het dan om te doen of ik het eigenlijk wel kan, maar niet wil. Ik kan niet! Dus ik wil niet! Punt!" Hij greep naar zijn achterzak en haalde zijn sleutels te voorschijn. "En hier heb je mijn sleutels en daarmee ga je maar in je eentje wandelen. Ik zal wel zien wanneer ik kom." Hij wendde zich kwaad af, maar draaide zich onmiddellijk weer om. "Naar een meid!" zei hij kwaad en liep toen snel weg, linksaf de Magere Brug op, terwijl Nicolien zich resoluut omdraaide, zonder nog één keer om te kijken."

 

 

 

 

VOSKUIL
J. J. Voskuil (1 juli 1926 - 1 mei 2008)

 

 

 

Zie ook het In Memoriam in de krant Trouw van vandaag.

 

 

Zie ook voor de schrijvers van vandaag, 5 mei 2008,  mijn vorige posting

 

 

21-03-08

In Memoriam Ed Leeflang



 

In Memoriam Ed Leeflang

 

Afgelopen maandag 17 maart stierf in zijn woonplaats Amsterdam dichter en docent Nederlands Ed Leeflang. Het moment van overlijden heeft hijzelf verkozen; Leeflang was al geruime tijd ernstig ziek en hij had veel pijn. Leeflang heeft nog tot het laatst aan een nieuwe bundel poëzie gewerkt, maar helaas heeft hij die niet meer kunnen voltooien. Zijn laatste publicatie is de bibliofiele bundel Eenden op één nacht ijs (2000). Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

 

Waarom de wind zo boos is

Waarom de wind zo boos is
weet ook zij niet, evenmin

waarom de vaders weggaan

en de moeders weer zijn opgenomen.

 

Ze raapt veel op.

 

Ze zegt: dit is mijn lievelingsmuziek
en laat het horen.

 

Ze zingt dwars door de klas: waarom
is het hier nu zo druk,

ik praat mezelf een ongeluk

 

Ze moeten lachen.

 

Wie het bangste is
om weer naar huis te gaan

mag helpen opruimen;

dan valt de avond minder

plompverloren.

 

Al haar lesstof is geordend
om de vraag, op geen examen

ooit gesteld: hoe leer je ze

vergeten dat ze in verkeerde

plannen zijn geboren.

 

Het moorden kent zijn tijd,
na vieren, zijn plaats, op straat,

zijn doel, tweemaal per week

de ondergang van iemand die

ook kind is, maar in doodsnood

niet eens vlucht of bijt.

 

 

 

 

 

De vader van de baby Constantijn

 

De vader van de baby Constantijn, wat hem
voor ogen zweefde stuit en kalmeert mij niet.
Precieze dromen moet ik ’s nachts wel uit,
naar de keuken en ik wil dan nog een uur
op een bevriende stoel.

Niet de geringste engel zou er voor
hebben gevoeld verder te gaan
met haar broze, bedreigde lichaam.

Hij heeft veel te veel bedoeld.
Ik kom niet uit met zijn stoïsch verdriet
en niet met zijn troostrijke orde.

Hoe waar zijn die in zijn huis
trouwens geworden?

Want de moeder schreef het niet.

 

 

 

 

 

Hij stelt het elke dag geërgerd vast

 

Hij stelt het elke dag geërgerd vast;
zij zijn niet multicultureel geboren,

vormen geen symbiose maar een klas

Hij kent van hun thuislanden de folklore

en de Verlichting heeft hem achteraf verrast.

 

Wil hij het westen nog wel toebehoren,
want dat stelt boven vroomheid intellect;

nog  nooit heeft hij een kind verwekt,

deed hij het, liefst zou hij het

historieloos en statenloos een goede

wilde van de Randstad laten.

 

Een leerplan van toevalligheden
zou van de dagen leerstof moeten maken,

de koning der analfabeten zou bevelen

de maanstand, de eetbare planten,

de kunst van het sterven te weten.

 

 

 

 

leeflang
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

19-03-08

In Memoriam Hugo Claus




In Memoriam Hugo Claus

 

In het Middelheimziekenhuis in Antwerpen is vanmiddag Hugo Claus overleden. De Belgische schrijver-kunstenaar-filmer leed aan Alzheimer en heeft zelf het tijdstip van zijn dood gekozen, zo maakte zijn weduwe, Veerle Claus, bekend. Zie ook mijn blog van 5 april 2007.

 

Dichter

 

Herfst. Hoor. Geknetter. Hoor je dat zwaar geratel?

Het nadert in onze kleren, in onze haren.

Luizen van geluid. Wat is dit melaats geprevel?

Kind, het zijn de dichters buiten die klappertanden.

 

Hoe dichter de dichters bij hun sterven geraken

Des te grimmiger kermen zij naar de sterren.

In de ochtendmist waarin hun beelden smelten

Bevriezen de dichters in een herkenbaar colbert.

 

Hoor hoe koortsig zij hun naderend vergaan verklaren

Want hun laatste gereutel moet doorzichtig zijn,

Hun weduwen van lezers doen snikken.

 

‘O, ons ego was te duister!’ klagen zij.

‘Dat vroeg de tijd, polyinterpretabel als wij!’

En kijk, zij kruipen uit de windsels van hun ziel,

De mond vol kroket en gebed om genade

Voor hun prostaat, hun plagiaat.

 

Ei op sterven na ontdekken de dichters plots

De bedarende mirakels van goden, aforismen,

Aspirines, tederheden. Voor het eerst kan hun lief

Iets van haar lief met haar lippen lezen.

 

En voordat de dichters, loze winterappels

Door de plukkers als ondermaats versmaad

Uiteindelijk ook vallen in november

Willen zij voor eeuwig voor de buren verstaanbaar

Vallen. In melkboerentaal, als ooft natuurlijk beurs.

Zij blijven bitter luisteren naar het gefrommel

Van de krant die hun naam verkeerd blijft spellen

En zij vullen hun kruiswoordraadsels in

Vol anekdotes, angst en struikelende liefdes.

 

Maar te laat, te doof, worden de dichters gewaar

Dat wat duister en bot was in hun verzen

Niet lichter wordt door sleet, door de duur,

Maar dat het blijft bederven. Ondoorgrondelijk

Blijven hun huis, hun woord, de evenaar, het azuur.

Hun stuurse donkerte blijft gemeen als geld

En als de dood zo vluchtig.

 

‘Maar apropos, jij zelf? Ja, jij! Vereerde jij ook niet

De splitsing, de gisting eerder dan het monument?

Zocht jij ook niet in elk motet een epitaaf?

Wrong jij niet een embleem uit elk letsel?

Vond jij je geblutste ik niet in elk bord zwezerik?’

 

- ‘Jawel. Nog overeind droom ik van het letterlijke.

Zeker. Tot het einde toe die muizenissen, rozen,

Paradijzen, radijzen, voze gelijkenissen. Met

Tot op dit papier deze lijken van letters.’

 

Adieu schrijven de dichters een leven lang

En vergrijzend als lavendel in november

Blijven zij, gangreen en grap een raadsel,

Erbarmelijk bedelen om mededogen,

Zoals ik voor de sleet op mijn oren en ogen

Die jou beminden, beminnen.

 

 

 

 

Het Land (Egyptisch)

De wondere wagens der zon gaan onder,
Bereiken nog - de wind wordt lichter en dit gerstig land is
laag -
De vluchtelingen, gedoken in hun nood.

Nederknielende, sparende, biddende, buigende
Zijn zij steeds ongedeerd.
Hun spaden staan, hun spannen rijden.

Maar wacht, wacht. Als een schot in de twijgen
Waarin geofferd wordt, gesmeekt, gehunkerd,
Slaat het uur der huursoldaten.

Ietwat later - vloeit de beek? en de halmen, de zachte, buigen zij?
En de stemmen, sterven zij? - schrijven de laatste bevlekte
vingers
Letters en namen van kindermoordenaars.

Weerloos is de tijd, ongenadig de aarde.

In de straat van genade. De parkiet schreeuwde
De nacht lang. Wie weet wat de wezel riep?
De parkiet schreeuwde en vijf soldaten braakten.

In de straat van genade een uil en een rat.
De dieren wankelden in hun schonken, de rechter was verschrikt
Toen zijn bebloede dochter vluchtte over de vlammende weide.

In hun korenbed liggen de boeren. Gesloten is hun biddend oog.
Hun land kraakt.
Het water vloeit er niet meer binnen.

 

 

De moeder

 

Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.
Toen gij schreeuwde en uw vel beefde
Vatten mijn beenderen vuur.

(Mijn moeder, gevangen in haar vel,
Verandert naar de maat der jaren.

Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
Der jaren door mij aan te zien en mij
Haar blijde zoon te noemen.

Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts,
Haar gewrichtn waren jonge katten,

Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar
En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.

‘Je bent mij ontgroeid’, zegt ze traag mijn
Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
Als een vrouw zonder mond.)

Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur.
Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,
Ik was de genode maar de dodende gast.

En nu, mannelijk word ik u vreemd.
Ge ziet mij naar u komen, gij denkt: ‘Hij is
De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt
De honden in mij wakker.’

Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij
Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.
In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert
Niet naar mij terug, van u herstel ik niet.

 

 

 

 

 

hugo_claus
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van vandaag mijn vorige bericht.

 

 

28-02-08

In Memoriam Jan Eijkelboom


In Memoriam Jan Eijkelboom

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist  Jan Eijkelboom is vandaag overleden. Hij is 81 jaar geworden.

 

 

Er was die droom

 

Er was die droom. Ik kwam van 't veer,
liep halfbevreesd al op de Nieuwe Haven.
Opeens moest ik gaan hollen toen de pont
een kwaaie zwaan geworden was
die met een rode bek en zwarte ogen
aan eindeloze hals mij sissend achtervolgde.
Mijn jongensbenen konden die zware
angst bijna niet tillen. Traag rende
ik een lange smalle brug op, 't water over,
maar middenin ging net de klep omhoog.

 

Ook jij had eens die droom,
vertelde je me later.
Had ik hem jou verteld omdat je jonger was
en ik je bang wou maken?
Ik loop nu onbedreigd over dezelfde brug
en kan je niet meer vragen
of we die angst ooit samen deelden
of dat je 't toen je toch al stierf
weer was vergeten.

 

 

 

 
janEijkelboom
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

04-12-07

In memoriam Elisabeth Eybers


De Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers is op zaterdag, 1 december, overleden. Zij is 92 jaar geworden. Eybers verruilde Zuid-Afrika in 1961, na haar echtscheiding, voor Nederland. Ze nam ook de Nederlandse nationaliteit aan, maar ze schreef in het Afrikaans en in het Engels. De dood was geen onwelkome gast voor haar, schreef ze ruim twee jaar terug, nadat een zoon van haar was gestorven: ‘Noudat jy swyg is daar niks meer vir my om ooit nog te begeer buiten die tydstip waarop ek dieselfde stilte mag betrek. Elisabeth Françoise Eybers werd geboren in Klerksdorp, Transvaal,  op 16 februari 1915. Ze woonde als kind in een West-Transvaals dorp. Haar vader was daar Nederduits gereformeerd predikant en haar moeder was docente en hoofd van een middelbare meisjesschool. Eybers studeerde van 1932 tot 1936 moderne talen aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg. Zij ontving diverse onderscheidingen voor haar werk, in Nederland onder meer de PC Hooftprijs in 1991. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007.

 

 

 

Immigrant

 

Niks as my hande en voete het ek hier,
die res het met die oortog soek geraak:
die katswink hart, die prikkelbare klier,
wat moet mens bowendien met hulle maak?

 

Om wat verlore is te vergelyk
met die omringende, om klank en lig
te gryp sonder te luister of te kyk
het ek tog nog sintuie aan my gesig.

 

Ook aan my bors en buikruimte gewaar
ek dat daar vroeër wel iets anders was.
wie het geweet dat leegte ooit so swaar
sou word en onbelemmerdheid so ’n las?

 

 

 

 

Ouer word

 

'n Eindigheid sprei langsaam, ongevra,

'n stipter onderskeiding word van krag.

Wat ek verloor het suig my terug in drome,

hul nagtelike helende verwarring;

wat oorbly dwing my voorwaarts, stoot of dra

my onversetliker van dag tot dag

met afgepaste tydverdryf en werk.

Ek hul my heelheidshalwe in 'n huis

wat stuksgewyse toeslik tot 'n kluis.

 

Iets wat 'k onthou: eens was ek 'n beminde

kind, tintelend van hiernamaalse onkunde,

deur louter eindeloosheid ingeperk.

 

 

 

 

Uitsig op die kade

 

Nouliks vertolkbaar wat hulle my vertel,

spreeus, eksters, meeue, eende, kraaie, al

die ywerige dagloners van die wal,

die reier so afgetrokke opgestel.

 

Ek mis myself steeds minder. Ek bedoel:

as steeds meer buitedinge my gaan boei

dan sintels van inwendige gevoel

tintel dit of ek selfafstotend groei.

 

Vermindering neem waarneembaar toe. Ek hoop

om te voldoen aan omgekeerde bloei

en leeg genoeg te loop om vol te loop

met wat vanuit hierbuite binnevloei.

 

 

 

 

 

 

Elisabeth_Eybers
Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007
)

 

 

30-11-07

In memoriam August Willemsen


De Nederlandse vertaler en schrijver August Willemsen is gisteren overleden. Hij is 71 jaar oud geworden. Na zijn middelbare school in Amsterdam, ging Willemsen in dezelfde stad naar het conservatorium, richting piano. Dit bleek geen succes en op vrij late leeftijd startte hij een studie Portugees. Door zijn vertalingen van de Portugese dichter Fernando Pessoa raakte hij bekend als een vooraanstaand vertaler. In 1983 werden zijn vertalingen bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs. Willemsen maakte ook naam als schrijver. In 1985 publiceerde hij Braziliaanse Brieven over zijn verblijf in Brazilië. In 1986 ontving hij daar de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor. In 1991 verscheen De val, over zijn drankverslaving en zijn revalidatie na een ongeval en in 1994 De goddelijke kanarie, een lyrische geschiedenis van het Braziliaanse voetbal. Hij werkte aan een biografie van de tragische Braziliaanse stervoetballer Garrincha en aan een vertaling van het volledige werk van Pessoa. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006 en mijn blog van 16 juni 2007.

.

 

'Programma voor na mijn dood'

 

Wanneer ik, na mijn sterven, aankom in de andere wereld,
Zal ik eerst mijn vader en moeder willen kussen, mijn broers en zusjes, mijn opa en oma,
ooms en tantes, neefjes en nichtjes.
Daarna zal ik langdurig een paar vrienden omhelzen – Vasconcelos, Ovalle, Mário…
Ook zou ik graag de heilige Franciscus van Assisi ontmoeten.
Maar wie ben ik? Teveel eer.
Dit gedaan zijnd zal ik verzinken in de aanschouwing van God en zijn glorie,
Vergeten, voor altijd, alle heerlijkheden, pijnen en verbijsteringen
Van dit andere leven aan deze zijde van het graf.

 

 

 

 

Manuel Bandeira (vertaald door August Willemsen)

 

 

 

 

wilemsen
August Willemsen (16 juni 1936 - 29 november 2007)

 

 

29-11-07

In Memoriam Boeli van Leeuwen


De Curaçaose schrijver Willem Christiaan Jacobus (Boeli) van Leeuwen is woensdagavond (lokale tijd) op 85-jarige leeftijd overleden. Hij overleed na een kort ziekbed. Van Leeuwen werd op Curaçao geboren op 10 oktober 1922 en was een zoon van de voormalige gouverneur van het eiland. Hij debuteerde in 1959 met ‘De rots der struikeling', een roman die in 1960 in Nederland werd bekroond met de prestigieuze Vijverbergprijs, de huidige Bordewijkprijs. Van Leeuwen heeft diverse romans geschreven, waaronder ‘Het teken van Jona’ en de verhalenbundel ‘Geniale anarchie’. Op zijn 85ste verjaardag kreeg hij de bijzondere oeuvreprijs van het Nederlandse Fonds voor de Letteren. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2006.

 

 

Uit: Geniale Anarchie

 

“Miljoenen jaren geleden spoot een machtige fontein vanuit het binnenste der aarde dwars door de zeebodem gloeiende lava sissend omhoog en liet twee stukken diabaas achter, die daarna door microscopisch kleine koraaldiertjes aan elkaar zijn geborduurd. Duizend meter steil omhoogrijzend van de bodem van de oceaan, in de zee geboren en niet afgebrokkeld van het Zuidamerikaanse continent, geeft het eiland aan niemand een claim: in de tijd gezien zijn mens en dier hier gisteren aan komen drijven.
De Spanjaarden noemden het la Isla de los Gigantes en nadat alle bomen waren omgehakt en de indieros de reuzen hadden weggevoerd of doodgeknuppeld zodat er niets meer te stelen viel: la Isla Inútil. Corossol, curacan, corazón, curacao, wie kan vandaag de oorsprong van je naam nog vinden?
Maar terwijl de Spanjaard te gronde is gegaan aan het waanidee dat goud en zilver intrinsieke waarde hebben, is de Hollander hier zout komen halen om zijn haring te behoeden voor bederf. Amsterdam kreeg verlof van de Heren Negentien ‘tot bemachtiginge van het Eylandt Curaçao om te hebben een bequaeme plaetse, daar men sout mocht becomen’, weshalve ik Anno Domini 1989 op het eiland een verhaal voor u zit te schrijven...

 

 

 

 

 

VanLeeuwen
Boeli  van Leeuwen (10 oktober 1922 - 28 november 2007)

 

 

 

09-11-07

In Memoriam Aad Nuis


De Nederlandse dichter, criticus, socioloog en politicus Aad Nuis overleed gisteren, 8 november 2007, op 74-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007. 

 

Uit: Vrijgevochten en toch gebonden
Walschap in brieven

 

           “Hoofdschuddend bladerde mijn kennis de antiquaar in de delen Walschap op mijn werktafel. Het is vreemd, zei hij, maar daar is in Nederland geen vraag meer naar. Wel naar Streuvels, Timmermans, Boon ook, maar niet naar Walschap. Terwijl het toch zulke mooie boeken zijn.

Nu is het in het algemeen niet verstandig, veel aandacht te besteden aan de dagkoersen van schrijverspopulariteit. Zolang een schrijver toegewijde lezers heeft, ook al zijn het er weinig, dan raakt hij niet vergeten en kan de aandacht altijd weer opvlammen. Dat geldt zeker voor Walschap. Zijn vertellende stem en zijn memorabele personages zijn nog steeds overtuigend genoeg om nieuwe lezers te strikken als ze eenmaal in het net van zijn verbeelding terecht zijn gekomen. Maar óf ze daar in groten getale terechtkomen, hangt van vluchtiger omstandigheden af. Daarvoor moet een schrijver, op welke manier ook, een beetje in het nieuws zijn.

Walschap is zijn leven lang uitbundig in het nieuws geweest. Meer dan hem lief was. Maar dat was vooral in Vlaanderen. In Nederland werd hij met belangstelling gevolgd in de jaren voor de oorlog; daarna viel die belangstelling grotendeels weg. Naast zijn generatiegenoten Elsschot en Gijsen en de jongeren Boon en Claus leek voor hem geen plaats meer in de algemene Nederlandse aandacht.

Vanwaar die plotselinge breuk? De dood van een aantal Nederlandse vrienden en wegbereiders, in de eerste plaats zijn uitgever Doeke Zijlstra, maar ook Ter Braak, Du Perron en Marsman had er zeker iets mee te maken, evenals de omstandigheid dat de Nederlandse vriend die hij het meest bewonderde, Victor E. van Vriesland, zich na 1945 tegen hem keerde vanwege Walschaps houding in de oorlog; een conflict dat achteraf als een bijna onvermijdelijk misverstand kan worden beschouwd, maar dat ertoe moet hebben bijgedragen dat Walschap als het ware met zijn rug naar het noorden kwam te staan. Hij bleef verwikkeld in allerlei stormen en stormpjes, maar die betroffen vrijwel steeds de Vlaamse politieke en literaire actualiteit, niet de Nederlandse.

In zekere zin geldt dit ook voor het grote thema dat de eerste helft van zijn schrijversleven beheerste, maar dat thema was een lokale variant van een verhaal dat van alle tijden en veel plaatsen is. Het verhaal van de oprechte deserteur, die moeizaam op weg gaat uit een gesloten levensbeschouwelijk en sociaal systeem met universele pretentie, begint als voorvechter en geestdriftig hervormer van dat systeem, voortgaat in groeiende twijfel, dubbelzinnigheid en isolement, tot hij onvoorwaardelijk en strijdbaar toetreedt tot het kamp van de voormalige tegenstander. De vorm waarin dit gegeven bij Walschap aan de orde komt, heeft uiteraard alles te maken met het overheersende Vlaamse katholicisme van de eerste helft van deze eeuw, versus de eveneens historisch bepaalde verschijningsvormen van wat in Vlaanderen nog steeds vrijzinnigheid heet.”

 

 

   

   

Nuis2
Aad Nuis (18 juli 1933 – 8 november 2007)

 

 

20-10-07

In memoriam Jan Wolkers


De Nederlandse schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers is vrijdagmorgen, 19 oktober 2007, om 1.30 uur, overleden. Hij was 81 jaar.

 

 

Uit: Terug naar Oegstgeest

 

“Toen ik een halfjaar was kreeg ik bronchitis. ‘De wieg schudde van het hoesten’, zei mijn moeder. ‘Je werd er angstig van. Het was net of er een oude man in lag te kuchen.’ Naast mijn wieg werd een koperen kroepketel gezet. Als hij aangestoken was en het water ging koken, werd de lange gebogen tuit door een spleet in de gordijnen naar binnen gestoken en stroomde de stoom mijn wieg in. Ik heb nu nog angstige dromen dat ik drijfnat van het zweet wakker word uit een tropisch oerwoud waar de verstikkende waterdamp door het dichte bladerdak wordt tegengehouden. En altijd krijsen er die waanzinnige vogels. ‘Je vader en ik waren al bang dat er iets niet in orde was met dat ding, want als het water hard kookte maakte hij een piepend geluid’, zei mijn moeder later. ‘Net of er iets in die tuit zat.’ Toen hij een paar keer gebruikt was spoot het soldeerlood met het hete water tegen mijn linkerslaap. Het was tot vlak bij mijn oog gekomen, dat maanden erna nog dichtzat en waarvan ze in het begin niet wisten of het blind was. Mijn ouders hebben mij verteld dat de apotheker die de ketel had verhuurd hem niet goed gerepareerd had. Dat hij na het ongeluk nog schadevergoeding heeft willen betalen. ‘Lichamelijk letsel toegebracht aan mijn kind, dat is met geld niet goed te maken’, moet mijn vader gezegd hebben. Maar kan het ook te wijten zijn geweest aan nalatigheid van mijn vader en moeder? Het blijft mij bezighouden, vooral omdat een buurvrouw mij verleden jaar zei toen ik haar er naar vroeg: ‘Dat zal ik nooit vergeten. Ik zie je moeder nog zo met jou in een dekentje de taxi ingaan. Later hoorde ik dat je op haar schoot zat en de theepot omgetrokken had.’ ‘De theepot. Was ik dan niet ziek?’, vroeg ik verwonderd. ‘Jij ziek’, zei ze lachend. ‘Je zag wel altijd lijkwit en je kuchte zo hard dat we het soms door de muren heen hoorden, maar je was zo gezond als een vis. Nee, je moeder heeft het mij zelf verteld, je trok de theepot om.’

 

 

Jan Wolkers 75

 

Al bijna losgezongen van zijn werk
Zijn boeken zweven ergens aan de top
Werd Wolkers een begrip, een handelsmerk.
De recensenten kregen lelijk klop.

 

Er groeide uit de pesterige vlerk
Een ideale vader, grijs van kop,
Zonder verraad aan Gorter en Jacques Perk,
Zonder vermindering van harteklop.

 

Vier zonen en een vrouw, het kan niet op,
En tóch liefst voor het zingen uit de kerk.
Zijn boeken schiep hij, leek het, met miljoenen.

 

Hij gaf ons lachend allemaal een schop.
Nu is ook Jan een man van vier seizoenen.
In winters laaien vuren extra sterk.

 

 

© Gerrit Komrij

 

 
wolkers
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

 

00:31 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, jan wolkers, romenu |  Facebook |

17-08-07

In memoriam Jos Brink


De Nederlandse cabaretier, musicalster en schrijver Jos Brink is vanmiddag overleden. Jos Brink werd op 19 juni 1942 in Heiloo geboren. Hij verwierf ook grote bekendheid als predikant, hoorspelacteur en tv-presentator. Als dichter denkt men niet zo gauw aan hem, maar hij schreef ook wel poëzie.  

MET DICHTE OGEN  

Als ik mijn ogen sluit zie ik dat jij er bent 
en met mijn ogen kan ik door je haren woelen
en met mijn ogen weer je lippen voelen
en alles wat ik heb verkend.
 
Ik zie je handen met mijn ogen dicht
en hoe je vingers zacht de mijne kusten
en in de bedding van mijn heupen rustten
en naast het mijne jouw gezicht.
 
Ik lees die  woorden. 'Dag'. 'Voorbij' en 'Uit'
staat bloedrood aan de binnenkant geschreven.
En God, waarom is het mij niet gegeven
dat ik echt mijn ogen sluit.  
 
 
Jos Brink
 
 

 

jos-brink
Jos Brink (19 juni 1942 – 17 augustus 2007)

 

 

20:01 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jos brink |  Facebook |

09-08-07

In memoriam Ulrich Plenzdorf


Vanmorgen is de Duitse schrijver en scenarist Ulrich Plenzdorf overleden. Ulrich Plenzdorf werd geboren op 26 oktober 1934 in de Berlijnse wijk Kreuzberg. in een overtuigd communistisch milieu en studeerde halfweg de vijftiger jaren wijsbegeerte aan het Franz-Mehring-Institut van Leipzig, een studie die hij evenwel niet voltooide. In plaats daarvan ging hij voor het theater werken, en na zijn legerdienst in 1958 en 1959 ging hij aan de hogeschool van Babelsberg film studeren; deze studie rondde hij in 1963 af. In de jaren zestig schreef Plenzdorf meerdere filmscenario's, waaronder het succesvolle Kennen Sie Urban? uit 1970, waarvoor hij twee prijzen ontving, waaronder de Heinrich-Mann-Preis. Zijn grote doorbraak kwam in 1972 met de klassieker Die neuen Leiden des jungen W., een werk dat het midden houdt tussen een toneelstuk en een roman. Dit is het werk waarmee Plenzdorf zowel in de DDR als in West-Duitsland bekendheid verwierf, en dat hem grote erkenning opleverde. Ook het filmscenario Die Legende von Paul und Paula was een succes; in 1978 won Plenzdorf de Ingeborg-Bachmann-Preis voor Kein runter, kein fern. Tijdens de tachtiger jaren fulmineerde hij in zijn theaterstukken tegen de wandaden van het stalinisme. Na de val van de Muur ging Plenzdorf dieper in op de gevolgen van de communistische erfenis en het totalitarisme, bijvoorbeeld in Das andere Leben des Herrn Kreins. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2006.

 

Uit:  Die Legende von Paul und Paula

 

 

Die Legende von Paul und Paula Darunter von einer Beat-Band gespielt und gesungen


Wenn ein Mensch kurze Zeit lebt
Sagt die Welt, daß er zu früh geht
Wenn ein Mensch lange Zeit lebt
Sagt die Welt, es ist Zeit, daß er geht.

Jegliches hat seine Zeit
Steine sammeln, Steine zerstreun
Bäume pflanzen, Bäume abhaun
Leben und Sterben und Friede und Streit.

Unsre Füße, sie laufen zum Tod
Er verschlingt uns und wischt sich das Maul
Unsre Liebe ist stark wie der Tod
Und er hat uns manch Übels getan.

Meine Freundin ist schön
Als ich aufstand, ist sie gegangen
Weckt sie nicht, bis sie sich regt
Ich hab mich in ihren Schatten gelegt.

 

 

 

 

 

Plenzdorf
Ulrich Plenzdorf (26 oktober 1934 – 9 augustus 2007)

 

 

03-06-07

In memoriam Wolfgang Hilbig


De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig is gisteren overleden. Hilbig werd geboren op 31 augustus 1941 in Meuselwitz, Thüringen. In de DDR bleven zijn eerste gedichten ongedrukt. Zijn eerste dichtbundel Abwesenheit (1979) vverscheen bij de S. Fischer Verlag in Frankfurt am Main.  Daarvoor zat hij enige tijd in onderzoekshechtenis en het leverde hem bovendien een geldboete op wegens „Devisenvergehens“. Eind jaren zeventig gaf Hilbig zijn werk als stoker op en werkte hij alleen nog maar als schrijver, onder staatstoezicht. Zijn prozabundel Unterm Neomond (1982) werd bij S. Fischer uitgegeven, een verzameling proza en gedichten, Stimme Stimme, verscheen in 1983 bij Reclam in Leipzig. In 1985 kreeg Hilbig een visum voor de BRD dat geldig was tot 1990. In 1989 verscheen zijn romandebuut Eine Übertragung, in 1993 gevolgd door Ich. Beide boeken werden door de kritiek zeer geprezen. Ook de verhalenbundels Die Arbeit an den Öfen (1994) en Die Kunde von den Bäumen (1996) werden goed ontvangen, evenals zijn derde roman Das Provisorium (2000). Thema’s in zijn werk zijn vaak het dubbelleven van arbeider en schrijver en de zoektocht naar individualiteit.

 

 

das ende der jugend

 

es kamen schwarze sommer bald und selten
rote sonnen – wolken waren gelbliches gewüchs
und lang vergeblich glaubte ich noch ich ertrügs
dächt ich mir heitre sommer über meine welten

 

und letztlich schwände dies mit den oktobern –
doch eines morgens war ein rauhreif in das laub gefressen
und ich erschrak vergaß mich – im vergessen
begann die kalte angst mich zu erobern

 

seitdem vergesse ich dem winter zu entkommen
versäum die pflicht die jeder tag mir auferlegt:
die sonnen die im sommer rot verglommen

 

zu bannen in mein wort für spätre zeiten –
schon ist die erde ganz von farben leergefegt
und schwärenhafte träume streifen in den weiten.

 

 

 

 

HILBIG
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

18:35 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam wolfgang hilbig |  Facebook |

12-04-07

In memoriam Kurt Vonnegut


In zijn woonplaats New York is woensdag, 11 april 2007,  de befaamde Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut overleden. De auteur van de bestseller Slaughterhouse-Five over de absurditeiten van oorlog, werd 84 jaar. Dat heeft The New York Times gemeld. Vonnegut overleed aan de gevolgen van ernstig hersenletsel. Hij liep dat op tijdens een val, enkele weken geleden. Zijn vrouw Jill Krementz maakte het overlijden bekend. De auteur schreef toneelstukken, essays en korte fictie maar werd vooral bekend om zijn romans die gerekend worden tot de klassieken van de tegencultuur van de jaren zestig en begin jaren zeventig. Naast Slaughterhouse-Five verwierf Vonnegut faam met boekens als Cat's Cradle, Breakfast of Champions en God Bless You, Mr. Rosewater.

Uit: Man Without a Country: A Memoir of Life in George W Bush's America

 

“For some reason, the most vocal Christians among us never mention the Beatitudes. But, often with tears in their eyes, they demand that the Ten Commandments be posted in public buildings. And of course that's Moses, not Jesus. I haven't heard one of them demand that the Sermon on the Mount, the Beatitudes, be posted anywhere.

"Blessed are the merciful" in a courtroom? "Blessed are the peacemakers" in the Pentagon? Give me a break!

It so happens that idealism enough for anyone is not made of perfumed pink clouds. It is the law! It is the US Constitution.

But I myself feel that our country, for whose Constitution I fought in a just war, might as well have been invaded by Martians and body snatchers. Sometimes I wish it had been. What has happened instead is that it was taken over by means of the sleaziest, low-comedy, Keystone Cops-style coup d'état imaginable.

I was once asked if I had any ideas for a really scary reality TV show. I have one reality show that would really make your hair stand on end: "C-Students from Yale".

George W Bush has gathered around him upper-crust C-students who know no history or geography, plus not-so-closeted white supremacists, aka Christians, and plus, most frighteningly, psychopathic personalities, or PPs, the medical term for smart, personable people who have no consciences.

To say somebody is a PP is to make a perfectly respectable diagnosis, like saying he or she has appendicitis or athlete's foot. The classic medical text on PPs is The Mask of Sanity by Dr Hervey Cleckley, a clinical professor of psychiatry at the Medical College of Georgia, published in 1941. Read it!

Some people are born deaf, some are born blind or whatever, and this book is about congenitally defective human beings of a sort that is making this whole country and many other parts of the planet go completely haywire nowadays. These were people born without consciences, and suddenly they are taking charge of everything.

PPs are presentable, they know full well the suffering their actions may cause others, but they do not care. They cannot care because they are nuts. They have a screw loose!

And what syndrome better describes so many executives at Enron and WorldCom and on and on, who have enriched themselves while ruining their employees and investors and country and who still feel as pure as the driven snow, no matter what anybody may say to or about them? And they are waging a war that is making billionaires out of millionaires, and trillionaires out of billionaires, and they own television, and they bankroll George Bush, and not because he's against gay marriage.

So many of these heartless PPs now hold big jobs in our federal government, as though they were leaders instead of sick. They have taken charge. They have taken charge of communications and the schools, so we might as well be Poland under occupation.”

 

 

Zie ook mijn blog van 11 november 2006

 

 

 

Vonnegut
Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)

 

 

10:30 Gepost door Romenu in In Memoriam | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kurt vonnegut |  Facebook |