10-04-09

In Memoriam Elfriede Gerstl



In Memoriam Elfriede Gerstl

 

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en essayiste Elfriede Gerstl is op donderdag 9 april na een lang ziekbed gestorven. Ze was 76 jaar. Gerstl had talrijke literatuurprijzen op haar naam staan, zoals de Theodor Körner Preis en de Ben Witter Preis. Zie ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

 

ich schreibe also ... was ...

 

1.
schreiben ersetzt ersehntes sprechen?
verstanden werden wollen
was für ein wahnsinn
als ob der wind lesen könnte
na ja schreiben in ehren
schreiben ist der beste koch
das schreiben kommt
das schreiben geht
ich schreibe ... also bin ich?

 

 

2.
versteh ich denn was ich da sag
& bin ich der hüter meiner gedanken
& wie und wann gehören sie mir
in buchform eh klar - habs nicht
so gemeint -
& und wenn mir einer zufliegt
wie die birne vom baum
was dann

 

 

 

 

 

 

 

gerstl
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

 

07-03-09

In Memoriam Patricia De Martelaere



In Memoriam Patricia De Martelaere

 

 

De Vlaamse schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere is woensdag 4 maart op 51-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Patricia De Martelaere werd geboren op 16 april 1957 in Zottegem. Zij was verbonden als hoogleraar aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Naast romans publiceerde ze een viertal essaybundels over filosofische, literaire en psychologische onderwerpen. In 2002 debuteerde ze als dichter met de bundel Niets dat zegt. Ze werd bekroond met de Belgische Staatsprijs voor Literatuur, werd drie keer genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en kreeg de publieksprijs Gouden Uil. Zie ook mijn blog van 16 april 2008.

 

Uit: Nachtboek van een slapeloze

 

Woensdag 8 juni 1983, 02.00 uur
Mijn borstkas is zo leeg en hol als een tomaat op een feestdis waar je vergeten bent de garnalen in te doen (en anderzijds, mijn hoofd, barstensvol, wriemelend, alsof dáár de garnalen zaten, halfdood, spartelend van dierlijk, dodelijk onbehagen).
Ik voel mij de hele dag alsof er de dag daarvoor iets is gebeurd dat nu bij alles wat ik doe als koffiedik onderaan mijn gedachten ligt. Iemand of iets werd mij ontnomen, en ik mag er niet aan denken, ik moet het zo snel mogelijk proberen te vergeten, zó voel ik mij de hele dag – maar eigenlijk is er helemaals niets gebeurd, er is niets waaraan ik niet mag denken, en dat is telkens weer een vreemde, bijna ontgoochelende ontdekking: dat ik me voel als een minnaar die treurt om het verlies van zijn geliefde, terwijl ik bij mijn weten nooit een geliefde heb gehad, laat staan verloren.”

 

 

 

 
demartelaere1
Patricia De Martelaere
(16 april 1957 - 4 maart 2009)

 

28-01-09

In Memoriam John Updike



In Memoriam John Updike

 

 

De Amerikaanse schrijver John Updike is gisteren op 76-jarige leeftijd overleden. Updike, die bijna vijftig romans en evenzovele bundels met essays, gedichten en korte verhalen schreef, overleed aan longkanker in zijn woonplaats Beverly Farms, Massachusetts. Hij won vele grote Amerikaanse prijzen, waaronder twee Pulitzers, voor Rabbit Is Rich en Rabbit at Rest, en twee National Book Awards.

Zie ook mijn blog van 18 maart 2008 en  mijn blog van 18 maart 2007.

 

Uit: The Widows of Eastwick

 

“It was in bed she first felt his death coming. His erections began to wilt just as she might have come if he had held on; instead, in his body upon hers, there was a palpable loosening in the knit of his sinews. There had been a challenging nicety in the taut way Jim dressed himself—pointy vanilla-colored boots, butt-hugging jeans with rivet-bordered pockets, and crisp checked shirts double-buttoned at the cuff. Once a dandy of his type, he began to wear the same shirt two and even three days in a row. His jaw showed shadows of white whisker underneath, from careless shaving or troubled eyesight. When the ominous blood counts began to arrive from the hospital, and the shadows in the X-rays were visible to even her untrained eyes, he greeted the news with stoic lassitude; Alexandra had to fight to get him out of his crusty work clothes into something decent. They had joined the legion of elderly couples who fill hospital waiting rooms, as quiet with nervousness as parents and children before a recital. She felt the other couples idly pawing at them with their eyes, trying to guess which of the two was the sick one, the doomed one; she didn’t want it to be obvious. She wanted to present Jim as a mother presents a child going to school for the first time, as a credit to her. They had lived, these thirty-plus years since she had lived in Eastwick, by their own rules, up in Taos; there the free spirits of the Lawrences and Mabel Dodge Luhan still cast a sheltering cachet over the remnant tribe of artistic wannabes, a hard-drinking, New Age–superstitious, artsy-craftsy crowd who aimed their artifacts, in their shop-window displays, more and more plaintively at scrimping, low-brow tourists rather than the well-heeled local collectors of Southwestern art.

 

 

 

 

Updike
John Updike (18 maart 1932 – 27 januari 2009)

 

 

 

17-01-09

In Memoriam John Mortimer



In Memoriam John Mortimer

 

 

Gisteren is in Turville Heath de Engelse schrijver en advocaat Sir John Clifford Mortimer overleden.

 

John Mortimer werd geboren in Londen op 21 april 1923. Hij studeerde aan de Universiteit van Oxford. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef hij scenario's en draaiboeken voor propagandafilms. In 1948 begon hij te werken als advocaat en ongeveer tegelijkertijd begon hij zijn carrière als schrijver. Hij schreef talrijke romans, korte verhalen, theaterstukken en scenario's. Mortimers bekendste schepping is de figuur van de excentrieke advocaat Horace Rumpole, die in 1975 voor het eerst verscheen in Rumpole of the Bailey. Rumpoles avonturen werden ongeveer gelijktijdig uitgebracht als kort verhaal en als televisieserie, met de Australische acteur Leo McKern in de titelrol. Na McKerns dood in 2002, kwam er een vervolg met Timothy West. Mortimer bewerkte ook de roman Brideshead Revisited van Evelyn Waugh voor de gelijknamige televisieserie.

 

Uit: Rumpole Misbehaves

 

'The North Pole is melting, Rumpole. The seas are rising all over the world. The Thames will probably overflow the Embankment and there is a real possibility of the ground-floor rooms in our chambers being submerged. And you occupy a downstairs room, Rumpole.' He added the final sentence with, I thought, a sort of morbid glee.

'What am I expected to do about it?' I felt I had to ask. 'Stand in the Temple car park and order the tide to turn back? My name's not Canute, you know.'

'We know exactly what your name is, Rumpole.' Sam Ballard was giving me one of his least pleasant looks. 'And we have identified you as a source of pollution.'

'Well,' I said, adopting the reply sarcastic, 'that's nice of you.'

'You pollute the atmosphere, Rumpole, with those dreadful little brown things you smoke.'

'Cigarillos,' I told him. 'Available from the tobacconist just outside the Temple gate. Can I offer you one?'

'No, Rumpole, you certainly cannot. And I would ask you to consider your position with regard to the environment very carefully. That is all I have to say. For the moment.'

With that, our Head of Chambers gave a final sniff to the atmosphere surrounding me and then withdrew, closing the door carefully behind him. In a moment of exaggerated concern, I wondered if he was chalking a fatal cross on the other side of my door to warn visitors and prospective clients of the source of plague and pollution to be found within.

Dismissing such thoughts, I lit another small cigar and wondered if, as I struck the match, I could hear the distant sound of an iceberg melting, or at least the Thames lapping at the door. All was quiet, however. But then the telephone rang with news that put the environment firmly back into second place among my immediate concerns.

'There you are, Bonny Bernard, and it's good to hear from you,' I said, giving my favourite and most faithful solicitor a polite welcome. 'What are you bringing me? A sensational murder?'

 

 

 

 

 

Mortimer
John Mortimer (21 april 1923 - 16 januari 2009)

 

 

05-01-09

In Memoriam Johannes Mario Simmel



In Memoriam Johannes Mario Simmel

 

 

Op 1 januari 2009 is de Oostenrijkse schrijver Johannes Mario Simmel overleden. Zie ook mijn blog van 7 april 2007 en ook mijn blog van 7 april 2008.

 

De Oostenrijkse schrijver Johannes Mario Simmel werd geboren in Wenen op 7 april 1924.  Simmels vader was jood en hij groeide op in Oostenrijk en Engeland en studeerde voor scheikundig ingenieur. Hij was van 1943 tot het einde van de tweede wereldoorlog onderzoeker. Na de oorlog werkte hij als vertaler voor het Amerikaanse militair bestuur en publiceerde besprekingen en verhalen in de Weense "Welt am Abend". Vanaf 1960 was hij reporter voor het Münchense "Quick" in Europa en Amerika. Hij schreef vele romans en toneelstukken. Verschillende van zijn romans werden in de jaren 1960 en 1970 verfilmd, zoals "Es geschehen noch Wunder" (1951) met Hildegard Knef, "Tagebuch einer Verliebten" (1953) met Maria Schell, "Hotel Adlon" (1955) en " Robinson soll nicht sterben" (1957) met Romy Schneider . Simmel werd door de kritiek lange tijd beschouwd als veelschrijver . Pas met zijn roman "Doch mit den Clowns kamen die Tränen " (1987) kreeg hij algemene erkenning. Simmel won talrijke prijzen, zoals de "Award of Excellence of the Society of Writers" van de VN en de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland. Belangrijke thema's in zijn romans zijn een overtuigd pacifisme en de relativiteit van "goed en kwaad". Een aantal van zijn romans zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen en zijn vermoedelijk autobiografisch.

 

Uit: Bis zur bitteren Neige

 

„Ich erinnere mich noch genau an den Augenblick, in dem ich zum erstenmal starb. Ich bin danach noch ein paarmal gestorben, aber Ort und Datum jenes ersten Males werden eingebrannt in meinem Gedächtnis bleiben, solange ich lebe: Hamburg, 27. Oktober 1959.

Ein schwerer Sturm raste an diesem Morgen über die Stadt, und während ich an ihn denke, glaube ich wieder sein Toben zu vernehmen, sein Pfeifen, Stöhnen, Ächzen in Kaminen, sein Rütteln an Dachziegeln und Blechen, an Schildern, Fensterläden, Gittern, Jalousien. Dieser Orkan fand seinen Weg in meine wirren Träume, ich hörte ihn und fühlte ihn, ehe mich noch das Schrillen des Telefons aus dem Schlaf riß.

Der Apparat stand neben dem Bett. Ich knipste die Nachttischlampe an, denn die Vorhänge waren zugezogen. Mein Kopf schmerzte, ich hatte einen schlechten Geschmack im Mund, und mir war übel, als ich mich aufsetzte. Neben dem Telefon sah ich Zigaretten, einen Aschenbecher, ein Glas, halb angefüllt mit schalem Whisky, ein Röhrchen Schlaftabletten, das kleine Kreuz aus Gold und meine Armbanduhr. Es war drei Minuten nach acht.
Die Tür zum Bad stand offen. Durch die Milchglasscheibe hinter der Wanne kam bleiernes, scheußliches Frühlicht ins Schlafzimmer gekrochen und mischte sich über dem Bett mit dem scheußlichen, kraftlos gelben Licht der Nachttischlampe.
Ich hob den Hörer ab und roch dabei den Whisky, und Ekel schüttelte mich, oben in der Kehle.
"Hier ist die Zentrale. Guten Morgen, Mister Jordan. Ich fürchte, ich habe Sie geweckt."
"Ja."
"Das tut mir leid. Ich fragte bei allen Kolleginnen nach. Es liegt kein Auftrag vor, Sie nicht zu stören."
"Vergessen." Ich war noch zu verschlafen, um ganze Sätze zu bilden. Jetzt roch ich auch die Zigarettenstummel; etwas Whisky war in den Aschenbecher geraten, sie lagen darin, vollgesogen, aufgeplatzt, braun, gelb und schwarz.

 

 

 

 

Simmel
Johannes Mario Simmel (7 april 1924 – 1 januari 2009)

 

 

 

28-12-08

In memoriam Harold Pinter



In Memoriam Harold Pinter

 

 

Op Kerstavond is in Londen de grote Britse naoorlogse toneelschrijver Harold Pinter overleden. Harold Pinter is 78 jaar geworden. Zie mijn blog van 10 oktober 2006  en ook mijn blog van 10 oktober 2008.

 

 

Meeting

It is the dead of night,

The long dead look out towards
The new dead
Walking towards them

There is a soft heartbeat
As the dead embrace
Those who are long dead
And those of the new dead
Walking towards them

They cry and they kiss
As they meet again
For the first and last time

 

 

 

 

 

Pinter
Harold Pinter (10 oktober 1930 – 24 december 2008)

 

 

26-11-08

In Memoriam Pierre Huyskens



In Memoriam Pierre Huyskens

 

Wegens drukke bezigheden wat laat, maar alleen al omdat wij dezelfde geboorteplaats, Wessem, hebben verdient hij het toch hier herdacht te worden.

 

De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens is woensdag 19 november op 77-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Roermond. Huyskens, geboren op 2 september 1931 in Wessem, was hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad en werkte onder andere voor Elsevier, Televizier en de Volkskrant. Bij zijn 50-jarig jubileum als journalist in 2001 werd hij benoemd tot ereburger van de stad Roermond. Hij zette zich in voor de Limburgse en Roermondse volkscultuur. Zo schreef hij een heilige mis in het Maaslands dialect, een klank- en lichtspel voor de Munsterkerk en was hij mede-auteur van Symfonia Ruremondia en de musical Stjeelse Druimerie. Ook was Huyskens nauw betrokken bij het werk van organisaties van oorlogsveteranen en oud-verzetsstrijders. De oud-journalist was verder actief in het carnavalsleven: zijn naam is verbonden aan het jaarlijkse Cirque d'Hiver in Roermond en carnavalsrevues en hij was prins van carnavalsvereniging D'n Uul.

 

Kaaje kook: Wiësvrouw

“Jammer toch, dat op de monumentale, fraai met Maaskeien door de legendarische keieloog' Bèrke Dierx geplaveide Wessemse markt, geen standbeeld staat van Anna Stückstette-Joosten, de beroemde wiësvrouw, gestorven in 1969, en tot haar dood, 87 jaar oud, in de weer geweest met vooruitstrevende verloskunde. In het gigantische, ouderwets vruchtbare werkterrein van Wessem, Thorn, Ittervoort, Neeritter, Maasbracht, Hunsel, Grathem én op de Maas. Want zij was als verloskundige met haar soepele, bekwame handen ook de ster van de binnenvaart'. De schippersvrouwen hielden hun baby's op, totdat zij in Wessem bij An konden ankeren. En zij was er altijd tijdig, hoe de Maas ook tekeerging en Ans eigen leven bedreigde. In 55 jaar verloskundige praktijk tussen 1907 en 1962 heeft zij zevenduizend nieuwe mensen aan kinderrijk Limburg toegevoegd, onder wie ik zelf, anno 1931. Zij heeft het mij in 1962 secuur, met de bewijzen erbij, voorgerekend en mij haar palmares', de bijzondere bevallingen, uit de windsels gedaan. Ik mocht echter geen boek over haar schrijven, daar was zij te bescheiden voor.
Maar ik moest niet denken, zei zij met priemende ogen, dat zij een ouderwets doetje was. Zij liet met trots haar aan de Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen in Rotterdam behaalde diploma zien, gedateerd 3 juli 1907. Zij had dus voor de zekerheid in Holland gestudeerd, omdat Midden-Limburg in die tijd een zwarte vlek in de Nederlandse kraamzorg was. Vooral op het gebied van de geboortehygiëne heeft An Stückstette duizenden gevechten moeten leveren. ”Ik kwam uit Rotterdam in het wit, met witte handen, een witte schort, wit van de hygiëne. Weet je dat de hulpvaardige kraamvrouwen in de buurt van een bevalling met hun donkere, ongeschreven kraambedwetten, een goedbedoelde levensgevaarlijke sinistere folklore, als de dood voor mij waren?”, vertelde zij mij. Maar An heeft dapper standgehouden. Haalde gewassen linnen uit de kasten - zij schrobde de kraambedden - hield de borelingen schoon en deed wonderen met de vele vernauwde bekkens, gevolg van de Engelse ziekte die in haar werkgebied heeft geheerst. Wat haar palmares' betreft: een dertien pond zware knaap, die zij in Panheel ter wereld hielp komen. Een drieling in Ittervoort, van wie zij twee jongens in leven wist te houden met een zelfgeknutselde couveuse en in Wessem een gezin waarvan zij alle negentien (!) kinderen heeft gehaald. Zij zou haar prestaties niet hebben kunnen verrichten zonder de fiets die haar 's nachts met flakkerend carbidlicht naar bevallingen bracht. En voor de uitvinding van het kuikenlicht, dat zij uit de broedhokken haalde om de geboorten aan te lichten, heeft zij God op haar blote knieën bedankt.“

 

 

 

 

Huyskens
Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)

 

27-10-08

In memoriam Ankie Peypers



In memoriam Ankie Peypers


De Nederlandse dichteres Ankie Peypers is vrijdag op 80-jarige leeftijd in een ziekenhuis in de Franse stad Cahors overleden, na een korte ziekte. Dat heeft een vriendin van de familie vandaag bekendgemaakt. Peypers woonde sinds jaren in Frankrijk, samen met beeldend kunstenares An Dekker. Ankie Peypers, geboren op 29 september 1928 in Amsterdam, debuteerde in 1946 met de bundel Zeventien, een bundel met zeventien gedichten die zij voor haar zeventiende jaar geschreven had. Sindsdien verschenen er vele dichtbundels, vertalingen en enkele romans van haar. In 1991 kwam er een verzamelbundel van haar poëzie uit: Gedichten 1951-1975.

Peypers raakte in de jaren vijftig en zestig sterk betrokken bij het feminisme. Ze was medeoprichtster van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus. In haar gedichten weerklonk het verzet van vrouwen tegen hun achtergestelde positie. Maar haar maatschappelijke betrokkenheid was breder. Vanaf 1976 was ze voorzitter van PEN Centrum Nederland, een organisatie die zich inzette voor bedreigde schrijvers en kunstenaars. Ook was ze jarenlang voorzitter van het Centrum voor Chileense Cultuur.

In de jaren zestig trad ze op in radio- en televisieprogramma's, waaronder het AVRO-programma Hou Je aan Je Woord met vakgenoten Victor van Vriesland, Hella Haasse en Godfried Bomans. In de jaren tachtig was ze vaste medewerker aan de radioprogramma's van de Humanistische Omroep.

In 2000 schreef ze op verzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei een aantal herdenkingsgedichten. Ze droeg ze tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei zelf voor in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in aanwezigheid van koningin Beatrix. Haar laatste optreden in het openbaar was op 10 juni van dit jaar bij het Zeeuwse festival Park en Poëzie in Middelburg.

 

 

 

Uit: De andere wereld

 

Ik wil niet lezen en ik wil niet schrijven

en iets anders meubelt deze stilte niet.

Als ik geboren ben, waar zal ik blijven

en hoe ziet mij degene die mij ziet.

 

Zal ik een plant zijn, een gebroken mes,

een deurbel, of een koperklank

uit Hindemith's concert in Es.

Hoe het ook zij - de Schepper dank.

 

Ik wil niet lezen en ik wil niet schrijven

Mijn stilte komt de stilte niet te na

Als ik geboren ben, waar zal ik blijven.

Verwacht niet dat ik zonder meer besta.

 

 

 

 

 

 

Peypers
Ankie Peypers (29 september 1928 – 24 oktober 2008)

 

 

04-08-08

In Memoriam Aleksandr Solzjenitsyn


In Memoriam Aleksandr Solzjenitsyn

 

De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn, Nobelprijswinnaar voor de literatuur en oud-dissident uit het Sovjettijdperk, is gisteren in Moskou overleden. Zie ook mijn blog van 11 december 2007.

 

Uit: The Gulag Archipelago

 

"Arrest is an instantaneous, shattering thrust, expulsion, somersault from one state into another.

"We have been happily borne _ or perhaps have unhappily dragged our weary way _ down the long and crooked streets of our lives, past all kinds of walls and fences made of rotting wood, rammed earth, brick, concrete, iron railings. We have never given a thought to what lies behind them. We have never tried to penetrate them with our vision or our understanding. But there is where the Gulag country begins, right next to us, two yards away from us. In addition, we have failed to notice an enormous number of closely fitted, well-disguised doors and gates in these fences. All those gates were prepared for us, every last one! And all of a sudden the fateful gate swings quickly open, and four white male hands, unaccustomed to physical labor but nonetheless strong and tenacious, grab us by the leg, arm, collar, cap, ear, and drag us in like a sack, and the gate behind us, the gate to our past life, is slammed shut once and for all."

___

"We have to condemn publicly the very idea that some people have the right to repress others. In keeping silent about evil, in burying it so deep within us that no sign of it appears on the surface, we are implanting it, and it will rise up a thousandfold in the future. When we neither punish nor reproach evildoers, we are not simply protecting their trivial old age, we are thereby ripping the foundations of justice from beneath new generations. It is for this reason, and not because of the `weakness of indoctrinational work,' that they are growing up `indifferent.' Young people are acquiring the conviction that foul deeds are never punished on earth, that they always bring prosperity.

"It is going to be uncomfortable, horrible, to live in such a country!"

 

solzhenitsyn_b
Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

 

 

09-07-08

In Memoriam Janwillem van de Wetering



In Memoriam Janwillem van de Wetering

 

 

De Nederlandse schrijver Janwillem van de Wetering is op vrijdag 4 juli overleden.

 

Van de Wetering werd geboren in Rotterdam op 12 februari 1931. Hij groeide op in Hillegersberg en volgde later een opleiding aan Nijenrode. In 1952 ging hij naar Zuid-Afrika, waar hij voor het bedrijf van zijn vader werkte. Hij leefde echter met zijn vader in onmin. Deze ontsloeg hem en de jonge Van de Wetering ging filosofie studeren in Londen. In Engeland kwam hij er achter dat zijn werkelijke belangstelling bij de oosterse filosofie lag. In die tijd klopte hij als westerling aan bij een Zen-klooster in Kyoto, waar men hem de zeer zware opleiding tot monnik toestond. Er zouden nog vele avonturen volgen.

De eerste boeken die Van de Wetering publiceerde gingen over Zen. Na zijn Japanse jaren, waar hij zich onder anderen verdiepte in Robert van Gulik, zou hij zich in een Zen-gemeenschap in het Amerikaanse Maine vestigen. Ondertussen had hij al naam gemaakt als auteur van misdaadromans. In Het lijk in de Haarlemmer Houttuinen (1975) verschijnt het duo Grijpstra & De Gier voor het eerst. Er zouden vele afleveringen volgen.

Van de Wetering was de laatste jaren ernstig ziek. Hij leed aan kanker. Het tijdstip van zijn dood heeft hij zelf bepaald. Als overtuigd Zen-volgeling zag hij de dood als een fase van het leven.

 

 

Uit: Wat eindigt begint

 

“De priester beheerde een kleine Zentempel, een eiland van stilte en schoonheid. een paar kilometer buiten Kyoto. De tempel was beroemd om haar tuin en de priester had de tempel gekregen omdat tuinieren zijn lust en zijn leven was. Naast zijn tempel was nog een andere, kleinere, tempel waar een hele oude Zenmeester woonde, de meester was zo oud dat hij geen discipelen meer kon opleiden, de priester zorgde voor de oude meester maar er was geen officiële meester/discipel relatie. De priester had zijn koanstudie al lang geleden opgegeven.

De priester zou gasten krijgen, en hij was de hele morgen in de weer geweest om zijn tuin puntgaaf te maken. Hij had alle losse bladeren opgeharkt en weggegooid, hij had water op het mos gesprenkeld. hij had het mos zelfs hier en daar gekamd, hij had weer wat bladeren op de juiste plaatsen neergelegd, en tenslotte stond hij op de veranda, bekeek de tuin en kon alleen maar tegen zichzelf zeggen dat zijn tuin volmaakt was. De oude Zenmeester had het werk van de priester met aandacht gadegeslagen terwijl hij op het hek leunde dat de twee tempels van  elkaar scheidde.

“Mooi he?” zei de priester tegen de meester. “Vindt u niet dat de tuin nu is zoals hij wezen moet? Straks komen mijn gasten en ik wil graag dat ze de tuin vinden zoals de monniken die hem vroeger hebben aangelegd het bedoeld hadden.”
De meester knikte. “Ja”, zei hij, “je tuin is mooi maar er mankeert nog iets aan, als je me even over het hek wilt tillen en in je tuin neer· zetten dan zal ik je werk afmaken”.
De priester aarzelde want hij kende de meester zo langzamerhand en wist dat de oude man zonderlinge ideeën kon hebben. Hij kon echter niet weigeren, de wil van een meester is wet, en dal deze meester gepensioneerd was deed niet ter zake.

Toen hij de meester omzichtig in de tuin gezet had liep deze langzaam naar een boom toe die midden in een mooie rots- en mospartij groeide. Het was herfst en de bladeren zaten los. De meester hoefde alleen maar een beetje te schudden en de tuin lag weer vol met in ordeloze stramienen verspreide bladeren. “Nu is het goed”, zei de meester, “je kan me nu weer terugzetten”.

 

 

 

 

VandeWeetering
Janwillem van de Wetering (12 februari 1931 – 4 juli 2008)

 

 

 

30-06-08

In Memoriam Mies Bouhuys



In Memoriam Mies Bouhuys

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Mies Bouhuys is overleden.

 

Maria Albertha ("Mies") Bouhuys werd geboren in Weesp op 10 januari 1927. Mies Bouhuys was bekend als scenario-, toneel- en kinderboekenschrijfster. Zij was gehuwd met de Nederlandse dichter en schrijver  Ed Hoornik. Ze werd opgeleid tot onderwijzeres, maar stond nooit voor de klas. In 1958 trad Bouhuys in dienst van de AVRO als regisseuse en schrijfster van kinderprogramma's op tv. Ze was enkele jaren bestuurslid van de Vereniging voor Letterkundigen (VVL). Mies Bouhuys debuteerde in 1948 bij D.A. Daamen's Uitgeversmaatschappij met de gedichtenbundel Ariadne op Naxos waarvoor zij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving. Hoewel ze ook daarna nog poëzie publiceerde, Blijven kijken (1971), werd ze vooral bekend door de vele boeken en versjes voor kinderen. In 1966 werd Kinderverhalen (Uitgeverij Holland) door het CPNB bekroond als Kinderboek van het jaar, de voorloper van de huidige Gouden Griffel. In 1982 publiceerde zij Anne Frank is niet van gisteren. In 2002 verscheen een bloemlezing uit haar kinderboekenwerk ter gelegenheid van haar 75e verjaardag, getiteld Voetje van de vloer, vijftig verhalen en versjes van toen en nu. Mies Bouhuys woonde in Amsterdam. Overigens was de schrijfster niet alleen bekend door haar (kinder)boeken, en musicals, maar ook door haar politieke engagement. Ze was onder meer betrokken bij de Dwaze Moeders in Argentinië.

 

 

Op reis

 

De kleine zwaluw kan niet slapen,

al doet hij ook zijn best,

al knijpt hij zijn twee oogjes dicht

hij woelt maar in het nest.

 

‘Vooruit, geen kik meer, nu is 't uit,’

piept moeder zwaluw wijs,

‘want anders mag je morgen niet

mee op de grote reis!’

 

En denk je nu eens even in,

dat je een zwaluw bent,

die van de wereld enkel maar

één stukje weiland kent.

 

Opeens mag je dan mee op reis,

de zomer achterna;

als hier het natte weer begint,

ben jij in Afrika.

 

Gelukkig ga je niet alleen,

dat zou niet leuk zijn, nee.

Familie, vriendjes, kennissen,

wat zwaluw is, gaat mee.

 

Je snapt wel dat dat zwaluwtje

daar niet van slapen kan,

en àls hij eindlijk, eindlijk slaapt,

waar denk je, droomt hij van?

 

 

 

 

 

Bouhuys
Mies Bouhuys (10 januari 1927 - 30 juni 2008)

 

 

 

15-06-08

In memoriam Kees Fens



In memoriam Kees Fens

 

 

De Nederlandse literair criticus en essayist Kees Fens is zaterdag overleden.

 

Cornelis Walterus Antonius (Kees) Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929.Hij volgde zijn middelbare schoolopleiding aan het St. Ignatiuscollege in Amsterdam, waar hij in 1948 zijn A-diploma behaalde. Daarna volgde hij in de avonduren een studie Nederlands-MO. Tussen 1959 en 1982 werkte hij als leraar Nederlands, eerst aan het Triniteitslyceum in Haarlem, vanaf 1964 aan de Frederik Muller Academie in Amsterdam. In 1982 werd hij, als eerste niet-academicus, benoemd tot hoogleraar in de moderne letterkunde aan het instituut Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Na zijn emeritaat in 1994 volgde nog een benoeming tot bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan diezelfde universiteit. In 2001 legde hij ook die functie neer.

Tegelijkertijd schreef Fens literaire kritieken, vanaf 1955 voor het weekblad De Linie, van 1960 tot 1968 voor het dagblad De Tijd en van 1968 tot 1978 voor de Volkskrant. Voor die laatste krant is hij tot 2007 blijven schrijven, meest over literaire onderwerpen, hoewel hij er ook een tijdlang een sport-column voor verzorgde. Tussen 1976 en 1989, toen het blad ophield te bestaan, schreef Fens voor de Tijd een wekelijkse column onder het pseudoniem A.L. Boom.

Samen met J.J. Oversteegen en H.U. Jessurun d'Oliveira richtte hij in 1962 het literair tijdschrift Merlyn op.

 

Uit: Het beslissende boek

 

Enkele weken later, zo herinner ik me, las ik in dezelfde bloemlezing stiekem een gedicht dat ik eigenlijk heel mooi vond en nog steeds een schitterend gedicht vind. Het is er een van Gezelle. Ik weet dat ik met het uitspreken van die naam al een bepaald beeld van mijzelf oproep, omdat allerlei kalenders deze dichter een totaal verkeerde gestalte hebben gegeven. Hij behoort tot de allergrootste die we ooit gehad hebben, en dat zeg ik niet om mijn oordeel te rechtvaardigen. Dat gedicht heet Winterstilte, en daarvan wist ik: dát is mijn wereld. Het gaat natuurlijk ook weer over sneeuw, zoals bij Nijhoff:

 

Winterstilte

 

Een witte spree

ligt overal

gespreid op 's werelds akker;

geen mensche en is,

men zegge zou,

geen levend herte wakker.

 

Het vogelvolk,

verlegen en

verlaten, in de takken

des perebooms

te piepen hangt,

daar niets en is te pakken!

 

't Is even stille

en stom, alhier

aldaar; en, ondertusschen,

en hoore ik maar

het kreunen meer,

en 't kriepen, van de musschen.

 

Toen ik dat gelezen had, wist ik dat ik ooit van die Gezelle alles zou willen lezen. Ik ben ervan overtuigd dat de schok die ik toen kreeg, na de schok van nog een ander gedicht, alles te maken had met die leeservaringen van vroeger; ook weet ik zeker dat de ervaring met Winterstilte eveneens thuishoorde in dat domein, die halve cirkel, die ik al  voor mijzelf had uitgebouwd. De ervaring met het gedicht van Nijhoff kwam voor mij van buiten en was mij vreemd; de ervaring met Gezelle's gedicht, daarentegen, was van vroeger, die was van mij en behoorde in die tweede cirkelhelft die mijn eerdere cirkelhelft completeerde.

 

 

 

 

 

fens
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)

 

 

11-06-08

In Memoriam Adriaan Jaeggi

 

In memoriam Adriaan Jaeggi 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi is overleden.

 

  
jaeggi
Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)
   

 

 

 

Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde in Leiden. Tijdens zijn studie werkte hij o.a. als trombonist, duikinstructeur, vorkheftruckchauffeur en snackbarhouder. Vlak voor zijn afstuderen werd hij redacteur van Propria Cures. Na zijn afstuderen (met een scriptie over Amerikaanse zwarte muziek en zwarte literatuur) trad hij in 1995 als redacteur in dienst bij de Thomas Rap. In dat jaar publiceerde hij ook zijn eerste roman, De tol van de roem.  Na de dood van Thomas Rap in 1999 verhuisde hij met de inboedel mee naar uitgeverij De Bezige, waar hij tweeëneenhalf jaar werkte als redacteur.


In 1999 verscheen zijn tweede roman, Held van beroep. Deze beleefde vijf drukken, werd genomineerd voor de longlist van de AKO- en de LIBRIS-prijs, bekroond met de literatuurprijs van de stad Roermond, in het Duits vertaald en door de pers in binnen- en buitenland geroemd om toon en stijl.  In 2002 verscheen zijn eerste officiële dichtbundel, Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten. Twee gedichten hieruit werden opgenomen in Gerrit Komrij's befaamde bloemlezing. In januari 2005 werd hij benoemd tot eerste stadsdichter van Amsterdam.

Jaeggi schreef als columnist voor De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Volkskrant magazine. In 2004 verscheen een verzameling van zijn columns onder de titel Luxeproblemen. In de Boekenweek van 2006 verscheen het autobiografische Tromboneliefde, dat na een maand herdrukt werd. Zijn derde roman, Edele dieren, is net verschenen.

 Ode aan een nachtegaal 

Ineens stopte hij met praten.
Hij bezat informatie die onschuldige levens kon redden
dus waren wij gedwongen nieuwe procedures
toe te passen. Na toepassing van de
nieuwe procedures begon hij te zingen.
Als een nachtegaal. Hij liep blauw aan
en werd zacht in het midden
conform de nieuwe procedures. 
 

Hij werd per vliegtuig vervoerd naar bondgenoten
die beschikken over de allernieuwste procedures.
Wij verwachten dat hij bij toepassing van de
nieuwste procedures zal blijven praten.
En praten. En praten.
 

Dit was onmogelijk geweest zonder jullie steun.

 

 

Zie ook mijn blog van 3 april 2008.

 

 

08-05-08

In Memoriam Willem Brakman



In memoriam Willem Brakman

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman is donderdag op vijfentachtig jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Querido laten weten. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007.

 

Uit: De reis van de douanier naar Bentheim

"Toen de douanier zich echter bukte merkte hij dat het zware tralieluik van het zwarte gat was weggeklapt en ernaast plat op de vloer lag. Dat was ongetwijfeld een heel karwei geweest, want de hoed was de parelgrijze erbij van het hoofd gevallen en lag daar nog van te getuigen in een schemerige streep schietgatlicht. De douanier schudde het hoofd om deze levensgevaarlijke toestand, hij legde de poot op de vloer en wilde het luik weer terugklappen, maar behalve dat het loodzwaar was zat het op de een of andere manier ook muurvast. Het zweet parelde de douanebeambte buiten dienst op het voorhoofd, maar hoe hij ook rukte en trok, meer beweging dan een paar knarsende centimeters kon hij niet voor elkaar brengen. Bezorgd krabbelde hij overeind en draafde de toren uit om te waarschuwen: kasteeltuin, folterkamer, ergens moest dat onmogelijke paar toch te vinden zijn. Maar dat viel tegen, alle trappen, portalen en binnenplaatsen waren luguber leeg, het enige geluid dat hij hoorde was de muziek van beneden uit het stadje. Met de bedoeling dan maar iedereen te waarschuwen dribbelde hij haastig richting feest en was de eerste lampionnen net gepasseerd toen een abnormale rauwe gil weerklonk. Iedereen keek omhoog naar de toren en naar de heer Van Kol die daar op de borstwering was verschenen. Jasje en vest had de leraar uitgedaan en in zijn witte overhemd en met zijn geheven armen zag hij er uit als een figuur uit een schilderij van Goya.

Ontsteld liep de douanier met de feestgangers mee om te zien wat er allemaal was gebeurd, maar hij koos om niet voortdurend te worden geduwd en aangestoten een zijpoortje en werd daar onverwacht tegengehouden door de parelgrijze.

‘Ze is in het gat geduveld,’ zei ik, ‘in één klap hasjewijne.’

‘Was dat nou nodig?’ riep de douanier verbolgen, ‘zo'n mooie, gevulde vrouw.’

‘Dat viel aardig tegen,’ zei ik, ‘van buiten bol, van binnen hol.’

‘De arme man,’ riep de douanier stampvoetend.

‘Denk toch eens aan dat hoofd,’ zei ik, ‘dat lijdende bekje, die man wil niet anders, heus, daar liggen zijn talenten. Héé, waar is mijn hoed?’

‘Die ligt naast het gat,’ zei de douanier, ‘en naast mijn paardepoot.’

‘Ach,’ zei ik glimlachend, ‘wat een aardige combinatie, hoe komt u overigens op een paardepoot?’

‘Ik denk door Lochem,’ zei de douanier, ‘Staring en al die dingen.’

‘Luister,’ zei ik.

Uit het kasteel, uit het stadje, ja voor mijn gevoel ook uit de lucht klonk een zacht stompend geluid: wom, wom, wom... bom, bom, bom... drom, drom, drom...

‘Ze weten toch niet dat ik hier ben?’ vroeg ik.

‘Ik denk het wel,’ zei de douanier en ja hoor, daar waren ze weer, ik ken ze, o ik ken ze die koppen. Even later was het weer zo ver: paardekopers, stamineebazen, kleine neringdoenden, natuurlijk weer een antiekhandelaar, de hele troep.

Daar ging ik: in mijn gat getrapt, aan mijn haren gerukt, om de oren geslagen, maar één moedige daad wil ik hier toch niet onvermeld laten, met uiterste krachtsinspanning draaide ik mijn hoofd om en schalde achter mij: ‘Heer tollenaar!... wij zien elkander weder!!..."

 

 

 

 

 

Brakman2
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

 

 

 

Zie ook voor de schrijvers van vandaag, 8 mei 2008, mijn vorige posting.