18-07-11

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen - zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon - was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

 

 

 

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

 

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

 

Cordelia

Wij zijn niet de eersten,

die het beste wilden, maar het slechtste kregen.

Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;

zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.

Zien wij die dochters en die zusters nog?

 

Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.

Daar zingen wij als vogels in een kooi.

Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag

jou om vergeving. Zo zullen wij leven,

bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen

om vergulde vlinders, van arme drommels

het hofnieuws horen, en met hen bespreken

wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.

Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,

als godeninformanten, in die kerker,

verslijten wij de kliek van hoge heren,

wier tij daalt en rijst met de maan.

 

Edmund

Voer ze af.

 

Lear

Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,

strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?

Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,

en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.

Laat de duivels ze vreten, huid en haar,

wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.

Kom.

 

Lear en Cordelia af

 

 

 

 

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 - 17 juli 2011)

 

26-06-11

In Memoriam Heere Heeresma

 

In Memoriam Heere Heeresma

 

 

De Nederlandse schrijver Heere Heeresma is zondagochtend op 79-jarige leeftijd overleden in een verzorgingstehuis voor oudere kunstenaars en wetenschappers in Laren. De schrijver was bekend van onder meer zijn romans Een dagje naar het strand en Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007en ook mijn blog van 9 maart 2008. en en ookmijn blog van 9 maart 2009en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Uit: Een aanranding in het Vondelpark

 

„Ze bleef liggen, ze voelde zich te zwak om op te staan. Het was weer doodstil in het park. Het was opgehouden met sneeuwen merkte ze. Ze hoorde helemaal niks meer. Net zoals in het begin. Na die drukte van net leek het wel alsof ze ergens op de Sahara was. Vele vragen spookte door haar hoofd; ‘Wat gebeurt er allemaal? Waarom moet mij dit nou net overkomen?’. ‘Ik moet opstaan en verder lopen. Laat ik dit maar vergeten’ Ze stond op en liep verder. Haar benen voelde nog zwak aan.
Het is doodstil. Ze hoort alleen het kraken van de sneeuw onder haar schoenen. Hé, in de verte zag ze een schommelend lichtje. Waarschijnlijk van een fietser…“

 

 

 

Uit: Kijk, een drenkeling komt voorbij

 

‘“Nee,” zei hij. “Eerst mijn schelpen verkopen.” “Hoe wil je die kar door het strand trekken?” vroeg ze, liep naar voren, legde een hand op de grijze ezel en duwde. Het dier viel om. Het was van gewapend karton en een voorpoot lag door de val eraf. Bitter keek hij neer op die flauwekul en begon toen de kar los te maken. Vers touw. Echt touw. Geen blauwe of oranje lijnen van kunststof.

 

 

 

Uit: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp

 

“En daar was vader. De donderende slag waarmee deze de keukendeur achter zich dicht gooide deed het meubilair trillen. Vaders vrolijke bas schalde door het huis en knallend sloeg hij moeder op d'r gat.
‘Ondeugd!’ schreeuwde moeder en dreigde vader met de pollelepel waarbij de soep over haar hand liep.
Glimlachend zag hij het aan. Hij hield er van wanneer vader in een puik humeurtje was. Zo vaak kwam dat niet voor. Streep aan de balk.
‘Zo jan lul!’
‘Dag vader.’ Hij reikte vader de hand en kromp in elkaar toen deze hem even in zijn eeltknuist drukte.
‘Eten!’ riep vader.
‘Trek eerst je duffelse jekker uit en was je jatten, man,’ zei moeder.
‘Deze vuiligheid op m'n kleren en m'n lichaam is tenminste door eerlijk werk verkregen,’ meende vader.
‘Daar behoef je ons toch niet de dupe van te laten worden.’
Mopperend verdween vader in de slaapkamer.

 

 

 

Het allerlaatste gedicht

 

De hebzucht en de fantasie zijn prima

Want vullen onze eenzaamheid met lust.

Hier is de Bijenkorf al, en daar de Hema.

En straks de dood voor de noodzakelijke rust.

 

 

 


Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)

 

Zie voor de schrijvers van de 26e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

08-06-11

In Memoriam Jorge Semprún

 

 

In Memoriam Jorge Semprún

 

De Spaanse schrijver en ex-politicus Jorge Semprún is gisteren op 87-jarige leeftijd overleden.Semprún overleed in zijn woonplaats Parijs.Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook mijn blog van 10 december 2010 en ook mijn blog van 10 december 2008 en eveneensmijn blog van 10 december 2009.

 

Uit: Die große Reise (Vertaald door Abelle Christaller)

“Vier bis fünf Reihen hinter uns entsteht plötzlich ein Tumult, man hört Schreie.
„Was gibt’s jetzt wieder?“ fragt der Junge aus Semur.
Die eingekeilten Leiber schwanken hin und her.
„Luft, er braucht Luft“, ruft eine Stimme hinter uns.
„Macht Platz, zum Kuckuck, bringt ihn ans Fenster“, ruft eine zweite.
Die eingekeilten Leiber schwanken, öffnen sich, und aus der Schattenmasse stoßen Schattenarme den leblosen Körper eines Greises gegen das Fenster. Der Junge aus Semur auf der einen , ich auf der anderen Seite, halten wir ihn in den Strom kalter Nachtluft, der durch die Öffnung bläst.
„Mein Gott“, sagt der Junge aus Semur, „der tut’s nicht mehr lange.“
Das Gesicht des Greises ist eine verkrampfte Maske mit leeren Augen. Sein Mund starrt schmerzverzerrt.
„Was tun wir jetzt?“ frage ich.
Der Junge aus Semur blickt auf das Gesicht des Alten und antwortet nicht. Plötzlich krampft sich der Körper des Alten zusammen. Seine Augen füllen sich mit Leben und starren in die Nacht vor ihm.
„Stellt euch das vor!“ sagt er mit leiser, aber deutlicher Stimme. Dann bricht sein Blick, und sein Körper fällt uns kraftlos in die Arme.
„He, Alter“, sagt der Junge aus Semur, „noch nicht schlappmachen!“
Aber ich glaube, er hat für immer schlappgemacht.
„Muß was mit dem Herzen sein“, sagt der Junge aus Semur.
Als sei es beruhigend zu wissen, woran der Alte gestorben ist. Denn daß er tot ist, daran gibt es keinen Zweifel. Er hat noch die Augen aufgeschlagen und gesagt: „Stellt euch das vor“, und dann war er tot. In unseren Armen hängt nur noch ein Leichnam vor dem Strom kalter Nachtluft, der durch die Öffnung bläst.
„Er ist tot“, sage ich zu dem Jungen aus Semur.
Er weiß es ebenso gut wie ich, aber er gibt noch nicht auf.
„Muß was mit dem Herzen sein“, wiederholt er.
Ein alter Mann hat es mit dem Herzen, das kommt vor. Wir aber, wir sind zwanzig Jahre alt und haben es nicht mit dem Herzen. Das will er sagen, der Junge aus Semur. Er ordnet den Tod dieses Alten den unvorhergesehenen, aber durchaus logischen Unfällen zu, die bei alten Leuten nun mal vorkommen.“

 

 

Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)

 

 


 

02-06-11

In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

's morgens en 's avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van 't kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

's avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

"het had zoveel erger kunnen zijn…"

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat 'n misère
Als Marco staat te blèren
Of 'n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
'N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen 'n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 - 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
 

01-06-11

In Memoriam Hans Keilson

 

In Memoriam Hans Keilson

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver en psychoanalyticus Hans Keilson is gisteren op 101-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Hilversum. Keilson werd op 12 december 1909 geboren in het Duitse Freienwalde. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Daar staat mijn huis

 

„Moeder had veel lekkere recepten om asperges te bereiden: met eieren, ham, bruine boter of bij rosbief. (We aten thuis weliswaar ham, maar voor de rest geen varkensvlees.) In de eerste jaren van hun huwelijk leidden mijn ouders een orthodoxe huishouding, melk- en vleesproducten werden strikt van elkaar gescheiden gehouden, zoals de rituele spijswetten voorschrijven. Dat ze die levensstijl vervolgens opgaven, kwam volgens mijn ouders doordat die in de provinciestad moeilijk vol te houden was. Soms, als hij in Berlijn inkopen was gaan doen, bracht mijn vader bij wijze van troost koosjere vleeswaren mee naar Freienwalde.

Door de jaren heen werd ik mij, eerst in het religieuze domein, niet alleen van de andere levensstijl van ons Joden bewust, maar ook van de zo onvergelijkbaar geringe grootte van onze gemeenschap. ‘Onze kille’ – het Hebreeuwse woord kehilla omschreef de religieuze tempelgroep die zich op onze feestdagen in de onopvallende synagoge in de Fischerstrasse verzamelde, een buurt met kleine huurhuizen van slechts één verdieping waarin arbeiders woonden – ‘onze kille is klein,’ zei mijn moeder. Mijn vader knikte instemmend. Op de grote feestdagen sloot hij zijn zaak en ging in een zwart kostuum met hogehoed naar de eredienst. Maar zijn Joodse opvoeding was vergeleken met die van moeder minimaal. Hij kon slechts met moeite de Hebreeuwse teksten lezen van de gebeden die opgezegd moesten worden. Moeder fluisterde hem vaak de woorden in.“

 

 

 

Hans Keilson (12 december 1909 – 31 mei 2011)

 

 


 

12-05-11

In Memoriam Clark Accord

 

In Memoriam Clark Accord

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord is woensdag op 50-jarige leeftijd overleden. Hij was ernstig ziek. Accord stierf in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam.  Accord is maandag nog door de Surinaamse president onderscheiden met de Ere-orde van de Gele Ster. Die wordt toegekend ’voor verdiensten voor de staat en het volk’. Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 6 maart 2011.

 

Uit: Shirley in Allochtonie

 

„In tegenstelling tot de centrale markt brengen hier voornamelijk Marronvrouwen hun waar aan de man. Rondom liggen de meest uiteenlopende producten uitgestald: pimpadoti, bita, luwanguteté, sangafu, dibriká, enzovoorts – stuk voor stuk garanderen ze de spirituele gezondheid.   “Als je ’t om vier uur ’s nachts inneemt, dan heb je om zeven uur effect. De rest van de dag hoef je je geen zorgen meer te maken.”    “Hoef ik voor de rest van de dag dan niet meer te gaan?”    “Als het goed is niet...” Ze kijkt om zich heen. “Meestal niet,” verbetert ze zichzelf. “Het kan zijn dat je er nog één of twee keer last van hebt.” Alsof het heel breekbaar is, reikt ze me het doorschijnende plastic flesje met de bruingroene vloeistof aan. Die nacht kom ik om drie uur ’s nachts thuis drijfnat van een tropische regenbui. Het zien van het flesje op de aanrecht maakt mij in één slag nuchter. Terwijl ik mijn natte kleding op de achterveranda neerleg, bereid ik mij voor op de aanranding van mijn smaakpapillen. Langzaam schroef ik de witte dop van het flesje. Ik haal een paar keer diep adem en sla de inhoud met tegenzin achterover. Ik wacht. Het protest van mijn lichaam blijft uit. Ik herken de smaak van melasse.“

 

 

 


Clark Accord (6 maart 1961 - 11 mei 2011)

 

 

05-01-11

In Memoriam Eva Strittmatter

 

De Duitse dichteres en schrijfster Eva Strittmatter is afgelopen maandag op 80-jarige leeftijd in Berlijn overleden. Eva Strittmatter werd op 8 februari 1930 in Neuruppin geboren als Eva Braun. Zie ook mijn blog van 8 februari 2007 en ook mijn blog van 8 februari 2008 en ook mijn blog van 8 februari 2009 en ook mijn blog van 8 februari 2010.

 

 

 

Finstere Stunde

 

Ich spüre, wie ich vereise.

Vom Alter, nicht vom Frost.

Ich rede verlegen und leise.

Mein Lachen ist brüchig von Rost.

Ich kann nicht mehr in mir leben.

Und aus mir kann ich nicht hinaus.

Kein Sturm, kein Stern, kein Streben.

Nur Finsternis, Stille das Haus.

 

 

 

 


Eva Strittmatter (8 februari 1930 – 3 januari 2011)

 

 

31-10-10

In Memoriam Harry Mulisch

 

In Memoriam Harry Mulisch

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch is gisteravond op 83-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Mulisch was een van de beroemdste Nederlandse schrijvers van de 20e eeuw. Hij schreef meer dan tien romans en tientallen verhalen. Daarnaast schreef Mulisch ook gedichten, theaterstukken en vele artikelen. Zijn boeken werden in allerlei talen vertaald. Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 29 juli 2006 en ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009 en eveneens mijn blog van 29 juli 2010.

 

 

Uit: Die Entdeckung des Himmels (Vertaald door Martina den Hertog-Vogt)

 

“Wer frei ist, überlegte Max eines Nachmittags im Herbst, als er auf seinem Balkon stand und die sich gelb färbenden Bäume betrachtete, kann sich nicht vorstellen, je eingesperrt zu sein, genauso wenig wie ein Gefangener sich wirklich die Freiheit vorstellen kann. Die Trägheit der Masse hat ihr Pendant in der Trägheit des Geistes: alles, was in einem bestimmten Augenblick nicht der Fall ist, hat den Charakter eines Traumes. Die Folge ist, dass die Geschichte zwar in Büchern zu finden ist, aber kaum außerhalb - und was sind schon Bücher? Kleine Gegenstände, Dinge, die selten größer sind als ein Ziegelstein, nur leichter und fast unauffindbar zwischen den Myriaden anderer Dinge, die die Erdoberfläche bedecken, und obendrein auf dem besten Wege, von Tag zu Tag unbedeutender zu werden in der immer schneller aus lauter Codes sich speisenden elektronischen Welt.”

 

 

 

Uit: Siegfried (Vertaald door Paul Vincent)

 

„The city received them into the magnificent, monumental embrace of the Ringstrasse. He did not often visit Vienna, but each time he did, he felt more at home here than in any other city. His family came from Austria; obviously people carried in their genes the imprint of towns and landscapes where they themselves had never been. It was busy, the low November sun making everything vivid and precise; the last autumn leaves on the trees were few enough to count, and after the next storm they, too, would be gone. As they drove past a bright green park, covered with golden yellow leaves, Herter pointed to them and said, “That’s how I often feel these days.” At the majestic Opera House, the car made a right turn and stopped at the Hotel Sacher. Mrs. Röell apologized for not being able to attend the lunch or reading tomorrow but said she would collect them on Thursday evening and take them to the airport.

At the reception desk in the busy lobby, he was welcomed with delighted surprise, like someone for whom the luxurious hotel had been waiting for years. Herter took the whole thing in good spirits, but since he had never seen himself the way others had seen him for decades, he thought, All this is intended for an eighteen-year-old lad just after the Second World War, desperately poor and unknown, who is trying to get a story down on paper. But perhaps, he thought with amusement as the porter followed with their suitcases down long corridors carpeted and furnished in red, with nineteenth-century portraits in heavy gilt frames, the reality was less modest—perhaps it was completely the other way around: he was indeed unchanged, in the sense that for himself he had always been as he now was for others, too, even in his attic with the frost flowers on the windows.“

 

 

 

Uit: Het zwarte licht

 

„Het was of er in de toren niet honderd maar duizend klokken speelden... En niet alleen de voetgangers bleven staan, ook de fietsers stapten nu af en bleven met hun machines aan de hand omhoog kijken. Het was of het uitzinnig zingende brons daarboven ook al de traagheid van het metaal verloren had: het speelde en zong en danste leniger dan een klavecimbel. En dan weer werd de onvergelijkbare kluwen van geluid plotseling naar boven, hemelwaarts getransponeerd... dan weer stortte alles neer in deze of gene diepte, waar het zo donker en verschrikkelijk was, dat de wielrijders de angst over hun voelden rillen. En bij het zien van al die roerloze, omhoogkijkende mensen overal in de straten zetten toen ook de automobilisten hun wagens aan de kant en stapten snel uit, in de verwachting een luchtgevecht, een komeet of een vliegende schotel te zien. Maar daar was de grijze lucht en de muziek. En toen alleen nog maar in de verte het zachte geknetter van een enkele motorfiets hoorbaar was, - en verder alles doodstil en onbeweeglijk geworden was in de stad, onder het dak van muziek - toen gebeurde het ontbrekende, toen was het plotseling of de wereld zich verslikte van emotie...“

 

 

 

Uit: Archibald Strohalm (Vertaald door Gregor Seferens).

 

“Mit der Zeit bekamen seine Pläne deutlichere Konturen und gingen seine Vorstellungen in Worte

über. Und als dieser Prozeß in Gang gekommen war, vergrößerte sich das Loch in seinem Innern, so daß sie hervorbrachen, immer schneller: Es dehnte sich zu einer klaffenden Öffnung aus, die einen wilden Strom passieren ließ. Zwar hatte er von Anfang an gespürt, daß sein Vorhaben über eine Kasperltheatervorstellung weit hinausging – dermaßen weit, daß alles andere dafür aufgegeben werden mußte –, doch es war ihm nicht bewußt gewesen, daß dieser arglose Anfang sich zu einer Ideenflut auswachsen konnte, die jetzt nur ihn überströmte, die dies in Zukunft aber mit vielen, vielen Menschen tun würde. Was gut wäre. Es würde die Menschheit von viel Unerträglichem erlösen. Ha, welch eine Wirkung dieses Wort auf ihn hatte: erlösen!

Erlösen? Mit einem Drang nach Menschlichkeit hatte das nichts zu tun. Die Menschen ließen ihn kalt. Wenn er überhaupt daran dachte, die Menschheit zu erlösen, dann war dies ein sehr abstraktes Menschentum, ein amorpher Haufen, in dem er keine Gesichter erkennen konnte. Und wovon sollte er es erlösen? Den Mund vom Schmerz? Das Auge von Dummheit? Wenn er es bloß nicht unglücklicherweise von der Liebe erlöste.

Um genau zu sein: Er war sich selbst das Menschentum.”

 

 

 

 

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

 

 

06-07-10

In Memoriam Jan Blokker



In Memoriam Jan Blokker

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en journalist Jan Blokker is vandaag op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Jan Blokker begon in 1952 als leerling-verslaggever bij Het Parool, waarvoor hij op verzoek van Simon Carmiggelt filmrecensies ging schrijven. In 1954 werd hij filmredacteur bij het Algemeen Handelsblad. Jarenlang werkte hij als eindredacteur televisie bij de VPRO en adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant. Een publiek figuur werd Blokker vooral als dagbladcolumnist. Sinds 1967 schreef hij columns over politiek en samenleving voor de Volkskrant. In 2006 stapte hij over naar nrc.next en NRC Handelsblad. Blokker schreef filmscenario´s, kinderboeken en romans. Met zonen Jan en Bas maakte hij boeken over vaderlandse en bijbelse geschiedenis. Zie ook mijn blog van 27 mei 2007, mijn blog van 27 mei 2008 en mijn blog van 27 mei 2009 en ook mijn blog van 27 mei 2010.

 

Uit: Over het onzienlijke

 

„Er is ook iemand bij die drs Van Praag heet en die alles weet, want ik zie hem altijd overal opduiken en je kunt het zo krankzinnig niet bedenken, of hij geeft het antwoord. Wat is de precieze samenstelling van behangerslijm? Vraag het Van Praag. Hoe veel weegt god? Vraag het Van Praag. Ligt de schuld bij de communisten of bij Metternich? Vraag het Van Praag. Onze WC lekt. Vraag het Van Praag.

Zie je nou aan zo'n man dat hij van bovenmenselijk, eigenlijk onvoorstelbaar formaat is?

Dat is het gekke: neen.

Zondag bijvoorbeeld waren ze met elkaar bezig over de Schouw in Ruimte en Tijd, dus feitelijk gewoon over de oerwortel van het levensbeginsel, en als je het beeld zou hebben weggedacht zou je toch al gauw verondersteld hebben dat ze met vurige koolstenen op de plaats waar wij ogen hebben, met een rode puntmuts op en in fladderende zwarte jassen per bezem door het zwerk vlogen, maar als je ze zag, kwam er eigenlijk maar één indruk over: zij dragen een vlinderdasje.

Niets in hun uiterlijk verraadt buitengewoonheid, integendeel: wat er van ze overkomt zou ik eerder willen aanduiden als hun binnen-gewoonheid. De huiskamer van de discussieleider, en trouwens ook die van die Van Praag, zou ik zo kunnen uittekenen: de toverboeken in een met groenfluwelen valletjes beschermd rek, de vier donkerbruine crapauds rond de lage tafel die gedekt is met een pers of een gehaakt kleed, en verscheidene elpenhouten boeddha's, vroeg-Deense kruisbeelden en een steentjessnoer uit Afghanistan naast de portretten van Rudolf Steiner en Krisnamurti op de schoorsteenmantel. O ja, en overal schuifdeuren met glas-in-lood-raampjes in blauwgrijs geschilderde, vlekkeloze lijsten - en de nooit meer weg te reinigen geur van iemand die vorige week een kliekje heeft laten aanbranden.

Soms denk ik - nee, weet ik wel zeker - dat de raadselen van het Al en de diepere zin van het Bestaande dat wij niet Kennen Kunnen, alleen maar in zulke gedempt gehouden huiskamers ontsluierd mogen worden. Er was zondag trouwens ook een helderziende in het spel en die hadden ze eerst thuis gefilmd, en jawel hoor: grijsblauw schilderwerk, een tapijtje op tafel en een schuifdeur met glasraampjes op de achtergrond. En inderdaad hoefde hij maar heel even een zakkam te betasten die onder diepe geheimhouding en in zeven zegels gesloten door drs Van Praag was meegegeven, of hij voelde, in die kamer, dat Tijd en Ruimte wegvielen en dat er een Draad door de geschiedenis liep waaruit bleek dat Jac. van Belle zeer vermoedelijk de gereïncarneerde Cleopatra is.

Het vervult me met ontzag. Maar toch ook met een zekere bezorgdheid - want hoe lang nog zullen mensen in zulke kamers leven en wie verzekert mij dat de Geest en de Stammen ook willen aankloppen bij mannen zonder vlinderdasje?

Kortom: hoelang houden we nog Contact met de Eeuwigheid?

Ik zal het Van Praag eens vragen.“

 

 

 

 

Jan_Blokker

Jan Blokker (27 mei 1927 - 6 juli 2010)

21-05-10

In Memoriam Driek van Wissen



In Memoriam Driek van Wissen

 

 

De Nederlandse dichter Driek van Wissen, Oud Dichter des Vaderlands, is gisteren op 66-jarige leeftijd in Istanbul overleden. Driek van Wissen werd in 2005, na een intensieve campagne, benoemd op de vooraanstaande positie van Dichter des Vaderlands. Hij heeft deze functie tot 2009 vervuld. De stijl van zijn poëzie is extreem vormvast, waardoor hij rijmdwang niet schuwde. Hij muntte uit in lightverse, liedjes en snelsonnetten. Driek van Wissen werd geboren in Groningen op 12 juli 1943. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009.

 

 

 

Sha-la-lie Sha-la-la

 

De woorden Shalala en Shalalie
Zijn niet maar zo een tweetal loze kreten:
Het is Afghaans, zo kwam ik laatst te weten,
Een spreekwoord voor een halfzacht compromis.

 

Want Shalalie is: “Wij gaan er vandoor”
En Shalala: “Welnee, wij blijven, hoor!”

 

 

 

 

Pekinees eten

In China at ik vaak mijn buikje rond,
Maar toen ik eenmaal happig wilde weten
Hoe het gerecht tussen mijn stokjes heette
Kreeg ik als antwoord kort en bondig: hond!

Mijn hemel, ik had zomaar hond gegeten,
Besefte ik verschrikt met volle mond,
Doch omdat ik de smaak best prettig vond
Bekroop mij toch de lust om door te eten.

En toen het mormel mij voor ogen stond
Dat thuis vaak op mijn stoepje had gescheten
En dat ooit na een trap onder zijn kont
Mijn dure broek aan stukken had gereten
En mij vervolgens bloedig had verwond
Heb ik de hond eens lekker teruggebeten.

 

 

 

 

Kwaad of erger

 

Al zijn we vast nog lang niet zo ver heen

Toch kan de vraag mij af en toe benauwen

Wie of er eens de ander zal berouwen –

Wie van ons beiden blijft er ooit alleen?

 

Als ik de statistieken mag vertrouwen

Dan staan gemeten naar het algemeen

De kansen voor ons tweeën een op een

Of jij mijn ogen sluit of ik de jouwe.

 

Hoe het ook zij, ik heb niet eens idee

Wat het geringste kwaad is van de twee,

Want onderhand sta jij me al zo na

Dat ik, wanneer ik ooit zou moeten kiezen,

Wellicht nog liever zelf verloren ga

Dan dat ik jou voor altijd moet verliezen.

 

 

 

 

DRIEKvanWISSEN

Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

 

26-04-10

In memoriam Alan Sillitoe

 

In memoriam Alan Sillitoe

 

 

Gisteren is de Britse schrijver Alan Sillitoe op 82-jarige leeftijd overleden. Hij was een van de zogenaamde Angry Young Men. Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009. en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

I've been asking myself all sorts of questions, and thinking about my life up to now. And I like doing all this. It's a treat. It passes the time away and don't make Borstal seem half so bad as the boys in our street used to say it was. And this long-distance running lark is 'the best of all, because it makes me think so good that I learn things even better than when I'm on my bed at night. And apart from that, what with thinking so much while I'm running I'm getting to be one of the best runners in the Borstal. I can go my five miles round better than anybody else I know.

So as soon as I tell myself I'm the :first man ever to be dropped into the world, and as soon as I take that first flying leap out into the frosty grass of an early morning when even birds haven't the heart to whistle, I get to thinking, and that's what I like. I go my rounds in a dream, turning at lane or footpath corners without knowing I'm turning, leaping brooks without knowing they're there, and shouting good morning to the early cow-milker without seeing him. It's a treat, being a long-distance runner. out in the world by yourself with not a soul to make you bad-tempered or tell you what to do or that there's a shop to break and enter a bit back from the next street. Sometimes I think that I've never been so free as during that couple of hours when I'm trotting up the path out of the gates and turning by that bare-faced, big-bellied oak tree at the lane end. Everything's dead, but good, because it's dead before coming alive, not dead after being alive. That's how I look at it.

 

 

 

 

Sillitoe
Alan Sillitoe (4 maart 1928 – 25 april 2010)

 

05-04-10

In Memoriam Rudy Kousbroek



In Memoriam Rudy Kousbroek

 

 

De  Nederlandse schrijver en essayist Rudy Kousbroek is zondag 4 april op 80-jarige leeftijd overleden. Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2006 en ook mijn blog van 1 november 2008 en eveneens mijn blog van 1 november 2009.

 

Uit: Woutertje Pieterse lezing 2007

« Multatuli's Ideeën over het geloof hebben soms zwakke plekken. Dat is voor een deel het gevolg van de positie van iemand die niet gelooft, in een wereld van gelovigen. Ook daar heeft de al meer geciteerde John Gray de aandacht op gevestigd, zoals "Unbelief is a move in a game whose rules are set by believers" - Niet geloven is zetten doen in een spel waarvan de regels worden bepaald door de gelovigen. 'Atheism', zo luidt een andere uitspraak van John Gray, 'is a late bloom of the Christian passion for truth' - een verlate bloei van de Christelijke toewijding aan de waarheid. Vooral dit geeft inzicht in Multatuli's opvattingen. Au fond heeft hij meer het temperament van een gelovige dan hij toe wil geven en daardoor schieten zijn standpunten soms tekort in strengheid en samenhang. Maar wat Multatuli boven deze tekortkomingen verheft is zijn humor. Die is van tijd tot tijd werkelijk grandioos; ik denk bijvoorbeeld aan hoe hij afrekent met de zwakzinnige begripswillekeur die gangbaar is in de theologie. Dat is in Idee 413:

 "Wat 'n profeet zegt, kan men opnemen als men wil. Een bruid is een kerk, een tempel is 'n lichaam, een vader is 'n zoon, een zoon is 'n geest, een geest is 'n vader, een is drie, drie is een, en een brievenbesteller is niemandal."

Het is deze humor, die naar mijn overtuiging Woutertje Pieterse een van de toppen van de Nederlandse literatuur maakt. In allerlei andere opzichten is dit boek een opmerkelijke schildering van het Hollandse leven, variërend in kwaliteit, maar wat er zo'n uitzonderlijke dimensie aan geeft is dat humoristische ongeloof, die speelse kritiek op de fundamenten van de Christelijke godsdienst. Het is ook daarom dat men de zwakheden en tekortkomingen van Multatuli op de koop toe neemt - want het is waar, hij was megalomaan en had van allerlei dingen waar hij mee schermt een niet meer dan beperkte kennis - maar met betrekking tot het geloof ('de theologie, die hysterische beschouwing van dingen die er niet zijn') had hij een werkelijke esprit, een oorspronkelijkheid die bij niet één andere Nederlandse schrijver wordt gevonden.Dat is tegelijk de verklaring voor wat ik beschouw als onze nationale ramp, de grote gemiste kans van de Nederlandse cultuur: dat er niet een paar generaties Nederlanders intensief met Multatuli zijn grootgebracht, zoals in de ons omringende landen, waar iedereen die lager en middelbaar onderwijs heeft genoten hele lappen van de eigen literatuur uit het hoofd kent en op afroep kan reciteren. »

 

 

 

Kousbroek
Rudy Kousbroek (1 november 1929 – 4 april 2010)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april mijn vorige blog van vandaag.

10-02-10

In Memoriam Kees van den Heuvel



In Memoriam Kees van den Heuvel

 

 

In Nijmegen is op 11 januari de Nederlandse dichter Kees van den Heuvel overleden. Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Hij behoorde bij de top van de light-versedichters van Nederland, maar was de laatste jaren weinig in de belangstelling wegens ziekte. Van den Heuvel publiceerde werk in diverse bloemlezingen, in De Tweede Ronde en in Randschrift / Parmentier, het blad waarvan hij redacteur was. De uitgave binnenkort van zijn eerste bundel, bij uitgeverij De Stiel, Wat futen op een kluitje in het riet, mocht hij helaas  niet meer meemaken. Zie ook mijn blog van 2 november 2009. Hieronder volgt zijn afscheidsgedicht:

 

 

 

Dit neem ik mee het graf in als ik sterf

Een kaart van de planeten (uit een atlas)

Wat kamperfoelie in een plastic zak

Een verrekijker met een lens van matglas

Gewikkeld in een wollen anorak

Wat vliegertouw, een roestvrijstalen knikker


Een goed geprepareerde dennentak

Een zakje drinkbouillon, een flessenlikker

En bovendien een potje gele verf


En straks historici maar stug proberen

Om daar iets zinnigs uit te concluderen

 

 

 

 

 

Begraafplaats_Daalseweg_Nijmegen

Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

Kees vond zijn laatste rustplaats op begraafplaats Daalseweg te Nijmegen

 

 

29-01-10

In Memoriam J. D. Salinger



In Memoriam J. D. Salinger

 

 

De Amerikaanse schrijver J.D. Salinger is gisteren op 91-jarige leeftijd overleden. Dat meldde The New York Times. Salinger is vooral bekend van de roman The Catcher in the Rye (1951), over de rebelse tiener Holden Caulfield. In Nederland verscheen het boek onder de titel De vanger in het graan. Jerome David Salinger werd  in New York  geboren op 1 januari 1919. Zie mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008 en eveneens mijn blog van 1 januari 2009.   

 

Uit: The Catcher in the Rye

 

“Anyway, I keep picturing all these little kids playing some game in this big field of rye and all. Thousands of little kids, and nobody's around — nobody big, I mean — except me. And I'm standing on the edge of some crazy cliff. What I have to do, I have to catch everybody if they start to go over the cliff — I mean if they're running and they don't look where they're going I have to come out from somewhere and catch them. That's all I'd do all day.”

 

 

Uit: Franny and Zooey

 

"You can say the Jesus Prayer from now till doomsday, but if you don't realize that the only thing that counts in the religious life is detachment, I don't see how you'll ever even move an inch. Detachment, buddy, and only detachment. Desirelessness. 'Cessation from all hankerings.' It's this business of desiring, if you want to know the goddam truth, that makes an actor in the first place. Why're you making me tell you things you already know? Somewhere along the line — in one damn incarnation or another, if you like — you not only had a hankering to be an actor or an actress but to be a good one. You're stuck with it now. You can't just walk out on the results of your own hankerings. Cause and effect, buddy, cause and effect. The only thing you can do now, the only religious thing you can do, is act. Act for God, if you want to — be God's actress, if you want to. What could be prettier? You can at least try to, if you want to — there's nothing wrong in trying." There was a slight pause. "You'd better get busy, though, buddy. The goddam sands run out on you every time you turn around. I know what I'm talking about. You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world."

 

 

 

 

Salinger
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 28 januari 2010)

 

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e januari mijn vorige blog.