02-02-12

In Memoriam Wislawa Szymborska

 

In Memoriam Wislawa Szymborska

 

 

De Poolse dichteres Wislawa Szymborska is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat is gisteren bekendgemaakt. Szymborska won in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zij is volgens haar woordvoerder 'vredig, in haar slaap, overleden'. De dichteres was al lange tijd ziek. Ze woonde in de Zuid-Poolse stad Krakau. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

 

Hier

 

Ik weet niet waar nog meer,
maar hier op aarde is genoeg van alles.
Hier maakt men stoelen en verdriet,
schaartjes, violen, tederheid, transistors,
stuwdammen, grappen, kopjes.

 

Misschien dat elders van alles meer is,
alleen ontbreken daar om bepaalde redenen schilderijen,
kinescopen, noedels, tranendoekjes.

 

Hier is een overvloed aan plekken met omgeving.
Op sommige kun je bijzonder gesteld raken,
ze op jouw manier benoemen
en behoeden voor het kwade.

 

Misschien zijn elders soortgelijke plekken,
alleen vindt niemand die mooi.

 

Misschien als nergens anders of zelden ergens
heb je hier een eigen romp,
en daarbij de nodige attributen
om bij kinderen van anderen die van jezelf te voegen.
En verder handen, benen en een verbaasd hoofd.

 

Onwetendheid hier is aldoor in de weer,
telt voortdurend iets, vergelijkt, meet,
trekt daaruit conclusies en wortels.

 

Ik weet het, ik weet wat je denkt.
Niets hier is blijvend,
want voor eeuwig en altijd in de macht der elementen.
Maar zie — elementen raken snel vermoeid
en moeten soms lang rusten
tot de volgende keer.

 

En ik weet wat je nog meer denkt.
Oorlogen, oorlogen, oorlogen.
Maar ook daartussen doen zich pauzes voor.
Geef acht — de mensen zijn slecht.
Plaats rust — de mensen zijn goed.
Op geef acht produceert men woestenijen.
Op plaats rust worden in het zweet des aanschijns huizen gebouwd
en raken snel bewoond.

 

Het leven op aarde is tamelijk goedkoop.
Voor dromen bijvoorbeeld betaal je hier geen cent.
Voor illusies — pas als je ze kwijt bent.
Voor het hebben van een lichaam — alleen met dat lichaam.

 

En alsof dat nog niet genoeg is
draai je zonder kaartje mee in een carrousel van planeten,
en samen met haar, zwart, in een storm van melkwegstelsels,
door tijden zo duizelingwekkend,
dat niets hier op aarde daar zelfs maar van trillen kan.

 

Want kijk maar eens goed:
de tafel staat waar hij stond,
op de tafel ligt een briefje, zoals daar neergelegd,
door het open raam een vleugje van enkel lucht,
en in de muren geen vervaarlijke spleten,
waardoor je nergens heen zou kunnen waaien.

 

 

 

Vertaald door Karol Lesma

 

 

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

31-01-12

In Memoriam Doeschka Meijsing

 

In Memoriam Doeschka Meijsing

 

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing is op 64-jarige leeftijd overleden. Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Ze stierf aan de complicaties van een zware operatie. Doeschka Meijsing was de zus van schrijver Geerten Meijsing met wie ze in 2005 het boek 'Moord & Doodslag' schreef. Zie ook alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

 

Uit: Moord & Doodslag

 

Timbeer ontwaakte uit zijn betovering. Hij begon een dansje, zo wild dat hij er elk moment bij neer kon vallen. Hij zwaaide met zijn armen en draaide in de rondte en stampte met zijn voeten. Zijn tong krulde naar buiten. Hij zong iets.
– Wat doet híj nou? vroegen de meisjes van de straat en liepen door.
Ik bleef bij de poort van de tuin naar hem staan kijken tot hij was uitgedanst en hijgend, stralend op me afkwam. Hij was een beeld van een jongetje, zag ik nu. Hij had lichtblond krullend haar, vrij lang, en ongelooflijk blauwe ogen. Als hij lachte met zijn kleine melktandjes leek het of hij schaterde. Er hing een zeer licht licht om hem heen alsof God de vrolijkste van zijn cherubijntjes even zonder stempel had uitgeleend.
–Wat deed je daar? vroeg ik naar zijn werkelijk opvallend gedrag van zo-even.
– Ik danste, zei hij.
– En wat danste je dan? vroeg ik.
Hij pakte zijn step weer op en keek me aan of hij de nieuwe wereld had ontdekt.
– De dans van het meisje met de kleurpotloden, zei hij en stepte weg.
Ik keek hem na. Hoe hij nog onhandig stepte, afstapte, weer twee stepjes probeerde.
Zijn antwoord had mij volledig uit het lood geslagen. Hoewel ik het niet onder woorden kon brengen, wist ik dat hij de perfecte woorden had gevonden voor het geluk van de verliefdheid. Hij had iets benoemd wat nooit beter onder woorden zou kunnen worden gebracht, feilloos had hij de juiste termen gevonden, geen te veel, geen te weinig, geen pathos, geen opwinding, die hij in het dansje zelf nu juist wel had getoond, overmoedige seksuele opwinding, een buiten jezelf treden, of jezelf en de wereld voelen samenvallen in één grote luchtballon, hoger en hoger, totdat je uit het zicht was verdwenen. En nooit zou je weer terugkeren.
De dans van het meisje met de kleurpotloden. Niet vóór het meisje, maar ván. Dat was het. Daarmee had hij alles gezegd.”

 

 

 

Doeschka Meijsing (21 oktober 1947 – 30 januari 2012)

19-01-12

In Memoriam Rudi van Dantzig

 

In Memoriam Rudi van Dantzig

 

De Nederlandse topchoreograaf en schrijver Rudi van Dantzig is op 78-jarige leeftijd overleden. Rudi van Dantzig werd op 4 augustus 1933 in Amsterdam geboren. Hij leed aan verschillende vormen van kanker. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2011.

 

Uit: Voor een verloren soldaat

 

“De wekker loop ’s ochtends om vijf uur af. Ik stommel mijn kamertje uit, in het halfdonker van de gang wacht onverbiddelijk een rechthoekige vorm: de koffer. Dit is dus de dag.
Het zeil is kil aan mijn voeten. Rillend was ik me bij het aanrecht. Zelf het waterstraaltje maakt lawaai. Mijn vader loopt op sokken door het huis, omzichtig bewegend om mijn broertje niet wakker te maken. Hij leunt over de keukentafel, snijdt een stuk brood doormidden en kijkt me onderzoekend aan.
‘Ben je bang?’
‘Nee’ Ik praat moeizaam, mijn keel zit dicht. Ik schuif de halve boterham terug.
‘Nog te vroeg?’
Hij helpt mijn haar in een scheiding te kammen. Ik zie mezelf in de spiegel, een bleke vlek.

(...)

 

“Overal waar we gaan hangen rissen lampjes, ze staan als sterren over het water gespannen, en de mensen lopen erlangs, in zwijgende, bewonderende processies. De grachtkanten zijn intiem als huiskamers waar het licht is gedoofd en kaarsen branden.
‘Nou?’mijn vader breekt de betovering. ‘Dat is me eventjes wat hè? Dat had je in Friesland kunnen dromen, dat er zoiets bestond.’”

 

 

 

Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)

17-01-12

In Memoriam Piet Römer

 

In Memoriam Piet Römer

 

De Nederlandse acteur Piet Römer is op 83-jarige leeftijd overleden. Sinds 1956 speelde Römer in verschillende televisieseries (Stiefbeen en zoon, 't Schaep met de vijf pooten en natuurlijk Baantjer) en een twintigtal films en in meer dan zestig theaterproducties.

 


 

 

 

Vissen

 

Voor mijn part word ik arm, heb ik het nooit meer warm
Voor mijn part moet ik verder leven zonder blinde darm
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
En dat is vissen

Voor mijn part mag ik nooit geen zout meer en geen vet
Voor mijn part word ik eeuwig op een streng dieet gezet
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Je zoekt een fijne stek, je rolt je zware shag
Al wat je hartje verlangt
De vogeltjes hoor je kwelen, de lammetjes zie je spelen
En het kan je in feite geen donder schelen of je wat vangt
Ik geef niet om bezit, en niet om broodbeleg
Ik geef aan de liefdadigheid mijn laatste joetje weg
Maar er is een ding wat ik nooit zou kennen missen
Vissen

En ik leef ideaal, wat geeft het allemaal
Ik maak mij niet meer druk als ik de laatste trein niet haal
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Ik hoef niet naar een brand, of naar een inter-land
Ik zie het wel op de beeldbuis of ik lees het wel in de krant
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Zo'n brasem die daar zwemt, voor jou is voorbestemd
Zonder dat hij het nog weet
Hij snuffelt eens aan jouw deeg en je dobbertje gaat bewegen
De spanning is bijna ten top gestegen want je hebt beet
Ik hoef geen bungalow, geen huis met patio
Het hele huwelijksleven krijg je zo van mij kado
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Een ding wat ik nooit zou willen missen
Een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

 

 

 

Piet Römer (2 april 1928 – 17 januari 2012)

In Memoriam Phil Bosmans

 

 

In Memoriam Phil Bosmans

 

 

De Belgische dichter, schrijver en pater Phil Bosmans is dinsdag op 89-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgever Lannoo gemeld. Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922 en in maart 1948 in Oirschot in Nederland tot priester gewijd. De pater montfortaan werd als schrijver vooral bekend door zijn boek 'Menslief, ik hou van jou' uit 1972. Dat was een bundel van 100 telefonische boodschappen. Bosmans noemde die vitamines voor het hart. Alleen in Nederland en Vlaanderen zijn al 800.000 exemplaren van het boek verkocht. Zie ook alle tags voor Phil Bosmans op dit blog.

 

 

Liefde

 

Liefde
is warmte geven
zonder elkaar te verbranden.

 

Liefde
is vuur zijn
zonder elkaar te verteren.

 

Liefde
is elkaar heel nabij zijn
zonder elkaar te bezitten.

 

Liefde is 'houden van'
zonder elkaar vast te houden.

 

Liefde is het grote
waagstuk van het
menselijk hart.

 

De mooiste lianen
kunnen de sterkste boom wurgen,
door hem jarenlang
teder te omhelzen.

 

Voelen mensen het hart van een medemens
dan komen ze tot leven.
Alleen in liefde kan men 'mens' worden
en voelt ook de kleinste mens
zich veilig en geborgen.

 

Alleen de liefde is een huis
om in te wonen.

 

 

 


Phil Bosmans (1 juli 1922 – 17 januari 2012)

18-12-11

In Memoriam Vaclav Havel

 

In Memoriam Vaclav Havel

 

De Tsjechische schrijver, politicus en voormalige president van Tsjechië Vaclav Havel is overleden aan complicaties bij zijn langdurige ziekbed. Hij is 75 jaar geworden. Havel was van oorsprong (toneel)schrijver. Tijdens het communistische regime in Tsjecho-Slowakije was hij een van de belangrijkste dissidenten. Zie ook alle tags voor Václav Havel op dit blog.

 

Uit: To the Castle and Back (Vertaald door Paul Wilson)

 

„The days I spent there were important in my life. The hippie movement was at its height. There were be-ins in Central Park. People were festooned with beads. It was the time of the musical Hair. (Joe had presented it in the Public Theater before my play opened, and because it was so successful it moved to Broadway, where I saw the premiere.) It was the time when Martin Luther King Jr. was killed, a period of huge antiwar demonstrations whose inner ethos--powerful but in no way fanatical--I admired; it was also the heyday of psychedelic art. I brought many posters home, and to this day they are hanging in Hradecek. And I brought home the first record of Lou Reed with the Velvet Underground.
My stay in the United States influenced me considerably. After I returned, my friends and I experienced a very joyful, albeit a somewhat nervous, summer, which could not have ended well; on August 21, the Soviet troops arrived. And then, seeing long-haired, bead-festooned young people waving the Czechoslovak flag in front of the Soviet tanks and singing a song that was a favorite among the hippies at the time, "Massachusetts," I had a truly strange sensation. In those circumstances it sounded a bit different from how it had sounded in Central Park, though it had essentially the same ethos: the longing for a free and colorful and poetic world without violence.
The second time I visited America--after a long and gloomy twenty-two years--I was president of my country. The former hippies were now no doubt respected senators or bosses of multinational corporations. Since then I've been here at least ten times; I've become close to three American presidents and to many American politicians (a special role among them was played by my compatriot the marvelous Madeleine Albright), as well as to important people and to many famous stars. These working or state or official visits, however, were brief and the program was always full, so that I only saw America from a speeding limousine. I sometimes found time to go for a walk or visit a rock club, but it was never easy. And so now, here I am on my second long visit almost forty years after the first one. In the meantime, I've lived through quite a bit, and perhaps precisely for that reason--paradoxically--I long for the freedom of movement I once enjoyed here when I was in my thirties.“

 

 

Václav Havel (5 oktober 1936 – 18 december 2011)

01-12-11

In Memoriam Christa Wolf

 

In Memoriam Christa Wolf

 

De (Oost-)Duitse schrijfster Christa Wolf is op de leeftijd van 82 jaar in Berlijn overleden. Dat heeft vandaag haar uitgeverij, de Suhrkamp Verlag, laten weten. De Duitse schrijfster Christa Wolf werd geboren op 18 maart 1929 in het huidige Poolse Gorzów Wielkopolski. Zie ook alle tags voor Christa Wolf op dit blog.

 

Uit: Was bleibt

 

Aber das weiß ich doch, daß man durch willentlichen Entschluß keinen Himmelsschatz erwirbt, der sich unter der Hand vermehrt; weiß doch: Alle Nahrung über des Leibes Notdurft hinaus wächst uns zu, ohne daß wir sie Stück um Stück zusammentragen müßten oder dürften, sie sammelt sich von selbst, und ich fürchte ja, alle diese wüsten Tage würden nichts beisteuern zu dieser dauerhaften Wegzehrung und deshalb unaufhaltbar im Strom des Vergessens abtreiben. In heller Angst, in panischer Angst wollte ich mich jetzt an einen dieser dem Untergang geweihten Tage klammern und ihn festhalten, egal, was ich zu fassen kriegen würde, ob er banal sein würde oder schwerwiegend, und ob er sich schnell ergab oder sich sträuben würde bis zuletzt. So stand ich also, wie jeden Morgen, hinter der Gardine, die dazu angebracht worden war, daß ich mich hinter ihr verbergen konnte, und blickte, hoffentlich ungesehen, hinüber zum großen Parkplatz jenseits der Friedrichstraße.
Übrigens standen sie nicht da. Wenn ich recht sah - die Brille hatte ich mir natürlich aufgesetzt -, waren alle Autos in der ersten und auch die in der zweiten Parkreihe leer. Anfangs, zwei Jahre war es her, daran maß ich die Zeit, hatte ich mich ja von den hohen Kopfstützen mancher Kraftfahrzeuge täuschen lassen, hatte sie für Köpfe gehalten und ob ihrer Unbeweglichkeit beklommen bestaunt; nicht, daß mir gar keine Fehler mehr unterliefen, aber über dieses Stadium war ich hinaus. Köpfe sind ungleichmäßig geformt, beweglich, Kopfstützen gleichförmig, abgerundet, steil - ein gewaltiger Unterschied, den ich irgendwann einmal genau beschreiben könnte, in meiner neuen Sprache, die härter sein würde als die, in der ich immer noch denken mußte. Wie hartnäckig die Stimme die Tonhöhe hält, auf die sie sich einmal eingepegelt hat, und welche Anstrengung es kostet, auch nur Nuancen zu ändern. Von den Wörtern gar nicht zu reden, dachte ich, während ich anfing, mich zu duschen - den Wörtern, die, sich beflissen überstürzend, hervorquellen, wenn ich den Mund aufmache, angeschwollen von Überzeugungen, Vorurteilen, Eitelkeit, Zorn, Enttäuschung und Selbstmitleid.
Wissen möchte ich bloß, warum sie gestern bis nach Mitternacht dastanden und heute früh einfach verschwunden sind.“

  


Christa Wolf (18 maart 1929 – 1 december 2011)





Zie voor de schrijvers van de 1e december ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag. Zie ook ter herinnering aan Ramses Shaffy.

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

 

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies twee jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

 

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook mijn blog van 1 december 2010.

 

 

't Is stil in Amsterdam

 

De mensen zijn gaan slapen
De auto's en de fietsen

Zijn levenloze dingen

De stad behoort nu nog

Aan een paar enkelingen

Zoals ik

Die houden van verlaten straten

Om zomaar hardop

In jezelf te kunnen praten

Om zomaar hardop te kunnen zingen

Want de auto's en de fietsen

Zijn levenloze dingen

Als de mensen zijn gaan slapen

't Is zo stil in Amsterdam

En godzijdank niemand

Die ik tegenkwam

 

't Is stil in Amsterdam

De mensen zijn gaan slapen

Ik steek een sigaret op

En kijk naar het water

En denk over mezelf

En denk over later

Ik kijk naar de wolken

Die overdrijven

Ik ben dan zo bang

Dat de eenzaamheid zal blijven

Dat ik altijd zo zal lopen

Op onmogelijke uren

Dat ik eraan zal wennen

Dat dit zal blijven duren

Als de mensen zijn gaan slapen

't Is zo stil in Amsterdam

Ik wou

Dat ik nu eindelijk iemand tegenkwam

 

 

 

Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)





 

13:36 Gepost door Romenu in In Memoriam, Literatuur, Muziek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |

10-11-11

In Memoriam F. Springer

 

In Memoriam F. Springer

 

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

 

Uit: Bougainville

 

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog...’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

 

 

 

F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)

 

 

11:50 Gepost door Romenu in In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, f. springer, romenu |  Facebook |

18-07-11

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen - zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon - was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

 

 

 

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

 

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

 

Cordelia

Wij zijn niet de eersten,

die het beste wilden, maar het slechtste kregen.

Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;

zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.

Zien wij die dochters en die zusters nog?

 

Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.

Daar zingen wij als vogels in een kooi.

Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag

jou om vergeving. Zo zullen wij leven,

bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen

om vergulde vlinders, van arme drommels

het hofnieuws horen, en met hen bespreken

wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.

Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,

als godeninformanten, in die kerker,

verslijten wij de kliek van hoge heren,

wier tij daalt en rijst met de maan.

 

Edmund

Voer ze af.

 

Lear

Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,

strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?

Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,

en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.

Laat de duivels ze vreten, huid en haar,

wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.

Kom.

 

Lear en Cordelia af

 

 

 

 

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 - 17 juli 2011)

 

26-06-11

In Memoriam Heere Heeresma

 

In Memoriam Heere Heeresma

 

 

De Nederlandse schrijver Heere Heeresma is zondagochtend op 79-jarige leeftijd overleden in een verzorgingstehuis voor oudere kunstenaars en wetenschappers in Laren. De schrijver was bekend van onder meer zijn romans Een dagje naar het strand en Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007en ook mijn blog van 9 maart 2008. en en ookmijn blog van 9 maart 2009en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Uit: Een aanranding in het Vondelpark

 

„Ze bleef liggen, ze voelde zich te zwak om op te staan. Het was weer doodstil in het park. Het was opgehouden met sneeuwen merkte ze. Ze hoorde helemaal niks meer. Net zoals in het begin. Na die drukte van net leek het wel alsof ze ergens op de Sahara was. Vele vragen spookte door haar hoofd; ‘Wat gebeurt er allemaal? Waarom moet mij dit nou net overkomen?’. ‘Ik moet opstaan en verder lopen. Laat ik dit maar vergeten’ Ze stond op en liep verder. Haar benen voelde nog zwak aan.
Het is doodstil. Ze hoort alleen het kraken van de sneeuw onder haar schoenen. Hé, in de verte zag ze een schommelend lichtje. Waarschijnlijk van een fietser…“

 

 

 

Uit: Kijk, een drenkeling komt voorbij

 

‘“Nee,” zei hij. “Eerst mijn schelpen verkopen.” “Hoe wil je die kar door het strand trekken?” vroeg ze, liep naar voren, legde een hand op de grijze ezel en duwde. Het dier viel om. Het was van gewapend karton en een voorpoot lag door de val eraf. Bitter keek hij neer op die flauwekul en begon toen de kar los te maken. Vers touw. Echt touw. Geen blauwe of oranje lijnen van kunststof.

 

 

 

Uit: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp

 

“En daar was vader. De donderende slag waarmee deze de keukendeur achter zich dicht gooide deed het meubilair trillen. Vaders vrolijke bas schalde door het huis en knallend sloeg hij moeder op d'r gat.
‘Ondeugd!’ schreeuwde moeder en dreigde vader met de pollelepel waarbij de soep over haar hand liep.
Glimlachend zag hij het aan. Hij hield er van wanneer vader in een puik humeurtje was. Zo vaak kwam dat niet voor. Streep aan de balk.
‘Zo jan lul!’
‘Dag vader.’ Hij reikte vader de hand en kromp in elkaar toen deze hem even in zijn eeltknuist drukte.
‘Eten!’ riep vader.
‘Trek eerst je duffelse jekker uit en was je jatten, man,’ zei moeder.
‘Deze vuiligheid op m'n kleren en m'n lichaam is tenminste door eerlijk werk verkregen,’ meende vader.
‘Daar behoef je ons toch niet de dupe van te laten worden.’
Mopperend verdween vader in de slaapkamer.

 

 

 

Het allerlaatste gedicht

 

De hebzucht en de fantasie zijn prima

Want vullen onze eenzaamheid met lust.

Hier is de Bijenkorf al, en daar de Hema.

En straks de dood voor de noodzakelijke rust.

 

 

 


Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)

 

Zie voor de schrijvers van de 26e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

08-06-11

In Memoriam Jorge Semprún

 

 

In Memoriam Jorge Semprún

 

De Spaanse schrijver en ex-politicus Jorge Semprún is gisteren op 87-jarige leeftijd overleden.Semprún overleed in zijn woonplaats Parijs.Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook mijn blog van 10 december 2010 en ook mijn blog van 10 december 2008 en eveneensmijn blog van 10 december 2009.

 

Uit: Die große Reise (Vertaald door Abelle Christaller)

“Vier bis fünf Reihen hinter uns entsteht plötzlich ein Tumult, man hört Schreie.
„Was gibt’s jetzt wieder?“ fragt der Junge aus Semur.
Die eingekeilten Leiber schwanken hin und her.
„Luft, er braucht Luft“, ruft eine Stimme hinter uns.
„Macht Platz, zum Kuckuck, bringt ihn ans Fenster“, ruft eine zweite.
Die eingekeilten Leiber schwanken, öffnen sich, und aus der Schattenmasse stoßen Schattenarme den leblosen Körper eines Greises gegen das Fenster. Der Junge aus Semur auf der einen , ich auf der anderen Seite, halten wir ihn in den Strom kalter Nachtluft, der durch die Öffnung bläst.
„Mein Gott“, sagt der Junge aus Semur, „der tut’s nicht mehr lange.“
Das Gesicht des Greises ist eine verkrampfte Maske mit leeren Augen. Sein Mund starrt schmerzverzerrt.
„Was tun wir jetzt?“ frage ich.
Der Junge aus Semur blickt auf das Gesicht des Alten und antwortet nicht. Plötzlich krampft sich der Körper des Alten zusammen. Seine Augen füllen sich mit Leben und starren in die Nacht vor ihm.
„Stellt euch das vor!“ sagt er mit leiser, aber deutlicher Stimme. Dann bricht sein Blick, und sein Körper fällt uns kraftlos in die Arme.
„He, Alter“, sagt der Junge aus Semur, „noch nicht schlappmachen!“
Aber ich glaube, er hat für immer schlappgemacht.
„Muß was mit dem Herzen sein“, sagt der Junge aus Semur.
Als sei es beruhigend zu wissen, woran der Alte gestorben ist. Denn daß er tot ist, daran gibt es keinen Zweifel. Er hat noch die Augen aufgeschlagen und gesagt: „Stellt euch das vor“, und dann war er tot. In unseren Armen hängt nur noch ein Leichnam vor dem Strom kalter Nachtluft, der durch die Öffnung bläst.
„Er ist tot“, sage ich zu dem Jungen aus Semur.
Er weiß es ebenso gut wie ich, aber er gibt noch nicht auf.
„Muß was mit dem Herzen sein“, wiederholt er.
Ein alter Mann hat es mit dem Herzen, das kommt vor. Wir aber, wir sind zwanzig Jahre alt und haben es nicht mit dem Herzen. Das will er sagen, der Junge aus Semur. Er ordnet den Tod dieses Alten den unvorhergesehenen, aber durchaus logischen Unfällen zu, die bei alten Leuten nun mal vorkommen.“

 

 

Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)

 

 


 

02-06-11

In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

's morgens en 's avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van 't kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

's avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

"het had zoveel erger kunnen zijn…"

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat 'n misère
Als Marco staat te blèren
Of 'n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
'N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen 'n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 - 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
 

01-06-11

In Memoriam Hans Keilson

 

In Memoriam Hans Keilson

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver en psychoanalyticus Hans Keilson is gisteren op 101-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Hilversum. Keilson werd op 12 december 1909 geboren in het Duitse Freienwalde. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Daar staat mijn huis

 

„Moeder had veel lekkere recepten om asperges te bereiden: met eieren, ham, bruine boter of bij rosbief. (We aten thuis weliswaar ham, maar voor de rest geen varkensvlees.) In de eerste jaren van hun huwelijk leidden mijn ouders een orthodoxe huishouding, melk- en vleesproducten werden strikt van elkaar gescheiden gehouden, zoals de rituele spijswetten voorschrijven. Dat ze die levensstijl vervolgens opgaven, kwam volgens mijn ouders doordat die in de provinciestad moeilijk vol te houden was. Soms, als hij in Berlijn inkopen was gaan doen, bracht mijn vader bij wijze van troost koosjere vleeswaren mee naar Freienwalde.

Door de jaren heen werd ik mij, eerst in het religieuze domein, niet alleen van de andere levensstijl van ons Joden bewust, maar ook van de zo onvergelijkbaar geringe grootte van onze gemeenschap. ‘Onze kille’ – het Hebreeuwse woord kehilla omschreef de religieuze tempelgroep die zich op onze feestdagen in de onopvallende synagoge in de Fischerstrasse verzamelde, een buurt met kleine huurhuizen van slechts één verdieping waarin arbeiders woonden – ‘onze kille is klein,’ zei mijn moeder. Mijn vader knikte instemmend. Op de grote feestdagen sloot hij zijn zaak en ging in een zwart kostuum met hogehoed naar de eredienst. Maar zijn Joodse opvoeding was vergeleken met die van moeder minimaal. Hij kon slechts met moeite de Hebreeuwse teksten lezen van de gebeden die opgezegd moesten worden. Moeder fluisterde hem vaak de woorden in.“

 

 

 

Hans Keilson (12 december 1909 – 31 mei 2011)