14-12-13

In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar


In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar

 

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en criticus Jacq Firmin Vogelaar is op 69-jarige leeftijd overleden. Hij stierf afgelopen maandag.op 69-jarige leeftijd. Jacq Firmin Vogelaar werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voor Jacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Terugschrijven (Over ‘Boze geesten’ van Fjodor M. Dostojevski)

Boze geesten is de geschiedenis van een moord uit politieke motieven. Uiteindelijk blijkt er in het boek maar één drijfveer in het spel te zijn: vernietigingsdrang, de demon die allen in zijn greep heeft. Hoewel de moordgeschiedenis de vertelstructuur beheerst, is de politiek toch vooral een aanleiding om religieuze en ethische ideeën te behandelen. Dat verklaart het merkwaardige feit dat Pjotr, hoe belangrijk ook als onruststoker en intrigerende Judas, zowel binnen de revolutionaire kring als in het plaatselijke societyleven, inhoudelijk in de roman een bijrol heeft; ook technisch is hij een indringer in de roman die verder gecentreerd is rond Stawrogin en Kirilow. In die zin kan Pjotrs opmerking dat Nikolai Stawrogin ‘zijn betere ik’ is ook worden uitgelegd. Maar zoals goed en kwaad, Amerika en Columbus niet buiten elkaar kunnen, zo ook Pjotr Werchowenski en Nikolai Stawrogin. Als Nikolai voor Pjotr een afgod is, dan is Pjotr voor Nikolai een aap (én een naäper). Ze gebruiken elkaar, zoals trouwens allen elkaar schijnen te gebruiken. Zo ook bij voorbeeld Werchowenski en Kirilow. In Kirilow zingt het vrijheidsthema zich los van de betekenissen: ‘Volledige vrijheid zal er eerst zijn, als het er niet meer op aankomt of men leeft of niet. Ziehier het doel van alles.’ Hij is de eerste in de geschiedenis die geen God wil bedenken. Zelfmoord is voor Kirilow de proef op de som van een gedachtenexperiment: ‘Als God bestaat, dan is elke wil van Hem, en kan ik niets doen buiten Zijn wil. Als Hij niet bestaat, dan is het allemaal mijn eigen wil en ben ik verplicht, mijn vrije wil aan de dag te leggen’. Dat had een parafrase kunnen zijn van de uitspraak van Bakoenin: ‘God bestaat - en de mens is een slaaf; als de mens vrij is - bestaat God niet’, al was Bakoenin zeker niet bereid geweest Kirilow in zijn conclusie te volgen: ‘Ik ben verplicht, mijzelf dood te schieten, omdat het hoogtepunt van de vrije wil hierin bestaat - zichzelf het leven te benemen.’

 

 
Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

13-12-13

In Memoriam Martijn Teerlinck


In Memoriam Martijn Teerlinck

 

De Vlaamse dichter en muzikant Martijn Teerlinck is afgelopen dinsdag, 10 december, op 26-jarige leeftijd overleden. Martijn Teerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

Lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

 

 

 
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 - 10 december 2013)

29-11-13

In Memoriam Hermine de Graaf

 

In Memoriam Hermine de Graaf

De Nederlands schrijfster Hermine de Graaf is op 62-jarige leeftijd overleden. Hermine de Graaf werd geboren in Winschoten op 13 maart 1951.Zie ook alle tags voor Hermine de Graaf op dit blog.

 Uit: Een kaart, niet het gebied

“Het stadje waarin ze woonde was niet interessant voor kinderen, een groep huizen, straten erdoorheen die stervormig naar het middelpunt, een marktplein liepen. Op dat plein stonden parkeermeters bij rechthoekige vakken, er midden op verhief zich de kerk. Net een begraafplaats met grafzerken die hongerig riepen om kwartjes… dat was zo’n beetje alles wat er over het plaatje te vertellen viel”.
(...)

 Als wij winkelruiten of spiegels voorbij liepen, volgde ik zijn ogen die het niet na konden laten er blikken in te werpen, waren de ruiten vuil of de spiegels verweerd dan zag ik ogen die boos spatten….’, ‘Spiegels kunnen mensen rechtstreeks met hun beeltenis confronteren, als er niets in de wereld zou zijn dat je beeltenis kon weerkaatsen, dan zou je op grond van andere tekens een beeld van jezelf moeten vormen, meer gebaseerd op je innerlijk en gericht op wat anderen over je zeiden. Het zou voor Simon beter geweest zijn…’

 

Hermine de Graaf (13 maart 1951 – 29 november 2013)

25-11-13

In Memoriam Gerrit Krol

 

In Memoriam Gerrit Krol

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol is zondag in zijn woonplaats Groningen op 79-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Uit het tekenboek van Rauh
 
Voorop de vleermuis die in vallende staat
het verstand doorsteekt met een speld
en de bedoelingen van ons hart
met een potlood uit elkaar legt.
Dan Jonas, die met schubjes op zijn rug
- etiketten waar hij is geweest -
zoekt langs het water naar een brug
die hem verbinden moet met Kanaän
dat hij niet mag betreden.
Er staat dat hij op het einde nog
in laatste tweespraak met het Kruis
zijn ziel beveelt in handen van de Geest -
het kruis dat diep beneden hem
rechtop gezet is in een kluitje klei,
het kruis, in dierbare verhoudingen
gesneden, maar in een kluit. Een traan
zakt van zijn oog af op het hout
als hij zijn offer brengt: een kleine bips en koud.
Hij schreit en houdt in vlinderslag
zich aan de takken vast.
 
Het blinde echtpaar waarvan de man
in het vuur zijn handen houdt
dat knettert en als radium straalt,
terwijl zijn vrouw een beeltenis,
een foto rondgeknipt als medaillon,
van liefde heeft in haar oog gespeld -
zij wachten zij aan zij,
totdat Hij, die ons allen bijhoudt,
naderkomt met geheven handen
en helpt ze pijnloos uit hun vel.
 
De dieren zoeken in volle draf het licht,
het schijnsel dat de mensen dragen:
er zit een oude man gehurkt
met op zijn hoofd een druppel vet
waarin een kaarsje is gezet.
Hij kijkt verbeten over 't veld
of het in deze omstandigheden geldt.
De hond schuift in het rond; de mug
die trillend heeft verdeeld de lucht
gaat onder, en nog kleinere dieren.
 
Nauwkeurig heb ik de plaat bekeken
waarop, volgens de tekst door anderen geschreven
en doorgestreept maar geschreven dus toch,
de monsters zich een einde bereiden,
zich in het leven snijden op de elleboog -
zo een die tussen de benen met een zaag omhoog
als brood zijn eigen zak te snijden staat.
 
Tevergeefs kruipt op de einder toe
een vrouw van wie de geitjes drinken.
Waarom, als haar die functie is gegeven,
waarom dan niet en wél het stukje deeg
dat eeuwen hangt reeds eeuwen
boven een bek die niet meer leeft?
 
En die grote troela dan
die, boeketten bloemen wringend,
denkt dat nu alles voorbij is?
 
De Christus hangt in donkere nacht
in stukken aan het kruis; zijn macht
is afgevallen als een kleed,
maar zolang Hij onder een theemuts
bijeenhoudt wat ons allen aangaat,
te Zijner tijd onthuld,
zolang zwemt er een vis
voor het wachthuis heen en weer.
 
Aan het einde van zijn leven,
innig vergroeid met boom en struik,
zo deelt de tekenaar ons mede,
heeft de oude man de kracht,
in afwachting van de dood,
nog een vogel op zijn hoofd te laten nestelen.
 
Zo ijlt dan door de ruimte een holle scherf
voort naar de snelheid van het licht,
het duizendjarig rijk der doden,
waar vrede is en dunne bomen
op een middag als het lente is,
het uur waarop bezoekers komen. 

 
 
Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

10:34 Gepost door Romenu in Actualiteit, In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-11-13

In Memoriam Doris Lessing

 

In Memoriam Doris Lessing

 

De Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing is gisteren overleden. Ze was 94 jaar. Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: Walking In the Shade

 

“I was also having those thoughts--perhaps better say feelings--that disturb every arrival from Southern Africa who has not before seen white men unloading a ship, doing heavy manual labour, for this had been what black people did. A lot of white people, seeing whites work like blacks, had felt uneasy and threatened; for me, it was not so simple. Here they were, the workers, the working class, and at that time I believed that the logic of history would make it inevitable they should inherit the earth. They--those tough, muscled labouring men down there--and, of course, people like me, were the vanguard of the working class. I am not writing this down to ridicule it. That would be dishonest. Millions, if not billions, of people were thinking like that, using this language.

I have far too much material for this second volume. Nothing can be more tedious than a book of memoirs millions of words long. A little book called In Pursuit of the English, written when I was still close to that time, will add depth and detail to those first months in London. At once, problems--literary problems. What I say in it is true enough. A couple of characters were changed for libel reasons and would have to be now. But there is no doubt that while 'true', the book is not as true as what I would write now. It is a question of tone, and that is no simple matter. That little book is more like a novel; it has the shape and the pace of one. It is too well shaped for life. In one thing at least it is accurate: when I was newly in London I was returned to a child's way of seeing and feeling, every person, building, bus, street, striking my senses with the shocking immediacy of a child's life, everything oversized, very bright, very dark, smelly, noisy. I do not experience London like that now. That was a city of Dickensian exaggeration. I am not saying I saw London through a veil of Dickens, but rather that I was sharing the grotesque vision of Dickens, on the verge of the surreal.”

 

 

 

Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

21-10-13

In Memoriam Thomas Blondeau

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau is afgelopen zondag op 35-jarige leeftijd overleden. Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: eX

 

“Steek een goudvis in een kom en zolang hij lucht en voedsel heeft, zal zijn belevingswereld niet veel anders zijn dan die van een goudvis in een meer. Plaats een olifant alleen op een omwald stukje veld en na verloop van tijd gaat hij met zijn hoofd zachtjes heen en weer slingeren. Zijn slurf trekt strepen in het zand. Die schudbewegingen maken endomorfine aan. Ze schudden zich langzaam naar een high om dat godvergeten stukje veld bestrooid met gigantische knikkers stront aan te kunnen.

Om een mens in diezelfde toestand te krijgen zijn er sterkere maatregelen nodig. Neem hem zijn besef van tijd en ruimte af, hul hem in duisternis en geef hem onzekerheid over zijn lot. Een naamloos leven in een niet al te grote gemeenschap bereikt aardig die omstandigheden. Omdat hoop het laatste is wat sterft, gaat de mens radeloos op zoek naar methodes om de gekte op een afstand te houden. Daarom gaan gijzelaars schaken, besteden ze dagelijks meer uren aan hun zelfgekauwde pionnen en lopers dan wat voor grootmeester dan ook. Of ze gaan opdrukken en doen buikspieroefeningen met een zelfdiscipline die ze in vrijheid nooit zouden kunnen opbrengen. Herlezen die slecht geschreven detective in een taal die ze amper machtig zijn totdat ze als korangeleerden het hele ding kunnen reciteren. Desnoods achterstevoren.
Davids rituelen tegen de waanzin die gestaag op zijn hoofd druppelde, waren de impromptu scenario’s waarin hij de hoofdrol speelde. Zag hij de getraliede ramen van een geldtransportwagen, dan vertraagde zijn stap. Haalde zijn zonnebril boven, deed alsof hij een mobiele telefoon naar zijn oor bracht en ging bedachtzaam een sigaret roken, hopend dat een beveiligingsbeambte hem opmerkte. Wat nooit gebeurde.
Als hij een gloeiende sigarettenpeuk in het rioolgat mikte, hoopte hij stiekem op een steekvlam of een ontploffing. Ging hij naar een winkel, dan keek hij recht de beveiligingscamera’s aan. En in zijn borst altijd die onuitgesproken hoop dat er iets zou gebeuren. Dat hij opgemerkt zou worden, per abuis gearresteerd, dit is schandalig, sorry meneer, een gerechtelijke dwaling, een gerechtelijke dwaling zegt u, dat was een jaar van mijn leven, als u maar weet dat ik het hier niet bij laat. Hij was de uitgelezen ramptoerist bij zijn eigen catastrofe.”

 

 

 

Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

02-10-13

In Memoriam Tom Clancy

 

In Memoriam Tom Clancy

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy is gisteren overleden. De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

 

Uit: The Teeth of The Tiger

 

"Your treatment of your men is generous in its praise, Captain. Why?"

That made Caruso blink. "Sir, they did very well. I could not have expected more under any circumstances. I'll take that bunch of Marines up against anybody in the world. Even the new kids can all make sergeant someday, and two of them have 'gunny' written all over them. They work hard, and they're smart enough that they start doing the right thing before I have to tell them. At least one of them is officer material. Sir, those are my people, and I am damned lucky to have them."

"And you trained them up pretty well," Broughton added.

"That's my job, sir."

"Not anymore, Captain."

"Excuse me, sir? I have another fourteen months with the battalion, and my next job hasn't been determined yet." He'd happily stay in Second Force Recon forever. Caruso figured he'd screen for major soon, and maybe jump to battalion S-3, operations officer for the division's reconnaissance battalion.

"That Agency guy who went into the mountains with you, how was he to work with?"

"James Hardesty, says he used to be in the Army Special Forces. Age forty or so, but he's pretty fit for an older guy, speaks two of the local languages. Doesn't wet his pants when bad things happen. He—well, he backed me up pretty well."

The TS folder went up again in the M-2's hands. "He says here you saved his bacon in that ambush."

"Sir, nobody looks smart getting into an ambush in the first place. Mr. Hardesty was reconnoitering forward with Corporal Ward while I was getting the satellite radio set up. The bad guys were in a pretty clever little spot, but they tipped their hand. They opened up too soon on Mr. Hardesty, missed him with their first burst, and we maneuvered uphill around them. They didn't have good enough security out. Gunny Sullivan took his squad right, and when he got in position, I took my bunch up the middle. It took a total of ten to fifteen minutes, and then Gunny Sullivan got our target, took him right in the head from ten meters. We wanted to take him alive, but that wasn't possible the way things played out." Caruso shrugged. Superiors could generate officers, but not the exigencies of the moment, and the man had had no intention of spending time in American captivity, and it was hard to put the bag on someone like that. The final score had been one badly shot-up Marine, and sixteen dead Arabs, plus two live captives for the Intel pukes to chat with. It had ended up being more productive than anyone had expected. The Afghans were brave enough, but they weren't madmen—or, more precisely, they chose martyrdom only on their own terms.”

 

 

 

Tom Clancy (12 april 1947 – 1 oktober 2013)

24-09-13

In Memoriam Hugo Raes

 

In Memoriam Hugo Raes

 

De Belgische schrijver Hugo Raes is maandag op 84-jarige leeftijd overleden. De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

 

Uit: Bankroet van een charmeur

 

“Soms was hij onbetrouwbaar ontdekte ik stilaan. Hij loog soms tergend. Tergend omdat hij mij onderschatte. Uit veel bluf bestond hij wist ik al lang, en had ik ook aanvaard, niemand is volmaakt, maar zijn fundamenten waren ‘shakier’ dan ik dacht. En dat was voor mij een voldoening, en ook een teleurstelling. Ik trachtte de onoverwinnelijke, de charmeur tot de juiste proporties te herleiden.

Later zag ik hem dagenlang niet. Toen dook hij op in onze contactkroeg en deed weer een fantastisch verhaal over een nieuwe vrouw: ‘Ze is in de steek gelaten door haar vent, heeft twee kinderen, is bepaald lelijk, maar totaal vrij en heeft geld en dat kan ik altijd gebruiken. En ze wil zich steeds maar uitkleden. Een uitkledingscomplex zou ik zeggen. In de auto doet ze haar bustehouder uit langs de mouwen, knoopt haar bloese open. Ze wil me altijd meetronen naar haar kamer, begint zich op slag uit te kleden, staat daar te draaien en te smeken: streel me, streel dat lijf van me. Maar z'is te lelijk om te doen.’

Op een dag had hij één van de drie firma's opgezegd. Hij had geen tijd meer, zei hij, maar het was omdat hij steeds maar beloofde die en die bezoeken af te leggen en contacten op te nemen, en het bleef uitstellen, dat ze naar een nieuwe man uitkeken.

Geleidelijk ging hij bergaf, met een sadistisch genoegen bijna, maar werd ook vermoeider. Er waren twee jaar verlopen sinds wij begonnen waren samen op rooftocht uit te gaan. Hij leed aan de maag nu. In 't begin hield hij het voor mij verborgen, maar het duurde niet lang, of hij nam zijn poeders, aanvankelijk met water, dan met bier, in mijn bijzijn.

‘Ik denk dat jij wat meer zou moeten rusten’, raadde ik hem aan. Hij sliep soms een hele nacht niet, of zelfs twee niet. En hij was mijn oprechte vriend. Later zou ik ondervinden dat hij mij achter mijn rug klein maakte en zo oninteressant mogelijk. Een verweer dat inslaat bij de vrouwen en ook bij vele mannen. Ik heb geleerd sedertdien dat alle vrienden zo zijn, ze zijn alle egoïsten, iedereen staat alleen, en toch hebben we vrienden om de illusie te hebben dat we niet alleen staan. Ik had een goed hart, zei hij. Maar wat is ‘goed’? Hij had ook een groot hart. Een groot, goed, zacht, meevoelend en smerig en jaloers en haatdragend hart. We maakten ruzie soms in een herberg, en ik tartte hem, maar hij kon alles verdragen. Hij veegde de spons met groots gebaar over deze overspannen woorden. 's Anderendaags dronken we als de beste vrienden die we waren. Verder lachten we, of voelden ons grijs en versleten of rot.”

 

 

 

Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)

18-09-13

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki  is vandaag op 93-jarige leeftijd in Frankfurt am Main overleden. Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

 

Uit: Unser Grass

 

“Zunächst bin ich verpflichtet, den Autor, dessen Buch ich rezensiere, zu verteidigen. Mit Geduld, mit liebevoller Teilnahme, mit Herzlichkeit muß ich sein Werk untersuchen. Ich muß es mit allen mir zu Gebote stehenden Mitteln zu seinen Gunsten deuten und dem Leser so vorteilhaft wie möglich präsentieren. Ich habe, wenn es um seine schwachen Seiten geht, auf mildernde Umstände hinzuweisen. Und es ist meine Hauptaufgabe, alle diejenigen ästhetischen, intellektuellen und moralischen Aspekte und Motive seines Werkes zu betonen, die ihm, dem Autor, die Anerkennung, die Sympathie, vielleicht sogar die Liebe des Publikums sichern können. Kurzum: Mein Autor ist mein Mandant, mein Klient, mein Schützling. Ich habe ihm zu dienen, seine Sache zu vertreten.

Aber hätte ich nur diese eine Funktion – meine Arbeit wäre weit einfacher. Der Verteidiger muß jedoch zugleich ein Ankläger sein. In wessen Namen klage ich eigentlich an? Des Publikums? Gewiß nicht, denn ich habe vom Publikum keinerlei Auftrag erhalten. Im Namen der Zeitung, für die ich schreibe? Nein. Die Redaktion darf auf die Tendenz meiner Kritik keinen Einfluß ausüben. Der Kritiker repräsentiert nur sich selber – und nicht etwa ein Kollektiv.

In wessen Namen also klage ich an? Die ehrliche Antwort auf diese Frage klingt pathetisch: im Namen der Literatur. Ich muß jede Seite des neuen Werks mißtrauisch lesen, ich muß es hartnäckig anzweifeln. Ich habe alles Schwache, Fragwürdige und Schlechte im Gegen- stand der Betrachtung zu suchen. Es ist meine Aufgabe, dem Autor auf die Schliche zu kommen, ihn zu entlarven. Im Interesse der Literatur kann ich nicht zu streng sein. Mein Schützling ist auch mein Opfer.

Zwei Seelen wohnen also in des Kritikers Brust, in zwei Rollen tritt er gleichzeitig auf: als Rechtsanwalt und als Staatsanwalt. Das Ergebnis des Kampfes dieser beiden Seelen, des Gefechts auf dem Feld derartiger dialektischer Spannungen, die Summe der beiden Plädoyers, des verteidigenden und des anklagenden – das ist die Kritik, die dem Leser dienen will und dem Autor, der Literatur und unserer Zeit. Die Urteile hingegen werden, meine ich, nicht von uns, den Kritikern, gefällt, sondern später einmal von den hohen Richtern, den Literaturhistorikern.”

 

 

 

Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)

13-09-13

In Memoriam Erich Loest

 

In Memoriam Erich Loest

 

De Duitse schrijver Erich Loest is gisteren op 87-jarige leeftijd in Leipzig gestorven. Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Durch die Erde ein Riß

 

“Der Teufel naht meist auf leisen Sohlen. Er dachte darüber nach, wie es denn gekommen war, daß er keine Macht wollte, keine von oben verliehene und von unten nicht kontrollierte Macht. Keine Gesellschaft war denkbar, ohne daß Menschen Macht über andere ausübten warum, fragte er sich, ist das für mich ein Problem und für andere nicht? Wer Macht hatte, war allergisch gegen alle, die nicht ein Häppchen von ihr leihen wollten. Trugen die Mächtigen schlechtes Gefühl mit sich herum, suchten sie deshalb Komplizenschaft und haßten die Machtverweigerer, weil die sich nicht zu Mittätern machen ließen? War es eitel, sich das weiße Hemd der Unschuld überzuziehen seht her, was für ein Engel ich bin, ich mach mir die Hände nicht schmutzig? Teilhabe an der Macht, um Informationsbedürfnis, Neugier zu befriedigen? Die Tragik derer, die in der Mitte zerrieben wurden ein endloses Feld.

Vielleicht verschwand er morgen oder nächste Woche in Einzelhaft, vielleicht steckten sie ihn mit einem Lump zusammen, legten ihn in eine Außenzelle, in der es doppelt so kalt war wie in Innenzellen. Kein Kino für drei Monate. Möglichkeiten gab es die Menge, und er kannte fast alle. Schreiberlaubnis bekam er ohnehin nicht. Oder auch: Es blieb alles beim alten.

Jupp begann tief zu atmen und leise zu schnarchen. 23/59 blickte gegen die Decke mit dem Gitterschatten, der Knastmond würde niemals untergehen. Er versuchte, sich an Wendungen zu erinnern, als er mit der Macht kollidiert war.

Dabei überkam ihn Müdigkeit, er drehte sich auf die Seite und zog die Decke über den Kopf, daß nur ein Spalt zum Atmen blieb. So würde er die Kälte überstehen. Der Schlaf kam schnell und spülte alles Grübeln weg. 23/59 wehrte sich nicht gegen ihn. Denn natürlich ist Schlaf das Beste, was es im Knast überhaupt gibt.”

 

 

 

Erich Loest (24 februari 1926 – 12 september 2013)

30-08-13

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney is vrijdag op 74-jarige leeftijd overleden. Dat hebben Ierse media gemeld. Heaney kreeg in 1995 de Nobelprijs voor Literatuur. Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

Death Of A Naturalist

 

All year the flax-dam festered in the heart
Of the townland; green and heavy headed
Flax had rotted there, weighted down by huge sods.
Daily it sweltered in the punishing sun.
Bubbles gargled delicately, bluebottles
Wove a strong gauze of sound around the smell.
There were dragon-flies, spotted butterflies,
But best of all was the warm thick slobber
Of frogspawn that grew like clotted water
In the shade of the banks. Here, every spring
I would fill jampotfuls of the jellied
Specks to range on window-sills at home,
On shelves at school, and wait and watch until
The fattening dots burst into nimble-
Swimming tadpoles. Miss Walls would tell us how
The daddy frog was called a bullfrog
And how he croaked and how the mammy frog
Laid hundreds of little eggs and this was
Frogspawn. You could tell the weather by frogs too
For they were yellow in the sun and brown
In rain.
Then one hot day when fields were rank
With cowdung in the grass the angry frogs
Invaded the flax-dam; I ducked through hedges
To a coarse croaking that I had not heard
Before. The air was thick with a bass chorus.
Right down the dam gross-bellied frogs were cocked
On sods; their loose necks pulsed like sails. Some hopped:
The slap and plop were obscene threats. Some sat
Poised like mud grenades, their blunt heads farting.
I sickened, turned, and ran. The great slime kings
Were gathered there for vengeance and I knew
That if I dipped my hand the spawn would clutch it.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open

 

 

 

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

23-07-13

In Memoriam Michel van der Plas

 

In Memoriam Michel van der Plas

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Michel van der Plas is zondagochtend op 85-jarige leeftijd overleden. Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

 

 

Vader en zoon

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt
kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?
ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?
jij bent toch in de regen weggelegd?

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?
Waar zou ik moeten komen? ben je daar
nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar
het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.
Ik moet al antwoord geven en ik ken
nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben

Ja, zeg ik, en kijk om. De nacht is diep.
Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:
ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

 

 

 

 

 

School der liefde

 

Woorden van geluk zijn moeilijk, ze zijn
klank, wartaal, aaas en jijs en toedan, alles
of niets. Het lekken van vuur; een gordijn
in de wind. Ze zijn eigenlijk maar ballast.

Want we zeggen geluk niet, we doen het.
Dieren hebben alleen maar hun lichamen;
snuiven, stampvoeten, hoeden warmte met
warmte. Het leeft en trilt, het heeft geen namen.

Hoeveel gemakkelijker vindt verdriet
woorden. Dat is de wereld van de mensen:
ze huilen en ze ballen vuisten en ze
vullen bladzijden, maar ze sterven niet.
Sterven hoorde alleen waar leven hoorde:
bij geluk; en dat was teveel voor woorden.

 

 

Een nieuw lied

 

Een nieuw lied voor de Heer die de vogeltjes schiep
En hun wijzen van iedere dag
Die de treurwilg tot eindeloos treuren riep
En de vrouw tot haar eeuwige lach

Een nieuw lied voor de Heer die de goudvissen goud
En de roodborstjes rood heeft gemaakt
Die de golven der zee, en de bladeren van 't woud
Met zijn vinger heeft aangeraakt
Die de kolibrie schiep, en de adelaar schiep
Het viooltje en de orchidee
Die de schelpen en zwaardvissen liet in het diep
Van dezelfde bedelvende zee
Die zijn adem laat gaan langs het slapende land
Tot het wenend van weelde ontwaakt
Die de dauwdroppen droogt met zijn heilige hand
En de zon tot zijn heilgenoot maakt

Een nieuw lied voor de Heer die het meer en de lucht
En de straten vol zonnelicht goot
Die de leeuwerik leidt tot zijn duizelende vlucht
En de vlinder tot vlinderdood

Een nieuw lied voor de Heer die een durend nieuw lied
In de mond van mijn moedertje lei
Die zijn licht in haar zuivere blik achterliet
En haar zei wat zij zeide tot mij

Een nieuw lied voor de Heer die van ieder nieuw lied
Het ontstaan en de maker is
Die het voorzingt in water en woud en in riet
In de steeg en de vensternis

Een nieuw lied voor de Heer, voor de Heer
Die accoorden en woorden ingeeft
Aan de dichter de vrouw en het kind, o en meer
dan aan weerklank en stem in hem leeft
En zijn naam zij gezegend de eeuwigheid lang
Zij gezegend de naam van de Heer
Van de opgang der zon, tot haar ondergang
zij gezegend de naam van de heer
die de sneeuwvlokken zendt als de wolkige wol
en de rijm als verdwarrelende as
Als hij spreekt lopen alle stuwmeren vol
En alles smelt wat bevroren was
O gij wateren looft en gij landstreken looft
En gij vogeltjes looft onze Heer
En gij vuurtongen looft, en gij dauwdroppen looft
Alle boomtoppen looft onze Heer

Een nieuw lied voor de Heer, met pauk en cymbaal
En bij cither en luit en schalmei
een nieuw lied voor de Heer in uw mond in uw taal
Want wie geeft u die liederen dan hij

 

 

 

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

02-07-13

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

De Nederlandse zanger, liedschrijver en theatermaker Maarten van Roozendaal is gisteren op 51-jarige leeftijd overleden. Maarten van Roozendaal werd geboren in Heilo op 3 mei 1962.

 

 

Lied

 

Straks schrijf ik voor het eerst een lied

Waarvan ik weet, dat jij het nooit zult horen

Geen nood, er gaat niet veel verloren

Ik maak het expres zo mooi maar niet

 

Dit wezenloos waarom en hoe

Er valt niet zoveel te vertellen

Wanneer de dingen echt gaan tellen

Waar ligt de zin, wat is de clou

 

Maar als ik iets moois proberen zou

Vroeg ik je eerst of alle woorden kloppen

En pas als jij ja zegt, zou ik stoppen

En zing ik het alleen voor jou...

 

 

 

Ritueel

 

Ik houdt het kleine ritueel in ere, opdat jij elk moment terug kunt keren

Iedere dag, wanneer het avond wordt, maak ik de tafel klaar

Een extra bord, bestek, je eigen stoel

Een kaars een glas alsof je enkel opgehouden was

 

Ik hoor, hoe kon ik denken dat hetgene

Waardoor ik ben voor altijd was verdwenen

Ik hoor alsof de woning nog bestond

Het grind, de klink het aanslaan van de hond

En jij komt binnen op het ogenblik

Dat ik de lamp ontsteek de bloemen schik

 

Ik hoop alleen dat ik dan rustig blijf

En haast niet opschiet van mijn stil bedrijf

De woorden vind als was het vanzelfsprekend

Schuif aan, tast toe, er is op je gerekend...

 

 

 

 

 

Maarten van Roozendaal (3 mei 1962 - 1 juli 2013)

24-06-13

In Memoriam Elis Juliana

 

In Memoriam Elis Juliana

 

De Curaçaose dichter, auteur, kunstenaar en onderzoeker Elis Juliana is op 23 juni overleden. Dat is door zijn familie bekendgemaakt. Hij is 85 jaar geworden. Juliana behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. Zie ook alle tags voor Elis Juliana op dit blog.

 

 

 

Hé Patu (fragment)

Hé Patu ta yanga.
Hé Patu ta rondia
Hun tiki kuminda
Pa su muchanan.

Hé P’akí, hé p’ayá
Hé P’akí, hé p’ayá.


 

Waggeleend (fragment)

Het eendje dat waggelt,
Het eendje dat scharrelt
Op zoek naar wat voer
Voor haar jongen:

Hóp naar links! Hóp naar rechts!
Hóp naar links! Hóp naar rechts!

 

 

 

Vertaald door Fred de Haas

 

 

 

Zwarte engelen

 

Rustend in moeders schoot vroeg het kind:
Mamita, zijn er zwarte engelen ook?
En wat kon de moeder anders zeggen dan:
Slaap mijn kind, slaap zacht.

 

 

Vertaald door Frank Martinus Arion

 

 

 

 

 

Elis Juliana (8 augustus 1927 – 23 juni 2013)

18:59 Gepost door Romenu in In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, elis juliana, romenu |  Facebook |