In Memoriam Lars Gustafson


In Memoriam Lars Gustafson

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson is op 79-jarige leeftijd overleden. Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.


Elegie over een dode labrador

in twee verschillende werelden: de mijne,
meest letters, een tekst die door het leven loopt,
de jouwe voornamelijk gebeuren. Je bezat een kennis
die ik dolgraag bezeten zou hebben: het vermogen
gevoel, lust, haat of liefde
als een golf door je hele lichaam te laten gaan,
van je neus tot je staartpunt, het onvermogen
om het bestaan van de maan te accepteren.
Bij volle maan huilde je steeds luid naar haar op.
Je was een beter gnosticus dan ik. En je leefde
zodoende voortdurend in het paradijs.
Je had de gewoonte al springend vlinders te vangen
en ze op te peuzelen, iets dat sommige mensen weerzinwekkend vonden.
Ik stelde dat immer op prijs. Waarom
kon ik er geen lering uit trekken? En deuren!
Voor gesloten deuren ging je liggen slapen,
vast overtuigd dat vroeg of laat degene moest komen
die de deur open zou doen. Je had gelijk.
Ik had ongelijk. Ik vraag me af, nu deze lange
woordloze vriendschap voorgoed voorbij is,
of ik mogelijkerwijs iets kon dat jou
imponeerde. Je vaste overtuiging dat
ik het was die het onweer opriep
telt niet mee. Dat was een vergissing. Ik denk
dat mijn geloof dat de bal bleef bestaan
ook wanneer hij achter de bank verscholen lag
je ergens een idee gaf van mijn wereld.
In mijn wereld lag het meeste verscholen
achter iets anders. Ik noemde je ‘hond’.
Ik vraag mij vaak af of je mij beschouwde
als een grotere, meer lawaai makende ‘hond’,
of als iets anders, voor altijd onbekend,
dat is wat het is, bestaat in de eigenschap
waarin het bestaat, een fluitje
door het nachtelijke park waarop je
gewend was terug te keren zonder eigenlijk
te weten waarnaar. Over jou, over
wie je was, wist ik niet meer.
Je zou kunnen zeggen, vanuit dit wat objektievere
standpunt: We waren twee organismen.
Twee van deze plekken waar het universum
in zichzelf verstrikt raakt, kortstondige, komplexe
proteïnestrukturen, die steeds ingewikkelder
moeten worden om te overleven, tot alles
uiteenspringt en weer eenvoudig wordt, de knoop
ontward, het raadsel vervlogen. Je was niets dan
een vraag gericht aan een andere vraag
en geen van beiden bezat andermans antwoord.


Vertaald door Bernlef


Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)


In Memoriam Jim Harrison


In Memoriam Jim Harrison

De Amerikaanse schrijver Jim Harrison is zaterdag op 78-jarige leeftijd overleden. Zijn uitgeverij maakte zijn overlijden zondag bekend. Zie ook alle tags voor Jim Harrison op dit blog.

Uit: The Great Leader

“On the way to work he was drowsy so he drove down to the harbor and stood out in the cold north wind that was pushing waves over to the top of the break wall. He felt forlornly on the wrong track with the Great Leader. His colleagues and captain in the state police teased him with, “Where’s the evidence of a crime?” Everyone knew there wasn’t a provable one and it was certainly an ironic way to end a fine career. His uncle John Shannon who was a commercial fisherman liked to say, “Every boat is looking for a place to sink.” There were far more rumors of sexual abuse these days than day-old bread and in this case the mother and daughter were unwilling to testify.
He turned and looked at the huge Catholic church on the hill and received a modest jolt in his frontal lobe, not really a clue. The year before the divorce they had taken a vacation in northern Italy and his wife had been in a serene trance over religious art and architecture while he as an historian mostly saw the parasitical nature of the Catholic Church. This was what truly goaded him about Dwight who had managed to get seventy people to give up their lives and money. By living in primitive conditions in the “past before the past” as Dwight called it they would have a wonderful future. Was this any more cockamamie than the Mormons, or the Catholics for that matter? The idea that something so obviously stupid worked with people irked him. They beat on their drums, chanted in tongues, danced, and hunted and fished. As the members spiritually matured their pasts would reshape themselves. Dwight seemed to utterly believe in what he was doing and then one day he didn’t and would move on. The little information Roxie had gathered on the Great Leader’s activities seemed to center on the Mayan calendar, the nature of which Sunderson didn’t yet understand. He suspected that it was true Dwight had had sexual relations with the twelve-year-old daughter of a cult member but there was nowhere to go with this. Sunderson was concerned that when you looked into the history of religion those in power generally devised a way to get at the young stuff, which seemed also to be a biological premise in other mammals. This was scarcely a new idea as Marion had noted. Just as Sunderson’s hobby was history Marion, as a mixed blood, was obsessive about anthropology."


Jim Harrison (11 december 1937 - 26 maart 2016)


In Memoriam Johan Cruijf


In Memoriam Johan Cruijf


Johan Cruijff (25 april 1947 – 24 maart 2016)




Een gestrekte bal,
een balk door de lucht,
een eerlijk eikenhouten schot:
zo gaat de waarheid op haar doel af.

Of heen en weer
en heen bewegend, de tegenstrever,
de lezer, steeds weer op het verkeerde
been zettend, door een overstapje, een
oversprongetje, elke nieuwe regel
uit leesevenwicht te beginnen,
deze beweeglijkheid, deze fysieke
bewogenheid, god, dit is kunst:

geboren worden en een lichaam hebben
en er dan gedurende een blauwe maandag
Johan Cruijff mee zijn

in een gedicht, een speelveld
van Herman de Coninck.



Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
Mechelen, Grote Markt met Sint Romboutstoren.
Herman de Coninck werd geboren in Mechelen.


In Memoriam Pat Conroy


In Memoriam Pat Conroy

De Amerikaanse schrijver Pat Conroy is vrijdag op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Beaufort in de Amerikaanse staat South Carolina overleden. Dat heeft zijn uitgever bekendgemaakt. Pat Conroy werd geboren op 26 oktober 1945 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Pat Conroy op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: The Death of Santini

“Uncle Jim was solicitous and as helpful as he could be and provided our only lifeline to civilization and to groceries. Several times a week he would take us all for a swim at a public lake in a nearby town. It was the summer I thought my mother’s mental health began to deteriorate, and I think my sister Carol Ann suffered a mental breakdown caused by that ceaseless drumbeat of days. Carol Ann would turn her face to the wall and weep piteously all day long. Mom appeared sick and exhausted and slept long periods during the day, ignoring the many needs of my younger siblings. The days were interminable and Mom grew more weakened and distressed than I had ever seen her. I asked what was wrong and how I could help.
“Everything!” she would scream. “Everything. Take your pick. Make my kids disappear. Make Don vanish into thin air. Leave me alone.”
In July I got a brief respite when I took a Trailways bus on a two-day trip to Columbia, South Carolina, to play in the North-South all-star game. I’d not touched a basketball since February, was out of shape, and played a lackluster game when I needed to have a superlative one. After the game, Coach Hank Witt, an assistant football coach at The Citadel, the military college of South Carolina, came up to tell me that I had just become part of The Citadel family, and he wished to welcome me. Coach Witt handed me a Citadel sweatshirt and I delivered him a full, sweaty body hug that he extricated himself from with some difficulty. In my enthusiasm, I was practically jumping out of my socks. By then, I’d given up hope of going to any college that fall and had thought about entering the Marine Corps as a recruit at Parris Island because all other avenues had been closed off to me. My father never told me nor my mother that he had filled out an application for me to attend The Citadel. I danced my way back into the locker room below the university field house and practically did a soft-shoe as I soaped myself down in the shower. In my mind I’d struggled over the final obstacles, and there were scores of books and hundreds of papers written into my future. Because I’d been accepted at The Citadel, I could feel the launching of all the books inside me like artillery placements I’d camouflaged in the hills. The possibilities seemed limitless as I dressed in the afterglow of that message. In my imagination, getting a college degree was as lucky as a miner stumbling across the Comstock Lode, except that it could never be taken away from me or given to someone else. I could walk down the streets for the rest of my life, hearing people say, “That boy went to college.” And then it dawned on me that the military college of South Carolina did not preen about being a crucible for novelists or poets. Hell, I thought in both bravado and innocence, I’ll make it safe for both.“


Pat Conroy (26 oktober 1945 – 4 maart 2016)


In Memoriam Umberto Eco


In Memoriam Umberto Eco

De Italiaanse schrijver Umberto Eco is vrijdagavond op 84-jarige leeftijd overleden. Zijn familie heeft dat vrijdagnacht bekend gemaakt. Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit: In de naam van de roos (Vertaald door Jenny Tuin en Pietha de Voogd)

“En terwijl ik mijn gefascineerde blik van die raadselachtige polyfonie van heilige ledematen en helse spierbundels afwendde, zag ik aan de zijkanten van het portaal, en onder het diepe gewelf van de bogen, soms gebeeldhouwd op de steunmuren in de ruimte tussen de ranke zuilen die ze schraagden en versierden, en verder op de dichte haag van hun kapitelen van waaruit ze zich vertakten naar het woudachtige gewelf van de talrijke bogen, nog meer visioenen, verschrikkelijk om te zien en op die plek alleen gerechtvaardigd door hun parabolische en allegorische kracht of om de zedelijke lering die ervan uitging: en ik zag een wellustige, naakte vrouw met een ontvleesd lichaam, aangevreten door smerige padden, leeggezogen door slangen, gepaard met een dikbuikige sater met ruige griffioens poten en een liederlijk opengesperde keel die zijn verdoemenis uitschreeuwde; en ik zag een vrek, verstijfd in de starheid van de dood op zijn protserige hemelbed, tot weerloze prooi geworden van een horde duivels, van wie één hem de ziel in de vorm van een zuigeling (die helaas nimmer meer tot het eeuwige leven geboren zou worden) uit zijn reutelende mond rukte, en ik zag een hoogmoedige op wiens schouders een duivel neerstreek en hem zijn klauwen in de ogen stak, terwijl elders twee vraatzuchtigen elkaar in een weerzinwekkende worsteling in stukken reten, en nog meer wezens, met bokkenpoten, leeuwenmanen en pantermuilen, gevangen in een woud van vlammen waarvan men de schroeilucht bijna kon ruiken. En rondom hen, tussen hen in, boven hen en onder hun voeten, nog meer gezichten en nog meer ledematen, een man en een vrouw die elkaar bij de haren grepen, twee adders die de ogen van een verdoemde uitzogen, een hoonlachende man die met zijn haakvormige handen de muil van een hydra opensperde, en alle andere dieren van satans bestiarium, in vergadering bijeen en als bewakers en erewacht geschaard om de troon tegenover hen, om met hun nederlaag Zijn lof te zingen, faunen, tweeslachtige wezens, beestmensen met zes vingers aan elke hand, sirenen, centauren, gorgonen, harpijen, maren, dracontopoden, minotauren, lynxen, pardels, climaeren, draken met hondenkoppen die uit hun neusgater vuur spuwden, getande reuzenhagedissen, veelstaartige monsters, harige slangen, salamanders, hoornadders, waterschildpadden, ringslangen, tweekoppige adelaars met tanden op hun rug, hyena's, otters, kraaien, krokedillen, zeemonsters met zaagvormige hoorns, kikkers, griffioenen, apen, bavianen, leeuw-hyena's, mantichora's, gieren, rendieren, wezels, draken, hoppen, steenuilen, basilisken, hypnalissen, praesters, schorpioenen, sauriërs, walvissen, rolslangen, ringelaars, pijlslangen, dispassen, smaragdhagedissen, zuigvissen, poliepen, murenen en schildpadden. De gehele bevolking van het dodenrijk scheen zich te hebben verzameld om, duister woud en troosteloze vlakte van uitgestotenen, als voorhal te dienen voor de verschijning op het timpaan van Hem die was gezeten, voor Zijn gelaat vol belofte en dreiging, zij, de verslagenen van Armageddon, voor het aangezicht van Hem die komen zal om voorgoed de levenden van de doden te scheiden.” 


Umberto Eco (5 januari 1932 – 19 februari 2016)


In Memoriam Harper Lee


In Memoriam Harper Lee

De Amerikaanse schrijfster Nelle Harper Lee, de schrijfster van het boek 'To Kill a Mockingbird' is op 89-jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever Random House vrijdag bevestigd. Nelle Harper Lee werd geboren in Monroeville op 28 april 1926. Zie ook alle tags voor Harper Lee op dit blog.

Uit:To Kill a Mockingbird

“Boo's transition from the basement to back home was nebulous in Jem's memory. Miss Stephanie Crawford said some of the town council told Mr. Radley that if he didn't take Boo back, Boo would die of mold from the damp. Besides, Boo could not live forever on the bounty of the county.
Nobody knew what form of intimidation Mr. Radley employed to keep Boo out of sight, but Jem figured that Mr. Radley kept him chained to the bed most of the time. Atticus said no, it wasn't that sort of thing, that there were other ways of making people into ghosts.
My memory came alive to see Mrs. Radley occasionally open the front door, walk to the edge of the porch, and pour water on her cannas. But every day Jem and I would see Mr. Radley walking to and from town. He was a thin leathery man with colorless eyes, so colorless they did not reflect light. His cheekbones were sharp and his mouth was wide, with a thin upper lip and a full lower lip. Miss Stephanie Crawford said he was so upright he took the word of God as his only law, and we believed her, because Mr. Radley's posture was ramrod straight.
He never spoke to us. When he passed we would look at the ground and say, "Good morning, sir," and he would cough in reply. Mr. Radley's elder son lived in Pensacola; he came home at Christmas, and he was one of the few persons we ever saw enter or leave the place. From the day Mr. Radley took Arthur home, people said the house died.
But there came a day when Atticus told us he'd wear us out if we made any noise in the yard and commissioned Calpurnia to serve in his absence if she heard a sound out of us. Mr. Radley was dying.
He took his time about it. Wooden sawhorses blocked the road at each end of the Radley lot, straw was put down on the sidewalk, traffic was diverted to the back street. Dr. Reynolds parked his car in front of our house and walked to the Radley's every time he called. Jem and I crept around the yard for days. At last the sawhorses were taken away, and we stood watching from the front porch when Mr. Radley made his final journey past our house.”


Harper Lee (28 april 1926 – 19 februari 2016)


In Memoriam Aristide von Bienefeldt


In Memoriam Aristide von Bienefeldt

De Nederlandse schrijver Aristide von Bienefeldt is op 56-jarige leeftijd overleden. Aristide von Bienefeldt (pseudoniem van Rijk de Jong) werd geboren op 24 oktober 1964 in Rozenburg bij Rotterdam. Zie ook alle tags voor Aristide von Bienefeldt op dit blog.

Uit: En weer zat er een Paul Newman in de keuken

“Ene Jaap uit Mijnsherenland heeft een reusachtige hoeveelheid houtblokken opgehaald. Ik had die blokken te koop gezet op Marktplaats, en Jaap was de eerste bieder. We hebben ze één voor één - ze lagen opgeslagen op de graanzolder - naar beneden gegooid; daarna heb ik geholpen - nou ja, ik deed alsof, hij had al betaald dus erg gemotiveerd was ik niet - om ze in het busje te stouwen dat hij speciaal voor het vervoer gehuurd had. Ik ben bang dat het busje meer gekost heeft dan het hout. Op het busje kon hij niet afdingen.
Sinds 1973, het jaar van de oliecrisis, lagen die blokken hun lot af te wachten. Mijn vader, die een ‘stel dat’-mens was, vreesde dat onze kachel op een dag niet meer zou branden.
‘Stel dat’-mensen sluiten nooit iets uit. ‘Stel dat de Arabieren de oliekraan diehtdraaien,’ rechtvaardigde hij zijn hamsterwoede, ‘dan hoeven wij van de winter geen kou te lijden.’
Dat die houtblokken veertig jaar later zouden verpulveren in een open haard in Mijnsherenland, kon hij niet vermoeden. Dat kon niemand vermoeden. Het kacheltje, bedoeld om in actie te komen als mijn vaders ‘stel dat’-scenario uitkwam, staat ook te koop. Ik vond het naast de houtberg, in een plastic zak, afgesloten met vlastouw.
‘Hout naar het bos dragen,’ dacht ik terwijl ik de blokken naar beneden gooide, samen met Jaap uit Mijnsherenland. Een quote van Erasmus, geloof ik.
Ik probeerde de quote van Erasmus in overeenstemming te brengen met onze bezigheden, of met wat mijn vader bedoeld had toen hij, bijna veertig jaar geleden, die houtvoorraad aanlegde. Vergeefse moeite.”


Aristide von Bienefeldt (24 oktober 1964 - 20 januari 2016)


In Memoriam Michel Tournier


In Memoriam Michel Tournier

De Franse schrijver Michel Tournier is maandag op 91-jarige leeftijd thuis in Choisel overleden, meldden Franse media. Michel Tournier werd geboren op 19 december 1924 in Parijs. Zie ook alle tags voor Michel Tournier op dit blog.

Uit: Les météores

« J'ai le temps de me poser la vieille question qui surgit fatalement en voyage dans le cœur sédentaire que je suis : pourquoi ne pas m'arrêter ici ? Des hommes, des femmes, des enfants considèrent ces lieux fugitifs comme leur pays. Ils y sont nés. Certains n'imaginent sans doute aucune autre terre au-delà de l'horizon. A lors pourquoi pas moi ? De quel droit suis-je ici et vais-je repartir en ignorant tout de North Bend, de ses rues, de ses maisons, de ses habitants ? N'y-a-t-il pas dans mon passage nocturne pire que du mépris, une négation de l'existence de ce pays, une condamnation au néant prononcée implicitement à l'encontre de North Bend ? Cette question douloureuse se pose souvent en moi lorsque je traverse en tempête un village, une campagne, une ville, et que je vois le temps d'un éclair des jeunes gens qui rient sur une place, un vieil homme conduisant ses chevaux à l'abreuvoir, une femme suspendant son linge sur une corde tandis qu'un petit enfant s'accroche à ses jambes. La vie est là, simple et paisible, et moi je la bafoue, je la gifle de ma stupide vitesse...
Mais cette fois encore, je vais passer outre, le train rouge fonce vers la montagne nocturne en hululant, et le quai glisse et emporte deux jeunes filles qui se parlaient gravement, et je ne saurai jamais rien d'elles, et rien non plus de North Bend.

"L'Esprit-Saint est vent, tempête, souffle, il a un corps météorologique. Les météores sont sacrés. La science qui prétend en épuiser l'analyse et les enfermer dans des lois n'est que blasphème et dérision. "Le vent souffle où il veut et tu entends sa voix, mais tune sais ni d'où il vient, ni où il va", a dit Jésus à Nicodème. C'est pourquoi la météorologie est vouée à l'échec. ses prévisions sont constamment ridiculisées par les faits, parce qu'elles constituent une atteinte au libre arbitre de l'Esprit. Et il ne faut pas s'étonner de cette sanctification des météores que je revendique. En vérité tout est sacré. Vouloir distinguer parmi les choses un domaine profane et matériel au-dessus duquel planerait le monde sacré, c'est simplement avouer une certaine cécité et en cerner les limites. Le ciel mathématique des astronomes est sacré parce que c'est le lieu du Père. La terre des hommes est sacré, parce que que c'est le lieu du Fils. Entre les deux, le ciel est brouillé et imprévisible de la météorologie est le lieu de l'Esprit et fait lien entre le ciel paternel et la terre filiale. C'est une sphère vivante et bruissante qui enveloppe la terre comme un manchon plein d'humeurs et de tourbillons, et ce manchon est esprit, semence et parole."


Michel Tournier (19 december 1924 – 18 januari 2016)


In Memoriam Frans Pointl


In Memoriam Frans Pointl


De Nederlandse schrijver Frans Pointl is gisteren in Amsterdam op 82-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Nijgh & Van Ditmar laten weten. Frans Pointl werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1933.Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frans Pointl op dit blog.

Uit: De Laatste kamer (Afscheid)

“Tweemaal per maand gingen mijn moeder en ik naar mijn grootvader in Zandvoort. Hij woonde daar in een pension. Mijn oom, de dokter, betaalde dat en hij kreeg ook nog een bescheiden zakcentje. Daarvoor woonde hij alleen in een duur huurhuis in de Amsterdamse Lomanstraat. Hij was achtenzeventig en had geen enkele bron van inkomsten. Mijn oom vond dat een pension aan zee een goede oplossing was.
Hij had zijn vader onderzocht en hem nog kerngezond bevonden.
Ik herinner me dat ik een jaar of zeven was. Vanuit Heemstede gingen we met de tram naar de Tempelierstraat in Haarlem. Daar stapten we over op de ‘blauwe tram’ die uit Amsterdam kwam. Het waren brede logge wagons, gebouwd in Hongarije, daarom werden ze ook wel ‘Budapesters’ genoemd. Vanbinnen waren ze heel ruim, de banken waren met een soort van fluweel bekleed en de ramen waren groot. Er waren drie of vier wagons aan elkaar gekoppeld.
De tram reed langzaam en schommelde enigszins. Er waren veel haltes zodat de ‘Budapester’ maar langzaam vorderde. Voor mij was het steeds weer een feest erin te rijden. De trein was veel sneller maar ook veel duurder.
Moeder had een groot pak van bruin pakpapier bij zich, dichtgebonden met een dun touwtje.
Eindelijk in Zandvoort aangekomen moesten we nog een stuk lopen alvorens we het pension aan de boulevard bereikten. De huizen daar hadden vergeelde, door zoute zeelucht en regen uitgebeten deuren en raamkozijnen. Ik zag grootvader al op het balkon zitten.
Moeder belde aan en de kostjuffrouw deed open. We liepen de smalle trap op, want het waren oude huizen.
‘Kan ik u even spreken?’ vroeg ze aan moeder.
Natuurlijk begreep ik weinig van hun gesprek, maar toen ik ouder was vertelde moeder het mij.
‘Uw vader doet zo vreemd,’ zei de kostjuffrouw. ‘Ik weet niet meer wat ik hem te eten moet geven.’
‘Hoezo?’ vroeg moeder.
‘Hij heeft gezegd dat hij niets meer wil eten wat een gezicht heeft, dus geen vlees meer.’ Ze aarzelde. ‘Heeft een vis ook een gezicht?’
‘Ik denk van wel,’ antwoordde moeder. ‘Hij is op zijn oude dag dus ineens vegetariër geworden.’
‘Wat moet ik hem dan voorzetten?’ vroeg ze.
‘Aardappels, groenten, kapucijners en vla, daar is hij dol op.’


Frans Pointl (1 augustus 1933 – 1 oktober 2015)


In Memoriam Hellmuth Karasek


In Memoriam Hellmuth Karasek

De Duitse journalist, schrijver, film- en literair criticus en hoogleraar theaterwetenschapHellmuth Karasek is op 81-jarige leeftijd overleden. Hellmuth Karasek werd geboren op 4 januari 1934 in Brno, Moravië, Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hellmuth Karasek op dit blog.

Uit: Auf der Flucht

“Weihnachten 1944 war besonders kalt, weiß war es in den  Beskiden ohnehin. Die Wohnung war warm, ich hatte zur Eisenbahn noch einen Metallbaukasten bekommen und Bausteine.
Aber leider war mir sterbenselend, ich war das üppig fette Essen,  die Weihnachtsgans, nicht gewohnt und habe mich über  dem glatten, glänzenden Parkettboden übergeben. Meine Mutter  steckte mich ins Bett und gab mir Tee.  Ein paar Tage später hieß es, die Mutter müsse mit uns Kindern  Bielitz verlassen. Vorübergehend. Die Russen hätten in  einer Offensive die deutsche Front gebrochen und seien im  Vorstoß auf das Kohle- und Industrierevier um Kattowitz.
Mein Vater müsse an der Heimatfront bleiben.
Wir packten ein paar Koffer, so viel, wie ich und meine Mutter  gerade tragen konnten, und mein Vater fuhr uns zum Bahn-hof, der von Schneestürmen umtobt war. Meine kleinen Geschwister, mein fünfjähriger Bruder Horst, meine vierjährige Schwester Ingrid und meine zweijährige Schwester Heidrun hielten wir an der Hand. Nach stundenlangem Warten auf dem  Bahnsteig, der immer wieder von Schneeverwehungen freigeschaufelt werden musste, drängten wir uns in einen überfüllten Zug, der uns, »vorübergehend«, so beschwichtigte mein Vater meine Mutter, auf ein Gut in Niederschlesien bringen sollte.
Ich erinnere mich an das erleichtert freudige Gefühl, das ich empfand, weil ich nach den Ferien nun doch nicht mehr in meine gehasste Schule mit ihrem Drill zurückkehren musste. Ich wusste noch nichts von den Wochen, in denen wir uns immer wieder in eisige Züge kämpfen und drängen, auf vereisten Straßen auf Lastwagen warten, in überfüllten Wartesälen  oder Schulen auf dem Boden schlafen, in Gestank, Geschrei, unter Verzweifelten und dumpf Verstummten, im Dreck, in Angst und Panik, die Tage in Hunger und Kälte verbringen mussten. Es war der totale Zusammenbruch. Dass es eine Befreiung war, lernte ich erst Jahre später. Nur manchmal hätte  ich gerne gewusst, wer später an Weihnachten von den Tellern gegessen hat, die wir zurückließen. Welche Bilder an den Wänden hingen. Und was aus der Märklin-Eisenbahn geworden  ist, mit der ich nur zwei Tage gespielt hatte.“


Hellmuth Karasek (4 januari 1934 - 29 september 2015)


In Memoriam Frank Martinus Arion


In Memoriam Frank Martinus Arion

De Curaçaose dichter en schrijver Frank Martinus Arion, pseudoniem van Frank Efraim Martinus, is zondagavond op 78-jarige leeftijd overleden. Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zie ook alle tags voor Frank Martinus Arion op dit blog.

Uit: Nobele wilden

“Jij bent van buiten Europa, maar je bent ook jong. We gaan terug naar de natuur ja, waar sympathie en goede nabuurschap, zoals jij dat zo mooi noemt, mogelijk zijn. Rousseau was trouwens niet tegen de stad op zich. Hij wilde niet terug naar de natuur omwille van de planten en bomen en beekjes, te veel mensen denken dat, maar om de andere kwaliteiten van het menselijk leven, die in die omgeving beter mogelijk schijnen te zijn. Het is niet zo, zegt hij ergens, dat de mensen vroeger beter waren, ze waren wel warmer en liever voor elkaar. Dat is het wat wij in de zg. primitieve volkeren altijd bewonderd hebben, de warmte. Om het algemener te zeggen, in de gemeenschappen en perioden waarin de mens boven de materie stond, haar beheerste, al klinkt dat vreemd in onze technocratische eeuw, en deze geen doel was tot meerder bezit. Zo'n periode kent iedereen in zijn jeugd. Wat curieus als die alliantie er ooit komt, tussen de vroegere Nobele Wilden en onze moderne jeugd. Maar terecht. De jeugd is wild en de jeugd is nobel. Wat de meest opvallende karakteristieken zijn van de revolutionair.

Hij sterft eigenlijk nooit, de banaan. Hij is eeuwig. Elke stam groeit tot zo'n twee of drie meters, bij bepaalde soorten zelfs hoger, geeft een tros bananen en sterft dan af. Of je kapt die stam om. Maar onderaan staat, zelfs vóór de tros er is, altijd een aantal jonge bananestruikjes klaar om zijn taak opnieuw te volbrengen. In het creools zeggen we:
De banaan is stervende: Haar kinderen zijn er al!
Daarom zeg ik: Het bananeleven is oneindig! Er is nauwelijks individualisering. De jonge lootjes groeien nadrukkelijk aan en uit de stam van de moederplant. We halen ze soms wel weg en planten ze apart, maar dat is menselijke kunstmatigheid. Bovendien is ook de bestemming van de banaan zo wonderlijk. De trossen komen, de bananen rijpen, worden gegeten of vergaan. Zonder bijbedoelingen! Zuiver belangeloze esthetiek van de natuur!”


Frank Martinus Arion (17 december 1936 - 27 september 2015)


In Memoriam Joost Zwagerman


In Memoriam Joost Zwagerman

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman heeft na een periode van depressies zelfmoord gepleegd in zijn woonplaats Haarlem. Dat heeft zijn uitgeverij De Arbeiderspers dinsdagavond bekend gemaakt. Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Hij is 51 jaar geworden. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.


...zag jij misschien

...zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.



Zeven joosten

Die nacht had ik zeven mooie hoofden
die ik naast mijn ene leven legde op de kast.
Ik deed het licht uit en de hoofden sliepen in.
Mijn romp speelde sjamaan in bed, de halsrib
rond en roodbeknoest, doorzinderd vlees
met aderen die schreeuwden. Mijn zeven mooie
hoofden in rust op rij. Ik verzorgde mij
zoals mijn moeder vroeger plantjes water gaf.

Alles wat ze zeggen over mij is altijd waar
en samen zijn we alle zeven niemandsland.
Alle pluche is ballast voor het polymorfe hoofd.
Mij is geen zonde of verzaking aan te wrijven,
ik doe mijn plicht en vraag niets in ruil.

Ik geef munten aan wie vraagt, duplicaten
aan wie waant, ontucht in het volle licht,
mijn monden vangen zevenvoudig zaad. Mijzelf
genoeg. Ik sta ingeschreven voor onteigening
maar weet niet of verhoord gebed mij past.



Roeshoofd hemelt

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo'n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen


Joost Zwagerman (18 november 1963 – 8 september 2015)


In Memoriam Sybren Polet


In Memoriam Sybren Polet

De Nederlandse dichter en schrijver Sybren Polet is op 19 juli op 91-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij vandaag bekend gemaakt. Sybren Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) werd geboren in Kampen op 19 juni 1924. Zie ook alle tags voor Sybren Polet op dit blog.



Ik vond een oorschelp in de grond
om aan te luisteren.
ik luisterde en vond
drie takken taal
een drietakttaal voor één gedicht.
daar is geen zin mee te verrichten.
ik stop dat oor maar met een stopwoord dicht.




De serene lucht, een en al ademlucht.
Je voelt je – opgelucht – ál abstracter worden,
een vrijzwevende doorluchtige geest,
Van beeldgedachten en lichtdromen,
zonder het minste besef van afwezigheden.

Ruimte als lichte roes.
Ergens een licht vermoeden?

Ergens, oneindig ver weg,
een even opflikkerend
en snel vervluchtigend ik-vermoeden?

Ruimte als lichte roes,
de roes van een grensloze open ruimte.



Laatste sneeuw van de eeuw

Waar is de eeuwige sneeuw van weleer?
Gletsjers trekken zich terug als
   grote gevoelens - oude schollen
     komen bovendrijven.

Secondensnelle erosie legt de skeletten bloot
     van minimastodontjes, vroege dromen
en hij van elk fossiel
                      de nieuwe tijdgenoot.

Minuscule catastrofes, karkasjes
       klein als moleculen,
                          kristallijne tranen.

De tijd versteent in druppels,

Zoekend naar leven tussen het puin
klopsignalen, mensengeur…
                         er zwerven

schimmen en vitale echo’s
     in holen en rui’nes. Roep dan!
          klop, blafl echo.

En hij: - Dit is de laatste sneeuw van de eeuw.
       Dit wordt de laatste echo.



Sybren Polet (19 juni 1924 – 19 juli 2015)


In Memoriam Rogi Wieg


In Memoriam Rogi Wieg

In zijn woonplaats Amsterdam is woensdagavond de Nederlandse dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Dat heeft zijn vrouw laten weten via Wiegs uitgeverij In de Knipscheer. Rogi Wieg was 52 jaar oud. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.



Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis toe gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig
- en al die mooie dingen dan -
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichtvaardig.

Er is te weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals dit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt, om nog iets goed te maken.



Als een sonnet van verveling

Vroeger wist ik al dat trage tijd
in mijn leven komen zou, dadenloos omlijnd.
Geboren in een sterrendoek zijn alle dingen toen verleid
tot maan die opkomt, maan die niet verdwijnt.
De stad legt zich in straten aan mij uit;
de nachtlamp brandt, gekletter van bestek.
Hier is men thuis in dat wat sluit
en nooit meer opengaat. Ik weet alleen oneigenlijk vertrek.
Ik deed de tijd af of ik niet bedacht
dat wat voorbij is nooit meer wijkt
en bij me blijft tot kindszijn toe.
Men kleedt zich uit, de klacht is moe
dat tijd veel trager lijkt
en einde weer tot herkomst bracht.




God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.



Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)