06-05-12

Gouden Boekenuil 2012 voor David Pefko


De Nederlandse schrijver David Pefko heeft de Gouden Boekenuil gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Het Voorseizoen. Dat heeft de organisator van de prijs, Boek.be, bekendgemaakt. David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

 

Uit: Het Voorseizoen

 

Opeens moet ik denken aan de foto van haar moeder die op de afzuigkap geplakt zat.
‘Maakt dat niet uit, het is warm daar, Sue,’ had ik gezegd.
‘Ze had het altijd koud, dat weet je toch,’ was het antwoord dat me weer op slag verliefd had gemaakt.
‘Je glimlacht,’ fluistert Anca in mijn oor.
‘Ach ja, ik weet niet of ik nou kan zeggen dat het een slecht huwelijk was, het was meer dat ze na een tijd alles kapotmaakte.’
‘Als het aan jou had gelegen waren jullie nu nog bij elkaar geweest?’ ‘Ja, dat denk ik wel. Ik denk wel eens dat we nu nog samen zouden zijn als ik mijn regenpijp niet had laten vernieuwen.’
We drinken glaasjes brandewijn. Ik lig languit naast haar op bed. Ze trekt haar benen op en gaat dicht tegen me aan liggen, houdt me stevig vast, zo stevig als mogelijk. Ik zoen alles wat maar in de buurt van mijn mond komt.
‘Vertel verder,’ fluistert ze in mijn oor.
‘Het is een stom verhaal, Anca, je wilt het niet horen.’
‘Kom nou, ik vertel jou ook genoeg stomme dingen, ik vind iets niet zo gauw stom.’
‘Nou oké,’ zeg ik, ‘het was ergens in oktober. De bladeren waren van de bomen gevallen, Wigston is erg mooi in deze tijd van het jaar, weet je dat? Echt heel mooi, alles is roestbruin en vochtig. Maar goed, de goot zat constant verstopt, en toen begon het dagen achtereen te regenen, zo hevig dat we binnenbleven. We speelde spelletjes en Susan kookte de laatste groente uit de tuin. De oogst was gigantisch geweest die zomer en ik had de hele vriezer vol met bonen en courgettes, aubergines, paprika’s, ga zo maar door. Die dag maakte ze iets met de courgettes, geloof ik. Ja, ik kan me ook nog precies herinneren wat het was dat ze maakte: een stoofschotel met lamsvlees. Die avond zat de goot zo verstopt dat het regenwater niet meer weg kon. Toen begon de ellende… Het eerste kwam de goot naar beneden, met een enorme klap, toen de regenpijp…’

 


David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

09:19 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david pefko, gouden uil, romenu |  Facebook |

17-02-12

In Memoriam Anil Ramdas

 

In Memoriam Anil Ramdas

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas is gisteren op zijn verjaardag op 54-jarige leeftijd overleden. Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog. Schokkend nieuws zo kort na het memoreren van zijn geboortedag.

 

Uit: Badal

 

„Eén keer had hij de aanvechting gehad naar huis terug te keren. Hij was sober, dat wilde hij ze bewijzen. Op het perron aarzelde hij bij de kaartautomaat, toen hij een doffe klap achter zich hoorde. Een grote jongen met een zware bril en aankomend baardje lag languit op de grond. De twee jongens die hem vergezelden keken hem aan, en keken daarna naar de omgeving, alsof ze niet echt bij elkaar hoorden, of alsof ze hulp zochten maar niemand zagen.
Schuin naast Badal stond een Engelssprekend stel van in de dertig, hij blank, zij zwart. Hij had de neiging zwarte mensen op te merken. Tot nu toe was hij maar één zwarte jongen tegengekomen in Zandvoort, in een rolstoel. Een gehandicapte zwarte; als het allemaal figuranten waren, was het goed gevonden. En nu dus deze mooie zwarte vrouw, met de Engelse man die niet reageerde op de jongen op de grond. Dat de zwarte vrouw ook niet reageerde viel hem niet op. Blanken horen blanken te helpen.
Aarzelend liep Badal naar de jongen op de grond en vroeg, eerst in krakkemikkig Duits en daarna gewoon in Engels, of er iets was. Hij haalde zijn mobiele telefoon al uit zijn zak toen de jongen zijn zware bril goed op zijn neus zette en riep: ‘No, no, everything okay, everything is okay.’
‘Are you sure?’ vroeg Badal.
‘Yes, yes, sure.’
Badal liep terug naar de kaartautomaat en bleef het tafereel in de gaten houden. Pas toen de jongen overeind krabbelde en wankelend de hoge stenen trappen naar de stationsuitgang op wilde, greep de Engelsman in: ‘Doe dat maar niet,’ zei hij in het Duits. De jongen liet zich zakken op de eerste trede.
‘Hebben jullie iets zoets bij je,’ vroeg hij aan de twee vrienden, die nog altijd verdwaasd keken. Nee, niets zoets.
‘Ga naar boven en haal iets uit een automaat, chocola, of ijs, geeft niet wat.’
De Engelsman liep terug naar zijn vriendin en zei: ‘Die halfgare jongeren, komen uit Duitsland om zich hier suf te blowen en om te vallen.’
Blowen, dacht Badal, als hij niet meer dronk kon hij toch wel blowen? De gedachte maakte dat hij de kaartautomaat met rust liet en naar boven ging: Badal, jij bent nog lang niet hersteld.“

 

 

 

Anil Ramdas (16 februari 1958 – 16 februari 2012)

09-02-12

A. Roland Holst Prijs 2012 voor Jacob Groot

 

A. Roland Holst Prijs 2012 voor Jacob Groot

 

 

De Stichting A. Roland Holst Fonds in Bergen heeft haar driejaarlijkse oeuvreprijs voor poëzie toegekend aan Jacob Groot. De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook mijn blog van 5 juli 2011. Voor de poëzieprijs werd het bestuur van de stichting geadviseerd door een jury bestaande uit Odile Heynders, Huub Beurskens en voorzitter Wiel Kusters. De uitreiking van beide prijzen vindt plaats op 12 mei 2012 in de Ruïnekerk te Bergen. Bij die gelegenheid zal de dichteres Hester Knibbe de A. Roland Holst-lezing houden.

 

 

 

Tramlijn Begeerte

 

Zo gaat het: je hoort een deur bonzen en de schelp van de ruimte
bruist open; de werkelijkheid schampt langs en laat een lege weg
achter zich heel, terwijl je geschiedenis schroeit er vol van dicht
maar de uitspraak wandelt verder omdat je lippen dat afspraken

Zo hoort het: de natuur opent je blad na blad zoals een leerboek
bladert je door tot je dichtgaat onder de avondwijdte, de noordelijke
kroon brandt op je hoofd en je vrucht wil dragen de wind, de Bora
het liefst, of de Harmattan, met hun messen die snijden in het brood

van het donker en geboren worden dan je zaden, de naakten die je kleden,
van de kosmos een zoon, kosmetisch, zoneloos, gemorst als korstmos
langs een rotsblok in een atlas die je leest om te reizen: van de dorpsweg

naar de tramway, vanwaar een twijg loopt uit een steel tot de afdruk
in de tijd dat je waaide, je wiel van spaken, die langzaam smelten door
de drukke lucht, waarin je hoopt, bij de stam, te sterven als geen ander.

 

 

 

 

Bezichtiging der landerijen

 

Wij hebben een mooi witstenen huis,
maar we zijn nooit thuis.

We rijden in mijn houten wagen
door de dageraad,
langs wat getoverd werd uit zaad
in het land dat ik ontgang.

Stop bij een bron:
de wielen branden in de zon.

Wil je nog beter zien
wat ik met jou begon,
dan stappen we in mijn luchtballon.

 

 



Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

02-02-12

In Memoriam Wislawa Szymborska

 

In Memoriam Wislawa Szymborska

 

 

De Poolse dichteres Wislawa Szymborska is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat is gisteren bekendgemaakt. Szymborska won in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zij is volgens haar woordvoerder 'vredig, in haar slaap, overleden'. De dichteres was al lange tijd ziek. Ze woonde in de Zuid-Poolse stad Krakau. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

 

Hier

 

Ik weet niet waar nog meer,
maar hier op aarde is genoeg van alles.
Hier maakt men stoelen en verdriet,
schaartjes, violen, tederheid, transistors,
stuwdammen, grappen, kopjes.

 

Misschien dat elders van alles meer is,
alleen ontbreken daar om bepaalde redenen schilderijen,
kinescopen, noedels, tranendoekjes.

 

Hier is een overvloed aan plekken met omgeving.
Op sommige kun je bijzonder gesteld raken,
ze op jouw manier benoemen
en behoeden voor het kwade.

 

Misschien zijn elders soortgelijke plekken,
alleen vindt niemand die mooi.

 

Misschien als nergens anders of zelden ergens
heb je hier een eigen romp,
en daarbij de nodige attributen
om bij kinderen van anderen die van jezelf te voegen.
En verder handen, benen en een verbaasd hoofd.

 

Onwetendheid hier is aldoor in de weer,
telt voortdurend iets, vergelijkt, meet,
trekt daaruit conclusies en wortels.

 

Ik weet het, ik weet wat je denkt.
Niets hier is blijvend,
want voor eeuwig en altijd in de macht der elementen.
Maar zie — elementen raken snel vermoeid
en moeten soms lang rusten
tot de volgende keer.

 

En ik weet wat je nog meer denkt.
Oorlogen, oorlogen, oorlogen.
Maar ook daartussen doen zich pauzes voor.
Geef acht — de mensen zijn slecht.
Plaats rust — de mensen zijn goed.
Op geef acht produceert men woestenijen.
Op plaats rust worden in het zweet des aanschijns huizen gebouwd
en raken snel bewoond.

 

Het leven op aarde is tamelijk goedkoop.
Voor dromen bijvoorbeeld betaal je hier geen cent.
Voor illusies — pas als je ze kwijt bent.
Voor het hebben van een lichaam — alleen met dat lichaam.

 

En alsof dat nog niet genoeg is
draai je zonder kaartje mee in een carrousel van planeten,
en samen met haar, zwart, in een storm van melkwegstelsels,
door tijden zo duizelingwekkend,
dat niets hier op aarde daar zelfs maar van trillen kan.

 

Want kijk maar eens goed:
de tafel staat waar hij stond,
op de tafel ligt een briefje, zoals daar neergelegd,
door het open raam een vleugje van enkel lucht,
en in de muren geen vervaarlijke spleten,
waardoor je nergens heen zou kunnen waaien.

 

 

 

Vertaald door Karol Lesma

 

 

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

31-01-12

In Memoriam Doeschka Meijsing

 

In Memoriam Doeschka Meijsing

 

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing is op 64-jarige leeftijd overleden. Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Ze stierf aan de complicaties van een zware operatie. Doeschka Meijsing was de zus van schrijver Geerten Meijsing met wie ze in 2005 het boek 'Moord & Doodslag' schreef. Zie ook alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

 

Uit: Moord & Doodslag

 

Timbeer ontwaakte uit zijn betovering. Hij begon een dansje, zo wild dat hij er elk moment bij neer kon vallen. Hij zwaaide met zijn armen en draaide in de rondte en stampte met zijn voeten. Zijn tong krulde naar buiten. Hij zong iets.
– Wat doet híj nou? vroegen de meisjes van de straat en liepen door.
Ik bleef bij de poort van de tuin naar hem staan kijken tot hij was uitgedanst en hijgend, stralend op me afkwam. Hij was een beeld van een jongetje, zag ik nu. Hij had lichtblond krullend haar, vrij lang, en ongelooflijk blauwe ogen. Als hij lachte met zijn kleine melktandjes leek het of hij schaterde. Er hing een zeer licht licht om hem heen alsof God de vrolijkste van zijn cherubijntjes even zonder stempel had uitgeleend.
–Wat deed je daar? vroeg ik naar zijn werkelijk opvallend gedrag van zo-even.
– Ik danste, zei hij.
– En wat danste je dan? vroeg ik.
Hij pakte zijn step weer op en keek me aan of hij de nieuwe wereld had ontdekt.
– De dans van het meisje met de kleurpotloden, zei hij en stepte weg.
Ik keek hem na. Hoe hij nog onhandig stepte, afstapte, weer twee stepjes probeerde.
Zijn antwoord had mij volledig uit het lood geslagen. Hoewel ik het niet onder woorden kon brengen, wist ik dat hij de perfecte woorden had gevonden voor het geluk van de verliefdheid. Hij had iets benoemd wat nooit beter onder woorden zou kunnen worden gebracht, feilloos had hij de juiste termen gevonden, geen te veel, geen te weinig, geen pathos, geen opwinding, die hij in het dansje zelf nu juist wel had getoond, overmoedige seksuele opwinding, een buiten jezelf treden, of jezelf en de wereld voelen samenvallen in één grote luchtballon, hoger en hoger, totdat je uit het zicht was verdwenen. En nooit zou je weer terugkeren.
De dans van het meisje met de kleurpotloden. Niet vóór het meisje, maar ván. Dat was het. Daarmee had hij alles gezegd.”

 

 

 

Doeschka Meijsing (21 oktober 1947 – 30 januari 2012)

26-01-12

VSB Poëzieprijs 2012 voor Jan Lauwereyns

 

VSB Poëzieprijs 2012 voor Jan Lauwereyns

 

 

De Vlaamse dichter en neurowetenschapper Jan Lauwereyns is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2012. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandse poëzie voor zijn dichtbundel Hemelsblauw. Dat maakte de organisatie vandaag bekend tijdens de prijsuitreiking in de Nicolaïkerk in Utrecht. Lauwereyns ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 13 mei 2011.

 

 

Vuurwerk

 

Volgens de astronooom die met de mond
vol tanden staat - knappe kerel -
was er in het begin al iets.

Iets: met veel aantrekkingskracht,
een zwart gat, een vlam in mijn hart.

Zo niet, geen gebeurtenis t voor t + 1,
en dan ook niets daartussen

waar tijd plaats

kon vinden. En zonder tijd
geen pijl die ergens vertrekt om God
weet wanneer ergens anders aan te komen.

God, Cupido, Thor.

Zo denkt men zwijgend dat
er in het begin iets geweest moet zijn
waarmee het allemaal begonnen is.

 

 

 

 

 

De paradox van slaap

 

Die muurschildering, de vogel op hoge stelt,
de twee speren, de bizon, de man met armen
wijd, liggend tegen lucht, zijn pik stijf.

Waar gaat dit naartoe?

Nergens: nacht, land van wat
niet bestaat.

Wat richt die vogel/ziel
op hoge stelt/hakken uit?

Op het tipje van je tong begint de wacht.

Kon je maar als een dolfijn
slapen met een hersenhelft,
rondjes varen met de andere.

 


 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

 

De Vlaamse dichter David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

 

 

De Vlaming David Troch is de winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hij ontvangt 10.000 euro voor zijn winnende gedicht wij waren geen jongens.Volgens de jury trekt de winnaar met al „zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in”. Het gedicht „lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury, nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond.” Zie ook alle tags voor David Troch op dit blog.

 

 

wij waren geen jongens

 

wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.

 

 

 

David Troch (Bonheiden, 28 juli 1977)

19-01-12

In Memoriam Rudi van Dantzig

 

In Memoriam Rudi van Dantzig

 

De Nederlandse topchoreograaf en schrijver Rudi van Dantzig is op 78-jarige leeftijd overleden. Rudi van Dantzig werd op 4 augustus 1933 in Amsterdam geboren. Hij leed aan verschillende vormen van kanker. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2011.

 

Uit: Voor een verloren soldaat

 

“De wekker loop ’s ochtends om vijf uur af. Ik stommel mijn kamertje uit, in het halfdonker van de gang wacht onverbiddelijk een rechthoekige vorm: de koffer. Dit is dus de dag.
Het zeil is kil aan mijn voeten. Rillend was ik me bij het aanrecht. Zelf het waterstraaltje maakt lawaai. Mijn vader loopt op sokken door het huis, omzichtig bewegend om mijn broertje niet wakker te maken. Hij leunt over de keukentafel, snijdt een stuk brood doormidden en kijkt me onderzoekend aan.
‘Ben je bang?’
‘Nee’ Ik praat moeizaam, mijn keel zit dicht. Ik schuif de halve boterham terug.
‘Nog te vroeg?’
Hij helpt mijn haar in een scheiding te kammen. Ik zie mezelf in de spiegel, een bleke vlek.

(...)

 

“Overal waar we gaan hangen rissen lampjes, ze staan als sterren over het water gespannen, en de mensen lopen erlangs, in zwijgende, bewonderende processies. De grachtkanten zijn intiem als huiskamers waar het licht is gedoofd en kaarsen branden.
‘Nou?’mijn vader breekt de betovering. ‘Dat is me eventjes wat hè? Dat had je in Friesland kunnen dromen, dat er zoiets bestond.’”

 

 

 

Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)

17-01-12

In Memoriam Piet Römer

 

In Memoriam Piet Römer

 

De Nederlandse acteur Piet Römer is op 83-jarige leeftijd overleden. Sinds 1956 speelde Römer in verschillende televisieseries (Stiefbeen en zoon, 't Schaep met de vijf pooten en natuurlijk Baantjer) en een twintigtal films en in meer dan zestig theaterproducties.

 


 

 

 

Vissen

 

Voor mijn part word ik arm, heb ik het nooit meer warm
Voor mijn part moet ik verder leven zonder blinde darm
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
En dat is vissen

Voor mijn part mag ik nooit geen zout meer en geen vet
Voor mijn part word ik eeuwig op een streng dieet gezet
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Je zoekt een fijne stek, je rolt je zware shag
Al wat je hartje verlangt
De vogeltjes hoor je kwelen, de lammetjes zie je spelen
En het kan je in feite geen donder schelen of je wat vangt
Ik geef niet om bezit, en niet om broodbeleg
Ik geef aan de liefdadigheid mijn laatste joetje weg
Maar er is een ding wat ik nooit zou kennen missen
Vissen

En ik leef ideaal, wat geeft het allemaal
Ik maak mij niet meer druk als ik de laatste trein niet haal
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Ik hoef niet naar een brand, of naar een inter-land
Ik zie het wel op de beeldbuis of ik lees het wel in de krant
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

Zo'n brasem die daar zwemt, voor jou is voorbestemd
Zonder dat hij het nog weet
Hij snuffelt eens aan jouw deeg en je dobbertje gaat bewegen
De spanning is bijna ten top gestegen want je hebt beet
Ik hoef geen bungalow, geen huis met patio
Het hele huwelijksleven krijg je zo van mij kado
Maar er is een ding wat ik nooit zou willen missen
Een ding wat ik nooit zou willen missen
Een ding wat ik nooit zou willen missen
Vissen

 

 

 

Piet Römer (2 april 1928 – 17 januari 2012)

In Memoriam Phil Bosmans

 

 

In Memoriam Phil Bosmans

 

 

De Belgische dichter, schrijver en pater Phil Bosmans is dinsdag op 89-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgever Lannoo gemeld. Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922 en in maart 1948 in Oirschot in Nederland tot priester gewijd. De pater montfortaan werd als schrijver vooral bekend door zijn boek 'Menslief, ik hou van jou' uit 1972. Dat was een bundel van 100 telefonische boodschappen. Bosmans noemde die vitamines voor het hart. Alleen in Nederland en Vlaanderen zijn al 800.000 exemplaren van het boek verkocht. Zie ook alle tags voor Phil Bosmans op dit blog.

 

 

Liefde

 

Liefde
is warmte geven
zonder elkaar te verbranden.

 

Liefde
is vuur zijn
zonder elkaar te verteren.

 

Liefde
is elkaar heel nabij zijn
zonder elkaar te bezitten.

 

Liefde is 'houden van'
zonder elkaar vast te houden.

 

Liefde is het grote
waagstuk van het
menselijk hart.

 

De mooiste lianen
kunnen de sterkste boom wurgen,
door hem jarenlang
teder te omhelzen.

 

Voelen mensen het hart van een medemens
dan komen ze tot leven.
Alleen in liefde kan men 'mens' worden
en voelt ook de kleinste mens
zich veilig en geborgen.

 

Alleen de liefde is een huis
om in te wonen.

 

 

 


Phil Bosmans (1 juli 1922 – 17 januari 2012)

20-12-11

P.C. Hooft-Prijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

 

P.C. Hooft-Prijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

 

 

De Nederlandse dichter Tonnus Oosterhoff krijgt de P.C. Hooft-Prijs 2012 voor zijn oevre. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt. Oosterhoff debuteerde in 1990 met de gedichtenbundel Boerentijger. Voor die bundel kreeg hij de C. Buddingh'-prijs. Zie ook mijn blog van 18 maart 2011.

 

 

 

Het water


Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had.
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen.

 

De vis rechtte zijn rug:
"Mensen: drie wensen."

 

Het strand was leeg, alleen de schelpen
hadden de vorm van mutsen met oren eronder.
Het uitgekookte dier moest zijn lachen inhouden.

 

Ik kan beloven wat ik wil, dacht het.
Dit kost me geen stuiver. De geschiedenis is ja nog niet begonnen.
Ik moest maar eens gaan teruglopen door de branding.

 

Of zal ik hier nog wat blijven? Droog ben ik nu toch.
Het is wel heerlijk, die zeewind.

 

 

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

 

 

 

Zie voor schrijvers van de 20e december ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn tweede blog van vandaag en eveens mijn eerste blog van vandaag.

18-12-11

In Memoriam Vaclav Havel

 

In Memoriam Vaclav Havel

 

De Tsjechische schrijver, politicus en voormalige president van Tsjechië Vaclav Havel is overleden aan complicaties bij zijn langdurige ziekbed. Hij is 75 jaar geworden. Havel was van oorsprong (toneel)schrijver. Tijdens het communistische regime in Tsjecho-Slowakije was hij een van de belangrijkste dissidenten. Zie ook alle tags voor Václav Havel op dit blog.

 

Uit: To the Castle and Back (Vertaald door Paul Wilson)

 

„The days I spent there were important in my life. The hippie movement was at its height. There were be-ins in Central Park. People were festooned with beads. It was the time of the musical Hair. (Joe had presented it in the Public Theater before my play opened, and because it was so successful it moved to Broadway, where I saw the premiere.) It was the time when Martin Luther King Jr. was killed, a period of huge antiwar demonstrations whose inner ethos--powerful but in no way fanatical--I admired; it was also the heyday of psychedelic art. I brought many posters home, and to this day they are hanging in Hradecek. And I brought home the first record of Lou Reed with the Velvet Underground.
My stay in the United States influenced me considerably. After I returned, my friends and I experienced a very joyful, albeit a somewhat nervous, summer, which could not have ended well; on August 21, the Soviet troops arrived. And then, seeing long-haired, bead-festooned young people waving the Czechoslovak flag in front of the Soviet tanks and singing a song that was a favorite among the hippies at the time, "Massachusetts," I had a truly strange sensation. In those circumstances it sounded a bit different from how it had sounded in Central Park, though it had essentially the same ethos: the longing for a free and colorful and poetic world without violence.
The second time I visited America--after a long and gloomy twenty-two years--I was president of my country. The former hippies were now no doubt respected senators or bosses of multinational corporations. Since then I've been here at least ten times; I've become close to three American presidents and to many American politicians (a special role among them was played by my compatriot the marvelous Madeleine Albright), as well as to important people and to many famous stars. These working or state or official visits, however, were brief and the program was always full, so that I only saw America from a speeding limousine. I sometimes found time to go for a walk or visit a rock club, but it was never easy. And so now, here I am on my second long visit almost forty years after the first one. In the meantime, I've lived through quite a bit, and perhaps precisely for that reason--paradoxically--I long for the freedom of movement I once enjoyed here when I was in my thirties.“

 

 

Václav Havel (5 oktober 1936 – 18 december 2011)

01-12-11

In Memoriam Christa Wolf

 

In Memoriam Christa Wolf

 

De (Oost-)Duitse schrijfster Christa Wolf is op de leeftijd van 82 jaar in Berlijn overleden. Dat heeft vandaag haar uitgeverij, de Suhrkamp Verlag, laten weten. De Duitse schrijfster Christa Wolf werd geboren op 18 maart 1929 in het huidige Poolse Gorzów Wielkopolski. Zie ook alle tags voor Christa Wolf op dit blog.

 

Uit: Was bleibt

 

Aber das weiß ich doch, daß man durch willentlichen Entschluß keinen Himmelsschatz erwirbt, der sich unter der Hand vermehrt; weiß doch: Alle Nahrung über des Leibes Notdurft hinaus wächst uns zu, ohne daß wir sie Stück um Stück zusammentragen müßten oder dürften, sie sammelt sich von selbst, und ich fürchte ja, alle diese wüsten Tage würden nichts beisteuern zu dieser dauerhaften Wegzehrung und deshalb unaufhaltbar im Strom des Vergessens abtreiben. In heller Angst, in panischer Angst wollte ich mich jetzt an einen dieser dem Untergang geweihten Tage klammern und ihn festhalten, egal, was ich zu fassen kriegen würde, ob er banal sein würde oder schwerwiegend, und ob er sich schnell ergab oder sich sträuben würde bis zuletzt. So stand ich also, wie jeden Morgen, hinter der Gardine, die dazu angebracht worden war, daß ich mich hinter ihr verbergen konnte, und blickte, hoffentlich ungesehen, hinüber zum großen Parkplatz jenseits der Friedrichstraße.
Übrigens standen sie nicht da. Wenn ich recht sah - die Brille hatte ich mir natürlich aufgesetzt -, waren alle Autos in der ersten und auch die in der zweiten Parkreihe leer. Anfangs, zwei Jahre war es her, daran maß ich die Zeit, hatte ich mich ja von den hohen Kopfstützen mancher Kraftfahrzeuge täuschen lassen, hatte sie für Köpfe gehalten und ob ihrer Unbeweglichkeit beklommen bestaunt; nicht, daß mir gar keine Fehler mehr unterliefen, aber über dieses Stadium war ich hinaus. Köpfe sind ungleichmäßig geformt, beweglich, Kopfstützen gleichförmig, abgerundet, steil - ein gewaltiger Unterschied, den ich irgendwann einmal genau beschreiben könnte, in meiner neuen Sprache, die härter sein würde als die, in der ich immer noch denken mußte. Wie hartnäckig die Stimme die Tonhöhe hält, auf die sie sich einmal eingepegelt hat, und welche Anstrengung es kostet, auch nur Nuancen zu ändern. Von den Wörtern gar nicht zu reden, dachte ich, während ich anfing, mich zu duschen - den Wörtern, die, sich beflissen überstürzend, hervorquellen, wenn ich den Mund aufmache, angeschwollen von Überzeugungen, Vorurteilen, Eitelkeit, Zorn, Enttäuschung und Selbstmitleid.
Wissen möchte ich bloß, warum sie gestern bis nach Mitternacht dastanden und heute früh einfach verschwunden sind.“

  


Christa Wolf (18 maart 1929 – 1 december 2011)





Zie voor de schrijvers van de 1e december ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag. Zie ook ter herinnering aan Ramses Shaffy.

29-11-11

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

 

De Nederlandse schrijver A.F.Th. van der Heijden heeftde Constantijn Huygens-prijs 2011 gewonnen. Dat heeft de Jan Campert Stichting gisteren bekendgemaakt. De Huygens-prijs is een oeuvreprijs die sinds 1947 jaarlijks wordt uitgereikt. Volgens de jury is Van der Heijden "er in 33 jaar schrijverschap als geen ander in geslaagd om de wereld met een literaire blik te bezien. In zijn romans kan alles literatuur worden." Aan de prijs, die eind januari wordt uitgereikt, is een bedrag van 10.000 euro verbonden. A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio. Een requiemroman

 

„Soms wil ik hem heel dicht tegen me aan houden. De gedachte doet zich meestal voor als ik in bed lig te lezen, en zomaar opeens mijn boek ter zijde leg. Kom maar, zeg ik dan geluidloos. Kom maar, Tonio, onder het dek. Ik zal je warm houden.
Zijn lichaam is willoos, slap, maar niet koud. Het is de Tonio die na de aanrijding op het plaveisel heeft gelegen, een half etmaal voor zijn dood. De inzittenden van de rode Suzuki Swift staan buiten de auto, en durven niet naar het verderop neergekwakte lijf te kijken. De sirenes van politie en ambulance zijn nog niet hoorbaar. Het blauwe geflakker van de zwaailichten moet nog komen. Het is dan dat ik hem opraap en naar mijn bed draag, waarvan ik het dek opensla.
Kom maar. Dicht tegen me aan. Dat zal je warm houden. Ze komen zo om je beter te maken.“

 

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)