08-02-13

Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen door Onno Kosters

 

De Nederlandse dichter Onno Kosters heeft de vierde editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen. Het winnende gedicht heet Doe-Het-Zelf en werd gekozen uit een shortlist van 100 gedichten. Kosters ontvangt 10.000 euro. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

 

Doe-het-zelf

Na zichzelf, met een witte lijn,
te hebben omkrijt, herrijst hij
van de plaats delict, hijst zich
stap voor stap in nieuwe voeten,
past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
omgordt zich met een schaambeen
en een buik van genereuze omvang.

Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
zijn middenrif, zijn twaalfde rib
schragen hart en longen die hij inslikt
uit het niets, zo zonder mond nog,
zonder tong, alsof hij licht schiep
dat kortelings voorafging aan de zon.

Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
losjes zijn armen om zich heen, lijnt
zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
en nagelvast. Staat als een huis.

Als kroon op het werk welt meesterlijk
het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens,

hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond.

 

 

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

31-01-13

Anne Vegter nieuwe Dichter des Vaderlands

 

De Nederlandse dichteres Anne Vegter is vandaag voor de komende vier jaar benoemd tot de nieuwe Dichter des Vaderlands. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

Wisselende posities

 

Zijn de coördinaten waarop jij je bevindt veranderlijk,
reis dan minder grillig. Zo krijg ik geen vlaggetje in de kaart.

Ik wilde je route volgen, je strategie:
< nieuw is het allemaal niet > je komt terug om te gaan.

Je schrijft aan alles te merken dat je in het hoge noorden bent.
Ondanks geringe hoogte liggen gletsjerdelen langs de weg.

Uitglijden zou rampzalig zijn, schrijf je, kranten kopten
je vermissing. Ik schrijf zeur niet, vlucht voor je vertrek.

Die jou niet noemen slapen zoet, morgen willen ze best
een tekening over je maken < niet langer lastigvallen met de eigen,

weinig kan al gezin zijn >. Tragische humor kan wonderen:
je verzoek per sms om een opbeurend woordje. Ik raad je angst

verschijnsel na verloren samenhangen. Helpe iets dierbaars
dat de weg smelt: een sneeuwkonijn. Nog beter: weten. Liefst:

goedzicht.

 

 

De nieuwe man

 

Er zijn mannen met het levensgevoel 'douchecabine'. Het woord
spreekt ze direct aan. In een gesprekje achteraf blijkt vaak waarom.

Er zijn mannen die graag met hun tandenborstel gefotografeerd worden,
niet voor een advertentie. Ze staan in het leven als krachten op wanden.

Er zijn er die niet kunnen kiezen, moe van hun mogelijkheden
stellen ze zich bij douchecabine geen paradijs voor maar een stukadoor

die gaten dicht, een schilder die schimmels verjaagt, een aannemer:
vormen van een man waaraan ze hadden kunnen denken.

Omdat lichaamsverzorging het taboe ontsteeg zijn er al mannen die zeggen:
"Toen ik vanochtend wakker werd schudde ik mijn poriën los."

"Ik voelde me eigenlijk een beetje leeg, had geen gedachten van gewicht
uit-in-adem maar ik genoot van mijn gebrek."

Ook dat kan een begin zijn. Een aantal liep deze week de stad in
op zoek naar een nog ongebruikt cv. 'Iemand enig idee van wie?'

'Mag dat zomaar?'

'Mooie vraag.'

'Rare mooie vraag.'

 



Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

VSB Poëzieprijs 2013 voor Ester Naomi Perquin

 

De VSB Poëzieprijs 2013 is toegekend aan de Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin. Perquin krijgt de jaarlijkseprijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel voor haar bundel "Celinspecties". Aan de prijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Perquin ontving de prijs op 30 januari tijdens een feestelijke avond uit handen van juryvoorzitter Saskia J. Stuiveling. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

 

Over de minnaar

 

Je zou kunnen blijven,
bijvoorbeeld morgen is een
hele goede dag om te blijven,
de zon schijnt en misschien

 

kunnen we regen spelen.
En koffie onder de dekens,
een zachtgekookt ei of een
bord met zalm en muziek

 

of niets; alleen honger naar,
verlangen naar, en vraag.
Maar ook kun je weggaan,
bijvoorbeeld vandaag.

 

 

 

Grote broer

 

Geen vader of moeder om ons uit de bomen te halen
voor eten of slaap, de klimrijkste zomer in jaren.

 

Ik wilde geen staart, scheurde jurken aan flarden,
raakt met haren in takken verward – jij haalde
een schaar en ik werd een soldaat maar
het zwaard was zo zwaar en het schild
kreeg ik niet van de grond.

 

Je schreeuwde me hoger – ik klom dus en klom.
Warmte trok in de bomen, tot diep in de nacht
lag jij als een dier op de onderste tak.

 

Er konden geen leeuwen of moordenaars komen.
Ik hield, voor een meisje, uitstekend de wacht.

 

 

 

Ester Naomi Perquin (Utrecht, op 16 januari 1980)

28-01-13

An meine Königin (Richard Dehmel)

 

Bij de aankondiging van de troonsafstand van koningin Beatrix

 



 

 

 


An meine Königin

 

Bin ich ein König? - Als ich Knabe war,
da träumte mir von einem goldnen Throne,
von einem Volk in heller Jubelschaar,
von einem Purpurmantel, einer Krone.

Ich wurde Jüngling, und der irdne Glanz
verblich im Geisterlicht des Ewig Schönen;
da träumte mir von einem Strahlenkranz,
mit dem ein andres Volk mich sollte krönen.

Jetzt träum ich nicht mehr Kronen, nicht mehr Kränze,
kein Ziel der Sehnsucht, das der Stolz gebar;
mich lockt kein Volk, kein Reich mehr, keine Grenze,
nur meiner Kraft glühn muß ich immerdar.

Nur immer schweben, wie der Adler schweben,
den es hinauf ins Unbegrenzte reißt;
ich kann nicht wie die Lerche mich bestreben,
die flatternd ihre Ackerfurche preist.

Ich weiß kein Ziel. Gestalten aus dem Vollen
erheben sich, zerreißen die Umhüllung.
Nun ihnen nach, die nichts als Dasein wollen!
Mein Sehnen ging durch Dich mir in Erfüllung.

Du gabst mir solch ein Reich voll Glanz zu eigen,
daß meine ganze Sprache mir zu wenig
all dieses Reichtums Herrlichkeit zu zeigen,
und dankbar knie ich hin: - ich bin ein König.

 



Richard Dehmel (18 november 1863 – 8 februari 1920)

 

19:24 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: richard dehmel, romenu |  Facebook |

11-12-12

P.C. Hooftprijs voor A.F.Th. van der Heijden

 

 

P.C. Hooftprijs voor A.F.Th. van der Heijden

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden heeft de P.C. Hooftprijs 2013 gewonnen. Dat heeft de jury van de belangrijkste literaire prijs van Nederland vandaag bekendgemaakt.Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. Aan de prijs is een geldbedrag van 60.000 euro verbonden. A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

 

Uit: Het Hof van Barmhartigheid

 

‘Maar er was een zeer zware last van aanwijzingen, verdenkingen, van haar hele gedragingen. Als u mij op de man af vraagt: gelooft u dat ze onschuldig is?, dan kan ik daar met de hand op m'n hart geen antwoord op geven. Ik weet het niet...Het is misschien wel de moeilijkste en zorgelijkste zaak die ik ooit in handen heb gehad.’ ‘Het gerechtshof van Arnhem verdient zijn bijnaam Hof van Barmhartigheid dubbel en dwars,’ had mr. Quispel haar destijds geschreven in antwoord op haar wanhoopsbrief ‘U bent er in hoger beroep drie jaar op vooruitgegaan, van vijftien naar twaalf jaar, wat in de praktijk zal neerkomen op twee jaar eerder vrij. Ik heb mijzelf als strafpleiter niets te verwijten. De extreem zware omstandigheden in acht genomen, de overstelpende bewijslast waarmee zowel u als ik werden geconfronteerd, liet mijn verdediging niets te wensen over. Het was een van de zwaarste zaken uit mijn loopbaan als advocaat.’

(…)

 

“‘Toen schoof de hond langs me. Hij duwde met zijn neus tegen de deur van de berging. De deur ging een beetje open. Ik zag dat hij aanstond. Het zat er zo bij me ingehamerd dat Pekkie niet naar buiten mocht, dat ik roep van: “Pekkie, kom hier!” De sleutel van de achterdeur zat in het slot. De grendel was van de deur. Ik draaide de sleutel om, de deur op slot. Moest weer braken. Ik pakte een papieren zakdoekje uit mijn jaszak. Er viel iets uit mijn zak. Een papiertje. Ik wist niet wat het was, pakte het van de grond. Het lag in de plas bloed. Stak het weer in mijn jaszak. Later bleek dat de kassabon te zijn.’ ‘Ik schiet dus naar die deur toe, en trek 'm dicht. Ik draai vanzelf de sleutel om. Toen ik voorbij moeke liep, terug naar de keuken, moest ik weer braken. Er kwam wat van dat bittere schuim op mijn lippen. Ik nam een papieren zakdoekje uit mijn jaszak, en daarbij trok ik nog iets mee naar buiten. Iets wits. Het dwarrelde op de grond, in het bloed. Ik raapte het op, zonder erbij na te denken, en stak het weer in mijn zak. Een papiertje. Ik heb het later teruggezien. Er zat een donkere rand van bloed omheen. Het was de kassabon van de dekschalen.’

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

21-11-12

In Memoriam Frans Kusters

 

 

In Memoriam Frans Kusters

De Nederelandse schrijver Frans Kusters is dinsdag op 63-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij De Bezige Bij laten weten.
Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949 en bleef een geboren en getogen Nijmegenaar. Hij heeft zijn hele leven nergens anders gewoond. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: De tranen van Daan Dativo

 

“Hier staan wij dan, in de striemende regen aan de rand van Medemblik, een handvol oude, verdrietige mannen die ooit avond aan avond barstensvolle zalen wisten te verbijsteren en door de kunstkritiek uit die dagen eenstemmig tot - ik citeer - ‘de paladijnen van een nieuw tijdperk’ werden uitgeroepen. Nieuw tijdperk, jawel! Nog geen drieënhalve maand duurde het of het hooggeëerde publiek gaf als vanouds overal weer de voorkeur aan het gladde vertoon en de gemakzucht van het tweede garnituur dat alleen per abuis misgrijpt, al doende moppen tapt en het liefst bovendien nog om het geslachtsdeel een hoepeltje of wat zou laten cirkelen, als het fatsoen dat toestond. En niet lang daarna zagen ook de kenners hun vergissing in en lazen wij over - ik citeer opnieuw - ‘behaagzieke dilettanten die door niemand serieus genomen zullen worden, aangezien het wezen van de behendigheidskunst hun ten enen male ontgaat’.

Nee, leuk was dat allemaal niet, om van hetgeen wij sedertdien te verduren hebben gekregen nog te zwijgen, maar het heeft ons in ieder geval niet verhinderd te blijven jongleren, zoals er volgens ons gejongleerd moet worden. En als het nieuwe tijdperk niet aan de wereld besteed blijkt te zijn, zo verzekerden wij elkaar onderwijl op onze zolders en in onze achtertuintjes tussen de waslijnen, dan moet de wereld het zelf maar weten. Zo verstreken de jaren en op zekere dag kwamen wij tot de ontdekking dat het tweede garnituur van vroeger vergeleken bij de ellendelingen die naderhand de podia veroverden gerust een stelletje onvervaarde avonturiers genoemd mocht worden. En die lamstralen waren weer een verademing, als je zag wat een volgende lichting ervan terechtbracht... Het zou van weinig smaak getuigen om uitgerekend hier verder nog een woord vuil te maken aan de wijze waarop er tegenwoordig met de kostbaarheden van de zwaartekracht wordt omgesprongen. Wat ik alleen maar wilde zeggen is dat men ons van alles en nog wat voor de voeten kan werpen, behalve dat wij ons met laf effectbejag hebben ingelaten, een enkele schnabbel wellicht niet meegerekend. En met gegoochel, ballet en lolbroekerij gelukkig evenmin. Wij zijn er, kortom, in geslaagd de weg van de minste weerstand te vermijden. En in nog heviger mate - van die intensiteit is dit einde het bewijs - geldt dit voor degene van wie wij vandaag afscheid nemen en die ons op zijn beurt keer op keer van virtuositeit heeft beschuldigd - jullie herinneren je hoe hij bij het uitspreken van dat woord de punt van zijn karakteristieke neus tussen de toppen van duim en wijsvinger placht te vatten, wat hij in de vele, veel te vele nadagen van zijn loopbaan als een prestatie van formaat aangemerkt wenste te zien-, eens ons voorbeeld, onze inspiratiebron en ons idool, Daan Dativo, God hebbe zijn ziel, als het Hem tenminste lukt daarop de nodige vat te krijgen!”

 

 

Frans Kusters (16 september 1949 – 20 september 2012)

07-11-12

In Memoriam Hetty Blok

 

In Memoriam Hetty Blok

De cabaretière, actrice en zangeres Hetty Blok is op 92-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden. Ze was bij het grote publiek het meest bekend door haar rol van zuster Klivia in de tv-serie Ja Zuster, Nee Zuster van Annie M.G. Schmidt. Hetty Blok werd geboren in Arnhem op 6 januari 1920.

 

 

De kat van ome Willem is op reis geweest

 

De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe
Hoi

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
Zodat ie nou alleen maar Franse kranten leest
Bonjour en voulez-vouz

Hij heeft zoiets elegants
Hij geeft kopjes op z’n Frans
Hij gaat met de rozenkrans
Naar de Franse kathedraal
Allemaal
Allemaal
Allemaal
Allemaal
Ja, de kat van ome Willem is brutaal
Oh la la



Leen Jongewaard als Gerrit en Hetty Blok als zuster Klivia


Die kat is op een echte Franse school geweest
Op school geweest, op school geweest
Die kat is op een echte Franse school geweest
En zegt nou “Oh, pardon”

Hij is ook op visite bij De Gaulle geweest
De Gaulle geweest, De Gaulle geweest
Hij is ook op visite bij De Gaulle geweest
En zegt voortdurend “Non”

Zingt een liedje op z’n Frans
Over de maagd van Orléans
Hij lust enkel jus d’orange
En af en toe cognac
Op ’t dak
Op ’t dak
Op ’t dak
Op ’t dak
En hij wil alleen maar op een Franse bak
Kouwe kak

De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe
Hoi

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Bonjour en voulez-vouz
Hoi

 

 

 

Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Harry Bannink

 

 

 

Hetty Blok (6 januari 1920 - 6 november 2012)

30-10-12

AKO Literatuurprijs voor Peter Terrin

 

De AKO Literatuurprijs 2012 is toegekend aan Peter Terrin voor zijn boek ‘Post Mortem’. Hij ontving de prijs uit handen van Jozias van Aartsen, voorzitter van de jury. Het was de 26e maal dat de AKO Literatuurprijs werd uitgereikt. De feestelijke uitreiking vond plaats in de Centrale Bibliotheek van Den Haag en de winnaar werd bekendgemaakt in een rechtstreekse uitzending van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

 

Uit: Post Mortem

 

“Op het schort van Arlette, de overbuurvrouw, rankten getekende bloemen, die hij niet kon thuisbrengen. Hij had alle tijd om ernaar te kijken. Voluptueuze kelken met dramatische bloembladen en uit de kluiten gewassen meeldraden. Allicht een vrije impressie. Het schort hing aan een enkel plastic haakje, voor de rest was de enige muur in de serre witgeverfd en leeg. In zijn roman zou Arlette elke dag de bloemen dragen, ook als er bezoek was, of onder haar jas in de supermarkt.

Ze was nergens te bekennen, ze moest op de bovenverdieping met iets bezig zijn dat ze niet kon laten vallen. François had al twee keer haar naam geroepen in de trapgang, en zonder antwoord af te wachten, want zijn vrouw was thuis, dat wist hij zeker, de deur weer dichtgedaan en zich naar het bezoek in de serre gehaast. "Ze komt."

De man was voor in de zeventig en hoorde bij het straatbeeld zoals Lodewijk dat deed, de andere overbuur. Zodra het weer het toeliet, leefde hij buiten, in de omgeving van het huis. Zijn vrouw daarentegen verliet de woning, bij Steegmans weten, nooit. Anders dan Lodewijk was François geen bezielde tuinier. Hij leek er het geduld niet voor te hebben.

Hij tuinierde niet, hij wérkte in de tuin. Of anders was hij in de weer met een hamer of een boormachine, of besteeg hij de ladder nog eens en zwaaide hij balancerend in de dakgoot of schrijlings op de nok gezeten gedag. Wanneer er niets meer te klussen viel, ook niet bij de overbuurvrouw, een weduwe, vouwde hij de tuinstoel open voor de garage, die in de tuin stond, en ging met de ledematen wijd, de voeten bloot en de ogen devoot gesloten de zon aanbidden.

Zo kwam het dat hij vroeg in de lente in een groen Adidasbroekje uit de jaren zeventig en een paar teenslippers, gebronsd als een Spanjaard, in de beschaduwde serre zat, waar het volgens de digitale

kleefthermometer op het oude buitenraam van het huis 15,8 graden Celsius was, met een luchtvochtigheidsgraad van 78%. Waar Steegman ook keek, de verharde, maar vooral langwerpige tepels die bij elke beweging van François als lusteloze slurfjes aan zijn stoere borst bengelden, kreeg hij niet uit zijn hoofd. Hij hield zich klaar om Renée ogenblikkelijk af te leiden, voor ze iets in de gaten kreeg en vragen kon stellen.”

 

 

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

29-10-12

In Memoriam J. Bernlef

 

In Memoriam J. Bernlef

Vandaag is in zijn woonplaats Amsterdam,op 75-jarige leeftijd, de schrijver en dichter J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) overleden. Kort geleden was bij hem een ongeneeslijke ziekte vastgesteld.J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

 

In deze doolhof van letters

 

in deze doolhof van letters
zoek ik naar een gaatje
om u een stukje buitenlucht te tonen
of een kinderhandje dat hoepelt.
ik kan wel schrijven akst mik strlos
en bedoelen dat ik niet te spreken ben
maar men zal toch binnenkomen
ik moet verstaanbaar uw werkelijkheid
ontvreemden als een zakkenroller.

oh ik geniet als ik u wanhopig
naar het oude evenwicht zie grijpen
apodictisch conferencier is de dichter
een mol die 's nachts uw land openwroet
en 's morgens staat u veranderd en bevreemd
naar zijn nagelaten werk te staren

het is geen kunst
als stilstaand water diepe gronden te hebben
de dode speelgoedpop met de gebarsten kop te strelen
maar onder de oppervlakte stromend
steeds weer nieuwe huid te voelen
dit gevecht is eindeloos en zonder uitzicht
daarom verlaat de dichter zijn vers als een bedelaar.

 

 

 

 

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

17-10-12

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

De Britse schrijfster Hilary Mantel heeft dinsdag voor de tweede keer de literaire Booker Prize gewonnen. Zij krijgt de prijs voor Bring Up the Bodies.Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

 

Uit: Bring Up the Bodies

 

“His children are falling from the sky. He watches from horse-back, acres of England stretching behind him; they drop, gilt-winged, each with a blood-filled gaze. Grace Cromwell hovers in thin air. She is silent when she takes her prey, silent as she glides to his fist. But the sounds she makes then, the rustle of feathers and the creak, the sigh and riffle of pinion, the small cluck-cluck from her throat, these are sounds of recognition, intimate, daughterly, almost disapproving. Her breast is gore-streaked and flesh clings to her claws.

Later, Henry will say, 'Your girls flew well today'. The hawk Anne Cromwell bounces on the glove of Rafe Sadler, who rides by the king in easy conversation. They are tired; the sun is declining, and they ride back to Wolf Hall with the reins slack on the necks of their mounts. Tomorrow his wife and two sisters will go out. These dead women, their bones long sunk in London clay, are now transmigrated. Weightless, they glide on the upper currents of the air. They pity no one. They answer to no one.

Their lives are simple. When they look down they see nothing but their prey, and the borrowed plumes of the hunters: they see a flittering, flinching universe, a universe filled with their dinner. All summer has been like this, a riot of dismemberment, fur and feather flying; the beating off and the whipping in of hounds, coddling of tired horses, the nursing, by the gentlemen, of contusions, sprains and blisters. And for a few days at least, the sun has shone on Henry. Sometime before noon, clouds scudded in from the west and rain fell in big scented drops; but the sun re-emerged with a scorching heat, and now the sky is so clear you can see into Heaven and spy on what the saints are doing.”

 

 

Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

12-10-12

Nobelprijs voor de Literatuur voor Mo Yan

 

Nobelprijs voor de Literatuur voor Mo Yan

 

 

De Nobelprijs voor de Literatuur is toegekend aan Chinese schrijver Mo Yan. Dat heeft het Nobelcomité in Stockholm bekendgemaakt. Mo Yan werd geboren op 17 februari 1955 in Gaomi in de provincie Shandong. Aan de Nobelprijs is een bedrag van ongeveer € 930.000 verbonden. Het Nobelcomité roemt Mo Yan voor het "hallucinerend realisme" waarmee hij volksverhalen, geschiedenis en het hedendaagse combineert. Mo Yan, een pseudoniem voor 'spreek niet', krijgt de prijs op 10 december uitgereikt. Zie ook alle tags voor Mo Yan op dit blog.

 

Uit: The Garlic Ballads (Vertaald door Howard Goldblatt)

 

“Gao Yang touched the drop of nectar with his tongue, and his taste buds were treated to a cool, sweet taste that relaxed him. He surveyed his three acres of garlic field. It was a good crop, the white tips large and plump, some at a jaunty angle, others straight as a board. The garlic was moist and juicy, with downy sprouts beginning to appear. His pregnant wife was on her hands and knees beside him, yanking garlic out of the ground. Her face was darker than usual, and there were fine lines around her eyes, like veins of spreading rust on a sheet of iron. As she knelt, knees coated with mud, her childhood deformity — a stunted left arm that inconvenienced her in everything she did — made the job harder than it ought to have been. He watched her reach down and pinch the stalks with a pair of new bamboo chopsticks; the effort made her bite her lip each time, and he felt sorry for her. But he needed her help, for he’d heard that the co-op was setting up shop in the county town to buy the garlic crop at slightly over fifty fen a pound, higher than last year’s peak price of forty-five. He knew the county had expanded the amount of acreage given over to garlic this year; and with a bumper crop, the earlier you harvested yours, the sooner you could sell it. That was why everyone in the Village, women and children included, was out in the fields. But as he looked at his pitiable pregnant wife, he said, “Why not rest awhile?”

“What for?” She raised her sweaty face. “I’m not tired. I just worry the baby might come.”

“Already?” he asked anxiously.

“I figure some time in the next couple of days. I hope it waits till the harvest is in, at least.”

“Do they always come when they’re due?”

“Not always. Xinghua was ten days late.”

They turned to look behind them, where their daughter sat obediently at the edge of the field, her sightless eyes opened wide. She was holding a stalk of garlic in one hand and stroking it with the other.

“Careful with that garlic, Xinghua,” he said. “Each stalk is worth several fen.”

 

 

 

Mo Yan (Gaomi, 17 februari 1955)

 

 

09:16 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nobelprijs, mo yan, romenu |  Facebook |

01-08-12

In Memoriam Gore Vidal


In Memoriam Gore Vidal

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal is gisteren op 86-jarige leeftijd overleden. Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: The City and the Pillar

 

„One by one, great stars appeared. Jim was perfectly contented, loneliness no longer turning in the pit of his stomach, sharp as a knife. He always thought of unhappiness as the "tar sickness." When tar roads melted in the summer, he used to chew the tar and get sick. In some obscure way he had always associated "tar sickness" with being alone. No longer.

    Bob took off his shoes and socks and let the river cool his feet. Jim did the same.

    "I'll miss all this," said Bob for the dozenth time, absently putting his arm around Jim's shoulders.

    They were very still. Jim found the weight of Bob's arm on his shoulders almost unbearable: wonderful but unbearable. Yet he did not dare move for fear the other would take his arm away. Suddenly Bob got to his feet. "Let's make a fire."

In a burst of activity, they built a fire in front of the cabin. Then Bob brought the blankets outside and spread them on the ground.

    "There," he said, looking into the yellow flames, "that's done." For a long moment both stared into the hypnotically quivering flames, each possessed by his own private daydream. Bob's dream ended first. He turned to Jim. "Come on," he said menacingly. "I'll wrestle you."

    They met, grappled, fell to the ground. Pushing and pulling, they fought for position; they were evenly matched, because Jim, though stronger, would not allow Bob to lose or to win. When at last they stopped, both were panting and sweating. They lay exhausted on the blanket.

    Then Bob took off his shirt and Jim did the same. That was better. Jim mopped the sweat from his face while Bob stretched out on the blanket, using his shirt for a pillow. Firelight gleamed on pale skin. Jim stretched out beside him. "Too hot," he said. "Too hot to be wrestling."

    Bob laughed and suddenly grabbed him. They clung to one another. Jim was overwhelmingly conscious of Bob's body. For a moment they pretended to wrestle. Then both stopped. Yet each continued to cling to the other as though waiting for a signal to break or to begin again. For a long time neither moved. Smooth chests touching, sweat mingling, breathing fast in unison.

    Abruptly, Bob pulled away. For a bold moment their eyes met. Then, deliberately, gravely, Bob shut his eyes and Jim touched him, as he had so many times in dreams, without words, without thought, without fear. When the eyes are shut, the true world begins.

    As faces touched, Bob gave a shuddering sigh and gripped Jim tightly in his arms. Now they were complete, each became the other, as their bodies collided with a primal violence, like to like, metal to magnet, half to half and the whole restored.

    So they met. Eyes tight shut against an irrelevant world. A wind warm and sudden shook all the trees, scattered the fire's ashes, threw shadows to the ground.

    But then the wind stopped. The fire went to coals. The trees were silent. No comets marked the dark lovely sky, and the moment was gone. In the fast beat of a double heart, it died.“

 


Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

31-07-12

In Memoriam Maeve Binchy

 

In Memoriam Maeve Binchy

 

 

De Ierse schrijfster en columniste Meave Binchy is gisteren op 72-jarige leeftijd overleden.Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

 

Uit: Circle of Friends

 

“Annabel Hogan came in carrying three big bags. She was surprised to see her daughter sitting swinging her legs in the kitchen.

"Aren't you home nice and early? Let me put these things upstairs."

Benny ran over to Patsy when her mother's heavy tread was heard on the stairs.

"Do you think she got it?"

"Don't ask me Benny, I know nothing."

"You're saying that because you do know."

"I don't. Really."

"Was she in Dublin? Did she go up on the bus?"

"No, not at all."

"But she must have." Benny seemed very disappointed.

"No, she's not long gone at all. . . . She was only up the town."

Benny licked the spoon thoughtfully. "It's nicer raw," she said.

"You always thought that." Patsy looked at her fondly.

"When I'm eighteen and can do what I like, I'll eat all my cakes uncooked," Benny pronounced.

"No you won't, when you're eighteen you'll be so busy getting thin you won't eat cakes at all."

"I'll always want cakes."

"You say that now. Wait till you want some fellow to fancy you."

"Do you want a fellow to fancy you?"

"Of course I do, what else is there?"

"What fellow? I don't want you to go anyway."

"I won't get a fellow, I'm from nowhere, a decent fellow wouldn't be able to talk about me and where I came from. I have no background, no life before, you see."

"But you had a great life," Benny cried. "You'd make them all interested in you."

 

 

Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)

15-07-12

In Memoriam Rutger Kopland

 

In Memoriam Rutger Kopland

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland is afgelopen woensdagin zijn woonplaats Glimmen op 77-jarige leeftijdoverleden. Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

 

Lijsterbessen

 

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

 

 

 

 

Enkele andere overwegingen

 

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

 

 

 

 

De Dokter

 

De dokter keek op mij neer
ik zag zijn gezicht boven het mijne

ik zag wat hij dacht
dat ik dood kon gaan - zo keek hij
terwijl hij luisterde aan mijn borst

hij keek mij aan met een blik
- hoe kan ik dat zeggen - een blik
voorbij mijn gezicht, een blik naar iets
achter mij naar iets verwegs
alsof hij iets in de toekomst
probeerde te zien

hij keek mij aan en hij zei
hier mag u niet blijven
ze komen u halen

 

 

 

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.