30-10-13

Constantijn Huygensprijs 2013 voor Tom Lanoye

 

De Vlaamse dichter en schrijver Tom Lanoye krijgt in januari volgend jaar de Constantijn Huygensprijs 2013 voor zijn gehele oeuvre uitgereikt. Dat heeft de voorzitter van de Jan Campert-stichting, die de prijs toekent, vandaag bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Gelukkige slaven

 

“We vinden Tony Hanssen terug tijdens de hondsdagen van een verstikkende, walmende, besmettelijke zomer. Niet in het uiteenvallende continent waar hij meer dan veertig jaar geleden zijn levenslicht zag. Daar is het winter nu, daar regent het vuile sneeuw op straat en onheilsberichten in alle parlementen en beursgebouwen. We treffen hem aan elfduizend kilometer verderop, in de schaamspleet onder de tropisch gezwollen buik van Brazilië, de open wond genaamd Rio de la Plata, Rivier van Zilver. Ze is breed als een zee, ze ruikt naar petroleum en ingewanden en ze is het voorgeborchte van de Atlantische Oceaan — een deinend, koningsblauw universum vol verborgen gasvelden, scheepswrakken en walviskadavers.
Op de beide oevers van de Rio de la Plata ligt een hoofdstad. In het noorden Montevideo. In het zuiden Buenos Aires, een stad zo groot als een staat. Daar, in San Telmo, een van de oudste wijken, nog gesticht door gevluchte Italianen en ontsnapte negerslaven, de latere bakermat van de tango, de wapensmokkel en de voetbalgekte, treffen wij Tony Hanssen aan. Hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting. Boven hun hoofden wiekt een gammele ventilator, de charmant antieke airco steunt en rammelt luider dan het bed.
Toch zweet Tony zich kapot. En hij is niet de enige, te voelen aan de huid waar hij tegenaan stoot. Hij walgt van zichzelf en heeft medelijden met mevrouw Bo Xiang. Maar stoppen met haar te bevredigen doet hij niet. Ze zou het kunnen begrijpen als een afwijzing. Hoed u voor de wraak van een gekrenkte vrouw op leeftijd. Tony staat voor een fortuin in het krijt bij haar echtgenoot. Dus stoot hij voort. Het is nog geen twee uur in de middag. De lantaarnpalen buiten werpen amper schaduw.”

 

 

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

Ook drie andere schrijvers zijn bekroond. Micha Hamel mag voor zijn bundel “Bewegend Doel” de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. Oek de Jong krijgt voor zijn roman “Pier en Oceaan” de F. Bordewijk-prijs. Jan Paul Schutten ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur voor “Het Raadsel van Alles Wat Leeft”. Aan al deze prijzen zijn bedragen van vijfduizend euro verbonden. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

29-10-13

AKO Literatuurprijs 2013 voor Joke van Leeuwen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster,illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen ontving gisteravond in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen de AKO Literatuurprijs 2013 voor haar roman “Feest van het begin”. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Uit: Feest van het begin

 

“Op een oktobermaandag in het eerste jaar van de nieuwe vrijheid stort de regen nietsontziend op de hoofdstad. Hij slaat een menigte putjes in het water van de rivier die er als een kromme ruggengraat doorheen loopt en tekent slingerbeekjes in de modder van nog ongeplaveide straten. De open goten kunnen de toevloed niet meer verstouwen en uit de regenpijpen, die maar tot halverwege de gevels reiken, spuit het water op de rillende flanken van de paarden en de dunne daken van de koetsen. Voorbijgangers proberen de plenzen te ontwijken die door de wielen worden opgegooid, met vuil erin en restjes salpeterzuur die een gat kunnen branden in hun kleren. En de mussen en de katten vinden een schuilplaats die te klein is voor een mens.
De regen gutst langs de strenge gevels van een hospice voor wezen in een van de faubourgs, waar al vijftien jaar tussen andere kinderen met verloren ouders een vondelinge woont die op haar handen kan staan. Ze heeft van de nonnen die haar te kleden en te bidden geven twee namen gekregen van heilige vrouwen.
Die middag kijkt ze door een van de weinige ramen waar geen ribbelend glas in lood in zit dat de buitenwereld vervormt en een andere kleur geeft. Ze weet van horen zeggen wat er gaande is en ziet de stille straat waaraan het hospice grenst. Hoe weinig ze ook ziet, ze mag niet blijven kijken, want er moet worden schoongemaakt en er moeten nieuwe woorden worden geleerd in een dode taal die moet blijven leven.
Het water trommelt op het beschadigde huis van een behangfabrikant, waarin alles kort en klein is geslagen door arbeiders die hun recht kwamen halen en en passant ook de uitstekende wijnen uit de kelder. In halfdonkere zolderwoningen zetten vrouw en kinderen van leerlooiersknechten en waterdragers emmers en pannen neer om de druppels op te vangen die naar binnen lekken.”

 

 

 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

21-10-13

In Memoriam Thomas Blondeau

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau is afgelopen zondag op 35-jarige leeftijd overleden. Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: eX

 

“Steek een goudvis in een kom en zolang hij lucht en voedsel heeft, zal zijn belevingswereld niet veel anders zijn dan die van een goudvis in een meer. Plaats een olifant alleen op een omwald stukje veld en na verloop van tijd gaat hij met zijn hoofd zachtjes heen en weer slingeren. Zijn slurf trekt strepen in het zand. Die schudbewegingen maken endomorfine aan. Ze schudden zich langzaam naar een high om dat godvergeten stukje veld bestrooid met gigantische knikkers stront aan te kunnen.

Om een mens in diezelfde toestand te krijgen zijn er sterkere maatregelen nodig. Neem hem zijn besef van tijd en ruimte af, hul hem in duisternis en geef hem onzekerheid over zijn lot. Een naamloos leven in een niet al te grote gemeenschap bereikt aardig die omstandigheden. Omdat hoop het laatste is wat sterft, gaat de mens radeloos op zoek naar methodes om de gekte op een afstand te houden. Daarom gaan gijzelaars schaken, besteden ze dagelijks meer uren aan hun zelfgekauwde pionnen en lopers dan wat voor grootmeester dan ook. Of ze gaan opdrukken en doen buikspieroefeningen met een zelfdiscipline die ze in vrijheid nooit zouden kunnen opbrengen. Herlezen die slecht geschreven detective in een taal die ze amper machtig zijn totdat ze als korangeleerden het hele ding kunnen reciteren. Desnoods achterstevoren.
Davids rituelen tegen de waanzin die gestaag op zijn hoofd druppelde, waren de impromptu scenario’s waarin hij de hoofdrol speelde. Zag hij de getraliede ramen van een geldtransportwagen, dan vertraagde zijn stap. Haalde zijn zonnebril boven, deed alsof hij een mobiele telefoon naar zijn oor bracht en ging bedachtzaam een sigaret roken, hopend dat een beveiligingsbeambte hem opmerkte. Wat nooit gebeurde.
Als hij een gloeiende sigarettenpeuk in het rioolgat mikte, hoopte hij stiekem op een steekvlam of een ontploffing. Ging hij naar een winkel, dan keek hij recht de beveiligingscamera’s aan. En in zijn borst altijd die onuitgesproken hoop dat er iets zou gebeuren. Dat hij opgemerkt zou worden, per abuis gearresteerd, dit is schandalig, sorry meneer, een gerechtelijke dwaling, een gerechtelijke dwaling zegt u, dat was een jaar van mijn leven, als u maar weet dat ik het hier niet bij laat. Hij was de uitgelezen ramptoerist bij zijn eigen catastrofe.”

 

 

 

Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

14-10-13

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels voor Svetlana Alexievich

 

Aan de Wit-Russische schrijfster en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexandrovna Alexievich  werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Zie ook alle tags voor Svetlana Alexievich op dit blog.

 

Uit: Zinky Boys: Soviet Voices from the Afghanistan War

 

“I never want to write another word about the war, I told myself. Long after I'd finished "War is not a Woman", a book about World War II, I could still be upset by the sight of a child with a nosebleed.

Out in the country I couldn't bear to watch the fishermen cheerfully throwing their catch on to the sandy riverbank. Those fish, dragged up from the depts of God knows where, with their glassy, bulging eyes, made me want to vomit. I dare say we all have our pain threshold - physical as well as psychological. Well, I'd reached mine. The screech of a cat run over by a car, eventhe sight of a squa

shed worm, could make me feel I was going mad. I felt that animals, birds, fish, every living thing had a right to a life of its own. And then all of a sudden, if you can call it suddenfor the war had been going on for seven years...

One day we gave a lift to a young girl. She'd been to Minsk todo some food shopping for her mother. She had a big bag with chicken heads sticking out, I remember, and a shopping-net full of bread, which we put in the boot.

Her mother was waiting for her in the village. Or rather, standing at her garden gate, wailing.

'Mama!' The little girl ran up to her.

'Oh, my baby. We've had a letter. Our Andrey in Afghanistan.

Ohhh... They're sending him home, like they did Ivan Fedorinov. A little child needs a little grave, isn't that what they say? But my Andrei was as big as an oak and over six foot. "Be proud of me Mum, I'm in the Paras now," he wrote to us. Oh, why? .

Why? Can anyone tell me? Why? ''Each substance of agrief hath twenty shadoms.' (Richard II) Then, last year, something else happened.

I was in the half-empty waitingroom of a bus station. An officer was sitting there with a suitcase, and next to him there was as kinny boy who you could tell from his shaved head was a soldier.

The young soldier was digging in a plant pot (a dryold ficus, Iremember it was) with an ordinary kitchen fork. A couple of simple country women went and sat next to them and, out ofsheer curiosity, asked where they were going, and why, who were they? It turned out the officer was escorting the soldier home.“

 


Svetlana Alexievich(Stanyslaviv, 31 mei 1948)

11-10-13

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

De Canadese schrijfster Alice Munro krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. Alice Munro werd geboren op 10 juli 1931 in Wingham, Ontario. Zie ook alle tags voor Alice Munro op dit blog.

 

Uit: Differently

 

“It was true. Maya had a lot of servants, for a modern woman, though they came at different times and did separate things and were nothing like an old-fashioned household staff. Even the food at her dinner parties, which seemed to show her own indifferent touch, had been prepared by someone else.
Usually, Maya was busy in the evenings. Georgia was just as glad, because she didn’t really want Maya coming into the store, asking for crazy titles that she had made up, making Georgia’s employment there a kind of joke. Georgia took the store seriously. She had a serious, secret liking for it that she could not explain. It was a long, narrow store with an old-fashioned funnelled entryway between two angled display windows. From her stool behind the desk Georgia was able to see the reflections in one window reflected in the other. This street was not one of those decked out to receive tourists. It was a wide east-west street filled in the early evening with a faintly yellow light, a light reflected off pale stucco buildings that were not very high, plain storefronts, nearly empty sidewalks. Georgia found this plainness liberating after the winding shady streets, the flowery yards and vine-framed windows of Oak Bay. Here the books could come into their own, as they never could in a more artful and enticing suburban bookshop. Straight long rows of paperbacks. (Most of the Penguins then still had their orange-and-white or blue-and-white covers, with no designs or pictures, just the unadorned, unexplained titles.) The store was a straight avenue of bounty, of plausible promises. Certain books that Georgia had never read, and probably never would read, were important to her, because of the stateliness or mystery of their titles.
In Praise of Folly. The Roots of Coincidence. The Flowering of New England. Ideas and Integrities.

Sometimes she got up and put the books in stricter order. The fiction was shelved alphabetically, by author, which was sensible but not very interesting. The history books, however, and the philosophy and psychology and other science books were arranged according to certain intricate and delightful rules — having to do with chronology and content — that Georgia grasped immediately and even elaborated on. She did not need to read much of a book to know about it. She got a sense of it easily, almost at once, as if by smell.”

 

 

 

Alice Munro (Wingham, 10 juli 1931)

08:50 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nobelprijs, alice munro, romenu |  Facebook |

02-10-13

In Memoriam Tom Clancy

 

In Memoriam Tom Clancy

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy is gisteren overleden. De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

 

Uit: The Teeth of The Tiger

 

"Your treatment of your men is generous in its praise, Captain. Why?"

That made Caruso blink. "Sir, they did very well. I could not have expected more under any circumstances. I'll take that bunch of Marines up against anybody in the world. Even the new kids can all make sergeant someday, and two of them have 'gunny' written all over them. They work hard, and they're smart enough that they start doing the right thing before I have to tell them. At least one of them is officer material. Sir, those are my people, and I am damned lucky to have them."

"And you trained them up pretty well," Broughton added.

"That's my job, sir."

"Not anymore, Captain."

"Excuse me, sir? I have another fourteen months with the battalion, and my next job hasn't been determined yet." He'd happily stay in Second Force Recon forever. Caruso figured he'd screen for major soon, and maybe jump to battalion S-3, operations officer for the division's reconnaissance battalion.

"That Agency guy who went into the mountains with you, how was he to work with?"

"James Hardesty, says he used to be in the Army Special Forces. Age forty or so, but he's pretty fit for an older guy, speaks two of the local languages. Doesn't wet his pants when bad things happen. He—well, he backed me up pretty well."

The TS folder went up again in the M-2's hands. "He says here you saved his bacon in that ambush."

"Sir, nobody looks smart getting into an ambush in the first place. Mr. Hardesty was reconnoitering forward with Corporal Ward while I was getting the satellite radio set up. The bad guys were in a pretty clever little spot, but they tipped their hand. They opened up too soon on Mr. Hardesty, missed him with their first burst, and we maneuvered uphill around them. They didn't have good enough security out. Gunny Sullivan took his squad right, and when he got in position, I took my bunch up the middle. It took a total of ten to fifteen minutes, and then Gunny Sullivan got our target, took him right in the head from ten meters. We wanted to take him alive, but that wasn't possible the way things played out." Caruso shrugged. Superiors could generate officers, but not the exigencies of the moment, and the man had had no intention of spending time in American captivity, and it was hard to put the bag on someone like that. The final score had been one badly shot-up Marine, and sixteen dead Arabs, plus two live captives for the Intel pukes to chat with. It had ended up being more productive than anyone had expected. The Afghans were brave enough, but they weren't madmen—or, more precisely, they chose martyrdom only on their own terms.”

 

 

 

Tom Clancy (12 april 1947 – 1 oktober 2013)

24-09-13

In Memoriam Hugo Raes

 

In Memoriam Hugo Raes

 

De Belgische schrijver Hugo Raes is maandag op 84-jarige leeftijd overleden. De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

 

Uit: Bankroet van een charmeur

 

“Soms was hij onbetrouwbaar ontdekte ik stilaan. Hij loog soms tergend. Tergend omdat hij mij onderschatte. Uit veel bluf bestond hij wist ik al lang, en had ik ook aanvaard, niemand is volmaakt, maar zijn fundamenten waren ‘shakier’ dan ik dacht. En dat was voor mij een voldoening, en ook een teleurstelling. Ik trachtte de onoverwinnelijke, de charmeur tot de juiste proporties te herleiden.

Later zag ik hem dagenlang niet. Toen dook hij op in onze contactkroeg en deed weer een fantastisch verhaal over een nieuwe vrouw: ‘Ze is in de steek gelaten door haar vent, heeft twee kinderen, is bepaald lelijk, maar totaal vrij en heeft geld en dat kan ik altijd gebruiken. En ze wil zich steeds maar uitkleden. Een uitkledingscomplex zou ik zeggen. In de auto doet ze haar bustehouder uit langs de mouwen, knoopt haar bloese open. Ze wil me altijd meetronen naar haar kamer, begint zich op slag uit te kleden, staat daar te draaien en te smeken: streel me, streel dat lijf van me. Maar z'is te lelijk om te doen.’

Op een dag had hij één van de drie firma's opgezegd. Hij had geen tijd meer, zei hij, maar het was omdat hij steeds maar beloofde die en die bezoeken af te leggen en contacten op te nemen, en het bleef uitstellen, dat ze naar een nieuwe man uitkeken.

Geleidelijk ging hij bergaf, met een sadistisch genoegen bijna, maar werd ook vermoeider. Er waren twee jaar verlopen sinds wij begonnen waren samen op rooftocht uit te gaan. Hij leed aan de maag nu. In 't begin hield hij het voor mij verborgen, maar het duurde niet lang, of hij nam zijn poeders, aanvankelijk met water, dan met bier, in mijn bijzijn.

‘Ik denk dat jij wat meer zou moeten rusten’, raadde ik hem aan. Hij sliep soms een hele nacht niet, of zelfs twee niet. En hij was mijn oprechte vriend. Later zou ik ondervinden dat hij mij achter mijn rug klein maakte en zo oninteressant mogelijk. Een verweer dat inslaat bij de vrouwen en ook bij vele mannen. Ik heb geleerd sedertdien dat alle vrienden zo zijn, ze zijn alle egoïsten, iedereen staat alleen, en toch hebben we vrienden om de illusie te hebben dat we niet alleen staan. Ik had een goed hart, zei hij. Maar wat is ‘goed’? Hij had ook een groot hart. Een groot, goed, zacht, meevoelend en smerig en jaloers en haatdragend hart. We maakten ruzie soms in een herberg, en ik tartte hem, maar hij kon alles verdragen. Hij veegde de spons met groots gebaar over deze overspannen woorden. 's Anderendaags dronken we als de beste vrienden die we waren. Verder lachten we, of voelden ons grijs en versleten of rot.”

 

 

 

Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)

18-09-13

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

In Memoriam Marcel Reich-Ranicki

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki  is vandaag op 93-jarige leeftijd in Frankfurt am Main overleden. Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

 

Uit: Unser Grass

 

“Zunächst bin ich verpflichtet, den Autor, dessen Buch ich rezensiere, zu verteidigen. Mit Geduld, mit liebevoller Teilnahme, mit Herzlichkeit muß ich sein Werk untersuchen. Ich muß es mit allen mir zu Gebote stehenden Mitteln zu seinen Gunsten deuten und dem Leser so vorteilhaft wie möglich präsentieren. Ich habe, wenn es um seine schwachen Seiten geht, auf mildernde Umstände hinzuweisen. Und es ist meine Hauptaufgabe, alle diejenigen ästhetischen, intellektuellen und moralischen Aspekte und Motive seines Werkes zu betonen, die ihm, dem Autor, die Anerkennung, die Sympathie, vielleicht sogar die Liebe des Publikums sichern können. Kurzum: Mein Autor ist mein Mandant, mein Klient, mein Schützling. Ich habe ihm zu dienen, seine Sache zu vertreten.

Aber hätte ich nur diese eine Funktion – meine Arbeit wäre weit einfacher. Der Verteidiger muß jedoch zugleich ein Ankläger sein. In wessen Namen klage ich eigentlich an? Des Publikums? Gewiß nicht, denn ich habe vom Publikum keinerlei Auftrag erhalten. Im Namen der Zeitung, für die ich schreibe? Nein. Die Redaktion darf auf die Tendenz meiner Kritik keinen Einfluß ausüben. Der Kritiker repräsentiert nur sich selber – und nicht etwa ein Kollektiv.

In wessen Namen also klage ich an? Die ehrliche Antwort auf diese Frage klingt pathetisch: im Namen der Literatur. Ich muß jede Seite des neuen Werks mißtrauisch lesen, ich muß es hartnäckig anzweifeln. Ich habe alles Schwache, Fragwürdige und Schlechte im Gegen- stand der Betrachtung zu suchen. Es ist meine Aufgabe, dem Autor auf die Schliche zu kommen, ihn zu entlarven. Im Interesse der Literatur kann ich nicht zu streng sein. Mein Schützling ist auch mein Opfer.

Zwei Seelen wohnen also in des Kritikers Brust, in zwei Rollen tritt er gleichzeitig auf: als Rechtsanwalt und als Staatsanwalt. Das Ergebnis des Kampfes dieser beiden Seelen, des Gefechts auf dem Feld derartiger dialektischer Spannungen, die Summe der beiden Plädoyers, des verteidigenden und des anklagenden – das ist die Kritik, die dem Leser dienen will und dem Autor, der Literatur und unserer Zeit. Die Urteile hingegen werden, meine ich, nicht von uns, den Kritikern, gefällt, sondern später einmal von den hohen Richtern, den Literaturhistorikern.”

 

 

 

Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)

13-09-13

In Memoriam Erich Loest

 

In Memoriam Erich Loest

 

De Duitse schrijver Erich Loest is gisteren op 87-jarige leeftijd in Leipzig gestorven. Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Durch die Erde ein Riß

 

“Der Teufel naht meist auf leisen Sohlen. Er dachte darüber nach, wie es denn gekommen war, daß er keine Macht wollte, keine von oben verliehene und von unten nicht kontrollierte Macht. Keine Gesellschaft war denkbar, ohne daß Menschen Macht über andere ausübten warum, fragte er sich, ist das für mich ein Problem und für andere nicht? Wer Macht hatte, war allergisch gegen alle, die nicht ein Häppchen von ihr leihen wollten. Trugen die Mächtigen schlechtes Gefühl mit sich herum, suchten sie deshalb Komplizenschaft und haßten die Machtverweigerer, weil die sich nicht zu Mittätern machen ließen? War es eitel, sich das weiße Hemd der Unschuld überzuziehen seht her, was für ein Engel ich bin, ich mach mir die Hände nicht schmutzig? Teilhabe an der Macht, um Informationsbedürfnis, Neugier zu befriedigen? Die Tragik derer, die in der Mitte zerrieben wurden ein endloses Feld.

Vielleicht verschwand er morgen oder nächste Woche in Einzelhaft, vielleicht steckten sie ihn mit einem Lump zusammen, legten ihn in eine Außenzelle, in der es doppelt so kalt war wie in Innenzellen. Kein Kino für drei Monate. Möglichkeiten gab es die Menge, und er kannte fast alle. Schreiberlaubnis bekam er ohnehin nicht. Oder auch: Es blieb alles beim alten.

Jupp begann tief zu atmen und leise zu schnarchen. 23/59 blickte gegen die Decke mit dem Gitterschatten, der Knastmond würde niemals untergehen. Er versuchte, sich an Wendungen zu erinnern, als er mit der Macht kollidiert war.

Dabei überkam ihn Müdigkeit, er drehte sich auf die Seite und zog die Decke über den Kopf, daß nur ein Spalt zum Atmen blieb. So würde er die Kälte überstehen. Der Schlaf kam schnell und spülte alles Grübeln weg. 23/59 wehrte sich nicht gegen ihn. Denn natürlich ist Schlaf das Beste, was es im Knast überhaupt gibt.”

 

 

 

Erich Loest (24 februari 1926 – 12 september 2013)

06-09-13

Grote Prins Claus Prijs voor Ahmed Fouad Negm

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm ontvangt dit jaar de Grote Prins Claus Prijs. Prins Constantijn zal de prijs op 11 december in het Koninklijk Paleis in Amsterdam aan hem uitreiken. Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

 

What’s wrong with our president?


I never fret, and will always say
A word, for which, I am responsible
That the president is a compassionate man
Constantly, busy working for his people
Busy, gathering their money
Outside, in Switzerland, saving it for us
In secret bank accounts
Poor guy, looking out for our future
Can’t you see his kindly heart?
In faith and good conscience
He only starves you; so you’d lose the weight
O what a people! In need of a diet
O the ignorance! You talk of “unemployment”
And how condition have become dysfunctional
The man just wants to see you rested
Since when was rest such a burden?
And this talk of the resorts
Why do they call them political prisons?
Why do you have to be so suspicious?
He just wants you to have some fun
With regards to “The Chair]”
It is without a doubt
All our fault!!
Couldn’t we buy him a Taflon Chair?
I swear, you mistreated the poor man
He wasted his life away, and for what?
Even your food, he eats it for you!
Devouring all that’s in his way
After all this, what’s wrong with our president?

 

 

 

Vertaald door Walaa Quisay

 

 



Ahmed Fouad Negm (Ash Sharqiyah, 22 mei 1929)

30-08-13

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

In Memoriam Seamus Heaney

 

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney is vrijdag op 74-jarige leeftijd overleden. Dat hebben Ierse media gemeld. Heaney kreeg in 1995 de Nobelprijs voor Literatuur. Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

Death Of A Naturalist

 

All year the flax-dam festered in the heart
Of the townland; green and heavy headed
Flax had rotted there, weighted down by huge sods.
Daily it sweltered in the punishing sun.
Bubbles gargled delicately, bluebottles
Wove a strong gauze of sound around the smell.
There were dragon-flies, spotted butterflies,
But best of all was the warm thick slobber
Of frogspawn that grew like clotted water
In the shade of the banks. Here, every spring
I would fill jampotfuls of the jellied
Specks to range on window-sills at home,
On shelves at school, and wait and watch until
The fattening dots burst into nimble-
Swimming tadpoles. Miss Walls would tell us how
The daddy frog was called a bullfrog
And how he croaked and how the mammy frog
Laid hundreds of little eggs and this was
Frogspawn. You could tell the weather by frogs too
For they were yellow in the sun and brown
In rain.
Then one hot day when fields were rank
With cowdung in the grass the angry frogs
Invaded the flax-dam; I ducked through hedges
To a coarse croaking that I had not heard
Before. The air was thick with a bass chorus.
Right down the dam gross-bellied frogs were cocked
On sods; their loose necks pulsed like sails. Some hopped:
The slap and plop were obscene threats. Some sat
Poised like mud grenades, their blunt heads farting.
I sickened, turned, and ran. The great slime kings
Were gathered there for vengeance and I knew
That if I dipped my hand the spawn would clutch it.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open

 

 

 

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

23-07-13

In Memoriam Michel van der Plas

 

In Memoriam Michel van der Plas

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Michel van der Plas is zondagochtend op 85-jarige leeftijd overleden. Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

 

 

Vader en zoon

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt
kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?
ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?
jij bent toch in de regen weggelegd?

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?
Waar zou ik moeten komen? ben je daar
nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar
het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.
Ik moet al antwoord geven en ik ken
nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben

Ja, zeg ik, en kijk om. De nacht is diep.
Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:
ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

 

 

 

 

 

School der liefde

 

Woorden van geluk zijn moeilijk, ze zijn
klank, wartaal, aaas en jijs en toedan, alles
of niets. Het lekken van vuur; een gordijn
in de wind. Ze zijn eigenlijk maar ballast.

Want we zeggen geluk niet, we doen het.
Dieren hebben alleen maar hun lichamen;
snuiven, stampvoeten, hoeden warmte met
warmte. Het leeft en trilt, het heeft geen namen.

Hoeveel gemakkelijker vindt verdriet
woorden. Dat is de wereld van de mensen:
ze huilen en ze ballen vuisten en ze
vullen bladzijden, maar ze sterven niet.
Sterven hoorde alleen waar leven hoorde:
bij geluk; en dat was teveel voor woorden.

 

 

Een nieuw lied

 

Een nieuw lied voor de Heer die de vogeltjes schiep
En hun wijzen van iedere dag
Die de treurwilg tot eindeloos treuren riep
En de vrouw tot haar eeuwige lach

Een nieuw lied voor de Heer die de goudvissen goud
En de roodborstjes rood heeft gemaakt
Die de golven der zee, en de bladeren van 't woud
Met zijn vinger heeft aangeraakt
Die de kolibrie schiep, en de adelaar schiep
Het viooltje en de orchidee
Die de schelpen en zwaardvissen liet in het diep
Van dezelfde bedelvende zee
Die zijn adem laat gaan langs het slapende land
Tot het wenend van weelde ontwaakt
Die de dauwdroppen droogt met zijn heilige hand
En de zon tot zijn heilgenoot maakt

Een nieuw lied voor de Heer die het meer en de lucht
En de straten vol zonnelicht goot
Die de leeuwerik leidt tot zijn duizelende vlucht
En de vlinder tot vlinderdood

Een nieuw lied voor de Heer die een durend nieuw lied
In de mond van mijn moedertje lei
Die zijn licht in haar zuivere blik achterliet
En haar zei wat zij zeide tot mij

Een nieuw lied voor de Heer die van ieder nieuw lied
Het ontstaan en de maker is
Die het voorzingt in water en woud en in riet
In de steeg en de vensternis

Een nieuw lied voor de Heer, voor de Heer
Die accoorden en woorden ingeeft
Aan de dichter de vrouw en het kind, o en meer
dan aan weerklank en stem in hem leeft
En zijn naam zij gezegend de eeuwigheid lang
Zij gezegend de naam van de Heer
Van de opgang der zon, tot haar ondergang
zij gezegend de naam van de heer
die de sneeuwvlokken zendt als de wolkige wol
en de rijm als verdwarrelende as
Als hij spreekt lopen alle stuwmeren vol
En alles smelt wat bevroren was
O gij wateren looft en gij landstreken looft
En gij vogeltjes looft onze Heer
En gij vuurtongen looft, en gij dauwdroppen looft
Alle boomtoppen looft onze Heer

Een nieuw lied voor de Heer, met pauk en cymbaal
En bij cither en luit en schalmei
een nieuw lied voor de Heer in uw mond in uw taal
Want wie geeft u die liederen dan hij

 

 

 

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

02-07-13

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

In Memoriam Maarten van Roozendaal

 

 

De Nederlandse zanger, liedschrijver en theatermaker Maarten van Roozendaal is gisteren op 51-jarige leeftijd overleden. Maarten van Roozendaal werd geboren in Heilo op 3 mei 1962.

 

 

Lied

 

Straks schrijf ik voor het eerst een lied

Waarvan ik weet, dat jij het nooit zult horen

Geen nood, er gaat niet veel verloren

Ik maak het expres zo mooi maar niet

 

Dit wezenloos waarom en hoe

Er valt niet zoveel te vertellen

Wanneer de dingen echt gaan tellen

Waar ligt de zin, wat is de clou

 

Maar als ik iets moois proberen zou

Vroeg ik je eerst of alle woorden kloppen

En pas als jij ja zegt, zou ik stoppen

En zing ik het alleen voor jou...

 

 

 

Ritueel

 

Ik houdt het kleine ritueel in ere, opdat jij elk moment terug kunt keren

Iedere dag, wanneer het avond wordt, maak ik de tafel klaar

Een extra bord, bestek, je eigen stoel

Een kaars een glas alsof je enkel opgehouden was

 

Ik hoor, hoe kon ik denken dat hetgene

Waardoor ik ben voor altijd was verdwenen

Ik hoor alsof de woning nog bestond

Het grind, de klink het aanslaan van de hond

En jij komt binnen op het ogenblik

Dat ik de lamp ontsteek de bloemen schik

 

Ik hoop alleen dat ik dan rustig blijf

En haast niet opschiet van mijn stil bedrijf

De woorden vind als was het vanzelfsprekend

Schuif aan, tast toe, er is op je gerekend...

 

 

 

 

 

Maarten van Roozendaal (3 mei 1962 - 1 juli 2013)

10-06-13

In Memoriam Walter Jens

 

In Memoriam Walter Jens

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens is gisteren op 90-jarige leeftijd overleden. Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

 

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

 

„Es war mit Sicherheit eine der interessantesten – man könnte auch sagen: kuriosesten – Familien der preußischen Metropole, in die Hedwig Pringsheim am 13. Juli 1855 hineingeboren wurde. Ihr Vater, Ernst Dohm, Spross einer armen jüdischen Familie, war bereits als Kind getauft und von einer frommen Mutter sowie einer pietistischen Gönnerin zum Theologen bestimmt worden. Nach erfolgreich absolvierten Examenspredigten hatte er jedoch Talar und Beffchen an den Nagel gehängt und sich als Hauslehrer und Übersetzer durchgeschlagen, ehe er 1848 mit der Gründung der politisch-satirischen Zeitschrift  Kladderadatsch endgültig ins literarisch-journalistische Genre wechselte. Sein profundes Wissen, sein ebenso stil- wie treffsicherer Witz und seine unterhaltlichen Fähigkeiten sowie eine offenbar beachtliche poetische Begabung verhalfen ihm schnell zu Ansehen und Beliebtheit.

Auch Hedwigs Mutter, deren Vornamen das Neugeborene erhielt, hatte in ihrer Ehe begonnen, sich als Schriftstellerin zu profilieren. Sie schrieb Novellen, Dramen und Gedichte, später auch Romane. Vor allem aber zog sie in öffentlichen Stellungnahmen und Essays gegen die These von der angeblich naturgegebenen Ungleichheit von Männern und Frauen zu Felde und wurde in den späten sechziger und siebziger Jahren, nachdem sie vier Kinder großgezogen hatte, zu einer der bekanntesten Kämpferinnen für die Zulassung der Frau zu allen berufsqualifizierenden Bildungs- und Ausbildungsmöglichkeiten.

«Kämpferin»? Zumindest Hedwig, die älteste ihrer vier Töchter, sah die Mutter anders: «Schön war sie und reizend; klein und zierlich von Gestalt, mit großen, grünlich-braunen Augen und schwarzen Haaren, die sie auf Jugendbildnissen noch in schlichten Scheiteln aufgesteckt trug, später aber abgeschnitten hatte, und die dann halblang und gewellt ihr wunderbares Gesicht umrahmten.Zart war sie, schüchtern, empfindsam, ängstlich. Wer sie nur aus ihren Kampfschriften kannte und ein Mannweib zu finden erwartete, wollte seinen Augen nicht trauen, wenn ihm das holde, liebliche und zaghafte kleine Wesen entgegentrat. Aber ein Gott hat ihr gegeben, zu sagen, was sie gelitten, was sie in Zukunft ihren Geschlechts-Schwestern ersparen wollte.»

 

 

 

Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)