02-01-14

In Memoriam Herman Pieter de Boer


In Memoriam Herman Pieter de Boer

De Nederlandse dichter, schrijver, liedjesschrijver en journalist Herman Pieter de Boer is gisteren kort na middernacht in Eindhoven overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt. Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Pieter de Boer op dit blog.

 

Thuis ben

Als ’s morgensvroeg d’r haar nog in een waaier ligt
Ze rekt zich uit, d’r huid is zacht en bezweet
Als ’s morgenvroeg haar dag begint, gordijnen dicht
De eerste uren nog niet aangekleed

Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis, thuis ben

Als ’s middags de wielen van mijn auto gonzen
En mijn zonnebril begint te gloeien
Als ’s middags mijn hoofd begint te bonzen
En ik d’r adem in mijn hals al haast kan voelen

Dan weet ik dat ik bijna thuis ben
Dan weet ik dat ik bijna thuis ben
Dan weet ik dat ik bijna thuis ben

Als ’s avonds de lichten dan langzaam aangaan
En de verliefden samen drinken uit één glas
Als ze tegen mij aanleunt, zacht, versleten jeans aan
Zij houdt van mij en ik hou haar vast

Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis, thuis ben

Ja, dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben

 

 

De thuiskomst

Ik ben naar oost en west geweest,
zoveel gezien, zoveel genoten,
Ik vloog. Ik voer op witte boten.
Ik was te gast op ieders feest.

Ik ben naar noord en zuid gegaan,
zo mooi gegeten en gedronken,
terwijl muziek en stemmen klonken
bij teder schijnsel van de maan.

Nu sta ik voor mijn eigen huis,
de ogen peinzende geloken,
de sleutel in het slot gestoken.

Dit is mijn gang! Dit zijn mijn deuren!
Dit zijn die zo vertrouwde geuren…
Goddank, ik ben weer thuis.

 

 
Herman Pieter de Boer (9 februari 1928 – 1 januari 2014)

16-12-13

Frans Kellendonk-prijs 2014 voor Esther Gerritsen

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen heeft de Frans Kellendonk-prijs 2014 gewonnen, de driejaarlijkse literatuurprijs voor een auteur met originele kijk op maatschappelijke of existentiële problematiek. Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: Dorst

“Het is de eerste keer in haar leven dat Elisabeth haar dochter onverwachts treft. Ze komt van de apotheek op de Overtoom, wil net oversteken naar de tramhalte als ze haar dochter ziet fietsen aan de andere kant van de straat. Haar dochter ziet haar ook. Elisabeth staat stil. De dochter stopt met trappen maar remt nog niet. De hele Overtoom zit tussen hen in, twee fietspaden, twee rijbanen en een dubbele trambaan. Elisabeth weet meteen dat ze haar dochter moet vertellen dat ze doodgaat en ze lacht als iemand die van plan is een grap te vertellen.
Vaak weet ze niet wat ze tegen haar dochter moet zeggen, maar nu heeft ze toch echt iets. Onmiddellijk daarna beseft ze dat zoiets niet te enthousiast gebracht mag worden en misschien ook niet nu. Ondertussen steekt ze de Overtoom al over en denkt aan haar huisarts, die almaar vraagt: ‘Deel je het wel met mensen?’ en hoe fijn het zou zijn als ze bij een volgend consult het goede antwoord kan geven. Ze loopt tussen twee auto’s door. Haar dochter remt en stapt van haar fiets.
Elisabeth houdt de plastic apotheektas met morfinepleisters en hoestdrank stevig vast. De tas is het bewijs van haar ziekte, alsof haar woorden het nooit alleen af kunnen, en de tas is ook al het excuus.
Omdat ze het echt niet zo had willen zeggen, hier, zo ongepast op straat, maar de tas had haar al verraden. Toch? Ja? Ook steekt Elisabeth zo abrupt de Overtoom over, vlak achter een tram langs, omdat het niet hoort, haar kind aan de overkant en zij hier. Een dochter hoor je niet onverwachts te treffen.
Ooit was de dochter er doorlopend, en toen ze er later niet was, had Elisabeth haar zelf ergens afgeleverd. Nog later was er een bezoekregeling en de laatste jaren was er niet veel, maar in ieder geval bleven de verjaardagen. Altijd was het duidelijk en ze had zichzelf aangewend niet aan de dochter te denken als de dochter er niet was.”

 

 
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

P.C. Hooftprijs 2014 voor Willem Jan Otten


De Nederlandse dichter en schrijver Willem Jan Otten krijgt de P.C. Hooftprijs 2014. De prijs wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum, op donderdag 22 mei 2014, 1 dag na de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft. Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

De intiemste zichtlijn

Ik wilde jou en dat ik missen zou wist ik al
voor het begonnen was.
Jou willen is je missen. Het was missen
op het eerste gezicht. Keek ik je aan
je werd een schaduw voor een vuur.
Mijn laaiende kijken plaatste je op
een toneel, in tegenlicht, en ik moest
gissen naar de man daar binnen in
zijn silhouet, heus, zelfs in bed,
wanneer ik tussen je moedervlekken
sterrenbeelden trok, was het alsof
je lichaam iets verduisterde en ook
je stem en je beramingen, alles maakte
duisterder en daardoor, vreemd is dit,
werd wat er laaide raakbaarder dan
voorheen. Odysseus ver, ik heb je
nooit gekend, en als ik je bedenk
knijp ik weer samen en blindeer.

 

 

Op de hoge

Liep augustus op zijn einde,
sloot de badmeester de hokjes af,
fietste neuriënd september in.

Niemand was er dan ook bij
dat ik de plank betrad. Ik was
geblinddoekt als een deserteur.

Dit zijn de stappen bang bang bang.
In het Bosbad op de hoge
zweet men het peentje bangverlang.

De zon stond even laag als ik en stond
op punt van zakken in de grond.
Wie mij naar boven had gebracht?

Ach mijn lief. En ik wist: morgen
word ik wakker maar ontkomen
kan ik niet. Uit de schoonspringdroom

ontwaakt men met de schoonspringdroom.
Ik wist: ik maak ze nu dan dus.
De aanstalten. Ik sta precies

zo hoog als nodig om bevreesd te zijn.
Dit is de toegedachte afstand tot
het lussenwevend water doopselzacht.

Het heeft me altijd opgewacht –
maar waarom vrees ik dan ineens het bad
alsof het heel snel leeggelopen is?

Dat zo ik sprong – ik wil, ik wil –
ik vallen zou en niets mij ving?

 

 

Uit: Gerichte gedichten

Zon komt op van links.
Tuin nog donker nat van nacht.
In Bussum Zuid rukt kyrie
de eerste ambulance uit.
In de verre hertenkamp
piauwt een pauw om pauw.

Ik ben ouder dan voorheen.
Kijk maar in mijn spiegel.
In uw reilen zit systeem:
weer was ik niet op u voorbereid,

zoals u zwijgend aan kwam schuiven
aan mijn werkblad aan het raam,
u in het blanco eerste uur,
u gietijzer glanzend in het strijklicht,
u spreidend achterover op uw crucifix,
u met uw martelend geduld van leeg papier.

 

 

 
Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

14-12-13

In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar


In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar

 

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en criticus Jacq Firmin Vogelaar is op 69-jarige leeftijd overleden. Hij stierf afgelopen maandag.op 69-jarige leeftijd. Jacq Firmin Vogelaar werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voor Jacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Terugschrijven (Over ‘Boze geesten’ van Fjodor M. Dostojevski)

Boze geesten is de geschiedenis van een moord uit politieke motieven. Uiteindelijk blijkt er in het boek maar één drijfveer in het spel te zijn: vernietigingsdrang, de demon die allen in zijn greep heeft. Hoewel de moordgeschiedenis de vertelstructuur beheerst, is de politiek toch vooral een aanleiding om religieuze en ethische ideeën te behandelen. Dat verklaart het merkwaardige feit dat Pjotr, hoe belangrijk ook als onruststoker en intrigerende Judas, zowel binnen de revolutionaire kring als in het plaatselijke societyleven, inhoudelijk in de roman een bijrol heeft; ook technisch is hij een indringer in de roman die verder gecentreerd is rond Stawrogin en Kirilow. In die zin kan Pjotrs opmerking dat Nikolai Stawrogin ‘zijn betere ik’ is ook worden uitgelegd. Maar zoals goed en kwaad, Amerika en Columbus niet buiten elkaar kunnen, zo ook Pjotr Werchowenski en Nikolai Stawrogin. Als Nikolai voor Pjotr een afgod is, dan is Pjotr voor Nikolai een aap (én een naäper). Ze gebruiken elkaar, zoals trouwens allen elkaar schijnen te gebruiken. Zo ook bij voorbeeld Werchowenski en Kirilow. In Kirilow zingt het vrijheidsthema zich los van de betekenissen: ‘Volledige vrijheid zal er eerst zijn, als het er niet meer op aankomt of men leeft of niet. Ziehier het doel van alles.’ Hij is de eerste in de geschiedenis die geen God wil bedenken. Zelfmoord is voor Kirilow de proef op de som van een gedachtenexperiment: ‘Als God bestaat, dan is elke wil van Hem, en kan ik niets doen buiten Zijn wil. Als Hij niet bestaat, dan is het allemaal mijn eigen wil en ben ik verplicht, mijn vrije wil aan de dag te leggen’. Dat had een parafrase kunnen zijn van de uitspraak van Bakoenin: ‘God bestaat - en de mens is een slaaf; als de mens vrij is - bestaat God niet’, al was Bakoenin zeker niet bereid geweest Kirilow in zijn conclusie te volgen: ‘Ik ben verplicht, mijzelf dood te schieten, omdat het hoogtepunt van de vrije wil hierin bestaat - zichzelf het leven te benemen.’

 

 
Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

13-12-13

In Memoriam Martijn Teerlinck


In Memoriam Martijn Teerlinck

 

De Vlaamse dichter en muzikant Martijn Teerlinck is afgelopen dinsdag, 10 december, op 26-jarige leeftijd overleden. Martijn Teerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

Lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

 

 

 
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 - 10 december 2013)

29-11-13

In Memoriam Hermine de Graaf

 

In Memoriam Hermine de Graaf

De Nederlands schrijfster Hermine de Graaf is op 62-jarige leeftijd overleden. Hermine de Graaf werd geboren in Winschoten op 13 maart 1951.Zie ook alle tags voor Hermine de Graaf op dit blog.

 Uit: Een kaart, niet het gebied

“Het stadje waarin ze woonde was niet interessant voor kinderen, een groep huizen, straten erdoorheen die stervormig naar het middelpunt, een marktplein liepen. Op dat plein stonden parkeermeters bij rechthoekige vakken, er midden op verhief zich de kerk. Net een begraafplaats met grafzerken die hongerig riepen om kwartjes… dat was zo’n beetje alles wat er over het plaatje te vertellen viel”.
(...)

 Als wij winkelruiten of spiegels voorbij liepen, volgde ik zijn ogen die het niet na konden laten er blikken in te werpen, waren de ruiten vuil of de spiegels verweerd dan zag ik ogen die boos spatten….’, ‘Spiegels kunnen mensen rechtstreeks met hun beeltenis confronteren, als er niets in de wereld zou zijn dat je beeltenis kon weerkaatsen, dan zou je op grond van andere tekens een beeld van jezelf moeten vormen, meer gebaseerd op je innerlijk en gericht op wat anderen over je zeiden. Het zou voor Simon beter geweest zijn…’

 

Hermine de Graaf (13 maart 1951 – 29 november 2013)

25-11-13

In Memoriam Gerrit Krol

 

In Memoriam Gerrit Krol

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol is zondag in zijn woonplaats Groningen op 79-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Uit het tekenboek van Rauh
 
Voorop de vleermuis die in vallende staat
het verstand doorsteekt met een speld
en de bedoelingen van ons hart
met een potlood uit elkaar legt.
Dan Jonas, die met schubjes op zijn rug
- etiketten waar hij is geweest -
zoekt langs het water naar een brug
die hem verbinden moet met Kanaän
dat hij niet mag betreden.
Er staat dat hij op het einde nog
in laatste tweespraak met het Kruis
zijn ziel beveelt in handen van de Geest -
het kruis dat diep beneden hem
rechtop gezet is in een kluitje klei,
het kruis, in dierbare verhoudingen
gesneden, maar in een kluit. Een traan
zakt van zijn oog af op het hout
als hij zijn offer brengt: een kleine bips en koud.
Hij schreit en houdt in vlinderslag
zich aan de takken vast.
 
Het blinde echtpaar waarvan de man
in het vuur zijn handen houdt
dat knettert en als radium straalt,
terwijl zijn vrouw een beeltenis,
een foto rondgeknipt als medaillon,
van liefde heeft in haar oog gespeld -
zij wachten zij aan zij,
totdat Hij, die ons allen bijhoudt,
naderkomt met geheven handen
en helpt ze pijnloos uit hun vel.
 
De dieren zoeken in volle draf het licht,
het schijnsel dat de mensen dragen:
er zit een oude man gehurkt
met op zijn hoofd een druppel vet
waarin een kaarsje is gezet.
Hij kijkt verbeten over 't veld
of het in deze omstandigheden geldt.
De hond schuift in het rond; de mug
die trillend heeft verdeeld de lucht
gaat onder, en nog kleinere dieren.
 
Nauwkeurig heb ik de plaat bekeken
waarop, volgens de tekst door anderen geschreven
en doorgestreept maar geschreven dus toch,
de monsters zich een einde bereiden,
zich in het leven snijden op de elleboog -
zo een die tussen de benen met een zaag omhoog
als brood zijn eigen zak te snijden staat.
 
Tevergeefs kruipt op de einder toe
een vrouw van wie de geitjes drinken.
Waarom, als haar die functie is gegeven,
waarom dan niet en wél het stukje deeg
dat eeuwen hangt reeds eeuwen
boven een bek die niet meer leeft?
 
En die grote troela dan
die, boeketten bloemen wringend,
denkt dat nu alles voorbij is?
 
De Christus hangt in donkere nacht
in stukken aan het kruis; zijn macht
is afgevallen als een kleed,
maar zolang Hij onder een theemuts
bijeenhoudt wat ons allen aangaat,
te Zijner tijd onthuld,
zolang zwemt er een vis
voor het wachthuis heen en weer.
 
Aan het einde van zijn leven,
innig vergroeid met boom en struik,
zo deelt de tekenaar ons mede,
heeft de oude man de kracht,
in afwachting van de dood,
nog een vogel op zijn hoofd te laten nestelen.
 
Zo ijlt dan door de ruimte een holle scherf
voort naar de snelheid van het licht,
het duizendjarig rijk der doden,
waar vrede is en dunne bomen
op een middag als het lente is,
het uur waarop bezoekers komen. 

 
 
Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

10:34 Gepost door Romenu in Actualiteit, In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-11-13

Yahya Hassan

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus. Zijn debuutbundel trok veel aandacht rond de tijd van de release op 17 oktober 2013 .Hassan groeide op in een van de voorsteden vol problemen, met een hoog percentage immigranten, in een gebroken gezin. Hij stal, rookte joints, en stond terecht voor diefstal. Maar toen in een van de instellingen waarin hij geplaatst was, een leraar zijn schrijftalent opmerkte, nam zijn leven een ​​wending. De leraar dacht eerst dat hij het essay overgeschreven had. Hassan werd boos en schreef een nieuw essay. Op advies van de leerkracht begon Yahya te lezen. Dostojevski maakte indruk op hem en de niets ontziende zelf-biografie van de Noor Karl Ove Knausgård. Hij kwam op de "«Forfatterskolen» , een schrijversschool voor Deense aspiranten en begon met lezingen in een kleine cirkel. Een paar maanden later werd hij bekend in heel Denemarken en buitenlandse uitgevers bieden op de rechten van zijn werk. Het tijdschrift “Politiken” bracht een groot interview op 5 oktober 2013, dat veel aandacht trok en een groot debat veroorzaakte over politiek en culturele integratie. In de media uitte Hassan kritiek op delen van zijn culturele achtergrond. Hij beschuldigde zijn ouders ervan zich vast te klampen aan de Koran, terwijl zij tegelijkertijd uitkeringsfraude plegen. Aan islamitische zijde was er scepsis of woede vanwege de kritiek op zijn ouders, de allochtone gemeenschap en de islam. Hassan ontving verscheidene doodsbedreigingen en de Deense politie is bezorgd om zijn veiligheid. De debuutbundel had een eerste oplage van 800 exemplaren, die snel was uitverkocht. In oktober werd de oplage verhoogd tot 11.000 en in november 2013 tot 42.000. Op 8 november 2013 ontving Hassan de debuutprijs op de Deense boekenbeurs BogForum.


CHILDHOOD

Five children lined up and a father with a club
Weeping and a pool of piss
In turn we stretch out our hands
For the sake of predictability
The sound when blows rain down
Sister jumping so quickly
From one foot to the other
The piss is a waterfall down her legs
First one hand forward then another
Are we not quick enough the blows will be indiscriminate
A blow a scream a number 30 or 40 sometimes 50
And finally a kick in the ass as we exit the door
He grabs brother at the shoulders stands him up
Goes on beating and counting
I lower my gaze and wait for my turn
Mother smashing plates in the staircase
While al-Jazeera transmits
Hyperactive bulldozers and resentful body parts
Gaza Strip in sunshine
Flags burned
If a Zionist will not recognize our existence
If we exist at all
When we hiccup our fear and pain
When we gasp for breath or meaning
In school we must not speak Arabic
At home we must not speak Danish
A blow a scream a number 

 

 

LANGDIGT (LANG GEDICHT)

Je wilt geen varkensvlees eten,
Moge Allah je belonen voor je eetgewoonten,
Je wilt het vrijdagsgebed tot het volgende vrijdagsgebed,
Je wilt Ramadan tot de volgende Ramadan,
Je wilt een mes in je zak hebben,
Je wilt mensen vragen of ze een probleem hebben,
Hoewel jij het enige probleem bent.”

 

 
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)
 

12:11 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: yahya hassan, romenu |  Facebook |

18-11-13

In Memoriam Doris Lessing

 

In Memoriam Doris Lessing

 

De Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing is gisteren overleden. Ze was 94 jaar. Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: Walking In the Shade

 

“I was also having those thoughts--perhaps better say feelings--that disturb every arrival from Southern Africa who has not before seen white men unloading a ship, doing heavy manual labour, for this had been what black people did. A lot of white people, seeing whites work like blacks, had felt uneasy and threatened; for me, it was not so simple. Here they were, the workers, the working class, and at that time I believed that the logic of history would make it inevitable they should inherit the earth. They--those tough, muscled labouring men down there--and, of course, people like me, were the vanguard of the working class. I am not writing this down to ridicule it. That would be dishonest. Millions, if not billions, of people were thinking like that, using this language.

I have far too much material for this second volume. Nothing can be more tedious than a book of memoirs millions of words long. A little book called In Pursuit of the English, written when I was still close to that time, will add depth and detail to those first months in London. At once, problems--literary problems. What I say in it is true enough. A couple of characters were changed for libel reasons and would have to be now. But there is no doubt that while 'true', the book is not as true as what I would write now. It is a question of tone, and that is no simple matter. That little book is more like a novel; it has the shape and the pace of one. It is too well shaped for life. In one thing at least it is accurate: when I was newly in London I was returned to a child's way of seeing and feeling, every person, building, bus, street, striking my senses with the shocking immediacy of a child's life, everything oversized, very bright, very dark, smelly, noisy. I do not experience London like that now. That was a city of Dickensian exaggeration. I am not saying I saw London through a veil of Dickens, but rather that I was sharing the grotesque vision of Dickens, on the verge of the surreal.”

 

 

 

Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

30-10-13

Constantijn Huygensprijs 2013 voor Tom Lanoye

 

De Vlaamse dichter en schrijver Tom Lanoye krijgt in januari volgend jaar de Constantijn Huygensprijs 2013 voor zijn gehele oeuvre uitgereikt. Dat heeft de voorzitter van de Jan Campert-stichting, die de prijs toekent, vandaag bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Gelukkige slaven

 

“We vinden Tony Hanssen terug tijdens de hondsdagen van een verstikkende, walmende, besmettelijke zomer. Niet in het uiteenvallende continent waar hij meer dan veertig jaar geleden zijn levenslicht zag. Daar is het winter nu, daar regent het vuile sneeuw op straat en onheilsberichten in alle parlementen en beursgebouwen. We treffen hem aan elfduizend kilometer verderop, in de schaamspleet onder de tropisch gezwollen buik van Brazilië, de open wond genaamd Rio de la Plata, Rivier van Zilver. Ze is breed als een zee, ze ruikt naar petroleum en ingewanden en ze is het voorgeborchte van de Atlantische Oceaan — een deinend, koningsblauw universum vol verborgen gasvelden, scheepswrakken en walviskadavers.
Op de beide oevers van de Rio de la Plata ligt een hoofdstad. In het noorden Montevideo. In het zuiden Buenos Aires, een stad zo groot als een staat. Daar, in San Telmo, een van de oudste wijken, nog gesticht door gevluchte Italianen en ontsnapte negerslaven, de latere bakermat van de tango, de wapensmokkel en de voetbalgekte, treffen wij Tony Hanssen aan. Hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting. Boven hun hoofden wiekt een gammele ventilator, de charmant antieke airco steunt en rammelt luider dan het bed.
Toch zweet Tony zich kapot. En hij is niet de enige, te voelen aan de huid waar hij tegenaan stoot. Hij walgt van zichzelf en heeft medelijden met mevrouw Bo Xiang. Maar stoppen met haar te bevredigen doet hij niet. Ze zou het kunnen begrijpen als een afwijzing. Hoed u voor de wraak van een gekrenkte vrouw op leeftijd. Tony staat voor een fortuin in het krijt bij haar echtgenoot. Dus stoot hij voort. Het is nog geen twee uur in de middag. De lantaarnpalen buiten werpen amper schaduw.”

 

 

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

Ook drie andere schrijvers zijn bekroond. Micha Hamel mag voor zijn bundel “Bewegend Doel” de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. Oek de Jong krijgt voor zijn roman “Pier en Oceaan” de F. Bordewijk-prijs. Jan Paul Schutten ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur voor “Het Raadsel van Alles Wat Leeft”. Aan al deze prijzen zijn bedragen van vijfduizend euro verbonden. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

29-10-13

AKO Literatuurprijs 2013 voor Joke van Leeuwen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster,illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen ontving gisteravond in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen de AKO Literatuurprijs 2013 voor haar roman “Feest van het begin”. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Uit: Feest van het begin

 

“Op een oktobermaandag in het eerste jaar van de nieuwe vrijheid stort de regen nietsontziend op de hoofdstad. Hij slaat een menigte putjes in het water van de rivier die er als een kromme ruggengraat doorheen loopt en tekent slingerbeekjes in de modder van nog ongeplaveide straten. De open goten kunnen de toevloed niet meer verstouwen en uit de regenpijpen, die maar tot halverwege de gevels reiken, spuit het water op de rillende flanken van de paarden en de dunne daken van de koetsen. Voorbijgangers proberen de plenzen te ontwijken die door de wielen worden opgegooid, met vuil erin en restjes salpeterzuur die een gat kunnen branden in hun kleren. En de mussen en de katten vinden een schuilplaats die te klein is voor een mens.
De regen gutst langs de strenge gevels van een hospice voor wezen in een van de faubourgs, waar al vijftien jaar tussen andere kinderen met verloren ouders een vondelinge woont die op haar handen kan staan. Ze heeft van de nonnen die haar te kleden en te bidden geven twee namen gekregen van heilige vrouwen.
Die middag kijkt ze door een van de weinige ramen waar geen ribbelend glas in lood in zit dat de buitenwereld vervormt en een andere kleur geeft. Ze weet van horen zeggen wat er gaande is en ziet de stille straat waaraan het hospice grenst. Hoe weinig ze ook ziet, ze mag niet blijven kijken, want er moet worden schoongemaakt en er moeten nieuwe woorden worden geleerd in een dode taal die moet blijven leven.
Het water trommelt op het beschadigde huis van een behangfabrikant, waarin alles kort en klein is geslagen door arbeiders die hun recht kwamen halen en en passant ook de uitstekende wijnen uit de kelder. In halfdonkere zolderwoningen zetten vrouw en kinderen van leerlooiersknechten en waterdragers emmers en pannen neer om de druppels op te vangen die naar binnen lekken.”

 

 

 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

21-10-13

In Memoriam Thomas Blondeau

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau is afgelopen zondag op 35-jarige leeftijd overleden. Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: eX

 

“Steek een goudvis in een kom en zolang hij lucht en voedsel heeft, zal zijn belevingswereld niet veel anders zijn dan die van een goudvis in een meer. Plaats een olifant alleen op een omwald stukje veld en na verloop van tijd gaat hij met zijn hoofd zachtjes heen en weer slingeren. Zijn slurf trekt strepen in het zand. Die schudbewegingen maken endomorfine aan. Ze schudden zich langzaam naar een high om dat godvergeten stukje veld bestrooid met gigantische knikkers stront aan te kunnen.

Om een mens in diezelfde toestand te krijgen zijn er sterkere maatregelen nodig. Neem hem zijn besef van tijd en ruimte af, hul hem in duisternis en geef hem onzekerheid over zijn lot. Een naamloos leven in een niet al te grote gemeenschap bereikt aardig die omstandigheden. Omdat hoop het laatste is wat sterft, gaat de mens radeloos op zoek naar methodes om de gekte op een afstand te houden. Daarom gaan gijzelaars schaken, besteden ze dagelijks meer uren aan hun zelfgekauwde pionnen en lopers dan wat voor grootmeester dan ook. Of ze gaan opdrukken en doen buikspieroefeningen met een zelfdiscipline die ze in vrijheid nooit zouden kunnen opbrengen. Herlezen die slecht geschreven detective in een taal die ze amper machtig zijn totdat ze als korangeleerden het hele ding kunnen reciteren. Desnoods achterstevoren.
Davids rituelen tegen de waanzin die gestaag op zijn hoofd druppelde, waren de impromptu scenario’s waarin hij de hoofdrol speelde. Zag hij de getraliede ramen van een geldtransportwagen, dan vertraagde zijn stap. Haalde zijn zonnebril boven, deed alsof hij een mobiele telefoon naar zijn oor bracht en ging bedachtzaam een sigaret roken, hopend dat een beveiligingsbeambte hem opmerkte. Wat nooit gebeurde.
Als hij een gloeiende sigarettenpeuk in het rioolgat mikte, hoopte hij stiekem op een steekvlam of een ontploffing. Ging hij naar een winkel, dan keek hij recht de beveiligingscamera’s aan. En in zijn borst altijd die onuitgesproken hoop dat er iets zou gebeuren. Dat hij opgemerkt zou worden, per abuis gearresteerd, dit is schandalig, sorry meneer, een gerechtelijke dwaling, een gerechtelijke dwaling zegt u, dat was een jaar van mijn leven, als u maar weet dat ik het hier niet bij laat. Hij was de uitgelezen ramptoerist bij zijn eigen catastrofe.”

 

 

 

Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

14-10-13

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels voor Svetlana Alexievich

 

Aan de Wit-Russische schrijfster en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexandrovna Alexievich  werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Zie ook alle tags voor Svetlana Alexievich op dit blog.

 

Uit: Zinky Boys: Soviet Voices from the Afghanistan War

 

“I never want to write another word about the war, I told myself. Long after I'd finished "War is not a Woman", a book about World War II, I could still be upset by the sight of a child with a nosebleed.

Out in the country I couldn't bear to watch the fishermen cheerfully throwing their catch on to the sandy riverbank. Those fish, dragged up from the depts of God knows where, with their glassy, bulging eyes, made me want to vomit. I dare say we all have our pain threshold - physical as well as psychological. Well, I'd reached mine. The screech of a cat run over by a car, eventhe sight of a squa

shed worm, could make me feel I was going mad. I felt that animals, birds, fish, every living thing had a right to a life of its own. And then all of a sudden, if you can call it suddenfor the war had been going on for seven years...

One day we gave a lift to a young girl. She'd been to Minsk todo some food shopping for her mother. She had a big bag with chicken heads sticking out, I remember, and a shopping-net full of bread, which we put in the boot.

Her mother was waiting for her in the village. Or rather, standing at her garden gate, wailing.

'Mama!' The little girl ran up to her.

'Oh, my baby. We've had a letter. Our Andrey in Afghanistan.

Ohhh... They're sending him home, like they did Ivan Fedorinov. A little child needs a little grave, isn't that what they say? But my Andrei was as big as an oak and over six foot. "Be proud of me Mum, I'm in the Paras now," he wrote to us. Oh, why? .

Why? Can anyone tell me? Why? ''Each substance of agrief hath twenty shadoms.' (Richard II) Then, last year, something else happened.

I was in the half-empty waitingroom of a bus station. An officer was sitting there with a suitcase, and next to him there was as kinny boy who you could tell from his shaved head was a soldier.

The young soldier was digging in a plant pot (a dryold ficus, Iremember it was) with an ordinary kitchen fork. A couple of simple country women went and sat next to them and, out ofsheer curiosity, asked where they were going, and why, who were they? It turned out the officer was escorting the soldier home.“

 


Svetlana Alexievich(Stanyslaviv, 31 mei 1948)

11-10-13

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

Nobelprijs voor Literatuur 2013 voor Alice Munro

 

De Canadese schrijfster Alice Munro krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. Alice Munro werd geboren op 10 juli 1931 in Wingham, Ontario. Zie ook alle tags voor Alice Munro op dit blog.

 

Uit: Differently

 

“It was true. Maya had a lot of servants, for a modern woman, though they came at different times and did separate things and were nothing like an old-fashioned household staff. Even the food at her dinner parties, which seemed to show her own indifferent touch, had been prepared by someone else.
Usually, Maya was busy in the evenings. Georgia was just as glad, because she didn’t really want Maya coming into the store, asking for crazy titles that she had made up, making Georgia’s employment there a kind of joke. Georgia took the store seriously. She had a serious, secret liking for it that she could not explain. It was a long, narrow store with an old-fashioned funnelled entryway between two angled display windows. From her stool behind the desk Georgia was able to see the reflections in one window reflected in the other. This street was not one of those decked out to receive tourists. It was a wide east-west street filled in the early evening with a faintly yellow light, a light reflected off pale stucco buildings that were not very high, plain storefronts, nearly empty sidewalks. Georgia found this plainness liberating after the winding shady streets, the flowery yards and vine-framed windows of Oak Bay. Here the books could come into their own, as they never could in a more artful and enticing suburban bookshop. Straight long rows of paperbacks. (Most of the Penguins then still had their orange-and-white or blue-and-white covers, with no designs or pictures, just the unadorned, unexplained titles.) The store was a straight avenue of bounty, of plausible promises. Certain books that Georgia had never read, and probably never would read, were important to her, because of the stateliness or mystery of their titles.
In Praise of Folly. The Roots of Coincidence. The Flowering of New England. Ideas and Integrities.

Sometimes she got up and put the books in stricter order. The fiction was shelved alphabetically, by author, which was sensible but not very interesting. The history books, however, and the philosophy and psychology and other science books were arranged according to certain intricate and delightful rules — having to do with chronology and content — that Georgia grasped immediately and even elaborated on. She did not need to read much of a book to know about it. She got a sense of it easily, almost at once, as if by smell.”

 

 

 

Alice Munro (Wingham, 10 juli 1931)

08:50 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nobelprijs, alice munro, romenu |  Facebook |