18-12-11

In Memoriam Vaclav Havel

 

In Memoriam Vaclav Havel

 

De Tsjechische schrijver, politicus en voormalige president van Tsjechië Vaclav Havel is overleden aan complicaties bij zijn langdurige ziekbed. Hij is 75 jaar geworden. Havel was van oorsprong (toneel)schrijver. Tijdens het communistische regime in Tsjecho-Slowakije was hij een van de belangrijkste dissidenten. Zie ook alle tags voor Václav Havel op dit blog.

 

Uit: To the Castle and Back (Vertaald door Paul Wilson)

 

„The days I spent there were important in my life. The hippie movement was at its height. There were be-ins in Central Park. People were festooned with beads. It was the time of the musical Hair. (Joe had presented it in the Public Theater before my play opened, and because it was so successful it moved to Broadway, where I saw the premiere.) It was the time when Martin Luther King Jr. was killed, a period of huge antiwar demonstrations whose inner ethos--powerful but in no way fanatical--I admired; it was also the heyday of psychedelic art. I brought many posters home, and to this day they are hanging in Hradecek. And I brought home the first record of Lou Reed with the Velvet Underground.
My stay in the United States influenced me considerably. After I returned, my friends and I experienced a very joyful, albeit a somewhat nervous, summer, which could not have ended well; on August 21, the Soviet troops arrived. And then, seeing long-haired, bead-festooned young people waving the Czechoslovak flag in front of the Soviet tanks and singing a song that was a favorite among the hippies at the time, "Massachusetts," I had a truly strange sensation. In those circumstances it sounded a bit different from how it had sounded in Central Park, though it had essentially the same ethos: the longing for a free and colorful and poetic world without violence.
The second time I visited America--after a long and gloomy twenty-two years--I was president of my country. The former hippies were now no doubt respected senators or bosses of multinational corporations. Since then I've been here at least ten times; I've become close to three American presidents and to many American politicians (a special role among them was played by my compatriot the marvelous Madeleine Albright), as well as to important people and to many famous stars. These working or state or official visits, however, were brief and the program was always full, so that I only saw America from a speeding limousine. I sometimes found time to go for a walk or visit a rock club, but it was never easy. And so now, here I am on my second long visit almost forty years after the first one. In the meantime, I've lived through quite a bit, and perhaps precisely for that reason--paradoxically--I long for the freedom of movement I once enjoyed here when I was in my thirties.“

 

 

Václav Havel (5 oktober 1936 – 18 december 2011)

01-12-11

In Memoriam Christa Wolf

 

In Memoriam Christa Wolf

 

De (Oost-)Duitse schrijfster Christa Wolf is op de leeftijd van 82 jaar in Berlijn overleden. Dat heeft vandaag haar uitgeverij, de Suhrkamp Verlag, laten weten. De Duitse schrijfster Christa Wolf werd geboren op 18 maart 1929 in het huidige Poolse Gorzów Wielkopolski. Zie ook alle tags voor Christa Wolf op dit blog.

 

Uit: Was bleibt

 

Aber das weiß ich doch, daß man durch willentlichen Entschluß keinen Himmelsschatz erwirbt, der sich unter der Hand vermehrt; weiß doch: Alle Nahrung über des Leibes Notdurft hinaus wächst uns zu, ohne daß wir sie Stück um Stück zusammentragen müßten oder dürften, sie sammelt sich von selbst, und ich fürchte ja, alle diese wüsten Tage würden nichts beisteuern zu dieser dauerhaften Wegzehrung und deshalb unaufhaltbar im Strom des Vergessens abtreiben. In heller Angst, in panischer Angst wollte ich mich jetzt an einen dieser dem Untergang geweihten Tage klammern und ihn festhalten, egal, was ich zu fassen kriegen würde, ob er banal sein würde oder schwerwiegend, und ob er sich schnell ergab oder sich sträuben würde bis zuletzt. So stand ich also, wie jeden Morgen, hinter der Gardine, die dazu angebracht worden war, daß ich mich hinter ihr verbergen konnte, und blickte, hoffentlich ungesehen, hinüber zum großen Parkplatz jenseits der Friedrichstraße.
Übrigens standen sie nicht da. Wenn ich recht sah - die Brille hatte ich mir natürlich aufgesetzt -, waren alle Autos in der ersten und auch die in der zweiten Parkreihe leer. Anfangs, zwei Jahre war es her, daran maß ich die Zeit, hatte ich mich ja von den hohen Kopfstützen mancher Kraftfahrzeuge täuschen lassen, hatte sie für Köpfe gehalten und ob ihrer Unbeweglichkeit beklommen bestaunt; nicht, daß mir gar keine Fehler mehr unterliefen, aber über dieses Stadium war ich hinaus. Köpfe sind ungleichmäßig geformt, beweglich, Kopfstützen gleichförmig, abgerundet, steil - ein gewaltiger Unterschied, den ich irgendwann einmal genau beschreiben könnte, in meiner neuen Sprache, die härter sein würde als die, in der ich immer noch denken mußte. Wie hartnäckig die Stimme die Tonhöhe hält, auf die sie sich einmal eingepegelt hat, und welche Anstrengung es kostet, auch nur Nuancen zu ändern. Von den Wörtern gar nicht zu reden, dachte ich, während ich anfing, mich zu duschen - den Wörtern, die, sich beflissen überstürzend, hervorquellen, wenn ich den Mund aufmache, angeschwollen von Überzeugungen, Vorurteilen, Eitelkeit, Zorn, Enttäuschung und Selbstmitleid.
Wissen möchte ich bloß, warum sie gestern bis nach Mitternacht dastanden und heute früh einfach verschwunden sind.“

  


Christa Wolf (18 maart 1929 – 1 december 2011)





Zie voor de schrijvers van de 1e december ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag. Zie ook ter herinnering aan Ramses Shaffy.

29-11-11

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

 

De Nederlandse schrijver A.F.Th. van der Heijden heeftde Constantijn Huygens-prijs 2011 gewonnen. Dat heeft de Jan Campert Stichting gisteren bekendgemaakt. De Huygens-prijs is een oeuvreprijs die sinds 1947 jaarlijks wordt uitgereikt. Volgens de jury is Van der Heijden "er in 33 jaar schrijverschap als geen ander in geslaagd om de wereld met een literaire blik te bezien. In zijn romans kan alles literatuur worden." Aan de prijs, die eind januari wordt uitgereikt, is een bedrag van 10.000 euro verbonden. A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio. Een requiemroman

 

„Soms wil ik hem heel dicht tegen me aan houden. De gedachte doet zich meestal voor als ik in bed lig te lezen, en zomaar opeens mijn boek ter zijde leg. Kom maar, zeg ik dan geluidloos. Kom maar, Tonio, onder het dek. Ik zal je warm houden.
Zijn lichaam is willoos, slap, maar niet koud. Het is de Tonio die na de aanrijding op het plaveisel heeft gelegen, een half etmaal voor zijn dood. De inzittenden van de rode Suzuki Swift staan buiten de auto, en durven niet naar het verderop neergekwakte lijf te kijken. De sirenes van politie en ambulance zijn nog niet hoorbaar. Het blauwe geflakker van de zwaailichten moet nog komen. Het is dan dat ik hem opraap en naar mijn bed draag, waarvan ik het dek opensla.
Kom maar. Dicht tegen me aan. Dat zal je warm houden. Ze komen zo om je beter te maken.“

 

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

F. Bordewijk-prijs en Jan Campert-prijs 2011

 

F. Bordewijk-prijs 2011 voor Gustaaf Peek


Aan aan de Nederlandse schrijver Gustaaf Peek is de F. Bordewijk-prijs voor verhalend proza toegekend, voor zijn roman 'Ik was Amerika'. Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2011.

 

Uit: Dover

 

„We hebben het niet gehaald. […] We droomden dat we trouwden en kinderen kregen, zoveel als we wilden. Om het nog een keer te proberen. Aankomen. Nooit meer weggaan. Een laatste droom. De witte wereld. Liefde. Er zijn velen zoals wij hier.

(...’)


Bernard hield een hand op de wond. Zijn vingers weekten in de warmte, hij durfde niet te kijken. Ze hadden hem achter het stuur gelaten, de deuren waren op slot. Bomen hadden de wagen ingesloten, het moest een parkeerplaats in een bos zijn. Het was nacht. Er zouden geen families meer langskomen voor een mooie wandeling. Hij had het koud.“

 

 

Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

 

 

 

 

 

De Jan Campert-prijs 2011 voor Erik Spinoy

 

De Jan Campert-prijs, voor de beste dichtbundel, gaat naar Erik Spinoy voor zijn bundel 'Dode Kamer'. De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

De wind, de eindeloze wind

 

De wind, de eindeloze wind
waait waar hij wil

danst op een esdoornblad
smijt schepen heen en weer
vermaakt zich met een zwaluw
legt zich doodmoe neer
opeens.

Wat hij, zijn waaien
te betekenen heeft?
Verkeerd, aan dit adres!

 

 

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

01-11-11

AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor

 

AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor

De Nederlandse schrijfster
Marente de Moor heeft de AKO Literatuurprijs 2011 gekregen voor haar roman De Nederlandse maagd'. Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Vlak na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie woonde ze acht jaar in Rusland. In Sint-Petersburg studeerde ze aan de theaterschool, werkte ze als verslaggever voor een dagelijks realityprogramma over misdaad en schreef ze artikelen en columns voor De Groene Amsterdammer. In 1999 werden de columns gebundeld onder de titel Petersburgse vertellingen. Na haar terugkeer in Amsterdam werkte ze een aantal jaren als redacteur voor weekblad HP/De Tijd. In 2007 verscheen het veelgeprezen romandebuut De overtreder, dat in 2010 door Suhrkamp Verlag in het Duits werd uitgebracht als Amsterdam und zurück. Sinds 2009 is ze vaste columniste voor Vrij Nederland. In 2010 werd haar tweede roman, De Nederlandse maagd, wederom lovend ontvangen. Marente de Moor woont tegenwoordig in het Geuldal, Zuid-Limburg.

Uit: De Nederlandse maagd

 

"Je zou kunnen zeggen dat Von Bötticher verminkt was, maar na een week merkte ik zijn litteken al niet meer op. Zo snel went een mens aan uiterlijke afwijkingen. Zelfs gruwelijk mismaakten kunnen gelukkig zijn in de liefde, als ze iemand vinden die op het eerste gezicht niets om symmetrie geeft. De meeste mensen hebben echter de hebbelijkheid om, in weerwil van de natuur, de dingen te delen in twee helften die elkaars spiegelbeeld moeten zijn.
Egon von Bötticher was mooi, zijn litteken was lelijk. Een slordige wond, toegebracht met een bot wapen in een onvaste hand. Omdat mij niets was verteld, leerde hij mij kennen als een geschrokken meisje. Ik was achttien en veel te warm aangekleed toen ik uit de trein stapte na mijn eerste buiten landse reis. Maastricht-Aken, een ritje van niks. Mijn vader had me uitgezwaaid. Ik zie hem nog staan voor het wagonraam, verrassend klein en mager, terwijl achter zijn rug de stoomzuilen oprijzen. Hij maakte een gek sprongetje toen de wagenmeester met twee hamerslagen vroeg de remmen te lossen. Naast ons trokken de rode wagens uit de mijnen voorbij, daarachter een rij loeiende veewagons, en in dat kabaal werd mijn vader steeds kleiner, tot hij in de bocht verdween. Geen vragen stellen, gewoon vertrekken. In zijn monoloog, een avond na het eten, was niet eens ruimte geweest om te ademen. Het ging om een oude vriend, eens een goede vriend, nog steeds een goede maître.
Bon
, verder, we moesten eerlijk zijn, we wisten dat ik deze kans moest aangrijpen om iets te bereiken in de sport, of wilde ik soms in de huishouding gaan werken, nou dan, zie het als een vakantie, een paar weekjes schermen in het mooie Rijnland.
Tussen die twee stations lag veertig kilometer, tussen de twee oude vrienden twintig jaar. Op het perron van Aken stond Von Bötticher de andere kant op te kijken. Hij wist dat ik wel naar hem toe zou komen, zo’n man was het. En ik begreep inderdaad dat hij die zongebruinde reus met de roomwitte Homburg moest zijn. Bij de hoed droeg hij geen pak, alleen een kamgaren poloshirt en een soort zeemansbroek, zo eentje met een brede band in de taille. Heel modieus. En daar kwam ik, de dochter, in een opgelapte overgooier. Toen hij zijn gescheurde wang naar mij toe draaide, stapte ik terug. Het wilde vlees was met de jaren verbleekt, maar nog steeds roze. Ik denk dat mijn schrik hem verveelde, hij zag die blik natuurlijk wel vaker. Zijn ogen weken uit naar mijn borst. Ik pakte mijn medaillon om te verbergen wat in zo’n jurk toch nauwelijks te zien is.
‘Dat is het?’
Hij bedoelde de bagage. Hij kneedde mijn schermtas, voelde hoeveel wapens erin zaten. Mijn koffer moest ik zelf dragen. Heel snel vervaagde het zoete beeld dat ik van mijn maître had voordat ik hem ontmoette.“

 

 

 

Marente de Moor (Den Haag, 1972)

 

30-10-11

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius

 

 

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius

 

 

Gisteren heeft de Duitse schrijver Friedrich Christian Deliusin Darmstadt de Georg-Büchner-Preis in ontvangst genomen. De Georg-Büchner-Preis is de belangrijkste literaire prijs in Duitsland en het Duitse taalgebied. De Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung is verantwoordelijk voor de toekenning. Friedrich Christian Deliuswerd geboren in Rome op 13 februari 1943.Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Deliusop dit blog.

 

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

 

An einem heißen Julitag 1994 entdeckte ich auf der Terrasse des Gasthauses "Burg Hauneck", auf einer abgelegenen Höhe des hessischen Berglands, den alten Herrn, den ich seit Jahren zu sprechen suchte. Obwohl wir verabredet waren, glaubte ich im ersten Moment an eine Erscheinung: so weiß leuchtete sein Haar im Spätnachmittagslicht. Ich trat näher, schaltete das Aufnahmegerät ein, begrüßte ihn und fand später folgende Sätze auf sieben Tonbändern gespeichert:

(Zwischen Oberstoppel und Unterstoppel)

Ja, der bin ich. Aber sprechen Sie meinen Namen nicht so ehrfürchtig aus, junger Mann! Ich bin hier in Zivil, und Sie hoffentlich auch ... Setzen Sie sich! Nein, neben mich, damit Sie was von der Landschaft haben. Außerdem hör ich besser auf dem linken Ohr. Ich hab Ihnen ja gesagt, Sie werden mich auf Anhieb finden, so viele Doppelgänger hab ich nicht, jedenfalls nicht auf der Höhe zwischen Oberstoppel und Unterstoppel ... Ganz meinerseits. Ich freue mich, Sie wiederzusehen. Bitte, nehmen Sie Ihr Gert aus der Tasche, legen Sie es auf den Tisch, ich hab keine Angst vor diesen Maschinchen ... Dafür sind wir ja noch gut, wir Alten, dass wir die Mikrofone füttern, die unersättlichen Raubtiere ... Sie haben auch so ein winziges. Früher, die großen fand ich viel schnittiger, da kam man sich gleich irgendwie bedeutend vor ... Sie haben Ihr Zimmer bezogen? Alles in Ordnung? ... Ja, es ist einfach, aber solide, ich mag diese einfachen Landgasthöfe.

Das Schwimmbad im Keller hätten sie sich sparen können meinetwegen, Schwimmen auf dem Stoppelsberg, das passt irgendwie nicht, oder? ... Haben Sie die Hitze gut Überstanden? ... Ich hab uns den Ecktisch reservieren lassen, mein Stammplatz, bin oft hier oben. Ist doch schön, der weite Blick in die Rhön hinein, auf die spitzen Berge, direkt auf das Hessische Kegelspiel ... Sehr gut, ich sehe, Sie haben keine Frage im Gesicht, was das nun wieder sein soll, das Hessische Kegelspiel. Schon die Hessen aus Frankfurt oder Wiesbaden, keine Ahnung haben sie von den Schönheiten der Vorderrhön, von diesen Basaltkuppeln, den eleganten Basaltkuppeln, erloschne Vulkane, einer neben dem andern. Fast so anmutig wie die Hügel in der Toskana, finden Sie nicht? ... Ich weiß, das hab ich nicht vergessen ... Trotzdem, ich gratuliere, der Test mit dem Kegelspiel ist bestanden. Heimatkunde, das ist immer ein Pluspunkt bei mir. Auch das glaubt mir keiner ... Aber nicht dass Sie denken, ich hätte Sie nur deswegen hierher auf den Stoppelsberg eingeladen, weil Sie die Gegend kennen ... Das werd ich Ihnen noch verraten, später, weshalb Sie heute neben mir sitzen und kein anderer ...“

 

 

 

Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

19-10-11

Man Booker Prize voor Julian Barnes

 

Man Booker Prize voor Julian Barnes

 

De Engelse schrijver Julian Barnes heeft de Britse literatuurprijs Man Booker Prize 2011 gewonnen. Hij kreeg de prijs voor zijn boek 'The Sense of an Ending'. De Man Booker Prize is een van de belangrijkste onderscheidingen in de Engelstalige literatuur. De prijs wordt toegekend aan het beste Engelstalige fictiewerk uit het Gemenebest, Ierland en Zimbabwe.Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

 

Uit: The Sense of an Ending

 

„I remember, in no particular order:

– a shiny inner wrist;

– steam rising from a wet sink as a hot frying pan is laughingly tossed into it;

– gouts of sperm circling a plughole, before being sluiced down the full length of a tall house;

– a river rushing nonsensically upstream, its wave and wash lit by half a dozen chasing torchbeams;

– another river, broad and grey, the direction of its flow disguised by a stiff wind exciting the surface;

– bathwater long gone cold behind a locked door. This last isn’t something I actually saw, but what you end up remembering isn’t always the same as what you have witnessed.

We live in time – it holds us and moulds us – but I’ve never felt I understood it very well. And I’m not referring to theories about how it bends and doubles back, or may exist elsewhere in parallel versions. No, I mean ordinary, everyday time, which clocks and watches assure us passes regularly: tick-tock, click-clock. Is there anything more plausible than a second hand? And yet it takes only the smallest pleasure or pain to teach us time’s malleability. Some emotions speed it up, others slow it down; occasionally, it seems to go missing – until the eventual point when it really does go missing, never to return.

• *

I’m not very interested in my schooldays, and don’t feel any nostalgia for them. But school is where it all began, so I need to return briefly to a few incidents that have grown into anecdotes, to some approximate memories which time has deformed into certainty. If I can’t be sure of the actual events any more, I can at least be true to the impressions those facts left. That’s the best I can manage.

There were three of us, and he now made the fourth. We hadn’t expected to add to our tight number: cliques and pairings had happened long before, and we were already beginning to imagine our escape from school into life. His name was Adrian Finn, a tall, shy boy who initially kept his eyes down and his mind to himself. For the first day or two, we took little notice of him: at our school there was no welcoming ceremony, let alone its opposite, the punitive induction. We just registered his presence and waited.“

 

 


Julian Barnes (
Leicester, 19 januari 1946)

17-10-11

Friedenspreises des Deutschen Buchhandels voor Boualem Sansal

 

Friedenspreises des Deutschen Buchhandels voor Boualem Sansal

Aan de Franstalige Algerijnse schrijver Boualem Sansal werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Boualem Sansal werd geboren op 15 oktober 1949 in El Teniente-Had. Zie ook alle tags voor Boualem Sansal op dit blog.

Uit: Das Dorf des Deutschen (Vertaald door Ulrich Zieger)

„Es sind jetzt sechs Monate, dass Rachel tot ist. Er war dreiunddreißig Jahre alt. Eines Tages, das ist zwei Jahre her, ist irgendwas in seinem Kopf kaputtgegangen, er fing plötzlich damit an, zwischen Frankreich, Algerien, Deutschland, Österreich, Polen, der Türkei und Ägypten hin- und herzujagen. War er nicht auf Reisen, dann las er, hockte grübelnd in seiner Ecke, er schrieb, er delirierte. Er büßte die Gesundheit ein. Dann seine Arbeit. Dann den Verstand. Ophelia hat ihn sitzen lassen. Eines Abends hat er sich umgebracht. Das war am 24. April dieses Jahres 1996, gegen 23 Uhr.
Ich wusste nichts von seinen Problemen. Ich war jung, ich war siebzehn, als dieses Irgendwas in seinem Kopf zerbrach, ich war auf der schiefen Bahn. Rachel sah ich selten, ich mied ihn, er ging mir mit seinem Gewäsch auf den Wecker. Ich bedaure es, das zu sagen, er ist mein Bruder, aber dermaßen angepasst, da kriegst du die Krise. Er hatte sein Leben, ich hatte meins. Er war leitender Angestellter in einem amerikanischen Riesenkonzern, er hatte seine Tussi, sein kleines Häuschen, seinen Schlitten, seine Kreditkarte, sein Tagesablauf war geregelt, ich schlich rund um die Uhr mit den Abgebrannten aus der Siedlung um die Ecken. Sie ist als ZUS-1, empfindliche urbane Zone erster Kategorie eingestuft. Keine Zeit zum Ausruhen, man kommt aus dem einen Crash und schlittert in den nächsten. Eines Morgens hat Ophelia angerufen, um uns das Drama zu verkünden. Sie hatte bei ihrem Ex im Pavillon vorbeigeschaut, um zu sehen, was es Neues gibt. Ich ahnte etwas, hat sie gesagt. Ich sprang auf das Moped von Momo, dem Sohn des Schächters, und gab Gas. Da waren Leute vor dem Häuschen, die Polizei, der Rettungswagen, die Nachbarn, die Schaulustigen. Rachel war in der Garage, auf dem Fußboden sitzend, Rücken gegen die Wand, Beine ausgestreckt, das Kinn auf der Brust, den Mund offen. Es sah aus, als würde er dösen. Sein Gesicht war von Ruß bedeckt. Die ganze Nacht über hatte er im Auspuffgas seines Schlittens gebadet. Er trug einen seltsamen Schlafanzug, einen gestreiften Schlafanzug, den ich nicht an ihm kannte, und er hatte den Kopf kahl geschoren wie im Straflager, ganz schief und krumm. Wie eigenartig das ist. Ich schluckte es ohne zu mucken. Ich begriff es noch nicht. Der Notarzt sagte zu mir: Ist das dein Bruder? Ich habe gesagt: Ja. Er hat gesagt: Scheint dich nicht sonderlich zu beeindrucken? Ich zuckte die Schultern und bin ins Wohnzimmer gegangen.”

 

 
Boualem Sansal (El Teniente-Had, 15 oktober 1949)

18-07-11

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

 

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen - zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon - was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

 

 

 

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

 

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

 

Cordelia

Wij zijn niet de eersten,

die het beste wilden, maar het slechtste kregen.

Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;

zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.

Zien wij die dochters en die zusters nog?

 

Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.

Daar zingen wij als vogels in een kooi.

Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag

jou om vergeving. Zo zullen wij leven,

bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen

om vergulde vlinders, van arme drommels

het hofnieuws horen, en met hen bespreken

wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.

Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,

als godeninformanten, in die kerker,

verslijten wij de kliek van hoge heren,

wier tij daalt en rijst met de maan.

 

Edmund

Voer ze af.

 

Lear

Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,

strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?

Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,

en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.

Laat de duivels ze vreten, huid en haar,

wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.

Kom.

 

Lear en Cordelia af

 

 

 

 

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 - 17 juli 2011)

 

10-05-11

Libris Literatuur Prijs 2011 voor Yves Petry

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry heeft maandag de Libris Literatuur Prijs gewonnen met zijn roman “De maagd Marino”. Juryvoorzitter Philip Freriks, voormalig presentator van het NOS journaal, maakte dat bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag van 50.000 euro verbonden. Zie ook mijn blog van 26 juli 2009 en eveneens mijn blog van 26 juli 2010.

 

Uit: De maagd Marino

 

„Wat daarover ook allemaal gezegd is en wat niet, ik wil hier uitdrukkelijk stellen dat het aanvankelijk nog eerder Marino’s huis dan Marino zelf was dat me deed geloven mijn bestemming te hebben bereikt. Als hij me naar een locatie had gebracht van dezelfde kleurloosheid als zijn wagen of zijn kleren, was er niet veel gebeurd. Dan zou ik na die stupide doos in ontvangst te hebben genomen, meteen vertrokken zijn, vanbinnen onaangenaam leeg als een kind dat eigenlijk helemaal niet blij was met het speeltuig waar het zo lang om had gezeurd. Maar nu was er die grote rode beuk achteraan in de tuin, waarvan de blaadjes in de alsmaar verzadigder tinten van de avond stuk voor stuk opflakkerden als lekkende vlammetjes. Er was het machinale geraas van de ringweg in de verte, dat door de klimop werd beantwoord of tegengesproken met zacht geruis. Het zal ook wel gelegen hebben aan de funeraire stemming waarin de autorit me had gebracht, dat het leek of het rood van een bed papavers op het punt stond me in te wijden in de ultieme betekenis van zijn zinderende felheid, maar alleen op voorwaarde dat ik bereid was onmiddellijk daarna te sterven - en anders niet. De bakstenen achtermuur van het huis, waarlangs een oranje gloed omhoogkroop, oefende een zuigkracht op me uit, en wel in die mate dat ik me al met gespreide armen naar dit warme, ruwe, poreuze vlak zag  toestappen terwijl ik erin slaagde elk verzet te laten varen, elk greintje weerstand dat het bezit van een lichaam me ingaf, om ten slotte als een spook, nee, niet door de muur heen te lopen, maar erin op te lossen, niets achterlatend dan een schaduw, een vochtvlek, een donkere afdruk met gestrekte vleugels...

 



 

Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

27-01-11

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

 

De Nederlandse dichter en kunstenaar Armando is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2011. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandstalige poëzie voor zijn dichtbundel “Gedichten 2009”. Dat maakte de organisatie woensdag bekend tijdens de prijsuitreiking in het stadhuis van Utrecht. Armando ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

Voorzichtig


Ze liepen voorzichtig,
en lieten het landschap binnenkomen,
ze merkten dat hun tred bewonderd werd.
Heel voorzichtig gingen ze door de deuren,
langs het lusteloze strand, bezichtigden de bomen,
ze dachten dat de struiken ontvlambaar waren
en de hemel onder handbereik.
Zie, ze houden zich voorzichtig vast.

 

 

 

Nooit meer

Nergens is de lente.
Onverschrokken de helden van weleer.
Nooit meer. Nooit meer.

Geen geestverwanten, geen drempel van de oogst.
Je denkt toch niet dat sneeuw nog smelt.
Met z’n hoevelen waren ze.


 

 


Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

  

10:11 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vsb poëzieprijs, armando, romenu |  Facebook |

Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen door Henk van Loenen

 

Henk van Loenen wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

 

De Nederlandse dichter Henk van Loenen die onder het pseudoniem Juliën Holtrigter vier dichtbundels heeft gepubliceerd, heeft met het gedicht ‘Onder de sterren’ de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen. De prijs werd gisteren in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan hem uitgereikt. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. Henk van Loenen (Hilversum, 1946), publiceerde al in 1969 in het tijdschrift Kentering. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaïek. In 2004 verscheen Het verlangen te verdwalen en in 2006 Het stilteregister, beide bij uitgeverij De Harmonie. In april komt zijn vierde bundel uit met als werktitel De onaanraakbaarheid van de ruimte. Hij was werkzaam in het onderwijs als tekendocent, maar is altijd blijven schrijven.

 
Onder de sterren

Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
bij machte terug te keren.
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
weg te zuigen. Daar lag ik.

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
en papier
 

 

 

 

 

Henk van Loenen (Hilversum, 1946)

   

15-12-10

P.C. Hooftprijs 2011 voor Henk Hofland

 

P.C. Hooftprijs 2011 voor Henk Hofland

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland krijgt de P.C. Hooftprijs 2011. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010.

 

Uit: Lezen en schrijven (Column)

 

„De verbreiding van internet betekent niet dat in de digitale bovenlagen ideale democratische verhoudingen zullen heersen. Het is waar: wat we aan het begin van deze eeuw de digitale snelweg noemden, heeft de vrijheid van meningsuiting op een toen nog onvoorstelbare manier bevorderd. Het wereldwijde web heeft een onafzienbare hoeveelheid informatie voor iedereen die met een laptop kan werken toegankelijk gemaakt. Bovendien kan iedereen laten weten wat hij van alles vindt. Nooit zijn zoveel mensen in staat geweest over zoveel zaken een zo groot publiek te laten weten wat ze ervan denken. Iedere dag wordt er bij wijze van spreken een paddestoelwolk van opinies de digitale wereld ingestuurd. Met Facebook en Hyves kun je desnoods duizenden vrienden maken. Internetkranten stellen je in de gelegenheid uit de onkwetsbaarheid van je anonimiteit de machtigsten ter wereld ongenadig uit te schelden. Met Twitter laat je in 140 tekens je diepste wijsheid van het moment weten.

Maar dit wil niet zeggen dat de gebruikers van al deze fantastische faciliteiten weten waar ze het over hebben. Om goed van de schatkamers van informatie gebruik te kunnen maken, moet je weten waar je moet zoeken en datgene te begrijpen wat je hebt gevonden. Dit alles vooronderstelt kennis van zaken die een mens nu eenmaal vergaart in een vooropleiding die toewijding, energie en jaren vergt. Daaraan ontbreekt het al diegenen voor wie de wetenschap van internet wel bereikbaar is, maar de inhoud abracadabra.

De formule die Menno ter Braak in 1937 in zijn Het nationaal-socialisme als rancuneleer gebruikte, heeft een nieuwe actualiteit gekregen. „Naarmate het bezit van cultuur meer als een recht wordt gevoeld, wordt de afstand die er bestaat tussen dat recht op alles en het bezit van weinig in de praktijk, meer beseft als een onrecht.” Degene die hier het slachtoffer is „kan het meerdere bezit van de ander niet verdragen. Het maakt hem hels, de ander bevoorrecht te zien. Hij wrokt omdat hij in de wrok althans de lust van de permanente ontevredenheid beleeft.”

Heeft de schijn van gelijkheid die door de verbreiding van internet is ontstaan deze wrok tot een eigentijds verschijnsel gemoderniseerd? Ligt hier de verklaring van de wijdverbreide haat tegen de ‘elite’, bestaande uit mensen die het dankzij hun opleiding en ervaring op een grote verscheidenheid van gebieden beter weten dan wat vroeger de ‘leek’ werd genoemd? Als van iemand nu gezegd wordt dat hij ‘tot de elite hoort’, is dat in negen van de tien gevallen een verdachtmaking. Elite is een scheldwoord geworden, niet alleen hier; ook in Amerikaanse populistische kringen. ‘Linkse elite’, nog erger – terwijl toch president George W. Bush, de neoconservatieven en de bankiers aan de wortel van onze tegenwoordige problemen hebben gestaan.“

 

 

 


Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)

 

 

13-10-10

Booker Prize voor Howard Jacobson

 

Booker Prize voor Howard Jacobson

 

 

De Britse schrijver Howard Jacobson heeft dinsdag de Man Booker Prize 2010 gekregen voor zijn roman The Finkler Question. De uitreiking werd rechtstreeks uitgezonden door de omroep BBC. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 50.000 pond (ruim 56.000 euro).

 

Howard Jacobson werd geboren op 25 augustus 1942 in Manchester. Hij is opgegroeid in Prestwich en werd opgeleid aan Stand Grammar School in Whitefield, alvorens Engels te gaan studeren op Downing College, Cambridge. Hij doceerde gedurende drie jaar aan de Universiteit van Sydney voordat hij terugkeerde naar Engeland om les te geven aan Selwyn College in Cambridge.

Zijn fictie, met name de vijf romans die hij heeft gepubliceerd sinds 1998, wordt vooral gekenmerkt door een discursieve en humoristische stijl. Terugkerende onderwerpen in zijn werk zijn man-vrouw verhoudingen en de Joodse ervaring in Groot-Brittannië in de midden-tot laat-20e eeuw. Jacobson is wel vergeleken met vooraanstaande Joods-Amerikaanse schrijvers als Philip Roth. 

Zijn roman The Mighty Walzer uit 1999 over een tiener tafeltenniskampioen, won de Bollinger Everyman Wodehouse Prize for comic writing. Hij speelt in het Manchester van de jaren 1950 en Jacobson, zelf als tiener een ping pong fan, geeft toe dat er meer dan een autobiografisch element in zit. Zijn romans Who's Sorry Now uit 2002  en Kalooki Nights uit 2006 kwamen al eerder op de long list van de Man Booker Prize. Jacobson werkte ook als columnist voor The Independent en voor de televisie. Twee tv-programma's waren Channel 4's Howard Jacobson Takes on the Turner uit 2000 Why the Novel Matters uit 2002.

 

Uit: The Finkler Question

 

„He should have seen it coming.

His life had been one mishap after another. So he should have been prepared for this one.

He was a man who saw things coming. Not shadowy premonitions before and after sleep, but real and present dangers in the daylit world. Lamp posts and trees reared up at him, splintering his shins. Speeding cars lost control and rode on to the footpath leaving him lying in a pile of torn tissue and mangled bones. Sharp objects dropped from scaffolding and pierced his skull.

Women worst of all. When a woman of the sort Julian Treslove found beautiful crossed his path it wasn’t his body that took the force but his mind. She shattered his calm.

True, he had no calm, but she shattered whatever calm there was to look forward to in the future. She was the future.

People who see what’s coming have faulty chronology, that is all. Treslove’s clocks were all wrong. He no sooner saw the woman than he saw the aftermath of her — his marriage proposal and her acceptance, the home they would set up together, the drawn rich silk curtains leaking purple light, the bed sheets billowing like clouds, the wisp of aromatic smoke winding from the chimney — only for every wrack of it — its lattice of crimson roof tiles, its gables and dormer windows, his happiness, his future — to come crashing down on him in the moment of her walking past.

She didn’t leave him for another man, or tell him she was sick of him and of their life together, she passed away in a perfected dream of tragic love — consumptive, wet-eyelashed, and as often as not singing her goodbyes to him in phrases borrowed from popular Italian opera.

There was no child. Children spoilt the story.

Between the rearing lamp posts and the falling masonry he would sometimes catch himself rehearsing his last words to her — also as often as not borrowed from the popular Italian operas — as though time had concertinaed, his heart had smashed, and she was dying even before he had met her.

There was something exquisite to Treslove in the presentiment of a woman he loved expiring in his arms. On occasions he died in hers, but her dying in his was better. It was how he knew he was in love: no presentiment of her expiry, no proposal.

That was the poetry of his life. In reality it had all been women accusing him of stifling their creativity and walking out on him.“

 

 

 

 
Howard Jacobson (Manchester, 25 augustus 1942)